Filter
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Start to teach. Inspiratiegids over aanvangsbegeleiding in het onderwijs

 25,20

Starters in het onderwijs worden keer op keer als een probleem voorgesteld in de media. Ze vallen bij bosjes uit en hun contracten deugen niet. Maar een bredere kijk op hun positie ontbreekt. Wat kunnen de onderwijscollega’s, mentoren, directieleden, pedagogisch begeleiders, lerarenopleiders en beleidsmakers doen om hen te helpen? En omgekeerd: hoe kunnen starters hun collega’s helpen?
Deze inspiratiegids heeft een dubbele rol: enerzijds het thema vanuit een breder perspectief bekijken, anderzijds realistische en ambitieuze praktijkvoorbeelden van aanvangsbegeleiding van zowel pennen uit het werkveld als de academische wereld voorstellen. Met andere woorden, de inspiratiegids zoomt in op belangrijke factoren die bepalend zijn voor het slagen van de eerste jaren in de onderwijspraktijk, zoals de zin om de job te doen, het belang van samenwerking, levenslang leren met elkaar en (gedeeld) leiderschap. Daarnaast hebben deze voorbeelden één gemeenschappelijk doel: vanuit een brede, vernieuwende kijk en op onderbouwde wijze de startende leraar welkom heten in het onderwijslandschap. Er worden prikkelende initiatieven over taal- en landsgrenzen heen gepresenteerd waarmee beleidsverantwoordelijken, lerarenopleiders, pedagogisch begeleiders, (coördinerend) directeurs, mentoren en leraren hun voordeel zullen doen.
Het boek biedt een inspiratiebron voor iedereen die de starter op een voetstuk wil plaatsen en daarbij oog heeft voor passie en talenten.



Sanne De Vos is bachelor kleuteronderwijzeres en master in de pedagogische wetenschappen. Zij is werkzaam in de Lerarenopleidingen Kleuter- en Lager Onderwijs van Hogeschool Odisee, Campus Aalst. Daarnaast heeft ze de afgelopen jaren zowel kwalitatief als kwantitatief onderzoek naar starters in het basis- en secundair onderwijs uitgevoerd.
Johan De Wilde werkt als lerarenopleider. Behalve het kleuteronderwijs waar hij dagelijks mee bezig is en over blogt op www.kleutergewijs.be, heeft hij een grote interesse voor de professionalisering van lerarenopleiders. Hij werkte voorheen in diverse vormingscontexten. Hij was in binnen- en buitenland actief in formeel onderwijs en in non-formele educatie bij nationale en internationale ngo’s, onderwijsinstellingen en UNESCO.
Simon Beausaert is associate professor Werkplekleren aan Universiteit Maastricht. Hij doet onderzoek naar antecedenten en effecten van formeel en informeel leren alsook van assessmentpraktijken. Ook is hij programmacoördinator van de Management of Learning Master, die zich focust op het ondersteunen van leren en ontwikkelen op de werkplek. Hij is employability coördinator, medeverantwoordelijk voor docentenprofessionalisering in de faculteit en fungeert vaak als consultant voor scholen en organisaties.

Geen voorraad
Quick View

Start to teach. Inspiratiegids over aanvangsbegeleiding in het onderwijs

 25,20

Starters in het onderwijs worden keer op keer als een probleem voorgesteld in de media. Ze vallen bij bosjes uit en hun contracten deugen niet. Maar een bredere kijk op hun positie ontbreekt. Wat kunnen de onderwijscollega’s, mentoren, directieleden, pedagogisch begeleiders, lerarenopleiders en beleidsmakers doen om hen te helpen? En omgekeerd: hoe kunnen starters hun collega’s helpen?
Deze inspiratiegids heeft een dubbele rol: enerzijds het thema vanuit een breder perspectief bekijken, anderzijds realistische en ambitieuze praktijkvoorbeelden van aanvangsbegeleiding van zowel pennen uit het werkveld als de academische wereld voorstellen. Met andere woorden, de inspiratiegids zoomt in op belangrijke factoren die bepalend zijn voor het slagen van de eerste jaren in de onderwijspraktijk, zoals de zin om de job te doen, het belang van samenwerking, levenslang leren met elkaar en (gedeeld) leiderschap. Daarnaast hebben deze voorbeelden één gemeenschappelijk doel: vanuit een brede, vernieuwende kijk en op onderbouwde wijze de startende leraar welkom heten in het onderwijslandschap. Er worden prikkelende initiatieven over taal- en landsgrenzen heen gepresenteerd waarmee beleidsverantwoordelijken, lerarenopleiders, pedagogisch begeleiders, (coördinerend) directeurs, mentoren en leraren hun voordeel zullen doen.
Het boek biedt een inspiratiebron voor iedereen die de starter op een voetstuk wil plaatsen en daarbij oog heeft voor passie en talenten.



Sanne De Vos is bachelor kleuteronderwijzeres en master in de pedagogische wetenschappen. Zij is werkzaam in de Lerarenopleidingen Kleuter- en Lager Onderwijs van Hogeschool Odisee, Campus Aalst. Daarnaast heeft ze de afgelopen jaren zowel kwalitatief als kwantitatief onderzoek naar starters in het basis- en secundair onderwijs uitgevoerd.
Johan De Wilde werkt als lerarenopleider. Behalve het kleuteronderwijs waar hij dagelijks mee bezig is en over blogt op www.kleutergewijs.be, heeft hij een grote interesse voor de professionalisering van lerarenopleiders. Hij werkte voorheen in diverse vormingscontexten. Hij was in binnen- en buitenland actief in formeel onderwijs en in non-formele educatie bij nationale en internationale ngo’s, onderwijsinstellingen en UNESCO.
Simon Beausaert is associate professor Werkplekleren aan Universiteit Maastricht. Hij doet onderzoek naar antecedenten en effecten van formeel en informeel leren alsook van assessmentpraktijken. Ook is hij programmacoördinator van de Management of Learning Master, die zich focust op het ondersteunen van leren en ontwikkelen op de werkplek. Hij is employability coördinator, medeverantwoordelijk voor docentenprofessionalisering in de faculteit en fungeert vaak als consultant voor scholen en organisaties.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Burn-out ontmaskerd.De dieperliggende oorzaken van een burn-out

 26,90
In 2008 krijgt ze een zware burn-out als gevolg van een echtscheiding en herstructurering op het werk. Dit was voor Ann Meesschaert de trigger om antwoorden te zoeken. Ze volgde verscheidene opleidingen waarvan ze de inzichten nu toepast in haar multidisciplinaire aanpak bij de behandeling van burn-outpatiënten. Ze werkt als zelfstandige coach en helpt mensen met klachten van stress, burn-out en bore-out en geeft eveneens loopbaanadvies. Ze woont en werkt in de buurt van Gent.

Check ook haar website www.coachingbijburnout.be

Ann Meesschaert (1960, Oostende) is sociaal verpleegkundige, ze heeft ervaring in arbeidsgeneeskunde en werkte 18 jaar als productspecialist in de vertegenwoordiging van medisch materiaal.

Quick View

Burn-out ontmaskerd.De dieperliggende oorzaken van een burn-out

 26,90
In 2008 krijgt ze een zware burn-out als gevolg van een echtscheiding en herstructurering op het werk. Dit was voor Ann Meesschaert de trigger om antwoorden te zoeken. Ze volgde verscheidene opleidingen waarvan ze de inzichten nu toepast in haar multidisciplinaire aanpak bij de behandeling van burn-outpatiënten. Ze werkt als zelfstandige coach en helpt mensen met klachten van stress, burn-out en bore-out en geeft eveneens loopbaanadvies. Ze woont en werkt in de buurt van Gent.

Check ook haar website www.coachingbijburnout.be

Ann Meesschaert (1960, Oostende) is sociaal verpleegkundige, ze heeft ervaring in arbeidsgeneeskunde en werkte 18 jaar als productspecialist in de vertegenwoordiging van medisch materiaal.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Wat moet? En wat is nodig? Over de filosofie van Rudolf Boehm (Reeks: Sociale Wetenschappen – Kruispunten nr. 6)

 36,90

Rudolf Boehm heeft een omvangrijk oeuvre gepubliceerd, het resultaat van vele jaren onderzoek. Het betreft enerzijds werken die heel concreet stelling nemen tegen het klassieke filosofische denken, anderzijds bouwstenen voor een nieuwe grondslag van de fenomenologie. Het is een tragische denkwijze. Dit kan verwondering wekken. Immers, gewoonlijk geldt dat in onze moderne, sentimentele cultuur de zin voor tragiek verloren is gegaan. De filosofie van Boehm, geïnspireerd door een lectuur van Schillers Wallenstein, wijst op het tegendeel. Ze omschrijft de moderniteit als een cultuur die zichzelf verscheurt in een ideaal dat haar ondergang bezegelt. Het gaat weliswaar om een zelfverschuldigde verlorenheid. Dit boek toont hoe deze filosofie een inspiratiebron kan zijn voor vandaag.



Boehm is in het Nederlands taalgebied vooral bekend vanwege zijn publieke stellingnames tegen de omkering van doel en middelen in de economie en politiek en als voorvechter van een zorg voor onze eindige kwetsbare omgeving (Aan het einde van een tijdperk, (1984) en Dwaalsporen, (2000)). De laatste jaren kwamen een zestal boeken deze politieke standpunten filosofisch onderbouwen: Tragiek (2001, 2009), Topica (2002, 2012), Politiek (2002), Ekonomie en metafysiek (2004), De dialektiek en het einde van de ontwikkeling (2005), Schets van een Politiek (2006).

Met bijdragen van Ludo Abicht, Giorgio Agamben, Rudolf Bernet, Willy Coolsaet, Jacques De Visscher, Lode Frederix, Iso Kern, Sonja Lavaert, Bernard Stiegler, Henk Vandaele, Christian Van Kerckhove, Luc Vanneste, Judith Wambacq en Paul Willemarck.

Quick View

Wat moet? En wat is nodig? Over de filosofie van Rudolf Boehm (Reeks: Sociale Wetenschappen – Kruispunten nr. 6)

 36,90

Rudolf Boehm heeft een omvangrijk oeuvre gepubliceerd, het resultaat van vele jaren onderzoek. Het betreft enerzijds werken die heel concreet stelling nemen tegen het klassieke filosofische denken, anderzijds bouwstenen voor een nieuwe grondslag van de fenomenologie. Het is een tragische denkwijze. Dit kan verwondering wekken. Immers, gewoonlijk geldt dat in onze moderne, sentimentele cultuur de zin voor tragiek verloren is gegaan. De filosofie van Boehm, geïnspireerd door een lectuur van Schillers Wallenstein, wijst op het tegendeel. Ze omschrijft de moderniteit als een cultuur die zichzelf verscheurt in een ideaal dat haar ondergang bezegelt. Het gaat weliswaar om een zelfverschuldigde verlorenheid. Dit boek toont hoe deze filosofie een inspiratiebron kan zijn voor vandaag.



Boehm is in het Nederlands taalgebied vooral bekend vanwege zijn publieke stellingnames tegen de omkering van doel en middelen in de economie en politiek en als voorvechter van een zorg voor onze eindige kwetsbare omgeving (Aan het einde van een tijdperk, (1984) en Dwaalsporen, (2000)). De laatste jaren kwamen een zestal boeken deze politieke standpunten filosofisch onderbouwen: Tragiek (2001, 2009), Topica (2002, 2012), Politiek (2002), Ekonomie en metafysiek (2004), De dialektiek en het einde van de ontwikkeling (2005), Schets van een Politiek (2006).

Met bijdragen van Ludo Abicht, Giorgio Agamben, Rudolf Bernet, Willy Coolsaet, Jacques De Visscher, Lode Frederix, Iso Kern, Sonja Lavaert, Bernard Stiegler, Henk Vandaele, Christian Van Kerckhove, Luc Vanneste, Judith Wambacq en Paul Willemarck.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Korte therapie. Handleiding bij het Brugse model voor psychotherapie met een toepassing op kinderen en jongeren

 16,90
Het idee ‘Korte therapie’ werd geïntroduceerd door de stichters van de Palo Alto school: John Weakland en Don Jackson en later Paul Watzlawick, Dick Fisch en Carlos Sluski.

In dit boek wordt het ‘Brugse model’ van korte therapie voorgesteld. Dit model is ontstaan aan het Korzybski Instituut in Brugge, met Luc Isebaert, Marie-Christine Cabié, Louis Cauffman en Myriam Le Fevere de Ten Hove. Het werd door de Amerikaanse deelnemers op het ‘Therapeutic Conversation 3’-congres in Denver (Colorado – USA) omgedoopt tot ‘The Bruges Model’. Hierin is ‘kort’ geen doel op zich, maar het vanzelfsprekende gevolg van de respectvolle benadering van de cliënt, waarbij hij opnieuw de mogelijkheid ontdekt om zelf te kiezen in zijn doen en denken, om zijn leven zelf terug in handen te nemen, en zo te ontsnappen aan het keurslijf van de symptomen.

Vanuit de overtuiging dat de patiënt de meeste knowhow in huis heeft – maar vaak niet het besef of de strategie om deze te gebruiken – geven wij, als therapeut, onszelf niet de opdracht hem te vergezellen tot het probleem volledig is opgelost, maar stoppen we wanneer de patiënt voldoende op de goede weg is gezet. Deze coöperatieve werkwijze tussen cliënt en therapeut vermijdt ook het creëren van weerstand.

De leidraad voor het gebruiken van dit model van korte therapie wordt dan specifiek toegepast op kinderen en jongeren. Kinderen zijn voortdurend in evolutie: dit impliceert wisselende mogelijkheden en beperkingen. Pubers en adolescenten zijn niet happig op psychotherapie, zeker niet wanneer de ouders vragende partij zijn. Het boek toont aan hoe er kan mee omgegaan worden.

Quick View

Korte therapie. Handleiding bij het Brugse model voor psychotherapie met een toepassing op kinderen en jongeren

 16,90
Het idee ‘Korte therapie’ werd geïntroduceerd door de stichters van de Palo Alto school: John Weakland en Don Jackson en later Paul Watzlawick, Dick Fisch en Carlos Sluski.

In dit boek wordt het ‘Brugse model’ van korte therapie voorgesteld. Dit model is ontstaan aan het Korzybski Instituut in Brugge, met Luc Isebaert, Marie-Christine Cabié, Louis Cauffman en Myriam Le Fevere de Ten Hove. Het werd door de Amerikaanse deelnemers op het ‘Therapeutic Conversation 3’-congres in Denver (Colorado – USA) omgedoopt tot ‘The Bruges Model’. Hierin is ‘kort’ geen doel op zich, maar het vanzelfsprekende gevolg van de respectvolle benadering van de cliënt, waarbij hij opnieuw de mogelijkheid ontdekt om zelf te kiezen in zijn doen en denken, om zijn leven zelf terug in handen te nemen, en zo te ontsnappen aan het keurslijf van de symptomen.

Vanuit de overtuiging dat de patiënt de meeste knowhow in huis heeft – maar vaak niet het besef of de strategie om deze te gebruiken – geven wij, als therapeut, onszelf niet de opdracht hem te vergezellen tot het probleem volledig is opgelost, maar stoppen we wanneer de patiënt voldoende op de goede weg is gezet. Deze coöperatieve werkwijze tussen cliënt en therapeut vermijdt ook het creëren van weerstand.

De leidraad voor het gebruiken van dit model van korte therapie wordt dan specifiek toegepast op kinderen en jongeren. Kinderen zijn voortdurend in evolutie: dit impliceert wisselende mogelijkheden en beperkingen. Pubers en adolescenten zijn niet happig op psychotherapie, zeker niet wanneer de ouders vragende partij zijn. Het boek toont aan hoe er kan mee omgegaan worden.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Sensoa Flag System.Reacting to sexually (un)acceptable behaviour of children and young people

 29,95

The Sensoa Flag System© is an evidence-based tool for identifying acceptable and unacceptable sexual behaviour of children and young people. “The Flag System helps to asses a situation when discussing it in team and to decide together what behaviour to allow.”

“The Flag System helps us to create learning opportunities for the young people we attend to and to examine our own discourse as educators and as an organization.” “As a team the Flag System has made us pay more attention to which behaviour is acceptable and how to support our young people in their sexual development.”

Sensoa Flag System is meant for child care workers and professionals working with children and young people ages 0 – 18 years. It is used by professionals in different settings (care, education, social work, sports and other fields) to discuss sexual (un) acceptable behaviour amongst and toward children and young people with co-workers, management, parents and other care-takers. It can also be used to have the conversation with children and young people directly about which behaviour is okay and which behaviour is not and why this is the case.

The Flag System uses six criteria for determining which sexual behaviour is (un)acceptable. Based on these six criteria and using the Developmental Chart the behaviour is assigned a flag. There are four flags ranging from behaviour that is okay to very seriously unacceptable behaviour. An educational response is linked to each of the flags. Drawings and case history help (professional) educators to assess and discuss (unacceptable) sexual behaviour amongst and with respect to children and young people.



Quick View

Sensoa Flag System.Reacting to sexually (un)acceptable behaviour of children and young people

 29,95

The Sensoa Flag System© is an evidence-based tool for identifying acceptable and unacceptable sexual behaviour of children and young people. “The Flag System helps to asses a situation when discussing it in team and to decide together what behaviour to allow.”

“The Flag System helps us to create learning opportunities for the young people we attend to and to examine our own discourse as educators and as an organization.” “As a team the Flag System has made us pay more attention to which behaviour is acceptable and how to support our young people in their sexual development.”

Sensoa Flag System is meant for child care workers and professionals working with children and young people ages 0 – 18 years. It is used by professionals in different settings (care, education, social work, sports and other fields) to discuss sexual (un) acceptable behaviour amongst and toward children and young people with co-workers, management, parents and other care-takers. It can also be used to have the conversation with children and young people directly about which behaviour is okay and which behaviour is not and why this is the case.

The Flag System uses six criteria for determining which sexual behaviour is (un)acceptable. Based on these six criteria and using the Developmental Chart the behaviour is assigned a flag. There are four flags ranging from behaviour that is okay to very seriously unacceptable behaviour. An educational response is linked to each of the flags. Drawings and case history help (professional) educators to assess and discuss (unacceptable) sexual behaviour amongst and with respect to children and young people.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Het bruggesprek. Een opstap naar vormend onderwijs

 20,00

Onderwijs maakt toekomst en heeft daarom de taak om leerlingen voor te bereiden op een samenleving die totaal onvoorspelbaar is en voortdurend verandert. Hoe doen leerkrachten dat?
Bruggesprekken kunnen een aanzet zijn om kinderen te leren naar zichzelf te kijken, om een beter zelfbeeld te ontwikkelen. Van daaruit kunnen ze stappen zetten naar anderen. De wereld stopt niet aan de eigen gemeente. Kinderen worden later burgers die hun verantwoordelijkheid opnemen en hun deel bijdragen om een betere wereld tot stand te brengen.
Bruggesprekken willen dat aanleren door het verbinden van gevoel, verstand en handelen, vroeger en nu, ik en anderen.
In het bruggesprek is de leerkracht naast deskundige ook mens. Soms vertelt de leerkracht uit eigen ervaringen, soms geeft hij een persoonlijke kijk of beleving. De leerkracht staat model als mens. Dit is onderwijs met een visie. Een delicate, maar wezenlijke opdracht. De vele voorbeelden in dit boek leren leerkrachten het bruggesprek stap voor stap in de klas toe te passen en hun onderwijs diepgaander en spannender te maken.
Dit boek is bedoeld voor leerkrachten uit het basisonderwijs, maar kan zeker ook gebruikt worden in het secundair onderwijs.



Wilfried Luyten studeerde in Mechelen voor onderwijzer en volgde daarna pedagogiek in Leuven. Jarenlang leidde hij leerkrachten op voor het basisonderwijs. Nadien bouwde hij het Hoger Instituut voor Opvoedkunde Nieuwland uit, een driejarige opleiding die meesterschap nastreeft voor leerkrachten. Na zijn carrière als docent werkte hij als vrijwilliger in basisscholen in St.-Jans-Molenbeek en Mechelen.

Quick View

Het bruggesprek. Een opstap naar vormend onderwijs

 20,00

Onderwijs maakt toekomst en heeft daarom de taak om leerlingen voor te bereiden op een samenleving die totaal onvoorspelbaar is en voortdurend verandert. Hoe doen leerkrachten dat?
Bruggesprekken kunnen een aanzet zijn om kinderen te leren naar zichzelf te kijken, om een beter zelfbeeld te ontwikkelen. Van daaruit kunnen ze stappen zetten naar anderen. De wereld stopt niet aan de eigen gemeente. Kinderen worden later burgers die hun verantwoordelijkheid opnemen en hun deel bijdragen om een betere wereld tot stand te brengen.
Bruggesprekken willen dat aanleren door het verbinden van gevoel, verstand en handelen, vroeger en nu, ik en anderen.
In het bruggesprek is de leerkracht naast deskundige ook mens. Soms vertelt de leerkracht uit eigen ervaringen, soms geeft hij een persoonlijke kijk of beleving. De leerkracht staat model als mens. Dit is onderwijs met een visie. Een delicate, maar wezenlijke opdracht. De vele voorbeelden in dit boek leren leerkrachten het bruggesprek stap voor stap in de klas toe te passen en hun onderwijs diepgaander en spannender te maken.
Dit boek is bedoeld voor leerkrachten uit het basisonderwijs, maar kan zeker ook gebruikt worden in het secundair onderwijs.



Wilfried Luyten studeerde in Mechelen voor onderwijzer en volgde daarna pedagogiek in Leuven. Jarenlang leidde hij leerkrachten op voor het basisonderwijs. Nadien bouwde hij het Hoger Instituut voor Opvoedkunde Nieuwland uit, een driejarige opleiding die meesterschap nastreeft voor leerkrachten. Na zijn carrière als docent werkte hij als vrijwilliger in basisscholen in St.-Jans-Molenbeek en Mechelen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Zonder schulden op de schoolbank.Omgaan met onbetaalde schoolrekening.Een inspiratiegids

 17,95

Suzy is vorige zomer gescheiden. De drie kinderen, Sofie (13), Lena (10) en Bas (7) wonen bij hun mama en gaan sporadisch op bezoek bij hun papa, die vaak in het buitenland is voor zijn werk. Suzy kocht haar man uit en betaalt nu de lening voor hun woning alleen af. Helaas blijkt al gauw dat haar inkomen niet volstaat voor de afbetaling én het onderhoud van deze woning. De rekeningen beginnen zich op te stapelen en er is geen geld meer voor kledij, uitstapjes of andere leuke dingen. Wanneer Suzy ook de schoolrekening niet meer kan betalen, is ze zo beschaamd dat ze haar kinderen alleen naar school stuurt en niet meer naar het oudercontact gaat. De toenemende armoede heeft een voelbare impact op het onderwijs. Steeds meer scholen worden geconfronteerd met kinderen die met een lege maag naar school komen, maar ook met kinderen van zogenaamde ‘nieuwe armen’, die het ooit goed hadden en door ziekte, scheiding of het verlies van werk plots in armoede zijn beland. Vaak blijven de schoolrekeningen van deze kinderen onbetaald.
Dit boek biedt heel wat inspiratie en handvatten om een oplossing te vinden voor scholen, leerlingen en hun ouder(s). Het benadert het probleem van onbetaalde schoolrekeningen in zijn totaliteit en vanuit een duidelijke visie. Het biedt inzicht in de redenen waarom ouders de schoolrekening niet betalen. Je vindt in dit boek ook praktijkvoorbeelden en werkinstrumenten waar je meteen mee aan de slag kan.
SOS - vzw SOS Schulden Op School gaat uit van het feit dat armoede een complex gegeven is waarbij verschillende levensdomeinen getroffen worden, ook onderwijs. Kosten op school kunnen dan ook een drempel zijn en uitsluiting in de hand werken. Schulden op School pleit in dit boek voor een menswaardige aanpak van onbetaalde schoolrekeningen.



Quick View

Zonder schulden op de schoolbank.Omgaan met onbetaalde schoolrekening.Een inspiratiegids

 17,95

Suzy is vorige zomer gescheiden. De drie kinderen, Sofie (13), Lena (10) en Bas (7) wonen bij hun mama en gaan sporadisch op bezoek bij hun papa, die vaak in het buitenland is voor zijn werk. Suzy kocht haar man uit en betaalt nu de lening voor hun woning alleen af. Helaas blijkt al gauw dat haar inkomen niet volstaat voor de afbetaling én het onderhoud van deze woning. De rekeningen beginnen zich op te stapelen en er is geen geld meer voor kledij, uitstapjes of andere leuke dingen. Wanneer Suzy ook de schoolrekening niet meer kan betalen, is ze zo beschaamd dat ze haar kinderen alleen naar school stuurt en niet meer naar het oudercontact gaat. De toenemende armoede heeft een voelbare impact op het onderwijs. Steeds meer scholen worden geconfronteerd met kinderen die met een lege maag naar school komen, maar ook met kinderen van zogenaamde ‘nieuwe armen’, die het ooit goed hadden en door ziekte, scheiding of het verlies van werk plots in armoede zijn beland. Vaak blijven de schoolrekeningen van deze kinderen onbetaald.
Dit boek biedt heel wat inspiratie en handvatten om een oplossing te vinden voor scholen, leerlingen en hun ouder(s). Het benadert het probleem van onbetaalde schoolrekeningen in zijn totaliteit en vanuit een duidelijke visie. Het biedt inzicht in de redenen waarom ouders de schoolrekening niet betalen. Je vindt in dit boek ook praktijkvoorbeelden en werkinstrumenten waar je meteen mee aan de slag kan.
SOS - vzw SOS Schulden Op School gaat uit van het feit dat armoede een complex gegeven is waarbij verschillende levensdomeinen getroffen worden, ook onderwijs. Kosten op school kunnen dan ook een drempel zijn en uitsluiting in de hand werken. Schulden op School pleit in dit boek voor een menswaardige aanpak van onbetaalde schoolrekeningen.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De Oorlogsorde der Geneesheren 1941-1944.Beslechting van een broederstrijd.(Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 9)

 32,40

Na de inval van de Duitse legers in mei 1940 legde het militair bestuur aan de Belgische artsen een reorganisatie van hun beroepsverenigingen op met vorming van één enkele organisatie. De bestaande twee grote verenigingen gingen hierop in maar al spoedig kwamen de communautaire geschillen die hen tijdens het interbellum hadden verdeeld, aan de oppervlakte. Dit leidde tot een felle tweestrijd en de oprichting van de Oorlogsorde, waaraan vooral flamingantische artsen meewerkten. Ze werden wel gesteund door een aantal Waalse artsen. De Oorlogsorde werd van nabij gecontroleerd door het Duitse militaire bestuur en door het Belgische ministerie dat geleid werd door een secretaris-generaal. Na haar oprichting poogde de Oorlogsorde de geneeskunde en de volksgezondheid onder haar controle te brengen en te reorganiseren.
Ze kwam daarbij niet alleen in conflict met een belangrijk deel van de Belgische artsen maar werd ook betrokken bij maatregelen die van de bezetter uitgingen. Dit is haar leiders na de bezetting zwaar aangerekend geweest. Het einde van de oorlog bracht niet alleen het verdwijnen van de Oorlogsorde mee maar luidde tevens een nieuw tijdperk in de aanpak van de volksgezondheid in België in.
Dit boek beschrijft het verloop van de gebeurtenissen. Gevoelige en controversiële thema’s, zoals de soms betwistbare houding van de tegenstanders van de Oorlogsorde, de mogelijke collaboratie met de bezetter, de radicale houding van sommige bestuurders of de verhouding met de joodse artsen, worden geenszins uit de weg gegaan. De auteur is er zich ten volle van bewust hoe, meer dan 70 jaar na de feiten, deze aspecten nog bijzonder gevoelig liggen.


>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)


Prof. em. dr. Karel J. Van Acker, doctor in de genees-, heel- en verloskunde en geneesheer-specialist in de kindergeneeskunde, werkte als gewoon hoogleraar kindergeneeskunde aan de Universiteit Antwerpen. Hij was ook diensthoofd van de afdeling kindergeneeskunde aan het Universitair Ziekenhuis in Antwerpen.

Quick View

De Oorlogsorde der Geneesheren 1941-1944.Beslechting van een broederstrijd.(Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 9)

 32,40

Na de inval van de Duitse legers in mei 1940 legde het militair bestuur aan de Belgische artsen een reorganisatie van hun beroepsverenigingen op met vorming van één enkele organisatie. De bestaande twee grote verenigingen gingen hierop in maar al spoedig kwamen de communautaire geschillen die hen tijdens het interbellum hadden verdeeld, aan de oppervlakte. Dit leidde tot een felle tweestrijd en de oprichting van de Oorlogsorde, waaraan vooral flamingantische artsen meewerkten. Ze werden wel gesteund door een aantal Waalse artsen. De Oorlogsorde werd van nabij gecontroleerd door het Duitse militaire bestuur en door het Belgische ministerie dat geleid werd door een secretaris-generaal. Na haar oprichting poogde de Oorlogsorde de geneeskunde en de volksgezondheid onder haar controle te brengen en te reorganiseren.
Ze kwam daarbij niet alleen in conflict met een belangrijk deel van de Belgische artsen maar werd ook betrokken bij maatregelen die van de bezetter uitgingen. Dit is haar leiders na de bezetting zwaar aangerekend geweest. Het einde van de oorlog bracht niet alleen het verdwijnen van de Oorlogsorde mee maar luidde tevens een nieuw tijdperk in de aanpak van de volksgezondheid in België in.
Dit boek beschrijft het verloop van de gebeurtenissen. Gevoelige en controversiële thema’s, zoals de soms betwistbare houding van de tegenstanders van de Oorlogsorde, de mogelijke collaboratie met de bezetter, de radicale houding van sommige bestuurders of de verhouding met de joodse artsen, worden geenszins uit de weg gegaan. De auteur is er zich ten volle van bewust hoe, meer dan 70 jaar na de feiten, deze aspecten nog bijzonder gevoelig liggen.


>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)


Prof. em. dr. Karel J. Van Acker, doctor in de genees-, heel- en verloskunde en geneesheer-specialist in de kindergeneeskunde, werkte als gewoon hoogleraar kindergeneeskunde aan de Universiteit Antwerpen. Hij was ook diensthoofd van de afdeling kindergeneeskunde aan het Universitair Ziekenhuis in Antwerpen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht van de advocaat

 59,00
Advocaten en hun cliënten moeten vrij en vertrouwelijk met elkaar kunnen communiceren. Dit wordt als een maatschappelijk belang gezien: zonder gegarandeerde vertrouwelijkheid geen openheid van cliënten, zonder openheid geen optimale juridische advisering en bijstand door een advocaat. In Nederland wordt deze vertrouwelijkheid gewaarborgd door de geheimhoudingsplicht en het professionele verschoningsrecht van de advocaat. De grenzen hiervan staan de laatste tijd echter onder druk. In dit boek wordt de Nederlandse regeling van de geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht van de advocaat vanuit een rechtsvergelijkend perspectief beschreven en geëvalueerd. Voor mogelijke verbeterpunten wordt inspiratie geput uit de regeling van het secret professionnel in Frankrijk en het legal professional privilege in Engeland. Ook wordt de regeling getoetst aan de hoofdregels en minimumwaarborgen die voortvloeien uit de relevante jurisprudentie van het EHRM en het HvJ EU. Vragen die in het boek bijvoorbeeld aan de orde komen zijn: welke informatie wordt beschermd door het beginsel van vertrouwelijkheid? Kan of moet het belang van vertrouwelijkheid soms wijken voor andere maatschappelijke belangen? In hoeverre zijn beperkingen en uitzonderingen toelaatbaar? Als rode draad wordt steeds het doel van het beginsel voor ogen gehouden: de onbelemmerde rechtshulp door een advocaat.

Nathalie Fanoy studeerde Nederlands recht aan de rechtenfaculteit van de Rijksuniversiteit Leiden. Van 1991 tot 2004 was zij werkzaam als advocaat. Haar promotieonderzoek verrichtte zij aan de Faculteit der rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam.

Quick View

De geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht van de advocaat

 59,00
Advocaten en hun cliënten moeten vrij en vertrouwelijk met elkaar kunnen communiceren. Dit wordt als een maatschappelijk belang gezien: zonder gegarandeerde vertrouwelijkheid geen openheid van cliënten, zonder openheid geen optimale juridische advisering en bijstand door een advocaat. In Nederland wordt deze vertrouwelijkheid gewaarborgd door de geheimhoudingsplicht en het professionele verschoningsrecht van de advocaat. De grenzen hiervan staan de laatste tijd echter onder druk. In dit boek wordt de Nederlandse regeling van de geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht van de advocaat vanuit een rechtsvergelijkend perspectief beschreven en geëvalueerd. Voor mogelijke verbeterpunten wordt inspiratie geput uit de regeling van het secret professionnel in Frankrijk en het legal professional privilege in Engeland. Ook wordt de regeling getoetst aan de hoofdregels en minimumwaarborgen die voortvloeien uit de relevante jurisprudentie van het EHRM en het HvJ EU. Vragen die in het boek bijvoorbeeld aan de orde komen zijn: welke informatie wordt beschermd door het beginsel van vertrouwelijkheid? Kan of moet het belang van vertrouwelijkheid soms wijken voor andere maatschappelijke belangen? In hoeverre zijn beperkingen en uitzonderingen toelaatbaar? Als rode draad wordt steeds het doel van het beginsel voor ogen gehouden: de onbelemmerde rechtshulp door een advocaat.

Nathalie Fanoy studeerde Nederlands recht aan de rechtenfaculteit van de Rijksuniversiteit Leiden. Van 1991 tot 2004 was zij werkzaam als advocaat. Haar promotieonderzoek verrichtte zij aan de Faculteit der rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Macht en slavernij. En verzet,bevrijding en vrijheid (Cahiers Campus Gelbergen Nr.7)

 24,60

De meest uitgesproken vorm van negatief, vaak gewelddadige dwang en bevel, is slavernij. Meestal als minderwaardig voorgestelde mensen worden hier volledig onderworpen aan de absolute en willekeurige despotie van een heer. Deze verslavingsmacht kan echter ook positief uitpakken en leiden tot een merkwaardige verstrengeling van onderworpenheid, overgave en zich vrij werken. Juist bij slavernij zijn verzet en bevrijding het meest ondubbelzinnig aan het werk als ‘tegen de macht in werkende handelingen’.
In de wereld van nu is slavernij verboden en zijn alle mensen tot vrij geboren, gelijke en gelijkwaardige leden van de mensenfamilie ‘verklaard’. Betekent dit dat macht en slavernij verdwenen zijn? Of tenminste, dat zij veranderd zijn in een vrij en ongedwongen omgaan, samenleven en samenwerken met elkaar? Of is er geen spat veranderd?



Machiel Karskens is emeritus hoogleraar in de sociale en politieke wijsbegeerte aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zijn publicaties gaan over vreemdelingen, de civil society, macht en waarheidspreken bij Michel Foucault.

Quick View

Macht en slavernij. En verzet,bevrijding en vrijheid (Cahiers Campus Gelbergen Nr.7)

 24,60

De meest uitgesproken vorm van negatief, vaak gewelddadige dwang en bevel, is slavernij. Meestal als minderwaardig voorgestelde mensen worden hier volledig onderworpen aan de absolute en willekeurige despotie van een heer. Deze verslavingsmacht kan echter ook positief uitpakken en leiden tot een merkwaardige verstrengeling van onderworpenheid, overgave en zich vrij werken. Juist bij slavernij zijn verzet en bevrijding het meest ondubbelzinnig aan het werk als ‘tegen de macht in werkende handelingen’.
In de wereld van nu is slavernij verboden en zijn alle mensen tot vrij geboren, gelijke en gelijkwaardige leden van de mensenfamilie ‘verklaard’. Betekent dit dat macht en slavernij verdwenen zijn? Of tenminste, dat zij veranderd zijn in een vrij en ongedwongen omgaan, samenleven en samenwerken met elkaar? Of is er geen spat veranderd?



Machiel Karskens is emeritus hoogleraar in de sociale en politieke wijsbegeerte aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zijn publicaties gaan over vreemdelingen, de civil society, macht en waarheidspreken bij Michel Foucault.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Sociaal Werk. De studie en het beroep

 25,60

Het sociaal werk is een dynamische, ondernemende sector. Dat is ook nodig in een samenleving die snel verandert, waar sociale problemen een weerbarstig karakter hebben en nieuwe uitdagingen voortdurend opduiken. Tegelijk staat het sociaal werk onder druk. Vermarkting, vermaatschappelijking, globalisering, individualisering enz. zijn evoluties die vragen naar een stevige positionering van het sociaal werk. Het streven naar een rechtvaardige samenleving, naar duurzame oplossingen voor sociale kwesties en het zoeken naar krachtige vormen van empowerment en emancipatie blijven ook in deze turbulente context de ambities van sociaal werkers. Al deze vragen en uitdagingen dagen de opleiding sociaal werk voortdurend uit om te zoeken naar sterk onderwijs om de toekomstige sociaal werker optimaal aan de startlijn van de beroepsuitoefening te krijgen.
In dit boek verhelderen lectoren en opleidingsverantwoordelijken hoe die opleiding een bijdrage levert tot de positionering, profilering en professionalisering van het sociaal werk en de sociaal werker.



Peter Wouters is sociaal werker en master in het sociaal werk en sociaal beleid. Tot 2017 was hij praktijklector en opleidingshoofd sociaal werk aan de Sociale School Heverlee van de UC Leuven-Limburg. Sinds 2017 is hij algemeen voorzitter van beweging.net.
Gunter Gehre is sociaal pedagoog en doctor in de pedagogische wetenschappen. Hij is lector en teamleider sociaal werk aan dezelfde opleiding en docent aan het CVO – Centrum Voor Volwassenenonderwijs op dezelfde campus.

Quick View

Sociaal Werk. De studie en het beroep

 25,60

Het sociaal werk is een dynamische, ondernemende sector. Dat is ook nodig in een samenleving die snel verandert, waar sociale problemen een weerbarstig karakter hebben en nieuwe uitdagingen voortdurend opduiken. Tegelijk staat het sociaal werk onder druk. Vermarkting, vermaatschappelijking, globalisering, individualisering enz. zijn evoluties die vragen naar een stevige positionering van het sociaal werk. Het streven naar een rechtvaardige samenleving, naar duurzame oplossingen voor sociale kwesties en het zoeken naar krachtige vormen van empowerment en emancipatie blijven ook in deze turbulente context de ambities van sociaal werkers. Al deze vragen en uitdagingen dagen de opleiding sociaal werk voortdurend uit om te zoeken naar sterk onderwijs om de toekomstige sociaal werker optimaal aan de startlijn van de beroepsuitoefening te krijgen.
In dit boek verhelderen lectoren en opleidingsverantwoordelijken hoe die opleiding een bijdrage levert tot de positionering, profilering en professionalisering van het sociaal werk en de sociaal werker.



Peter Wouters is sociaal werker en master in het sociaal werk en sociaal beleid. Tot 2017 was hij praktijklector en opleidingshoofd sociaal werk aan de Sociale School Heverlee van de UC Leuven-Limburg. Sinds 2017 is hij algemeen voorzitter van beweging.net.
Gunter Gehre is sociaal pedagoog en doctor in de pedagogische wetenschappen. Hij is lector en teamleider sociaal werk aan dezelfde opleiding en docent aan het CVO – Centrum Voor Volwassenenonderwijs op dezelfde campus.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Partnerstigma bij extrafamiliaal pedoseksueel misbruik. Een kwalitatief onderzoek (Gandaius Meesterlijk 7)

 16,50

Onderzoek naar daders en slachtoffers van extrafamiliaal pedoseksueel misbruik is, ook in Vlaanderen, behoorlijk gevorderd. Reële onderzoeksinteresse naar partners of expartners, als dichtste naasten van daders, bleef tot dusver evenwel uit, zelfs internationaal. Nochtans zijn zij misschien de verborgen slachtoffers. De omvang van de stigmatisering die zij ervaren, blijkt verrassend groot, en de maatschappelijke assimilatie met de door hun (ex-) partners gepleegde feiten vrijwel totaal. Ook zelfstigma blijkt systematisch voorhanden. Partners en ex-partners voelen zich niet gehoord en ervaren belangrijke drempels naar en in de hulpverlening.

“Dominique Scappini levert met haar kwalitatieve studie naar stigmatisering van partners van extrafamiliale pedoseksuele misdrijfplegers een belangrijke bijdrage aan het doorbreken van een taboe dat vooralsnog zowel maatschappelijk als wetenschappelijk onderbelicht bleef.” - Prof. Dr. Gert Vermeulen

Gandaius Meesterlijk:

  1. Seksueel partnergeweld in Vlaanderen. Een belevingsstudie
    S. Vandecapelle
  2. Straatkinderen (bashege) in Kinshasa. Structureel geweld versus agency
    M. Hendriks
  3. Private en commerciële veiligheidszorg in België. Een historisch-criminologisch onderzoek (1870-1934)
    P. Leloup
  4. Schadebeperkende maatregelen voor de stad Gent. Een onderzoek naar de lokale noden en prioriteiten
    L. Favril, F. Vander Laenen & T. Decorte
  5. Perceiving crime as alternative? A randomized scenario study
    B. Van Damme & L. Pauwels
  6. Socialisatie, morele emoties en morele normen. Een empirisch onderzoek vanuit een geïntegreerd perspectief
    A. De Buck, L. Pauwels


Quick View

Partnerstigma bij extrafamiliaal pedoseksueel misbruik. Een kwalitatief onderzoek (Gandaius Meesterlijk 7)

 16,50

Onderzoek naar daders en slachtoffers van extrafamiliaal pedoseksueel misbruik is, ook in Vlaanderen, behoorlijk gevorderd. Reële onderzoeksinteresse naar partners of expartners, als dichtste naasten van daders, bleef tot dusver evenwel uit, zelfs internationaal. Nochtans zijn zij misschien de verborgen slachtoffers. De omvang van de stigmatisering die zij ervaren, blijkt verrassend groot, en de maatschappelijke assimilatie met de door hun (ex-) partners gepleegde feiten vrijwel totaal. Ook zelfstigma blijkt systematisch voorhanden. Partners en ex-partners voelen zich niet gehoord en ervaren belangrijke drempels naar en in de hulpverlening.

“Dominique Scappini levert met haar kwalitatieve studie naar stigmatisering van partners van extrafamiliale pedoseksuele misdrijfplegers een belangrijke bijdrage aan het doorbreken van een taboe dat vooralsnog zowel maatschappelijk als wetenschappelijk onderbelicht bleef.” - Prof. Dr. Gert Vermeulen

Gandaius Meesterlijk:

  1. Seksueel partnergeweld in Vlaanderen. Een belevingsstudie
    S. Vandecapelle
  2. Straatkinderen (bashege) in Kinshasa. Structureel geweld versus agency
    M. Hendriks
  3. Private en commerciële veiligheidszorg in België. Een historisch-criminologisch onderzoek (1870-1934)
    P. Leloup
  4. Schadebeperkende maatregelen voor de stad Gent. Een onderzoek naar de lokale noden en prioriteiten
    L. Favril, F. Vander Laenen & T. Decorte
  5. Perceiving crime as alternative? A randomized scenario study
    B. Van Damme & L. Pauwels
  6. Socialisatie, morele emoties en morele normen. Een empirisch onderzoek vanuit een geïntegreerd perspectief
    A. De Buck, L. Pauwels


    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
    ×