Bildung macht frei. Humanistische en realistische vorming in Duitsland 1600-1860 .
Bildung macht frei. Humanistische en realistische vorming in Duitsland 1600-1860 .
Bacchus Internationaal. De mondialisering van de wijnsector.
Ingelise de Boer is politicoloog en nu als assistent verbonden aan de PvdA-fractie in het Europarlement in Brussel. Paulien van den Tempel is politicoloog en verbonden aan het C.M. Kan-Instituut van de Universiteit van Amsterdam.
Bacchus Internationaal. De mondialisering van de wijnsector.
Ingelise de Boer is politicoloog en nu als assistent verbonden aan de PvdA-fractie in het Europarlement in Brussel. Paulien van den Tempel is politicoloog en verbonden aan het C.M. Kan-Instituut van de Universiteit van Amsterdam.
Zoals sneeuwvlokken over de wereld dwarrelen. De hedendaagse devotie rond Maria, de Vrouwe aller Volkeren.
Ester Kruk is antropoloog en verbonden aan de afdeling Antropologie van de Vrije Universiteit Amsterdam
Zoals sneeuwvlokken over de wereld dwarrelen. De hedendaagse devotie rond Maria, de Vrouwe aller Volkeren.
Ester Kruk is antropoloog en verbonden aan de afdeling Antropologie van de Vrije Universiteit Amsterdam
Mannen zorgen. Verandering en continuïteit in zorgpatronen
Marianne Grünell is socioloog en verbonden aan het Hugo Sinzheimer Instituut van de Universiteit van Amsterdam.
Mannen zorgen. Verandering en continuïteit in zorgpatronen
Marianne Grünell is socioloog en verbonden aan het Hugo Sinzheimer Instituut van de Universiteit van Amsterdam.
De joden in Nederland anno 2000. Demografisch profiel en binding aan het jodendom
De joden in Nederland anno 2000. Demografisch profiel en binding aan het jodendom
Werk in onroerende staat – 2de herziene uitgave(Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 16)
Naast de plaats van de handeling dient ook bepaald te worden wie de schuldenaar van de btw is. Voor werk in onroerende staat bestaat er in België een verplicht systeem van verlegging van de heffing (art. 20 van KB nr. 1: btw te voldoen door de medecontractant). Daarnaast zijn er een aantal andere bepalingen die de schuldenaar van de btw bepalen en de voldoening van de btw regelen. De administratie voorziet bij het factureren van werk in onroerende staat bovendien in een aantal toleranties.
Een correcte facturering van het werk in onroerende staat is van belang in de praktijk omdat enkel wettelijk opeisbare btw bij de klant het recht op aftrek van de voorbelasting opent. Vaak wordt er echter ten onrechte met of zonder verlegging van de heffing gefactureerd.
Deze tweede, herziene uitgave gaat op al deze aspecten in, en bevat als tweede deel
een uitgebreide analyse inzake inkomstenbelastingen.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur
van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken.
Hij is tevens deeltijds professor aan de faculteit Economie en bedrijfskunde van de
Universiteit Gent waar hij de ‘Grondige studie btw’ doceert.
Wim Van Kerchove is licentiaat in de Handels- en Financiële wetenschappen en
adviseur bij de FOD Financiën.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
Werk in onroerende staat – 2de herziene uitgave(Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 16)
Naast de plaats van de handeling dient ook bepaald te worden wie de schuldenaar van de btw is. Voor werk in onroerende staat bestaat er in België een verplicht systeem van verlegging van de heffing (art. 20 van KB nr. 1: btw te voldoen door de medecontractant). Daarnaast zijn er een aantal andere bepalingen die de schuldenaar van de btw bepalen en de voldoening van de btw regelen. De administratie voorziet bij het factureren van werk in onroerende staat bovendien in een aantal toleranties.
Een correcte facturering van het werk in onroerende staat is van belang in de praktijk omdat enkel wettelijk opeisbare btw bij de klant het recht op aftrek van de voorbelasting opent. Vaak wordt er echter ten onrechte met of zonder verlegging van de heffing gefactureerd.
Deze tweede, herziene uitgave gaat op al deze aspecten in, en bevat als tweede deel
een uitgebreide analyse inzake inkomstenbelastingen.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur
van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken.
Hij is tevens deeltijds professor aan de faculteit Economie en bedrijfskunde van de
Universiteit Gent waar hij de ‘Grondige studie btw’ doceert.
Wim Van Kerchove is licentiaat in de Handels- en Financiële wetenschappen en
adviseur bij de FOD Financiën.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
Perceiving crime as alternative? A randomized scenario study (Gandaius meesterlijk, nr. 5)
This book is an elaboration of a dissertation written by Benjamin
Van Damme, who personally developed an internet
application for randomized scenario studies that can be
used to test ideas developed in theories of crime causation.
This dissertation is part of a larger research initiative of Lieven
Pauwels, who supervised Benjamin Van Damme’s master
dissertation, namely a study on the empirical status of
situational action theory. Benjamin Van Damme and Lieven
Pauwels empirically demonstrate that criminal decisionmaking
can be seen as a perception-choice process, i.e. the
result of person-environment interactions. Environmental
characteristics trigger criminal decision-making, but only in
individuals that see crime as an alternative. The theoretical
and methodological consequences for criminological inquiries
are discussed.
Perceiving crime as alternative? A randomized scenario study (Gandaius meesterlijk, nr. 5)
This book is an elaboration of a dissertation written by Benjamin
Van Damme, who personally developed an internet
application for randomized scenario studies that can be
used to test ideas developed in theories of crime causation.
This dissertation is part of a larger research initiative of Lieven
Pauwels, who supervised Benjamin Van Damme’s master
dissertation, namely a study on the empirical status of
situational action theory. Benjamin Van Damme and Lieven
Pauwels empirically demonstrate that criminal decisionmaking
can be seen as a perception-choice process, i.e. the
result of person-environment interactions. Environmental
characteristics trigger criminal decision-making, but only in
individuals that see crime as an alternative. The theoretical
and methodological consequences for criminological inquiries
are discussed.
Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 5.
Artikelen / Articles
‘La main sinistre’. Police secrète allemande et taupes belges. 1914-1918
Emmanuel Debruyne & Élise Rezsöhazy
Malaises et suspicions: les services secrets et la création du 5th Belgian SAS Squadron
Karim Jouari
Spatio-temporal dynamics of terrorism: the case of France
Rachid Kerkab
About the Global Futures Forum
Renaat Vandecasteele
BLAO-BOX: un bureau de renseignements tripartite à Bruxelles(anglo-franco-belge) dans l’entre-deux-guerres
Etienne Verhoeyen
Een Antwerpse cocktail. De dienst Bijzondere Opdrachten van de stedelijkepolitie (1937-1940): een ‘politieke politie’ van burgemeester Huysmans?
Etienne Verhoeyen
Big data en rechtshandhaving; hype of hoop?
René L.N. Westra & Gerard J.C.M. Bakker
Toespraken / Discours
Toespraak van Minister van Justitie Koen Geens op de BISC Studiedag ‘Building Belgium’s cyber intelligence knowledge capacity’ Toespraak (2 december 2014 – NL/FR)
Toespraak van de voorzitter van het Vast Comité I Guy Rapaille over de‘Belgian Intelligence Academy’ (BIA), Brussel, 23 januari 2015
Review
The Gatekeepers
Jelle Janssens
Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 5.
Artikelen / Articles
‘La main sinistre’. Police secrète allemande et taupes belges. 1914-1918
Emmanuel Debruyne & Élise Rezsöhazy
Malaises et suspicions: les services secrets et la création du 5th Belgian SAS Squadron
Karim Jouari
Spatio-temporal dynamics of terrorism: the case of France
Rachid Kerkab
About the Global Futures Forum
Renaat Vandecasteele
BLAO-BOX: un bureau de renseignements tripartite à Bruxelles(anglo-franco-belge) dans l’entre-deux-guerres
Etienne Verhoeyen
Een Antwerpse cocktail. De dienst Bijzondere Opdrachten van de stedelijkepolitie (1937-1940): een ‘politieke politie’ van burgemeester Huysmans?
Etienne Verhoeyen
Big data en rechtshandhaving; hype of hoop?
René L.N. Westra & Gerard J.C.M. Bakker
Toespraken / Discours
Toespraak van Minister van Justitie Koen Geens op de BISC Studiedag ‘Building Belgium’s cyber intelligence knowledge capacity’ Toespraak (2 december 2014 – NL/FR)
Toespraak van de voorzitter van het Vast Comité I Guy Rapaille over de‘Belgian Intelligence Academy’ (BIA), Brussel, 23 januari 2015
Review
The Gatekeepers
Jelle Janssens
Schadebeperkende maatregelen voor de stad Gent. Een onderzoek naar de lokale noden en prioriteiten (Gandaius Meesterlijk, nr. 4)
Harm reduction of schadebeperking is een pragmatische benadering gericht op het reduceren van de schadelijke gevolgen van problematisch druggebruik. Harm reduction-strategieën zoals spuitenruil, substitutiebehandeling, gebruiksruimtes en medisch gecontroleerde heroïneverstrekking vormen een belangrijke pijler binnen een geïntegreerd (lokaal) drugsbeleid. Het is van groot belang dat deze harm reduction-strategieën zijn toegesneden op de specifieke lokale noden.
Op vraag van de Stad Gent voerden IRCP en ISD een empirisch onderzoek naar de lokale noden en prioriteiten op het vlak van harm reduction in de stad Gent. Dit onderzoek bestond uit twee opeenvolgende luiken, kwalitatief en kwantitatief van aard. De inbreng van professionelen en (ex-)druggebruikers stond hierbij centraal.
De resultaten tonen dat het bestaande aanbod in Gent tegemoet komt aan de lokale noden, al is hier duidelijk nog ruimte voor de optimalisatie van bestaande en de implementatie van nieuwe initiatieven. Vijf prioriteiten staan hierbij centraal: het optimaliseren van harm reduction-initiatieven voor de gevangenis, meer mogelijkheden voor zinvolle daginvulling, meer betaalbare huisvesting voor problematische druggebruikers, de implementatie van een laagdrempelig inloopcentrum en van een gebruiksruimte. Voor elk van deze prioriteiten zijn concrete actiepunten geformuleerd, specifiek voor de lokale Gentse context.
Schadebeperkende maatregelen voor de stad Gent. Een onderzoek naar de lokale noden en prioriteiten (Gandaius Meesterlijk, nr. 4)
Harm reduction of schadebeperking is een pragmatische benadering gericht op het reduceren van de schadelijke gevolgen van problematisch druggebruik. Harm reduction-strategieën zoals spuitenruil, substitutiebehandeling, gebruiksruimtes en medisch gecontroleerde heroïneverstrekking vormen een belangrijke pijler binnen een geïntegreerd (lokaal) drugsbeleid. Het is van groot belang dat deze harm reduction-strategieën zijn toegesneden op de specifieke lokale noden.
Op vraag van de Stad Gent voerden IRCP en ISD een empirisch onderzoek naar de lokale noden en prioriteiten op het vlak van harm reduction in de stad Gent. Dit onderzoek bestond uit twee opeenvolgende luiken, kwalitatief en kwantitatief van aard. De inbreng van professionelen en (ex-)druggebruikers stond hierbij centraal.
De resultaten tonen dat het bestaande aanbod in Gent tegemoet komt aan de lokale noden, al is hier duidelijk nog ruimte voor de optimalisatie van bestaande en de implementatie van nieuwe initiatieven. Vijf prioriteiten staan hierbij centraal: het optimaliseren van harm reduction-initiatieven voor de gevangenis, meer mogelijkheden voor zinvolle daginvulling, meer betaalbare huisvesting voor problematische druggebruikers, de implementatie van een laagdrempelig inloopcentrum en van een gebruiksruimte. Voor elk van deze prioriteiten zijn concrete actiepunten geformuleerd, specifiek voor de lokale Gentse context.
Nu het gouden kalf verdronken is. Van hebzucht naar altruïsme als hoeksteen voor een Nieuwe Monetaire Wereldorde
"It is well enough that people of the nation do not understand
our banking and monetary system, for if they did, I believe there
would be a revolution before tomorrow morning."
— Henry Ford (1863-1947)
Al ruim dertig jaar bepaalt het neoliberale gedachtegoed wereldwijd de sociaaleconomische ordening. Tal van sociale correctiemechanismen die in de loop van de vorige eeuw moeizaam waren bereikt om de blinde toepassing van de vrije marktmechanismen toch enigszins te temperen, gingen daarbij op de schop.
Het proces van almaar toenemende liberalisering van de wereldeconomie heeft geleid tot nefaste gevolgen voor de mensheid en onze planeet. Staten, ondernemingen en particulieren blijven hun toevlucht zoeken in systemen van schuldfinanciering, gebaseerd op de neoliberale mythe dat problemen niet aangepakt dienen te worden. ‘De onzichtbare hand die de vrije marktwerking aanstuurt, zal ze immers ooit wel vanzelf oplossen’.
Het is stilaan overduidelijk dat het neoliberale gedachtegoed heeft gefaald en bovenal vorm heeft gegeven aan een manifest onrechtvaardige wereld. Toch blijven tal van landen en supranationale organisaties, zoals het Internationaal Monetair Fonds en de Europese Unie, zonder noemenswaardig debat het pad van het neoliberalisme volgen.
Waarom blijft de wereldeconomie, zelfs na de zware financiële crisis van 2008, overgeleverd aan de neoliberale waanzin? En wat is een mogelijk alternatief?
Koen Byttebier is advocaat en gewoon hoogleraar monetair en financieel recht, alsook handels-, vennootschaps- en insolventierecht aan de Vrije Universiteit Brussel. Voor Byttebier is het welletjes geweest met het huidige financiële systeem. Als resultaat van twee decennia denkwerk en onderwijs, komt hij tot de conclusie dat het tijd is voor een daadwerkelijke maatschappelijke verandering, gesteund op een resoluut altruïsme als alternatief voor de heersende waarden van hebzucht en egoïsme.
Nooit eerder kwam een oproep tot radicale hervorming van ons geldwezen uit deze onverwachte juridische hoek.
Nu het gouden kalf verdronken is. Van hebzucht naar altruïsme als hoeksteen voor een Nieuwe Monetaire Wereldorde
"It is well enough that people of the nation do not understand
our banking and monetary system, for if they did, I believe there
would be a revolution before tomorrow morning."
— Henry Ford (1863-1947)
Al ruim dertig jaar bepaalt het neoliberale gedachtegoed wereldwijd de sociaaleconomische ordening. Tal van sociale correctiemechanismen die in de loop van de vorige eeuw moeizaam waren bereikt om de blinde toepassing van de vrije marktmechanismen toch enigszins te temperen, gingen daarbij op de schop.
Het proces van almaar toenemende liberalisering van de wereldeconomie heeft geleid tot nefaste gevolgen voor de mensheid en onze planeet. Staten, ondernemingen en particulieren blijven hun toevlucht zoeken in systemen van schuldfinanciering, gebaseerd op de neoliberale mythe dat problemen niet aangepakt dienen te worden. ‘De onzichtbare hand die de vrije marktwerking aanstuurt, zal ze immers ooit wel vanzelf oplossen’.
Het is stilaan overduidelijk dat het neoliberale gedachtegoed heeft gefaald en bovenal vorm heeft gegeven aan een manifest onrechtvaardige wereld. Toch blijven tal van landen en supranationale organisaties, zoals het Internationaal Monetair Fonds en de Europese Unie, zonder noemenswaardig debat het pad van het neoliberalisme volgen.
Waarom blijft de wereldeconomie, zelfs na de zware financiële crisis van 2008, overgeleverd aan de neoliberale waanzin? En wat is een mogelijk alternatief?
Koen Byttebier is advocaat en gewoon hoogleraar monetair en financieel recht, alsook handels-, vennootschaps- en insolventierecht aan de Vrije Universiteit Brussel. Voor Byttebier is het welletjes geweest met het huidige financiële systeem. Als resultaat van twee decennia denkwerk en onderwijs, komt hij tot de conclusie dat het tijd is voor een daadwerkelijke maatschappelijke verandering, gesteund op een resoluut altruïsme als alternatief voor de heersende waarden van hebzucht en egoïsme.
Nooit eerder kwam een oproep tot radicale hervorming van ons geldwezen uit deze onverwachte juridische hoek.
Kosovo onder internationaal toezicht. Een eindig verhaal? (IRCP-reeks, nr. 48)
In februari 2008 lanceerde de Raad van de Europese Unie de European Union Rule of Law Mission in Kosovo (EULEX) met als doel de Kosovaarse autoriteiten bij te staan bij de verdere ontwikkeling van een Kosovaarse rechtstaat. Op basis van veldonderzoek in Kosovo en interviews met onder andere leden van EULEX en de Kosovaarse politie wordt in dit boek onderzocht hoe Europa in samenwerking met de lokale overheden met vallen en opstaan een verantwoordelijk, onafhankelijk en goed functionerend politie- en justitieapparaat heeft getracht te creëren. Daarbij wordt dieper ingegaan op de weinig belichte programmatische aanpak van EULEX en op het moeilijke evenwicht tussen het verlenen van meer bevoegdheden aan de Kosovaarse autoriteiten en de uitoefening van het internationaal toezicht.
GPRC – guaranteed peer reviewed contentJelle Janssens (1981) is criminoloog (2005), behaalde een Master in het Management voor Overheidsorganisaties (2006) en is doctor in de Criminologische Wetenschappen (2013). Hij is een onderzoeker aan de Vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid (Universiteit Gent) en lid van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP). Zijn onderzoeksinteresses gaan uit naar formele en informele sociale controle in postconflictgebieden, (internationaal) strafrechtelijk en politiebeleid, gemeenschapsgerichte politiezorg en plural policing.
Kosovo onder internationaal toezicht. Een eindig verhaal? (IRCP-reeks, nr. 48)
In februari 2008 lanceerde de Raad van de Europese Unie de European Union Rule of Law Mission in Kosovo (EULEX) met als doel de Kosovaarse autoriteiten bij te staan bij de verdere ontwikkeling van een Kosovaarse rechtstaat. Op basis van veldonderzoek in Kosovo en interviews met onder andere leden van EULEX en de Kosovaarse politie wordt in dit boek onderzocht hoe Europa in samenwerking met de lokale overheden met vallen en opstaan een verantwoordelijk, onafhankelijk en goed functionerend politie- en justitieapparaat heeft getracht te creëren. Daarbij wordt dieper ingegaan op de weinig belichte programmatische aanpak van EULEX en op het moeilijke evenwicht tussen het verlenen van meer bevoegdheden aan de Kosovaarse autoriteiten en de uitoefening van het internationaal toezicht.
GPRC – guaranteed peer reviewed contentJelle Janssens (1981) is criminoloog (2005), behaalde een Master in het Management voor Overheidsorganisaties (2006) en is doctor in de Criminologische Wetenschappen (2013). Hij is een onderzoeker aan de Vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid (Universiteit Gent) en lid van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP). Zijn onderzoeksinteresses gaan uit naar formele en informele sociale controle in postconflictgebieden, (internationaal) strafrechtelijk en politiebeleid, gemeenschapsgerichte politiezorg en plural policing.
Scénarios pour une nouvelle procédure pénale belge. Etude pratique des problèmes rencontrés (IRCP-reeks, nr. 50)
Sur le livre:
La nécessité de procéder à une réforme globale et à une modernisation de la procédure pénale fait consensus depuis longtemps déjà. Après l’arrêt final des travaux de la Commission Franchimont, le débat a connu un second souffle avec l’accord de gouvernement fédéral de 2011, qui réitérait l’intention de rédiger un Code d’instruction criminelle modernisé. En réponse à la note de politique générale du ministre de la Justice, le service de la Politique criminelle a rédigé fin 2012 un cahier de charges pour une « Étude pratique des points d’achoppement dans l’actuelle procédure pénale belge en vue de la rédaction d’une nouvelle procédure pénale ». Cette étude a été confiée à une équipe de recherche de l’université de Gand à l’été 2013 et finalisée à l’automne 2014. Le présent livre regroupe les résultats de l’étude. Entre-temps, le moment de réaliser une réforme de la procédure pénale – l’accord de gouvernement fédéral du 9 octobre 2014 en a encore souligné l’importance – est plus propice que jamais.
Cet ouvrage ne fait pas que relever les nombreux problèmes qui se posent dans le cadre de la procédure pénale actuelle, tels que les ressentent des acteurs comme les magistrats, les avocats et la police. L’analyse des chercheurs établit clairement qu’une réforme globale de la procédure pénale nécessite en réalité un choix politique fondamental concernant la direction de l’instruction préparatoire et le degré de participation des parties dans cette instruction préparatoire. Dès que ce choix politique sera fait, d’autres choix s’imposeront pour aborder les divers autres problèmes. C’est la raison pour laquelle les chercheurs ont développé dans ce livre quatre scénarios différents qui présentent chacun, en fonction des choix fondamentaux à opérer, une proposition globale cohérente en vue d’une procédure pénale plus efficiente.
Ce livre apporte une contribution objective et neutre au futur débat sur la réforme et constitue une lecture recommandée pour toutes les personnes qui s’intéressent pour des raisons professionnelles ou autres à l’avenir de la procédure pénale belge.
GPRC – guaranteed peer reviewed content
Bon de commande
Sur le contenu:
Contenu
Avant-Propos
Scénarios pour une nouvelle procédure pénale belge. Etude pratique des problèmes rencontrés (IRCP-reeks, nr. 50)
Sur le livre:
La nécessité de procéder à une réforme globale et à une modernisation de la procédure pénale fait consensus depuis longtemps déjà. Après l’arrêt final des travaux de la Commission Franchimont, le débat a connu un second souffle avec l’accord de gouvernement fédéral de 2011, qui réitérait l’intention de rédiger un Code d’instruction criminelle modernisé. En réponse à la note de politique générale du ministre de la Justice, le service de la Politique criminelle a rédigé fin 2012 un cahier de charges pour une « Étude pratique des points d’achoppement dans l’actuelle procédure pénale belge en vue de la rédaction d’une nouvelle procédure pénale ». Cette étude a été confiée à une équipe de recherche de l’université de Gand à l’été 2013 et finalisée à l’automne 2014. Le présent livre regroupe les résultats de l’étude. Entre-temps, le moment de réaliser une réforme de la procédure pénale – l’accord de gouvernement fédéral du 9 octobre 2014 en a encore souligné l’importance – est plus propice que jamais.
Cet ouvrage ne fait pas que relever les nombreux problèmes qui se posent dans le cadre de la procédure pénale actuelle, tels que les ressentent des acteurs comme les magistrats, les avocats et la police. L’analyse des chercheurs établit clairement qu’une réforme globale de la procédure pénale nécessite en réalité un choix politique fondamental concernant la direction de l’instruction préparatoire et le degré de participation des parties dans cette instruction préparatoire. Dès que ce choix politique sera fait, d’autres choix s’imposeront pour aborder les divers autres problèmes. C’est la raison pour laquelle les chercheurs ont développé dans ce livre quatre scénarios différents qui présentent chacun, en fonction des choix fondamentaux à opérer, une proposition globale cohérente en vue d’une procédure pénale plus efficiente.
Ce livre apporte une contribution objective et neutre au futur débat sur la réforme et constitue une lecture recommandée pour toutes les personnes qui s’intéressent pour des raisons professionnelles ou autres à l’avenir de la procédure pénale belge.
GPRC – guaranteed peer reviewed content
Bon de commande
Sur le contenu:
Contenu
Avant-Propos
