International Journal of Child and Family Welfare (IJCFW) 2015 – Jrg 16 – Nr 1/2
Supporting children when providing services to families experiencing multiple problems: Perspectives and evidence.
Recently, there has been growing interest amongst researchers, practitioners and policy-makers in approaches to understanding and ways of helping parents, children and the communities in which they live to respond to families experiencing multiple problems (FEMPs). There is a strong need for information - both descriptive in terms of the services actually offered directly to children as well as their ability to benefit from the services provided to the whole family, and also evaluative, with a focus on outcomes. Motivated by the need for practice-oriented knowledge this special issue was prepared.
The contributions have been divided into two parts; the first part focusing on perspectives on helping these families with special attention to the position and the interests of children; the second part covering empirical research on intervention programmes for FEMPs that support them in coping with daily struggles and challenges, and helping them to prevent unnecessary out-of-home placement of a child.
The (guest) editors: Jana Knot-Dickscheit, June Thoburn, Erik J. Knorth.
The authors: Erik J. Knorth, Jana Knot-Dickscheit, June Thoburn, Tim Tausendfreund, Brigid M. Daniel, Inge Busschers, Leonieke Boendermaker, Marian Brandon, Penny Sorensen, Sue Bailey, Sara Connolly, Sofia Rodrigues, Madalena Alarcão, Liliana Sousa, Anat Zeira, Cinzia Canali, Tiziano Vecchiato, Harm Damen, Jan W. Veerman
International Journal of Child and Family Welfare (IJCFW) 2015 – Jrg 16 – Nr 1/2
Supporting children when providing services to families experiencing multiple problems: Perspectives and evidence.
Recently, there has been growing interest amongst researchers, practitioners and policy-makers in approaches to understanding and ways of helping parents, children and the communities in which they live to respond to families experiencing multiple problems (FEMPs). There is a strong need for information - both descriptive in terms of the services actually offered directly to children as well as their ability to benefit from the services provided to the whole family, and also evaluative, with a focus on outcomes. Motivated by the need for practice-oriented knowledge this special issue was prepared.
The contributions have been divided into two parts; the first part focusing on perspectives on helping these families with special attention to the position and the interests of children; the second part covering empirical research on intervention programmes for FEMPs that support them in coping with daily struggles and challenges, and helping them to prevent unnecessary out-of-home placement of a child.
The (guest) editors: Jana Knot-Dickscheit, June Thoburn, Erik J. Knorth.
The authors: Erik J. Knorth, Jana Knot-Dickscheit, June Thoburn, Tim Tausendfreund, Brigid M. Daniel, Inge Busschers, Leonieke Boendermaker, Marian Brandon, Penny Sorensen, Sue Bailey, Sara Connolly, Sofia Rodrigues, Madalena Alarcão, Liliana Sousa, Anat Zeira, Cinzia Canali, Tiziano Vecchiato, Harm Damen, Jan W. Veerman
Buitenschoolse hulp en zorg op school: succes verzekerd!?
De indruk bestaat dat het gebruik van buitenschoolse hulp de voorbije jaren is gestegen.
Dat de buitenschoolse hulp zo’n groot ‘succes’ kent, lijkt moeilijk te rijmen
met de inspanningen om het zorgaanbod op school te versterken. In opdracht van
de Vlaamse overheid werd een grootschalig onderzoek opgezet met als doel de bestaande
praktijken inzake buitenschoolse hulp in kaart te brengen. Niet alleen bestudeerden
de onderzoekers de omvang en aard van de buitenschoolse hulp, ook
de rol en motieven van centrale actoren – zoals ouders, zorgverantwoordelijken en
CLB-medewerkers – in het besluitvormingsproces werden onder de loep genomen,
evenals de communicatie en afstemming tussen de buitenschoolse hulp en de zorg
op school. Ten slotte zochten de onderzoekers naar factoren die de verschillen in
het gebruik van buitenschoolse hulp kunnen verklaren. Ze gingen het effect na van
kenmerken van zorg op school en andere schoolkenmerken en onderzochten ook
het effect van kind-, SES- en migratiegerelateerde kenmerken op het gebruik van
buitenschoolse hulp.
De reflecties aangaande de bevindingen uit deze studie kaderen de auteurs binnen
drie centrale invalshoeken: (1) het model van geïntegreerde zorg op school en het
idee van het zorg- of ondersteuningscontinuüm, (2) de beweging naar medicalisering
van de hulpverlening en (3) het maatschappelijk perspectief van het in standhouden
en vergroten van sociale ongelijkheid van onderwijskansen.
Karine Verschueren is als gewoon hoogleraar verbonden aan de onderzoekseenheid
Schoolpsychologie en Ontwikkelingspsychologie van Kind en Adolescent van de KU
Leuven.
Elke Struyf is als hoogleraar onderwijskunde verbonden aan de Antwerp School
of Education en het departement Opleidings- en Onderwijswetenschappen van de
Universiteit Antwerpen.
Eleonora Vervoort behaalde in 2013 een doctoraat in de psychologie en werkte als
postdoctoraal onderzoeker aan de KU Leuven en de Universiteit Antwerpen.
Kathleen Bodvin is werkzaam als wetenschappelijk medewerker aan de onderzoeksgroep
Edubron van de Universiteit Antwerpen.
Lucia De Haene is als docente verbonden aan de onderzoekseenheid Educatie,
Cultuur en Samenleving van de KU Leuven.
Buitenschoolse hulp en zorg op school: succes verzekerd!?
De indruk bestaat dat het gebruik van buitenschoolse hulp de voorbije jaren is gestegen.
Dat de buitenschoolse hulp zo’n groot ‘succes’ kent, lijkt moeilijk te rijmen
met de inspanningen om het zorgaanbod op school te versterken. In opdracht van
de Vlaamse overheid werd een grootschalig onderzoek opgezet met als doel de bestaande
praktijken inzake buitenschoolse hulp in kaart te brengen. Niet alleen bestudeerden
de onderzoekers de omvang en aard van de buitenschoolse hulp, ook
de rol en motieven van centrale actoren – zoals ouders, zorgverantwoordelijken en
CLB-medewerkers – in het besluitvormingsproces werden onder de loep genomen,
evenals de communicatie en afstemming tussen de buitenschoolse hulp en de zorg
op school. Ten slotte zochten de onderzoekers naar factoren die de verschillen in
het gebruik van buitenschoolse hulp kunnen verklaren. Ze gingen het effect na van
kenmerken van zorg op school en andere schoolkenmerken en onderzochten ook
het effect van kind-, SES- en migratiegerelateerde kenmerken op het gebruik van
buitenschoolse hulp.
De reflecties aangaande de bevindingen uit deze studie kaderen de auteurs binnen
drie centrale invalshoeken: (1) het model van geïntegreerde zorg op school en het
idee van het zorg- of ondersteuningscontinuüm, (2) de beweging naar medicalisering
van de hulpverlening en (3) het maatschappelijk perspectief van het in standhouden
en vergroten van sociale ongelijkheid van onderwijskansen.
Karine Verschueren is als gewoon hoogleraar verbonden aan de onderzoekseenheid
Schoolpsychologie en Ontwikkelingspsychologie van Kind en Adolescent van de KU
Leuven.
Elke Struyf is als hoogleraar onderwijskunde verbonden aan de Antwerp School
of Education en het departement Opleidings- en Onderwijswetenschappen van de
Universiteit Antwerpen.
Eleonora Vervoort behaalde in 2013 een doctoraat in de psychologie en werkte als
postdoctoraal onderzoeker aan de KU Leuven en de Universiteit Antwerpen.
Kathleen Bodvin is werkzaam als wetenschappelijk medewerker aan de onderzoeksgroep
Edubron van de Universiteit Antwerpen.
Lucia De Haene is als docente verbonden aan de onderzoekseenheid Educatie,
Cultuur en Samenleving van de KU Leuven.
Alles is water. 2000 jaar Europese riviervaart
‘Les rivières sont des chemins qui marchent et qui portent où l’on veut aller’, schreef de Franse filosoof en wiskundige Pascal. Zijn Britse tijdgenoot, ‘the water poet’ John Taylor beschreef ze als the ‘cherishing veines of the body of every Countrey, Kingdome, and Nation’. Het zijn slechts enkele citaten die het aanzienlijk belang weergeven dat internationale rivieren en het gebruik ervan voor transportdoeleinden in de politieke en economische geschiedenis van Europa hebben gespeeld en tot op de dag van heden nog steeds spelen.
Dit boek analyseert deze geschiedenis over een periode van ruim 2000 jaar, van de tijd van de Romeinen tot op heden. Het beschrijft de eeuwenlange strijd tussen steden en staten om de heerschappij over de rivieren, met de meer dan 200 jaar durende sluiting van de Schelde als triest culminatiepunt en de ommekeer met het Scheldedecreet in 1792, in het zog van de Franse Revolutie, met afkondiging van vrije scheepvaart voor alle ingezetenen van oeverstaten. Het sindsdien in de internationale orde erkend beginsel van de belangengemeenschap van oeverstaten, heeft niet belet dat de strijd om het vrij gebruik van rivieren ononderbroken is verder gegaan. Sinds vijftig jaar zijn ook de Europese Instellingen zich in deze strijd gaan mengen en hebben zij er een nieuwe dimensie aan gegeven.
Marc De Decker studeerde rechten en maritieme wetenschappen. Sinds ruim dertig jaar is hij als advocaat en voorzitter van de Federatie van de Belgisch Binnenvaart nauw betrokken met de ontwikkelingen in de scheepvaart. Tevens is hij docent aan de UGent, waar hij de cursus European International River Law doceert. Hij schreef verschillende boeken en bijdragen over de riviervaart en ontving voor zijn boek over Europees Internationaal Rivierenrecht in 2015 de prijs van de Stichting François Génicot. Het huidige werk is het resultaat van vele jaren opzoekingswerk.
Alles is water. 2000 jaar Europese riviervaart
‘Les rivières sont des chemins qui marchent et qui portent où l’on veut aller’, schreef de Franse filosoof en wiskundige Pascal. Zijn Britse tijdgenoot, ‘the water poet’ John Taylor beschreef ze als the ‘cherishing veines of the body of every Countrey, Kingdome, and Nation’. Het zijn slechts enkele citaten die het aanzienlijk belang weergeven dat internationale rivieren en het gebruik ervan voor transportdoeleinden in de politieke en economische geschiedenis van Europa hebben gespeeld en tot op de dag van heden nog steeds spelen.
Dit boek analyseert deze geschiedenis over een periode van ruim 2000 jaar, van de tijd van de Romeinen tot op heden. Het beschrijft de eeuwenlange strijd tussen steden en staten om de heerschappij over de rivieren, met de meer dan 200 jaar durende sluiting van de Schelde als triest culminatiepunt en de ommekeer met het Scheldedecreet in 1792, in het zog van de Franse Revolutie, met afkondiging van vrije scheepvaart voor alle ingezetenen van oeverstaten. Het sindsdien in de internationale orde erkend beginsel van de belangengemeenschap van oeverstaten, heeft niet belet dat de strijd om het vrij gebruik van rivieren ononderbroken is verder gegaan. Sinds vijftig jaar zijn ook de Europese Instellingen zich in deze strijd gaan mengen en hebben zij er een nieuwe dimensie aan gegeven.
Marc De Decker studeerde rechten en maritieme wetenschappen. Sinds ruim dertig jaar is hij als advocaat en voorzitter van de Federatie van de Belgisch Binnenvaart nauw betrokken met de ontwikkelingen in de scheepvaart. Tevens is hij docent aan de UGent, waar hij de cursus European International River Law doceert. Hij schreef verschillende boeken en bijdragen over de riviervaart en ontving voor zijn boek over Europees Internationaal Rivierenrecht in 2015 de prijs van de Stichting François Génicot. Het huidige werk is het resultaat van vele jaren opzoekingswerk.
Je hand op mijn schouder. Goede zorgverlening bij NAH gezien door de ogen van een patiënt.
Aangezien het brein de kern van ons ‘zijn’ is, kan een breinkwetsuur heel ingrijpende gevolgen hebben. Niet alle gevolgen zijn duidelijk zichtbaar voor de buitenwereld en voor de mensen in de omgeving van de patiënt. Alleen wie zelf een hersenletsel heeft, weet echt hoe het is.
De auteur illustreert met voorbeelden hoe het voelt om met een gekwetst brein te leven in een maatschappij die patiënten vaak niet begrijpt en/of verkeerd beoordeelt. Leven met een gekwetst brein kost veel inspanning en vraagt veel aanpassingen. Daarnaast wil ze professionele zorgverleners en mantelzorgers inzicht geven in wat wel en niet werkt en geeft ze tips die het leven met een gekwetst brein makkelijker kunnen maken. Goede zorg kan een groot verschil maken in het leven van de patiënt en er mee voor zorgen dat de kwaliteitstijd die de patiënt op een dag nog heeft, niet verloren gaat aan nodeloze gevechten. Revalidatie stopt niet bij het verlaten van het ziekenhuis en moet doorgaan tot de patiënt weer een nieuw, zinvol en voldoening gevend leven heeft uitgebouwd.
Dominique Deseure werkte jarenlang in het onderwijs: eerst als leerkracht en vervolgens als zorgcoördinator, beleidsmedewerker en directeur van een basisschool.
Je hand op mijn schouder. Goede zorgverlening bij NAH gezien door de ogen van een patiënt.
Aangezien het brein de kern van ons ‘zijn’ is, kan een breinkwetsuur heel ingrijpende gevolgen hebben. Niet alle gevolgen zijn duidelijk zichtbaar voor de buitenwereld en voor de mensen in de omgeving van de patiënt. Alleen wie zelf een hersenletsel heeft, weet echt hoe het is.
De auteur illustreert met voorbeelden hoe het voelt om met een gekwetst brein te leven in een maatschappij die patiënten vaak niet begrijpt en/of verkeerd beoordeelt. Leven met een gekwetst brein kost veel inspanning en vraagt veel aanpassingen. Daarnaast wil ze professionele zorgverleners en mantelzorgers inzicht geven in wat wel en niet werkt en geeft ze tips die het leven met een gekwetst brein makkelijker kunnen maken. Goede zorg kan een groot verschil maken in het leven van de patiënt en er mee voor zorgen dat de kwaliteitstijd die de patiënt op een dag nog heeft, niet verloren gaat aan nodeloze gevechten. Revalidatie stopt niet bij het verlaten van het ziekenhuis en moet doorgaan tot de patiënt weer een nieuw, zinvol en voldoening gevend leven heeft uitgebouwd.
Dominique Deseure werkte jarenlang in het onderwijs: eerst als leerkracht en vervolgens als zorgcoördinator, beleidsmedewerker en directeur van een basisschool.
Jongereninformatie- en -advieswerk.
Jongeren hebben op hun weg naar volwassenheid informatiebehoeften en problemen die duidelijk verschillen van die van volwassenen. Deze specifieke behoefte wordt beïnvloed door de psychische en lichamelijke ontwikkeling van jongeren. De noodzakelijke informatie houdt verband met hun dagelijkse levenssituaties, om zich te oriënteren in hun leefwereld of keuzes te maken of om problemen op te lossen. In talrijke sectoren, die op grond van hun functie direct contact hebben met jongeren, zoals jeugdwerk, jeugdhulpverlening, bibliotheken, onderwijs enz. bestaat reeds lang aandacht voor deze informatie- en hulpvragen van kinderen en jongeren. Maar dit is vaak op een impliciete wijze.
In dit eerste handboek in het Nederlandse taalgebied worden alle aspecten van het jongereninformatie- en -advieswerk behandeld. Het focust op de doelgroep, de motiveringen, de diagnostiek en de hulpverleningsprincipes en -methodes van deze werkvorm in Nederland en Vlaanderen. De auteurs behandelen de ontwikkelingen en diverse visies op dit gebied, systematisch, geïntegreerd en allesomvattend. Het boek besteedt niet alleen aandacht aan de actuele praktijk, maar ook aan de evolutie van de jongereninformatie en adviesfunctie en aan mogelijke toekomstige ontwikkelingen. Het is bestemd voor iedereen die, als professional of vrijwilliger, betrokken is bij jongereninformatie en -advies.
Willy Faché is emeritus hoogleraar sociale pedagogiek aan de Universiteit Gent. Hij richtte diverse jeugdinformatie- en adviescentra op, lokaal en nationaal. Hij was ook adviserend lid van de WHO – Working Group on Youth Advisory en adviseur bij het Committee of Experts on Youth Information in Europe bij de Raad van Europa.
Jongereninformatie- en -advieswerk.
Jongeren hebben op hun weg naar volwassenheid informatiebehoeften en problemen die duidelijk verschillen van die van volwassenen. Deze specifieke behoefte wordt beïnvloed door de psychische en lichamelijke ontwikkeling van jongeren. De noodzakelijke informatie houdt verband met hun dagelijkse levenssituaties, om zich te oriënteren in hun leefwereld of keuzes te maken of om problemen op te lossen. In talrijke sectoren, die op grond van hun functie direct contact hebben met jongeren, zoals jeugdwerk, jeugdhulpverlening, bibliotheken, onderwijs enz. bestaat reeds lang aandacht voor deze informatie- en hulpvragen van kinderen en jongeren. Maar dit is vaak op een impliciete wijze.
In dit eerste handboek in het Nederlandse taalgebied worden alle aspecten van het jongereninformatie- en -advieswerk behandeld. Het focust op de doelgroep, de motiveringen, de diagnostiek en de hulpverleningsprincipes en -methodes van deze werkvorm in Nederland en Vlaanderen. De auteurs behandelen de ontwikkelingen en diverse visies op dit gebied, systematisch, geïntegreerd en allesomvattend. Het boek besteedt niet alleen aandacht aan de actuele praktijk, maar ook aan de evolutie van de jongereninformatie en adviesfunctie en aan mogelijke toekomstige ontwikkelingen. Het is bestemd voor iedereen die, als professional of vrijwilliger, betrokken is bij jongereninformatie en -advies.
Willy Faché is emeritus hoogleraar sociale pedagogiek aan de Universiteit Gent. Hij richtte diverse jeugdinformatie- en adviescentra op, lokaal en nationaal. Hij was ook adviserend lid van de WHO – Working Group on Youth Advisory en adviseur bij het Committee of Experts on Youth Information in Europe bij de Raad van Europa.
Praktische audiologie en audiometrie – 4de herziene uitgave
Van oudsher wordt de mens geboeid door het fenomeen ‘horen’ en in het bijzonder
het slecht of helemaal niet kunnen horen. De term audiologie refereert
dan ook aan die tak van de medische wetenschappen die zich bezig houdt met
de studie van het auditief stelsel in de breedst mogelijke zin. Een belangrijk aspect
van de audiologie is het evalueren en het kwantificeren van het gehoor: de audiometrie.
Omdat de moderne geneeskunde voorziet in een adequate behandeling voor
elk soort gehoorverlies, tot en met de totale doofheid, kan het belang van het correct
kwantificeren van dit gehoorverlies niet genoeg benadrukt worden.
Dit boek bespreekt systematisch en overzichtelijk de meest courante audiometrische
tests, van eenvoudige gehoordrempelbepalingen tot meer geavanceerde onderzoeken,
zoals: elektrocochleografie, geëvokeerde hersenstampotentialen (BERA),
oto-akoestische emissies en steady state auditief geëvokeerde responsen (A.S.S.R.).
Het schenkt ook aandacht aan screeningstechnieken, dit in het kader van de vroegtijdige
opsporing van gehoorstoornissen bij pasgeborenen en jonge kinderen. Er is
ook een hoofdstuk gewijd aan de evaluatie van oorsuizingen of tinnitus, een zeer
actuele topic.
Deze publicatie richt zich tot iedereen die begaan is met het gehoor en de evaluatie
ervan: artsen, logopedisten, audiologen, N.K.O.-verpleegkundigen en andere paramedische
beroepen.
Glen Forton volgde de opleiding geneeskunde en vervolgens de opleiding tot neus-,
keel- en oorarts aan de Universiteit Antwerpen, waar hij ook promoveerde. Hij is
revalidatie-arts. Momenteel is hij verbonden aan de dienst NKO van het fusieziekenhuis
AZ Delta in Roeselare, waar hij diensthoofd is en zich met de otologie en de
neuro-otologie bezig houdt. Daarnaast is hij consulent aan het Revalidatiecentrum
voor Taal- & Ontwikkelingsproblemen in Roeselare en het Centrum voor Ambulante
Revalidatie “Stappie” in Oostende. Hij is ook gastlector aan de Universiteit Antwerpen.
Bob Depuydt is logopedist en audioloog. Momenteel is hij zelfstandig gehoorprothesist
in Roeselare.
Peter Carton is hoofdaudioloog in de dienst NKO van het AZ Delta in Roeselare. Hij
is ook stagemeester voor de opleiding audiologie.
Paul Van de Heyning is diensthoofd NKO van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen
en gewoon hoogleraar NKO aan de Universiteit Antwerpen. Hij is auteur van talloze
publicaties in de internationale vakliteratuur en geniet internationale faam in zijn
domein.
Praktische audiologie en audiometrie – 4de herziene uitgave
Van oudsher wordt de mens geboeid door het fenomeen ‘horen’ en in het bijzonder
het slecht of helemaal niet kunnen horen. De term audiologie refereert
dan ook aan die tak van de medische wetenschappen die zich bezig houdt met
de studie van het auditief stelsel in de breedst mogelijke zin. Een belangrijk aspect
van de audiologie is het evalueren en het kwantificeren van het gehoor: de audiometrie.
Omdat de moderne geneeskunde voorziet in een adequate behandeling voor
elk soort gehoorverlies, tot en met de totale doofheid, kan het belang van het correct
kwantificeren van dit gehoorverlies niet genoeg benadrukt worden.
Dit boek bespreekt systematisch en overzichtelijk de meest courante audiometrische
tests, van eenvoudige gehoordrempelbepalingen tot meer geavanceerde onderzoeken,
zoals: elektrocochleografie, geëvokeerde hersenstampotentialen (BERA),
oto-akoestische emissies en steady state auditief geëvokeerde responsen (A.S.S.R.).
Het schenkt ook aandacht aan screeningstechnieken, dit in het kader van de vroegtijdige
opsporing van gehoorstoornissen bij pasgeborenen en jonge kinderen. Er is
ook een hoofdstuk gewijd aan de evaluatie van oorsuizingen of tinnitus, een zeer
actuele topic.
Deze publicatie richt zich tot iedereen die begaan is met het gehoor en de evaluatie
ervan: artsen, logopedisten, audiologen, N.K.O.-verpleegkundigen en andere paramedische
beroepen.
Glen Forton volgde de opleiding geneeskunde en vervolgens de opleiding tot neus-,
keel- en oorarts aan de Universiteit Antwerpen, waar hij ook promoveerde. Hij is
revalidatie-arts. Momenteel is hij verbonden aan de dienst NKO van het fusieziekenhuis
AZ Delta in Roeselare, waar hij diensthoofd is en zich met de otologie en de
neuro-otologie bezig houdt. Daarnaast is hij consulent aan het Revalidatiecentrum
voor Taal- & Ontwikkelingsproblemen in Roeselare en het Centrum voor Ambulante
Revalidatie “Stappie” in Oostende. Hij is ook gastlector aan de Universiteit Antwerpen.
Bob Depuydt is logopedist en audioloog. Momenteel is hij zelfstandig gehoorprothesist
in Roeselare.
Peter Carton is hoofdaudioloog in de dienst NKO van het AZ Delta in Roeselare. Hij
is ook stagemeester voor de opleiding audiologie.
Paul Van de Heyning is diensthoofd NKO van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen
en gewoon hoogleraar NKO aan de Universiteit Antwerpen. Hij is auteur van talloze
publicaties in de internationale vakliteratuur en geniet internationale faam in zijn
domein.
Ont-moeten. Ondersteuning van mensen in maatschappelijk kwetsbare leefsituaties
Hulpverleners komen steeds meer onder druk te staan. De intensieve informatiedoorstroming, de hoge verwachtingen om de problemen snel en zo efficiënt mogelijk op te lossen, het toenemend administratief werk en de hoge caseload (meer cliënten op korte tijd begeleiden) zijn een dagelijks gegeven. Er mag geen tijd ‘verspild’ worden. Nochtans is het net die zogenaamde verspilde tijd waarin hulpverleners tijd kunnen maken voor een gesprek of een spel met hun cliënt. Dit zijn momenten waarin niets moet en echte ont-moeting plaatsvindt. Op dergelijke micromomenten worden bouwstenen gelegd voor een warme, duurzame en wederkerige relatie in tijden van lief en leed. Deze samenwerkingsrelatie vormt immers het fundament om met de cliënt, die zich bevindt in een maatschappelijk kwetsbare levenssituatie, samen te zoeken hoe zijn levenskwaliteit kan toenemen.
In dit boeiend praktijkboek worden hulpverleners, management, cliënten en hun netwerk uitgenodigd om stil te staan bij deze samenwerkingsrelatie gekleurd door warmte, betrokkenheid en authenticiteit. De publicatie is gelardeerd met herkenbare praktijkvoorbeelden, handige tips en suggesties. Het is een boek waarin ongetwijfeld menig hulpverlener en cliënt zich zal herkennen. Het biedt bovendien concrete handvatten voor de praktijk, in het bijzonder voor hulpverleners in spe. Op een bevlogen wijze slaagt de auteur erin om hulpverleners uit te nodigen tot reflectie over het meest wezenlijke aspect van hun opdracht. Al wie dit leest, heeft zin om weer verder te gaan!
Vera Van Hove is docent Orthopedagogiek aan de Faculteit Mens en Welzijn van Hogeschool Gent. Ze was werkzaam in de sector voor personen met een verstandelijke beperking. Ze geeft geregeld praktijkgerichte voordrachten aan professionals en ouders.
Ont-moeten. Ondersteuning van mensen in maatschappelijk kwetsbare leefsituaties
Hulpverleners komen steeds meer onder druk te staan. De intensieve informatiedoorstroming, de hoge verwachtingen om de problemen snel en zo efficiënt mogelijk op te lossen, het toenemend administratief werk en de hoge caseload (meer cliënten op korte tijd begeleiden) zijn een dagelijks gegeven. Er mag geen tijd ‘verspild’ worden. Nochtans is het net die zogenaamde verspilde tijd waarin hulpverleners tijd kunnen maken voor een gesprek of een spel met hun cliënt. Dit zijn momenten waarin niets moet en echte ont-moeting plaatsvindt. Op dergelijke micromomenten worden bouwstenen gelegd voor een warme, duurzame en wederkerige relatie in tijden van lief en leed. Deze samenwerkingsrelatie vormt immers het fundament om met de cliënt, die zich bevindt in een maatschappelijk kwetsbare levenssituatie, samen te zoeken hoe zijn levenskwaliteit kan toenemen.
In dit boeiend praktijkboek worden hulpverleners, management, cliënten en hun netwerk uitgenodigd om stil te staan bij deze samenwerkingsrelatie gekleurd door warmte, betrokkenheid en authenticiteit. De publicatie is gelardeerd met herkenbare praktijkvoorbeelden, handige tips en suggesties. Het is een boek waarin ongetwijfeld menig hulpverlener en cliënt zich zal herkennen. Het biedt bovendien concrete handvatten voor de praktijk, in het bijzonder voor hulpverleners in spe. Op een bevlogen wijze slaagt de auteur erin om hulpverleners uit te nodigen tot reflectie over het meest wezenlijke aspect van hun opdracht. Al wie dit leest, heeft zin om weer verder te gaan!
Vera Van Hove is docent Orthopedagogiek aan de Faculteit Mens en Welzijn van Hogeschool Gent. Ze was werkzaam in de sector voor personen met een verstandelijke beperking. Ze geeft geregeld praktijkgerichte voordrachten aan professionals en ouders.
De nieuwe Grieken en Romeinen. Verrassende confrontaties met de klassieke oudheid (Kleio-reeks, nr. 1)
De klassieke oudheid leeft – al was het maar in de vorm van oneliners en oppervlakkige
vergelijkingen. Maar leeft de oudheid echt? Heeft zij nog iets wezenlijks te vertellen? Of
is ze een onherroepelijk vreemde plek geworden, een alibi zelfs? Is de oudheid misschien
wel interessant, maar al bij al weinig relevant?
Dit spitse boek begint waar de kreten en slogans eindigen, bij de nuancering. Het is nu
geschreven – dat kan nu eenmaal niet anders – en confronteert de lezer met Grieken en
Romeinen en hun ideeën en emoties. Verrassend? Herkenbaar? Verrassend herkenbaar?
Is de oudheid eindelijk dood of is ze alweer herboren? Beleven we het einde van een
cultuur of een nieuwe renaissance? Dit boek geeft een antwoord.
Patrick De Rynck studeerde klassieke talen. Hij werkt als freelancer in onder meer de
cultuur- en erfgoedsector, schreef en vertaalde een aantal boeken en recenseert publicaties
over de oudheid in de kranten De Standaard en De Morgen.
Toon Van Houdt is als classicus en cultuurhistoricus verbonden aan de KU Leuven, waar
hij onder meer receptiegeschiedenis van de Grieks-Romeinse oudheid doceert. Hij publiceert
geregeld voor een breed publiek in de tijdschriften Kleio en Streven.
De nieuwe Grieken en Romeinen. Verrassende confrontaties met de klassieke oudheid (Kleio-reeks, nr. 1)
De klassieke oudheid leeft – al was het maar in de vorm van oneliners en oppervlakkige
vergelijkingen. Maar leeft de oudheid echt? Heeft zij nog iets wezenlijks te vertellen? Of
is ze een onherroepelijk vreemde plek geworden, een alibi zelfs? Is de oudheid misschien
wel interessant, maar al bij al weinig relevant?
Dit spitse boek begint waar de kreten en slogans eindigen, bij de nuancering. Het is nu
geschreven – dat kan nu eenmaal niet anders – en confronteert de lezer met Grieken en
Romeinen en hun ideeën en emoties. Verrassend? Herkenbaar? Verrassend herkenbaar?
Is de oudheid eindelijk dood of is ze alweer herboren? Beleven we het einde van een
cultuur of een nieuwe renaissance? Dit boek geeft een antwoord.
Patrick De Rynck studeerde klassieke talen. Hij werkt als freelancer in onder meer de
cultuur- en erfgoedsector, schreef en vertaalde een aantal boeken en recenseert publicaties
over de oudheid in de kranten De Standaard en De Morgen.
Toon Van Houdt is als classicus en cultuurhistoricus verbonden aan de KU Leuven, waar
hij onder meer receptiegeschiedenis van de Grieks-Romeinse oudheid doceert. Hij publiceert
geregeld voor een breed publiek in de tijdschriften Kleio en Streven.
Goed Bezig Check-up. Blijf aan het stuur van je werkleven staan.
De Goed Bezig Check-up is eigenlijk een eenvoudig concept: net zoals met de jaarlijkse tandarts en autocontroles, waarom niet ook de tijd nemen om jaarlijks zijn werkleven te checken? Wat doe ik? Waarom doe ik dat? Welke keuze maak ik? Hoe blijf ik tevreden? De reflectieoefeningen worden begeleid aan de hand van 3 stappen en met behulp van 8 wegwijzers. Eerst wordt een inventaris opgemaakt van de voorbije periode. Goed bezig? In de tweede stap wordt stilgestaan bij hoe we het (ook wel) zouden willen, waar we meer rekening willen mee houden en waarom. Dat gieten we in een belofte aan onszelf. Tenslotte be-leven we in de derde stap wat we ons hebben voorgenomen. Anderen betrekken bij ons succes en on track blijven zijn dan nog meer aan de orde. Als bonus werden de wegwijzers herwerkt voor leidinggevenden zodat ze hun medewerkers kunnen inspireren en ondersteunen in hun jaarlijkse Goed Bezig Check-up.
Dit boek is bedoeld voor mensen die vooruit willen in hun werk-leven. Die niet als “slachtoffer” hun volgende stap willen laten afhangen van anderen maar weten dat zij de belangrijkste actor zijn in hun eigen verhaal. Die bereid zijn wat vroeger voor hen werkte maar nu niet meer zo succesvol is, te vervangen door nieuwe ideeën en hun “gouden kooi” durven te challengen. Die op die manier hun bijdrage willen leveren aan en voor een groter geheel.
"Veronika ken ik al jaren als een topcoach. Ze heeft nu ook een uitstekend boek geschreven. De Goed Bezig Check-up biedt een inspirerende en praktische handleiding voor eenieder die bewust(er) wil stilstaan bij zijn/haar leven."
Meredith Van Overloop, managing partner van Triangis.
"Ben ik wel goed bezig ? Om eerlijk te zijn: het is een vraag die ik me zelden expliciet stel. Zolang je graag doet wat je doet, en het gevoel hebt dat je op geregelde tijdstippen nog verrast wordt door je werk in het bijzonder en het leven in het algemeen, stel de vraag zich minder acuut.
Rondom mij zie ik helaas teveel mensen die zich niet meer in fase voelen met hun werk aan de ene kant, en met een evenwichtig leven aan de andere kant.
Ze hebben of ambities die ze niet kunnen of durven realiseren, of ze vinden de energie niet meer om wat hen verwacht wordt te doen, en er nog plezier aan te beleven ook.
Veronika Wuyts reikt vragen en opstapjes aan omdat evenwicht terug te vinden. Bij momenten confronterend, bij momenten logisch klinkend.
De finale boodschap is: neem je leven zélf in handen, voor een ander het voor jou doet.
Ik maak altijd graag de vergelijking met iemand die in water of sneeuw aan het schuiven is.
Wie zich dan schrap zet, riskeert iets te breken, wie soepel meegaat, komt misschien op onvermoede plekken.
Een inspirerende gids zoals dit boek, helpt bij die zoektocht."
Jan Hautekiet.
"Het boek “Goed Bezig Check-up” van Veronika Wuyts inspireert tot een jaarlijkse check up van je leven en loopbaan. Het boek biedt aansprekende tools voor onderzoek en actieplan voor een vervullende loopbaan. Het nodigt je uit om eerlijk naar jezelf te kijken, om concrete stappen te zetten om je levens- en loopbaandromen te realiseren en om hierin focus te houden. De check-up kan je zien als een mini retraite en een investering in je eigen levens- en werkgeluk. Ik ben ervan overtuigd dat deze check up bijdraagt aan duurzame bevlogenheid en inzetbaarheid. Het is vlot geschreven, toegankelijk en heeft een frisse en overzichtelijke vormgeving. Anders dan veel andere loopbaanboeken, beschouwt het boek de mens nadrukkelijk in zijn context: dat is een waardevolle toevoeging."
Annita Rogier, Stress en burn-out coach, loopbaancoach, trainer.
Na haar studies Politieke en Sociale Wetenschappen koos Veronika Wuyts om leren en ontwikkelen van mensen als focus te nemen van haar werkleven. Eerst als interne medewerker en sinds 2008 als zelfstandig professional coach, begeleidt ze coachees in het bewust worden van hun mogelijkheden en het beleven van de keuzes die daardoor ontstaan. Naast docente aan de EHSAL Management School, coacht ze in bedrijven als Telenet, Azelis, Grant Thornton, Tata Steel, Nestlé e.a.
Goed Bezig Check-up. Blijf aan het stuur van je werkleven staan.
De Goed Bezig Check-up is eigenlijk een eenvoudig concept: net zoals met de jaarlijkse tandarts en autocontroles, waarom niet ook de tijd nemen om jaarlijks zijn werkleven te checken? Wat doe ik? Waarom doe ik dat? Welke keuze maak ik? Hoe blijf ik tevreden? De reflectieoefeningen worden begeleid aan de hand van 3 stappen en met behulp van 8 wegwijzers. Eerst wordt een inventaris opgemaakt van de voorbije periode. Goed bezig? In de tweede stap wordt stilgestaan bij hoe we het (ook wel) zouden willen, waar we meer rekening willen mee houden en waarom. Dat gieten we in een belofte aan onszelf. Tenslotte be-leven we in de derde stap wat we ons hebben voorgenomen. Anderen betrekken bij ons succes en on track blijven zijn dan nog meer aan de orde. Als bonus werden de wegwijzers herwerkt voor leidinggevenden zodat ze hun medewerkers kunnen inspireren en ondersteunen in hun jaarlijkse Goed Bezig Check-up.
Dit boek is bedoeld voor mensen die vooruit willen in hun werk-leven. Die niet als “slachtoffer” hun volgende stap willen laten afhangen van anderen maar weten dat zij de belangrijkste actor zijn in hun eigen verhaal. Die bereid zijn wat vroeger voor hen werkte maar nu niet meer zo succesvol is, te vervangen door nieuwe ideeën en hun “gouden kooi” durven te challengen. Die op die manier hun bijdrage willen leveren aan en voor een groter geheel.
"Veronika ken ik al jaren als een topcoach. Ze heeft nu ook een uitstekend boek geschreven. De Goed Bezig Check-up biedt een inspirerende en praktische handleiding voor eenieder die bewust(er) wil stilstaan bij zijn/haar leven."
Meredith Van Overloop, managing partner van Triangis.
"Ben ik wel goed bezig ? Om eerlijk te zijn: het is een vraag die ik me zelden expliciet stel. Zolang je graag doet wat je doet, en het gevoel hebt dat je op geregelde tijdstippen nog verrast wordt door je werk in het bijzonder en het leven in het algemeen, stel de vraag zich minder acuut.
Rondom mij zie ik helaas teveel mensen die zich niet meer in fase voelen met hun werk aan de ene kant, en met een evenwichtig leven aan de andere kant.
Ze hebben of ambities die ze niet kunnen of durven realiseren, of ze vinden de energie niet meer om wat hen verwacht wordt te doen, en er nog plezier aan te beleven ook.
Veronika Wuyts reikt vragen en opstapjes aan omdat evenwicht terug te vinden. Bij momenten confronterend, bij momenten logisch klinkend.
De finale boodschap is: neem je leven zélf in handen, voor een ander het voor jou doet.
Ik maak altijd graag de vergelijking met iemand die in water of sneeuw aan het schuiven is.
Wie zich dan schrap zet, riskeert iets te breken, wie soepel meegaat, komt misschien op onvermoede plekken.
Een inspirerende gids zoals dit boek, helpt bij die zoektocht."
Jan Hautekiet.
"Het boek “Goed Bezig Check-up” van Veronika Wuyts inspireert tot een jaarlijkse check up van je leven en loopbaan. Het boek biedt aansprekende tools voor onderzoek en actieplan voor een vervullende loopbaan. Het nodigt je uit om eerlijk naar jezelf te kijken, om concrete stappen te zetten om je levens- en loopbaandromen te realiseren en om hierin focus te houden. De check-up kan je zien als een mini retraite en een investering in je eigen levens- en werkgeluk. Ik ben ervan overtuigd dat deze check up bijdraagt aan duurzame bevlogenheid en inzetbaarheid. Het is vlot geschreven, toegankelijk en heeft een frisse en overzichtelijke vormgeving. Anders dan veel andere loopbaanboeken, beschouwt het boek de mens nadrukkelijk in zijn context: dat is een waardevolle toevoeging."
Annita Rogier, Stress en burn-out coach, loopbaancoach, trainer.
Na haar studies Politieke en Sociale Wetenschappen koos Veronika Wuyts om leren en ontwikkelen van mensen als focus te nemen van haar werkleven. Eerst als interne medewerker en sinds 2008 als zelfstandig professional coach, begeleidt ze coachees in het bewust worden van hun mogelijkheden en het beleven van de keuzes die daardoor ontstaan. Naast docente aan de EHSAL Management School, coacht ze in bedrijven als Telenet, Azelis, Grant Thornton, Tata Steel, Nestlé e.a.
François Glorieux. Een leven voor de muziek
Dit boek is geen traditionele biografie. Hoe zou dat bij iemand als Francois Glorieux ook kunnen? Het is een ontdekkingstocht door het leven en werk van een muzikant pur Bang, die op zijn zachtst gezegd alles behalve banaal kunnen worden genoemd.
De soms extravagante ontmoetingen en vele reizen van de pianist – dirigent – componist - improvisator Glorieux worden in talrijke anekdotes weergegeven. Dat door deze verhalen heen het cultuurbeleid in België aan de kaak wordt gesteld, zorgt ervoor dat de kritische lezer niet op zijn honger zal blijven zitten. Het boek sluit af met een uniek en uitgebreid overzicht van de composities en discografie van Glorieux.
François Glorieux. Een leven voor de muziek
Dit boek is geen traditionele biografie. Hoe zou dat bij iemand als Francois Glorieux ook kunnen? Het is een ontdekkingstocht door het leven en werk van een muzikant pur Bang, die op zijn zachtst gezegd alles behalve banaal kunnen worden genoemd.
De soms extravagante ontmoetingen en vele reizen van de pianist – dirigent – componist - improvisator Glorieux worden in talrijke anekdotes weergegeven. Dat door deze verhalen heen het cultuurbeleid in België aan de kaak wordt gesteld, zorgt ervoor dat de kritische lezer niet op zijn honger zal blijven zitten. Het boek sluit af met een uniek en uitgebreid overzicht van de composities en discografie van Glorieux.
School? LeerKazerne of leerThuis. 11 kritische lezingen over school
De ware opdracht van onderwijs, kinderen tot natuurlijk leren brengen en diepgaand humaniseren, is vaak verstikt door duizend regels en systemen die niet met “leren” maar alles met “slagen” te maken hebben.
De auteur schetst in 11 lezingen tegen welke muren gedreven onderwijsmensen, kinderen, jongeren en ouders te pletter kunnen lopen.
Gedreven door een grote liefde voor het vak en voor de kinderen en jongeren schetst hij hoe je het slaagsysteem , de leerKazerne, die de school nu is, kunt ombuigen tot een ‘leerThuis’: een plek waar diepgaand leren en op een natuurlijke wijze je talent ontwikkelen alle kansen krijgt. School is voor te veel kinderen een probleem geworden. Hoog tijd om te focussen op het ware “leren”.
Hans Schmidt was onderwijzer, schooldirecteur en pedagogisch begeleider bij OVSG – Onderwijssecretariaat van Steden en Gemeenten van de Vlaamse Gemeenschap. Hij is oprichter van de muziekbasisschool De Wonderfluit in Gent. Hij geeft vele navormingen vooral voor het basisonderwijs.
School? LeerKazerne of leerThuis. 11 kritische lezingen over school
De ware opdracht van onderwijs, kinderen tot natuurlijk leren brengen en diepgaand humaniseren, is vaak verstikt door duizend regels en systemen die niet met “leren” maar alles met “slagen” te maken hebben.
De auteur schetst in 11 lezingen tegen welke muren gedreven onderwijsmensen, kinderen, jongeren en ouders te pletter kunnen lopen.
Gedreven door een grote liefde voor het vak en voor de kinderen en jongeren schetst hij hoe je het slaagsysteem , de leerKazerne, die de school nu is, kunt ombuigen tot een ‘leerThuis’: een plek waar diepgaand leren en op een natuurlijke wijze je talent ontwikkelen alle kansen krijgt. School is voor te veel kinderen een probleem geworden. Hoog tijd om te focussen op het ware “leren”.
Hans Schmidt was onderwijzer, schooldirecteur en pedagogisch begeleider bij OVSG – Onderwijssecretariaat van Steden en Gemeenten van de Vlaamse Gemeenschap. Hij is oprichter van de muziekbasisschool De Wonderfluit in Gent. Hij geeft vele navormingen vooral voor het basisonderwijs.
Stille verhalen. Over verborgen verlies en verlangen.
Er is zo veel verdriet dat in het verborgene blijft. Toch nestelt rouw zich vaak diep en blijvend in het leven van een mens. Dit boek grijpt aan. Het geeft de vele vormen van stille rouw eindelijk een stem. De waargebeurde verhalen bieden troost en erkenning aan al wie te kampen heeft met ongezien verlies.
Evamaria Jansen is psychotherapeute, gespecialiseerd in onder meer rouwbegeleiding. Zij schreef samen met haar man Ze zeggen dat het overgaat en is vaste columniste voor het Nederlandse tijdschrift Nieuw Gezin. Voor de website van haar psychotherapetisch centrum De Bedding verzorgt ze ook een maandelijkse column. Ze woont en werkt in Gent.
In de media:
Sommige verhalen zijn rauw, andere ingetogen, soms liggen emoties nog erg aan de oppervlakte, soms zijn ze nog onbestemd, onbenoembaar, maar elk verhaal is dapper en mist zijn effect bij de lezer niet.
(Tijdschrift voor Palliatieve Zorg, jrg. 8, september 2012, blz. 23)
Deze aangrijpende en gevarieerde getuigenissen zullen menig hulpverlener, die een taak heeft in rouwbegeleider, sensibiliseren en de brede waaier van verborgen rouw verduidelijken. Anderzijds kan het voor getroffenen een steun zijn en een oproep naar de omgeving om hiermee anders te leren omgaan.
(Boekenkatern Netwerk Palliatieve Zorg Gent-Eeklo, december 2012, blz. 12)
Stille verhalen. Over verborgen verlies en verlangen.
Er is zo veel verdriet dat in het verborgene blijft. Toch nestelt rouw zich vaak diep en blijvend in het leven van een mens. Dit boek grijpt aan. Het geeft de vele vormen van stille rouw eindelijk een stem. De waargebeurde verhalen bieden troost en erkenning aan al wie te kampen heeft met ongezien verlies.
Evamaria Jansen is psychotherapeute, gespecialiseerd in onder meer rouwbegeleiding. Zij schreef samen met haar man Ze zeggen dat het overgaat en is vaste columniste voor het Nederlandse tijdschrift Nieuw Gezin. Voor de website van haar psychotherapetisch centrum De Bedding verzorgt ze ook een maandelijkse column. Ze woont en werkt in Gent.
In de media:
Sommige verhalen zijn rauw, andere ingetogen, soms liggen emoties nog erg aan de oppervlakte, soms zijn ze nog onbestemd, onbenoembaar, maar elk verhaal is dapper en mist zijn effect bij de lezer niet.
(Tijdschrift voor Palliatieve Zorg, jrg. 8, september 2012, blz. 23)
Deze aangrijpende en gevarieerde getuigenissen zullen menig hulpverlener, die een taak heeft in rouwbegeleider, sensibiliseren en de brede waaier van verborgen rouw verduidelijken. Anderzijds kan het voor getroffenen een steun zijn en een oproep naar de omgeving om hiermee anders te leren omgaan.
(Boekenkatern Netwerk Palliatieve Zorg Gent-Eeklo, december 2012, blz. 12)
