Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Mutual admissibility of evidence in criminal matters in the EU. A study of telephone tapping and house search. (IRCP-series, vol. 53)

 39,50

Any effort to gather evidence may prove pointless without ensuring its admissibility. Nevertheless, the EU, while developing instruments for smooth gathering of evidence in criminal matters, is not taking much effort to enhance its admissibility. Due to the lack of common rules in this matter, gathering and use of evidence in the EU cross-border context is still governed by the domestic law of the member states concerned. This may lead to situations where, given the differences between legal systems across the EU, evidence collected in one member state will not be admissible in other member states. Due to the fact that the Lisbon Treaty opened the possibility to adopt minimum rules concerning, among other things, the mutual admissibility of evidence, this research investigates the concept of minimum standards designed to enhance mutual admissibility of evidence in the EU. Through a study of two investigative measures, telephone tapping and house search, the author examines whether coming to various common minimum standards is feasible and whether compliance with these standards would finally shape the as yet nonexistent concept of the free movement and mutual recognition of evidence in criminal matters in the EU.

Essential reading for both national and EU policy makers, scholars and practitioners involved in cross-border gathering of evidence in the EU.



Dr Martyna Kusak is a doctor of law and post-doctoral researcher at Chair of Criminal Procedure, Adam Mickiewicz University in Poznań (Poland) and in the Institute for International Research on Criminal Policy, Ghent University (Belgium). She holds a double doctoral degree from Adam Mickiewicz University and Ghent University. In the academic year 2015/2016 she was awarded a scholarship by the Adam Mickiewicz Foundation in Poznań. This publication is the result of her research, carried out upon a co-tutelle doctoral programme and within project no. 2014/15/N/HS5/02686 granted by the National Science Center, Poland.

Quick View

Mutual admissibility of evidence in criminal matters in the EU. A study of telephone tapping and house search. (IRCP-series, vol. 53)

 39,50

Any effort to gather evidence may prove pointless without ensuring its admissibility. Nevertheless, the EU, while developing instruments for smooth gathering of evidence in criminal matters, is not taking much effort to enhance its admissibility. Due to the lack of common rules in this matter, gathering and use of evidence in the EU cross-border context is still governed by the domestic law of the member states concerned. This may lead to situations where, given the differences between legal systems across the EU, evidence collected in one member state will not be admissible in other member states. Due to the fact that the Lisbon Treaty opened the possibility to adopt minimum rules concerning, among other things, the mutual admissibility of evidence, this research investigates the concept of minimum standards designed to enhance mutual admissibility of evidence in the EU. Through a study of two investigative measures, telephone tapping and house search, the author examines whether coming to various common minimum standards is feasible and whether compliance with these standards would finally shape the as yet nonexistent concept of the free movement and mutual recognition of evidence in criminal matters in the EU.

Essential reading for both national and EU policy makers, scholars and practitioners involved in cross-border gathering of evidence in the EU.



Dr Martyna Kusak is a doctor of law and post-doctoral researcher at Chair of Criminal Procedure, Adam Mickiewicz University in Poznań (Poland) and in the Institute for International Research on Criminal Policy, Ghent University (Belgium). She holds a double doctoral degree from Adam Mickiewicz University and Ghent University. In the academic year 2015/2016 she was awarded a scholarship by the Adam Mickiewicz Foundation in Poznań. This publication is the result of her research, carried out upon a co-tutelle doctoral programme and within project no. 2014/15/N/HS5/02686 granted by the National Science Center, Poland.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Lachland. Puzzels, raadsels en spelletjes voor wie van Nederlands houdt.

 19,60

Hou je van taalspelletjes? Dan is dit boek iets voor jou!

  • op een leuke manier spelen met taal
  • veel puzzels, raadsels, spelletjes en moppen
  • voor tieners en volwassenen
  • voor beginnende en gevorderde taalleerders
  • met cartoons van Kamagurka, Latif Ait en Jonas Geirnaert
  • oplossingen achter in het boek



Helga Van Loo studeerde Germaanse talen aan de KU Leuven en volgde daarna een bijkomende opleiding NT2-didactiek aan de Universiteit Antwerpen. Ze werkt als docente Nederlands als tweede taal aan het Instituut voor Levende Talen van de KU Leuven en is docente NT2-didactiek aan de Universiteit Antwerpen. Buiten de klas ontwikkelde ze nieuw NT2- en NVT-lesmateriaal; Zij verzorgt ook bijscholingen en workshops in binnen- en buitenland.
Peter Schoenaerts studeerde Taal- en Letterkunde (Nederlands en Engels) aan de KU Leuven, en volgde een drama-opleiding aan de American Academy of Dramatic Arts in New York. Peter werkte mee aan verscheidene Nederlandse taalmethodes en publicaties. Hij werkte o.a. zeven jaar voor de Nederlandse Taalunie als taalexpert NVT. Sinds 2001 maakt hij geregeld theaterproducties voor anderstaligen. Momenteel is hij dagelijks leider van ‘Theater van A tot Z’ en eindredacteur bij het weekblad Humo.

Met illustraties door: Latif Ait, Kamagurka en Jonas Geirnaert

Geen voorraad
Quick View

Lachland. Puzzels, raadsels en spelletjes voor wie van Nederlands houdt.

 19,60

Hou je van taalspelletjes? Dan is dit boek iets voor jou!

  • op een leuke manier spelen met taal
  • veel puzzels, raadsels, spelletjes en moppen
  • voor tieners en volwassenen
  • voor beginnende en gevorderde taalleerders
  • met cartoons van Kamagurka, Latif Ait en Jonas Geirnaert
  • oplossingen achter in het boek



Helga Van Loo studeerde Germaanse talen aan de KU Leuven en volgde daarna een bijkomende opleiding NT2-didactiek aan de Universiteit Antwerpen. Ze werkt als docente Nederlands als tweede taal aan het Instituut voor Levende Talen van de KU Leuven en is docente NT2-didactiek aan de Universiteit Antwerpen. Buiten de klas ontwikkelde ze nieuw NT2- en NVT-lesmateriaal; Zij verzorgt ook bijscholingen en workshops in binnen- en buitenland.
Peter Schoenaerts studeerde Taal- en Letterkunde (Nederlands en Engels) aan de KU Leuven, en volgde een drama-opleiding aan de American Academy of Dramatic Arts in New York. Peter werkte mee aan verscheidene Nederlandse taalmethodes en publicaties. Hij werkte o.a. zeven jaar voor de Nederlandse Taalunie als taalexpert NVT. Sinds 2001 maakt hij geregeld theaterproducties voor anderstaligen. Momenteel is hij dagelijks leider van ‘Theater van A tot Z’ en eindredacteur bij het weekblad Humo.

Met illustraties door: Latif Ait, Kamagurka en Jonas Geirnaert

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Milieu en milieubehoud. Economische benadering

 25,60

Dit studieboek biedt een heldere inleiding tot de economische benadering van milieuvragen en de aansluitende beleidsaanpak. Hoewel inleidend, behandelen de auteurs de belangrijkste aspecten, met vernieuwende bijdragen zoals: verduidelijking van de inhoud van duurzame ontwikkeling, weergave van de kosten-batenafweging met afzonderlijke aandacht voor de publieke en de privésferen en verklaring van de EU-emissiehandel.

De econoom ontdekt in het eerste hoofdstuk een ruimere visie door toetsing van de economische benadering aan inzichten uit andere disciplines. Het tweede hoofdstuk maakt de niet-econoom vertrouwd met de basisconcepten van economisch denken. Het derde hoofdstuk beschrijft de methoden om niet-geprijsde factoren alsnog een monetaire waarde toe te kennen. Het vierde hoofdstuk legt uit hoe economisch redeneren kan bijdragen tot milieubehoud in de praktijk. De afweging van kosten tegen baten van milieubehoud omcirkelt na te streven doelstellingen voor de gemeenschap. Het conflict tussen privé- en publiek belang maakt de zichtbare hand van het beleid nodig om de neuzen van de talrijke vervuilers in de richting van milieubehoud te zetten en te houden.

De keuze van het geschikte beleidsinstrument komt uitgebreid aan bod in hoofdstuk vijf, met een overzichtelijke lijst van criteria en een diepgaande studie van de economische instrumenten bij uitstek: heffingen en verhandelbare emissievergunningen. Het laatste instrument is een hybride en om spraakverwarring te voorkomen, geldt het EU-emissiehandelsschema als referentie voor de studie. Het handboek sluit af met kernbegrippen van besluitvorming en een bespreking van de kosten-batenanalyse. Lesgevers die het boek als handboek benutten, kunnen bij de auteurs de powerpoint- bestanden aanvragen ter ondersteuning.



Aviel Verbruggen (www.avielverbruggen.be) is hoogleraar emeritus aan de Universiteit Antwerpen. Hij doceerde milieu- en energie-economie, was de eerste voorzitter van de MiNaRaad Vlaanderen (1991-95), concipieerde en redigeerde de milieu- en natuurrapporten Vlaanderen (1993-98) en was lid van het klimaatpanel IPCC (1998-2014).
Steven Van Passel is hoofddocent aan de Universiteit Antwerpen. Hij doceert milieu- en energie-economie aan de Universiteiten van Antwerpen en Hasselt. Zijn onderzoek richt zich op de interactie tussen economie, technologie en het milieu. Hij is auteur van talrijke wetenschappelijke publicaties en participeert in verscheidene nationale en internationale onderzoeksprojecten.

Quick View

Milieu en milieubehoud. Economische benadering

 25,60

Dit studieboek biedt een heldere inleiding tot de economische benadering van milieuvragen en de aansluitende beleidsaanpak. Hoewel inleidend, behandelen de auteurs de belangrijkste aspecten, met vernieuwende bijdragen zoals: verduidelijking van de inhoud van duurzame ontwikkeling, weergave van de kosten-batenafweging met afzonderlijke aandacht voor de publieke en de privésferen en verklaring van de EU-emissiehandel.

De econoom ontdekt in het eerste hoofdstuk een ruimere visie door toetsing van de economische benadering aan inzichten uit andere disciplines. Het tweede hoofdstuk maakt de niet-econoom vertrouwd met de basisconcepten van economisch denken. Het derde hoofdstuk beschrijft de methoden om niet-geprijsde factoren alsnog een monetaire waarde toe te kennen. Het vierde hoofdstuk legt uit hoe economisch redeneren kan bijdragen tot milieubehoud in de praktijk. De afweging van kosten tegen baten van milieubehoud omcirkelt na te streven doelstellingen voor de gemeenschap. Het conflict tussen privé- en publiek belang maakt de zichtbare hand van het beleid nodig om de neuzen van de talrijke vervuilers in de richting van milieubehoud te zetten en te houden.

De keuze van het geschikte beleidsinstrument komt uitgebreid aan bod in hoofdstuk vijf, met een overzichtelijke lijst van criteria en een diepgaande studie van de economische instrumenten bij uitstek: heffingen en verhandelbare emissievergunningen. Het laatste instrument is een hybride en om spraakverwarring te voorkomen, geldt het EU-emissiehandelsschema als referentie voor de studie. Het handboek sluit af met kernbegrippen van besluitvorming en een bespreking van de kosten-batenanalyse. Lesgevers die het boek als handboek benutten, kunnen bij de auteurs de powerpoint- bestanden aanvragen ter ondersteuning.



Aviel Verbruggen (www.avielverbruggen.be) is hoogleraar emeritus aan de Universiteit Antwerpen. Hij doceerde milieu- en energie-economie, was de eerste voorzitter van de MiNaRaad Vlaanderen (1991-95), concipieerde en redigeerde de milieu- en natuurrapporten Vlaanderen (1993-98) en was lid van het klimaatpanel IPCC (1998-2014).
Steven Van Passel is hoofddocent aan de Universiteit Antwerpen. Hij doceert milieu- en energie-economie aan de Universiteiten van Antwerpen en Hasselt. Zijn onderzoek richt zich op de interactie tussen economie, technologie en het milieu. Hij is auteur van talrijke wetenschappelijke publicaties en participeert in verscheidene nationale en internationale onderzoeksprojecten.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Samen veranderen

 10,20

Dit boek wil inspireren én prikkelen om in onze steeds sneller veranderende wereld – en dus ook een veranderende werkomgeving – vooral niet te blijven stilstaan. Stilstaan is prima voor een moment, even een pas op de plaats. Maar als je te lang blijft stilstaan, ook als organisatie, team en/ of medewerker, dan mis je de boot.

Het boek is dan ook een oproep aan de lezer om in de veranderende omgeving samen met anderen te veranderen, in beweging te komen, om anders (wendbaar en lenig) te denken en te doen. Het daagt uit om erover na te denken waarom het slim is nu in beweging te komen.



Pim Steerneman, Trudie Severens en Brigitta Santegoeds zijn werkzaam bij zorgorganisatie Sevagram (NL) als respectievelijk bestuursvoorzitter, lid Raad van Bestuur en projectleider Kunst & Cultuur.

Quick View

Samen veranderen

 10,20

Dit boek wil inspireren én prikkelen om in onze steeds sneller veranderende wereld – en dus ook een veranderende werkomgeving – vooral niet te blijven stilstaan. Stilstaan is prima voor een moment, even een pas op de plaats. Maar als je te lang blijft stilstaan, ook als organisatie, team en/ of medewerker, dan mis je de boot.

Het boek is dan ook een oproep aan de lezer om in de veranderende omgeving samen met anderen te veranderen, in beweging te komen, om anders (wendbaar en lenig) te denken en te doen. Het daagt uit om erover na te denken waarom het slim is nu in beweging te komen.



Pim Steerneman, Trudie Severens en Brigitta Santegoeds zijn werkzaam bij zorgorganisatie Sevagram (NL) als respectievelijk bestuursvoorzitter, lid Raad van Bestuur en projectleider Kunst & Cultuur.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Etty Hillesum in weerwil van het Joodse vraagstuk (Etty Hillesum Studies, deel 8)

 23,70

Het Joodse vraagstuk interesseerde Etty Hillesum niet bijzonder, totdat de Duitse bezetting hierin verandering bracht. Haar vader, dr. Louis Hillesum, werd op 29 november 1940 als rector van het Deventer gymnasium afgezet wegens zijn Joodse afkomst. Bij wijze van afscheid werd een foto van de schoolgemeenschap gemaakt met Hillesum in het midden. Met de gevolgen van de Duitse bezetting werd Etty Hillesum echter al eerder dat jaar geconfronteerd, toen zij te horen kreeg dat haar hoogleraar Bonger zelfmoord had gepleegd. Haar verbijstering was groot, want een uur eerder had zij nog samen met hem gesproken over de toekomst van Europa.

Als Etty Hillesum op 15 juli 1942 haar oproep krijgt, laat zij zich overhalen om bij de Joodse Raad te gaan werken. Tegen haar zin, omdat zij negatief oordeelde over de Joodse Raad en over elke poging om zich aan het ‘Massenschicksal’ van het Joodse volk te onttrekken. Daarom is het interessant om haar visie te vergelijken met die van haar vriendin Leonie Snatager, die wel voor onderduiken heeft gekozen. Ook de vergelijking tussen de oorlogsdagboeken van Hélène Berr en Etty Hillesum levert interessante overeenkomsten en verschillen op. Beiden wilden niet dat hun leven door de omstandigheden zou worden bepaald. In het geval van Etty Hillesum gold dit ook toen zij afscheid moest nemen van haar grote leidsman, vriend en minnaar Julius Spier. Zij liet zich door zijn dood niet van het pad afbrengen dat zij met zijn hulp was ingeslagen. Hierbij is de invloed van Meister Eckehardt merkbaar. Zo slaagde Etty Hillesum erin alles los te laten wat haar hinderde in haar queeste.



De serie Etty Hillesum Studies is een uitgave van het Etty Hillesum Onderzoekscentrum in Middelburg en staat onder redactie van Klaas A.D. Smelik, Marja Clement, Meins G.S. Coetsier, Janny van der Molen, Gerrit Van Oord en Jurjen Wiersma.

Quick View

Etty Hillesum in weerwil van het Joodse vraagstuk (Etty Hillesum Studies, deel 8)

 23,70

Het Joodse vraagstuk interesseerde Etty Hillesum niet bijzonder, totdat de Duitse bezetting hierin verandering bracht. Haar vader, dr. Louis Hillesum, werd op 29 november 1940 als rector van het Deventer gymnasium afgezet wegens zijn Joodse afkomst. Bij wijze van afscheid werd een foto van de schoolgemeenschap gemaakt met Hillesum in het midden. Met de gevolgen van de Duitse bezetting werd Etty Hillesum echter al eerder dat jaar geconfronteerd, toen zij te horen kreeg dat haar hoogleraar Bonger zelfmoord had gepleegd. Haar verbijstering was groot, want een uur eerder had zij nog samen met hem gesproken over de toekomst van Europa.

Als Etty Hillesum op 15 juli 1942 haar oproep krijgt, laat zij zich overhalen om bij de Joodse Raad te gaan werken. Tegen haar zin, omdat zij negatief oordeelde over de Joodse Raad en over elke poging om zich aan het ‘Massenschicksal’ van het Joodse volk te onttrekken. Daarom is het interessant om haar visie te vergelijken met die van haar vriendin Leonie Snatager, die wel voor onderduiken heeft gekozen. Ook de vergelijking tussen de oorlogsdagboeken van Hélène Berr en Etty Hillesum levert interessante overeenkomsten en verschillen op. Beiden wilden niet dat hun leven door de omstandigheden zou worden bepaald. In het geval van Etty Hillesum gold dit ook toen zij afscheid moest nemen van haar grote leidsman, vriend en minnaar Julius Spier. Zij liet zich door zijn dood niet van het pad afbrengen dat zij met zijn hulp was ingeslagen. Hierbij is de invloed van Meister Eckehardt merkbaar. Zo slaagde Etty Hillesum erin alles los te laten wat haar hinderde in haar queeste.



De serie Etty Hillesum Studies is een uitgave van het Etty Hillesum Onderzoekscentrum in Middelburg en staat onder redactie van Klaas A.D. Smelik, Marja Clement, Meins G.S. Coetsier, Janny van der Molen, Gerrit Van Oord en Jurjen Wiersma.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Psychoanalytische praktijk tussen onbewuste en wetenschap (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 23)

 25,70

Een van de constanten in de reeks Psychoanalytisch Actueel is dat ze op de psychoanalytische praktijk is gericht. Nu eens komt een specifieke problematiek aan bod, dan weer een welbepaalde therapeutische setting of modus. Dit boek neemt de merites van psychoanalytische praktijkvoering meer in het algemeen onder de loep. Dit gebeurt tegen de achtergrond van enerzijds het onbewuste als onderzoeksobject bij uitstek van die praktijk, en van anderzijds de vraag naar de wetenschappelijke status van diezelfde praktijk. Voor velen staan onbewuste en wetenschap echter op gespannen voet. Kan de oriëntatie op het onbewuste wetenschappelijk wel ernstig genomen worden? Leent het onbewuste zich überhaupt tot wetenschappelijk onderzoek? Wat moeten we dan onder ‘wetenschap’ verstaan en zijn de tegenwoordig overheersende wetenschappelijke criteria voor elk onderzoeksgebied evenzeer geldig? Hoe stuurt en stoort dit debat het reilen en zeilen van de praktijk? Op welke wijze kan de analytische praktijk omgekeerd het debat mee bepalen en er meer zeggenschap in verwerven? Verdient de psychoanalytische benadering het niet gehonoreerd te worden in haar geheel eigen ‘wetenschappelijkheid’?

Binnen het drieluik van dit boek komt de praktijk centraal te staan in het spanningsveld tussen onbewuste en wetenschap. Het is immers slechts in en vanuit deze praktijk dat het debat beslecht of minstens gevoed kan worden.

Met bijdragen van Ariane Bazan, Mattias Desmet, Christine Franckx, Wouter Gomperts, Dominiek Hoens, Sylvia Janson, Mark Kinet, Michel Thys en Myriam Van Gael.



Mark Kinet is psychiater en psychotherapeut. Hij is hoofdredacteur van de reeks Psychoanalytisch Actueel.
Michel Thys is doctor in de filosofie, psycholoog en psychoanalyticus. Hij is voormalig hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Psychoanalyse en tevens redactielid van de reeks.

Quick View

Psychoanalytische praktijk tussen onbewuste en wetenschap (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 23)

 25,70

Een van de constanten in de reeks Psychoanalytisch Actueel is dat ze op de psychoanalytische praktijk is gericht. Nu eens komt een specifieke problematiek aan bod, dan weer een welbepaalde therapeutische setting of modus. Dit boek neemt de merites van psychoanalytische praktijkvoering meer in het algemeen onder de loep. Dit gebeurt tegen de achtergrond van enerzijds het onbewuste als onderzoeksobject bij uitstek van die praktijk, en van anderzijds de vraag naar de wetenschappelijke status van diezelfde praktijk. Voor velen staan onbewuste en wetenschap echter op gespannen voet. Kan de oriëntatie op het onbewuste wetenschappelijk wel ernstig genomen worden? Leent het onbewuste zich überhaupt tot wetenschappelijk onderzoek? Wat moeten we dan onder ‘wetenschap’ verstaan en zijn de tegenwoordig overheersende wetenschappelijke criteria voor elk onderzoeksgebied evenzeer geldig? Hoe stuurt en stoort dit debat het reilen en zeilen van de praktijk? Op welke wijze kan de analytische praktijk omgekeerd het debat mee bepalen en er meer zeggenschap in verwerven? Verdient de psychoanalytische benadering het niet gehonoreerd te worden in haar geheel eigen ‘wetenschappelijkheid’?

Binnen het drieluik van dit boek komt de praktijk centraal te staan in het spanningsveld tussen onbewuste en wetenschap. Het is immers slechts in en vanuit deze praktijk dat het debat beslecht of minstens gevoed kan worden.

Met bijdragen van Ariane Bazan, Mattias Desmet, Christine Franckx, Wouter Gomperts, Dominiek Hoens, Sylvia Janson, Mark Kinet, Michel Thys en Myriam Van Gael.



Mark Kinet is psychiater en psychotherapeut. Hij is hoofdredacteur van de reeks Psychoanalytisch Actueel.
Michel Thys is doctor in de filosofie, psycholoog en psychoanalyticus. Hij is voormalig hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Psychoanalyse en tevens redactielid van de reeks.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De poriën van de economie. Een essay over de verhouding tussen economie en politiek (Cahiers Campus Gelbergen Nr. 5)

 20,60

De problemen waarmee Europa sinds de economische crisis van 2007 worstelt, roepen meer dan ooit vragen op naar de verhouding tussen economie en politiek. Het Westen is er altijd op uit geweest deze twee categorieën strikt van elkaar te scheiden. Economie en politiek zijn steeds opgevat als tegengesteld: noodzaak versus vrijheid, privaat belang versus algemeen belang, maatschappij versus staat, markt versus politiek, globalisering versus soevereiniteit. Het ging erom de prioriteit van de politiek veilig te stellen en aan te geven dat zij zich niet laat herleiden tot de economie.

In de huidige crises is de staat zich gaan inlaten met het beheer van de markten en hij doet dit onder dwang van die markten zelf. Dit betekent niet dat de economie de politiek opgeslokt heeft, zoals beweerd wordt door het neoliberalisme, integendeel. Economie en politiek staan niet meer tegenover elkaar, maar zijn wederzijds afhankelijk, zonder dat hun verschil is opgeheven. Hun verhouding is breekbaar. Maar noch de economie noch de politiek is in staat om concreet gestalte te geven aan de samenleving. De samenhang van de samenleving is niet louter economisch te begrijpen, zoals het neoliberalisme stelt, noch louter politiek, zoals de traditionele politieke filosofie poneert. De poreuze verbinding tussen economie en politiek stelt juist in staat om nieuwe vormen van samenleven uit te vinden.



Gido (Egidius) Berns is emeritus hoogleraar sociale wijsbegeerte aan de Universiteit van Tilburg. Zijn publicaties betreffen de filosofie en de geschiedenis van het economische denken, alsmede de hedendaagse continentale filosofie.

Geen voorraad
Quick View

De poriën van de economie. Een essay over de verhouding tussen economie en politiek (Cahiers Campus Gelbergen Nr. 5)

 20,60

De problemen waarmee Europa sinds de economische crisis van 2007 worstelt, roepen meer dan ooit vragen op naar de verhouding tussen economie en politiek. Het Westen is er altijd op uit geweest deze twee categorieën strikt van elkaar te scheiden. Economie en politiek zijn steeds opgevat als tegengesteld: noodzaak versus vrijheid, privaat belang versus algemeen belang, maatschappij versus staat, markt versus politiek, globalisering versus soevereiniteit. Het ging erom de prioriteit van de politiek veilig te stellen en aan te geven dat zij zich niet laat herleiden tot de economie.

In de huidige crises is de staat zich gaan inlaten met het beheer van de markten en hij doet dit onder dwang van die markten zelf. Dit betekent niet dat de economie de politiek opgeslokt heeft, zoals beweerd wordt door het neoliberalisme, integendeel. Economie en politiek staan niet meer tegenover elkaar, maar zijn wederzijds afhankelijk, zonder dat hun verschil is opgeheven. Hun verhouding is breekbaar. Maar noch de economie noch de politiek is in staat om concreet gestalte te geven aan de samenleving. De samenhang van de samenleving is niet louter economisch te begrijpen, zoals het neoliberalisme stelt, noch louter politiek, zoals de traditionele politieke filosofie poneert. De poreuze verbinding tussen economie en politiek stelt juist in staat om nieuwe vormen van samenleven uit te vinden.



Gido (Egidius) Berns is emeritus hoogleraar sociale wijsbegeerte aan de Universiteit van Tilburg. Zijn publicaties betreffen de filosofie en de geschiedenis van het economische denken, alsmede de hedendaagse continentale filosofie.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Wiskunst

 35,90

De geometrische fout van het Atomium? Een omgekeerde 400 meter? Een Fibonacci-beeld in (De) Panne? Deze onderwerpen komen misschien bekend voor, maar in dit boek staan de échte verhalen uit eerste hand en ‘unplugged’. De wiskunde verruimt er zich van zuiver wiskundige onderwerpen, over een hoofd dat verdween in de Antwerpse Carnotstraat of de wiskundige grens van de waarheid, tot meer kunstzinnige toepassingen, van wiskundige poëzie over Stromae tot de verboden vrucht van het Lam Gods.



Dirk Huylebrouck doctoreerde aan de Universiteit Gent. Hij doceerde in Congo, Portugal en ook aan Maryland University Europe en daarna in Burundi. Nu is hij docent aan de Faculteit Architectuur van de KULeuven, campussen Sint-Lucas Gent en Brussel. Hij is editor bij ‘The Mathematical Intelligencer’ en schrijft ook voor populaire media, zoals voor het wetenschapsblad Eos. Zijn obsessie, pi, voert hij mee op zijn auto.

Quick View

Wiskunst

 35,90

De geometrische fout van het Atomium? Een omgekeerde 400 meter? Een Fibonacci-beeld in (De) Panne? Deze onderwerpen komen misschien bekend voor, maar in dit boek staan de échte verhalen uit eerste hand en ‘unplugged’. De wiskunde verruimt er zich van zuiver wiskundige onderwerpen, over een hoofd dat verdween in de Antwerpse Carnotstraat of de wiskundige grens van de waarheid, tot meer kunstzinnige toepassingen, van wiskundige poëzie over Stromae tot de verboden vrucht van het Lam Gods.



Dirk Huylebrouck doctoreerde aan de Universiteit Gent. Hij doceerde in Congo, Portugal en ook aan Maryland University Europe en daarna in Burundi. Nu is hij docent aan de Faculteit Architectuur van de KULeuven, campussen Sint-Lucas Gent en Brussel. Hij is editor bij ‘The Mathematical Intelligencer’ en schrijft ook voor populaire media, zoals voor het wetenschapsblad Eos. Zijn obsessie, pi, voert hij mee op zijn auto.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De sociale interventiestaat – De fabel van de neoliberale participatiesamenleving ontrafeld

 29,90

De participatiesamenleving belooft de burger meer macht en zeggenschap. Maar het tegendeel is het geval. In plaats van meer greep op de samenleving, neemt de onmacht van de burger toe. De politieke partijen worden geleid door een politieke elite met een neoliberale agenda. Bovendien zijn de verschillen in politieke opvattingen tussen de politieke hoofdstromen genivelleerd. Het gevolg van de politieke keuzes die gemaakt worden, is een toenemende armoede en maatschappelijke ongelijkheid. De kern van de participatiesamenleving is dat bedrijven vrijwel niet worden gecontroleerd, maar dat de controle op de burger alleen maar toe neemt. De controle is daarbij geïntensiveerd voor burgers die afhankelijk zijn van een sociale uitkering. Het gaat hier om sociale beheersing en niet primair om de geldstroom. De logica van de participatiesamenleving leidt ertoe dat politieke besluiten de beheersing van de burger voortdurend verder vergroten. Vertrouwt de politieke elite haar eigen burgers niet?



Anno L. van der Borg studeerde in 1981 af in sociologie aan de Universiteit van Amsterdam (UVA) met als specialisaties politicologie en bestuurskunde. Naast en na de studie vervulde hij diverse functies binnen het sociaaldomein als beleidsadviseur en adjunct directeur. In 1987 treedt hij in dienst van de Hogeschool Rotterdam als onderwijscoördinator van de voortgezette opleiding Management Organisatie en Beleid.
In 1995 worden alle post-HBO activiteiten van de Hogeschool Rotterdam gebundeld in één bedrijf; Transfergroep Rotterdam. Vanaf de oprichting in 1996 tot 2010 is Van der Borg algemeen directeur van deze Post-HBO organisatie. Daarnaast is hij lector Levenlang Leren & Sociale Kwaliteit. Momenteel is hij beleidsadviseur en onderzoeker bij het Instituut voor Sociale Opleidingen aan de Hogeschool Rotterdam.

Quick View

De sociale interventiestaat – De fabel van de neoliberale participatiesamenleving ontrafeld

 29,90

De participatiesamenleving belooft de burger meer macht en zeggenschap. Maar het tegendeel is het geval. In plaats van meer greep op de samenleving, neemt de onmacht van de burger toe. De politieke partijen worden geleid door een politieke elite met een neoliberale agenda. Bovendien zijn de verschillen in politieke opvattingen tussen de politieke hoofdstromen genivelleerd. Het gevolg van de politieke keuzes die gemaakt worden, is een toenemende armoede en maatschappelijke ongelijkheid. De kern van de participatiesamenleving is dat bedrijven vrijwel niet worden gecontroleerd, maar dat de controle op de burger alleen maar toe neemt. De controle is daarbij geïntensiveerd voor burgers die afhankelijk zijn van een sociale uitkering. Het gaat hier om sociale beheersing en niet primair om de geldstroom. De logica van de participatiesamenleving leidt ertoe dat politieke besluiten de beheersing van de burger voortdurend verder vergroten. Vertrouwt de politieke elite haar eigen burgers niet?



Anno L. van der Borg studeerde in 1981 af in sociologie aan de Universiteit van Amsterdam (UVA) met als specialisaties politicologie en bestuurskunde. Naast en na de studie vervulde hij diverse functies binnen het sociaaldomein als beleidsadviseur en adjunct directeur. In 1987 treedt hij in dienst van de Hogeschool Rotterdam als onderwijscoördinator van de voortgezette opleiding Management Organisatie en Beleid.
In 1995 worden alle post-HBO activiteiten van de Hogeschool Rotterdam gebundeld in één bedrijf; Transfergroep Rotterdam. Vanaf de oprichting in 1996 tot 2010 is Van der Borg algemeen directeur van deze Post-HBO organisatie. Daarnaast is hij lector Levenlang Leren & Sociale Kwaliteit. Momenteel is hij beleidsadviseur en onderzoeker bij het Instituut voor Sociale Opleidingen aan de Hogeschool Rotterdam.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Liber amicorum Willem Elias

 33,00

Dit boek gaat gepaard met het afscheid van Willem Elias aan de Vrije Universiteit Brussel. Het laat de lezer binnenkijken in zijn leefwereld door de ogen van zijn vrienden: collega-professoren, alumni, politici, zakenlui en vele anderen met wie hij vaak rijkelijk tafelt en dialogeert. Net zoals een kunstwerk beter te begrijpen is door het te benaderen vanuit verschillende invalshoeken, schetst dit boek een accuraat totaalbeeld van een man van vele facetten.

Als professor inspireerde hij zijn studenten, als dwarskijker opende hij de ogen van kunstliefhebbers, als bevlogen spreker vermaakte hij zijn publiek op vernissages, als decaan liet hij een frisse wind waaien met zijn eigen managementstijl, als vrijdenker doorbrak hij talrijke taboes, als minnaar plezierde hij vele vrouwen, als vriend kent hij zijn gelijke niet. Als slechte slaper schreef hij een indrukwekkend oeuvre bijeen.

In het Woord Vooraf schetst Willem Elias zelf zijn eigen pedagogisch traject. Er vallen vele lessen uit te leren. Bovenal blijft hij een educator.



Gert De Coorde (1977) studeerde Sociaal-Culturele Agogiek aan de Vrije Universiteit Brussel en volgde de beroepsopleiding tot kok aan het CVO COOVI in Anderlecht. Hij is nu praktijkassistent Vrijetijdsagogiek aan de VUB en sommelier in restaurant De tafel van 2 in Ninove. De meester-leerling verhouding wisselde even toen hij een poging ondernam om zijn professor, Willem Elias, te leren koken. Ze werden Bourgondische boezemvrienden.
Sven Vanderstichelen (1974) studeerde Sociaal-Culturele Agogiek aan de Vrije Universiteit Brussel en is sinds 2000 onafhankelijk tentoonstellingsmaker. Hij is adviseur van de aankoopcommissie van het Museum van Elsene en voorzitter van de cultuuradviesraad van deze gemeente. Ook is hij lid van de International Association of Art Critics en deeltijds vrijwillig wetenschappelijk medewerker aan de Vrije universiteit Brussel.

Quick View

Liber amicorum Willem Elias

 33,00

Dit boek gaat gepaard met het afscheid van Willem Elias aan de Vrije Universiteit Brussel. Het laat de lezer binnenkijken in zijn leefwereld door de ogen van zijn vrienden: collega-professoren, alumni, politici, zakenlui en vele anderen met wie hij vaak rijkelijk tafelt en dialogeert. Net zoals een kunstwerk beter te begrijpen is door het te benaderen vanuit verschillende invalshoeken, schetst dit boek een accuraat totaalbeeld van een man van vele facetten.

Als professor inspireerde hij zijn studenten, als dwarskijker opende hij de ogen van kunstliefhebbers, als bevlogen spreker vermaakte hij zijn publiek op vernissages, als decaan liet hij een frisse wind waaien met zijn eigen managementstijl, als vrijdenker doorbrak hij talrijke taboes, als minnaar plezierde hij vele vrouwen, als vriend kent hij zijn gelijke niet. Als slechte slaper schreef hij een indrukwekkend oeuvre bijeen.

In het Woord Vooraf schetst Willem Elias zelf zijn eigen pedagogisch traject. Er vallen vele lessen uit te leren. Bovenal blijft hij een educator.



Gert De Coorde (1977) studeerde Sociaal-Culturele Agogiek aan de Vrije Universiteit Brussel en volgde de beroepsopleiding tot kok aan het CVO COOVI in Anderlecht. Hij is nu praktijkassistent Vrijetijdsagogiek aan de VUB en sommelier in restaurant De tafel van 2 in Ninove. De meester-leerling verhouding wisselde even toen hij een poging ondernam om zijn professor, Willem Elias, te leren koken. Ze werden Bourgondische boezemvrienden.
Sven Vanderstichelen (1974) studeerde Sociaal-Culturele Agogiek aan de Vrije Universiteit Brussel en is sinds 2000 onafhankelijk tentoonstellingsmaker. Hij is adviseur van de aankoopcommissie van het Museum van Elsene en voorzitter van de cultuuradviesraad van deze gemeente. Ook is hij lid van de International Association of Art Critics en deeltijds vrijwillig wetenschappelijk medewerker aan de Vrije universiteit Brussel.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Btw van factuur tot aangifte, 2de herziene uitgave

 51,40

Dit boek legt op een eenvoudige manier de werking van het btw-stelsel en de voornaamste btw-verplichtingen uit. Centraal staat dan ook de aangifte van de verschuldigde btw en het uitoefenen van het recht op aftrek van de voorbelasting.

Het spildocument van het btw-stelsel is de factuur. Het ‘hart’ van het btw-stelsel wordt gevormd door het systeem van recht op aftrek van de voorbelasting. Recht op aftrek is verbonden aan het begrip opeisbaarheid van de btw. Het recht op aftrek op de inkomende handelingen is verbonden met het verrichten van uitgaande handelingen.

Dit boek is er voor al wie de werking van het btw-stelsel wil begrijpen en concrete btw-vragen heeft die veelal niet in klassieke handboeken aan bod komen.



Stefan Ruysschaert heeft een economische en actuariële vooropleiding genoten (UGent en VUB). Hij werkt als adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is docent aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij doceert ook aan de Fiscale Hogeschool en is lid van de stagecommissie van het BIBF.

Quick View

Btw van factuur tot aangifte, 2de herziene uitgave

 51,40

Dit boek legt op een eenvoudige manier de werking van het btw-stelsel en de voornaamste btw-verplichtingen uit. Centraal staat dan ook de aangifte van de verschuldigde btw en het uitoefenen van het recht op aftrek van de voorbelasting.

Het spildocument van het btw-stelsel is de factuur. Het ‘hart’ van het btw-stelsel wordt gevormd door het systeem van recht op aftrek van de voorbelasting. Recht op aftrek is verbonden aan het begrip opeisbaarheid van de btw. Het recht op aftrek op de inkomende handelingen is verbonden met het verrichten van uitgaande handelingen.

Dit boek is er voor al wie de werking van het btw-stelsel wil begrijpen en concrete btw-vragen heeft die veelal niet in klassieke handboeken aan bod komen.



Stefan Ruysschaert heeft een economische en actuariële vooropleiding genoten (UGent en VUB). Hij werkt als adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is docent aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij doceert ook aan de Fiscale Hogeschool en is lid van de stagecommissie van het BIBF.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Smart city en camerabeleid in de stad Genk (IRCP-series, vol. 52)

 29,60

Vele steden en gemeenten beschouwen camerabewaking en -toezicht vaak als effectieve en efficiënte hulpmiddelen om criminaliteit en overlast tegen te gaan. Deze eendimensionale benadering blijkt uit voorliggend onderzoek echter op de helling te staan. De voortschrijdende digitalisering van onze samenleving waarbij lokale besturen steeds meer gebruik maken van nieuwe technologieën om hun omgeving te beheren en te (be)sturen, biedt opportuniteiten voor cameratoepassingen die voorheen niet mogelijk waren.

In opdracht van de stad Genk werden de bouwstenen van een doordacht en evidence-based camerabeleid in kaart gebracht. Hierbij werd onderzocht wat de impact is van camerabewaking, welke nieuwe technologieën beschikbaar zijn en hoe die zich verhouden tot de privacywetgeving, hoe het camerabeleid in vijftien vergelijkbare steden werd geconcipieerd en wat de opvattingen zijn van de Genkse stakeholders. Uniek aan dit onderzoek is dat het camerabeleid binnen het bredere smart city-verhaal wordt geplaatst waardoor nieuwe inzichten worden gegenereerd.



Jelle Janssens (1981) is criminoloog (2005), behaalde een Master in het Management voor Overheidsorganisaties (2006) en is doctor in de Criminologische Wetenschappen (2013). Hij is docent aan de Vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid (Universiteit Gent) en lid van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP).
Gwen Herkes (1990) behaalde een Master in de Criminologische Wetenschappen (2012). Zij is academisch assistent aan de Vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid (Universiteit Gent) en lid van het Institute for International Research on CriminalPolicy (IRCP).

Quick View

Smart city en camerabeleid in de stad Genk (IRCP-series, vol. 52)

 29,60

Vele steden en gemeenten beschouwen camerabewaking en -toezicht vaak als effectieve en efficiënte hulpmiddelen om criminaliteit en overlast tegen te gaan. Deze eendimensionale benadering blijkt uit voorliggend onderzoek echter op de helling te staan. De voortschrijdende digitalisering van onze samenleving waarbij lokale besturen steeds meer gebruik maken van nieuwe technologieën om hun omgeving te beheren en te (be)sturen, biedt opportuniteiten voor cameratoepassingen die voorheen niet mogelijk waren.

In opdracht van de stad Genk werden de bouwstenen van een doordacht en evidence-based camerabeleid in kaart gebracht. Hierbij werd onderzocht wat de impact is van camerabewaking, welke nieuwe technologieën beschikbaar zijn en hoe die zich verhouden tot de privacywetgeving, hoe het camerabeleid in vijftien vergelijkbare steden werd geconcipieerd en wat de opvattingen zijn van de Genkse stakeholders. Uniek aan dit onderzoek is dat het camerabeleid binnen het bredere smart city-verhaal wordt geplaatst waardoor nieuwe inzichten worden gegenereerd.



Jelle Janssens (1981) is criminoloog (2005), behaalde een Master in het Management voor Overheidsorganisaties (2006) en is doctor in de Criminologische Wetenschappen (2013). Hij is docent aan de Vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid (Universiteit Gent) en lid van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP).
Gwen Herkes (1990) behaalde een Master in de Criminologische Wetenschappen (2012). Zij is academisch assistent aan de Vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid (Universiteit Gent) en lid van het Institute for International Research on CriminalPolicy (IRCP).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    2
    Uw winkelwagen
    Milieu en milieubehoud. Economische benadering
     25,60
    Btw van factuur tot aangifte, 2de herziene uitgave
     51,40
    ×