Psychologie voor de vroedvrouw. Een instap
Vroedvrouwen werken in nauw contact met andere mensen. Ze moeten dan ook een goed inzicht hebben in de psychologie van mensen. Dit boek biedt daartoe een instap.
Vroedkundige zorg promoot en beschermt actief het welzijn en de gezondheid van moeder en kind. Ze empowert vrouwen om verantwoordelijkheid op te nemen voor hun eigen gezondheid en de gezondheid van hun gezin. Deze vroedkundige zorg vindt plaats in samenspraak met anderen en is persoonlijk en continu, gebaseerd op wederzijds respect.
Ilse Ackermans, psycholoog, is lector-onderzoeker aan het University College Leuven-Limburg.
Psychologie voor de vroedvrouw. Een instap
Vroedvrouwen werken in nauw contact met andere mensen. Ze moeten dan ook een goed inzicht hebben in de psychologie van mensen. Dit boek biedt daartoe een instap.
Vroedkundige zorg promoot en beschermt actief het welzijn en de gezondheid van moeder en kind. Ze empowert vrouwen om verantwoordelijkheid op te nemen voor hun eigen gezondheid en de gezondheid van hun gezin. Deze vroedkundige zorg vindt plaats in samenspraak met anderen en is persoonlijk en continu, gebaseerd op wederzijds respect.
Ilse Ackermans, psycholoog, is lector-onderzoeker aan het University College Leuven-Limburg.
Op weg in vertrouwen (Fracarita-reeks, nr. 7)
Op weg in vertrouwen.
We leven in een boeiende wereld,
een snel veranderende wereld, een wereld die vele positieve
kanten kent en vele mogelijkheden biedt, maar natuurlijk
ook zijn negatieve zijde heeft. Het is in deze wereld dat
we mogen leven; voor sommigen zal het overleven zijn, voor
anderen, en hopelijk voor velen, echt het leven uitbouwen.
Zoals een huis moet ook een leven op goede fundamenten
worden gebouwd. Want het kan wel eens stormen in ons leven,
we krijgen zware slagen te verduren die luisteren naar
de namen: lijden, mislukking, ontgoocheling. En dan is het
belangrijk dat de fundamenten stevig zijn: geen los zand dat
we iedere dag wel ergens proberen te vinden, maar degelijke
rotsblokken die het huis van ons leven de nodige stevigheid
kunnen geven. Als gelovigen moeten we ons de vraag durven
stellen waar God is in ons leven, of Hij het echte fundament
is van ons leven. We staan hier voor een keuze: ofwel blijft
God een theoretisch concept waar we zo nu en dan eens over
nadenken, ofwel wordt Hij een levende aanwezigheid in ons
leven en wordt Hij diegene die met ons op weg gaat, die er
voor ons is in goede en kwade dagen.
Geloven we dat God
aan de oorsprong staat van ons leven, en er ook de eindbestemming
van is? Wanneer we in dit geloof mogen groeien,
dan krijgt ons leven een totaal nieuw perspectief. Wanneer we
onze oorsprong kennen en onze bestemming, hoeven we echt
niet meer te vrezen.
Br. René Stockman, momenteel generale overste van de Broeders van Liefde, probeert in dit essay ons mee te voeren naar grondvragen rond het leven en plaatst deze in een gelovig perspectief. Hij gaat de grote vragen rond lijden en dood niet uit de weg, maar zoekt naar diepzinnige antwoorden. Vertrouwen en hoop vormen de grondtonen van dit boek.
Op weg in vertrouwen (Fracarita-reeks, nr. 7)
Op weg in vertrouwen.
We leven in een boeiende wereld,
een snel veranderende wereld, een wereld die vele positieve
kanten kent en vele mogelijkheden biedt, maar natuurlijk
ook zijn negatieve zijde heeft. Het is in deze wereld dat
we mogen leven; voor sommigen zal het overleven zijn, voor
anderen, en hopelijk voor velen, echt het leven uitbouwen.
Zoals een huis moet ook een leven op goede fundamenten
worden gebouwd. Want het kan wel eens stormen in ons leven,
we krijgen zware slagen te verduren die luisteren naar
de namen: lijden, mislukking, ontgoocheling. En dan is het
belangrijk dat de fundamenten stevig zijn: geen los zand dat
we iedere dag wel ergens proberen te vinden, maar degelijke
rotsblokken die het huis van ons leven de nodige stevigheid
kunnen geven. Als gelovigen moeten we ons de vraag durven
stellen waar God is in ons leven, of Hij het echte fundament
is van ons leven. We staan hier voor een keuze: ofwel blijft
God een theoretisch concept waar we zo nu en dan eens over
nadenken, ofwel wordt Hij een levende aanwezigheid in ons
leven en wordt Hij diegene die met ons op weg gaat, die er
voor ons is in goede en kwade dagen.
Geloven we dat God
aan de oorsprong staat van ons leven, en er ook de eindbestemming
van is? Wanneer we in dit geloof mogen groeien,
dan krijgt ons leven een totaal nieuw perspectief. Wanneer we
onze oorsprong kennen en onze bestemming, hoeven we echt
niet meer te vrezen.
Br. René Stockman, momenteel generale overste van de Broeders van Liefde, probeert in dit essay ons mee te voeren naar grondvragen rond het leven en plaatst deze in een gelovig perspectief. Hij gaat de grote vragen rond lijden en dood niet uit de weg, maar zoekt naar diepzinnige antwoorden. Vertrouwen en hoop vormen de grondtonen van dit boek.
Potpourri in hoofdlijnen. Aanvulling bij Strafrecht en Strafprocesrecht In Hoofdlijnen. (9e herziene editie)
Het handboek “Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen” van Chris Van den Wyngaert is in de loop der jaren uitgegroeid tot een standaardwerk, dat zowel door studenten als door rechtspractici wordt gebruikt. Door zijn heldere, synthetische formulering en de talrijke voorbeelden is dit een van de meest leesbare boeken uit de rechtsliteratuur.
De zogenaamde Potpourri-wetten hebben recent, in afwachting van volledig nieuwe wetboeken strafrecht en strafprocesrecht, een reeks ingrijpende punctuele hervormingen doorgevoerd die tot snelle efficiëntiewinsten moeten leiden en diepgaande gevolgen zullen hebben in de praktijk. Dit boekje, geschreven door Philip Traest en Steven Vandromme, heeft als doel deze hervormingen beknopt in kaart te brengen en te belichten, in de aanloop naar een volledig nieuwe editie van de Hoofdlijnen in het najaar van 2017.
Philip Traest is buitengewoon hoogleraar in de vakgebieden strafrecht en strafvordering
aan de Universiteit Gent en advocaat.
Steven Vandromme is substituut Procureur des Konings te Antwerpen en
praktijkassistent aan de Rechtsfaculteit van de Universiteit Antwerpen.
Potpourri in hoofdlijnen. Aanvulling bij Strafrecht en Strafprocesrecht In Hoofdlijnen. (9e herziene editie)
Het handboek “Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen” van Chris Van den Wyngaert is in de loop der jaren uitgegroeid tot een standaardwerk, dat zowel door studenten als door rechtspractici wordt gebruikt. Door zijn heldere, synthetische formulering en de talrijke voorbeelden is dit een van de meest leesbare boeken uit de rechtsliteratuur.
De zogenaamde Potpourri-wetten hebben recent, in afwachting van volledig nieuwe wetboeken strafrecht en strafprocesrecht, een reeks ingrijpende punctuele hervormingen doorgevoerd die tot snelle efficiëntiewinsten moeten leiden en diepgaande gevolgen zullen hebben in de praktijk. Dit boekje, geschreven door Philip Traest en Steven Vandromme, heeft als doel deze hervormingen beknopt in kaart te brengen en te belichten, in de aanloop naar een volledig nieuwe editie van de Hoofdlijnen in het najaar van 2017.
Philip Traest is buitengewoon hoogleraar in de vakgebieden strafrecht en strafvordering
aan de Universiteit Gent en advocaat.
Steven Vandromme is substituut Procureur des Konings te Antwerpen en
praktijkassistent aan de Rechtsfaculteit van de Universiteit Antwerpen.
Didactique du français sur objectifs spécifiques. Nouvelles recherches, nouveaux modèles
Didactique du FOS: nouvelles recherches, nouveaux modèles
Ce recueil s''adresse aussi bien aux chercheurs qu''aux enseignants de l''enseignement supérieur, voire aux formateurs en entreprise. Il souhaite éclairer, d''une part, les transformations méthodologiques actuelles dans la recherche sur l''enseignement / apprentissage du français sur objectifs spécifiques (FOS). Il vise à présenter, d''autre part, des pratiques didactiques exemplaires du FOS fondées sur la recherche appliquée ainsi que sur des données probantes.
Si le FOS englobe toutes les émanations du français "spécialisé" ou "de spécialité" et qu''il s''applique à tous les secteurs socioprofessionnels, les contributions de cet ouvrage concernent majoritairement les grands classiques: le français économique et des affaires, le français juridique et le français du tourisme. S''y ajoute le français de la médiation civile, un créneau particulièrement pertinent dans la société contemporaine de plus en plus judiciarisée.
Aboutissement d''un long processus d''examen à double insu des pairs, cet ouvrage se veut de haute qualité scientifique. Il veut également inciter la communauté scientifique francophone à poursuivre les recherches dans le domaine du FOS en abordant d''autres aspects didactiques et en élaborant d''autres modèles novateurs.
Les directrices de recherche
Pre ém. Dominique Markey a une longue expérience scientifique et didactique dans le domaine du FOS (sciences économiques, politiques et sociales; droit; sciences bio-médicales). Attachée à l' Université de Leuven campus de Bruxelles, à l'Université d'Anvers et à l'Université linguistique de Nijni Novgorod (Russie), elle s'est distinguée aussi comme consultante en communication d'entreprise. Elle connaît particulièrement bien les besoins de formation et d'apprentissage des publics scolaires, universitaires et professionnels.
Dre Saskia Kindt a fait sa thèse sur l'économie discursive dans les langues romanes à l'Université d'Anvers en 2003. Depuis lors, elle s'y est spécialisée dans l'étude et l'enseignement du FOS dans différents domaines: sciences politiques et sociales, sciences économiques et sciences de la communication. Elle travaille actuellement comme assistante enseignante et de recherche au département de linguistique de l'Université de Gand.
Didactique du français sur objectifs spécifiques. Nouvelles recherches, nouveaux modèles
Didactique du FOS: nouvelles recherches, nouveaux modèles
Ce recueil s''adresse aussi bien aux chercheurs qu''aux enseignants de l''enseignement supérieur, voire aux formateurs en entreprise. Il souhaite éclairer, d''une part, les transformations méthodologiques actuelles dans la recherche sur l''enseignement / apprentissage du français sur objectifs spécifiques (FOS). Il vise à présenter, d''autre part, des pratiques didactiques exemplaires du FOS fondées sur la recherche appliquée ainsi que sur des données probantes.
Si le FOS englobe toutes les émanations du français "spécialisé" ou "de spécialité" et qu''il s''applique à tous les secteurs socioprofessionnels, les contributions de cet ouvrage concernent majoritairement les grands classiques: le français économique et des affaires, le français juridique et le français du tourisme. S''y ajoute le français de la médiation civile, un créneau particulièrement pertinent dans la société contemporaine de plus en plus judiciarisée.
Aboutissement d''un long processus d''examen à double insu des pairs, cet ouvrage se veut de haute qualité scientifique. Il veut également inciter la communauté scientifique francophone à poursuivre les recherches dans le domaine du FOS en abordant d''autres aspects didactiques et en élaborant d''autres modèles novateurs.
Les directrices de recherche
Pre ém. Dominique Markey a une longue expérience scientifique et didactique dans le domaine du FOS (sciences économiques, politiques et sociales; droit; sciences bio-médicales). Attachée à l' Université de Leuven campus de Bruxelles, à l'Université d'Anvers et à l'Université linguistique de Nijni Novgorod (Russie), elle s'est distinguée aussi comme consultante en communication d'entreprise. Elle connaît particulièrement bien les besoins de formation et d'apprentissage des publics scolaires, universitaires et professionnels.
Dre Saskia Kindt a fait sa thèse sur l'économie discursive dans les langues romanes à l'Université d'Anvers en 2003. Depuis lors, elle s'y est spécialisée dans l'étude et l'enseignement du FOS dans différents domaines: sciences politiques et sociales, sciences économiques et sciences de la communication. Elle travaille actuellement comme assistante enseignante et de recherche au département de linguistique de l'Université de Gand.
Hoe kinderen woorden leren
Geschreven teksten kunnen begrijpen, is essentieel voor kinderen om goede resultaten te behalen op school. Talloze studies hebben aangetoond dat een goede woordenschat de belangrijkste voorspeller is voor het begrijpen van teksten. Dit boek bespreekt de nieuwste visies op hoe kinderen woorden leren en hoe zij hun woordenschat kunnen verbreden en verdiepen. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen woorden van verschillende moeilijkheidsgraad en worden ook verschillende vormen van toetsing besproken. Het boek sluit af met een aantal uitgewerkte lesvoorbeelden en een lijst met nagenoeg 1700 woorden die voor leerlingen in het basisonderwijs belangrijk zijn.
Deze publicatie is bedoeld voor leerkrachten, intern begeleiders, zorgleerkrachten, lerarenopleiders, (ortho)pedagogen, onderwijskundigen, taalkundigen, logopedisten en andere professionals die betrokken zijn bij het onderwijs, of die voor een van die functies in opleiding zijn.
Agnes Tellings is onderzoeker-docent aan het Behavioural Science Institute van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Haar onderzoek richt zich vooral op de ontwikkeling van woordenschat bij basisschoolleerlingen in het regulier en speciaal onderwijs.
Karien Coppens, sociaal wetenschapper, deed onderzoek bij dove en slechthorende leerlingen, in vergelijking met leerlingen zonder een gehoorbeperking. Momenteel werkt zij als onderwijsonderzoeker bij de Universiteit Maastricht.
Hoe kinderen woorden leren
Geschreven teksten kunnen begrijpen, is essentieel voor kinderen om goede resultaten te behalen op school. Talloze studies hebben aangetoond dat een goede woordenschat de belangrijkste voorspeller is voor het begrijpen van teksten. Dit boek bespreekt de nieuwste visies op hoe kinderen woorden leren en hoe zij hun woordenschat kunnen verbreden en verdiepen. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen woorden van verschillende moeilijkheidsgraad en worden ook verschillende vormen van toetsing besproken. Het boek sluit af met een aantal uitgewerkte lesvoorbeelden en een lijst met nagenoeg 1700 woorden die voor leerlingen in het basisonderwijs belangrijk zijn.
Deze publicatie is bedoeld voor leerkrachten, intern begeleiders, zorgleerkrachten, lerarenopleiders, (ortho)pedagogen, onderwijskundigen, taalkundigen, logopedisten en andere professionals die betrokken zijn bij het onderwijs, of die voor een van die functies in opleiding zijn.
Agnes Tellings is onderzoeker-docent aan het Behavioural Science Institute van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Haar onderzoek richt zich vooral op de ontwikkeling van woordenschat bij basisschoolleerlingen in het regulier en speciaal onderwijs.
Karien Coppens, sociaal wetenschapper, deed onderzoek bij dove en slechthorende leerlingen, in vergelijking met leerlingen zonder een gehoorbeperking. Momenteel werkt zij als onderwijsonderzoeker bij de Universiteit Maastricht.
International Journal of Child and Family Welfare (IJCFW) 2016 – Jrg 17 – Nr 1/2
Investigating interactions: The dynamics of relationships between clients and professionals in child welfare
The effectiveness of interventions has become an important object of scientific study in child welfare and often a prerequisite for funding of child welfare programmes.
Many studies on the effectiveness of interventions aimed at supporting families at risk and behavioural change of youth have suggested that features of the relationship between professional and client, and the characteristics of the professional, are decisive for the interventions effectiveness. There are, however, few studies of what is important in terms of relational skills, personal characteristics or communication strategies. In this special issue, we focus on the dynamics of relationships between child welfare workers and clients (i.e. young people and/or their parents) by using direct observation and close analysis of naturally occurring processes.
The contributions to this special issue have a bottom up and a top down approach in analysing relationships. The first part uses a bottom up approach and reports on conversations between youth and family treatment parents in treatment homes. Using a top down approach, the second part specifically focuses on Motivational Interviewing skills of care professionals in their interactions with youth. The third part covers the interactions between parents and professionals in the context of child protection using a bottom up approach.
The (guest) editors: Annemiek T. Harder, Christopher J. Hall & Carolus H.C.J. van Nijnatten
The authors: Annemiek T. Harder, Christopher J. Hall, Carolus H.C.J. van Nijnatten, Ellen Schep, Tom Koole, Martine Noordegraaf, Charlotte E. Whittaker, Donald Forrester, Michael Killian, Rebecca K. Jones, Annika Eenshuistra, Neeltje L. van Zonneveld, Tessa Verhallen, Stef Slembrouck, Steve Kirkwood, Juliet Koprowska & Erik J. Knorth
International Journal of Child and Family Welfare (IJCFW) 2016 – Jrg 17 – Nr 1/2
Investigating interactions: The dynamics of relationships between clients and professionals in child welfare
The effectiveness of interventions has become an important object of scientific study in child welfare and often a prerequisite for funding of child welfare programmes.
Many studies on the effectiveness of interventions aimed at supporting families at risk and behavioural change of youth have suggested that features of the relationship between professional and client, and the characteristics of the professional, are decisive for the interventions effectiveness. There are, however, few studies of what is important in terms of relational skills, personal characteristics or communication strategies. In this special issue, we focus on the dynamics of relationships between child welfare workers and clients (i.e. young people and/or their parents) by using direct observation and close analysis of naturally occurring processes.
The contributions to this special issue have a bottom up and a top down approach in analysing relationships. The first part uses a bottom up approach and reports on conversations between youth and family treatment parents in treatment homes. Using a top down approach, the second part specifically focuses on Motivational Interviewing skills of care professionals in their interactions with youth. The third part covers the interactions between parents and professionals in the context of child protection using a bottom up approach.
The (guest) editors: Annemiek T. Harder, Christopher J. Hall & Carolus H.C.J. van Nijnatten
The authors: Annemiek T. Harder, Christopher J. Hall, Carolus H.C.J. van Nijnatten, Ellen Schep, Tom Koole, Martine Noordegraaf, Charlotte E. Whittaker, Donald Forrester, Michael Killian, Rebecca K. Jones, Annika Eenshuistra, Neeltje L. van Zonneveld, Tessa Verhallen, Stef Slembrouck, Steve Kirkwood, Juliet Koprowska & Erik J. Knorth
Bemoeien met gezinnen. Inleiding tot het gezinsbeleid in Vlaanderen. (Reeks: Gezinnen, Relaties en Opvoeding, nr. 2)
Bemoeien met gezinnen is een inleiding tot het gezinsbeleid in Vlaanderen. Dit boek behandelt het gezinsbeleid zoals overheden dat vandaag voeren. Maar het is meer dan een loutere beschrijving van beleidsmaatregelen. Het geeft een perspectief mee van hoe naar beleid kijken, hoe beleid en beleidsprogramma’s analyseren en hoe aan beleid participeren. Daarnaast bestudeert het de belangrijkste thema’s uit het gezinsbeleid.
Het boek is ontstaan uit de colleges in de bacheloropleiding Gezinswetenschappen van de Odisee Hogeschool in Schaarbeek, maar ieder die begaan is met het gezinsbeleid kan er informatie en inspiratie uit putten.
Dirk Luyten is doctor in de sociale wetenschappen en master in de stedenbouw en ruimtelijke planning. Hij is lector gezinsbeleid aan de opleiding Gezinswetenschappen van de Odisee Hogeschool in Brussel en onderzoeker bij het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen. Hij is eveneens zelfstandig beleidsadviseur woonbeleid (studio beleid).
Bemoeien met gezinnen. Inleiding tot het gezinsbeleid in Vlaanderen. (Reeks: Gezinnen, Relaties en Opvoeding, nr. 2)
Bemoeien met gezinnen is een inleiding tot het gezinsbeleid in Vlaanderen. Dit boek behandelt het gezinsbeleid zoals overheden dat vandaag voeren. Maar het is meer dan een loutere beschrijving van beleidsmaatregelen. Het geeft een perspectief mee van hoe naar beleid kijken, hoe beleid en beleidsprogramma’s analyseren en hoe aan beleid participeren. Daarnaast bestudeert het de belangrijkste thema’s uit het gezinsbeleid.
Het boek is ontstaan uit de colleges in de bacheloropleiding Gezinswetenschappen van de Odisee Hogeschool in Schaarbeek, maar ieder die begaan is met het gezinsbeleid kan er informatie en inspiratie uit putten.
Dirk Luyten is doctor in de sociale wetenschappen en master in de stedenbouw en ruimtelijke planning. Hij is lector gezinsbeleid aan de opleiding Gezinswetenschappen van de Odisee Hogeschool in Brussel en onderzoeker bij het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen. Hij is eveneens zelfstandig beleidsadviseur woonbeleid (studio beleid).
Gezondheidszorg, een snelweg met kruispunten
We kunnen niet zonder gezondheidszorg en solidariteit.
Daarom zijn ziekenfondsen nodig.
Dat is mijn filosofie.
Het sociale liberalisme, eigen aan de Liberale Mutualiteiten,
speelt nog altijd een belangrijke rol in onze maatschappij.
Als dit voor sommigen paternalistisch klinkt, is dit hun zaak,
niet mijn benadering.
Geert Messiaen, jurist, is secretaris-generaal van de Landsbond van Liberale Mutualiteiten, met hoofdzetel in Brussel.
Gezondheidszorg, een snelweg met kruispunten
We kunnen niet zonder gezondheidszorg en solidariteit.
Daarom zijn ziekenfondsen nodig.
Dat is mijn filosofie.
Het sociale liberalisme, eigen aan de Liberale Mutualiteiten,
speelt nog altijd een belangrijke rol in onze maatschappij.
Als dit voor sommigen paternalistisch klinkt, is dit hun zaak,
niet mijn benadering.
Geert Messiaen, jurist, is secretaris-generaal van de Landsbond van Liberale Mutualiteiten, met hoofdzetel in Brussel.
Oedipus heerst!? (Reeks Psychoanalyse en Cultuur, nr. 7)
Toen Freud zijn oedipuscomplex op Sophocles’ klassieke tragedie entte, was de portee dat in iedere jongen een Oedipus schuilt (‘je suis Oedipe’). Maar een alomtegenwoordige figuur hoeft niet enkel op bevestiging te rekenen; hij roept ook weerstand op en kan tot vehikel worden gemaakt voor herbezinning. Wat is de status van Oedipus anno nu? Heerst hij nog steeds – als een koning dan wel als een ‘maladie (d’amour)’? In deze bundel zijn de bijdragen bijeengebracht van de studiedag op 31 oktober 2015, aangevuld met enkele speciaal voor de gelegenheid geschreven artikelen. De figuur van Oedipus is het uitgangspunt in beschouwingen over onder meer de klassieke tragedie; de problematiek van de dwangneurose; de moeder in het werk van kinderloze mannelijke auteurs; het denken van Deleuze en Guattari; het toneelwerk van Mulisch en Claus; de debuutroman van Alain Robbe-Grillet; het oeuvre van Willem Frederik Hermans.
Peter Verstraten is voorzitter van de opleiding Film- en Literatuurwetenschap
aan de Universiteit Leiden. Hij is bestuurslid van de Stichting Psychoanalyse
en Cultuur en levert geregeld bijdragen aan de bundels van de
stichting. Tevens is hij betrokken bij de filmploeg van de NVPA. Zijn meest
recente studie is Humour and Irony in Dutch Post-war Fiction.
Sjef Houppermans is verbonden aan de opleiding Frans van de Universiteit
Leiden. Hij publiceert over Franse literatuur onder meer vanuit een
psychoanalytisch vertrekpunt. Hij is voorzitter van de Stichting Psychoanalyse
en Cultuur en redacteur van het Tijdschrift voor Psychoanalyse.
Met bijdragen van Rick Dolphijn, Henk Hillenaar, Sjef Houppermans, Nelleke Noordervliet, Daan Rutten, Ben Schomakers, Philippe Van Haute, Paul Verhaeghe & Peter Verstraten.
Oedipus heerst!? (Reeks Psychoanalyse en Cultuur, nr. 7)
Toen Freud zijn oedipuscomplex op Sophocles’ klassieke tragedie entte, was de portee dat in iedere jongen een Oedipus schuilt (‘je suis Oedipe’). Maar een alomtegenwoordige figuur hoeft niet enkel op bevestiging te rekenen; hij roept ook weerstand op en kan tot vehikel worden gemaakt voor herbezinning. Wat is de status van Oedipus anno nu? Heerst hij nog steeds – als een koning dan wel als een ‘maladie (d’amour)’? In deze bundel zijn de bijdragen bijeengebracht van de studiedag op 31 oktober 2015, aangevuld met enkele speciaal voor de gelegenheid geschreven artikelen. De figuur van Oedipus is het uitgangspunt in beschouwingen over onder meer de klassieke tragedie; de problematiek van de dwangneurose; de moeder in het werk van kinderloze mannelijke auteurs; het denken van Deleuze en Guattari; het toneelwerk van Mulisch en Claus; de debuutroman van Alain Robbe-Grillet; het oeuvre van Willem Frederik Hermans.
Peter Verstraten is voorzitter van de opleiding Film- en Literatuurwetenschap
aan de Universiteit Leiden. Hij is bestuurslid van de Stichting Psychoanalyse
en Cultuur en levert geregeld bijdragen aan de bundels van de
stichting. Tevens is hij betrokken bij de filmploeg van de NVPA. Zijn meest
recente studie is Humour and Irony in Dutch Post-war Fiction.
Sjef Houppermans is verbonden aan de opleiding Frans van de Universiteit
Leiden. Hij publiceert over Franse literatuur onder meer vanuit een
psychoanalytisch vertrekpunt. Hij is voorzitter van de Stichting Psychoanalyse
en Cultuur en redacteur van het Tijdschrift voor Psychoanalyse.
Met bijdragen van Rick Dolphijn, Henk Hillenaar, Sjef Houppermans, Nelleke Noordervliet, Daan Rutten, Ben Schomakers, Philippe Van Haute, Paul Verhaeghe & Peter Verstraten.
Met andere ogen naar onderwijs en opvoeding kijken
Dankzij de enorme vooruitgang in de hersenwetenschappen begrijpen we steeds beter hoe onze hersenen functioneren en ons gedrag beïnvloeden. Het terrein van de neurowetenschappen en -filosofie bevindt zich doorgaans echter buiten het gezichtsveld van onderwijsbestuurders, -begeleiders, leidinggevenden en leraren. Voor zover men er al kennis van neemt, zal men doorgaans slecht uit de voeten kunnen met de uitkomsten ervan.
Wat zijn de consequenties van de recente inzichten uit deze wetenschappen voor opvoeding en onderwijs? De auteur beschrijft ze in dit essay. Recente, fundamentele studies over pedagogiek en onderwijs reppen met geen woord over neurowetenschappelijke inzichten, terwijl die wel van belang kunnen zijn. Vaker de grenzen van je eigen discipline overstijgen, om met andere ogen naar onderwijs en opvoeding te kijken, verdient aanbeveling, aldus de auteur.
Dolf van den Berg is emeritus hoogleraar Onderwijskunde aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Zijn expertise ligt op het gebied van innovatie, leiderschap en professionaliteit. Hij doet onderzoek, begeleidt promovendi en ondersteunt diverse onderwijsinstanties.
Met andere ogen naar onderwijs en opvoeding kijken
Dankzij de enorme vooruitgang in de hersenwetenschappen begrijpen we steeds beter hoe onze hersenen functioneren en ons gedrag beïnvloeden. Het terrein van de neurowetenschappen en -filosofie bevindt zich doorgaans echter buiten het gezichtsveld van onderwijsbestuurders, -begeleiders, leidinggevenden en leraren. Voor zover men er al kennis van neemt, zal men doorgaans slecht uit de voeten kunnen met de uitkomsten ervan.
Wat zijn de consequenties van de recente inzichten uit deze wetenschappen voor opvoeding en onderwijs? De auteur beschrijft ze in dit essay. Recente, fundamentele studies over pedagogiek en onderwijs reppen met geen woord over neurowetenschappelijke inzichten, terwijl die wel van belang kunnen zijn. Vaker de grenzen van je eigen discipline overstijgen, om met andere ogen naar onderwijs en opvoeding te kijken, verdient aanbeveling, aldus de auteur.
Dolf van den Berg is emeritus hoogleraar Onderwijskunde aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Zijn expertise ligt op het gebied van innovatie, leiderschap en professionaliteit. Hij doet onderzoek, begeleidt promovendi en ondersteunt diverse onderwijsinstanties.
Wetenschapsethisch manifest. Blauwdruk van een vernieuwde universiteit.
Geregeld klaagt er een stem over mistoestanden aan de universiteiten. Jonge vorsers zouden kampen met mentale problemen. Academici zouden onder al te grote werkdruk staan. De media rapporteren over opleidingen die uitdoven, over een fraudegeval of over een conflict tussen onderzoekers. De universitaire overheden erkennen dat er weleens een probleem de kop opsteekt, maar minimaliseren zo snel en efficiënt mogelijk de omvang daarvan. Heimelijk wordt er geprutst waar het knelt, in de hoop dat het allemaal niet zo’n vaart zal lopen. Het ongenoegen stijgt daarentegen: studenten, assistenten en hoogleraren verenigen zich, houden symposia en zoeken naar oplossingen.
Dit boek is niet alleen getuige van al wat er misloopt in de universitaire wereld, het biedt ook een oplossing aan een compleet scheefgegroeide situatie. Gedreven door de marktlogica van de maatschappij waarin de universiteit ingebed ligt, concentreren de academici zich thans vooral op publicaties. De kwaliteit van het onderwijs, van het onderzoek en van het academische leven lijdt hieronder. Maar de complexiteit van de academische wereld vraagt om een bijzondere aanpak. De auteur beschrijft een holistische benadering om de academici weer te laten excelleren in onderwijs, onderzoek en dienstverlening.
“Universiteiten staan steeds vaker in het brandpunt van de belangstelling. Studenten
verwachten een goede toekomst met een universitair diploma, de samenleving oplossingen
voor de grote hedendaagse problemen, bedrijven nieuwe innovaties en winstgevende toepassingen.
Dat legt een grote druk op de universiteiten, die daar op verschillende wijzen
mee omgaan. De discussies over de toekomst van de universiteit laaien dus op. En dat is
goed, omdat universiteiten ook de traditionele waarden van onafhankelijkheid, objectiviteit
en waarheidsvinding moeten koesteren. De spanning tussen die waarden en de hedendaagse
verwachtingen is groot, zoals Gustaaf Cornelis in zijn boek beschrijft.”
Dr. Karl Dittrich, Voorzitter VSNU - Vereniging van Universiteiten (Nederland)
Gustaaf C. Cornelis doceert wetenschapsfilosofie aan de Vrije Universiteit Brussel en Universiteit Antwerpen. Hij studeerde wijsbegeerte aan de Vrije Universiteit Brussel, Universiteit Gent en de Atheense Polytechnische Universiteit. Hij is auteur van diverse wetenschapsfilosofische artikels en boeken, waaronder Francis Bacon ‘twittert’: de nieuwe academie.
Wetenschapsethisch manifest. Blauwdruk van een vernieuwde universiteit.
Geregeld klaagt er een stem over mistoestanden aan de universiteiten. Jonge vorsers zouden kampen met mentale problemen. Academici zouden onder al te grote werkdruk staan. De media rapporteren over opleidingen die uitdoven, over een fraudegeval of over een conflict tussen onderzoekers. De universitaire overheden erkennen dat er weleens een probleem de kop opsteekt, maar minimaliseren zo snel en efficiënt mogelijk de omvang daarvan. Heimelijk wordt er geprutst waar het knelt, in de hoop dat het allemaal niet zo’n vaart zal lopen. Het ongenoegen stijgt daarentegen: studenten, assistenten en hoogleraren verenigen zich, houden symposia en zoeken naar oplossingen.
Dit boek is niet alleen getuige van al wat er misloopt in de universitaire wereld, het biedt ook een oplossing aan een compleet scheefgegroeide situatie. Gedreven door de marktlogica van de maatschappij waarin de universiteit ingebed ligt, concentreren de academici zich thans vooral op publicaties. De kwaliteit van het onderwijs, van het onderzoek en van het academische leven lijdt hieronder. Maar de complexiteit van de academische wereld vraagt om een bijzondere aanpak. De auteur beschrijft een holistische benadering om de academici weer te laten excelleren in onderwijs, onderzoek en dienstverlening.
“Universiteiten staan steeds vaker in het brandpunt van de belangstelling. Studenten
verwachten een goede toekomst met een universitair diploma, de samenleving oplossingen
voor de grote hedendaagse problemen, bedrijven nieuwe innovaties en winstgevende toepassingen.
Dat legt een grote druk op de universiteiten, die daar op verschillende wijzen
mee omgaan. De discussies over de toekomst van de universiteit laaien dus op. En dat is
goed, omdat universiteiten ook de traditionele waarden van onafhankelijkheid, objectiviteit
en waarheidsvinding moeten koesteren. De spanning tussen die waarden en de hedendaagse
verwachtingen is groot, zoals Gustaaf Cornelis in zijn boek beschrijft.”
Dr. Karl Dittrich, Voorzitter VSNU - Vereniging van Universiteiten (Nederland)
Gustaaf C. Cornelis doceert wetenschapsfilosofie aan de Vrije Universiteit Brussel en Universiteit Antwerpen. Hij studeerde wijsbegeerte aan de Vrije Universiteit Brussel, Universiteit Gent en de Atheense Polytechnische Universiteit. Hij is auteur van diverse wetenschapsfilosofische artikels en boeken, waaronder Francis Bacon ‘twittert’: de nieuwe academie.
Huiswerk Bikkels. Handboek voor middelbare scholieren.
Huiswerk Bikkels is een onmisbaar handboek voor beginnende
middelbare scholieren. Met praktische tips, stappenplannen
en best-bewaarde-huiswerk-geheimen, kunnen
leerlingen vanaf het allereerste begin gestructureerd en efficiënt hun
huiswerk aanpakken.
Het boek bestaat uit drie delen:
- motivatie
- plannen en organiseren
- studievaardigheden.
Huiswerk Bikkels is een aanvulling op de eerdere uitgave Brugklas Bikkels; een boek dat zich richt op het zelfverzekerd en relaxed leren omgaan met alle veranderingen in het middelbaar onderwijs. Samen bieden de twee boeken een grondige basis, zowel op leerinhoudelijk als op sociaal-emotioneel gebied.
Inke Brugman is orthopedagoog en oprichter van Spectrum Brabant
en Bikkeltrainingen.nl. Zij is auteur van onder meer Bikkels in de dop,
Brugklas Bikkels en andere titels uit de Bikkel-reeks.
Renate van Leeuwen is leerkracht en innovatiemanager bij Spectrum
Brabant. Zij is de drijvende kracht achter de ontwikkeling van diverse
Bikkeltrainingen en co-auteur van onder meer Bikkeltjes met lef.
Lenneke Bazen werkt al jaren bij Spectrum Brabant als groepscoördinator
en studiecoach. Zij is gespecialiseerd in het begeleiden van
leerlingen met autisme en ADHD.
De tekeningen zijn van Roger van der Weide. Hij is afgestudeerd aan
De Eindhovense School (tegenwoordig Sint-Lucas) en de Unit Academie
en werkt nu als animator.
Huiswerk Bikkels. Handboek voor middelbare scholieren.
Huiswerk Bikkels is een onmisbaar handboek voor beginnende
middelbare scholieren. Met praktische tips, stappenplannen
en best-bewaarde-huiswerk-geheimen, kunnen
leerlingen vanaf het allereerste begin gestructureerd en efficiënt hun
huiswerk aanpakken.
Het boek bestaat uit drie delen:
- motivatie
- plannen en organiseren
- studievaardigheden.
Huiswerk Bikkels is een aanvulling op de eerdere uitgave Brugklas Bikkels; een boek dat zich richt op het zelfverzekerd en relaxed leren omgaan met alle veranderingen in het middelbaar onderwijs. Samen bieden de twee boeken een grondige basis, zowel op leerinhoudelijk als op sociaal-emotioneel gebied.
Inke Brugman is orthopedagoog en oprichter van Spectrum Brabant
en Bikkeltrainingen.nl. Zij is auteur van onder meer Bikkels in de dop,
Brugklas Bikkels en andere titels uit de Bikkel-reeks.
Renate van Leeuwen is leerkracht en innovatiemanager bij Spectrum
Brabant. Zij is de drijvende kracht achter de ontwikkeling van diverse
Bikkeltrainingen en co-auteur van onder meer Bikkeltjes met lef.
Lenneke Bazen werkt al jaren bij Spectrum Brabant als groepscoördinator
en studiecoach. Zij is gespecialiseerd in het begeleiden van
leerlingen met autisme en ADHD.
De tekeningen zijn van Roger van der Weide. Hij is afgestudeerd aan
De Eindhovense School (tegenwoordig Sint-Lucas) en de Unit Academie
en werkt nu als animator.
