Toegewijde dokters. Waarom de niet-medische competenties geen bijzaak zijn. (Catharina-reeks, nr. 6)
Geneeskunde is een steeds specialistischer vak geworden. Logisch dus dat in de artsenopleiding veel tijd en energie gestoken wordt in de medisch inhoudelijke en technische kant. Tegelijkertijd vraagt de praktische uitoefening van het artsenberoep in een ziekenhuis, zorginstelling of huisartsenpraktijk een breed pallet aan andere vaardigheden. Een gesprek voeren met patiënt en familie om tot een behandelingsbesluit te komen is meer dan alleen medische kennis aanreiken. Niet alles wat kan leidt tot een goede uitkomst. Vanuit politiek en samenleving worden kostenbewustzijn en efficiency gevraagd. De media volgen het handelen van artsen op de voet - niet alleen de succesverhalen. Wetenschappelijk gezien blijven er grote uitdagingen die inzet vragen, en daarnaast mag de existentiële kant van ziek- zijn, leven en dood geen onbekend terrein blijven voor de medicus practicus. De arts van nu en morgen moet van vele markten thuis zijn.
Aan de opleiders de taak een goed evenwicht te vinden tussen deze uiteenlopende eisen van breedte en specialistische diepte. Door de wetenschappelijk- technologische profilering van de geneeskunde raakten deze zogenaamde niet-medische competenties lang overschaduwd. De laatste jaren groeit echter de overtuiging dat bij goede medische zorg ook de persoon van de dokter in het geding is, en dat de cultivering van deze competenties daarvoor doorslaggevend kan zijn.
De bijdragen aan deze bundel zijn geschreven vanuit deze overtuiging. Het zijn beschouwingen door (ervarings)deskundigen vanuit eigen praktijk of wetenschappelijk onderzoek. Door de inzichten en ervaringen die zij daarin hebben opgedaan te delen, beogen ze deze ontwikkeling in de artsenopleiding mee te stimuleren.
Frank Smeenk (longarts), Harm Rutten (chirurg-oncoloog) en Eric van de Laar (klinisch
ethicus) werken in het Catharina Ziekenhuis Eindhoven en vormen de redactie
van deze publicatie.
Het boek bevat bijdragen van: Drs. Geert van der Aa,
Dr. Piet Batenburg,
Drs. Hennie van Bavel,
Dr. Harmen Bijwaard,
Dr. Lukas Dekker,
Dr. Nicolette Hijweege,
Prof. Mr. Joep H. Hubben,
Dr. Eric van de Laar,
C.M.H (Kim) Naus,
Lokien (Xavier) van Nunen Msc,
Dr. Jan Peil,
Prof. Dr. J.Z.T. Pieper,
Prof. dr. Ans van der Ploeg,
Dr. Daniela Schulz,
Dr. Wim Smeets,
Dr. Thijs Tromp,
Prof. dr. Harm Rutten,
Prof. dr. Frank Smeenk,
Dr. Bart van Straten,
Dennis van Veghel Msc en
Nicky Westerhof Msc.
Dit boek is het zesde deel in de Catharina-reeks (Levensbeschouwing en ethiek in de gezondheidszorg):
Toegewijde dokters. Waarom de niet-medische competenties geen bijzaak zijn. (Catharina-reeks, nr. 6)
Geneeskunde is een steeds specialistischer vak geworden. Logisch dus dat in de artsenopleiding veel tijd en energie gestoken wordt in de medisch inhoudelijke en technische kant. Tegelijkertijd vraagt de praktische uitoefening van het artsenberoep in een ziekenhuis, zorginstelling of huisartsenpraktijk een breed pallet aan andere vaardigheden. Een gesprek voeren met patiënt en familie om tot een behandelingsbesluit te komen is meer dan alleen medische kennis aanreiken. Niet alles wat kan leidt tot een goede uitkomst. Vanuit politiek en samenleving worden kostenbewustzijn en efficiency gevraagd. De media volgen het handelen van artsen op de voet - niet alleen de succesverhalen. Wetenschappelijk gezien blijven er grote uitdagingen die inzet vragen, en daarnaast mag de existentiële kant van ziek- zijn, leven en dood geen onbekend terrein blijven voor de medicus practicus. De arts van nu en morgen moet van vele markten thuis zijn.
Aan de opleiders de taak een goed evenwicht te vinden tussen deze uiteenlopende eisen van breedte en specialistische diepte. Door de wetenschappelijk- technologische profilering van de geneeskunde raakten deze zogenaamde niet-medische competenties lang overschaduwd. De laatste jaren groeit echter de overtuiging dat bij goede medische zorg ook de persoon van de dokter in het geding is, en dat de cultivering van deze competenties daarvoor doorslaggevend kan zijn.
De bijdragen aan deze bundel zijn geschreven vanuit deze overtuiging. Het zijn beschouwingen door (ervarings)deskundigen vanuit eigen praktijk of wetenschappelijk onderzoek. Door de inzichten en ervaringen die zij daarin hebben opgedaan te delen, beogen ze deze ontwikkeling in de artsenopleiding mee te stimuleren.
Frank Smeenk (longarts), Harm Rutten (chirurg-oncoloog) en Eric van de Laar (klinisch
ethicus) werken in het Catharina Ziekenhuis Eindhoven en vormen de redactie
van deze publicatie.
Het boek bevat bijdragen van: Drs. Geert van der Aa,
Dr. Piet Batenburg,
Drs. Hennie van Bavel,
Dr. Harmen Bijwaard,
Dr. Lukas Dekker,
Dr. Nicolette Hijweege,
Prof. Mr. Joep H. Hubben,
Dr. Eric van de Laar,
C.M.H (Kim) Naus,
Lokien (Xavier) van Nunen Msc,
Dr. Jan Peil,
Prof. Dr. J.Z.T. Pieper,
Prof. dr. Ans van der Ploeg,
Dr. Daniela Schulz,
Dr. Wim Smeets,
Dr. Thijs Tromp,
Prof. dr. Harm Rutten,
Prof. dr. Frank Smeenk,
Dr. Bart van Straten,
Dennis van Veghel Msc en
Nicky Westerhof Msc.
Dit boek is het zesde deel in de Catharina-reeks (Levensbeschouwing en ethiek in de gezondheidszorg):
Word voor beginners (ICT-lijn, nr. 19)
Wie wil kennismaken met Word, vindt hier een zorgvuldig beschreven route. Het
boek is zowel
bedoeld voor onderwijs als voor zelfstudie.
Bij elk onderwerp zijn er heel wat doe-activiteiten. De verschillende aspecten
van Word
worden telkens onmiddellijk getoetst via praktijkoefeningen en per hoofdstuk
samengevat.
Op het einde van het boek bezit de lezer een grondige kennis van de
basisbegrippen van
Word en is hij in staat om zelf professionele documenten aan te maken.
Een oefening wordt ieder hoofdstuk verder uitgebouwd. Op een bijhorende website
staan naast de oefeningen ook de opgeloste voorbeelden.
Het boek sluit af met een aantal portfolio-opdrachten, werkstukken waarbij je
vanaf
een leeg document een professioneel geheel samenstelt.
Emmy Leleu is verbonden aan het CVO - Centrum voor volwassenenonderwijs in Kortrijk. Naast ict-coördinator is ze een Google certified trainer, social media consultant en webmaster.
Word voor beginners (ICT-lijn, nr. 19)
Wie wil kennismaken met Word, vindt hier een zorgvuldig beschreven route. Het
boek is zowel
bedoeld voor onderwijs als voor zelfstudie.
Bij elk onderwerp zijn er heel wat doe-activiteiten. De verschillende aspecten
van Word
worden telkens onmiddellijk getoetst via praktijkoefeningen en per hoofdstuk
samengevat.
Op het einde van het boek bezit de lezer een grondige kennis van de
basisbegrippen van
Word en is hij in staat om zelf professionele documenten aan te maken.
Een oefening wordt ieder hoofdstuk verder uitgebouwd. Op een bijhorende website
staan naast de oefeningen ook de opgeloste voorbeelden.
Het boek sluit af met een aantal portfolio-opdrachten, werkstukken waarbij je
vanaf
een leeg document een professioneel geheel samenstelt.
Emmy Leleu is verbonden aan het CVO - Centrum voor volwassenenonderwijs in Kortrijk. Naast ict-coördinator is ze een Google certified trainer, social media consultant en webmaster.
De medische renaissance anders bekeken (1400-1600) (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 5)
De ‘renaissance’ is een grote culturele beweging die ontstond in Italië in de veertiende en vijftiende eeuw. Zeker de aankomende zestiende eeuw gold als de ultieme eeuw van de ‘wedergeboorte’. Terwijl de term veelal met betrekking tot het artistieke milieu wordt gehanteerd, spreekt men in de evolutie van het denken en de geesteswetenschappen ook vaak van het parallelle ‘humanisme’. Het collectieve denken verschoof meer naar de kracht van het individu, het paradigma van het ‘godsbeeld’ zou plaatsmaken voor het ‘mensbeeld’, dat een universeel karakter moest uitstralen. De hierbij geformuleerde denkbeelden worden in dit cahier enigszins bijgesteld om de lezer zo tot nieuwe inzichten te bewegen.
De medische renaissance anders bekeken (1400-1600) kenmerkt zich door een steeds wederkerend spanningsveld tussen continuïteit en een soort van discontinuïteitsdenken. Als het ware een tweeopdeling. Enerzijds prescriptieve kennis, die vaak letterlijk werd overgeleverd en niet-zelden klakkeloos werd overgenomen. Anderzijds de propositionele kennis, die voortborduurde op nieuwe ideeën en kennis, niet-zelden ontleend uit empirie en een eerste aanzet tot wetenschappelijk experiment. Beide tendensen konden naast elkaar bestaan, maar raakten vaak in elkaar vervlochten. Deze these lijkt aannemelijker te zijn dan een strikte dichotomie op het spanningsveld te blijven verdedigen.
Aan de hand van de hier geformuleerde, onderbouwde hypothesen kan de lezer zijn eigen conclusies trekken. Afhankelijk van zijn achtergrond en intentie kunnen ze nogal uiteenlopend zijn. Dit lijkt ons echter veeleer een troef dan een ‘handicap’, temeer omdat op die manier het debat in de cultuur- en medische geschiedenis levendig blijft.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
Dit boek bevat bijdragen van:
Dr. Maurits Biesbrouck,
Prof. em. dr. Ivo De Leeuw,
Prof. dr. Inge Fourneau,
Guy Gilias,
Dr. Theodoor Goddeeris,
Dr. Hans L. Houtzager,
Prof. em. dr. Omer Steeno,
Prof. em. dr. Raphael M.E. Suy,
Dr. Cornelis van Tilburg,
Aagje Van Cauwelaert en
Dr. Vincent Van Roy
De redactie was in handen van:
Prof. dr. Ivo De Leeuw, emeritus aan de universiteit Antwerpen, bekleedde verscheidene
wetenschappelijke functies op het gebied van de geneeskunde in onder
andere België, de VS en Groot-Brittannië. Hij is topgespecialiseerd in de medische
geschiedenis van grote Italiaanse families uit de renaissance. Hij publiceerde verschillende
artikelen en boeken.
Dr. Cornelis van Tilburg, classicus, is verbonden
aan de Universiteit Leiden. Hij publiceerde onder meer over verkeer en stadshygiëne
in het Romeinse Rijk en is eindredacteur van de cahierreeks Geschiedenis van
de Geneeskunde en Gezondheidszorg.
Dr. Vincent Van Roy, historicus, specialiseert
zich in allerlei medisch-historische onderwerpen, geschiedenis van lichaam
en geest en hospitaalgeschiedenis. In die hoedanigheid fungeert hij ook als secretaris
van de vereniging Hospitium en is hij redactiecoördinator van de cahierreeks
Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg.
De medische renaissance anders bekeken (1400-1600) (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 5)
De ‘renaissance’ is een grote culturele beweging die ontstond in Italië in de veertiende en vijftiende eeuw. Zeker de aankomende zestiende eeuw gold als de ultieme eeuw van de ‘wedergeboorte’. Terwijl de term veelal met betrekking tot het artistieke milieu wordt gehanteerd, spreekt men in de evolutie van het denken en de geesteswetenschappen ook vaak van het parallelle ‘humanisme’. Het collectieve denken verschoof meer naar de kracht van het individu, het paradigma van het ‘godsbeeld’ zou plaatsmaken voor het ‘mensbeeld’, dat een universeel karakter moest uitstralen. De hierbij geformuleerde denkbeelden worden in dit cahier enigszins bijgesteld om de lezer zo tot nieuwe inzichten te bewegen.
De medische renaissance anders bekeken (1400-1600) kenmerkt zich door een steeds wederkerend spanningsveld tussen continuïteit en een soort van discontinuïteitsdenken. Als het ware een tweeopdeling. Enerzijds prescriptieve kennis, die vaak letterlijk werd overgeleverd en niet-zelden klakkeloos werd overgenomen. Anderzijds de propositionele kennis, die voortborduurde op nieuwe ideeën en kennis, niet-zelden ontleend uit empirie en een eerste aanzet tot wetenschappelijk experiment. Beide tendensen konden naast elkaar bestaan, maar raakten vaak in elkaar vervlochten. Deze these lijkt aannemelijker te zijn dan een strikte dichotomie op het spanningsveld te blijven verdedigen.
Aan de hand van de hier geformuleerde, onderbouwde hypothesen kan de lezer zijn eigen conclusies trekken. Afhankelijk van zijn achtergrond en intentie kunnen ze nogal uiteenlopend zijn. Dit lijkt ons echter veeleer een troef dan een ‘handicap’, temeer omdat op die manier het debat in de cultuur- en medische geschiedenis levendig blijft.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
Dit boek bevat bijdragen van:
Dr. Maurits Biesbrouck,
Prof. em. dr. Ivo De Leeuw,
Prof. dr. Inge Fourneau,
Guy Gilias,
Dr. Theodoor Goddeeris,
Dr. Hans L. Houtzager,
Prof. em. dr. Omer Steeno,
Prof. em. dr. Raphael M.E. Suy,
Dr. Cornelis van Tilburg,
Aagje Van Cauwelaert en
Dr. Vincent Van Roy
De redactie was in handen van:
Prof. dr. Ivo De Leeuw, emeritus aan de universiteit Antwerpen, bekleedde verscheidene
wetenschappelijke functies op het gebied van de geneeskunde in onder
andere België, de VS en Groot-Brittannië. Hij is topgespecialiseerd in de medische
geschiedenis van grote Italiaanse families uit de renaissance. Hij publiceerde verschillende
artikelen en boeken.
Dr. Cornelis van Tilburg, classicus, is verbonden
aan de Universiteit Leiden. Hij publiceerde onder meer over verkeer en stadshygiëne
in het Romeinse Rijk en is eindredacteur van de cahierreeks Geschiedenis van
de Geneeskunde en Gezondheidszorg.
Dr. Vincent Van Roy, historicus, specialiseert
zich in allerlei medisch-historische onderwerpen, geschiedenis van lichaam
en geest en hospitaalgeschiedenis. In die hoedanigheid fungeert hij ook als secretaris
van de vereniging Hospitium en is hij redactiecoördinator van de cahierreeks
Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg.
Maximaal Megataal
Maximaal Megataal: Een boek vol tips voor meer taal, meer denken en meer onderwijstijd in de tweede en derde kleuterklas. De lang verwachte opvolger van Minimaal Maxitaal: Een boek vol talige tips bij routines in de onthaalklas en de eerste kleuterklas.
Kleuters met een sterk ontwikkelde taal- en denkvaardigheid kennen meer schoolsucces dan minder vaardige klasgenootjes. Om alle kleuters van de tweede en derde kleuterklas (groepen 1 en 2) maximale ontplooiingskansen te schenken op het vlak van taal- en denkvaardigheid, voorziet Maximaal Megataal in een ‘handig’ kader: de taal-denkhand.
‘Dankzij het handje geef ik veel meer autonome denkkansen aan mijn vierjarigen. Dat past perfect bij hun leeftijd: ze willen graag zelfstandig worden en ze zijn zo nieuwsgierig naar de wereld om zich heen.’ Juf Liesbet
Naast de taal-denkhand biedt Maximaal Megataal ook inspiratie om negen routines en activiteiten die dagelijks of vaak terugkeren, zoals het onthaal, het keuzemoment en het fruitmoment krachtiger bij de ontwikkelingsbehoeften van de vier- en vijfjarigen te laten aansluiten. De keuze voor deze negen momenten is gebaseerd op recent onderzoek in Vlaanderen en Brussel.
‘Ik heb mijn onthaal helemaal omgegooid. Ik ben meer bezig met de essentie: het onthalen van de kleuters en hun ouders en ik pas natuurlijk de taal-denkhand toe. Ik sta nu nog dichter bij mijn kleuters en we kunnen veel sneller aan het werk.’ Juf Jamillah
Maximaal Megataal
Maximaal Megataal: Een boek vol tips voor meer taal, meer denken en meer onderwijstijd in de tweede en derde kleuterklas. De lang verwachte opvolger van Minimaal Maxitaal: Een boek vol talige tips bij routines in de onthaalklas en de eerste kleuterklas.
Kleuters met een sterk ontwikkelde taal- en denkvaardigheid kennen meer schoolsucces dan minder vaardige klasgenootjes. Om alle kleuters van de tweede en derde kleuterklas (groepen 1 en 2) maximale ontplooiingskansen te schenken op het vlak van taal- en denkvaardigheid, voorziet Maximaal Megataal in een ‘handig’ kader: de taal-denkhand.
‘Dankzij het handje geef ik veel meer autonome denkkansen aan mijn vierjarigen. Dat past perfect bij hun leeftijd: ze willen graag zelfstandig worden en ze zijn zo nieuwsgierig naar de wereld om zich heen.’ Juf Liesbet
Naast de taal-denkhand biedt Maximaal Megataal ook inspiratie om negen routines en activiteiten die dagelijks of vaak terugkeren, zoals het onthaal, het keuzemoment en het fruitmoment krachtiger bij de ontwikkelingsbehoeften van de vier- en vijfjarigen te laten aansluiten. De keuze voor deze negen momenten is gebaseerd op recent onderzoek in Vlaanderen en Brussel.
‘Ik heb mijn onthaal helemaal omgegooid. Ik ben meer bezig met de essentie: het onthalen van de kleuters en hun ouders en ik pas natuurlijk de taal-denkhand toe. Ik sta nu nog dichter bij mijn kleuters en we kunnen veel sneller aan het werk.’ Juf Jamillah
Het volgrecht van de kunstenaar
Auteurs van werken van grafische of beeldende kunst hebben recht op een vergoeding wanneer hun werken (schilderijen, beeldhouwwerken, etsen, …) worden doorverkocht met tussenkomst van een professionele kunsthandelaar, zoals een galerij of veilinghuis. Deze vergoeding wordt aangeduid als het volgrecht. De wettelijke regeling inzake het volgrecht is recent grondig gewijzigd.
In dit boek wordt de vernieuwde regeling inzake het volgrecht grondig besproken. Aan bod komt de vraag welke werken en welke transacties onder de regeling inzake het volgrecht vallen, wat het tarief is, wie het volgrecht verschuldigd is en wie er recht op heeft. Ook wordt uitgebreid toegelicht waar, wanneer, hoe en door wie aangiftes van doorverkopen dienen te gebeuren. Tot slot wordt aangegeven hoe kunstenaars op de hoogte kunnen komen van de doorverkopen van hun werken, op welke wijze zij hun volgrecht kunnen opeisen en tot wanneer.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Hendrik Vanhees is hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en hoofddocent aan de Universiteit Gent, en is gespecialiseerd in het recht van de intellectuele eigendom (o.a. auteurs-, merken-, modellen- en octrooirecht).
Het volgrecht van de kunstenaar
Auteurs van werken van grafische of beeldende kunst hebben recht op een vergoeding wanneer hun werken (schilderijen, beeldhouwwerken, etsen, …) worden doorverkocht met tussenkomst van een professionele kunsthandelaar, zoals een galerij of veilinghuis. Deze vergoeding wordt aangeduid als het volgrecht. De wettelijke regeling inzake het volgrecht is recent grondig gewijzigd.
In dit boek wordt de vernieuwde regeling inzake het volgrecht grondig besproken. Aan bod komt de vraag welke werken en welke transacties onder de regeling inzake het volgrecht vallen, wat het tarief is, wie het volgrecht verschuldigd is en wie er recht op heeft. Ook wordt uitgebreid toegelicht waar, wanneer, hoe en door wie aangiftes van doorverkopen dienen te gebeuren. Tot slot wordt aangegeven hoe kunstenaars op de hoogte kunnen komen van de doorverkopen van hun werken, op welke wijze zij hun volgrecht kunnen opeisen en tot wanneer.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Hendrik Vanhees is hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en hoofddocent aan de Universiteit Gent, en is gespecialiseerd in het recht van de intellectuele eigendom (o.a. auteurs-, merken-, modellen- en octrooirecht).
Recepten voor een gezonde receptie
Heerlijk toch, recepties?
Of ze ook zo ‘gezond’ zijn?
Dat kan perfect en ook nog lekker.
Dit boek brengt recepten bij elkaar om een lijnvriendelijke receptie te organiseren. En dit zonder extra moeite. Met hapjes waarbij je geen of wel een keuken nodig hebt. Tegelijk geven duidelijke overzichten aan wat en hoeveel je nodig hebt naar gelang van de feesttijd en het aantal gasten. Meteen een handige boodschappenlijst. Recepties zijn voortaan altijd gezond.
Recepten voor een gezonde receptie
Heerlijk toch, recepties?
Of ze ook zo ‘gezond’ zijn?
Dat kan perfect en ook nog lekker.
Dit boek brengt recepten bij elkaar om een lijnvriendelijke receptie te organiseren. En dit zonder extra moeite. Met hapjes waarbij je geen of wel een keuken nodig hebt. Tegelijk geven duidelijke overzichten aan wat en hoeveel je nodig hebt naar gelang van de feesttijd en het aantal gasten. Meteen een handige boodschappenlijst. Recepties zijn voortaan altijd gezond.
Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 6. Le Comité permanent R dans sa relation avec le Parlement et certains acteurs du pouvoir exécutif –
Les services de renseignement qui agissent dans un cadre par nature secret peuvent induire une certaine méfiance chez le citoyen. Dans cette période troublée que nous traversons, le grand public se doit d’être informé sur le fonctionnement des services de renseignement belges et le contrôle de ces derniers.
Pierre angulaire du système de contrôle, cet ouvrage cherche à apporter une analyse objective du travail réalisé par Comité R dans sa relation avec les acteurs politiques avant la sixième réforme de l’Etat. Ce livre cherche ainsi, sans prétention, à contribuer au développement de la culture du renseignement en Belgique ou, dans une certaine mesure, à lever le voile sur certains préjugés.
DAVID STANS est docteur en sciences politique et sociale. Il est maître de conferences et collaborateur scientifique dans le pôle sécurité au sein de l’Unité d’études européennes à l’Université de Liège. Son expertise porte sur les matières de sécurité et, plus spécifiquement, sur le domaine du renseignement et de son contrôle. Il est également membre de divers entres d’études.
Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 6. Le Comité permanent R dans sa relation avec le Parlement et certains acteurs du pouvoir exécutif –
Les services de renseignement qui agissent dans un cadre par nature secret peuvent induire une certaine méfiance chez le citoyen. Dans cette période troublée que nous traversons, le grand public se doit d’être informé sur le fonctionnement des services de renseignement belges et le contrôle de ces derniers.
Pierre angulaire du système de contrôle, cet ouvrage cherche à apporter une analyse objective du travail réalisé par Comité R dans sa relation avec les acteurs politiques avant la sixième réforme de l’Etat. Ce livre cherche ainsi, sans prétention, à contribuer au développement de la culture du renseignement en Belgique ou, dans une certaine mesure, à lever le voile sur certains préjugés.
DAVID STANS est docteur en sciences politique et sociale. Il est maître de conferences et collaborateur scientifique dans le pôle sécurité au sein de l’Unité d’études européennes à l’Université de Liège. Son expertise porte sur les matières de sécurité et, plus spécifiquement, sur le domaine du renseignement et de son contrôle. Il est également membre de divers entres d’études.
Zoals het klokje thuis tikt. Samenhuizen van volwassen kinderen met hun ouders. (Reeks: Gezinnen, Relaties en Opvoeding, nr. 1)
Samenhuizen met volwassen kinderen: voor veel gezinnen is dit – al dan niet tijdelijk – een realiteit. Sommige kinderen blijven in Hotel Mama wonen, anderen komen als boemerangkinderen tijdelijk inwonen na een scheiding. Mensen van middelbare leeftijd kiezen er soms voor om te gaan samenwonen met hun bejaarde ouders of hun volwassen kinderen die een beperking hebben, om voor hen te zorgen.
Onderzoekers van het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee) maakten samen met partners een analyse van verschillende vormen van ‘samenhuizen’ van ouders met volwassen kinderen. De auteurs gaan in op de uitdagingen en doen concrete aanbevelingen om dit te ondersteunen en te optimaliseren. Sommige vormen van samenhuizen met volwassen kinderen en ouders zijn vandaag al wijdverspreid. Andere kunnen in de toekomst misschien een antwoord bieden op vragen die een vergrijzende en zorgzame samenleving ons stelt. Dit boek is een inspiratiebron
voor iedereen die professioneel, beleidsmatig of persoonlijk te maken heeft met samenhuizen van volwassen kinderen en hun ouders.
Dirk Luyten is doctor in de sociale wetenschappen en master in de stedenbouw en
ruimtelijke planning, is lector gezinsbeleid aan de opleiding gezinswetenschappen
(Odisee) en onderzoeker bij het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen
(Odisee). Hij is zelfstandig beleidsadviseur woonbeleid (Studio Beleid).
Kathleen Emmery is master in de criminologie en coördinator van het kenniscentrum
Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee). Ze doceert recht aan de opleiding
gezinswetenschappen (Odisee) en doet onderzoek naar gezinsbeleid in Vlaanderen.
Eline Mechels is master in de sociologie en stafmedewerker aan het kenniscentrum
Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee).
Zoals het klokje thuis tikt. Samenhuizen van volwassen kinderen met hun ouders. (Reeks: Gezinnen, Relaties en Opvoeding, nr. 1)
Samenhuizen met volwassen kinderen: voor veel gezinnen is dit – al dan niet tijdelijk – een realiteit. Sommige kinderen blijven in Hotel Mama wonen, anderen komen als boemerangkinderen tijdelijk inwonen na een scheiding. Mensen van middelbare leeftijd kiezen er soms voor om te gaan samenwonen met hun bejaarde ouders of hun volwassen kinderen die een beperking hebben, om voor hen te zorgen.
Onderzoekers van het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee) maakten samen met partners een analyse van verschillende vormen van ‘samenhuizen’ van ouders met volwassen kinderen. De auteurs gaan in op de uitdagingen en doen concrete aanbevelingen om dit te ondersteunen en te optimaliseren. Sommige vormen van samenhuizen met volwassen kinderen en ouders zijn vandaag al wijdverspreid. Andere kunnen in de toekomst misschien een antwoord bieden op vragen die een vergrijzende en zorgzame samenleving ons stelt. Dit boek is een inspiratiebron
voor iedereen die professioneel, beleidsmatig of persoonlijk te maken heeft met samenhuizen van volwassen kinderen en hun ouders.
Dirk Luyten is doctor in de sociale wetenschappen en master in de stedenbouw en
ruimtelijke planning, is lector gezinsbeleid aan de opleiding gezinswetenschappen
(Odisee) en onderzoeker bij het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen
(Odisee). Hij is zelfstandig beleidsadviseur woonbeleid (Studio Beleid).
Kathleen Emmery is master in de criminologie en coördinator van het kenniscentrum
Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee). Ze doceert recht aan de opleiding
gezinswetenschappen (Odisee) en doet onderzoek naar gezinsbeleid in Vlaanderen.
Eline Mechels is master in de sociologie en stafmedewerker aan het kenniscentrum
Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee).
Renfrew Taalschalen Nederlandse Aanpassing (RTNA) – Set: Handleiding en scoreformulieren + Taalkaarten (in opbergkoffer)(2e druk)
In de logopedische en klinisch linguïstische praktijk heeft men behoefte aan een volledige testbatterij voor het onderzoek van alle taalaspecten. In het Nederlands taalgebied zijn reeds enkele waardevolle tests voorhanden om problemen op vlak van semantiek, morfologie en syntaxis te onderkennen. Het aanbod om pragmatische vaardigheden en meer specifiek de narratieve vaardigheid te evalueren, is eerder beperkt. Nochtans is het essentieel pragmatiek nauwkeurig te onderzoeken vanwege de relatie met de alledaagse communicatie en in het kader van differentiële diagnostiek tussen bepaalde vormen van ontwikkelingsstoornissen (Russell, 2007).
Naast het tekort aan genormeerde instrumenten voor narratieve vaardigheden, merken we dat er nog geen test beschikbaar is die de woordvinding analyseert. Woordvinding verwijst naar de snelheid waarmee een woord kan worden opgeroepen uit het lexicon. De woordenschattests die momenteel gehanteerd worden in de klinische praktijk, laten niet toe uitspraken te doen over woordvinding daar er geen tijdslimiet wordt vastgelegd. Tot slot is er nog geen test die kinderen spontaan zinnen laat uiten en waarbij men rekening dient te houden met de voorkennis van de luisteraar. De Renfrew Taalschalen Nederlandse Aanpassing lijken deze leemtes te kunnen opvullen.
Kino Jansonius, klinisch psycholinguïst en logopedist,
wetenschappelijk medewerker ACLC (Amsterdam Centre for
Language and Communication), Algemene Taalwetenschappen,
Faculteit Geesteswetenschappen, Universiteit van Amsterdam.
Mieke Ketelaars, orthopedagoog, universitair docent
Orthopedagogiek,
Faculteit Sociale Wetenschappen,
Rijksuniversiteit Leiden.
Marja Borgers, linguïst, zelfstandig werkend adviseur
voor taalonderwijs en taalstoornissen, www.taalweb.nl.
Ellen Van Den Heuvel, master Logopedische en Audiologische
Wetenschappen, doctorandus KU Leuven, Departement
Neurowetenschappen, ExpORL.
Hilde Roeyers, opleidingshoofd Logopedie-Audiologie,
Katholieke Hogeschool VIVES, campus Brugge.
Eric Manders, deeltijds docent KU Leuven (Logopedische en
Audiologische Wetenschappen) en Thomas More Antwerpen
(Departement Logopedie en Audiologie).
Inge Zink, deeltijds hoogleraar KU Leuven (programmadirecteur
Logopedische en Audiologische Wetenschappen) en logopedist UZ
Leuven (taaldiagnostiek MUCLA).
Renfrew Taalschalen Nederlandse Aanpassing (RTNA) – Set: Handleiding en scoreformulieren + Taalkaarten (in opbergkoffer)(2e druk)
In de logopedische en klinisch linguïstische praktijk heeft men behoefte aan een volledige testbatterij voor het onderzoek van alle taalaspecten. In het Nederlands taalgebied zijn reeds enkele waardevolle tests voorhanden om problemen op vlak van semantiek, morfologie en syntaxis te onderkennen. Het aanbod om pragmatische vaardigheden en meer specifiek de narratieve vaardigheid te evalueren, is eerder beperkt. Nochtans is het essentieel pragmatiek nauwkeurig te onderzoeken vanwege de relatie met de alledaagse communicatie en in het kader van differentiële diagnostiek tussen bepaalde vormen van ontwikkelingsstoornissen (Russell, 2007).
Naast het tekort aan genormeerde instrumenten voor narratieve vaardigheden, merken we dat er nog geen test beschikbaar is die de woordvinding analyseert. Woordvinding verwijst naar de snelheid waarmee een woord kan worden opgeroepen uit het lexicon. De woordenschattests die momenteel gehanteerd worden in de klinische praktijk, laten niet toe uitspraken te doen over woordvinding daar er geen tijdslimiet wordt vastgelegd. Tot slot is er nog geen test die kinderen spontaan zinnen laat uiten en waarbij men rekening dient te houden met de voorkennis van de luisteraar. De Renfrew Taalschalen Nederlandse Aanpassing lijken deze leemtes te kunnen opvullen.
Kino Jansonius, klinisch psycholinguïst en logopedist,
wetenschappelijk medewerker ACLC (Amsterdam Centre for
Language and Communication), Algemene Taalwetenschappen,
Faculteit Geesteswetenschappen, Universiteit van Amsterdam.
Mieke Ketelaars, orthopedagoog, universitair docent
Orthopedagogiek,
Faculteit Sociale Wetenschappen,
Rijksuniversiteit Leiden.
Marja Borgers, linguïst, zelfstandig werkend adviseur
voor taalonderwijs en taalstoornissen, www.taalweb.nl.
Ellen Van Den Heuvel, master Logopedische en Audiologische
Wetenschappen, doctorandus KU Leuven, Departement
Neurowetenschappen, ExpORL.
Hilde Roeyers, opleidingshoofd Logopedie-Audiologie,
Katholieke Hogeschool VIVES, campus Brugge.
Eric Manders, deeltijds docent KU Leuven (Logopedische en
Audiologische Wetenschappen) en Thomas More Antwerpen
(Departement Logopedie en Audiologie).
Inge Zink, deeltijds hoogleraar KU Leuven (programmadirecteur
Logopedische en Audiologische Wetenschappen) en logopedist UZ
Leuven (taaldiagnostiek MUCLA).
Een kei in evalueren. Werkboek evalueren in de gezondheidsbevordering
Evalueren is géén passief gebeuren, het doel is om je project of samenwerking een nieuwe impuls te geven. Actie dus. Dit handboek zet je op een toegankelijke manier op weg.
Evaluatieproces van A tot Z
Het boek doet het evaluatieproces van A tot Z uit de doeken en biedt een
kader dat helpt
om het overzicht te houden op alle beslissingen die een evaluatie vereist.
Het is bedoeld
voor iedereen die zijn inspanningen op het vlak van gezondheidsbevordering
naar waarde
wil schatten. Of dat nu een project, actie, product, samenwerking,
interventie of dienstverlening
is.
Toegankelijk
Een kwaliteitsvolle evaluatie start met een gefundeerde voorbereiding.
Hiervoor worden
tools zoals de evaluatiematrix en het RE-AIM-model aangereikt. Je komt ook
te weten hoe
je meetinstrumenten opstelt. De uitvoering van de evaluatie bevat uitleg
over de verzameling,
analyse en interpretatie van de gegevens. Maar ook het resultaat van de
evaluatie
wordt niet vergeten. Hoe gaan we hier nu mee voort? Alle onderdelen van de
theorie komen
op een toegankelijke manier aan bod met concrete voorbeelden.
Dit is een boek om meer en beter te evalueren.
Saidja Steenhuyzen is stafmedewerker wetenschappelijke ondersteuning bij VIGeZ -
Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie en Ziektepreventie, met zetel in Brussel.
Veerle Stevens was stafmedewerker bij VIGeZ. Zij is nu adjunct-directeur bij CGG Passant
vzw.
Een kei in evalueren. Werkboek evalueren in de gezondheidsbevordering
Evalueren is géén passief gebeuren, het doel is om je project of samenwerking een nieuwe impuls te geven. Actie dus. Dit handboek zet je op een toegankelijke manier op weg.
Evaluatieproces van A tot Z
Het boek doet het evaluatieproces van A tot Z uit de doeken en biedt een
kader dat helpt
om het overzicht te houden op alle beslissingen die een evaluatie vereist.
Het is bedoeld
voor iedereen die zijn inspanningen op het vlak van gezondheidsbevordering
naar waarde
wil schatten. Of dat nu een project, actie, product, samenwerking,
interventie of dienstverlening
is.
Toegankelijk
Een kwaliteitsvolle evaluatie start met een gefundeerde voorbereiding.
Hiervoor worden
tools zoals de evaluatiematrix en het RE-AIM-model aangereikt. Je komt ook
te weten hoe
je meetinstrumenten opstelt. De uitvoering van de evaluatie bevat uitleg
over de verzameling,
analyse en interpretatie van de gegevens. Maar ook het resultaat van de
evaluatie
wordt niet vergeten. Hoe gaan we hier nu mee voort? Alle onderdelen van de
theorie komen
op een toegankelijke manier aan bod met concrete voorbeelden.
Dit is een boek om meer en beter te evalueren.
Saidja Steenhuyzen is stafmedewerker wetenschappelijke ondersteuning bij VIGeZ -
Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie en Ziektepreventie, met zetel in Brussel.
Veerle Stevens was stafmedewerker bij VIGeZ. Zij is nu adjunct-directeur bij CGG Passant
vzw.
Lesson Study: een praktische gids voor het onderwijs
Lesson Study is een effectieve benadering voor onderwijsprofessionalisering die in Nederland snel aan populariteit wint. Het is een werkwijze waarbij docenten in teamverband een cyclus doorlopen om het leren van leerlingen te verbeteren. De cyclus bestaat uit de volgende stappen:
- Oriënteren en doelen stellen.
- Ontwerpen van de onderzoeksles met een didactiek om alle leerlingen te bereiken.
- Geven van de eerste onderzoeksles.
- Nabespreken van de eerste onderzoeksles.
- Herzien en nogmaals geven van de onderzoeksles.
- Reflecteren en delen van resultaten.
Siebrich de Vries is lerarenopleider, onderzoeker en projectleider op het gebied
van Lesson Study bij de lerarenopleiding van de Rijksuniversiteit Groningen.
Nellie Verhoef is universitair hoofddocent, lerarenopleider en onderzoeker op
het gebied van de effecten van Lesson Study op de didactiek van de wiskunde bij
de Universiteit Twente.
Sui Lin Goei is lector bij de Hogeschool Windesheim en programmaleider
Lesson Study bij het Universitair Centrum Gedrag en Bewegen van de Vrije Universiteit
Amsterdam.
Lesson Study: een praktische gids voor het onderwijs
Lesson Study is een effectieve benadering voor onderwijsprofessionalisering die in Nederland snel aan populariteit wint. Het is een werkwijze waarbij docenten in teamverband een cyclus doorlopen om het leren van leerlingen te verbeteren. De cyclus bestaat uit de volgende stappen:
- Oriënteren en doelen stellen.
- Ontwerpen van de onderzoeksles met een didactiek om alle leerlingen te bereiken.
- Geven van de eerste onderzoeksles.
- Nabespreken van de eerste onderzoeksles.
- Herzien en nogmaals geven van de onderzoeksles.
- Reflecteren en delen van resultaten.
Siebrich de Vries is lerarenopleider, onderzoeker en projectleider op het gebied
van Lesson Study bij de lerarenopleiding van de Rijksuniversiteit Groningen.
Nellie Verhoef is universitair hoofddocent, lerarenopleider en onderzoeker op
het gebied van de effecten van Lesson Study op de didactiek van de wiskunde bij
de Universiteit Twente.
Sui Lin Goei is lector bij de Hogeschool Windesheim en programmaleider
Lesson Study bij het Universitair Centrum Gedrag en Bewegen van de Vrije Universiteit
Amsterdam.
Trauma binnenstebuiten (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 22)
Het psychotrauma lijkt in de maatschappij en in de geestelijke gezondheidszorg aan een
opmars bezig. Het goede nieuws is dat het meer bespreekbaar is geworden. Het slechte
nieuws is dat het impact en de gevolgen ervan niet altijd juist worden ingeschat.
In
dit boek gaat het niet zozeer om wat natuurrampen of oorlogsgeweld aanrichten maar
om verborgen en onzichtbare breuken of kwetsuren die ons door medemensen of zelfs
vertrouwensfiguren worden aangedaan. De psychoanalyse heeft ook over deze kwestie
geen eenvoudige opvatting. Het gaat om een complexe materie met gevolgen voor
vertrouwen, gehechtheid, ontwikkeling, psychosociaal en -seksueel leven enzovoort.
Binnen- en buitenwereld, fantasie en realiteit, dader en slachtoffer blijken daarbij in
elkaar over te lopen.
Deze bundel bevat naar goede gewoonte bijdragen uit diverse
theoretische en klinische hoeken. Voor het eerst worden ze ook aangevuld met het
getuigenverslag
van een ervaringsdeskundige. Leren we vaak niet het meest door goed
naar onze patiënten te luisteren?
Met bijdragen van Ariane Bazan, Frédéric Declercq, Marijn Depraetere, Nele Fiers, Mieke Hoste, Mark Kinet, Nelleke J. Nicolai en Myriam Van Gael.
Mark Kinet is psychiater-psychotherapeut in de Kliniek St.-Jozef, Centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie, te Pittem en voert zelfstandige psychoanalytische praktijk te St.-Martens Latem. Hij is hoofdredacteur van de reeks Psychoanalytisch Actueel en bestuurslid van de Stichting Psychoanalyse en Cultuur.
Trauma binnenstebuiten (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 22)
Het psychotrauma lijkt in de maatschappij en in de geestelijke gezondheidszorg aan een
opmars bezig. Het goede nieuws is dat het meer bespreekbaar is geworden. Het slechte
nieuws is dat het impact en de gevolgen ervan niet altijd juist worden ingeschat.
In
dit boek gaat het niet zozeer om wat natuurrampen of oorlogsgeweld aanrichten maar
om verborgen en onzichtbare breuken of kwetsuren die ons door medemensen of zelfs
vertrouwensfiguren worden aangedaan. De psychoanalyse heeft ook over deze kwestie
geen eenvoudige opvatting. Het gaat om een complexe materie met gevolgen voor
vertrouwen, gehechtheid, ontwikkeling, psychosociaal en -seksueel leven enzovoort.
Binnen- en buitenwereld, fantasie en realiteit, dader en slachtoffer blijken daarbij in
elkaar over te lopen.
Deze bundel bevat naar goede gewoonte bijdragen uit diverse
theoretische en klinische hoeken. Voor het eerst worden ze ook aangevuld met het
getuigenverslag
van een ervaringsdeskundige. Leren we vaak niet het meest door goed
naar onze patiënten te luisteren?
Met bijdragen van Ariane Bazan, Frédéric Declercq, Marijn Depraetere, Nele Fiers, Mieke Hoste, Mark Kinet, Nelleke J. Nicolai en Myriam Van Gael.
Mark Kinet is psychiater-psychotherapeut in de Kliniek St.-Jozef, Centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie, te Pittem en voert zelfstandige psychoanalytische praktijk te St.-Martens Latem. Hij is hoofdredacteur van de reeks Psychoanalytisch Actueel en bestuurslid van de Stichting Psychoanalyse en Cultuur.
