Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Introductie tot epidemiologie en biostatistiek

 25,60

Een basiskennis van epidemiologie en biostatistiek is essentieel om de omvangrijke literatuur goed te begrijpen en om op wetenschappelijk correcte wijze te handelen en te behandelen. Voor medici en paramedici zijn ze essentiële instrumenten om optimaal te kunnen fungeren. En dit zeker in onze steeds harder hollende informatiemaatschappij.

Om het boek, dat duidelijke antwoorden geeft op essentiële vragen, voor elke belangstellende vlot toegankelijk te maken, besteedt de auteur ook uitdrukkelijke aandacht aan een didactische presentatie. In elk hoofdstuk komt dezelfde structuur terug, met gemeten rubrieken: korte introductie tot het hoofdstuk, blokken met interessante weetjes, toetsvragen, blokken met bijzondere informatie, samenvattingen … Daarnaast zijn op vele plaatsen voorbeelden opgenomen.



Patrick Mullie studeerde voeding- en dieetleer aan de Regaschool in Leuven en epidemiologie aan de Universiteit Maastricht. Hij promoveerde tot doctor in de biomedische wetenschappen aan de KU Leuven. Hij doceert systematische literatuuranalyse aan de Vrije Universiteit Brussel en is lector voedingleer, epidemiologie en wetenschappelijke onderzoeksvaardigheden aan de Erasmushogeschool in Brussel. Ook is hij onderzoeksdirecteur bij de Afdeling Epidemiologie en Biostatistiek van Defensie en research director aan het International Research Institute in Lyon. Daarnaast is hij als expert verbonden aan de Hoge Gezondheidsraad van België en aan de American Society of Nutrition.

Quick View

Introductie tot epidemiologie en biostatistiek

 25,60

Een basiskennis van epidemiologie en biostatistiek is essentieel om de omvangrijke literatuur goed te begrijpen en om op wetenschappelijk correcte wijze te handelen en te behandelen. Voor medici en paramedici zijn ze essentiële instrumenten om optimaal te kunnen fungeren. En dit zeker in onze steeds harder hollende informatiemaatschappij.

Om het boek, dat duidelijke antwoorden geeft op essentiële vragen, voor elke belangstellende vlot toegankelijk te maken, besteedt de auteur ook uitdrukkelijke aandacht aan een didactische presentatie. In elk hoofdstuk komt dezelfde structuur terug, met gemeten rubrieken: korte introductie tot het hoofdstuk, blokken met interessante weetjes, toetsvragen, blokken met bijzondere informatie, samenvattingen … Daarnaast zijn op vele plaatsen voorbeelden opgenomen.



Patrick Mullie studeerde voeding- en dieetleer aan de Regaschool in Leuven en epidemiologie aan de Universiteit Maastricht. Hij promoveerde tot doctor in de biomedische wetenschappen aan de KU Leuven. Hij doceert systematische literatuuranalyse aan de Vrije Universiteit Brussel en is lector voedingleer, epidemiologie en wetenschappelijke onderzoeksvaardigheden aan de Erasmushogeschool in Brussel. Ook is hij onderzoeksdirecteur bij de Afdeling Epidemiologie en Biostatistiek van Defensie en research director aan het International Research Institute in Lyon. Daarnaast is hij als expert verbonden aan de Hoge Gezondheidsraad van België en aan de American Society of Nutrition.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Kinderen met een licht verstandelijke beperking in het passend onderwijs. Visie op ondersteuning in de klas.

 21,60

Om zich op een positieve manier te kunnen ontwikkelen hebben kinderen met een licht verstandelijke beperking in het passend onderwijs gepaste begeleiding en zorg nodig. Daarvoor is het van groot belang dat schoolbesturen, leerkrachten en interne begeleiders een visie ter ondersteuning formuleren en toepassen. Dit boek biedt concrete handvatten om met de ontwikkeling van zo’n visie aan de slag te gaan. Hierbij gaat ruime aandacht naar de relatie tussen onderzoek en praktijk. De ondersteuning van deze kinderen en hun ouders stoelt op drie pijlers: de vroegsignalering van onderwijsleerproblemen, de waarborging van de positieve effecten van inclusief onderwijs en het mogelijk maken van sociale integratie in de klas en daarbuiten. Jeugdhulp en passend onderwijs moeten worden verbonden, waarbij rekening wordt gehouden met verschillen tussen kinderen, veel waarde wordt gehecht aan de participatie van ouders en vertrouwen wordt gegeven aan de deskundigheid van de leerkracht.



Mariëtte Huizinga is universitair hoofddocent bij de sectie Onderwijswetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Haar onderzoeksdomein betreft de variabiliteit in de ontwikkeling van doelgericht en sociaal adaptief gedrag van kinderen.
Dorien Graas is lector Jeugd in het Domein Gezondheid en Welzijn van de Hogeschool Windesheim. Haar belangrijkste onderzoeksdomein betreft de samenwerking onderwijs en jeugdhulp. Ze promoveerde op het thema geschiedenis en ontwikkelingen in het speciaal onderwijs.
Anika Bexkens is GZ-psycholoog in opleiding tot Specialist bij GGZ-Delfland, afdeling Jeugd. Zij is universitair docent aan de Universiteit Leiden, Ontwikkelings- en Onderwijspsychologie. Haar onderzoeksdomein betreft de ontwikkeling van sociaaladaptieve vaardigheden bij kinderen en adolescenten met een licht verstandelijke beperking en gedragsproblematiek.

Quick View

Kinderen met een licht verstandelijke beperking in het passend onderwijs. Visie op ondersteuning in de klas.

 21,60

Om zich op een positieve manier te kunnen ontwikkelen hebben kinderen met een licht verstandelijke beperking in het passend onderwijs gepaste begeleiding en zorg nodig. Daarvoor is het van groot belang dat schoolbesturen, leerkrachten en interne begeleiders een visie ter ondersteuning formuleren en toepassen. Dit boek biedt concrete handvatten om met de ontwikkeling van zo’n visie aan de slag te gaan. Hierbij gaat ruime aandacht naar de relatie tussen onderzoek en praktijk. De ondersteuning van deze kinderen en hun ouders stoelt op drie pijlers: de vroegsignalering van onderwijsleerproblemen, de waarborging van de positieve effecten van inclusief onderwijs en het mogelijk maken van sociale integratie in de klas en daarbuiten. Jeugdhulp en passend onderwijs moeten worden verbonden, waarbij rekening wordt gehouden met verschillen tussen kinderen, veel waarde wordt gehecht aan de participatie van ouders en vertrouwen wordt gegeven aan de deskundigheid van de leerkracht.



Mariëtte Huizinga is universitair hoofddocent bij de sectie Onderwijswetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Haar onderzoeksdomein betreft de variabiliteit in de ontwikkeling van doelgericht en sociaal adaptief gedrag van kinderen.
Dorien Graas is lector Jeugd in het Domein Gezondheid en Welzijn van de Hogeschool Windesheim. Haar belangrijkste onderzoeksdomein betreft de samenwerking onderwijs en jeugdhulp. Ze promoveerde op het thema geschiedenis en ontwikkelingen in het speciaal onderwijs.
Anika Bexkens is GZ-psycholoog in opleiding tot Specialist bij GGZ-Delfland, afdeling Jeugd. Zij is universitair docent aan de Universiteit Leiden, Ontwikkelings- en Onderwijspsychologie. Haar onderzoeksdomein betreft de ontwikkeling van sociaaladaptieve vaardigheden bij kinderen en adolescenten met een licht verstandelijke beperking en gedragsproblematiek.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Sociale media en online travel agents in de hotelsector

 46,30

In dit boek wordt de werking van sociale media en OTA’s – online travel agents uiteengezet en geïllustreerd met voorbeelden uit de hotelsector. Daarnaast worden de resultaten weergegeven van het projectmatig wetenschappelijk onderzoek HoVla, waarbij de focus lag op online reputatiemanagement en de impact van sociale media en OTA’s op de hotelprestaties in de vijf Vlaamse Kunststeden.

Dit onderzoek kaderde binnen de opleiding bachelor hotelmanagement van de Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen. De publicatie is een nuttige handleiding voor hotelhouders, marketingmedewerkers, promotoren, studenten en geïnteresseerde hotelgebruikers.



Christian Holthof is licentiaat toegepaste economische wetenschappen, master in toerisme en Master of Business Administration (GGS). Hij nam meerdere malen deel aan het Professional Development Program van de Cornell University (School of Hotel Administration, Ithaca, USA). Hij doceert economische wetenschappen aan de opleiding bachelor hotelmanagement van de Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen.
Sophie van Tilburg is master in de communicatiewetenschappen. Zij is als onderzoekster verbonden aan de opleiding bachelor hotelmanagement van de Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen.

Quick View

Sociale media en online travel agents in de hotelsector

 46,30

In dit boek wordt de werking van sociale media en OTA’s – online travel agents uiteengezet en geïllustreerd met voorbeelden uit de hotelsector. Daarnaast worden de resultaten weergegeven van het projectmatig wetenschappelijk onderzoek HoVla, waarbij de focus lag op online reputatiemanagement en de impact van sociale media en OTA’s op de hotelprestaties in de vijf Vlaamse Kunststeden.

Dit onderzoek kaderde binnen de opleiding bachelor hotelmanagement van de Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen. De publicatie is een nuttige handleiding voor hotelhouders, marketingmedewerkers, promotoren, studenten en geïnteresseerde hotelgebruikers.



Christian Holthof is licentiaat toegepaste economische wetenschappen, master in toerisme en Master of Business Administration (GGS). Hij nam meerdere malen deel aan het Professional Development Program van de Cornell University (School of Hotel Administration, Ithaca, USA). Hij doceert economische wetenschappen aan de opleiding bachelor hotelmanagement van de Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen.
Sophie van Tilburg is master in de communicatiewetenschappen. Zij is als onderzoekster verbonden aan de opleiding bachelor hotelmanagement van de Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Neem leiding! Leiderschap in een turbulente wereld

 21,60

De auteurs beschrijven op een beknopte en toegankelijke wijze leiderschap in de context van de snel veranderende wereld. In deze turbulente omgeving gaat het om een speelveld waarin verscheidene complexe transities tegelijk en op elkaar inwerkend plaatsvinden. Daardoor wordt steeds meer een beroep gedaan op (adaptief) leiderschap.

Dit leiderschap gaat vooral over leiding nemen opdat mensen in beweging komen, om samen hun dromen voor bedrijf en organisatie na te streven. Adaptief of (aan)passend leiderschap creëert waarde voor de organisatie en leidt tot een dynamiek in de goede richting.



Prof. dr. J.W. (Wil) Foppen is als hoogleraar Strategic Leadership verbonden aan de School of Business and Economics van Maastricht University. Hij vervulde daarvoor verscheidene academische en bestuurlijke rollen bij ZWO, aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, Rotterdam School of Management, ESADE (Barcelona) en Zuyd Hogeschool. De laatste 25 jaar adviseert en coacht hij daarnaast verschillende leidinggevenden en hun organisaties. Hij schreef verscheidene boeken en artikelen, waarvan de meeste gaan over bestuur, leiderschap en managementvraagstukken.
Dr. W.J.P.J.M. (Pim) Steerneman MBA, psycholoog en bedrijfskundige, werkt sinds 1981 in de zorg. In eerste instantie als gedragswetenschapper/ psychodiagnosticus, researcher en manager zowel in de jeugdzorg als in de GGZ. Sedert 2003 is hij bestuursvoorzitter, eerst in de jeugdzorg en sinds 2009 in de ouderenzorg bij de zorggroep Sevagram. Hij heeft verscheidene (inter)nationale publicaties op zijn naam staan, waaronder enkele managementboeken over transitiemanagement en leiderschap(sontwikkeling).

Quick View

Neem leiding! Leiderschap in een turbulente wereld

 21,60

De auteurs beschrijven op een beknopte en toegankelijke wijze leiderschap in de context van de snel veranderende wereld. In deze turbulente omgeving gaat het om een speelveld waarin verscheidene complexe transities tegelijk en op elkaar inwerkend plaatsvinden. Daardoor wordt steeds meer een beroep gedaan op (adaptief) leiderschap.

Dit leiderschap gaat vooral over leiding nemen opdat mensen in beweging komen, om samen hun dromen voor bedrijf en organisatie na te streven. Adaptief of (aan)passend leiderschap creëert waarde voor de organisatie en leidt tot een dynamiek in de goede richting.



Prof. dr. J.W. (Wil) Foppen is als hoogleraar Strategic Leadership verbonden aan de School of Business and Economics van Maastricht University. Hij vervulde daarvoor verscheidene academische en bestuurlijke rollen bij ZWO, aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, Rotterdam School of Management, ESADE (Barcelona) en Zuyd Hogeschool. De laatste 25 jaar adviseert en coacht hij daarnaast verschillende leidinggevenden en hun organisaties. Hij schreef verscheidene boeken en artikelen, waarvan de meeste gaan over bestuur, leiderschap en managementvraagstukken.
Dr. W.J.P.J.M. (Pim) Steerneman MBA, psycholoog en bedrijfskundige, werkt sinds 1981 in de zorg. In eerste instantie als gedragswetenschapper/ psychodiagnosticus, researcher en manager zowel in de jeugdzorg als in de GGZ. Sedert 2003 is hij bestuursvoorzitter, eerst in de jeugdzorg en sinds 2009 in de ouderenzorg bij de zorggroep Sevagram. Hij heeft verscheidene (inter)nationale publicaties op zijn naam staan, waaronder enkele managementboeken over transitiemanagement en leiderschap(sontwikkeling).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Verbondenheid in de hulpverlening

 28,70

De huidige maatschappelijke context die gekenmerkt wordt door tendensen zoals versnelling, digitalisering en besparingen, zet de relatie tussen cliënt en hulpverlener onder druk. Cliënten en hulpverleners krijgen steeds minder tijd om een duurzame samenwerkingsrelatie, die verankerd is in verbondenheid, uit te bouwen.

Toch vormt juist de samenwerkingsrelatie het meest wezenlijke in de ondersteuning van mensen in maatschappelijk kwetsbare leefsituaties. Elke hulpverlener is hiervan overtuigd en zoekt naar een manier waarop hij de relatie met de cliënt binnen deze context kan vormgeven.

In deze publicatie geven docenten en studenten op een bevlogen manier hun ervaringen en praktijkinzichten over verbondenheid weer en de manier waarop ze versterkt kan worden. Theoretische raamwerken en praktijkervaringen worden met elkaar gelieerd, wat resulteert in een palet van verschillende visies en persoonlijke praktijkervaringen. Dit inspireert hulpverleners in spe, maar ook wie al jarenlang actief in het werkveld staat.



Chris De Rijdt, Mark Heremans, Yvan Houtteman, Karel Schoonjans, Iris Storme, Els Thibau, Inge Van Erum, Vera Van Hove en Peter Walleghem zijn allen verbonden aan de Faculteit Mens en Welzijn van de Hogeschool Gent.

Quick View

Verbondenheid in de hulpverlening

 28,70

De huidige maatschappelijke context die gekenmerkt wordt door tendensen zoals versnelling, digitalisering en besparingen, zet de relatie tussen cliënt en hulpverlener onder druk. Cliënten en hulpverleners krijgen steeds minder tijd om een duurzame samenwerkingsrelatie, die verankerd is in verbondenheid, uit te bouwen.

Toch vormt juist de samenwerkingsrelatie het meest wezenlijke in de ondersteuning van mensen in maatschappelijk kwetsbare leefsituaties. Elke hulpverlener is hiervan overtuigd en zoekt naar een manier waarop hij de relatie met de cliënt binnen deze context kan vormgeven.

In deze publicatie geven docenten en studenten op een bevlogen manier hun ervaringen en praktijkinzichten over verbondenheid weer en de manier waarop ze versterkt kan worden. Theoretische raamwerken en praktijkervaringen worden met elkaar gelieerd, wat resulteert in een palet van verschillende visies en persoonlijke praktijkervaringen. Dit inspireert hulpverleners in spe, maar ook wie al jarenlang actief in het werkveld staat.



Chris De Rijdt, Mark Heremans, Yvan Houtteman, Karel Schoonjans, Iris Storme, Els Thibau, Inge Van Erum, Vera Van Hove en Peter Walleghem zijn allen verbonden aan de Faculteit Mens en Welzijn van de Hogeschool Gent.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Penitentiair tuchtrecht en internationale detentie-standaarden. Naleving in België en Frankrijk (IRCP-series, vol. 54)

 66,40

Tienduizenden personen werden reeds overgeleverd tussen EU-lidstaten op basis van instrumenten zoals het Europees arrestatiebevel. Telkens wordt een persoon geconfronteerd met detentiecondities in een andere lidstaat en een andere detentiecultuur. Dit hoeft, volgens de EU-lidstaten, geen probleem te zijn: aangenomen wordt dat de detentiecondities in alle lidstaten gelijkwaardig zijn. In toenemende mate blijkt echter dat de overlevering kan leiden tot schendingen van fundamentele rechten en de opsluiting in veilige, humane noch resocialiseringsgerichte omstandigheden. In dit onderzoek wordt dieper ingegaan op detentiecondities in EU-lidstaten. Één aspect van de detentie wordt er specifiek uitgelicht – het tuchtrecht – gezien de impact die het tuchtrecht kan hebben op de leefomstandigheden in de gevangenis (denk bv. aan de opsluiting in een strafcel, het verlengen van de detentieduur of het beperken van het familiebezoek). Er wordt in de diepte bestudeerd of het tuchtregime verloopt conform de internationale detentiestandaarden. In het boek wordt elke internationale detentiestandaard m.b.t. het tuchtrecht tegen het licht gehouden en wordt onderzocht of in de wetgeving en in de praktijk deze standaarden worden nageleefd. Nadien wordt bekeken welke juridische gevolgen de niet-naleving van deze internationale standaarden heeft op de samenwerking tussen lidstaten.



Vincent Eechaudt is doctor in de rechten en momenteel werkzaam als doctor-assistent aan het Institute for International Research on Criminal Policy, Universiteit Gent. Zijn onderzoek heeft betrekking op de detentiecondities in Europa en daarbuiten, de werking van toezichtinstanties en samenwerking in strafzaken tussen landen. Vincent Eechaudt is tevens gastdocent strafrecht en penologie en lid van de Commissie van Toezicht verbonden aan de gevangenis van Gent.

Geen voorraad
Quick View

Penitentiair tuchtrecht en internationale detentie-standaarden. Naleving in België en Frankrijk (IRCP-series, vol. 54)

 66,40

Tienduizenden personen werden reeds overgeleverd tussen EU-lidstaten op basis van instrumenten zoals het Europees arrestatiebevel. Telkens wordt een persoon geconfronteerd met detentiecondities in een andere lidstaat en een andere detentiecultuur. Dit hoeft, volgens de EU-lidstaten, geen probleem te zijn: aangenomen wordt dat de detentiecondities in alle lidstaten gelijkwaardig zijn. In toenemende mate blijkt echter dat de overlevering kan leiden tot schendingen van fundamentele rechten en de opsluiting in veilige, humane noch resocialiseringsgerichte omstandigheden. In dit onderzoek wordt dieper ingegaan op detentiecondities in EU-lidstaten. Één aspect van de detentie wordt er specifiek uitgelicht – het tuchtrecht – gezien de impact die het tuchtrecht kan hebben op de leefomstandigheden in de gevangenis (denk bv. aan de opsluiting in een strafcel, het verlengen van de detentieduur of het beperken van het familiebezoek). Er wordt in de diepte bestudeerd of het tuchtregime verloopt conform de internationale detentiestandaarden. In het boek wordt elke internationale detentiestandaard m.b.t. het tuchtrecht tegen het licht gehouden en wordt onderzocht of in de wetgeving en in de praktijk deze standaarden worden nageleefd. Nadien wordt bekeken welke juridische gevolgen de niet-naleving van deze internationale standaarden heeft op de samenwerking tussen lidstaten.



Vincent Eechaudt is doctor in de rechten en momenteel werkzaam als doctor-assistent aan het Institute for International Research on Criminal Policy, Universiteit Gent. Zijn onderzoek heeft betrekking op de detentiecondities in Europa en daarbuiten, de werking van toezichtinstanties en samenwerking in strafzaken tussen landen. Vincent Eechaudt is tevens gastdocent strafrecht en penologie en lid van de Commissie van Toezicht verbonden aan de gevangenis van Gent.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Euthanasie bij psychisch lijden. Het hellend vlak dat overslaat? (Fracarita-reeks, nr. 9)

 14,30

Vier auteurs buigen zich over de vraag hoe het verder moet met de euthanasie bij psychisch lijden. Ze doen het uit medische, filosofische en gelovige hoek en proberen vanuit deze invalshoeken de vraag te beantwoorden wat mensen met psychisch lijden brengt om de euthanasievraag te stellen. Dat het om een complex gegeven gaat, is duidelijk. Dat het dikwijls om een pijnlijke, uitzichtloze situatie gaat, is eveneens een feit. Maar is het toepassen van euthanasie het ultieme antwoord op de noodkreet die deze mensen uiten? Of zijn er alternatieven waarbij men wel degelijk de vraag ernstig neemt zonder het leven weg te nemen? Want euthanasie blijft toch steeds het meest radicale en onomkeerbare wat men kan doen bij een mens: zijn leven zelf afnemen.

Het essay kwam er vanuit een bekommernis bij de auteurs, die zien dat er steeds meer en vlugger gegrepen wordt naar euthanasie als antwoord, waarbij ze zich de vraag stelden of een handeling, die voorheen een strafbare act was maar nu onder bepaalde voorwaarden werd gelegaliseerd, verder zal evolueren als een van de mogelijke behandelingen bij psychisch lijden. Ook hier luidt de vraag in welke mate de absolute zelfbeschikking en de absolute vrijheid het aan het winnen zijn op de absolute beschermwaardigheid van de mens, van ieder mens, ook van de mens die psychisch zwaar lijdt. We zitten hier duidelijk op een hellend vlak, en blijkbaar is dat nu aan het overslaan.



Br. dr. René Stockman, momenteel generale overste van de Broeders van Liefde, is doctor in de maatschappelijke gezondheidszorg.
Dr. Marc Calmeyn, psychiater en psychoanalyticus, werkt in het Psychiatrisch Ziekenhuis Onze-Lieve-Vrouw in Sint- Michiels Brugge en heeft een privépraktijk in Loppem, genaamd ‘Lelieveld’.
Dr. Marc Eneman is psychiater en bovendien geneesheerdirecteur van het Universitair Psychiatrisch Centrum Sint- Kamillus in Bierbeek.
Prof. dr. Herman De Dijn is filosoof en emeritus hoogleraar aan het Hoger Instituut van Wijsbegeerte. Voorheen was hij vicerector van de Katholieke Universiteit Leuven.

Quick View

Euthanasie bij psychisch lijden. Het hellend vlak dat overslaat? (Fracarita-reeks, nr. 9)

 14,30

Vier auteurs buigen zich over de vraag hoe het verder moet met de euthanasie bij psychisch lijden. Ze doen het uit medische, filosofische en gelovige hoek en proberen vanuit deze invalshoeken de vraag te beantwoorden wat mensen met psychisch lijden brengt om de euthanasievraag te stellen. Dat het om een complex gegeven gaat, is duidelijk. Dat het dikwijls om een pijnlijke, uitzichtloze situatie gaat, is eveneens een feit. Maar is het toepassen van euthanasie het ultieme antwoord op de noodkreet die deze mensen uiten? Of zijn er alternatieven waarbij men wel degelijk de vraag ernstig neemt zonder het leven weg te nemen? Want euthanasie blijft toch steeds het meest radicale en onomkeerbare wat men kan doen bij een mens: zijn leven zelf afnemen.

Het essay kwam er vanuit een bekommernis bij de auteurs, die zien dat er steeds meer en vlugger gegrepen wordt naar euthanasie als antwoord, waarbij ze zich de vraag stelden of een handeling, die voorheen een strafbare act was maar nu onder bepaalde voorwaarden werd gelegaliseerd, verder zal evolueren als een van de mogelijke behandelingen bij psychisch lijden. Ook hier luidt de vraag in welke mate de absolute zelfbeschikking en de absolute vrijheid het aan het winnen zijn op de absolute beschermwaardigheid van de mens, van ieder mens, ook van de mens die psychisch zwaar lijdt. We zitten hier duidelijk op een hellend vlak, en blijkbaar is dat nu aan het overslaan.



Br. dr. René Stockman, momenteel generale overste van de Broeders van Liefde, is doctor in de maatschappelijke gezondheidszorg.
Dr. Marc Calmeyn, psychiater en psychoanalyticus, werkt in het Psychiatrisch Ziekenhuis Onze-Lieve-Vrouw in Sint- Michiels Brugge en heeft een privépraktijk in Loppem, genaamd ‘Lelieveld’.
Dr. Marc Eneman is psychiater en bovendien geneesheerdirecteur van het Universitair Psychiatrisch Centrum Sint- Kamillus in Bierbeek.
Prof. dr. Herman De Dijn is filosoof en emeritus hoogleraar aan het Hoger Instituut van Wijsbegeerte. Voorheen was hij vicerector van de Katholieke Universiteit Leuven.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Investeren in een leerzorgcentrum. Tien goede redenen.

 23,00

Vanuit een ernstige bekommernis omtrent de nadelige gevolgen van de kloof tussen theorie en praktijk, tussen onderwijs en werkveld, en op basis van good practices, is het leerzorgcentrum ontwikkeld als geïntegreerd concept voor zorginnovatie en onderwijsinnovatie. Met een doorgedreven samenwerking tussen docenten en studenten enerzijds en zorgverleners en managers van zorgvoorzieningen anderzijds, wordt een omgeving gecreëerd waar duurzaam leren voor studenten en zorgverleners mogelijk wordt.

De implementatie van een leerzorgcentrum heeft zijn kostprijs. Zowel voor de zorgvoorziening als voor de opleiding betekent dit dat geïnvesteerd wordt in extra inzet van personeel. Zo is de lector verpleegkunde parttime verbonden aan de zorgeenheid als leerzorgspecialist; dit is een personeelsinzet boven de reguliere bezetting. Deze extra investering is te verantwoorden gezien de winst die op de diverse terreinen wordt gemaakt: zowel voor de stage van de student als voor de kwaliteit van zorg op de zorgeenheid. Ook op vlak van recruitment voor de zorgvoorziening en voor de clinical credibility van de betrokken lectoren valt er winst te boeken. Een belangrijke hefboom voor verdere implementatie is het kunnen aantonen van de return on investment. Deze ROI wordt beschreven in dit boek.



Frieda Corstjens is bachelor in de verpleegkunde met een aanvullende masteropleiding in de verpleegkunde. Zij is lector verpleegkunde aan de hogeschool UC Leuven-Limburg en coördinator van de leerzorgcentra.
Jo Gommers, bachelor ziekenhuis- en psychiatrisch verpleegkundige, met een aanvullende master in de medisch-sociale wetenschappen, is algemeen directeur van Groep LITP – Limburgs Initiatief voor Therapie en integrale Personenzorg, een netwerk van ambulante diensten in de geestelijke gezondheidszorg. Hij is tevens lector en projectmedewerker aan de hogeschool UC Leuven-Limburg.
Jolien Oomsels is bachelor in de verpleegkunde met een aanvullende masteropleiding in de verpleegkunde. Zij is verpleegkundige op de Afdeling Pneumologie van het Ziekenhuis Oost-Limburg in Genk.

Quick View

Investeren in een leerzorgcentrum. Tien goede redenen.

 23,00

Vanuit een ernstige bekommernis omtrent de nadelige gevolgen van de kloof tussen theorie en praktijk, tussen onderwijs en werkveld, en op basis van good practices, is het leerzorgcentrum ontwikkeld als geïntegreerd concept voor zorginnovatie en onderwijsinnovatie. Met een doorgedreven samenwerking tussen docenten en studenten enerzijds en zorgverleners en managers van zorgvoorzieningen anderzijds, wordt een omgeving gecreëerd waar duurzaam leren voor studenten en zorgverleners mogelijk wordt.

De implementatie van een leerzorgcentrum heeft zijn kostprijs. Zowel voor de zorgvoorziening als voor de opleiding betekent dit dat geïnvesteerd wordt in extra inzet van personeel. Zo is de lector verpleegkunde parttime verbonden aan de zorgeenheid als leerzorgspecialist; dit is een personeelsinzet boven de reguliere bezetting. Deze extra investering is te verantwoorden gezien de winst die op de diverse terreinen wordt gemaakt: zowel voor de stage van de student als voor de kwaliteit van zorg op de zorgeenheid. Ook op vlak van recruitment voor de zorgvoorziening en voor de clinical credibility van de betrokken lectoren valt er winst te boeken. Een belangrijke hefboom voor verdere implementatie is het kunnen aantonen van de return on investment. Deze ROI wordt beschreven in dit boek.



Frieda Corstjens is bachelor in de verpleegkunde met een aanvullende masteropleiding in de verpleegkunde. Zij is lector verpleegkunde aan de hogeschool UC Leuven-Limburg en coördinator van de leerzorgcentra.
Jo Gommers, bachelor ziekenhuis- en psychiatrisch verpleegkundige, met een aanvullende master in de medisch-sociale wetenschappen, is algemeen directeur van Groep LITP – Limburgs Initiatief voor Therapie en integrale Personenzorg, een netwerk van ambulante diensten in de geestelijke gezondheidszorg. Hij is tevens lector en projectmedewerker aan de hogeschool UC Leuven-Limburg.
Jolien Oomsels is bachelor in de verpleegkunde met een aanvullende masteropleiding in de verpleegkunde. Zij is verpleegkundige op de Afdeling Pneumologie van het Ziekenhuis Oost-Limburg in Genk.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Verbondenheid. Inspiratie voor begeleiders van personen met een beperking

 20,60

Verbondenheid en het verlangen ernaar is van alle tijden en voor alle mensen. Het is inherent aan mensen, het gaat om een dagelijkse manier van in het leven staan. Verbondenheid maakt het meest wezenlijke deel uit van de opdracht van hulpverleners in hun samenwerking met mensen in kwetsbare leefsituaties. Zij zijn vaak de draad met zichzelf en hun omgeving verloren. Ook begeleiders zijn soms de draad kwijt. Maar het fundament van een samenwerkingsrelatie is juist die verbondenheid. Soms lijkt ze als streef- én als doe-waarde ondergesneeuwd door tal van factoren van economische, ethische of maatschappelijke aard. De auteurs gaan uit van een model waarin verbondenheid zich situeert op zes dimensies. Hierbij krijgen vragen als ‘Hoe kunnen we de verbondenheid tussen de cliënt en de wereld bevorderen?’, ‘Hoe kunnen de begeleider en het team hun eigen verbondenheid versterken?’ en ‘Hoe kan het management verbondenheid weer op de kaart zetten?’ concrete antwoorden. Het gaat niet langer om een filosofisch discours, maar vooral om handelen. De vele praktijkvoorbeelden prikkelen en zetten aan om met overtuiging te werken aan verbondenheid.



Vera Van Hove was gedurende tien jaar werkzaam in de sector voor personen met een verstandelijke beperking. Nu is ze als docent Orthopedagogiek verbonden aan de faculteit Mens en Welzijn van HoGent. Ze publiceert en doceert over thema’s zoals emancipatorisch werken, kwaliteit van bestaan en kwaliteit van de relatie met de cliënt.
Ronny Dierendonck was gedurende vijf jaar werkzaam als hoofdopvoeder in een voorziening voor kinderen met een verstandelijke beperking en zes jaar als directeur van een kleinschalige woonvoorziening voor volwassenen met een verstandelijke beperking. Nu is hij reeds enkele decennia bestuurder van het WIV – Werkcentrum voor Internationaal Vormingswerk in Gent. Hij verzorgt interactieve studiedagen, workshops en cursussen voor mensen met een ondersteuningsvraag, hun ouders, professionelen en vrijwilligers.

Quick View

Verbondenheid. Inspiratie voor begeleiders van personen met een beperking

 20,60

Verbondenheid en het verlangen ernaar is van alle tijden en voor alle mensen. Het is inherent aan mensen, het gaat om een dagelijkse manier van in het leven staan. Verbondenheid maakt het meest wezenlijke deel uit van de opdracht van hulpverleners in hun samenwerking met mensen in kwetsbare leefsituaties. Zij zijn vaak de draad met zichzelf en hun omgeving verloren. Ook begeleiders zijn soms de draad kwijt. Maar het fundament van een samenwerkingsrelatie is juist die verbondenheid. Soms lijkt ze als streef- én als doe-waarde ondergesneeuwd door tal van factoren van economische, ethische of maatschappelijke aard. De auteurs gaan uit van een model waarin verbondenheid zich situeert op zes dimensies. Hierbij krijgen vragen als ‘Hoe kunnen we de verbondenheid tussen de cliënt en de wereld bevorderen?’, ‘Hoe kunnen de begeleider en het team hun eigen verbondenheid versterken?’ en ‘Hoe kan het management verbondenheid weer op de kaart zetten?’ concrete antwoorden. Het gaat niet langer om een filosofisch discours, maar vooral om handelen. De vele praktijkvoorbeelden prikkelen en zetten aan om met overtuiging te werken aan verbondenheid.



Vera Van Hove was gedurende tien jaar werkzaam in de sector voor personen met een verstandelijke beperking. Nu is ze als docent Orthopedagogiek verbonden aan de faculteit Mens en Welzijn van HoGent. Ze publiceert en doceert over thema’s zoals emancipatorisch werken, kwaliteit van bestaan en kwaliteit van de relatie met de cliënt.
Ronny Dierendonck was gedurende vijf jaar werkzaam als hoofdopvoeder in een voorziening voor kinderen met een verstandelijke beperking en zes jaar als directeur van een kleinschalige woonvoorziening voor volwassenen met een verstandelijke beperking. Nu is hij reeds enkele decennia bestuurder van het WIV – Werkcentrum voor Internationaal Vormingswerk in Gent. Hij verzorgt interactieve studiedagen, workshops en cursussen voor mensen met een ondersteuningsvraag, hun ouders, professionelen en vrijwilligers.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Tien van NegenTien. Vlaamse poëzie uit de negentiende eeuw. (Reeks Literatuur in veelvoud, nr 24)

 23,20

De Vlaamse poëzie van de negentiende eeuw is vrijwel onbekend en dus onbemind. Er bestaan niet eens een half dozijn overzichten in de loop van bijna 200 jaar. Deze bloemlezing biedt een staalkaart van diverse stromingen. Wie de experimentele dichters zag als langharig tuig, ziet geredelijk de negentiende-eeuwers als vreemdsoortige langbaardigen. Aan dit romantisch beeld moeten nog de onvermijdelijke drinkgelagen, optochten, stoeten en zelfs triomfbogen toegevoegd worden. De werkelijkheid vertoont echter nog andere facetten en sommige teksten geven dat duidelijk aan.

Theodoor van Rijswijck schreef talrijke liedjes, gedichten als schotschriften of pamfletten. Hij stierf jong, krankzinnig en berooid als een arme liereman. Het tegendeel is de adellijke Jan K.H. Nolet de Brauwere van Steeland. Geboren Rotterdammer, kwam hij in Vlaanderen terecht. Hij werd een tegenstander van Gezelle. Even ironisch, maar barokker, exuberanter en vrolijker is het werk van Frans de Cort. De relatie van Gentil Antheunis met Maria, Consciences enige dochter, leed schipbreuk. Dit en andere tegenslagen verhinderden hem niet om verder te dichten. Johan de Laet is bekend gebleven door zijn ijveren voor de eerste taalwetten. Zijn dichtwerk behoort tot de betere uitingen van de Vlaamse romantiek. Karel Lodewijk Ledeganck liet gevoelige en sfeervolle verzen na. De hopeloos verliefde Victor dela Montagne is lyrisch het zuiverste talent van de bent. De beminnelijke Geeraard Jan Dodd schrijft ironische verzen. Hij is een dubbeltalent en heeft lang geaarzeld tussen schilderen of dichten. Baldadiger zijn Julius De Geyter en Julius Vuylsteke. De eerste is scherp antiklerikaal. Hij is de dichter van onder meer het Geuzenlied. Vuylsteke is een unicum met de tijdens zijn studententijd geschreven gedichten in heinsiaanse zin. Hij verwoordt op ironisch romantische toon zijn ongelukkige liefde(s). Met De Geyter blijft hij de scherpste criticus van de toenmalige Zeitgeist.



Dirk Christiaens studeerde wijsbegeerte & letteren – geschiedenis aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij doceerde Nederlandse en Europese Letterkunde aan het Koninklijk Conservatorium in Brussel en hij was hoofdproducer bij de Dienst Kunstzaken van de VRT – Vlaamse Radio en Televisie.

Quick View

Tien van NegenTien. Vlaamse poëzie uit de negentiende eeuw. (Reeks Literatuur in veelvoud, nr 24)

 23,20

De Vlaamse poëzie van de negentiende eeuw is vrijwel onbekend en dus onbemind. Er bestaan niet eens een half dozijn overzichten in de loop van bijna 200 jaar. Deze bloemlezing biedt een staalkaart van diverse stromingen. Wie de experimentele dichters zag als langharig tuig, ziet geredelijk de negentiende-eeuwers als vreemdsoortige langbaardigen. Aan dit romantisch beeld moeten nog de onvermijdelijke drinkgelagen, optochten, stoeten en zelfs triomfbogen toegevoegd worden. De werkelijkheid vertoont echter nog andere facetten en sommige teksten geven dat duidelijk aan.

Theodoor van Rijswijck schreef talrijke liedjes, gedichten als schotschriften of pamfletten. Hij stierf jong, krankzinnig en berooid als een arme liereman. Het tegendeel is de adellijke Jan K.H. Nolet de Brauwere van Steeland. Geboren Rotterdammer, kwam hij in Vlaanderen terecht. Hij werd een tegenstander van Gezelle. Even ironisch, maar barokker, exuberanter en vrolijker is het werk van Frans de Cort. De relatie van Gentil Antheunis met Maria, Consciences enige dochter, leed schipbreuk. Dit en andere tegenslagen verhinderden hem niet om verder te dichten. Johan de Laet is bekend gebleven door zijn ijveren voor de eerste taalwetten. Zijn dichtwerk behoort tot de betere uitingen van de Vlaamse romantiek. Karel Lodewijk Ledeganck liet gevoelige en sfeervolle verzen na. De hopeloos verliefde Victor dela Montagne is lyrisch het zuiverste talent van de bent. De beminnelijke Geeraard Jan Dodd schrijft ironische verzen. Hij is een dubbeltalent en heeft lang geaarzeld tussen schilderen of dichten. Baldadiger zijn Julius De Geyter en Julius Vuylsteke. De eerste is scherp antiklerikaal. Hij is de dichter van onder meer het Geuzenlied. Vuylsteke is een unicum met de tijdens zijn studententijd geschreven gedichten in heinsiaanse zin. Hij verwoordt op ironisch romantische toon zijn ongelukkige liefde(s). Met De Geyter blijft hij de scherpste criticus van de toenmalige Zeitgeist.



Dirk Christiaens studeerde wijsbegeerte & letteren – geschiedenis aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij doceerde Nederlandse en Europese Letterkunde aan het Koninklijk Conservatorium in Brussel en hij was hoofdproducer bij de Dienst Kunstzaken van de VRT – Vlaamse Radio en Televisie.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Het onbewuste consult. Handreiking voor de huisarts en andere hulp uit de eerste lijn (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 25)

 19,60

Een goede band of de gepaste golflengte tussen arts en patiënt leveren aantoonbaar gezondheidseffecten op. Maar wat als de ontmoeting moeilijk loopt? Wat als de patiënt ondanks een goed contact het voorschrift niet volgt of negatieve gevoelens aanhouden adviezen, pogingen tot opbeuring of medicijnen ten spijt? Dan kan het misschien helpen zich af te vragen of de verstandhouding wordt verstoord door zogenaamde overdracht vanuit de patiënt.
Bij overdracht heeft de patiënt een vertekend beeld van de hulpverlener ten gevolge van gevoelens of gevoeligheden uit het verleden die buiten ons bewustzijn hun stempel drukken. Het kan om iets eenvoudigs gaan zoals een arts of andere hulpverlener die ervaren wordt als een bezorgde moeder, of complexer wanneer wordt overgedragen dat alle moederlijke vrouwen gevaarlijk zijn en de patiënt zich niet meer openstelt. Dergelijke ‘overdracht’ is altijd onbewust; we weten het niet maar voelen het zo aan en handelen ernaar. Als de patiënt vanuit deze overdracht in relatie treedt, wordt onbewust druk op de arts of andere hulpverlener uitgeoefend om zich conform deze overdracht te gedragen.
Naast een gezondheidsvraag speelt in het consult met andere woorden een onbewuste, belemmerende dynamiek. De auteurs, vrijwel allemaal werkzaam als psychoanalyticus, laten aan de hand van herkenbare praktijkvoorbeelden zien hoe die onbewuste dynamiek werkt. Bijvoorbeeld als iets niet helemaal pluis lijkt, bij niet-objectiveerbare lichamelijke klachten of in het omgaan met de dood.
Overdracht maar ook (tegen)overdracht vanuit de hulpverlener komen uitgebreid aan bod. Ook wordt de stand van zaken rond wetenschappelijk onderzoek inzake effectiviteit van psychoanalytische behandelingen besproken. In de laatste drie hoofdstukken worden handvatten aangereikt om de onbewuste dynamiek in de praktijk te herkennen en te hanteren.



Met bijdragen van Ad Bolhuis, Quin van Dam, Petra Elders, Cileke Exler, Sylvia Janson, Kees Kooiman, Famke Kwee, Frans Schalkwijk en Marie-José Vertriest.

Quick View

Het onbewuste consult. Handreiking voor de huisarts en andere hulp uit de eerste lijn (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 25)

 19,60

Een goede band of de gepaste golflengte tussen arts en patiënt leveren aantoonbaar gezondheidseffecten op. Maar wat als de ontmoeting moeilijk loopt? Wat als de patiënt ondanks een goed contact het voorschrift niet volgt of negatieve gevoelens aanhouden adviezen, pogingen tot opbeuring of medicijnen ten spijt? Dan kan het misschien helpen zich af te vragen of de verstandhouding wordt verstoord door zogenaamde overdracht vanuit de patiënt.
Bij overdracht heeft de patiënt een vertekend beeld van de hulpverlener ten gevolge van gevoelens of gevoeligheden uit het verleden die buiten ons bewustzijn hun stempel drukken. Het kan om iets eenvoudigs gaan zoals een arts of andere hulpverlener die ervaren wordt als een bezorgde moeder, of complexer wanneer wordt overgedragen dat alle moederlijke vrouwen gevaarlijk zijn en de patiënt zich niet meer openstelt. Dergelijke ‘overdracht’ is altijd onbewust; we weten het niet maar voelen het zo aan en handelen ernaar. Als de patiënt vanuit deze overdracht in relatie treedt, wordt onbewust druk op de arts of andere hulpverlener uitgeoefend om zich conform deze overdracht te gedragen.
Naast een gezondheidsvraag speelt in het consult met andere woorden een onbewuste, belemmerende dynamiek. De auteurs, vrijwel allemaal werkzaam als psychoanalyticus, laten aan de hand van herkenbare praktijkvoorbeelden zien hoe die onbewuste dynamiek werkt. Bijvoorbeeld als iets niet helemaal pluis lijkt, bij niet-objectiveerbare lichamelijke klachten of in het omgaan met de dood.
Overdracht maar ook (tegen)overdracht vanuit de hulpverlener komen uitgebreid aan bod. Ook wordt de stand van zaken rond wetenschappelijk onderzoek inzake effectiviteit van psychoanalytische behandelingen besproken. In de laatste drie hoofdstukken worden handvatten aangereikt om de onbewuste dynamiek in de praktijk te herkennen en te hanteren.



Met bijdragen van Ad Bolhuis, Quin van Dam, Petra Elders, Cileke Exler, Sylvia Janson, Kees Kooiman, Famke Kwee, Frans Schalkwijk en Marie-José Vertriest.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Dromen duiden. Een nieuwe benadering (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 24)

 30,80

Is de droom een wetenschappelijk, een therapeutisch, of een esthetisch gegeven? Zijn dromen duidbaar? Wat is de betekenis van een droom? Bestaat er één vastliggende betekenis? Houdt de freudiaanse droomduiding nog stand? Of bestaan er andere manieren om met dromen te werken? Heeft het zin om dromen te bespreken in een groep? Kan een dromengroep nuttig zijn? Zijn nachtmerries pathologisch of gewoon fantasie? Welke plaats hebben dromen in literatuur en film? Waarom zijn mensen geïnteresseerd in dromen? Hoe werken psychoanalytici met dromen?

Er is veel veranderd in het denken over en werken met dromen. De droom is een volwaardige psychische act, drager van betekenis en duidbaar. De droom is een subjectieve aangelegenheid. Er bestaat meer dan één betekenis van een droom. En er zijn vele toegangswegen om de betekenis van een droom te ontsluieren. Meer dan vroeger is het te beschouwen als een belangrijke verworvenheid dat iemand droomt, zijn droom durft te bespreken en toelaat dat een ander (een analyticus, een therapeut, een lid van een dromengroep) meedenkt of zijn droom verder droomt. Soms komt het tot een gezamenlijk spelen, wat dan leidt tot een co-constructie van betekenis en diepe emotionele inzichten. Ook voor psychotherapeuten en psychoanalytici kan het uitwisselen en bespreken van dromen een bijzondere bijdrage leveren aan het eigen werk. Met behulp van vele droomvoorbeelden wordt dit geïllustreerd.



Marc Hebbrecht, psychiater, psychotherapeut en psychoanalyticus, is opleidingspsychoanalyticus bij de Belgische Vereniging voor Psychoanalyse en full member van de International Psychoanalytical Association. Hij is betrokken bij opleidingen in psychoanalyse, psychoanalytische psychotherapie en integratieve psychotherapie.
Minke de Jong, andragoge, psychoanalytica en psychoanalytisch psychotherapeut in ruste.
Annelies van Hees was hoofddocent Scandinavische Letterkunde in Amsterdam.
Rolien van Mechelen, klinisch psycholoog en psychoanalytica, is opleider en supervisor bij de Nederlandse Psychoanalytische Vereniging en full member van de International Psychoanalytical Association.

Quick View

Dromen duiden. Een nieuwe benadering (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 24)

 30,80

Is de droom een wetenschappelijk, een therapeutisch, of een esthetisch gegeven? Zijn dromen duidbaar? Wat is de betekenis van een droom? Bestaat er één vastliggende betekenis? Houdt de freudiaanse droomduiding nog stand? Of bestaan er andere manieren om met dromen te werken? Heeft het zin om dromen te bespreken in een groep? Kan een dromengroep nuttig zijn? Zijn nachtmerries pathologisch of gewoon fantasie? Welke plaats hebben dromen in literatuur en film? Waarom zijn mensen geïnteresseerd in dromen? Hoe werken psychoanalytici met dromen?

Er is veel veranderd in het denken over en werken met dromen. De droom is een volwaardige psychische act, drager van betekenis en duidbaar. De droom is een subjectieve aangelegenheid. Er bestaat meer dan één betekenis van een droom. En er zijn vele toegangswegen om de betekenis van een droom te ontsluieren. Meer dan vroeger is het te beschouwen als een belangrijke verworvenheid dat iemand droomt, zijn droom durft te bespreken en toelaat dat een ander (een analyticus, een therapeut, een lid van een dromengroep) meedenkt of zijn droom verder droomt. Soms komt het tot een gezamenlijk spelen, wat dan leidt tot een co-constructie van betekenis en diepe emotionele inzichten. Ook voor psychotherapeuten en psychoanalytici kan het uitwisselen en bespreken van dromen een bijzondere bijdrage leveren aan het eigen werk. Met behulp van vele droomvoorbeelden wordt dit geïllustreerd.



Marc Hebbrecht, psychiater, psychotherapeut en psychoanalyticus, is opleidingspsychoanalyticus bij de Belgische Vereniging voor Psychoanalyse en full member van de International Psychoanalytical Association. Hij is betrokken bij opleidingen in psychoanalyse, psychoanalytische psychotherapie en integratieve psychotherapie.
Minke de Jong, andragoge, psychoanalytica en psychoanalytisch psychotherapeut in ruste.
Annelies van Hees was hoofddocent Scandinavische Letterkunde in Amsterdam.
Rolien van Mechelen, klinisch psycholoog en psychoanalytica, is opleider en supervisor bij de Nederlandse Psychoanalytische Vereniging en full member van de International Psychoanalytical Association.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    1
    Uw winkelwagen
    Neem leiding! Leiderschap in een turbulente wereld
     21,60
    ×