Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Onderzocht en ondervonden. Over de wetten van de passies / Met voorwoord van Arnon Grunberg

 29,90

Filosofie is rationeel op zoek gaan naar de waarheid: van het zijn, het weten, de geest, het goede, het rechtvaardige, het schone enzovoort. Al redenerend, nu eens in redetwist, dan in dialoog met anderen, ontwikkelt de filosofie hierover een oorspronkelijk denken.

Psychoanalyse probeert van haar kant mensen in voeling te brengen met de eigen waarheid. Ze streeft naar waarachtigheid door te onderzoeken en te ondervinden wat zich in de levende ontmoeting afspeelt. Het hare is niet het domein van de waarheid, maar van waarheden.

In dit boek wordt geanalyseerd en gefilosofeerd over drift, seks, trauma, passie, geweld, creativiteit, oorlog en kunst. Bij wijze van schrijven, wordt er bewogen tussen de kunst van de rede en de wetten van de passies.

Arnon Grunberg in zijn voorwoord: ‘Ik wens Kinet veel lezers toe’.



Mark Kinet is psychiater, psychotherapeut en psychoanalyticus. Hij is auteur van Freud & co in de psychiatrie. Klinisch psychotherapeutisch perspectief (2006), De wetenschap van de liefde en de kunst van de computeranalyse (2008), Psychopathologie van het hedendaags leven (2013) en Psychologie van de kunst. Een abecedarium (2013).

Quick View

Onderzocht en ondervonden. Over de wetten van de passies / Met voorwoord van Arnon Grunberg

 29,90

Filosofie is rationeel op zoek gaan naar de waarheid: van het zijn, het weten, de geest, het goede, het rechtvaardige, het schone enzovoort. Al redenerend, nu eens in redetwist, dan in dialoog met anderen, ontwikkelt de filosofie hierover een oorspronkelijk denken.

Psychoanalyse probeert van haar kant mensen in voeling te brengen met de eigen waarheid. Ze streeft naar waarachtigheid door te onderzoeken en te ondervinden wat zich in de levende ontmoeting afspeelt. Het hare is niet het domein van de waarheid, maar van waarheden.

In dit boek wordt geanalyseerd en gefilosofeerd over drift, seks, trauma, passie, geweld, creativiteit, oorlog en kunst. Bij wijze van schrijven, wordt er bewogen tussen de kunst van de rede en de wetten van de passies.

Arnon Grunberg in zijn voorwoord: ‘Ik wens Kinet veel lezers toe’.



Mark Kinet is psychiater, psychotherapeut en psychoanalyticus. Hij is auteur van Freud & co in de psychiatrie. Klinisch psychotherapeutisch perspectief (2006), De wetenschap van de liefde en de kunst van de computeranalyse (2008), Psychopathologie van het hedendaags leven (2013) en Psychologie van de kunst. Een abecedarium (2013).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Tussen repressie en provocatie. Geschiedenis van de homo- en lesbische emancipatie in Eindhoven 1948-1990.

 29,90

Tussen 1948 en 1990 liggen bijna veertig jaar. Een periode waarin in Eindhoven zich grotendeels het proces van emancipatie van homoseksuele mannen en lesbische vrouwen voltrok. Van repressie in de jaren veertig en vijftig, waarin de Eindhovense Zedenpolitie homoseksualiteit actief ‘bestreed’, via een periode van voorzichtige zelforganisatie in de jaren zestig en zeventig naar een periode van openlijke homoseksualiteit en provocatie in de jaren tachtig naar de erkenning van de homoseksuele en lesbische burgers door de gemeentelijke overheid in 1990, toen de gemeenteraad een integraal emancipatiebeleid voor homoseksuele mannen en lesbische vrouwen vaststelde.

Dit boek gaat over dit proces, waarin veel Eindhovense mannen en vrouwen actief hebben deelgenomen en zo hun eigen emancipatie mede hebben mogelijk gemaakt. Het is vooral een verhaal van mensen, die uitdrukking wilden kunnen geven aan hun eigen seksualiteit. Zij gingen daarvoor over grenzen, in zichzelf en van de samenleving als geheel, soms met kleine stapjes en soms in sneltreinvaart. Uiteindelijk heeft dit tot een mentaliteitsverandering ten opzichte van seksualiteit, sekse en sekserollen in de samenleving als geheel geleid, die met onder meer in 2001 de openstelling van het burgerlijk huwelijk voor mensen van gelijk geslacht.

Aan dit boek is ook een documentaire verbonden met onder andere filmmateriaal uit de late jaren zeventig en de vroege jaren tachtig.



Luc Brants is cultureel antropoloog en glazenier. Hij publiceerde eerder over onder meer het ontstaan van de ambulante zorg voor mensen met een beperking in de samenleving. Hij werkte met nieuwkomers in Nederland en rondom de relatie tussen homoseksualiteit en de multiculturele samenleving.

Het COC Eindhoven en regio is sinds 1962 de oudste zelforganisatie in Eindhoven rondom vraagstukken van seksualiteit, sekse- en genderrollen.

Quick View

Tussen repressie en provocatie. Geschiedenis van de homo- en lesbische emancipatie in Eindhoven 1948-1990.

 29,90

Tussen 1948 en 1990 liggen bijna veertig jaar. Een periode waarin in Eindhoven zich grotendeels het proces van emancipatie van homoseksuele mannen en lesbische vrouwen voltrok. Van repressie in de jaren veertig en vijftig, waarin de Eindhovense Zedenpolitie homoseksualiteit actief ‘bestreed’, via een periode van voorzichtige zelforganisatie in de jaren zestig en zeventig naar een periode van openlijke homoseksualiteit en provocatie in de jaren tachtig naar de erkenning van de homoseksuele en lesbische burgers door de gemeentelijke overheid in 1990, toen de gemeenteraad een integraal emancipatiebeleid voor homoseksuele mannen en lesbische vrouwen vaststelde.

Dit boek gaat over dit proces, waarin veel Eindhovense mannen en vrouwen actief hebben deelgenomen en zo hun eigen emancipatie mede hebben mogelijk gemaakt. Het is vooral een verhaal van mensen, die uitdrukking wilden kunnen geven aan hun eigen seksualiteit. Zij gingen daarvoor over grenzen, in zichzelf en van de samenleving als geheel, soms met kleine stapjes en soms in sneltreinvaart. Uiteindelijk heeft dit tot een mentaliteitsverandering ten opzichte van seksualiteit, sekse en sekserollen in de samenleving als geheel geleid, die met onder meer in 2001 de openstelling van het burgerlijk huwelijk voor mensen van gelijk geslacht.

Aan dit boek is ook een documentaire verbonden met onder andere filmmateriaal uit de late jaren zeventig en de vroege jaren tachtig.



Luc Brants is cultureel antropoloog en glazenier. Hij publiceerde eerder over onder meer het ontstaan van de ambulante zorg voor mensen met een beperking in de samenleving. Hij werkte met nieuwkomers in Nederland en rondom de relatie tussen homoseksualiteit en de multiculturele samenleving.

Het COC Eindhoven en regio is sinds 1962 de oudste zelforganisatie in Eindhoven rondom vraagstukken van seksualiteit, sekse- en genderrollen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Institutionalisering van een pedagogische paradox. Sociaal-pedagogische benadering van de geschiedenis van de jeugdzorg vanaf de Belgische onafhankelijkheid tot aan het decreet Integrale Jeugdhulp van 12 juli 2013.

 31,90

De jeugdhulp in Vlaanderen vandaag wordt opgebouwd op fundamenten die ontworpen werden in de 19e eeuw, in de context van de nieuwe Belgische natiestaat. In de loop van de 19e eeuw ontstaat de overtuiging dat sociale problemen verholpen en vermeden kunnen worden, door tussen beide te komen in de opvoeding van kinderen. Die opvatting bouwt verder op de pedagogische paradox in de klassieke opvatting over de functie van opvoeding: opvoeding in de privésfeer dient de publieke functie van het gepaste burgerschapsideaal te realiseren. De geschiedenis van de jeugdzorg laat zich lezen als de institutionalisering van deze pedagogische paradox, terwijl tegelijk het bereik van de jeugdzorg exponentieel uitbreidt. In die uitbreiding van de jeugdzorg is een sociale logica aan het werk, waarin de confrontatie aangegaan wordt tussen opvoedingssituaties “achter de voordeur” met maatschappelijke, openbaar vertolkte verwachtingen jegens de opvoeding van kinderen. Die confrontatie wordt aangegaan via de tussenkomst van personen die daartoe gemandateerd werden. Ook de professionalisering van de jeugdzorg neemt door de geschiedenis heen exponentieel toe.

Dit sociaal-pedagogisch perspectief leidt tot een kritische behandeling van het regime onder de Wet op de Kinderbescherming (1912), de Wet op de Jeugdbescherming (1965), de Decreten inzake de Bijzondere Jeugdbijstand (1985/1990), het Decreet inzake de Integrale Jeugdhulp (2013). De verwevenheid van pedagogische paradox en sociale logica wordt in elk stelsel verder verfijnd.

De jeugdhulp heeft in die verwevenheid gestalte gegeven aan sociaal beleid, in de context van de zich ontwikkelende democratische welvaartsstaat. Merkwaardig is het dan ook dat het ingrijpen in de opvoeding, vooral vanuit de ongeargumenteerde noodzaak tot ingrijpen werd ingezet.

Hierin schemert tegelijk de zorg om de samenleving te beschermen door, en tegelijk de zorg aan kinderen een recht op goede opvoeding toe te verlenen. Door de verwijzing naar sociale grondrechten in de integrale Jeugdhulp vandaag, staat de jeugdhulp voor de opgave op een communicatieve manier vorm te geven aan haar tussenkomsten, door vatbaar te blijven voor de vraag waarom?



Karel De Vos is sinds 1986 directeur van Jongerencentrum Cidar, jeugdhulpvoorziening in Vlaams-Brabant, die een Onthaal-, Oriëntatie- en Observatiecentrum, en een dienst voor intensieve contextbegeleiding (De Vuurvogel) herbergt. Daarnaast richt het centrum Naadloze en Flexibele trajecten in voor jongeren met moeilijkheden op school (Koïnoor). In 2015 promoveerde Karel De Vos tot Doctor in de Pedagogische Wetenschappen aan de Universiteit Gent. Hij is gedurende zijn beroepsloopbaan gefascineerd geraakt door de spanning tussen dominante pedagogie en feitelijk handelen in de jeugdzorg.

Quick View

Institutionalisering van een pedagogische paradox. Sociaal-pedagogische benadering van de geschiedenis van de jeugdzorg vanaf de Belgische onafhankelijkheid tot aan het decreet Integrale Jeugdhulp van 12 juli 2013.

 31,90

De jeugdhulp in Vlaanderen vandaag wordt opgebouwd op fundamenten die ontworpen werden in de 19e eeuw, in de context van de nieuwe Belgische natiestaat. In de loop van de 19e eeuw ontstaat de overtuiging dat sociale problemen verholpen en vermeden kunnen worden, door tussen beide te komen in de opvoeding van kinderen. Die opvatting bouwt verder op de pedagogische paradox in de klassieke opvatting over de functie van opvoeding: opvoeding in de privésfeer dient de publieke functie van het gepaste burgerschapsideaal te realiseren. De geschiedenis van de jeugdzorg laat zich lezen als de institutionalisering van deze pedagogische paradox, terwijl tegelijk het bereik van de jeugdzorg exponentieel uitbreidt. In die uitbreiding van de jeugdzorg is een sociale logica aan het werk, waarin de confrontatie aangegaan wordt tussen opvoedingssituaties “achter de voordeur” met maatschappelijke, openbaar vertolkte verwachtingen jegens de opvoeding van kinderen. Die confrontatie wordt aangegaan via de tussenkomst van personen die daartoe gemandateerd werden. Ook de professionalisering van de jeugdzorg neemt door de geschiedenis heen exponentieel toe.

Dit sociaal-pedagogisch perspectief leidt tot een kritische behandeling van het regime onder de Wet op de Kinderbescherming (1912), de Wet op de Jeugdbescherming (1965), de Decreten inzake de Bijzondere Jeugdbijstand (1985/1990), het Decreet inzake de Integrale Jeugdhulp (2013). De verwevenheid van pedagogische paradox en sociale logica wordt in elk stelsel verder verfijnd.

De jeugdhulp heeft in die verwevenheid gestalte gegeven aan sociaal beleid, in de context van de zich ontwikkelende democratische welvaartsstaat. Merkwaardig is het dan ook dat het ingrijpen in de opvoeding, vooral vanuit de ongeargumenteerde noodzaak tot ingrijpen werd ingezet.

Hierin schemert tegelijk de zorg om de samenleving te beschermen door, en tegelijk de zorg aan kinderen een recht op goede opvoeding toe te verlenen. Door de verwijzing naar sociale grondrechten in de integrale Jeugdhulp vandaag, staat de jeugdhulp voor de opgave op een communicatieve manier vorm te geven aan haar tussenkomsten, door vatbaar te blijven voor de vraag waarom?



Karel De Vos is sinds 1986 directeur van Jongerencentrum Cidar, jeugdhulpvoorziening in Vlaams-Brabant, die een Onthaal-, Oriëntatie- en Observatiecentrum, en een dienst voor intensieve contextbegeleiding (De Vuurvogel) herbergt. Daarnaast richt het centrum Naadloze en Flexibele trajecten in voor jongeren met moeilijkheden op school (Koïnoor). In 2015 promoveerde Karel De Vos tot Doctor in de Pedagogische Wetenschappen aan de Universiteit Gent. Hij is gedurende zijn beroepsloopbaan gefascineerd geraakt door de spanning tussen dominante pedagogie en feitelijk handelen in de jeugdzorg.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Geloven in Jezus Christus: waarom niet? Een zinvol leven met toekomst! (Fracarita-reeks, nr. 8)

 21,60

Het toenemende geweld, de labiele financiële, economische en politieke toestand en de recente immigratiestromen in onze westerse samenleving leiden bij vele tijdgenoten tot vertwijfeling en angst voor de toekomst. In plaats van een leven vanuit angst, wanhoop en valse zekerheden nodigt Christus ook vandaag elke mens uit om samen met Hem de weg van geloof, liefde en hoop te bewandelen. Een leven op basis van deze drie goddelijke deugden is een zinvol en gelukkig leven met toekomst. Daarvoor staat Jezus Christus zelf garant.

Dit boek wil de lezer Jezus Christus beter leren kennen en het geloof in Hem laten groeien om steeds meer volgens de Geest van Jezus Christus te kunnen leven. Met het oog op een vruchtbare dialoog tussen alle mensen van goede wil reiken de teksten aspecten van een christelijke spiritualiteit aan, die mensen kunnen verbinden veeleer dan hen te scheiden.

Het boek is gebaseerd op twee essays van Fernand Van Neste s.J: ‘Over hoop. Hoe ver reikt de hoop die het evangelie ons brengt?’ (Kerk en Wereld, 2009) en ‘Geloven in Jezus Christus, hoe kom je ertoe? Wat heb je eraan’ (Halewijn, 2011). Redacteur Marc Keuleneer heeft uit deze publicaties de essentiële grondgedachten tot een nieuw geheel verwerkt.



Fernand Van Neste s.J. is emeritus hoogleraar aan de Faculteit Rechten van de Universiteit Antwerpen. Hij is auteur van juridische publicaties en van tal van artikels over thema’s in het grensgebied tussen recht, bio-ethiek en medische ethiek. Tot 2012 was hij ook lid van de Controle- en Evaluatiecommissie Euthanasie.
Marc Keuleneer studeerde rechten en kerkelijk recht aan de Universiteit Antwerpen en de KU Leuven. Hij was docent recht en godsdienst aan de Thomas More Hogeschool in Antwerpen en wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit Antwerpen. Sinds 2005 is hij algemeen directeur van Vormingscentrum Guislain - Broeders van Liefde in Gent.

Quick View

Geloven in Jezus Christus: waarom niet? Een zinvol leven met toekomst! (Fracarita-reeks, nr. 8)

 21,60

Het toenemende geweld, de labiele financiële, economische en politieke toestand en de recente immigratiestromen in onze westerse samenleving leiden bij vele tijdgenoten tot vertwijfeling en angst voor de toekomst. In plaats van een leven vanuit angst, wanhoop en valse zekerheden nodigt Christus ook vandaag elke mens uit om samen met Hem de weg van geloof, liefde en hoop te bewandelen. Een leven op basis van deze drie goddelijke deugden is een zinvol en gelukkig leven met toekomst. Daarvoor staat Jezus Christus zelf garant.

Dit boek wil de lezer Jezus Christus beter leren kennen en het geloof in Hem laten groeien om steeds meer volgens de Geest van Jezus Christus te kunnen leven. Met het oog op een vruchtbare dialoog tussen alle mensen van goede wil reiken de teksten aspecten van een christelijke spiritualiteit aan, die mensen kunnen verbinden veeleer dan hen te scheiden.

Het boek is gebaseerd op twee essays van Fernand Van Neste s.J: ‘Over hoop. Hoe ver reikt de hoop die het evangelie ons brengt?’ (Kerk en Wereld, 2009) en ‘Geloven in Jezus Christus, hoe kom je ertoe? Wat heb je eraan’ (Halewijn, 2011). Redacteur Marc Keuleneer heeft uit deze publicaties de essentiële grondgedachten tot een nieuw geheel verwerkt.



Fernand Van Neste s.J. is emeritus hoogleraar aan de Faculteit Rechten van de Universiteit Antwerpen. Hij is auteur van juridische publicaties en van tal van artikels over thema’s in het grensgebied tussen recht, bio-ethiek en medische ethiek. Tot 2012 was hij ook lid van de Controle- en Evaluatiecommissie Euthanasie.
Marc Keuleneer studeerde rechten en kerkelijk recht aan de Universiteit Antwerpen en de KU Leuven. Hij was docent recht en godsdienst aan de Thomas More Hogeschool in Antwerpen en wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit Antwerpen. Sinds 2005 is hij algemeen directeur van Vormingscentrum Guislain - Broeders van Liefde in Gent.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Jaarboek KMSKA 2013-2014

door
 34,50

At various points over the course of the 20th century, the Belgian State and its various ministries and provinces consciously chose to subsidise not only the fine arts but also the applied and decorative arts, and in particular the art of weaving tapestry. On the one hand, orders were placed for World Exhibitions and for Belgian embassies, and on the other competitions were held for tapestries to be hung in important locations such as the United Nations and NATO headquarters, and the exhibitions that were organized by the various ministries over the years. They provided an overview of the ways in which this branch of the arts was changing as well as representative work by the best tapestry designers. The exhibitions organized by the provincial authorities give quite a different image. There were the highly conventional exhibitions of Brabantine tapestries to promote the craftsmanship of the province and there were the more innovative textile exhibitions.

Taken as a whole, the commissions, competitions and exhibitions give a good overview of what was happening in Belgium in the field of tapestry over the period 1945-1980. They also make it clear what image was being projected abroad: that of a country with rich traditions, master craftsmanship in weaving, and in the 1970s some affiliation to the latest developments in European textile art.



Quick View

Jaarboek KMSKA 2013-2014

door
 34,50

At various points over the course of the 20th century, the Belgian State and its various ministries and provinces consciously chose to subsidise not only the fine arts but also the applied and decorative arts, and in particular the art of weaving tapestry. On the one hand, orders were placed for World Exhibitions and for Belgian embassies, and on the other competitions were held for tapestries to be hung in important locations such as the United Nations and NATO headquarters, and the exhibitions that were organized by the various ministries over the years. They provided an overview of the ways in which this branch of the arts was changing as well as representative work by the best tapestry designers. The exhibitions organized by the provincial authorities give quite a different image. There were the highly conventional exhibitions of Brabantine tapestries to promote the craftsmanship of the province and there were the more innovative textile exhibitions.

Taken as a whole, the commissions, competitions and exhibitions give a good overview of what was happening in Belgium in the field of tapestry over the period 1945-1980. They also make it clear what image was being projected abroad: that of a country with rich traditions, master craftsmanship in weaving, and in the 1970s some affiliation to the latest developments in European textile art.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Culture. A Philosophical Perspective

 20,50

This book attempts to grant a clear insight into the problem of culture. Thinking about culture, we are faced with the inevitable, and apparently insuperable, problem of how to study culture in the absence of a consensual definition of this notion. For several reasons, the anthropologists Claude Lévi-Strauss and Clifford Geertz provide an ideal starting point for tackling this issue. Firstly, both graduated in philosophy before turning to anthropology. Secondly, the linguisticmodel- based approach they initiated is founded on the general belief that language is a feature which all men have in common. And thirdly, when taken together, the conclusions reached by Lévi-Strauss and Geertz, which contradict one another, yield a clear view on the conceptual complexity of culture.



Martine Lejeune has a PhD in Philosophy. She is currently a visiting professor at the Faculty of Arts and Philosophy of the University of Ghent, where she teaches a course about interculturality.

Quick View

Culture. A Philosophical Perspective

 20,50

This book attempts to grant a clear insight into the problem of culture. Thinking about culture, we are faced with the inevitable, and apparently insuperable, problem of how to study culture in the absence of a consensual definition of this notion. For several reasons, the anthropologists Claude Lévi-Strauss and Clifford Geertz provide an ideal starting point for tackling this issue. Firstly, both graduated in philosophy before turning to anthropology. Secondly, the linguisticmodel- based approach they initiated is founded on the general belief that language is a feature which all men have in common. And thirdly, when taken together, the conclusions reached by Lévi-Strauss and Geertz, which contradict one another, yield a clear view on the conceptual complexity of culture.



Martine Lejeune has a PhD in Philosophy. She is currently a visiting professor at the Faculty of Arts and Philosophy of the University of Ghent, where she teaches a course about interculturality.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Mentemo-spel+boek. (vBL)Een reflectiespel voor teams rond emotionele beschikbaarheid (Clipbox/spelbord&-kaarten+boek: Emotionele ontwikkeling in verbinding/BVol)

 71,00

Het boek Emotionele ontwikkeling in verbinding handelt over begeleiders in relatie met een bijzonder uitdagende doelgroep, met name personen met een verstandelijke beperking en geestelijke gezondheidsproblemen. Binnen deze complexe ondersteuningscontext ervaren zowel de begeleider als de cliënt een dagelijkse druk op de relatie. Gevoelens van onmacht, vertwijfeling, angst, frustratie en kwaadheid kunnen soms geruisloos evolueren naar grote vermoeidheid, stress en burn-out.

Hoe kunnen begeleiders adequaat ondersteund worden in hun relatie met deze doelgroep en wat hebben ze daarvoor nodig? Om hierop antwoorden te bieden, sloegen onderzoekers van Hogeschool Gent een jaar hun tenten op bij een team voor volwassenen met een verstandelijke beperking en geestelijke gezondheidsproblemen. Het resultaat is een ondersteuningsmethodiek voor begeleiders en het middenkader, gebaseerd op het model van emotionele ontwikkeling (Došen e.a.) in verbinding met de principes van emotionele beschikbaarheid en mentaliseren (De Belie e.a.). Emotionele ontwikkeling, emotionele afstemming en emotionele beschikbaarheid worden hierbij met elkaar verbonden in een onlosmakelijke triade. MENTEMO is een spel dat je door de vier begeleiderdimensies van wederzijdse emotionele beschikbaarheid loodst, met aandacht voor het belang van stressregulatie en mentaliseren. Zo zijn vragen aan de orde over sensitieve responsiviteit, structuur bieden, ruimte laten en mildheid. Er zijn ook vragen gericht op de begeleider; hierin worden parallellen onderzocht tussen de beleving van de begeleiders en die van cliënten/ouders. MENTEMO heeft als doel reflectie en dialoog over de eigen praktijk te ondersteunen.

Deze doos bevat het boek Emotionele ontwikkeling in verbinding, een MENTEMO- spelbord, kaartjes met vragen en handige schema’s ter ondersteuning. Kortom, alles wat je nodig hebt om met je team deze ondersteuningsmethodiek toe te passen.



Filip Morisse, Erik De Belie, Mieke Blontrock, Jolien Verhasselt en Claudia Claes zijn allen orthopedagogen en verbonden aan Hogeschool Gent, Faculteit Mens en Welzijn, vakgroep orthopedagogie en E-QUAL (expertisecentrum Quality of Life). Met bijdragen van Anton Došen, Arno Willems, Chris van Dam en Johan De Groef.

Quick View

Mentemo-spel+boek. (vBL)Een reflectiespel voor teams rond emotionele beschikbaarheid (Clipbox/spelbord&-kaarten+boek: Emotionele ontwikkeling in verbinding/BVol)

 71,00

Het boek Emotionele ontwikkeling in verbinding handelt over begeleiders in relatie met een bijzonder uitdagende doelgroep, met name personen met een verstandelijke beperking en geestelijke gezondheidsproblemen. Binnen deze complexe ondersteuningscontext ervaren zowel de begeleider als de cliënt een dagelijkse druk op de relatie. Gevoelens van onmacht, vertwijfeling, angst, frustratie en kwaadheid kunnen soms geruisloos evolueren naar grote vermoeidheid, stress en burn-out.

Hoe kunnen begeleiders adequaat ondersteund worden in hun relatie met deze doelgroep en wat hebben ze daarvoor nodig? Om hierop antwoorden te bieden, sloegen onderzoekers van Hogeschool Gent een jaar hun tenten op bij een team voor volwassenen met een verstandelijke beperking en geestelijke gezondheidsproblemen. Het resultaat is een ondersteuningsmethodiek voor begeleiders en het middenkader, gebaseerd op het model van emotionele ontwikkeling (Došen e.a.) in verbinding met de principes van emotionele beschikbaarheid en mentaliseren (De Belie e.a.). Emotionele ontwikkeling, emotionele afstemming en emotionele beschikbaarheid worden hierbij met elkaar verbonden in een onlosmakelijke triade. MENTEMO is een spel dat je door de vier begeleiderdimensies van wederzijdse emotionele beschikbaarheid loodst, met aandacht voor het belang van stressregulatie en mentaliseren. Zo zijn vragen aan de orde over sensitieve responsiviteit, structuur bieden, ruimte laten en mildheid. Er zijn ook vragen gericht op de begeleider; hierin worden parallellen onderzocht tussen de beleving van de begeleiders en die van cliënten/ouders. MENTEMO heeft als doel reflectie en dialoog over de eigen praktijk te ondersteunen.

Deze doos bevat het boek Emotionele ontwikkeling in verbinding, een MENTEMO- spelbord, kaartjes met vragen en handige schema’s ter ondersteuning. Kortom, alles wat je nodig hebt om met je team deze ondersteuningsmethodiek toe te passen.



Filip Morisse, Erik De Belie, Mieke Blontrock, Jolien Verhasselt en Claudia Claes zijn allen orthopedagogen en verbonden aan Hogeschool Gent, Faculteit Mens en Welzijn, vakgroep orthopedagogie en E-QUAL (expertisecentrum Quality of Life). Met bijdragen van Anton Došen, Arno Willems, Chris van Dam en Johan De Groef.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Emotionele ontwikkeling in verbinding. Coachingsmethodiek voor begeleiders van cliënten met probleemgedrag(B/Vol)

 32,90

Het boek Emotionele ontwikkeling in verbinding handelt over begeleiders in relatie met een bijzonder uitdagende doelgroep, met name personen met een verstandelijke beperking en geestelijke gezondheidsproblemen. Binnen deze complexe ondersteuningscontext ervaren zowel de begeleider als de cliënt een dagelijkse druk op de relatie. Gevoelens van onmacht, vertwijfeling, angst, frustratie en kwaadheid kunnen soms geruisloos evolueren naar grote vermoeidheid, stress en burn-out.

Hoe kunnen begeleiders adequaat ondersteund worden in hun relatie met deze doelgroep en wat hebben ze daarvoor nodig? Om hierop antwoorden te bieden, sloegen onderzoekers van Hogeschool Gent een jaar hun tenten op bij een team voor volwassenen met een verstandelijke beperking en geestelijke gezondheidsproblemen. Het resultaat is een ondersteuningsmethodiek voor begeleiders en het middenkader, gebaseerd op het model van emotionele ontwikkeling (Došen e.a.) in verbinding met de principes van emotionele beschikbaarheid en mentaliseren (De Belie e.a.). Emotionele ontwikkeling, emotionele afstemming en emotionele beschikbaarheid worden hierbij met elkaar verbonden in een onlosmakelijke triade. MENTEMO is een spel dat je door de vier begeleiderdimensies van wederzijdse emotionele beschikbaarheid loodst, met aandacht voor het belang van stressregulatie en mentaliseren. Zo zijn vragen aan de orde over sensitieve responsiviteit, structuur bieden, ruimte laten en mildheid. Er zijn ook vragen gericht op de begeleider; hierin worden parallellen onderzocht tussen de beleving van de begeleiders en die van cliënten/ouders. MENTEMO heeft als doel reflectie en dialoog over de eigen praktijk te ondersteunen.



Filip Morisse, Erik De Belie, Mieke Blontrock, Jolien Verhasselt en Claudia Claes zijn allen orthopedagogen en verbonden aan Hogeschool Gent, Faculteit Mens en Welzijn, vakgroep orthopedagogie en E-QUAL (expertisecentrum Quality of Life). Met bijdragen van Anton Došen, Arno Willems, Chris van Dam en Johan De Groef.

Quick View

Emotionele ontwikkeling in verbinding. Coachingsmethodiek voor begeleiders van cliënten met probleemgedrag(B/Vol)

 32,90

Het boek Emotionele ontwikkeling in verbinding handelt over begeleiders in relatie met een bijzonder uitdagende doelgroep, met name personen met een verstandelijke beperking en geestelijke gezondheidsproblemen. Binnen deze complexe ondersteuningscontext ervaren zowel de begeleider als de cliënt een dagelijkse druk op de relatie. Gevoelens van onmacht, vertwijfeling, angst, frustratie en kwaadheid kunnen soms geruisloos evolueren naar grote vermoeidheid, stress en burn-out.

Hoe kunnen begeleiders adequaat ondersteund worden in hun relatie met deze doelgroep en wat hebben ze daarvoor nodig? Om hierop antwoorden te bieden, sloegen onderzoekers van Hogeschool Gent een jaar hun tenten op bij een team voor volwassenen met een verstandelijke beperking en geestelijke gezondheidsproblemen. Het resultaat is een ondersteuningsmethodiek voor begeleiders en het middenkader, gebaseerd op het model van emotionele ontwikkeling (Došen e.a.) in verbinding met de principes van emotionele beschikbaarheid en mentaliseren (De Belie e.a.). Emotionele ontwikkeling, emotionele afstemming en emotionele beschikbaarheid worden hierbij met elkaar verbonden in een onlosmakelijke triade. MENTEMO is een spel dat je door de vier begeleiderdimensies van wederzijdse emotionele beschikbaarheid loodst, met aandacht voor het belang van stressregulatie en mentaliseren. Zo zijn vragen aan de orde over sensitieve responsiviteit, structuur bieden, ruimte laten en mildheid. Er zijn ook vragen gericht op de begeleider; hierin worden parallellen onderzocht tussen de beleving van de begeleiders en die van cliënten/ouders. MENTEMO heeft als doel reflectie en dialoog over de eigen praktijk te ondersteunen.



Filip Morisse, Erik De Belie, Mieke Blontrock, Jolien Verhasselt en Claudia Claes zijn allen orthopedagogen en verbonden aan Hogeschool Gent, Faculteit Mens en Welzijn, vakgroep orthopedagogie en E-QUAL (expertisecentrum Quality of Life). Met bijdragen van Anton Došen, Arno Willems, Chris van Dam en Johan De Groef.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Changing Social Norms to Universalize Girls’ Education in East Africa. Lessons from a Pilot Project.

 24,80

The educational experience reproduces gender ideologies and social norms, which interact with schooling for girls in very particular ways and are implicated in their persistent gendered exclusion and marginalization. The authors in this volume focus on this link by taking a social norms approach to profile the processes, strategies of and research on community-led interventions. The chapters are paced around a pilot project that critically adapted a successful model in India to develop context-appropriate integrated approaches to universalizing secondary education for girls in purposively selected rural and urban poor contexts in Kenya and Uganda.

The analyses provide reflexive documentation of the successes and challenges of project implementation activities that have successfully contested girls’ exclusion and marginalization in education. This requires a sustained focus on the link between social and educational institutions and policies and working in an integrated manner with a range of policy actors including young people and targeted communities to bring about significant and sustainable change.



AUMA OKWANY, International Institute of Social Studies of Erasmus University Rotterdam
REKHA WAZIR, International Child Development Initiatives, Leiden

Quick View

Changing Social Norms to Universalize Girls’ Education in East Africa. Lessons from a Pilot Project.

 24,80

The educational experience reproduces gender ideologies and social norms, which interact with schooling for girls in very particular ways and are implicated in their persistent gendered exclusion and marginalization. The authors in this volume focus on this link by taking a social norms approach to profile the processes, strategies of and research on community-led interventions. The chapters are paced around a pilot project that critically adapted a successful model in India to develop context-appropriate integrated approaches to universalizing secondary education for girls in purposively selected rural and urban poor contexts in Kenya and Uganda.

The analyses provide reflexive documentation of the successes and challenges of project implementation activities that have successfully contested girls’ exclusion and marginalization in education. This requires a sustained focus on the link between social and educational institutions and policies and working in an integrated manner with a range of policy actors including young people and targeted communities to bring about significant and sustainable change.



AUMA OKWANY, International Institute of Social Studies of Erasmus University Rotterdam
REKHA WAZIR, International Child Development Initiatives, Leiden

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Kids-Gids. Samen met kinderen en tieners de stad van morgen plannen.

 29,90

De planning van kindvriendelijke stedelijke ruimtes vormt vandaag een uitdagende interdisciplinaire opgave voor iedereen die ruimtelijk, pedagogisch of sociaal mee aan de toekomstige stad werkt. De betrokkenheid van kinderen en tieners in deze processen wordt meer dan ooit gezien als een voorwaarde om tot een leefbare en duurzame stedelijke omgeving te komen. Deze betrokkenheid beperkt zich niet tot de rol van informant en/of participant in een planningsproces, maar vraagt een openheid en opgave om kinderen en tieners als medeonderzoekers en -planners van de stad van morgen te erkennen.

Deze KIDS-GIDS combineert sociale, pedagogische en ruimtelijke inzichten en reikt een set bruikbare tools aan die bijdragen tot een steviger burgerschapspositie van kinderen en jongeren in (kindvriendelijke) stedelijke plannings- en veranderingsprocessen. Deze tools werden ontwikkeld en uitgetest in de context van vier verschillende soorten stedelijke planningsprocessen: stadsvernieuwing, stadseducatie, stadsontwikkeling en stedelijke transitie. Ze helpen de positie van kinderen en tieners in de verschillende fasen van een planningsproces te versterken: kijken en onderzoeken, uitwisselen en ordenen, verbeelden en experimenteren, toetsen en selecteren, en tussenkomen en presenteren.



Het uitgangspunt voor Sp_tie Onderzoekseenheid Landschapsarchitectuur is dat de grote diversiteit aan landschappen en de ermee gepaard gaande multifunctionaliteit van Vlaanderen bij uitstek een boeiend laboratorium maakt voor onderzoek en praktijk in landschapsontwerp. Landschapsontwerp reikt handvaten aan om te komen tot gebiedsspecifieke en duurzame oplossingen voor nieuwe ontwikkelingen in de samenleving. Kennis en inzicht in het landschap en de gevolgen van transformaties ervan, het inzetten van landschap als medium voor integratie en ontwerpend onderzoek als beeldend communicatiemiddel spelen hierbij een fundamentele rol.

Het team Verstedelijking en Gemeenschapsvorming van de vakgroep Sociaal Werk bestudeert verstedelijkingsvraagstukken vanuit de samenhang tussen de perspectieven van bewoners en gebruikers, sociaal werkpraktijken en beleidsmakers in en rond de stad. Meer specifiek werken we via onderzoek, dienstverlening en onderwijs rond bewonersparticipatie, burgerschap van kinderen en jongeren, omgevingsanalyse, buurtgericht werken, sociaalculturele praktijken in de stad, stedenbeleid, stadsvernieuwing, en participatief actieonderzoek.

Quick View

Kids-Gids. Samen met kinderen en tieners de stad van morgen plannen.

 29,90

De planning van kindvriendelijke stedelijke ruimtes vormt vandaag een uitdagende interdisciplinaire opgave voor iedereen die ruimtelijk, pedagogisch of sociaal mee aan de toekomstige stad werkt. De betrokkenheid van kinderen en tieners in deze processen wordt meer dan ooit gezien als een voorwaarde om tot een leefbare en duurzame stedelijke omgeving te komen. Deze betrokkenheid beperkt zich niet tot de rol van informant en/of participant in een planningsproces, maar vraagt een openheid en opgave om kinderen en tieners als medeonderzoekers en -planners van de stad van morgen te erkennen.

Deze KIDS-GIDS combineert sociale, pedagogische en ruimtelijke inzichten en reikt een set bruikbare tools aan die bijdragen tot een steviger burgerschapspositie van kinderen en jongeren in (kindvriendelijke) stedelijke plannings- en veranderingsprocessen. Deze tools werden ontwikkeld en uitgetest in de context van vier verschillende soorten stedelijke planningsprocessen: stadsvernieuwing, stadseducatie, stadsontwikkeling en stedelijke transitie. Ze helpen de positie van kinderen en tieners in de verschillende fasen van een planningsproces te versterken: kijken en onderzoeken, uitwisselen en ordenen, verbeelden en experimenteren, toetsen en selecteren, en tussenkomen en presenteren.



Het uitgangspunt voor Sp_tie Onderzoekseenheid Landschapsarchitectuur is dat de grote diversiteit aan landschappen en de ermee gepaard gaande multifunctionaliteit van Vlaanderen bij uitstek een boeiend laboratorium maakt voor onderzoek en praktijk in landschapsontwerp. Landschapsontwerp reikt handvaten aan om te komen tot gebiedsspecifieke en duurzame oplossingen voor nieuwe ontwikkelingen in de samenleving. Kennis en inzicht in het landschap en de gevolgen van transformaties ervan, het inzetten van landschap als medium voor integratie en ontwerpend onderzoek als beeldend communicatiemiddel spelen hierbij een fundamentele rol.

Het team Verstedelijking en Gemeenschapsvorming van de vakgroep Sociaal Werk bestudeert verstedelijkingsvraagstukken vanuit de samenhang tussen de perspectieven van bewoners en gebruikers, sociaal werkpraktijken en beleidsmakers in en rond de stad. Meer specifiek werken we via onderzoek, dienstverlening en onderwijs rond bewonersparticipatie, burgerschap van kinderen en jongeren, omgevingsanalyse, buurtgericht werken, sociaalculturele praktijken in de stad, stedenbeleid, stadsvernieuwing, en participatief actieonderzoek.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Cultuurverschillen. Een begin van inzicht.

 12,40

Veel mensen hebben te maken met andere culturen dan hun eigen cultuur. En heel vaak gaat dat ook mis. Door ontbrekende kennis van cultuurverschillen en hoe daarmee om te gaan.

Dit boek brengt de belangrijkste vragen en vooral antwoorden bij elkaar. Dat gebeurt op een luchtige manier, begrijpbaar voor iedereen. Een grote hoeveelheid voorbeelden helpt hierbij. De voorbeelden zijn gebaseerd op reële ervaringen van de auteur. De vele illustraties zorgen voor een speelse sfeer en dragen bij aan de toegankelijkheid van dit boek.



Hans de Waard is gefascineerd door culturen en cultuurverschillen. Dit boek schreef hij mede ter ondersteuning van de medewerkers van de grote stromen immigranten die nu onze landen binnenkomen.
Daan King heeft zich als turcoloog en onderwijskundige vele jaren ingezet voor het onderwijs Turks in Nederland. Hij is verantwoordelijk voor de illustraties.

Quick View

Cultuurverschillen. Een begin van inzicht.

 12,40

Veel mensen hebben te maken met andere culturen dan hun eigen cultuur. En heel vaak gaat dat ook mis. Door ontbrekende kennis van cultuurverschillen en hoe daarmee om te gaan.

Dit boek brengt de belangrijkste vragen en vooral antwoorden bij elkaar. Dat gebeurt op een luchtige manier, begrijpbaar voor iedereen. Een grote hoeveelheid voorbeelden helpt hierbij. De voorbeelden zijn gebaseerd op reële ervaringen van de auteur. De vele illustraties zorgen voor een speelse sfeer en dragen bij aan de toegankelijkheid van dit boek.



Hans de Waard is gefascineerd door culturen en cultuurverschillen. Dit boek schreef hij mede ter ondersteuning van de medewerkers van de grote stromen immigranten die nu onze landen binnenkomen.
Daan King heeft zich als turcoloog en onderwijskundige vele jaren ingezet voor het onderwijs Turks in Nederland. Hij is verantwoordelijk voor de illustraties.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Zuiver en ontroerend beweegloos. Prerafaëlitische sporen in de Belgische kunst en literatuur.

 51,40

Met Zuiver en ontroerend beweegloos. Prerafaëlitische sporen in de Belgische kunst en literatuur gaat de auteur op zoek naar restanten van de beroemde Engelse kunststroming uit het midden en de tweede helft van de negentiende eeuw in de Belgische kunst (schilderkunst) en literatuur van het fin de siècle. Cruciaal daarin zijn van prerafaëlitische zijde figuren als Dante Gabriel Rossetti, Ford Madox Brown en John Ruskin. Maar er waren een aantal continentale katalysatoren nodig die het prerafaëlitisme kenden en filterden in functie van een cultuurhistorische transfer naar onze contreien. Figuren als Pol de Mont, Jozef Muls, de gebroeders Khnopff, Charles van Lerberghe of Maurice Maeterlinck zijn daarbij van groot belang. Op die manier vertoont zich een specifiek beeld van onze kunst en literatuur van de laatste decennia van de negentiende en het eerste decennium van de twintigste eeuw, geschreven vanuit een nauwkeurig samengestelde prerafaëlitische typologie. Daaruit resulteert dan weer een specifiek paradigma met laatromantische en symbolistische trekken. Het is overigens voor het grootste deel via het symbolisme dat prerafaëlitische impulsen in onze kunsten konden gedijen. De implementering ervan levert echter, enkele uitzonderingen en aangename verrassingen niet te na gesproken, niet meteen het artistieke gehalte van de Engelse voorbeelden en prototypes.



Stefan van den Bossche is als literatuurhistoricus en cultuurwetenschapper (specialisatie beeldende kunst) verbonden aan de KU Leuven en de UC Leuven-Limburg. In 2005 promoveerde hij tot doctor in de letteren aan de VU Amsterdam. Hij publiceerde onder meer Een kortstondige kolonie. Santo Tomas de Guatemala (1843-1854). Een literaire documentaire (1997), De adem van Mistral. Een reis door de geschreven Provence (1999), De wereld is zoo schoon waarvan wij droomen. Jan van Nijlen 1884-1965 (2005), Op zoek naar gestalten. Artistieke verkenningen in literair-historisch perspectief (2006) en Grondlaag & pigment. Kunst, cultuur en samenleving (2012). Zijn onderzoek spitst zich toe op de kunst en literatuur van het fin de siècle en het interbellum, en op de vergelijkende studie van beeldende kunst en literatuur.

Quick View

Zuiver en ontroerend beweegloos. Prerafaëlitische sporen in de Belgische kunst en literatuur.

 51,40

Met Zuiver en ontroerend beweegloos. Prerafaëlitische sporen in de Belgische kunst en literatuur gaat de auteur op zoek naar restanten van de beroemde Engelse kunststroming uit het midden en de tweede helft van de negentiende eeuw in de Belgische kunst (schilderkunst) en literatuur van het fin de siècle. Cruciaal daarin zijn van prerafaëlitische zijde figuren als Dante Gabriel Rossetti, Ford Madox Brown en John Ruskin. Maar er waren een aantal continentale katalysatoren nodig die het prerafaëlitisme kenden en filterden in functie van een cultuurhistorische transfer naar onze contreien. Figuren als Pol de Mont, Jozef Muls, de gebroeders Khnopff, Charles van Lerberghe of Maurice Maeterlinck zijn daarbij van groot belang. Op die manier vertoont zich een specifiek beeld van onze kunst en literatuur van de laatste decennia van de negentiende en het eerste decennium van de twintigste eeuw, geschreven vanuit een nauwkeurig samengestelde prerafaëlitische typologie. Daaruit resulteert dan weer een specifiek paradigma met laatromantische en symbolistische trekken. Het is overigens voor het grootste deel via het symbolisme dat prerafaëlitische impulsen in onze kunsten konden gedijen. De implementering ervan levert echter, enkele uitzonderingen en aangename verrassingen niet te na gesproken, niet meteen het artistieke gehalte van de Engelse voorbeelden en prototypes.



Stefan van den Bossche is als literatuurhistoricus en cultuurwetenschapper (specialisatie beeldende kunst) verbonden aan de KU Leuven en de UC Leuven-Limburg. In 2005 promoveerde hij tot doctor in de letteren aan de VU Amsterdam. Hij publiceerde onder meer Een kortstondige kolonie. Santo Tomas de Guatemala (1843-1854). Een literaire documentaire (1997), De adem van Mistral. Een reis door de geschreven Provence (1999), De wereld is zoo schoon waarvan wij droomen. Jan van Nijlen 1884-1965 (2005), Op zoek naar gestalten. Artistieke verkenningen in literair-historisch perspectief (2006) en Grondlaag & pigment. Kunst, cultuur en samenleving (2012). Zijn onderzoek spitst zich toe op de kunst en literatuur van het fin de siècle en het interbellum, en op de vergelijkende studie van beeldende kunst en literatuur.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
    ×