Vzw en fiscaliteit (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 25)
Een vzw met fiscale woonplaats in België kan in principe ofwel aan de vennootschapsbelasting
ofwel aan de rechtspersonenbelasting (RPB) onderworpen zijn. In een
tweede deel van dit boek wordt de positie van de vzw in de inkomstenbelastingen
onderzocht. Bijzondere aandacht gaat daarbij naar de aanslag geheime commissielonen
in de rechtspersonenbelasting, het fiscaal statuut van bestuurders van een vzw,
belastingvrije vergoeding voor vrijwilligers, de omschakeling van de rechtspersonenbelasting
naar de vennootschapsbelasting. Daarna wordt de jaarlijkse taks tot
vergoeding van de successierechten geanalyseerd en de erkenningsprocedure
om fiscaal aftrekbare giften te mogen ontvangen. Als laatste worden de specifieke
aansprakelijkheidsregels voor de bedrijfsvoorheffing en de btw behandeld.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën (AAF, dienst GO Antwerpen
– expertise). Hij is docent btw (UGent en FHS) en auteur van talrijke boeken en
bijdragen in gezaghebbende tijdschriften. Hij is o.a. lid van de redactieraad van
Fiscalnet en van het Tijdschrift Huur.
Guy Poppe is advocaat met een bijzondere interesse voor zowel de fiscaliteit als het vennootschapsrecht. Hij heeft een brede achtergrond als Licentiaat in de Rechten, in de Toegepaste Economische Wetenschappen en in de Handels- en Financiële Wetenschappen. Guy Poppe publiceert in diverse nieuwsbrieven, werkt mee aan fiscale databanken en geeft geregeld opleidingen over fiscale en vennootschapsrechtelijke onderwerpen.
Meer info over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
Vzw en fiscaliteit (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 25)
Een vzw met fiscale woonplaats in België kan in principe ofwel aan de vennootschapsbelasting
ofwel aan de rechtspersonenbelasting (RPB) onderworpen zijn. In een
tweede deel van dit boek wordt de positie van de vzw in de inkomstenbelastingen
onderzocht. Bijzondere aandacht gaat daarbij naar de aanslag geheime commissielonen
in de rechtspersonenbelasting, het fiscaal statuut van bestuurders van een vzw,
belastingvrije vergoeding voor vrijwilligers, de omschakeling van de rechtspersonenbelasting
naar de vennootschapsbelasting. Daarna wordt de jaarlijkse taks tot
vergoeding van de successierechten geanalyseerd en de erkenningsprocedure
om fiscaal aftrekbare giften te mogen ontvangen. Als laatste worden de specifieke
aansprakelijkheidsregels voor de bedrijfsvoorheffing en de btw behandeld.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën (AAF, dienst GO Antwerpen
– expertise). Hij is docent btw (UGent en FHS) en auteur van talrijke boeken en
bijdragen in gezaghebbende tijdschriften. Hij is o.a. lid van de redactieraad van
Fiscalnet en van het Tijdschrift Huur.
Guy Poppe is advocaat met een bijzondere interesse voor zowel de fiscaliteit als het vennootschapsrecht. Hij heeft een brede achtergrond als Licentiaat in de Rechten, in de Toegepaste Economische Wetenschappen en in de Handels- en Financiële Wetenschappen. Guy Poppe publiceert in diverse nieuwsbrieven, werkt mee aan fiscale databanken en geeft geregeld opleidingen over fiscale en vennootschapsrechtelijke onderwerpen.
Meer info over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
Exit gevangenis? De werking van de strafuitvoeringsrechtbanken en de wet op de externe rechtspositie van veroordeelden tot een vrijheidsstraf (Reeks Panopticon Libri, nr. 6)
Sinds de zaak-Dutroux in 1996 is de vervroegde invrijheidstelling van gedetineerden regelmatig voorwerp van emotionele discussies in de media, waarbij de belangen van slachtoffers en gedetineerden vaak tegen elkaar worden uitgespeeld. De zaak-Dutroux heeft de hervorming van het invrijheidstellingstraject van gedetineerden echter in een stroomversnelling gebracht. Het resultaat is een compleet vernieuwde regelgeving, beslissingsprocedure en -praktijk, met als kers op de taart de oprichting van multidisciplinaire strafuitvoeringsrechtbanken.
In dit boek blikken criminologen en juristen terug op dit belangrijke hervormingsproces, dat wordt gesitueerd in zijn historische, maatschappelijke, juridische en beleidsmatige context. Het boek presenteert verder resultaten van de belangrijkste empirische onderzoeken over de toepassing van de nieuwe regelgeving en de aanpassing hieraan door het werkveld. Er wordt afgesloten met een kritische beschouwing van de recente ontwikkelingen, tegen het licht van de oorspronkelijke hervormingsvoorstellen van de zogenaamde commissie Holsters.
Met bijdragen van Kristel Beyens, Tom Daems, Eric Maes, Yves Van Den Berge, Frank Verbruggen, Luc Robert, Benjamin Mine, Carrol Tange, Veerle Scheirs en Sonja Snacken.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Exit gevangenis? De werking van de strafuitvoeringsrechtbanken en de wet op de externe rechtspositie van veroordeelden tot een vrijheidsstraf (Reeks Panopticon Libri, nr. 6)
Sinds de zaak-Dutroux in 1996 is de vervroegde invrijheidstelling van gedetineerden regelmatig voorwerp van emotionele discussies in de media, waarbij de belangen van slachtoffers en gedetineerden vaak tegen elkaar worden uitgespeeld. De zaak-Dutroux heeft de hervorming van het invrijheidstellingstraject van gedetineerden echter in een stroomversnelling gebracht. Het resultaat is een compleet vernieuwde regelgeving, beslissingsprocedure en -praktijk, met als kers op de taart de oprichting van multidisciplinaire strafuitvoeringsrechtbanken.
In dit boek blikken criminologen en juristen terug op dit belangrijke hervormingsproces, dat wordt gesitueerd in zijn historische, maatschappelijke, juridische en beleidsmatige context. Het boek presenteert verder resultaten van de belangrijkste empirische onderzoeken over de toepassing van de nieuwe regelgeving en de aanpassing hieraan door het werkveld. Er wordt afgesloten met een kritische beschouwing van de recente ontwikkelingen, tegen het licht van de oorspronkelijke hervormingsvoorstellen van de zogenaamde commissie Holsters.
Met bijdragen van Kristel Beyens, Tom Daems, Eric Maes, Yves Van Den Berge, Frank Verbruggen, Luc Robert, Benjamin Mine, Carrol Tange, Veerle Scheirs en Sonja Snacken.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Onderlinge overheidsaansprakelijkheid voor schendingen van Europees recht
De keuze om schade te verplaatsen, is altijd een (rechts)politieke. Onlangs is deze keuze gemaakt voor het verplaatsen van schade die op grond van EU-recht voor rekening komt van de Nederlandse Staat. Met de inwerkingtreding van de Wet Naleving Europese regelgeving publieke entiteiten (Wet NErpe) in 2012 kan deze schade door middel van een verhaalsrecht van de Staat worden verplaatst naar de veroorzakers ervan, zogenoemde publieke entiteiten. Dit zijn bijvoorbeeld medeoverheden, aanbestedingsplichtige entiteiten en concessiehouders.
Ook de omgekeerde situatie doet zich voor. Door EU-recht te schenden kan de Staat schade veroorzaken die voor rekening komt van publieke entiteiten zoals medeoverheden. Voor het verplaatsen van die schade heeft de wetgever niet voorzien in een bijzonder verhaalsrecht.
In dit onderzoek staat centraal het verplaatsen van de ene overheid naar de andere van schade die is terug te voeren op een schending van EU-recht of het EVRM.
Onderzocht is of, en zo ja hoe de ene overheid zich naar huidig recht op de andere zou (moeten) kunnen verhalen en welke voorwaarden vanuit het positieve recht aan een dergelijk verhaalsrecht zouden moeten worden gesteld.
Christien de Kruif (1975) is als universitair docent staats- en bestuursrecht en als opleidingsdirecteur van de Honours Academy verbonden aan de Universiteit Leiden.
Dit is een boek in de Meijers-reeks.
De reeks valt onder verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. De studie werd verricht in het kader van het facultaire onderzoeksprogramma Multilevel Jurisdiction.
Onderlinge overheidsaansprakelijkheid voor schendingen van Europees recht
De keuze om schade te verplaatsen, is altijd een (rechts)politieke. Onlangs is deze keuze gemaakt voor het verplaatsen van schade die op grond van EU-recht voor rekening komt van de Nederlandse Staat. Met de inwerkingtreding van de Wet Naleving Europese regelgeving publieke entiteiten (Wet NErpe) in 2012 kan deze schade door middel van een verhaalsrecht van de Staat worden verplaatst naar de veroorzakers ervan, zogenoemde publieke entiteiten. Dit zijn bijvoorbeeld medeoverheden, aanbestedingsplichtige entiteiten en concessiehouders.
Ook de omgekeerde situatie doet zich voor. Door EU-recht te schenden kan de Staat schade veroorzaken die voor rekening komt van publieke entiteiten zoals medeoverheden. Voor het verplaatsen van die schade heeft de wetgever niet voorzien in een bijzonder verhaalsrecht.
In dit onderzoek staat centraal het verplaatsen van de ene overheid naar de andere van schade die is terug te voeren op een schending van EU-recht of het EVRM.
Onderzocht is of, en zo ja hoe de ene overheid zich naar huidig recht op de andere zou (moeten) kunnen verhalen en welke voorwaarden vanuit het positieve recht aan een dergelijk verhaalsrecht zouden moeten worden gesteld.
Christien de Kruif (1975) is als universitair docent staats- en bestuursrecht en als opleidingsdirecteur van de Honours Academy verbonden aan de Universiteit Leiden.
Dit is een boek in de Meijers-reeks.
De reeks valt onder verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. De studie werd verricht in het kader van het facultaire onderzoeksprogramma Multilevel Jurisdiction.
Straatkinderen in Kinshasa. Structureel geweld versus agency (Gandaius Meesterlijk, nr. 2)
Het beeld dat Europeanen zich vormen van het hedendaags Afrika is er veelal één van troosteloosheid en defaitisme. De situatie van de ontelbare straatkinderen in Kinshasa lijkt daar wel de meest treffende illustratie van.
Dit boek draagt in niet te onderschatten mate bij tot een beter begrip van de leefwereld van deze bashege in de Congolese miljoenenstad. Het onderzoek biedt vernieuwende criminologisch-etnografische inzichten in deze realiteit. Het legt bloot hoe deze kinderen, hoewel ze voortdurend geconfronteerd worden met brutale vormen van structureel geweld, strategieën ontwikkelen om deze uitzichtloze situatie om te keren in een meer offensieve levensstijl. Het geeft aan hoe zij vormen weten te ontwikkelen van eigen informele economieën met nieuwe perspectieven.
Het boek doorbreekt niet alleen het al te enge criminologische denken, redenerend in termen van ‘daders’ en ‘slachtoffers’, maar opent nieuwe mogelijkheden voor diegenen die het goed voor hebben met Afrika. Het toont beleidsmakers, hulpverleners en ontwikkelingswerkers dat er een ontstellend reservoir aan dynamisme en innovatie aanwezig is, op voorwaarde dat men bereid is de leefwereld van de bashege van Kinshasa binnen te treden.
“Maarten Hendriks draagt met zijn criminologisch-etnografische
studie bij tot een beter inzicht in de Afrikaanse realiteit van
vandaag, wekt de bashege van Kinshasa tot leven en legt bloot
hoe deze straatkinderen geen leidzame objecten zijn van
structureel geweld maar handelende subjecten met veerkracht en
dynamisme.”
Prof. dr. Paul Ponsaers
Straatkinderen in Kinshasa. Structureel geweld versus agency (Gandaius Meesterlijk, nr. 2)
Het beeld dat Europeanen zich vormen van het hedendaags Afrika is er veelal één van troosteloosheid en defaitisme. De situatie van de ontelbare straatkinderen in Kinshasa lijkt daar wel de meest treffende illustratie van.
Dit boek draagt in niet te onderschatten mate bij tot een beter begrip van de leefwereld van deze bashege in de Congolese miljoenenstad. Het onderzoek biedt vernieuwende criminologisch-etnografische inzichten in deze realiteit. Het legt bloot hoe deze kinderen, hoewel ze voortdurend geconfronteerd worden met brutale vormen van structureel geweld, strategieën ontwikkelen om deze uitzichtloze situatie om te keren in een meer offensieve levensstijl. Het geeft aan hoe zij vormen weten te ontwikkelen van eigen informele economieën met nieuwe perspectieven.
Het boek doorbreekt niet alleen het al te enge criminologische denken, redenerend in termen van ‘daders’ en ‘slachtoffers’, maar opent nieuwe mogelijkheden voor diegenen die het goed voor hebben met Afrika. Het toont beleidsmakers, hulpverleners en ontwikkelingswerkers dat er een ontstellend reservoir aan dynamisme en innovatie aanwezig is, op voorwaarde dat men bereid is de leefwereld van de bashege van Kinshasa binnen te treden.
“Maarten Hendriks draagt met zijn criminologisch-etnografische
studie bij tot een beter inzicht in de Afrikaanse realiteit van
vandaag, wekt de bashege van Kinshasa tot leven en legt bloot
hoe deze straatkinderen geen leidzame objecten zijn van
structureel geweld maar handelende subjecten met veerkracht en
dynamisme.”
Prof. dr. Paul Ponsaers
Hoogste gerechtshoven in Europa. Een historisch portret.
Hoogste gerechtshoven in Europa: Een historisch portret is een rijk geïllustreerde uitgave die het resultaat vormt van ruim drie jaar werk door rechtshistorici en andere juristen.
Het boek behandelt de geschiedenis van de hoogste rechtscolleges in Europa, van de middeleeuwen tot op heden. Ondanks alle verscheidenheid kunnen toch opmerkelijke gemeenschappelijke thema’s en motieven, die de rechtspraktijk op het hoogste niveau hebben beïnvloed, voor het voetlicht worden gebracht.
Interessant is de actualiteit van de problemen waarmee de hoogste rechtscolleges in Europa, zowel vóór als na de komst van Napoleon, te kampen hadden. Verschillen in taal, tradities en rechtssystemen vormen nog altijd een uitdaging voor juristen die werkzaam zijn in (inter)nationale en supranationale hoge rechtscolleges.
Dit boek kadert de huidige rol van de internationale gerechtshoven in een opmerkelijk rijke Europese nalatenschap van rechtstradities en culturen.
In vijfentwintig hoofdstukken brengen vooraanstaande experts een bewogen geschiedenis tot leven, die begint met de Grandi Tribunali in middeleeuws Italië en die via onder meer de Habsburgse Nederlanden eindigt met het huidige Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg.
De tekst wordt verlucht met ruim 160 illustraties uit archieven en collecties uit heel Europa, aangevuld met moderne afbeeldingen van onder andere Europese en nationale hoven en instellingen. Afbeeldingen die tot voor kort slechts in een beperkte kring van specialisten bekend waren, zijn nu voor het eerst toegankelijk voor een breder publiek.
"Deze publicatie zal eens te meer de boodschap brengen dat het Europa van de rechters uniek is en dat het van oudsher de geschiedenis van ons continent heeft geboetseerd.
Een onweerstaanbare bibliofiele uitgave voor elke jurist."
Marcel Storme, voormalig rechter ad hoc in het Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Walter Van Gerven, voormalig advocaat-generaal in het Hof van Justitie van de Europese Unie
"By focussing on the highest courts of each country, the editors and contributors have managed to concentrate on a meaningful and illuminating basis of comparison, and to discuss the histories of the various supreme courts in depth, thereby producing a book of real scholarship as well as great beauty."
Baron Neuberger of Abbotsbury, President of the Supreme Court of the United Kingdom.
N.B. Abonnees van het Tijdschrift voor Privaatrecht krijgen deze uitgave in april 2013 als geschenk toegestuurd ter gelegenheid van het vijftigste werkingsjaar van het tijdschrift.
Auteursoverzicht
Hoogste gerechtshoven in Europa. Een historisch portret.
Hoogste gerechtshoven in Europa: Een historisch portret is een rijk geïllustreerde uitgave die het resultaat vormt van ruim drie jaar werk door rechtshistorici en andere juristen.
Het boek behandelt de geschiedenis van de hoogste rechtscolleges in Europa, van de middeleeuwen tot op heden. Ondanks alle verscheidenheid kunnen toch opmerkelijke gemeenschappelijke thema’s en motieven, die de rechtspraktijk op het hoogste niveau hebben beïnvloed, voor het voetlicht worden gebracht.
Interessant is de actualiteit van de problemen waarmee de hoogste rechtscolleges in Europa, zowel vóór als na de komst van Napoleon, te kampen hadden. Verschillen in taal, tradities en rechtssystemen vormen nog altijd een uitdaging voor juristen die werkzaam zijn in (inter)nationale en supranationale hoge rechtscolleges.
Dit boek kadert de huidige rol van de internationale gerechtshoven in een opmerkelijk rijke Europese nalatenschap van rechtstradities en culturen.
In vijfentwintig hoofdstukken brengen vooraanstaande experts een bewogen geschiedenis tot leven, die begint met de Grandi Tribunali in middeleeuws Italië en die via onder meer de Habsburgse Nederlanden eindigt met het huidige Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg.
De tekst wordt verlucht met ruim 160 illustraties uit archieven en collecties uit heel Europa, aangevuld met moderne afbeeldingen van onder andere Europese en nationale hoven en instellingen. Afbeeldingen die tot voor kort slechts in een beperkte kring van specialisten bekend waren, zijn nu voor het eerst toegankelijk voor een breder publiek.
"Deze publicatie zal eens te meer de boodschap brengen dat het Europa van de rechters uniek is en dat het van oudsher de geschiedenis van ons continent heeft geboetseerd.
Een onweerstaanbare bibliofiele uitgave voor elke jurist."
Marcel Storme, voormalig rechter ad hoc in het Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Walter Van Gerven, voormalig advocaat-generaal in het Hof van Justitie van de Europese Unie
"By focussing on the highest courts of each country, the editors and contributors have managed to concentrate on a meaningful and illuminating basis of comparison, and to discuss the histories of the various supreme courts in depth, thereby producing a book of real scholarship as well as great beauty."
Baron Neuberger of Abbotsbury, President of the Supreme Court of the United Kingdom.
N.B. Abonnees van het Tijdschrift voor Privaatrecht krijgen deze uitgave in april 2013 als geschenk toegestuurd ter gelegenheid van het vijftigste werkingsjaar van het tijdschrift.
Auteursoverzicht
Stress et trauma dans les services de police et de secours
Sur le livre:
Les répercussions négatives du stress et du trauma constituent une réalité qui ne peut être mise en doute et depuis plusieurs décennies, elles ont fait l’objet de multiples recherches et publications. Il semble en effet évident que l’exercice de certaines professions particulièrement stressantes puisse engendrer des répercussions tant sur le plan physiologique que psychologique. De telles constations ont été effectuées par de nombreux auteurs de toutes nationalités, notamment chez les contrôleurs aériens, le personnel soignant, mais aussi chez les membres des services d’incendie et les policiers.
Ce livre propose donc d’évoquer, dans sa première partie, une nécessaire revue de la littérature concernant le stress d’un point de vue général pour ensuite l’aborder chez les intervenants. Les autres parties de l’ouvrage se consacreront aux domaines de la psychotraumatologie, des principes de première assistance psychologique ainsi qu’aux techniques d’entretien et d’intervention individuelle ou collective à la suite d’événements bouleversants.
Enfin, le rôle joué par le tissu social de l’intervenant, la description d’un modèle de prévention, de prise en charge et de suivi du stress lié aux interventions dans ces professions seront également abordés, toujours dans une perspective résolument dynamique, pratique, accessible à tous les non « initiés ». Si ce livre s’adresse aux policiers et sauveteurs tant dans un but personnel que de soutien, il est évident que d’autres professions, confrontées également à des situations de crise pourront aisément l’adapter à leur réalité professionnelle.
Sur le contenu:
Table des matières
Préface
Bon de commande
Sur les auteurs:
Erik DE SOIR est doctorant en psychologie et psychothérapeute d’orientation familiale, conjugale et systémique, rattaché à l’Institut royal supérieur de défense. Il est confronté quotidiennement à la prévention, la prise en charge et le traitement de traumatismes psychiques en tant que psychologue sapeur-pompier, spécialiste des traumatismes de guerre et de catastrophe.
Frédéric DAUBECHIES est docteur en psychologie, psychothérapeute en thérapie brève et hypnose ericksonienne. Il est Directeur du service d’Appui Psychologique aux Intervenants (API) en Province de Hainaut, chargé de cours au sein des écoles de police, du feu et des intervenants dans le milieu des services d’urgence et anime des séminaires pour les acteurs de la sécurité publique et de l’urgence.
Patrick VAN DEN STEENE est psychologue, psychothérapeute et hypnothérapeute, spécialisé en thérapie du trauma. Il est coordinateur au sein du Stressteam de la Zone de Police à Schaerbeek – Saint-Josse-Ten-Noode et Evere, et supervise plusieurs réseaux d’intervention et d’aide collégiale dans des services de police et de secours.
Stress et trauma dans les services de police et de secours
Sur le livre:
Les répercussions négatives du stress et du trauma constituent une réalité qui ne peut être mise en doute et depuis plusieurs décennies, elles ont fait l’objet de multiples recherches et publications. Il semble en effet évident que l’exercice de certaines professions particulièrement stressantes puisse engendrer des répercussions tant sur le plan physiologique que psychologique. De telles constations ont été effectuées par de nombreux auteurs de toutes nationalités, notamment chez les contrôleurs aériens, le personnel soignant, mais aussi chez les membres des services d’incendie et les policiers.
Ce livre propose donc d’évoquer, dans sa première partie, une nécessaire revue de la littérature concernant le stress d’un point de vue général pour ensuite l’aborder chez les intervenants. Les autres parties de l’ouvrage se consacreront aux domaines de la psychotraumatologie, des principes de première assistance psychologique ainsi qu’aux techniques d’entretien et d’intervention individuelle ou collective à la suite d’événements bouleversants.
Enfin, le rôle joué par le tissu social de l’intervenant, la description d’un modèle de prévention, de prise en charge et de suivi du stress lié aux interventions dans ces professions seront également abordés, toujours dans une perspective résolument dynamique, pratique, accessible à tous les non « initiés ». Si ce livre s’adresse aux policiers et sauveteurs tant dans un but personnel que de soutien, il est évident que d’autres professions, confrontées également à des situations de crise pourront aisément l’adapter à leur réalité professionnelle.
Sur le contenu:
Table des matières
Préface
Bon de commande
Sur les auteurs:
Erik DE SOIR est doctorant en psychologie et psychothérapeute d’orientation familiale, conjugale et systémique, rattaché à l’Institut royal supérieur de défense. Il est confronté quotidiennement à la prévention, la prise en charge et le traitement de traumatismes psychiques en tant que psychologue sapeur-pompier, spécialiste des traumatismes de guerre et de catastrophe.
Frédéric DAUBECHIES est docteur en psychologie, psychothérapeute en thérapie brève et hypnose ericksonienne. Il est Directeur du service d’Appui Psychologique aux Intervenants (API) en Province de Hainaut, chargé de cours au sein des écoles de police, du feu et des intervenants dans le milieu des services d’urgence et anime des séminaires pour les acteurs de la sécurité publique et de l’urgence.
Patrick VAN DEN STEENE est psychologue, psychothérapeute et hypnothérapeute, spécialisé en thérapie du trauma. Il est coordinateur au sein du Stressteam de la Zone de Police à Schaerbeek – Saint-Josse-Ten-Noode et Evere, et supervise plusieurs réseaux d’intervention et d’aide collégiale dans des services de police et de secours.
A Swelling Culture of Control. De genese en toepassing van de wet op de gemeentelijke administratieve sancties in België. (Reeks Politiestudies, nr. 2)
De voorliggende publicatie maakt in eerste instantie een reconstructie van 27 jaar veiligheidsbeleid (1985-2007) die de context vormt voor de totstandkoming van de Belgische GAS-wet. Politieke, maar ook sociale en maatschappelijke kenmerken die aanleiding waren voor een vernieuwd veiligheidsbeleid krijgen hier een plaats.
Een tweede empirisch luik zoomt in op de overlastaanpak in de steden Antwerpen en Luik. Een grondige analyse op basis van diepte-interviews met sleutelfiguren en documentanalyse toont aan dat beide steden eerder een inclusief beleid voeren dan een exclusief. De GAS-wet kan m.a.w. geen nieuw instrument van controle worden genoemd.
In dit boek, het resultaat van doorgedreven en uitgebreid doctoraal onderzoek, wordt de overlastaanpak zowel theoretisch als empirisch diepgaand bestudeerd. Een schets van de probleemstelling, het nieuwe veiligheidsdiscours en de overlastaanpak in Groot Brittannië en Nederland leiden dit werk in. Het centrale thema ‘moet de GAS-wet als een nieuw instrument van controle worden beschouwd?’ vindt een antwoord in het empirisch onderzoek. Hiervoor werden niet minder dan 71 bevoorrechte getuigen in België geïnterviewd, waaronder alle ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie uit de onderzoeksperiode. Ook werd een doorgedreven documentanalyse verricht. Het werk van D. Garland de ‘Culture of Control’ (2001) vormde de theoretische leidraad en de inspiratiebron voor zes onderzoeksvragen die peilen naar een eventuele ‘Swelling Culture of Control’.
Elke Devroe (09.10.1963) is criminoloog, hoofd van de Afdeling Research & Development van de Dienst voor het Strafrechtelijk beleid, lid van de onderzoeksgroep ‘Sociale Veiligheidsanalyse’ (SVA) Universiteit Gent, lesgever Oost-Vlaamse politieacademie Opac, lid van de stuurgroep Campbell België, lid van de Vlaamse Vereniging voor Criminologie (VVC), redactielid van diverse vaktijdschriften en hoofdredacteur van de Cahiers Politiestudies.
Folder
A Swelling Culture of Control. De genese en toepassing van de wet op de gemeentelijke administratieve sancties in België. (Reeks Politiestudies, nr. 2)
De voorliggende publicatie maakt in eerste instantie een reconstructie van 27 jaar veiligheidsbeleid (1985-2007) die de context vormt voor de totstandkoming van de Belgische GAS-wet. Politieke, maar ook sociale en maatschappelijke kenmerken die aanleiding waren voor een vernieuwd veiligheidsbeleid krijgen hier een plaats.
Een tweede empirisch luik zoomt in op de overlastaanpak in de steden Antwerpen en Luik. Een grondige analyse op basis van diepte-interviews met sleutelfiguren en documentanalyse toont aan dat beide steden eerder een inclusief beleid voeren dan een exclusief. De GAS-wet kan m.a.w. geen nieuw instrument van controle worden genoemd.
In dit boek, het resultaat van doorgedreven en uitgebreid doctoraal onderzoek, wordt de overlastaanpak zowel theoretisch als empirisch diepgaand bestudeerd. Een schets van de probleemstelling, het nieuwe veiligheidsdiscours en de overlastaanpak in Groot Brittannië en Nederland leiden dit werk in. Het centrale thema ‘moet de GAS-wet als een nieuw instrument van controle worden beschouwd?’ vindt een antwoord in het empirisch onderzoek. Hiervoor werden niet minder dan 71 bevoorrechte getuigen in België geïnterviewd, waaronder alle ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie uit de onderzoeksperiode. Ook werd een doorgedreven documentanalyse verricht. Het werk van D. Garland de ‘Culture of Control’ (2001) vormde de theoretische leidraad en de inspiratiebron voor zes onderzoeksvragen die peilen naar een eventuele ‘Swelling Culture of Control’.
Elke Devroe (09.10.1963) is criminoloog, hoofd van de Afdeling Research & Development van de Dienst voor het Strafrechtelijk beleid, lid van de onderzoeksgroep ‘Sociale Veiligheidsanalyse’ (SVA) Universiteit Gent, lesgever Oost-Vlaamse politieacademie Opac, lid van de stuurgroep Campbell België, lid van de Vlaamse Vereniging voor Criminologie (VVC), redactielid van diverse vaktijdschriften en hoofdredacteur van de Cahiers Politiestudies.
Folder
Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 1. Ethiek en inlichtingen
Hoewel inlichtingendiensten, alsook de controle erop, onderhevig zijn aan een juridische omkadering, zijn de keuzes die deze organisaties moeten maken in bepaalde situaties allerminst evident. Zo is het vrijwel onmogelijk en misschien zelfs onwenselijk om bindende richtlijnen uit te vaardigen voor elke situatie waarin morele dilemma’s de bovenhand hebben. Ethiek wordt in deze context terecht omschreven als ‘un monde de raisonnement pour affronter les dilemmes’. Ze zoomt dieper in op die situaties waarin de morele oordeelvorming en de betrouwbaarheid ervan centraal staat.
In dit eerste BISC cahier wordt het onderwerp ‘Ethiek en inlichtingen’ uiteengezet door de focus te leggen op de totstandkoming van een algemeen theoretisch kader, een bespreking van ‘good practices’, de positie van ethiek in de controle op inlichtingendiensten en de rol van ethiek in de relatie tussen journalistiek en inlichtingen.
FR
Bien que les services de renseignement, de même que la manière dont ils sont contrôlés, soient soumis à un encadrement juridique, les choix auxquels ces organisations sont confrontées dans certaines situations sont loin d’être évidents. Il est dès lors pratiquement impossible, et sans doute guère souhaitable, de définir des directives contraignantes pour chaque circonstance où émergent des dilemmes moraux. Dans ce contexte, l’éthique peut à juste titre être décrite comme « un mode de raisonnement pour affronter les dilemmes ». Elle interroge en profondeur les situations où doivent primer la fiabilité et le jugement moral.
La thématique « éthique et renseignement » est envisagée dans ce premier cahier BISC à travers la création d’un cadre théorique général, une discussion des « bonnes pratiques », la position de l’éthique dans le contrôle des services de renseignement, et le rôle de l’éthique dans les relations entre journalisme et renseignement.
Inhoudsopgave / Tables des matières
Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 1. Ethiek en inlichtingen
Hoewel inlichtingendiensten, alsook de controle erop, onderhevig zijn aan een juridische omkadering, zijn de keuzes die deze organisaties moeten maken in bepaalde situaties allerminst evident. Zo is het vrijwel onmogelijk en misschien zelfs onwenselijk om bindende richtlijnen uit te vaardigen voor elke situatie waarin morele dilemma’s de bovenhand hebben. Ethiek wordt in deze context terecht omschreven als ‘un monde de raisonnement pour affronter les dilemmes’. Ze zoomt dieper in op die situaties waarin de morele oordeelvorming en de betrouwbaarheid ervan centraal staat.
In dit eerste BISC cahier wordt het onderwerp ‘Ethiek en inlichtingen’ uiteengezet door de focus te leggen op de totstandkoming van een algemeen theoretisch kader, een bespreking van ‘good practices’, de positie van ethiek in de controle op inlichtingendiensten en de rol van ethiek in de relatie tussen journalistiek en inlichtingen.
FR
Bien que les services de renseignement, de même que la manière dont ils sont contrôlés, soient soumis à un encadrement juridique, les choix auxquels ces organisations sont confrontées dans certaines situations sont loin d’être évidents. Il est dès lors pratiquement impossible, et sans doute guère souhaitable, de définir des directives contraignantes pour chaque circonstance où émergent des dilemmes moraux. Dans ce contexte, l’éthique peut à juste titre être décrite comme « un mode de raisonnement pour affronter les dilemmes ». Elle interroge en profondeur les situations où doivent primer la fiabilité et le jugement moral.
La thématique « éthique et renseignement » est envisagée dans ce premier cahier BISC à travers la création d’un cadre théorique général, une discussion des « bonnes pratiques », la position de l’éthique dans le contrôle des services de renseignement, et le rôle de l’éthique dans les relations entre journalisme et renseignement.
Inhoudsopgave / Tables des matières
Naar een facultaire advocatenpraktijk ter versterking van het klinisch rechtsonderwijs? Gandaius Monografieën
Deze studie, die in het kader van een facultair onderwijsinnovatieproject werd gevoerd, onderzoekt de haalbaarheid om het klinisch rechtsonderwijs aan de Gentse Faculteit Rechtsgeleerdheid te versterken via het inrichten van een facultaire advocatenpraktijk.
Naar een facultaire advocatenpraktijk ter versterking van het klinisch rechtsonderwijs? Gandaius Monografieën
Deze studie, die in het kader van een facultair onderwijsinnovatieproject werd gevoerd, onderzoekt de haalbaarheid om het klinisch rechtsonderwijs aan de Gentse Faculteit Rechtsgeleerdheid te versterken via het inrichten van een facultaire advocatenpraktijk.
Update in de criminologie VI. Actuele ontwikkelingen inzake EU-strafrecht, veiligheid, politie, strafprocedure, prostitutie en mensenhandel, … (Gandaius Publicaties, VI)
Deze publicatie bevat de bijdragen uit de vormingssessies van de 6de Postuniversitaire Vormingscyclus Update in de Criminologie.
Centraal staan diverse actuele thema''s binnen het domein van het strafrecht en de criminologie. Lesgevers en onderzoekers van vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Gent behandelen hierin empirische en theoretische evoluties binnen hun specialisatiegebied.
Update in de criminologie VI. Actuele ontwikkelingen inzake EU-strafrecht, veiligheid, politie, strafprocedure, prostitutie en mensenhandel, … (Gandaius Publicaties, VI)
Deze publicatie bevat de bijdragen uit de vormingssessies van de 6de Postuniversitaire Vormingscyclus Update in de Criminologie.
Centraal staan diverse actuele thema''s binnen het domein van het strafrecht en de criminologie. Lesgevers en onderzoekers van vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Gent behandelen hierin empirische en theoretische evoluties binnen hun specialisatiegebied.
Seksueel partnergeweld in Vlaanderen. Een belevingsstudie (Gandaius Meesterlijk, nr. 1)
Het taboe rond partnergeweld raakt maar langzaam doorbroken. Voor seksueel partnergeweld tegen vrouwen geldt dit nog in veel sterkere mate.
Dit boek verschaft niet alleen essentiële (criminologische) kennis over het fenomeen en de omvang ervan in Vlaanderen. Met het belevingsonderzoek dat ze bij slachtoffers voerde, brengt de auteur ook de fysieke, psychische en emotionele gevolgen, gedragsmatige reacties en gevolgen op het stuk van seksualiteitsbeleving in beeld.
Niet alleen voor de hulpverlening is dit bijzonder waardevol. Beleidsmakers allerhande, onderzoekers en alle anderen die geïnteresseerd zijn in of betrokken bij de problematiek van (seksueel) (partner)geweld tegen vrouwen zullen zich met dit boek hun voordeel doen.
"Stefanie Vandecapelle draagt met haar criminologisch werk in belangrijke en wezenlijke mate bij tot het doorbreken van een van de laatste en tot dusver onderbelichte taboes in Vlaanderen”
Prof. Dr. Gert Vermeulen
Seksueel partnergeweld in Vlaanderen. Een belevingsstudie (Gandaius Meesterlijk, nr. 1)
Het taboe rond partnergeweld raakt maar langzaam doorbroken. Voor seksueel partnergeweld tegen vrouwen geldt dit nog in veel sterkere mate.
Dit boek verschaft niet alleen essentiële (criminologische) kennis over het fenomeen en de omvang ervan in Vlaanderen. Met het belevingsonderzoek dat ze bij slachtoffers voerde, brengt de auteur ook de fysieke, psychische en emotionele gevolgen, gedragsmatige reacties en gevolgen op het stuk van seksualiteitsbeleving in beeld.
Niet alleen voor de hulpverlening is dit bijzonder waardevol. Beleidsmakers allerhande, onderzoekers en alle anderen die geïnteresseerd zijn in of betrokken bij de problematiek van (seksueel) (partner)geweld tegen vrouwen zullen zich met dit boek hun voordeel doen.
"Stefanie Vandecapelle draagt met haar criminologisch werk in belangrijke en wezenlijke mate bij tot het doorbreken van een van de laatste en tot dusver onderbelichte taboes in Vlaanderen”
Prof. Dr. Gert Vermeulen
De levensloop van een bedrijfsmiddel (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 14)
Centraal staat het begrip bedrijfsmiddel dat inzake btw een eigen specifieke betekenis krijgt die van belang is bij de problematiek van de vijf- of vijftienjarige herzieningen. Ook de al dan niet te verrichten herzieningen bij een overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling komen aan bod.
Inzake directe belastingen worden o.m. behandeld: de waardering, de financieringswijze en de fiscale stimuli bij de verwerving van een investering. Tijdens de bezitsduur bekijken we de fiscale afschrijvingen, de afstand van het gebruik en opwaarderingen. Bij de vervreemding van investeringsgoederen wordt het toepasselijke belastingstelsel geanalyseerd.
Wim Van Kerchove is Eerstaanwezend Inspecteur bij het opleidingscentrum van de FOD Financiën.
Stefan Ruysschaert is eveneens Eerstaanwezend Inspecteur en tevens docent aan de Hogeschool Gent waar hij de grondige studie btw onderwijst.
Beiden geven regelmatig fiscale opleidingen en zijn auteur van gespecialiseerde fiscale literatuur.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
De levensloop van een bedrijfsmiddel (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 14)
Centraal staat het begrip bedrijfsmiddel dat inzake btw een eigen specifieke betekenis krijgt die van belang is bij de problematiek van de vijf- of vijftienjarige herzieningen. Ook de al dan niet te verrichten herzieningen bij een overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling komen aan bod.
Inzake directe belastingen worden o.m. behandeld: de waardering, de financieringswijze en de fiscale stimuli bij de verwerving van een investering. Tijdens de bezitsduur bekijken we de fiscale afschrijvingen, de afstand van het gebruik en opwaarderingen. Bij de vervreemding van investeringsgoederen wordt het toepasselijke belastingstelsel geanalyseerd.
Wim Van Kerchove is Eerstaanwezend Inspecteur bij het opleidingscentrum van de FOD Financiën.
Stefan Ruysschaert is eveneens Eerstaanwezend Inspecteur en tevens docent aan de Hogeschool Gent waar hij de grondige studie btw onderwijst.
Beiden geven regelmatig fiscale opleidingen en zijn auteur van gespecialiseerde fiscale literatuur.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen



