Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Spreken, zwijgen, … schrijven. Psychoanalyse en taal (Reeks Psychoanalyse en cultuur, nr. 1)

 18,00
“Het onbewuste is gestructureerd als taal”, aldus een fameuze frase van Jacques Lacan. Geen wonder dat het spreken een voorname rol speelt binnen de psychoanalyse. Maar de analyticus is minstens zo geïnteresseerd in wat tussen de regels niet gezegd wordt en waar de tekst hapert. Het primaat ligt bij de betekenaar, bij het ‘zeggen op zich’, en niet bij de betekenis. Om die reden heeft de psychoanalyse een sterk gevoel voor taal ontwikkeld – voor woordspelingen, voor ritme, voor stijl, kortom, voor het literair boetseren van taal. Deze essaybundel gaat in op alle aspecten van de psychoanalyse die te maken hebben met taal en geeft een overzicht van de meest recente inzichten in dit domein.

Peter Verstraten is universitair docent Intermediale Literatuurwetenschap in Leiden. Marc De Kesel is lector Filosofie aan de Arteveldehogeschool te Gent en senior onderzoeker aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Sjef Houppermans is universitair hoofddocent moderne Franse Letterkunde aan de Universiteit Leiden.

"Alle bijdragen zijn zeer de moeite waard gelezen te worden en zet de lezer aan het denken"
MGv (jrg. 68, nr. 4, blz. 190)


Reeks: Psychoanalyse en Cultuur
Nr. 1: Spreken, zwijgen, ... schrijven. Psychoanalyse en taal
P. Verstraten, M. De Kesel & S. Houppermans (Red.)

Nr. 2: Het nieuwe onbehagen in de cultuur
M. Kinet, M. De Kesel & S. Houppermans (Red.)

Nr. 3: De bedrieger bedrogen
S. Houppermans, M. Kinet & M. De Kesel(Red.)

Nr. 4: For your pleasure? Psychoanalyse over esthetisch genot.
Mark Kinet, Marc De Kesel & Sjef Houppermans (Red.)



Voor de publicaties sinds 1990 zie www.stichtingpsychoanalyseencultuur.eu

Quick View

Spreken, zwijgen, … schrijven. Psychoanalyse en taal (Reeks Psychoanalyse en cultuur, nr. 1)

 18,00
“Het onbewuste is gestructureerd als taal”, aldus een fameuze frase van Jacques Lacan. Geen wonder dat het spreken een voorname rol speelt binnen de psychoanalyse. Maar de analyticus is minstens zo geïnteresseerd in wat tussen de regels niet gezegd wordt en waar de tekst hapert. Het primaat ligt bij de betekenaar, bij het ‘zeggen op zich’, en niet bij de betekenis. Om die reden heeft de psychoanalyse een sterk gevoel voor taal ontwikkeld – voor woordspelingen, voor ritme, voor stijl, kortom, voor het literair boetseren van taal. Deze essaybundel gaat in op alle aspecten van de psychoanalyse die te maken hebben met taal en geeft een overzicht van de meest recente inzichten in dit domein.

Peter Verstraten is universitair docent Intermediale Literatuurwetenschap in Leiden. Marc De Kesel is lector Filosofie aan de Arteveldehogeschool te Gent en senior onderzoeker aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Sjef Houppermans is universitair hoofddocent moderne Franse Letterkunde aan de Universiteit Leiden.

"Alle bijdragen zijn zeer de moeite waard gelezen te worden en zet de lezer aan het denken"
MGv (jrg. 68, nr. 4, blz. 190)


Reeks: Psychoanalyse en Cultuur
Nr. 1: Spreken, zwijgen, ... schrijven. Psychoanalyse en taal
P. Verstraten, M. De Kesel & S. Houppermans (Red.)

Nr. 2: Het nieuwe onbehagen in de cultuur
M. Kinet, M. De Kesel & S. Houppermans (Red.)

Nr. 3: De bedrieger bedrogen
S. Houppermans, M. Kinet & M. De Kesel(Red.)

Nr. 4: For your pleasure? Psychoanalyse over esthetisch genot.
Mark Kinet, Marc De Kesel & Sjef Houppermans (Red.)



Voor de publicaties sinds 1990 zie www.stichtingpsychoanalyseencultuur.eu

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Scholen voor burgerschap. Naar een kennisbasis voor burgerschapsonderwijs

 34,90
Sinds 2006 zijn scholen wettelijk verplicht aandacht te besteden aan actief burgerschap en sociale integratie. Voor het onderwijs is het versterken van burgerschap van leerlingen niet nieuw. Scholen geven daar al lange tijd en op allerlei manieren vorm aan. Denk bijvoorbeeld aan sociale en morele vorming, aan maatschappijleer, levensbeschouwelijke vorming, mensenrechteneducatie, intercultureel onderwijs en aan de maatschappelijke stage. Er zijn veel manieren waarop scholen de opdracht tot bevordering van burgerschap en integratie kunnen invullen. Er is niet één manier de beste of voor alle situaties geschikt. Scholen geven zelf inhoud aan burgerschap en aan wat het onderwijs leerlingen zou moeten leren. Ze houden daarbij rekening met de lokale omgeving, de samenstelling van de leerlingenpopulatie, de wensen van ouders/ verzorgers en de levensbeschouwelijke uitgangspunten van de school.

Dit boek gaat in op de vraag wat scholen jongeren aan burgerschap willen leren, welk beleid ze daartoe ontwikkelen, welke pedagogischdidactische strategieën ze hanteren, en wat in de praktijk effectief is gebleken. Scholen voor burgerschap bundelt de kennis over het werken aan burgerschapsvorming in het Nederlandse onderwijs, en plaatst deze in internationaal perspectief.

De bijdragen in dit boek komen in belangrijke mate voort uit het werk van de Alliantie Burgerschap.

Jules Peschar is emeritus hoogleraar onderwijssociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij was jarenlang betrokken bij de ontwikkeling van internationale onderwijsindicatoren, ondermeer op het terrein van cross-curriculaire competenties.
Hans Hooghoff is als manager unit Maatschappelijke Thema’s verbonden aan SLO, het nationaal expertiescentrum voor leerplanontwikkeling.
Anne Bert Dijkstra is verbonden aan de Inspectie van het Onderwijs en geeft daar leiding aan programma’s op het terrein van burgerschap, sociale veiligheid en sociale opbrengsten van onderwijs.
Geert ten Dam is hoogleraar Onderwijskunde aan de Universiteit van Amsterdam. Ze is nauw betrokken bij onderzoek naar burgerschapseducatie en is een van de auteurs van het meetinstrument Burgerschap.

Quick View

Scholen voor burgerschap. Naar een kennisbasis voor burgerschapsonderwijs

 34,90
Sinds 2006 zijn scholen wettelijk verplicht aandacht te besteden aan actief burgerschap en sociale integratie. Voor het onderwijs is het versterken van burgerschap van leerlingen niet nieuw. Scholen geven daar al lange tijd en op allerlei manieren vorm aan. Denk bijvoorbeeld aan sociale en morele vorming, aan maatschappijleer, levensbeschouwelijke vorming, mensenrechteneducatie, intercultureel onderwijs en aan de maatschappelijke stage. Er zijn veel manieren waarop scholen de opdracht tot bevordering van burgerschap en integratie kunnen invullen. Er is niet één manier de beste of voor alle situaties geschikt. Scholen geven zelf inhoud aan burgerschap en aan wat het onderwijs leerlingen zou moeten leren. Ze houden daarbij rekening met de lokale omgeving, de samenstelling van de leerlingenpopulatie, de wensen van ouders/ verzorgers en de levensbeschouwelijke uitgangspunten van de school.

Dit boek gaat in op de vraag wat scholen jongeren aan burgerschap willen leren, welk beleid ze daartoe ontwikkelen, welke pedagogischdidactische strategieën ze hanteren, en wat in de praktijk effectief is gebleken. Scholen voor burgerschap bundelt de kennis over het werken aan burgerschapsvorming in het Nederlandse onderwijs, en plaatst deze in internationaal perspectief.

De bijdragen in dit boek komen in belangrijke mate voort uit het werk van de Alliantie Burgerschap.

Jules Peschar is emeritus hoogleraar onderwijssociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij was jarenlang betrokken bij de ontwikkeling van internationale onderwijsindicatoren, ondermeer op het terrein van cross-curriculaire competenties.
Hans Hooghoff is als manager unit Maatschappelijke Thema’s verbonden aan SLO, het nationaal expertiescentrum voor leerplanontwikkeling.
Anne Bert Dijkstra is verbonden aan de Inspectie van het Onderwijs en geeft daar leiding aan programma’s op het terrein van burgerschap, sociale veiligheid en sociale opbrengsten van onderwijs.
Geert ten Dam is hoogleraar Onderwijskunde aan de Universiteit van Amsterdam. Ze is nauw betrokken bij onderzoek naar burgerschapseducatie en is een van de auteurs van het meetinstrument Burgerschap.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Generaties onder één dak. Succesvol samenwonen in een kangoeroe-,zorg-en meergeneratiewoning

 27,80

Meergeneratiewonen zit in de lift. Steeds vaker delen twee of zelfs drie generaties een woning. De voordelen zijn duidelijk: een gratis babysit en boodschappendienst, een buffer tegen eenzaamheid, een warme zorg in moeilijke tijden. Maar er zijn ook risico’s: minder privacy, een zorglast die te zwaar kan worden, …

Dit boek bespreekt uitgebreid alle aspecten van meergeneratiewonen: de financiële aspecten (naar Belgisch recht), zorgen voor elkaar, omgaan met conflicten … Het bevat waardevolle juridische en fiscale informatie en geeft concrete tips om zaken samen te bespreken en aan te pakken. Bovendien delen twintig gezinnen hun ervaringen over deze vorm van wonen. Hun getuigenissen zijn gebaseerd op interviews met studenten gezinswetenschappen. Het boek is een gids voor iedereen die overweegt om met meer generaties onder één dak te gaan leven.



Miet Timmers is docent in de opleiding Gezinswetenschappen van de Odisee Hogeschool in Brussel en erkend bemiddelaar. Ze verdiept zich in het samenspel tussen generaties in families en organisaties.

Quick View

Generaties onder één dak. Succesvol samenwonen in een kangoeroe-,zorg-en meergeneratiewoning

 27,80

Meergeneratiewonen zit in de lift. Steeds vaker delen twee of zelfs drie generaties een woning. De voordelen zijn duidelijk: een gratis babysit en boodschappendienst, een buffer tegen eenzaamheid, een warme zorg in moeilijke tijden. Maar er zijn ook risico’s: minder privacy, een zorglast die te zwaar kan worden, …

Dit boek bespreekt uitgebreid alle aspecten van meergeneratiewonen: de financiële aspecten (naar Belgisch recht), zorgen voor elkaar, omgaan met conflicten … Het bevat waardevolle juridische en fiscale informatie en geeft concrete tips om zaken samen te bespreken en aan te pakken. Bovendien delen twintig gezinnen hun ervaringen over deze vorm van wonen. Hun getuigenissen zijn gebaseerd op interviews met studenten gezinswetenschappen. Het boek is een gids voor iedereen die overweegt om met meer generaties onder één dak te gaan leven.



Miet Timmers is docent in de opleiding Gezinswetenschappen van de Odisee Hogeschool in Brussel en erkend bemiddelaar. Ze verdiept zich in het samenspel tussen generaties in families en organisaties.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Anders denken. Filosoferen vanaf de basisschool

 29,90
Dit boek richt zich tot iedereen die actieve burgers van de 21ste eeuw wil klaarstomen. Het bespreekt Filosofisch Onderzoek, een krachtige leermethode die het zelfvertrouwen en de spreekvaardigheid van kinderen gevoelig kan verbeteren, met ook een positief effect op andere schoolactiviteiten en op interacties in de buitenwereld. De lezer krijgt een overzicht van de oprichting van een ‘Community of Philosophical Inquiry’ (CoPI) in de kleuterklas, de lagere en de middelbare school, het buurthuis en daarbuiten. Ook worden heel wat tips en praktische ideeën aangereikt voor het welslagen van zo’n CoPI. Aan de hand van voorbeelden - gaande van vijfjarigen over ondermaats presterende tieners tot zelfs bejaarden - wordt aangetoond hoe deelnemers aan CoPI-sessies beter leren redeneren, kritisch en creatief leren denken en intellectuele eerlijkheid en moed leren tonen. Met hoofdstukken over de theorie en de ontwikkeling van Filosofisch Onderzoek, de oprichting van een onderzoeksgroep en het gebruik van een CoPI bij verschillende leeftijdsgroepen is dit boek essentiële lectuur voor lesgevers, professionals en maatschappelijk werkers.

Catherine C. McCall is verbonden aan de universiteit van Strathclyde in Schotland en is voorzitter van Stichting SOPHIA, de Europese stichting ter bevordering van het filosoferen met kinderen, en een lid van het Raadgevend Comité voor ICPIC - International Council for Philosophical Inquiry with Children.

Quick View

Anders denken. Filosoferen vanaf de basisschool

 29,90
Dit boek richt zich tot iedereen die actieve burgers van de 21ste eeuw wil klaarstomen. Het bespreekt Filosofisch Onderzoek, een krachtige leermethode die het zelfvertrouwen en de spreekvaardigheid van kinderen gevoelig kan verbeteren, met ook een positief effect op andere schoolactiviteiten en op interacties in de buitenwereld. De lezer krijgt een overzicht van de oprichting van een ‘Community of Philosophical Inquiry’ (CoPI) in de kleuterklas, de lagere en de middelbare school, het buurthuis en daarbuiten. Ook worden heel wat tips en praktische ideeën aangereikt voor het welslagen van zo’n CoPI. Aan de hand van voorbeelden - gaande van vijfjarigen over ondermaats presterende tieners tot zelfs bejaarden - wordt aangetoond hoe deelnemers aan CoPI-sessies beter leren redeneren, kritisch en creatief leren denken en intellectuele eerlijkheid en moed leren tonen. Met hoofdstukken over de theorie en de ontwikkeling van Filosofisch Onderzoek, de oprichting van een onderzoeksgroep en het gebruik van een CoPI bij verschillende leeftijdsgroepen is dit boek essentiële lectuur voor lesgevers, professionals en maatschappelijk werkers.

Catherine C. McCall is verbonden aan de universiteit van Strathclyde in Schotland en is voorzitter van Stichting SOPHIA, de Europese stichting ter bevordering van het filosoferen met kinderen, en een lid van het Raadgevend Comité voor ICPIC - International Council for Philosophical Inquiry with Children.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller (Academisch Literair, nr. 3)

 39,00
De retoriek van waanzin is een literatuurwetenschappelijke studie over waanzinnige vertellersfiguren in moderne literatuur. Zogenaamd gestoorde vertellers herinneren ons door hun wartaal en waanvoorstellingen aan de creatieve kracht van taal en verbeelding. Daarbij maken ze de kracht van literatuur tastbaar. Tegelijk komen de fictionele krankzinnigen in aanvaring met maatschappelijke normen en de uitdragers ervan. Ze confronteren ons dan ook met de conventionele grond van onze interpretaties. Moeten we waanzinnige vertellers als onbetrouwbare figuren beschouwen, of reiken ze ons nieuwe inzichten aan?

In dit boek onderzoekt Lars Bernaerts die problematiek door een analyse van waanzinnige vertellers en hun retoriek. Hij gaat in op de beelden van waanzin die in literatuur vaak gebruikt worden en ontwerpt een kader om de taal van de ik-vertellers nauwkeurig te analyseren. Dat model bestaat uit verteltheorie, theorieën van narratieve onbetrouwbaarheid en de theorie van taalhandelingen. Met voorbeelden uit de Nederlandse literatuur en uit de westerse literaire canon wordt een en ander aanschouwelijk gemaakt. Ten slotte presenteert deze studie een zorgvuldige en vernieuwende lectuur van drie romans: Waarom ik niet krankzinnig ben van Maurits Dekker, De man die zijn haar kort liet knippen van Johan Daisne en De verwondering van Hugo Claus.

GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content



Lars Bernaerts doceert literatuurwetenschap aan de Vrije Universiteit Brussel en is als onderzoeker verbonden aan de Vakgroep Letterkunde van de Universiteit Gent . Hij publiceert over verteltheorie, over waanzin in literatuur en over modern proza uit Nederland en Vlaanderen.


In de media:
"De retoriek van waanzin is een boek dat - zoals het een boek over taalhandelingen past - ondanks grote complexiteit en techniciteit van het thema zijn lezer niet uit het oog verliest. Door de precieze formuleringen en opbouw, de zorgvuldige omgang met bronnen (parafrases en vertalingen), de geslaagde verbinding van theoretische beschouwingen en concrete illustraties van het potentieel van deze beschouwingen heeft het zijn ambitieuze opzet waargemaakt: een combinatie van narratologie en taalhandelingsanalyse die nieuwe mogelijkheden biedt voor verder onderzoek."
Internationale Neerlandistiek, jrg. 50, nr. 2


"Het aangeboden inzicht getuigt van een literatuurwetenschappelijke grondigheid en expertise die de representatie van waanzin, in haar narratieve functie, tot in de kleinste hoekjes verkent en volledig tot haar recht laten komen."
Arnout De Cleene, FWO Vlaanderen, KU Leuven, Spiegel der Letteren 54(3), 386-388

Reeks Academisch Literair

  1. Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot
    K. Rymenants
  2. Gedeelde kennis. Literatuur en wetenschap in Nederland van Darwin tot Einstein (1860-1920)
    M. Kemperink
  3. De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller
    L. Bernaerts
  4. Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930
    L. Vermeer
  5. Het discours van de kritiek
    P. Verstraeten
  6. Celan auseinandergeschrieben
    C. De Strycker
  7. Lezer, er zijn ook Belgen
    F. Van Renssen
  8. Overleven in verhalen: van ooggetuigen naar 'jonge wilden'. Joodse schrijvers over de Shoah
    E. Ibsch

Quick View

De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller (Academisch Literair, nr. 3)

 39,00
De retoriek van waanzin is een literatuurwetenschappelijke studie over waanzinnige vertellersfiguren in moderne literatuur. Zogenaamd gestoorde vertellers herinneren ons door hun wartaal en waanvoorstellingen aan de creatieve kracht van taal en verbeelding. Daarbij maken ze de kracht van literatuur tastbaar. Tegelijk komen de fictionele krankzinnigen in aanvaring met maatschappelijke normen en de uitdragers ervan. Ze confronteren ons dan ook met de conventionele grond van onze interpretaties. Moeten we waanzinnige vertellers als onbetrouwbare figuren beschouwen, of reiken ze ons nieuwe inzichten aan?

In dit boek onderzoekt Lars Bernaerts die problematiek door een analyse van waanzinnige vertellers en hun retoriek. Hij gaat in op de beelden van waanzin die in literatuur vaak gebruikt worden en ontwerpt een kader om de taal van de ik-vertellers nauwkeurig te analyseren. Dat model bestaat uit verteltheorie, theorieën van narratieve onbetrouwbaarheid en de theorie van taalhandelingen. Met voorbeelden uit de Nederlandse literatuur en uit de westerse literaire canon wordt een en ander aanschouwelijk gemaakt. Ten slotte presenteert deze studie een zorgvuldige en vernieuwende lectuur van drie romans: Waarom ik niet krankzinnig ben van Maurits Dekker, De man die zijn haar kort liet knippen van Johan Daisne en De verwondering van Hugo Claus.

GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content



Lars Bernaerts doceert literatuurwetenschap aan de Vrije Universiteit Brussel en is als onderzoeker verbonden aan de Vakgroep Letterkunde van de Universiteit Gent . Hij publiceert over verteltheorie, over waanzin in literatuur en over modern proza uit Nederland en Vlaanderen.


In de media:
"De retoriek van waanzin is een boek dat - zoals het een boek over taalhandelingen past - ondanks grote complexiteit en techniciteit van het thema zijn lezer niet uit het oog verliest. Door de precieze formuleringen en opbouw, de zorgvuldige omgang met bronnen (parafrases en vertalingen), de geslaagde verbinding van theoretische beschouwingen en concrete illustraties van het potentieel van deze beschouwingen heeft het zijn ambitieuze opzet waargemaakt: een combinatie van narratologie en taalhandelingsanalyse die nieuwe mogelijkheden biedt voor verder onderzoek."
Internationale Neerlandistiek, jrg. 50, nr. 2


"Het aangeboden inzicht getuigt van een literatuurwetenschappelijke grondigheid en expertise die de representatie van waanzin, in haar narratieve functie, tot in de kleinste hoekjes verkent en volledig tot haar recht laten komen."
Arnout De Cleene, FWO Vlaanderen, KU Leuven, Spiegel der Letteren 54(3), 386-388

Reeks Academisch Literair

  1. Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot
    K. Rymenants
  2. Gedeelde kennis. Literatuur en wetenschap in Nederland van Darwin tot Einstein (1860-1920)
    M. Kemperink
  3. De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller
    L. Bernaerts
  4. Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930
    L. Vermeer
  5. Het discours van de kritiek
    P. Verstraeten
  6. Celan auseinandergeschrieben
    C. De Strycker
  7. Lezer, er zijn ook Belgen
    F. Van Renssen
  8. Overleven in verhalen: van ooggetuigen naar 'jonge wilden'. Joodse schrijvers over de Shoah
    E. Ibsch

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Zwerfjongeren begeleiden. Versterken van hun sociale netwerken

 15,40
Zwerfjongeren hebben twee kenmerken met elkaar gemeen: ze hebben geen vaste plek om te wonen en een stabiel sociaal netwerk ontbreekt. Het contact met familie is meestal beschadigd of verbroken, relaties met vrienden zijn verwaterd en ontmoetingen met lotgenoten op tijdelijke logeeradressen en op straat zijn vaak vluchtig. Wanneer ze zich melden bij de crisisopvang of een ambulant team, proberen begeleiders eerst de praktische zaken te regelen zoals onderdak en inkomen. Wanneer er sprake is van gedragsproblemen of verslaving, verwijzen ze de betrokkene ook door naar psychiatrische of professionele begeleiding.

Aandacht voor het sociale netwerk schiet er in de drukte van het regelen en begeleiden nogal eens bij in en wordt vaak voor het nazorgtraject bewaard. Ambulante begeleiders vinden het lastig om jongeren die hun sociale relaties verbruikt hebben of het huis zijn uitgezet, te motiveren tot herstel van oude en het aangaan van nieuwe contacten. Toch is een stabiel netwerk dat een vangnet biedt na een begeleidingstraject, onmisbaar om een zwervend bestaan definitief de rug toe te keren.

Hoe doe je dat, zwerfjongeren helpen een netwerk op te bouwen? Deze vraag staat centraal in dit boek, dat is voortgekomen uit gesprekken in het werkveld en is uitgewerkt met twee instellingen die begeleiding bieden aan zwerfjongeren. Het boek concentreert zich op het uitproberen en evalueren van instrumenten die kunnen helpen om het netwerk samen met jongeren in kaart te brengen, oude contacten te herstellen en nieuwe relaties aan te gaan. Relaties die in de toekomst sociale, emotionele en praktische steun kunnen geven.

Pauline Naber, Ido Sap en Marjolein Bijvoets zijn verbonden aan het Lectoraat Leefwerelden van Jeugd & School of Social Work van de Hogeschool inholland.

Quick View

Zwerfjongeren begeleiden. Versterken van hun sociale netwerken

 15,40
Zwerfjongeren hebben twee kenmerken met elkaar gemeen: ze hebben geen vaste plek om te wonen en een stabiel sociaal netwerk ontbreekt. Het contact met familie is meestal beschadigd of verbroken, relaties met vrienden zijn verwaterd en ontmoetingen met lotgenoten op tijdelijke logeeradressen en op straat zijn vaak vluchtig. Wanneer ze zich melden bij de crisisopvang of een ambulant team, proberen begeleiders eerst de praktische zaken te regelen zoals onderdak en inkomen. Wanneer er sprake is van gedragsproblemen of verslaving, verwijzen ze de betrokkene ook door naar psychiatrische of professionele begeleiding.

Aandacht voor het sociale netwerk schiet er in de drukte van het regelen en begeleiden nogal eens bij in en wordt vaak voor het nazorgtraject bewaard. Ambulante begeleiders vinden het lastig om jongeren die hun sociale relaties verbruikt hebben of het huis zijn uitgezet, te motiveren tot herstel van oude en het aangaan van nieuwe contacten. Toch is een stabiel netwerk dat een vangnet biedt na een begeleidingstraject, onmisbaar om een zwervend bestaan definitief de rug toe te keren.

Hoe doe je dat, zwerfjongeren helpen een netwerk op te bouwen? Deze vraag staat centraal in dit boek, dat is voortgekomen uit gesprekken in het werkveld en is uitgewerkt met twee instellingen die begeleiding bieden aan zwerfjongeren. Het boek concentreert zich op het uitproberen en evalueren van instrumenten die kunnen helpen om het netwerk samen met jongeren in kaart te brengen, oude contacten te herstellen en nieuwe relaties aan te gaan. Relaties die in de toekomst sociale, emotionele en praktische steun kunnen geven.

Pauline Naber, Ido Sap en Marjolein Bijvoets zijn verbonden aan het Lectoraat Leefwerelden van Jeugd & School of Social Work van de Hogeschool inholland.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Gedeelde kennis. Literatuur en wetenschap in Nederland van Darwin tot Einstein (1860-1920) (Academisch Literair, nr. 2)

 31,00
Wat hebben literatuur en wetenschap met elkaar te maken? Bijzonder weinig, zou je op het eerste gezicht zeggen. De laatste anderhalve eeuw hebben literatuur en wetenschap zich steeds sterker tegen elkaar afgezet. Het zijn twee werelden geworden met elk hun eigen auteurs, beoordelaars, uitgevers en vakbladen.
Niettemin waren ze en zijn ze nog steeds stevig met elkaar verbonden. Wetenschap opereert niet vanuit een luchtledig autonoom domein; ze maakt deel uit van een cultuur en tot die cultuur behoort ook de literatuur. En omgekeerd geven schrijvers gewild of ongewild hun eigen interpretaties aan wetenschappelijke ontdekkingen en theorieën die op een of andere manier tot hen komen. Zeker in het verleden, voordat de grote concurrentie van televisie en internet inzette, speelde de literatuur in het verspreiden en ‘vertalen’ van wetenschappelijke kennis een belangrijke rol.
Gedeelde kennis maakt dit fascinerende en complexe proces van kruisbestuiving tussen literatuur en wetenschap zichtbaar aan de hand van een aantal thema’s uit verschillende wetenschapsgebieden, zoals evolutie, hysterie, hypnotisme, smetvrees, occultisme en de vierde dimensie.
Literatuur amuseert en ontroert niet alleen, literatuur brengt ook kennis over. Dat deed ze vroeger en dan doet ze nu nog steeds. Gedeelde kennis laat deze onvermoede kant van de literatuur zien.

GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content



Mary Kemperink is hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde aan de Rijksuniversiteit van Groningen. Haar literatuuronderzoek kenmerkt zich door een cultuurhistorische invalshoek, waarbij het accent steeds meer is komen te liggen op de relatie tussen literatuur en wetenschap. Zij is gespecialiseerd in de periode van het fin de siècle en publiceert regelmatig over het proza, de poëzie en het toneel van deze periode. In 2001 verscheen van haar het boek Het verloren paradijs. De Nederlandse literatuur en cultuur van het fin de siècle.

Reeks Academisch Literair

  1. Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot
    K. Rymenants
  2. Gedeelde kennis. Literatuur en wetenschap in Nederland van Darwin tot Einstein (1860-1920)
    M. Kemperink
  3. De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller
    L. Bernaerts
  4. Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930
    L. Vermeer
  5. Het discours van de kritiek
    P. Verstraeten
  6. Celan auseinandergeschrieben
    C. De Strycker
  7. Lezer, er zijn ook Belgen
    F. Van Renssen
  8. Overleven in verhalen: van ooggetuigen naar 'jonge wilden'. Joodse schrijvers over de Shoah
    E. Ibsch

Quick View

Gedeelde kennis. Literatuur en wetenschap in Nederland van Darwin tot Einstein (1860-1920) (Academisch Literair, nr. 2)

 31,00
Wat hebben literatuur en wetenschap met elkaar te maken? Bijzonder weinig, zou je op het eerste gezicht zeggen. De laatste anderhalve eeuw hebben literatuur en wetenschap zich steeds sterker tegen elkaar afgezet. Het zijn twee werelden geworden met elk hun eigen auteurs, beoordelaars, uitgevers en vakbladen.
Niettemin waren ze en zijn ze nog steeds stevig met elkaar verbonden. Wetenschap opereert niet vanuit een luchtledig autonoom domein; ze maakt deel uit van een cultuur en tot die cultuur behoort ook de literatuur. En omgekeerd geven schrijvers gewild of ongewild hun eigen interpretaties aan wetenschappelijke ontdekkingen en theorieën die op een of andere manier tot hen komen. Zeker in het verleden, voordat de grote concurrentie van televisie en internet inzette, speelde de literatuur in het verspreiden en ‘vertalen’ van wetenschappelijke kennis een belangrijke rol.
Gedeelde kennis maakt dit fascinerende en complexe proces van kruisbestuiving tussen literatuur en wetenschap zichtbaar aan de hand van een aantal thema’s uit verschillende wetenschapsgebieden, zoals evolutie, hysterie, hypnotisme, smetvrees, occultisme en de vierde dimensie.
Literatuur amuseert en ontroert niet alleen, literatuur brengt ook kennis over. Dat deed ze vroeger en dan doet ze nu nog steeds. Gedeelde kennis laat deze onvermoede kant van de literatuur zien.

GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content



Mary Kemperink is hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde aan de Rijksuniversiteit van Groningen. Haar literatuuronderzoek kenmerkt zich door een cultuurhistorische invalshoek, waarbij het accent steeds meer is komen te liggen op de relatie tussen literatuur en wetenschap. Zij is gespecialiseerd in de periode van het fin de siècle en publiceert regelmatig over het proza, de poëzie en het toneel van deze periode. In 2001 verscheen van haar het boek Het verloren paradijs. De Nederlandse literatuur en cultuur van het fin de siècle.

Reeks Academisch Literair

  1. Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot
    K. Rymenants
  2. Gedeelde kennis. Literatuur en wetenschap in Nederland van Darwin tot Einstein (1860-1920)
    M. Kemperink
  3. De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller
    L. Bernaerts
  4. Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930
    L. Vermeer
  5. Het discours van de kritiek
    P. Verstraeten
  6. Celan auseinandergeschrieben
    C. De Strycker
  7. Lezer, er zijn ook Belgen
    F. Van Renssen
  8. Overleven in verhalen: van ooggetuigen naar 'jonge wilden'. Joodse schrijvers over de Shoah
    E. Ibsch

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De kunst van communiceren. Handboek

 23,70
Dit boek is geschreven voor iedereen die belang hecht aan de kracht van communiceren en die deze kracht in eigen beheer wil hebben.

Communicatie is een bepalende factor in ons leven. Omdat mensen onderling afhankelijk van elkaar zijn, dienen we effectief te communiceren, zodat wij krijgen wat we nodig hebben en de ander ook krijgt wat die nodig heeft. Hierdoor behouden we onze authenticiteit.

Vrijwel alle problemen en conflicten tussen mensen zijn terug te voeren tot ineffectieve communicatie. Hoe meer sturing we kunnen geven aan onze communicatie hoe meer wij in staat zijn onze relaties te beheren. Relatiebeheer in het werk, in het gezin en de familie, met vrienden en kennissen, in vrije tijd en ook, en daar begint het, met ons zelf.

De communicatie zit vol voetangels en klemmen. Zo verwarren we bijvoorbeeld regelmatig onze interpretatie met feiten of denken we dat ons oordeel de waarheid is en gaan daarmee voorbij aan onze eigen verantwoordelijkheid voor het communicatieproces. Het communicatieproces is complex, mede door de rijkdom van denken, voelen, willen, verlangen, dromen en wensen. Die complexiteit vraagt om transparantie.

Alhoewel communiceren ons natuurlijk vermogen is, blijkt telkens weer dat we handvatten nodig hebben. Bewustzijn van hoe we communiceren en hoe we handvatten kunnen gebruiken geeft ons kracht en draagt bij aan ons welbevinden.

Handvatten zijn o.a. de modellen van luisteren, feedback en Geweldloze Communicatie. Praktisch, direct toepasbaar en aansluitend op onze natuurlijke vermogens. Door het inzetten van wezenlijke nieuwsgierigheid, door gevoelens en behoeften te gebruiken zonder ‘soft’ te worden en door vorm te geven aan wat we willen, zijn we in staat contacten te leggen en te onderhouden die effectief, bevredigend en inspirerend zijn.

Inga Teekens is communicatiedeskundige en auteur. Zij introduceerde het model van Geweldloze Communicatie in het Nederlands taalgebied en richtte Authenta op, Centrum voor Authentieke en Geweldloze Communicatie, gevestigd in Den Haag. Teekens ontwikkelt communicatiemiddelen, coacht mensen, bemiddelt in conflicten, begeleidt cultuurveranderingstrajecten, leidt mensen op en geeft trainingen.

Quick View

De kunst van communiceren. Handboek

 23,70
Dit boek is geschreven voor iedereen die belang hecht aan de kracht van communiceren en die deze kracht in eigen beheer wil hebben.

Communicatie is een bepalende factor in ons leven. Omdat mensen onderling afhankelijk van elkaar zijn, dienen we effectief te communiceren, zodat wij krijgen wat we nodig hebben en de ander ook krijgt wat die nodig heeft. Hierdoor behouden we onze authenticiteit.

Vrijwel alle problemen en conflicten tussen mensen zijn terug te voeren tot ineffectieve communicatie. Hoe meer sturing we kunnen geven aan onze communicatie hoe meer wij in staat zijn onze relaties te beheren. Relatiebeheer in het werk, in het gezin en de familie, met vrienden en kennissen, in vrije tijd en ook, en daar begint het, met ons zelf.

De communicatie zit vol voetangels en klemmen. Zo verwarren we bijvoorbeeld regelmatig onze interpretatie met feiten of denken we dat ons oordeel de waarheid is en gaan daarmee voorbij aan onze eigen verantwoordelijkheid voor het communicatieproces. Het communicatieproces is complex, mede door de rijkdom van denken, voelen, willen, verlangen, dromen en wensen. Die complexiteit vraagt om transparantie.

Alhoewel communiceren ons natuurlijk vermogen is, blijkt telkens weer dat we handvatten nodig hebben. Bewustzijn van hoe we communiceren en hoe we handvatten kunnen gebruiken geeft ons kracht en draagt bij aan ons welbevinden.

Handvatten zijn o.a. de modellen van luisteren, feedback en Geweldloze Communicatie. Praktisch, direct toepasbaar en aansluitend op onze natuurlijke vermogens. Door het inzetten van wezenlijke nieuwsgierigheid, door gevoelens en behoeften te gebruiken zonder ‘soft’ te worden en door vorm te geven aan wat we willen, zijn we in staat contacten te leggen en te onderhouden die effectief, bevredigend en inspirerend zijn.

Inga Teekens is communicatiedeskundige en auteur. Zij introduceerde het model van Geweldloze Communicatie in het Nederlands taalgebied en richtte Authenta op, Centrum voor Authentieke en Geweldloze Communicatie, gevestigd in Den Haag. Teekens ontwikkelt communicatiemiddelen, coacht mensen, bemiddelt in conflicten, begeleidt cultuurveranderingstrajecten, leidt mensen op en geeft trainingen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Docent in het voortgezet Montessori-onderwijs (Montessori Mededelingen boeken, nr. 3)

 14,00
In 2009 hebben de scholen voor voortgezet montessori-onderwijs een richtinggevend document vastgesteld waarin het docentschap aan een montessorischool voor voortgezet onderwijs werd beschreven. Dit document was het vervolg op een eerder stuk waarin zes karakteristieken voor voortgezet montessori-onderwijs waren beschreven en op de nota van de Nederlandse Montessori Vereniging ‘Het Montessorionderwijs in de 21e eeuw’.

Het document over het docentschap onderscheidt een vijftal rubrieken waarbinnen het werk van de montessorileraar zich afspeelt. Per rubriek worden verschillende aspecten beschreven en nader uitgewerkt. Voor deze uitgave zijn tien docenten en schoolleiders geinterviewd. Citaten uit deze interviews zijn aan het document toegevoegd om zo een levendig beeld te schetsen van de onderwijspraktijk.

Michael Rubinstein was docent aan een school voor voortgezet montessori- onderwijs en werkt nu als zelfstandig onderwijsadviseur. Hij is mededirecteur van het Montessori Kenniscentrum.

Quick View

Docent in het voortgezet Montessori-onderwijs (Montessori Mededelingen boeken, nr. 3)

 14,00
In 2009 hebben de scholen voor voortgezet montessori-onderwijs een richtinggevend document vastgesteld waarin het docentschap aan een montessorischool voor voortgezet onderwijs werd beschreven. Dit document was het vervolg op een eerder stuk waarin zes karakteristieken voor voortgezet montessori-onderwijs waren beschreven en op de nota van de Nederlandse Montessori Vereniging ‘Het Montessorionderwijs in de 21e eeuw’.

Het document over het docentschap onderscheidt een vijftal rubrieken waarbinnen het werk van de montessorileraar zich afspeelt. Per rubriek worden verschillende aspecten beschreven en nader uitgewerkt. Voor deze uitgave zijn tien docenten en schoolleiders geinterviewd. Citaten uit deze interviews zijn aan het document toegevoegd om zo een levendig beeld te schetsen van de onderwijspraktijk.

Michael Rubinstein was docent aan een school voor voortgezet montessori- onderwijs en werkt nu als zelfstandig onderwijsadviseur. Hij is mededirecteur van het Montessori Kenniscentrum.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Handboek bijzondere orthopedagogiek (Kop-serie, nr. 7)

 47,30
Dit boek geeft een overzicht van de domeinen van de vier ''traditionele'' groepen van personen met een handicap (een verstandelijke, fysieke, visuele of auditieve handicap), en daarnaast ook nog van personen met gedragsstoornissen, personen met een autisme spectrumstoornis, personen die middelen misbruiken, personen met ernstig meervoudige beperkingen en personen met een dubbele diagnose. Telkens komen nagenoeg dezelfde onderwerpen terug: eerst historiek, etiologie, terminologie, indeling en psychologische aspecten, daarna de orthopedagogische- agogische theorie en praktijk.

Door de verschillende vormen van handicap die mensen kunnen hebben bijeen te brengen, biedt die boek een totaalbeeld voor iedereen die een inzicht wil verwerven in de bijzondere behoeften van die mensen en de aangewezen ondersteuning. Voor studenten uit diverse opleidingen is het een aangewezen basisstudieboek. Het is ook zeer geschikt voor wie reeds in de praktijk staat, als referentiekader voor zijn eigen handelen.

Het handboek is een werkstuk van de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent waar aan de redacteurs (prof. dr. Eric Broeckaert, prof. dr. Geert Van Hove, prof. dr. Stijn Vandevelde, dr. Veerle Soyez en dr. Wouter Vanderplasschen) verbonden zijn. Deze elfde uitgave kwam mede tot stand in samenwerking met het departement Sociaal-Agogisch Werk van de Hogeschool Gent.

Quick View

Handboek bijzondere orthopedagogiek (Kop-serie, nr. 7)

 47,30
Dit boek geeft een overzicht van de domeinen van de vier ''traditionele'' groepen van personen met een handicap (een verstandelijke, fysieke, visuele of auditieve handicap), en daarnaast ook nog van personen met gedragsstoornissen, personen met een autisme spectrumstoornis, personen die middelen misbruiken, personen met ernstig meervoudige beperkingen en personen met een dubbele diagnose. Telkens komen nagenoeg dezelfde onderwerpen terug: eerst historiek, etiologie, terminologie, indeling en psychologische aspecten, daarna de orthopedagogische- agogische theorie en praktijk.

Door de verschillende vormen van handicap die mensen kunnen hebben bijeen te brengen, biedt die boek een totaalbeeld voor iedereen die een inzicht wil verwerven in de bijzondere behoeften van die mensen en de aangewezen ondersteuning. Voor studenten uit diverse opleidingen is het een aangewezen basisstudieboek. Het is ook zeer geschikt voor wie reeds in de praktijk staat, als referentiekader voor zijn eigen handelen.

Het handboek is een werkstuk van de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent waar aan de redacteurs (prof. dr. Eric Broeckaert, prof. dr. Geert Van Hove, prof. dr. Stijn Vandevelde, dr. Veerle Soyez en dr. Wouter Vanderplasschen) verbonden zijn. Deze elfde uitgave kwam mede tot stand in samenwerking met het departement Sociaal-Agogisch Werk van de Hogeschool Gent.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Zorg om dyslexie (Studies over Taalonderwijs, nr. 7)

 23,20
In het onderwijs worden leesproblemen, meestal in combinatie met spellingproblemen, vaak al vroeg gesignaleerd. Een adequate reactie vanuit de omgeving van het kind is noodzakelijk, zodat de problemen in een zo vroeg mogelijk stadium kunnen worden gepareerd. Dat vraagt om een aanpak van kwaliteitszorg waarbij een goede afstemming tussen ouders, onderwijs, en gezondheidszorg essentieel is. Binnen de school gaat het om een zo vroeg mogelijke signalering en aanpak van leesproblemen, binnen de zorg om spoedige en adequate behandeling van de gesignaleerde leesproblemen. Het is van groot belang dat ouders in alle facetten van dit proces zijn betrokken.

Dit boek geeft een kader voor kwaliteitszorg ten behoeve van kinderen en jeugdigen met dyslexie. Hoe kunnen de diverse protocollen die ontwikkeld zijn voor signalering, diagnostiek en behandeling van dyslexie in de praktijk, worden geoptimaliseerd?

Ludo Verhoeven is hoogleraar Pedagogische Wetenschappen aan de Raboud Universiteit Nijmegen en directeur van het Expertisecentrum Nederlands in Nijmegen.
Frank Wijnen is hoogleraar Psycholinguïstiek aan de Faculteit Geesteswetenschappen van de Universiteit Utrecht.
Kees van den Bos is hoogleraar Orthopedagogiek, in het bijzonder leesproblemen en dyslexie, aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Ria Kleijnen is lector Onderwijszorg en Samenwerking binnen de Keten aan de Christelijke Hogeschool Windesheim in Zwolle.

Quick View

Zorg om dyslexie (Studies over Taalonderwijs, nr. 7)

 23,20
In het onderwijs worden leesproblemen, meestal in combinatie met spellingproblemen, vaak al vroeg gesignaleerd. Een adequate reactie vanuit de omgeving van het kind is noodzakelijk, zodat de problemen in een zo vroeg mogelijk stadium kunnen worden gepareerd. Dat vraagt om een aanpak van kwaliteitszorg waarbij een goede afstemming tussen ouders, onderwijs, en gezondheidszorg essentieel is. Binnen de school gaat het om een zo vroeg mogelijke signalering en aanpak van leesproblemen, binnen de zorg om spoedige en adequate behandeling van de gesignaleerde leesproblemen. Het is van groot belang dat ouders in alle facetten van dit proces zijn betrokken.

Dit boek geeft een kader voor kwaliteitszorg ten behoeve van kinderen en jeugdigen met dyslexie. Hoe kunnen de diverse protocollen die ontwikkeld zijn voor signalering, diagnostiek en behandeling van dyslexie in de praktijk, worden geoptimaliseerd?

Ludo Verhoeven is hoogleraar Pedagogische Wetenschappen aan de Raboud Universiteit Nijmegen en directeur van het Expertisecentrum Nederlands in Nijmegen.
Frank Wijnen is hoogleraar Psycholinguïstiek aan de Faculteit Geesteswetenschappen van de Universiteit Utrecht.
Kees van den Bos is hoogleraar Orthopedagogiek, in het bijzonder leesproblemen en dyslexie, aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Ria Kleijnen is lector Onderwijszorg en Samenwerking binnen de Keten aan de Christelijke Hogeschool Windesheim in Zwolle.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Biopolitiek en postfordisme

 28,90
De voorbije decennia is de organisatie van arbeid grondig veranderd. Kennis, taal en zorg staan tegenwoordig centraal en flexibiliteit, innovatie, netwerken, klantgerichtheid en dienstverlening zijn de nieuwe kernwoorden.

De overvloed aan informatie en communicatie vergt nieuwe vaardigheden en competenties, waaruit een nieuwe vorm van subjectiviteit is gegroeid.

De auteur verbindt het postfordisme met het fenomeen van biopolitiek – de manier waarop in toenemende mate ons leven beheerst wordt. Hij laat zich inspireren door een groep Italiaanse filosofen, die in het spoor van Marx, Foucault en Deleuze een materialistische visie op biopolitiek ontwikkelen. Naast de dreiging die van deze hedendaagse levensvorm uitgaat, belicht het boek ook de kansen die erdoor gecreëerd worden. Het verlangen van de nieuwe werkende klasse bevat immers het potentieel om een radicale democratie op gang te brengen.

Rob Devos doceert Hedendaagse politieke stromingen en Cultuurfilosofie aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte van de K.U.Leuven.

Quick View

Biopolitiek en postfordisme

 28,90
De voorbije decennia is de organisatie van arbeid grondig veranderd. Kennis, taal en zorg staan tegenwoordig centraal en flexibiliteit, innovatie, netwerken, klantgerichtheid en dienstverlening zijn de nieuwe kernwoorden.

De overvloed aan informatie en communicatie vergt nieuwe vaardigheden en competenties, waaruit een nieuwe vorm van subjectiviteit is gegroeid.

De auteur verbindt het postfordisme met het fenomeen van biopolitiek – de manier waarop in toenemende mate ons leven beheerst wordt. Hij laat zich inspireren door een groep Italiaanse filosofen, die in het spoor van Marx, Foucault en Deleuze een materialistische visie op biopolitiek ontwikkelen. Naast de dreiging die van deze hedendaagse levensvorm uitgaat, belicht het boek ook de kansen die erdoor gecreëerd worden. Het verlangen van de nieuwe werkende klasse bevat immers het potentieel om een radicale democratie op gang te brengen.

Rob Devos doceert Hedendaagse politieke stromingen en Cultuurfilosofie aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte van de K.U.Leuven.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    2
    Uw winkelwagen
    ×