Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Bildung macht frei. Humanistische en realistische vorming in Duitsland 1600-1860 .

 27,50
Vanaf het ontstaan van de westerse cultuur houdt men zich bezig met de vraag wat er op school geleerd moet worden. De antwoorden verschillen nogal door de geschiedenis heen. Deze studie beschrijft hoe humanistische en realistische vorming in Duitsland in de loop van de moderne tijd naar voren zijn geschoven als verschillende antwoorden op de vraag wat er geleerd moet worden en dat er een strijd tussen de twee ontstond, waarin humanistische vorming triomfeerde. Humanistische vorming was de vorming die de in ieder individu in aanleg aanwezige menselijkheid verwezenlijkte. Realistische vorming was vorming die draaide om praktische voorbereiding van de mens op beroepsleven en burgerschap. De strijd spitste zich vanaf toen toe op de schooltypen: de vormingsburgerij associeerde zich met het prestigieuze gymnasium, de bezitsburgerij moest het stellen met de lager gewaardeerde Realschule. Pas aan het einde van de 19de eeuw werden realistische vorming en de Realschule weer respectabele zaken. De 19de-eeuwse voorliefde voor humanistische vorming heeft het denken over vorming en de praktijk van het onderwijs in Duitsland nog lang bepaald - tot op de dag van vandaag. Lechner belicht aan het einde van zijn studie het verband met de geschiedenis van humanistische en realistische vorming in Nederland, waar in 1863 het belangrijkste kenmerk van het Duitse onderwijssysteem, de tweedeling tussen gymnasium en h.b.s., overgenomen werd. Zonder de invloed van de 19de-eeuwse Duitse onderwijsgeschiedenis waren er in Nederland waarschijnlijk geen gymnasium en h.b.s. ingevoerd. De opvolgers havo en v.w.o. hadden dan wellicht ook nooit bestaan. In plaats daarvan was er dan waarschijnlijk - net als in de Verenigde Staten - één schooltype voor voortgezet onderwijs geweest. Daniël Lechner is historisch pedagoog en verbonden aan de faculteit der Psychologische, Pedagogische en Sociologische Wetenschappen van de RijksUniversiteit Groningen.

Quick View

Bildung macht frei. Humanistische en realistische vorming in Duitsland 1600-1860 .

 27,50
Vanaf het ontstaan van de westerse cultuur houdt men zich bezig met de vraag wat er op school geleerd moet worden. De antwoorden verschillen nogal door de geschiedenis heen. Deze studie beschrijft hoe humanistische en realistische vorming in Duitsland in de loop van de moderne tijd naar voren zijn geschoven als verschillende antwoorden op de vraag wat er geleerd moet worden en dat er een strijd tussen de twee ontstond, waarin humanistische vorming triomfeerde. Humanistische vorming was de vorming die de in ieder individu in aanleg aanwezige menselijkheid verwezenlijkte. Realistische vorming was vorming die draaide om praktische voorbereiding van de mens op beroepsleven en burgerschap. De strijd spitste zich vanaf toen toe op de schooltypen: de vormingsburgerij associeerde zich met het prestigieuze gymnasium, de bezitsburgerij moest het stellen met de lager gewaardeerde Realschule. Pas aan het einde van de 19de eeuw werden realistische vorming en de Realschule weer respectabele zaken. De 19de-eeuwse voorliefde voor humanistische vorming heeft het denken over vorming en de praktijk van het onderwijs in Duitsland nog lang bepaald - tot op de dag van vandaag. Lechner belicht aan het einde van zijn studie het verband met de geschiedenis van humanistische en realistische vorming in Nederland, waar in 1863 het belangrijkste kenmerk van het Duitse onderwijssysteem, de tweedeling tussen gymnasium en h.b.s., overgenomen werd. Zonder de invloed van de 19de-eeuwse Duitse onderwijsgeschiedenis waren er in Nederland waarschijnlijk geen gymnasium en h.b.s. ingevoerd. De opvolgers havo en v.w.o. hadden dan wellicht ook nooit bestaan. In plaats daarvan was er dan waarschijnlijk - net als in de Verenigde Staten - één schooltype voor voortgezet onderwijs geweest. Daniël Lechner is historisch pedagoog en verbonden aan de faculteit der Psychologische, Pedagogische en Sociologische Wetenschappen van de RijksUniversiteit Groningen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Bacchus Internationaal. De mondialisering van de wijnsector.

 14,50
De Grieken hadden in hun godenwereld een plaats ingeruimd voor een god van de wijn: Bacchus, daarmee aangevend hoe belangrijk wijn in het toenmalige dagelijkse leven was. Zij verscheepten wijn in grote amforen over de Middellandse Zee naar hun afnemers. Tegenwoordig gaat wijn in roestvrije stalen containers en in flessen over de wereld. Wijn is daarmee al eeuwenlang een exportptroduct bij uitstek aan de hand waarvan men de globalisering uitstekend kan documenteren. Hoe internationaal die markt is kon men hier in Nederland merken toen in 1995 vanwege de atoomproeven op Mururoa een consumentenboycot kwam van de Franse wijn en hoe snel toen het ‘gat in de markt’ werd gevuld door wijnen uit Chili, Argentinië, Australië en Zuid-Afrika.

Ingelise de Boer is politicoloog en nu als assistent verbonden aan de PvdA-fractie in het Europarlement in Brussel. Paulien van den Tempel is politicoloog en verbonden aan het C.M. Kan-Instituut van de Universiteit van Amsterdam.

Quick View

Bacchus Internationaal. De mondialisering van de wijnsector.

 14,50
De Grieken hadden in hun godenwereld een plaats ingeruimd voor een god van de wijn: Bacchus, daarmee aangevend hoe belangrijk wijn in het toenmalige dagelijkse leven was. Zij verscheepten wijn in grote amforen over de Middellandse Zee naar hun afnemers. Tegenwoordig gaat wijn in roestvrije stalen containers en in flessen over de wereld. Wijn is daarmee al eeuwenlang een exportptroduct bij uitstek aan de hand waarvan men de globalisering uitstekend kan documenteren. Hoe internationaal die markt is kon men hier in Nederland merken toen in 1995 vanwege de atoomproeven op Mururoa een consumentenboycot kwam van de Franse wijn en hoe snel toen het ‘gat in de markt’ werd gevuld door wijnen uit Chili, Argentinië, Australië en Zuid-Afrika.

Ingelise de Boer is politicoloog en nu als assistent verbonden aan de PvdA-fractie in het Europarlement in Brussel. Paulien van den Tempel is politicoloog en verbonden aan het C.M. Kan-Instituut van de Universiteit van Amsterdam.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Zoals sneeuwvlokken over de wereld dwarrelen. De hedendaagse devotie rond Maria, de Vrouwe aller Volkeren.

 14,50
Mariavereringen trekken nog steeds duizenden gelovigen. ‘Verschijningen’ van de Vrouwe houdt eveneens duizenden in de ban. Maar wie is deze vrouw die in deze tijden van secularisering en ontkerkelijking zoveel gelovigen in binnen- en buitenland op de been weet te krijgen. De antropologe Ester Kruk, zelf opgegroeid in een protestants milieu, nam als vrijwilligster deel aan de organisatie van gebedsdagen en sprak uitgebreid met bezoekers van zulke manifestaties en veel andere betrokkenen, en probeert dit mysterie te ontrafelen.

Ester Kruk is antropoloog en verbonden aan de afdeling Antropologie van de Vrije Universiteit Amsterdam

Quick View

Zoals sneeuwvlokken over de wereld dwarrelen. De hedendaagse devotie rond Maria, de Vrouwe aller Volkeren.

 14,50
Mariavereringen trekken nog steeds duizenden gelovigen. ‘Verschijningen’ van de Vrouwe houdt eveneens duizenden in de ban. Maar wie is deze vrouw die in deze tijden van secularisering en ontkerkelijking zoveel gelovigen in binnen- en buitenland op de been weet te krijgen. De antropologe Ester Kruk, zelf opgegroeid in een protestants milieu, nam als vrijwilligster deel aan de organisatie van gebedsdagen en sprak uitgebreid met bezoekers van zulke manifestaties en veel andere betrokkenen, en probeert dit mysterie te ontrafelen.

Ester Kruk is antropoloog en verbonden aan de afdeling Antropologie van de Vrije Universiteit Amsterdam

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Mannen zorgen. Verandering en continuïteit in zorgpatronen

 20,00
‘Opvoeding is ook mannenwerk’. ‘Echte mannen willen betaald ouderschapsverlof’. Met zulke slogans zijn mannen in de jaren negentig door de vakbeweging aangesproken op zorg, maar ook door werkgevers en de overheid. Die boodschap is nieuw en onderstreept dat zorg niet langer als vanzelfsprekende activiteit van vrouwen wordt beschouwd, maar dat mannen nu worden aangespoord te zorgen, waarmee zij een traditioneel aan vrouwen toegeschreven domein betreden. Dit wijst op een majeure historische verandering. De bijdrage van mannen aan de alledaagse zorg, én het maatschappelijk beroep dat op hen wordt gedaan, staat in deze studie centraal. Marianne Grünell deed het onderzoek bij drie leeftijdsgroepen: jongens in de middelbare schoolleeftijd, dertigers en vijfenvijftig-plussers. Daarnaast heeft ze gekeken hoe in drie maatschappelijke sectoren zorg als vraagstuk op de agenda is gekomen, in het beleid is verwerkt en wordt uitgedragen naar het publiek. Dat waren in het onderwijs in het vak verzorging, binnen de vakbeweging en bij de werkgevers(vertegenwoordigers) en binnen het vrijwilligerswerk in de zorg en de ouderenbonden. Jongens en mannen geven verschillende redenen aan om te zorgen, maar hoe ook vormgegeven en gemotiveerd, zorg begint een deel te worden van het alledaagse handelen van mannen. Machtsverhoudingen tussen mannen en vrouwen veranderden en zorgverdelingen veranderden daardoor ook.. Aan dit sociale proces hebben mannen en vrouwen ieder hun eigen aandeel, laverend tussen hun levensgeschiedenis, verantwoordelijkheidsgevoelens, mogelijkheden en idealen. Door de wederzijdse identificatie en imitatie ontwikkelen zich tussen de seksen nieuwe patronen, patronen waarin mannen anders zijn gaan zorgen.

Marianne Grünell is socioloog en verbonden aan het Hugo Sinzheimer Instituut van de Universiteit van Amsterdam.

Quick View

Mannen zorgen. Verandering en continuïteit in zorgpatronen

 20,00
‘Opvoeding is ook mannenwerk’. ‘Echte mannen willen betaald ouderschapsverlof’. Met zulke slogans zijn mannen in de jaren negentig door de vakbeweging aangesproken op zorg, maar ook door werkgevers en de overheid. Die boodschap is nieuw en onderstreept dat zorg niet langer als vanzelfsprekende activiteit van vrouwen wordt beschouwd, maar dat mannen nu worden aangespoord te zorgen, waarmee zij een traditioneel aan vrouwen toegeschreven domein betreden. Dit wijst op een majeure historische verandering. De bijdrage van mannen aan de alledaagse zorg, én het maatschappelijk beroep dat op hen wordt gedaan, staat in deze studie centraal. Marianne Grünell deed het onderzoek bij drie leeftijdsgroepen: jongens in de middelbare schoolleeftijd, dertigers en vijfenvijftig-plussers. Daarnaast heeft ze gekeken hoe in drie maatschappelijke sectoren zorg als vraagstuk op de agenda is gekomen, in het beleid is verwerkt en wordt uitgedragen naar het publiek. Dat waren in het onderwijs in het vak verzorging, binnen de vakbeweging en bij de werkgevers(vertegenwoordigers) en binnen het vrijwilligerswerk in de zorg en de ouderenbonden. Jongens en mannen geven verschillende redenen aan om te zorgen, maar hoe ook vormgegeven en gemotiveerd, zorg begint een deel te worden van het alledaagse handelen van mannen. Machtsverhoudingen tussen mannen en vrouwen veranderden en zorgverdelingen veranderden daardoor ook.. Aan dit sociale proces hebben mannen en vrouwen ieder hun eigen aandeel, laverend tussen hun levensgeschiedenis, verantwoordelijkheidsgevoelens, mogelijkheden en idealen. Door de wederzijdse identificatie en imitatie ontwikkelen zich tussen de seksen nieuwe patronen, patronen waarin mannen anders zijn gaan zorgen.

Marianne Grünell is socioloog en verbonden aan het Hugo Sinzheimer Instituut van de Universiteit van Amsterdam.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De joden in Nederland anno 2000. Demografisch profiel en binding aan het jodendom

 25,00
De afgelopen decennia hebben zich binnen de joodse gemeenschap in Nederland ingrijpende veranderingen voorgedaan. Enerzijds was er sprake van een sterke afkalving van het ledental van de joodse kerkgenootschappen, terwijl anderzijds het aantal informele joodse netwerken leek toe te nemen. Door de sinds de jaren zeventig toegenomen immigratie van joden uit met name Israël en het voormalige Oostblok, nam bovendien het aantal buitenlandse joden in Nederland toe. Voor joodse instellingen en organisaties was het vaak moeilijk om op genoemde ontwikkelingen in te spelen, aangezien actuele demografische gegevens over de doelgroep ontbraken en inzicht in de mate van binding aan het jodendom, een uiterst belangrijke factor in verband met het gebruik van joodse voorzieningen, zo goed als afwezig was. Deze studie voorziet in deze leemte. Dit onderzoek kent een tweetal voorgangers: het demografisch onderzoek uit 1954 en eenzelfde onderzoek in 1966. Een initiatief tot het houden van een nieuw sociaal-demografisch onderzoek werd genomen in 1984. Door een samenloop van omstandigheden vond dit echter geen doorgang. Registratieangst veroorzaakte grote commotie en leidde toen tot het stranden van de poging. Toen aan het eind van de jaren negentig het klimaat voor een dergelijk onderzoek wat gunstiger was geworden, werden de voorbereidingen voor het onderzoek getroffen. Dit boek, waarin men is uitgegaan van een brede definitie van de doelgroep, is daarvan het resultaat. Het boek geeft antwoord op vier centrale vragen: - Wat is de omvang van de in Nederland woonachtige populatie joden? - Wat is het sociaal-demografische profiel van de Nederlandse en in Nederland woonachtige buitenlandse joden? - Hoe ziet de demografische toekomst van de joden in Nederland er uit? - In welke mate en op welke wijze voelen Nederlandse en in Nederland woonachtige buitenlandse joden zich verbonden met het jodendom?

Quick View

De joden in Nederland anno 2000. Demografisch profiel en binding aan het jodendom

 25,00
De afgelopen decennia hebben zich binnen de joodse gemeenschap in Nederland ingrijpende veranderingen voorgedaan. Enerzijds was er sprake van een sterke afkalving van het ledental van de joodse kerkgenootschappen, terwijl anderzijds het aantal informele joodse netwerken leek toe te nemen. Door de sinds de jaren zeventig toegenomen immigratie van joden uit met name Israël en het voormalige Oostblok, nam bovendien het aantal buitenlandse joden in Nederland toe. Voor joodse instellingen en organisaties was het vaak moeilijk om op genoemde ontwikkelingen in te spelen, aangezien actuele demografische gegevens over de doelgroep ontbraken en inzicht in de mate van binding aan het jodendom, een uiterst belangrijke factor in verband met het gebruik van joodse voorzieningen, zo goed als afwezig was. Deze studie voorziet in deze leemte. Dit onderzoek kent een tweetal voorgangers: het demografisch onderzoek uit 1954 en eenzelfde onderzoek in 1966. Een initiatief tot het houden van een nieuw sociaal-demografisch onderzoek werd genomen in 1984. Door een samenloop van omstandigheden vond dit echter geen doorgang. Registratieangst veroorzaakte grote commotie en leidde toen tot het stranden van de poging. Toen aan het eind van de jaren negentig het klimaat voor een dergelijk onderzoek wat gunstiger was geworden, werden de voorbereidingen voor het onderzoek getroffen. Dit boek, waarin men is uitgegaan van een brede definitie van de doelgroep, is daarvan het resultaat. Het boek geeft antwoord op vier centrale vragen: - Wat is de omvang van de in Nederland woonachtige populatie joden? - Wat is het sociaal-demografische profiel van de Nederlandse en in Nederland woonachtige buitenlandse joden? - Hoe ziet de demografische toekomst van de joden in Nederland er uit? - In welke mate en op welke wijze voelen Nederlandse en in Nederland woonachtige buitenlandse joden zich verbonden met het jodendom?

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Werk in onroerende staat – 2de herziene uitgave(Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 16)

 40,60
De btw-problematiek van het werk in onroerende staat start met het kwalificeren van de handeling als roerend of onroerend. De plaats van de handeling bepaalt waar de handeling btw-technisch gelokaliseerd wordt. Zowel werk in onroerende staat verricht in België als in het buitenland komt aan bod.

Naast de plaats van de handeling dient ook bepaald te worden wie de schuldenaar van de btw is. Voor werk in onroerende staat bestaat er in België een verplicht systeem van verlegging van de heffing (art. 20 van KB nr. 1: btw te voldoen door de medecontractant). Daarnaast zijn er een aantal andere bepalingen die de schuldenaar van de btw bepalen en de voldoening van de btw regelen. De administratie voorziet bij het factureren van werk in onroerende staat bovendien in een aantal toleranties.

Een correcte facturering van het werk in onroerende staat is van belang in de praktijk omdat enkel wettelijk opeisbare btw bij de klant het recht op aftrek van de voorbelasting opent. Vaak wordt er echter ten onrechte met of zonder verlegging van de heffing gefactureerd.

Deze tweede, herziene uitgave gaat op al deze aspecten in, en bevat als tweede deel een uitgebreide analyse inzake inkomstenbelastingen.

Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is tevens deeltijds professor aan de faculteit Economie en bedrijfskunde van de Universiteit Gent waar hij de ‘Grondige studie btw’ doceert.

Wim Van Kerchove is licentiaat in de Handels- en Financiële wetenschappen en adviseur bij de FOD Financiën.

Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

Quick View

Werk in onroerende staat – 2de herziene uitgave(Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 16)

 40,60
De btw-problematiek van het werk in onroerende staat start met het kwalificeren van de handeling als roerend of onroerend. De plaats van de handeling bepaalt waar de handeling btw-technisch gelokaliseerd wordt. Zowel werk in onroerende staat verricht in België als in het buitenland komt aan bod.

Naast de plaats van de handeling dient ook bepaald te worden wie de schuldenaar van de btw is. Voor werk in onroerende staat bestaat er in België een verplicht systeem van verlegging van de heffing (art. 20 van KB nr. 1: btw te voldoen door de medecontractant). Daarnaast zijn er een aantal andere bepalingen die de schuldenaar van de btw bepalen en de voldoening van de btw regelen. De administratie voorziet bij het factureren van werk in onroerende staat bovendien in een aantal toleranties.

Een correcte facturering van het werk in onroerende staat is van belang in de praktijk omdat enkel wettelijk opeisbare btw bij de klant het recht op aftrek van de voorbelasting opent. Vaak wordt er echter ten onrechte met of zonder verlegging van de heffing gefactureerd.

Deze tweede, herziene uitgave gaat op al deze aspecten in, en bevat als tweede deel een uitgebreide analyse inzake inkomstenbelastingen.

Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is tevens deeltijds professor aan de faculteit Economie en bedrijfskunde van de Universiteit Gent waar hij de ‘Grondige studie btw’ doceert.

Wim Van Kerchove is licentiaat in de Handels- en Financiële wetenschappen en adviseur bij de FOD Financiën.

Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Perceiving crime as alternative? A randomized scenario study (Gandaius meesterlijk, nr. 5)

 22,00
In the past 200 years, many explanations have been given for rule-breaking behavior. A classic idea, that was developed during the Enlightenment, was that crime should be understood as the outcome of a rational choice process. While much criticism exists with regard to rational choice theories, the fact remains that humans deliberate when committing acts. This process of deliberation deserves attention in etiological research, despite the fact that some of the assumptions of rational choice theories do not hold. This is exactly what this book is all about. This book is the result of an innovative attempt to study criminal decision-making using a less studied method in criminological inquiries, namely randomized scenario studies. A randomized scenario study combines the principles of survey research with ideas that are central in experimental design.

This book is an elaboration of a dissertation written by Benjamin Van Damme, who personally developed an internet application for randomized scenario studies that can be used to test ideas developed in theories of crime causation. This dissertation is part of a larger research initiative of Lieven Pauwels, who supervised Benjamin Van Damme’s master dissertation, namely a study on the empirical status of situational action theory. Benjamin Van Damme and Lieven Pauwels empirically demonstrate that criminal decisionmaking can be seen as a perception-choice process, i.e. the result of person-environment interactions. Environmental characteristics trigger criminal decision-making, but only in individuals that see crime as an alternative. The theoretical and methodological consequences for criminological inquiries are discussed.

Geen voorraad
Quick View

Perceiving crime as alternative? A randomized scenario study (Gandaius meesterlijk, nr. 5)

 22,00
In the past 200 years, many explanations have been given for rule-breaking behavior. A classic idea, that was developed during the Enlightenment, was that crime should be understood as the outcome of a rational choice process. While much criticism exists with regard to rational choice theories, the fact remains that humans deliberate when committing acts. This process of deliberation deserves attention in etiological research, despite the fact that some of the assumptions of rational choice theories do not hold. This is exactly what this book is all about. This book is the result of an innovative attempt to study criminal decision-making using a less studied method in criminological inquiries, namely randomized scenario studies. A randomized scenario study combines the principles of survey research with ideas that are central in experimental design.

This book is an elaboration of a dissertation written by Benjamin Van Damme, who personally developed an internet application for randomized scenario studies that can be used to test ideas developed in theories of crime causation. This dissertation is part of a larger research initiative of Lieven Pauwels, who supervised Benjamin Van Damme’s master dissertation, namely a study on the empirical status of situational action theory. Benjamin Van Damme and Lieven Pauwels empirically demonstrate that criminal decisionmaking can be seen as a perception-choice process, i.e. the result of person-environment interactions. Environmental characteristics trigger criminal decision-making, but only in individuals that see crime as an alternative. The theoretical and methodological consequences for criminological inquiries are discussed.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 5.

 30,00

Artikelen / Articles

‘La main sinistre’. Police secrète allemande et taupes belges. 1914-1918
Emmanuel Debruyne & Élise Rezsöhazy

Malaises et suspicions: les services secrets et la création du 5th Belgian SAS Squadron
Karim Jouari

Spatio-temporal dynamics of terrorism: the case of France
Rachid Kerkab

About the Global Futures Forum
Renaat Vandecasteele

BLAO-BOX: un bureau de renseignements tripartite à Bruxelles(anglo-franco-belge) dans l’entre-deux-guerres
Etienne Verhoeyen

Een Antwerpse cocktail. De dienst Bijzondere Opdrachten van de stedelijkepolitie (1937-1940): een ‘politieke politie’ van burgemeester Huysmans?
Etienne Verhoeyen

Big data en rechtshandhaving; hype of hoop?
René L.N. Westra & Gerard J.C.M. Bakker

Toespraken / Discours

Toespraak van Minister van Justitie Koen Geens op de BISC Studiedag ‘Building Belgium’s cyber intelligence knowledge capacity’ Toespraak (2 december 2014 – NL/FR)

Toespraak van de voorzitter van het Vast Comité I Guy Rapaille over de‘Belgian Intelligence Academy’ (BIA), Brussel, 23 januari 2015

Review

The Gatekeepers
Jelle Janssens

Voorwoord

Avant-propos''

Quick View

Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 5.

 30,00

Artikelen / Articles

‘La main sinistre’. Police secrète allemande et taupes belges. 1914-1918
Emmanuel Debruyne & Élise Rezsöhazy

Malaises et suspicions: les services secrets et la création du 5th Belgian SAS Squadron
Karim Jouari

Spatio-temporal dynamics of terrorism: the case of France
Rachid Kerkab

About the Global Futures Forum
Renaat Vandecasteele

BLAO-BOX: un bureau de renseignements tripartite à Bruxelles(anglo-franco-belge) dans l’entre-deux-guerres
Etienne Verhoeyen

Een Antwerpse cocktail. De dienst Bijzondere Opdrachten van de stedelijkepolitie (1937-1940): een ‘politieke politie’ van burgemeester Huysmans?
Etienne Verhoeyen

Big data en rechtshandhaving; hype of hoop?
René L.N. Westra & Gerard J.C.M. Bakker

Toespraken / Discours

Toespraak van Minister van Justitie Koen Geens op de BISC Studiedag ‘Building Belgium’s cyber intelligence knowledge capacity’ Toespraak (2 december 2014 – NL/FR)

Toespraak van de voorzitter van het Vast Comité I Guy Rapaille over de‘Belgian Intelligence Academy’ (BIA), Brussel, 23 januari 2015

Review

The Gatekeepers
Jelle Janssens

Voorwoord

Avant-propos''

Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Schadebeperkende maatregelen voor de stad Gent. Een onderzoek naar de lokale noden en prioriteiten (Gandaius Meesterlijk, nr. 4)

 29,95

Harm reduction of schadebeperking is een pragmatische benadering gericht op het reduceren van de schadelijke gevolgen van problematisch druggebruik. Harm reduction-strategieën zoals spuitenruil, substitutiebehandeling, gebruiksruimtes en medisch gecontroleerde heroïneverstrekking vormen een belangrijke pijler binnen een geïntegreerd (lokaal) drugsbeleid. Het is van groot belang dat deze harm reduction-strategieën zijn toegesneden op de specifieke lokale noden.

Op vraag van de Stad Gent voerden IRCP en ISD een empirisch onderzoek naar de lokale noden en prioriteiten op het vlak van harm reduction in de stad Gent. Dit onderzoek bestond uit twee opeenvolgende luiken, kwalitatief en kwantitatief van aard. De inbreng van professionelen en (ex-)druggebruikers stond hierbij centraal.

De resultaten tonen dat het bestaande aanbod in Gent tegemoet komt aan de lokale noden, al is hier duidelijk nog ruimte voor de optimalisatie van bestaande en de implementatie van nieuwe initiatieven. Vijf prioriteiten staan hierbij centraal: het optimaliseren van harm reduction-initiatieven voor de gevangenis, meer mogelijkheden voor zinvolle daginvulling, meer betaalbare huisvesting voor problematische druggebruikers, de implementatie van een laagdrempelig inloopcentrum en van een gebruiksruimte. Voor elk van deze prioriteiten zijn concrete actiepunten geformuleerd, specifiek voor de lokale Gentse context.



Quick View

Schadebeperkende maatregelen voor de stad Gent. Een onderzoek naar de lokale noden en prioriteiten (Gandaius Meesterlijk, nr. 4)

 29,95

Harm reduction of schadebeperking is een pragmatische benadering gericht op het reduceren van de schadelijke gevolgen van problematisch druggebruik. Harm reduction-strategieën zoals spuitenruil, substitutiebehandeling, gebruiksruimtes en medisch gecontroleerde heroïneverstrekking vormen een belangrijke pijler binnen een geïntegreerd (lokaal) drugsbeleid. Het is van groot belang dat deze harm reduction-strategieën zijn toegesneden op de specifieke lokale noden.

Op vraag van de Stad Gent voerden IRCP en ISD een empirisch onderzoek naar de lokale noden en prioriteiten op het vlak van harm reduction in de stad Gent. Dit onderzoek bestond uit twee opeenvolgende luiken, kwalitatief en kwantitatief van aard. De inbreng van professionelen en (ex-)druggebruikers stond hierbij centraal.

De resultaten tonen dat het bestaande aanbod in Gent tegemoet komt aan de lokale noden, al is hier duidelijk nog ruimte voor de optimalisatie van bestaande en de implementatie van nieuwe initiatieven. Vijf prioriteiten staan hierbij centraal: het optimaliseren van harm reduction-initiatieven voor de gevangenis, meer mogelijkheden voor zinvolle daginvulling, meer betaalbare huisvesting voor problematische druggebruikers, de implementatie van een laagdrempelig inloopcentrum en van een gebruiksruimte. Voor elk van deze prioriteiten zijn concrete actiepunten geformuleerd, specifiek voor de lokale Gentse context.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Nu het gouden kalf verdronken is. Van hebzucht naar altruïsme als hoeksteen voor een Nieuwe Monetaire Wereldorde

 41,10

"It is well enough that people of the nation do not understand our banking and monetary system, for if they did, I believe there would be a revolution before tomorrow morning."
— Henry Ford (1863-1947)


Al ruim dertig jaar bepaalt het neoliberale gedachtegoed wereldwijd de sociaaleconomische ordening. Tal van sociale correctiemechanismen die in de loop van de vorige eeuw moeizaam waren bereikt om de blinde toepassing van de vrije marktmechanismen toch enigszins te temperen, gingen daarbij op de schop.

Het proces van almaar toenemende liberalisering van de wereldeconomie heeft geleid tot nefaste gevolgen voor de mensheid en onze planeet. Staten, ondernemingen en particulieren blijven hun toevlucht zoeken in systemen van schuldfinanciering, gebaseerd op de neoliberale mythe dat problemen niet aangepakt dienen te worden. ‘De onzichtbare hand die de vrije marktwerking aanstuurt, zal ze immers ooit wel vanzelf oplossen’.

Het is stilaan overduidelijk dat het neoliberale gedachtegoed heeft gefaald en bovenal vorm heeft gegeven aan een manifest onrechtvaardige wereld. Toch blijven tal van landen en supranationale organisaties, zoals het Internationaal Monetair Fonds en de Europese Unie, zonder noemenswaardig debat het pad van het neoliberalisme volgen.

Waarom blijft de wereldeconomie, zelfs na de zware financiële crisis van 2008, overgeleverd aan de neoliberale waanzin? En wat is een mogelijk alternatief?

Interview Kanaal Z

Voordracht Maklu boekenpodium



Koen Byttebier is advocaat en gewoon hoogleraar monetair en financieel recht, alsook handels-, vennootschaps- en insolventierecht aan de Vrije Universiteit Brussel. Voor Byttebier is het welletjes geweest met het huidige financiële systeem. Als resultaat van twee decennia denkwerk en onderwijs, komt hij tot de conclusie dat het tijd is voor een daadwerkelijke maatschappelijke verandering, gesteund op een resoluut altruïsme als alternatief voor de heersende waarden van hebzucht en egoïsme.

Nooit eerder kwam een oproep tot radicale hervorming van ons geldwezen uit deze onverwachte juridische hoek.

Quick View

Nu het gouden kalf verdronken is. Van hebzucht naar altruïsme als hoeksteen voor een Nieuwe Monetaire Wereldorde

 41,10

"It is well enough that people of the nation do not understand our banking and monetary system, for if they did, I believe there would be a revolution before tomorrow morning."
— Henry Ford (1863-1947)


Al ruim dertig jaar bepaalt het neoliberale gedachtegoed wereldwijd de sociaaleconomische ordening. Tal van sociale correctiemechanismen die in de loop van de vorige eeuw moeizaam waren bereikt om de blinde toepassing van de vrije marktmechanismen toch enigszins te temperen, gingen daarbij op de schop.

Het proces van almaar toenemende liberalisering van de wereldeconomie heeft geleid tot nefaste gevolgen voor de mensheid en onze planeet. Staten, ondernemingen en particulieren blijven hun toevlucht zoeken in systemen van schuldfinanciering, gebaseerd op de neoliberale mythe dat problemen niet aangepakt dienen te worden. ‘De onzichtbare hand die de vrije marktwerking aanstuurt, zal ze immers ooit wel vanzelf oplossen’.

Het is stilaan overduidelijk dat het neoliberale gedachtegoed heeft gefaald en bovenal vorm heeft gegeven aan een manifest onrechtvaardige wereld. Toch blijven tal van landen en supranationale organisaties, zoals het Internationaal Monetair Fonds en de Europese Unie, zonder noemenswaardig debat het pad van het neoliberalisme volgen.

Waarom blijft de wereldeconomie, zelfs na de zware financiële crisis van 2008, overgeleverd aan de neoliberale waanzin? En wat is een mogelijk alternatief?

Interview Kanaal Z

Voordracht Maklu boekenpodium



Koen Byttebier is advocaat en gewoon hoogleraar monetair en financieel recht, alsook handels-, vennootschaps- en insolventierecht aan de Vrije Universiteit Brussel. Voor Byttebier is het welletjes geweest met het huidige financiële systeem. Als resultaat van twee decennia denkwerk en onderwijs, komt hij tot de conclusie dat het tijd is voor een daadwerkelijke maatschappelijke verandering, gesteund op een resoluut altruïsme als alternatief voor de heersende waarden van hebzucht en egoïsme.

Nooit eerder kwam een oproep tot radicale hervorming van ons geldwezen uit deze onverwachte juridische hoek.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Kosovo onder internationaal toezicht. Een eindig verhaal? (IRCP-reeks, nr. 48)

 28,80

In februari 2008 lanceerde de Raad van de Europese Unie de European Union Rule of Law Mission in Kosovo (EULEX) met als doel de Kosovaarse autoriteiten bij te staan bij de verdere ontwikkeling van een Kosovaarse rechtstaat. Op basis van veldonderzoek in Kosovo en interviews met onder andere leden van EULEX en de Kosovaarse politie wordt in dit boek onderzocht hoe Europa in samenwerking met de lokale overheden met vallen en opstaan een verantwoordelijk, onafhankelijk en goed functionerend politie- en justitieapparaat heeft getracht te creëren. Daarbij wordt dieper ingegaan op de weinig belichte programmatische aanpak van EULEX en op het moeilijke evenwicht tussen het verlenen van meer bevoegdheden aan de Kosovaarse autoriteiten en de uitoefening van het internationaal toezicht.

GPRC – guaranteed peer reviewed content

Jelle Janssens (1981) is criminoloog (2005), behaalde een Master in het Management voor Overheidsorganisaties (2006) en is doctor in de Criminologische Wetenschappen (2013). Hij is een onderzoeker aan de Vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid (Universiteit Gent) en lid van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP). Zijn onderzoeksinteresses gaan uit naar formele en informele sociale controle in postconflictgebieden, (internationaal) strafrechtelijk en politiebeleid, gemeenschapsgerichte politiezorg en plural policing.

Quick View

Kosovo onder internationaal toezicht. Een eindig verhaal? (IRCP-reeks, nr. 48)

 28,80

In februari 2008 lanceerde de Raad van de Europese Unie de European Union Rule of Law Mission in Kosovo (EULEX) met als doel de Kosovaarse autoriteiten bij te staan bij de verdere ontwikkeling van een Kosovaarse rechtstaat. Op basis van veldonderzoek in Kosovo en interviews met onder andere leden van EULEX en de Kosovaarse politie wordt in dit boek onderzocht hoe Europa in samenwerking met de lokale overheden met vallen en opstaan een verantwoordelijk, onafhankelijk en goed functionerend politie- en justitieapparaat heeft getracht te creëren. Daarbij wordt dieper ingegaan op de weinig belichte programmatische aanpak van EULEX en op het moeilijke evenwicht tussen het verlenen van meer bevoegdheden aan de Kosovaarse autoriteiten en de uitoefening van het internationaal toezicht.

GPRC – guaranteed peer reviewed content

Jelle Janssens (1981) is criminoloog (2005), behaalde een Master in het Management voor Overheidsorganisaties (2006) en is doctor in de Criminologische Wetenschappen (2013). Hij is een onderzoeker aan de Vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid (Universiteit Gent) en lid van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP). Zijn onderzoeksinteresses gaan uit naar formele en informele sociale controle in postconflictgebieden, (internationaal) strafrechtelijk en politiebeleid, gemeenschapsgerichte politiezorg en plural policing.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Scénarios pour une nouvelle procédure pénale belge. Etude pratique des problèmes rencontrés (IRCP-reeks, nr. 50)

 75,00



Sur le livre:
La nécessité de procéder à une réforme globale et à une modernisation de la procédure pénale fait consensus depuis longtemps déjà. Après l’arrêt final des travaux de la Commission Franchimont, le débat a connu un second souffle avec l’accord de gouvernement fédéral de 2011, qui réitérait l’intention de rédiger un Code d’instruction criminelle modernisé. En réponse à la note de politique générale du ministre de la Justice, le service de la Politique criminelle a rédigé fin 2012 un cahier de charges pour une « Étude pratique des points d’achoppement dans l’actuelle procédure pénale belge en vue de la rédaction d’une nouvelle procédure pénale ». Cette étude a été confiée à une équipe de recherche de l’université de Gand à l’été 2013 et finalisée à l’automne 2014. Le présent livre regroupe les résultats de l’étude. Entre-temps, le moment de réaliser une réforme de la procédure pénale – l’accord de gouvernement fédéral du 9 octobre 2014 en a encore souligné l’importance – est plus propice que jamais.

Cet ouvrage ne fait pas que relever les nombreux problèmes qui se posent dans le cadre de la procédure pénale actuelle, tels que les ressentent des acteurs comme les magistrats, les avocats et la police. L’analyse des chercheurs établit clairement qu’une réforme globale de la procédure pénale nécessite en réalité un choix politique fondamental concernant la direction de l’instruction préparatoire et le degré de participation des parties dans cette instruction préparatoire. Dès que ce choix politique sera fait, d’autres choix s’imposeront pour aborder les divers autres problèmes. C’est la raison pour laquelle les chercheurs ont développé dans ce livre quatre scénarios différents qui présentent chacun, en fonction des choix fondamentaux à opérer, une proposition globale cohérente en vue d’une procédure pénale plus efficiente.

Ce livre apporte une contribution objective et neutre au futur débat sur la réforme et constitue une lecture recommandée pour toutes les personnes qui s’intéressent pour des raisons professionnelles ou autres à l’avenir de la procédure pénale belge.

GPRC – guaranteed peer reviewed content


Bon de commande

Sur le contenu:
Contenu
Avant-Propos

Quick View

Scénarios pour une nouvelle procédure pénale belge. Etude pratique des problèmes rencontrés (IRCP-reeks, nr. 50)

 75,00



Sur le livre:
La nécessité de procéder à une réforme globale et à une modernisation de la procédure pénale fait consensus depuis longtemps déjà. Après l’arrêt final des travaux de la Commission Franchimont, le débat a connu un second souffle avec l’accord de gouvernement fédéral de 2011, qui réitérait l’intention de rédiger un Code d’instruction criminelle modernisé. En réponse à la note de politique générale du ministre de la Justice, le service de la Politique criminelle a rédigé fin 2012 un cahier de charges pour une « Étude pratique des points d’achoppement dans l’actuelle procédure pénale belge en vue de la rédaction d’une nouvelle procédure pénale ». Cette étude a été confiée à une équipe de recherche de l’université de Gand à l’été 2013 et finalisée à l’automne 2014. Le présent livre regroupe les résultats de l’étude. Entre-temps, le moment de réaliser une réforme de la procédure pénale – l’accord de gouvernement fédéral du 9 octobre 2014 en a encore souligné l’importance – est plus propice que jamais.

Cet ouvrage ne fait pas que relever les nombreux problèmes qui se posent dans le cadre de la procédure pénale actuelle, tels que les ressentent des acteurs comme les magistrats, les avocats et la police. L’analyse des chercheurs établit clairement qu’une réforme globale de la procédure pénale nécessite en réalité un choix politique fondamental concernant la direction de l’instruction préparatoire et le degré de participation des parties dans cette instruction préparatoire. Dès que ce choix politique sera fait, d’autres choix s’imposeront pour aborder les divers autres problèmes. C’est la raison pour laquelle les chercheurs ont développé dans ce livre quatre scénarios différents qui présentent chacun, en fonction des choix fondamentaux à opérer, une proposition globale cohérente en vue d’une procédure pénale plus efficiente.

Ce livre apporte une contribution objective et neutre au futur débat sur la réforme et constitue une lecture recommandée pour toutes les personnes qui s’intéressent pour des raisons professionnelles ou autres à l’avenir de la procédure pénale belge.

GPRC – guaranteed peer reviewed content


Bon de commande

Sur le contenu:
Contenu
Avant-Propos

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
    ×