KLEIO jrg. 52, nr. 2 (april 2023)
Cicero, symbool bij uitstek van westerse beschaving, zou vandaag in Den Haag ongetwijfeld veroordeeld worden voor misdaden tegen de menselijkheid. Ronduit ontluisterend is in dit opzicht het korte artikel van Toon Van Houdt over Romeinse oorlogsbrutaliteit, dat eerder al gepubliceerd werd op de rijke site Hic et Nunc. Het is een sterke bijdrage over een facet van de Romeinse cultuur dat lang onderbelicht bleef: Attila, 'de gesel Gods', geldt als spreekwoordelijke geweldenaar, maar de Romeinen moesten niet onderdoen of waren misschien nog wreder. De exploten van Cicero als generaal blijken onthutsend revelerend voor de Romeinse praktijk: als die zelfverklaarde moralist daar zijn hand al niet voor omdraaide, dan zegt dat veel over de gangbare praktijken. Als aanvullend materiaal bij het artikel vindt u op de Kleio-site ook de Latijnse teksten en vertalingen ervan, met oog op didactisch gebruik. Die teksten zijn zorgvuldig wegge- poetst uit bloemlezingen van Cicero's brieven en aan het oog van leerlingen onttrokken. Hoog tijd dat dit aan bod komt in onze lessen Latijn....
Al te vaak wordt Cicero nog als onvolprezen model opgevoerd. Dat hij het goed kon zeggen, blijft gelden. Maar al in 2004 stelde Maja Pellikaan-Engel in haar publicatie Het recept van Calypso. Klassieke teksten in een hedendaags filosofisch perspectief terechte vragen bij Cicero – verheerlijker van de genocidaire Scipiones – als symbool van beschaving. Ze wijst er onder andere op dat Cicero met zijn rede De re agragia op uiterst reactionaire wijze de akkerwet van Tiberius Gracchus kelderde – een wet die nochtans slechts een hernieuwing was van een bestaande wet tegen het grootgrondbezit en die alleen de schrijnendste misbruiken van de elite wou inperken. Sociale rechtvaardigheid was niet aan Cicero besteed, geobsedeerd als hij was door het toegangsticket tot de Romeinse nobilitas. Zijn Pro Milone staat bol van de desinformatie, maar fungeert in onze westerse cultuur als model voor de gerechtelijke rede. Zijn Catilinarische redevoeringen zijn populisme ten top, maar staan tot op heden model voor de politieke rede. Onhult dat niet veel over de waarden die we in onze westerse cultuur menen te verdedigen en menen door te geven tot op vandaag? Moet Cicero dan 'gecanceld' worden? Integendeel: lees hem, bespreek hem, doorprik zijn zelfingenomen moralisme, zet vragen bij de gangbare beeldvorming. Levert zo een onderzoek geen uitgelezen kans om te tonen hoe graai- en eerzucht verpakt kunnen worden in mooi klinkende betogen? Is dit geen prachtige gelegenheid om te attenderen op de rattenvangers van Hamelen van vandaag?
In zijn artikel over verdwaalde en verdwenen kinderen richt Christian Laes – altijd goed voor verrassende invalshoeken – o.a. onze aandacht op hoe de antieke teksten vaak geen antwoord geven op wat we willen weten en net wel een antwoord bieden op vragen die we niet stellen. Met alerte blik doet Christian Laes ons naar teksten uit de oudheid kijken met andere ogen, voorbij de horizon van onze verwachtingen en vanzelfsprekendheden. Het levert verrijkende kennis op.
En manga, Japanse strips die in Europa almaar aan populariteit winnen, associëren we niet onmiddellijk met de klassieke oudheid. Bert Gevaert maakt duidelijk dat alvast de Romeinse oudheid er in enkele mangareeksen prominent de dienst uitmaakt. U hebt meteen nieuwe invalshoeken voor uw lessen: Romeinse cultuur door Japanse ogen. Het biedt mogelijkheden tot inclusiever oudheidonderwijs, de nieuwe didactische hot topic waar David Rijser en Inger Kuin in vorige nummers van Kleio al aandacht voor vroegen en waar VLOT dit jaar in maart een interessante nascholing over organiseerde.
Wat er verder te melden valt: Tom Ingelbrecht ambieert op zijn website ongepubliceerd vertaalmateriaal een tweede leven te geven en tegelijkertijd vooruit te kijken naar 'nieuwe' teksten. Hou het in de gaten.
Koen Vandendriessche
Over de auterus van de artikels
Bert Gevaert is doctor in de Taal- en Letterkunde Latijn en Grieks, leerkracht klassieke talen in het Sint-Lodewijkscollege en stadsgids in Brugge. In zijn onderzoek en lezingen focust hij zich op 'disability studies', krijgskunst, Romeinse, middeleeuwse en napoleontische geschiedenis. Van zijn hand verschenen Te wapen (Davidsfonds/WPG, 2016), Het grote verhaal van kleine mensen (Davidsfonds, 2017), Bloedstollend Brugge (Saga Uitgaven, 2017), Roma Intima: liefde, lijf en lust (Sterck & De Vreese, 2020) en tal van wetenschappelijke artikels. Hij is ook lesgever voor Davidsfonds Academie (Te Wapen, Wat een zotten die Romeinen, Mongolië) en reisbegeleider voor de Davidsfonds Cultuurreizen naar Mongolië.
Christian Laes is gewoon hoogleraar (Professor of Ancient History) aan de University of Manchester (UK), en is tevens verbonden aan de Universiteit Antwerpen. Als sociocultureel historicus van de oudheid bestudeert hij de menselijke levensloop (kinderen, jeugd, huwelijk) in vele facetten (o.a. handicaps).
Toon Van Houdt doceert Latijn, cultuur- en receptiegeschiedenis van de Grieks-Romeinse oudheid en vakdidactiek oude talen aan de KU Leuven. Zijn boek Mietjes, monsters en barbaren. Hoe we de klassieke oudheid gebruiken om onszelf te begrijpen (Polis, 2015) werd bekroond met de Homerusprijs van het NKV.
KLEIO jrg. 52, nr. 2 (april 2023)
Cicero, symbool bij uitstek van westerse beschaving, zou vandaag in Den Haag ongetwijfeld veroordeeld worden voor misdaden tegen de menselijkheid. Ronduit ontluisterend is in dit opzicht het korte artikel van Toon Van Houdt over Romeinse oorlogsbrutaliteit, dat eerder al gepubliceerd werd op de rijke site Hic et Nunc. Het is een sterke bijdrage over een facet van de Romeinse cultuur dat lang onderbelicht bleef: Attila, 'de gesel Gods', geldt als spreekwoordelijke geweldenaar, maar de Romeinen moesten niet onderdoen of waren misschien nog wreder. De exploten van Cicero als generaal blijken onthutsend revelerend voor de Romeinse praktijk: als die zelfverklaarde moralist daar zijn hand al niet voor omdraaide, dan zegt dat veel over de gangbare praktijken. Als aanvullend materiaal bij het artikel vindt u op de Kleio-site ook de Latijnse teksten en vertalingen ervan, met oog op didactisch gebruik. Die teksten zijn zorgvuldig wegge- poetst uit bloemlezingen van Cicero's brieven en aan het oog van leerlingen onttrokken. Hoog tijd dat dit aan bod komt in onze lessen Latijn....
Al te vaak wordt Cicero nog als onvolprezen model opgevoerd. Dat hij het goed kon zeggen, blijft gelden. Maar al in 2004 stelde Maja Pellikaan-Engel in haar publicatie Het recept van Calypso. Klassieke teksten in een hedendaags filosofisch perspectief terechte vragen bij Cicero – verheerlijker van de genocidaire Scipiones – als symbool van beschaving. Ze wijst er onder andere op dat Cicero met zijn rede De re agragia op uiterst reactionaire wijze de akkerwet van Tiberius Gracchus kelderde – een wet die nochtans slechts een hernieuwing was van een bestaande wet tegen het grootgrondbezit en die alleen de schrijnendste misbruiken van de elite wou inperken. Sociale rechtvaardigheid was niet aan Cicero besteed, geobsedeerd als hij was door het toegangsticket tot de Romeinse nobilitas. Zijn Pro Milone staat bol van de desinformatie, maar fungeert in onze westerse cultuur als model voor de gerechtelijke rede. Zijn Catilinarische redevoeringen zijn populisme ten top, maar staan tot op heden model voor de politieke rede. Onhult dat niet veel over de waarden die we in onze westerse cultuur menen te verdedigen en menen door te geven tot op vandaag? Moet Cicero dan 'gecanceld' worden? Integendeel: lees hem, bespreek hem, doorprik zijn zelfingenomen moralisme, zet vragen bij de gangbare beeldvorming. Levert zo een onderzoek geen uitgelezen kans om te tonen hoe graai- en eerzucht verpakt kunnen worden in mooi klinkende betogen? Is dit geen prachtige gelegenheid om te attenderen op de rattenvangers van Hamelen van vandaag?
In zijn artikel over verdwaalde en verdwenen kinderen richt Christian Laes – altijd goed voor verrassende invalshoeken – o.a. onze aandacht op hoe de antieke teksten vaak geen antwoord geven op wat we willen weten en net wel een antwoord bieden op vragen die we niet stellen. Met alerte blik doet Christian Laes ons naar teksten uit de oudheid kijken met andere ogen, voorbij de horizon van onze verwachtingen en vanzelfsprekendheden. Het levert verrijkende kennis op.
En manga, Japanse strips die in Europa almaar aan populariteit winnen, associëren we niet onmiddellijk met de klassieke oudheid. Bert Gevaert maakt duidelijk dat alvast de Romeinse oudheid er in enkele mangareeksen prominent de dienst uitmaakt. U hebt meteen nieuwe invalshoeken voor uw lessen: Romeinse cultuur door Japanse ogen. Het biedt mogelijkheden tot inclusiever oudheidonderwijs, de nieuwe didactische hot topic waar David Rijser en Inger Kuin in vorige nummers van Kleio al aandacht voor vroegen en waar VLOT dit jaar in maart een interessante nascholing over organiseerde.
Wat er verder te melden valt: Tom Ingelbrecht ambieert op zijn website ongepubliceerd vertaalmateriaal een tweede leven te geven en tegelijkertijd vooruit te kijken naar 'nieuwe' teksten. Hou het in de gaten.
Koen Vandendriessche
Over de auterus van de artikels
Bert Gevaert is doctor in de Taal- en Letterkunde Latijn en Grieks, leerkracht klassieke talen in het Sint-Lodewijkscollege en stadsgids in Brugge. In zijn onderzoek en lezingen focust hij zich op 'disability studies', krijgskunst, Romeinse, middeleeuwse en napoleontische geschiedenis. Van zijn hand verschenen Te wapen (Davidsfonds/WPG, 2016), Het grote verhaal van kleine mensen (Davidsfonds, 2017), Bloedstollend Brugge (Saga Uitgaven, 2017), Roma Intima: liefde, lijf en lust (Sterck & De Vreese, 2020) en tal van wetenschappelijke artikels. Hij is ook lesgever voor Davidsfonds Academie (Te Wapen, Wat een zotten die Romeinen, Mongolië) en reisbegeleider voor de Davidsfonds Cultuurreizen naar Mongolië.
Christian Laes is gewoon hoogleraar (Professor of Ancient History) aan de University of Manchester (UK), en is tevens verbonden aan de Universiteit Antwerpen. Als sociocultureel historicus van de oudheid bestudeert hij de menselijke levensloop (kinderen, jeugd, huwelijk) in vele facetten (o.a. handicaps).
Toon Van Houdt doceert Latijn, cultuur- en receptiegeschiedenis van de Grieks-Romeinse oudheid en vakdidactiek oude talen aan de KU Leuven. Zijn boek Mietjes, monsters en barbaren. Hoe we de klassieke oudheid gebruiken om onszelf te begrijpen (Polis, 2015) werd bekroond met de Homerusprijs van het NKV.
Themanr Kleio jrg. 51 nr. 1/2. (jan.-apr.2022). Feestnummer bis. Vijftig jaar Kleio!
Kleio's gouden jubileum resulteerde vorige jaargang in een themanummer, dat hier een vervolg krijgt.
Met de rubriek 'In de spits' bieden we ook in dit nummer zicht op belangrijke recente tendensen in het brede domein van de klassieke studies: mentaliteitsgeschiedenis in een wereld van 'woke', huidige trends in de studie van de retoriek van de Romeinse late republiek, aandacht voor valentiegrammatica, typologie en computationele benaderingen in de Griekse taalkunde, hoe de papyroloog op de digitale trein is gestapt, evoluties in het onderzoek naar de interpretatiegeschiedenis van het Romeins recht aan middeleeuwse en vroegmoderne universiteiten, hoe geografische computertechnieken onze kennis over Romeinse wegenbouw verrijken, hoe de Neolatijnse studies ons o.a. verrassen met literaire creaties in genres als het epos en de science fiction, hoe receptiegeschiedenis vandaag de vinger legt op eeuwenlang gebruik van de klassieken ter promotie van een eurocentrisch wereldbeeld en tegelijk een nieuw, ruimer perspectief biedt.
De rubriek 'Onbekend, onbemind' promoot teksten die niet tot de typische schoolcanon behoren. Ook het artikel van Tom Ingelbrecht over de Narcissus van John Clapham sluit daarbij aan. In het luik 'Publieke stemmen' geven prominente deelnemers aan het cultureel-maatschappelijk debat mee hoe ze vandaag tegen de klassieken als discipline en als schoolvak aankijken. De klassieke talen en antieke culturen blijven duidelijk inspireren.
Koen Vandendriessche
Themanr Kleio jrg. 51 nr. 1/2. (jan.-apr.2022). Feestnummer bis. Vijftig jaar Kleio!
Kleio's gouden jubileum resulteerde vorige jaargang in een themanummer, dat hier een vervolg krijgt.
Met de rubriek 'In de spits' bieden we ook in dit nummer zicht op belangrijke recente tendensen in het brede domein van de klassieke studies: mentaliteitsgeschiedenis in een wereld van 'woke', huidige trends in de studie van de retoriek van de Romeinse late republiek, aandacht voor valentiegrammatica, typologie en computationele benaderingen in de Griekse taalkunde, hoe de papyroloog op de digitale trein is gestapt, evoluties in het onderzoek naar de interpretatiegeschiedenis van het Romeins recht aan middeleeuwse en vroegmoderne universiteiten, hoe geografische computertechnieken onze kennis over Romeinse wegenbouw verrijken, hoe de Neolatijnse studies ons o.a. verrassen met literaire creaties in genres als het epos en de science fiction, hoe receptiegeschiedenis vandaag de vinger legt op eeuwenlang gebruik van de klassieken ter promotie van een eurocentrisch wereldbeeld en tegelijk een nieuw, ruimer perspectief biedt.
De rubriek 'Onbekend, onbemind' promoot teksten die niet tot de typische schoolcanon behoren. Ook het artikel van Tom Ingelbrecht over de Narcissus van John Clapham sluit daarbij aan. In het luik 'Publieke stemmen' geven prominente deelnemers aan het cultureel-maatschappelijk debat mee hoe ze vandaag tegen de klassieken als discipline en als schoolvak aankijken. De klassieke talen en antieke culturen blijven duidelijk inspireren.
Koen Vandendriessche
Themanr Kleio jrg. 50 nr. 3/4 ( juni-okt 2021) In de spits – Onbekend onbemind – Publieke stemmen
Als tweede onderdeel voorzien we een rubriek 'onbekend, onbemind'. Al geruime tijd worden er in de schoolvakken Latijn en Grieks teksten gelezen die niet tot de typische schoolcanon behoren. Toch is er nog veel dat onbekend en dus onbemind blijft. Het kan gaan om een klassieke dan wel postklassieke tekst, een literaire dan wel een docu-mentaire tekst die docenten en vooral ook hun leerlingen kan aanspreken. De auteur presenteert, vertaalt en situeert de tekst (literair-)historisch en geeft aan waarom hij/zij de tekst van zijn/haar keuze aan docenten en leerlingen wil aanbevelen.
Een derde luik vormt de rubriek 'publieke stemmen'. Hoe kijken prominente deelne-mers aan het cultureel-maatschappelijk debat vandaag tegen de klassieken – als discipline en als schoolvak – aan? Waarin kunnen volgens hen in deze vroege eenentwintigste eeuw nog de zin en waarde van een 'klassieke' of 'gymnasiale' opvoeding zijn gelegen? Op welke manier zou het oudetalenonderwijs zich moeten transformeren om vandaag nog relevant te zijn – in de maatschappij, op school? Of moeten we ons als classici neerleggen bij het feit dat Latijn en Grieks traag maar zeker tot een academisch specialisme voor de happy few, tot een nieuw Sanskriet verschrompelen?
Door de overvloed aan bijdragen komt er volgend jaar overigens een vervolgdubbel-nummer, met nog eens bijdragen van vijftien auteurs die we hier niet konden plaatsen. Ons feest is dus nog niet ten eind.
Toon Van Houdt
Themanr Kleio jrg. 50 nr. 3/4 ( juni-okt 2021) In de spits – Onbekend onbemind – Publieke stemmen
Als tweede onderdeel voorzien we een rubriek 'onbekend, onbemind'. Al geruime tijd worden er in de schoolvakken Latijn en Grieks teksten gelezen die niet tot de typische schoolcanon behoren. Toch is er nog veel dat onbekend en dus onbemind blijft. Het kan gaan om een klassieke dan wel postklassieke tekst, een literaire dan wel een docu-mentaire tekst die docenten en vooral ook hun leerlingen kan aanspreken. De auteur presenteert, vertaalt en situeert de tekst (literair-)historisch en geeft aan waarom hij/zij de tekst van zijn/haar keuze aan docenten en leerlingen wil aanbevelen.
Een derde luik vormt de rubriek 'publieke stemmen'. Hoe kijken prominente deelne-mers aan het cultureel-maatschappelijk debat vandaag tegen de klassieken – als discipline en als schoolvak – aan? Waarin kunnen volgens hen in deze vroege eenentwintigste eeuw nog de zin en waarde van een 'klassieke' of 'gymnasiale' opvoeding zijn gelegen? Op welke manier zou het oudetalenonderwijs zich moeten transformeren om vandaag nog relevant te zijn – in de maatschappij, op school? Of moeten we ons als classici neerleggen bij het feit dat Latijn en Grieks traag maar zeker tot een academisch specialisme voor de happy few, tot een nieuw Sanskriet verschrompelen?
Door de overvloed aan bijdragen komt er volgend jaar overigens een vervolgdubbel-nummer, met nog eens bijdragen van vijftien auteurs die we hier niet konden plaatsen. Ons feest is dus nog niet ten eind.
Toon Van Houdt
De nieuwe Grieken en Romeinen. Verrassende confrontaties met de klassieke oudheid (Kleio-reeks, nr. 1)
De klassieke oudheid leeft – al was het maar in de vorm van oneliners en oppervlakkige
vergelijkingen. Maar leeft de oudheid echt? Heeft zij nog iets wezenlijks te vertellen? Of
is ze een onherroepelijk vreemde plek geworden, een alibi zelfs? Is de oudheid misschien
wel interessant, maar al bij al weinig relevant?
Dit spitse boek begint waar de kreten en slogans eindigen, bij de nuancering. Het is nu
geschreven – dat kan nu eenmaal niet anders – en confronteert de lezer met Grieken en
Romeinen en hun ideeën en emoties. Verrassend? Herkenbaar? Verrassend herkenbaar?
Is de oudheid eindelijk dood of is ze alweer herboren? Beleven we het einde van een
cultuur of een nieuwe renaissance? Dit boek geeft een antwoord.
Patrick De Rynck studeerde klassieke talen. Hij werkt als freelancer in onder meer de
cultuur- en erfgoedsector, schreef en vertaalde een aantal boeken en recenseert publicaties
over de oudheid in de kranten De Standaard en De Morgen.
Toon Van Houdt is als classicus en cultuurhistoricus verbonden aan de KU Leuven, waar
hij onder meer receptiegeschiedenis van de Grieks-Romeinse oudheid doceert. Hij publiceert
geregeld voor een breed publiek in de tijdschriften Kleio en Streven.
De nieuwe Grieken en Romeinen. Verrassende confrontaties met de klassieke oudheid (Kleio-reeks, nr. 1)
De klassieke oudheid leeft – al was het maar in de vorm van oneliners en oppervlakkige
vergelijkingen. Maar leeft de oudheid echt? Heeft zij nog iets wezenlijks te vertellen? Of
is ze een onherroepelijk vreemde plek geworden, een alibi zelfs? Is de oudheid misschien
wel interessant, maar al bij al weinig relevant?
Dit spitse boek begint waar de kreten en slogans eindigen, bij de nuancering. Het is nu
geschreven – dat kan nu eenmaal niet anders – en confronteert de lezer met Grieken en
Romeinen en hun ideeën en emoties. Verrassend? Herkenbaar? Verrassend herkenbaar?
Is de oudheid eindelijk dood of is ze alweer herboren? Beleven we het einde van een
cultuur of een nieuwe renaissance? Dit boek geeft een antwoord.
Patrick De Rynck studeerde klassieke talen. Hij werkt als freelancer in onder meer de
cultuur- en erfgoedsector, schreef en vertaalde een aantal boeken en recenseert publicaties
over de oudheid in de kranten De Standaard en De Morgen.
Toon Van Houdt is als classicus en cultuurhistoricus verbonden aan de KU Leuven, waar
hij onder meer receptiegeschiedenis van de Grieks-Romeinse oudheid doceert. Hij publiceert
geregeld voor een breed publiek in de tijdschriften Kleio en Streven.









