Hoe was ’t op school jongen? Pedagogische praktijken in het middelbaar onderwijs in Limburg 1878-1970
€ 29,00
Het hoeft geen betoog dat het middelbaar onderwijs binnen
onze samenleving een centrale plaats inneemt. Het vormt een
fundamentele pijler van onze opvoeding, het legt de basis voor
wat we later gaan studeren, hoe we in de maatschappij gaan
functioneren, welke plaats we innemen. Iedereen onderkent het
belang ervan en ons onderwijssysteem kan globaal ook rekenen
op een algemene appreciatie. Toch is slechts een beperkt aantal
historiografische publicaties hieraan gewijd en de aandacht voor
de dagelijkse schoolpraktijk ontbreekt haast volledig.
Dit boek wil die leemte opvullen door te focussen op een specifiek opvoedingsproject in het Limburgs katholiek en rijksonderwijs in de periode van 1878 tot 1970. Dit project had een indringende impact op de mensen die er deel van uitmaakten; in de eerste plaats de leerlingen zelf, maar ook hun ouders, de schooldirecties, de leerkrachten en het dienstpersoneel. Het boek onderzoekt aan de hand van praktijkvoorbeelden de manier waarop gezocht werd naar een nieuwe invulling van wat goed onderwijs betekende. Daarmee wordt niet enkel een beeld van het toenmalige onderwijs geschetst, ook de bredere impact ervan op de samenleving komt aan bod, omdat de maatschappelijke context als het ware een spiegelbeeld vormde van de manier waarop het onderwijs zich in die periode ontwikkelde.
Paul Janssenswillen promoveerde in de moderne geschiedenis aan de KU Leuven. Hij doceert geschiedenis aan de Lerarenopleiding van de Katholieke Hogeschool Kempen in Geel en aan de Universiteit Antwerpen.
Dit boek wil die leemte opvullen door te focussen op een specifiek opvoedingsproject in het Limburgs katholiek en rijksonderwijs in de periode van 1878 tot 1970. Dit project had een indringende impact op de mensen die er deel van uitmaakten; in de eerste plaats de leerlingen zelf, maar ook hun ouders, de schooldirecties, de leerkrachten en het dienstpersoneel. Het boek onderzoekt aan de hand van praktijkvoorbeelden de manier waarop gezocht werd naar een nieuwe invulling van wat goed onderwijs betekende. Daarmee wordt niet enkel een beeld van het toenmalige onderwijs geschetst, ook de bredere impact ervan op de samenleving komt aan bod, omdat de maatschappelijke context als het ware een spiegelbeeld vormde van de manier waarop het onderwijs zich in die periode ontwikkelde.
Paul Janssenswillen promoveerde in de moderne geschiedenis aan de KU Leuven. Hij doceert geschiedenis aan de Lerarenopleiding van de Katholieke Hogeschool Kempen in Geel en aan de Universiteit Antwerpen.
Hoe was ’t op school jongen? Pedagogische praktijken in het middelbaar onderwijs in Limburg 1878-1970
€ 29,00
Het hoeft geen betoog dat het middelbaar onderwijs binnen
onze samenleving een centrale plaats inneemt. Het vormt een
fundamentele pijler van onze opvoeding, het legt de basis voor
wat we later gaan studeren, hoe we in de maatschappij gaan
functioneren, welke plaats we innemen. Iedereen onderkent het
belang ervan en ons onderwijssysteem kan globaal ook rekenen
op een algemene appreciatie. Toch is slechts een beperkt aantal
historiografische publicaties hieraan gewijd en de aandacht voor
de dagelijkse schoolpraktijk ontbreekt haast volledig.
Dit boek wil die leemte opvullen door te focussen op een specifiek opvoedingsproject in het Limburgs katholiek en rijksonderwijs in de periode van 1878 tot 1970. Dit project had een indringende impact op de mensen die er deel van uitmaakten; in de eerste plaats de leerlingen zelf, maar ook hun ouders, de schooldirecties, de leerkrachten en het dienstpersoneel. Het boek onderzoekt aan de hand van praktijkvoorbeelden de manier waarop gezocht werd naar een nieuwe invulling van wat goed onderwijs betekende. Daarmee wordt niet enkel een beeld van het toenmalige onderwijs geschetst, ook de bredere impact ervan op de samenleving komt aan bod, omdat de maatschappelijke context als het ware een spiegelbeeld vormde van de manier waarop het onderwijs zich in die periode ontwikkelde.
Paul Janssenswillen promoveerde in de moderne geschiedenis aan de KU Leuven. Hij doceert geschiedenis aan de Lerarenopleiding van de Katholieke Hogeschool Kempen in Geel en aan de Universiteit Antwerpen.
Dit boek wil die leemte opvullen door te focussen op een specifiek opvoedingsproject in het Limburgs katholiek en rijksonderwijs in de periode van 1878 tot 1970. Dit project had een indringende impact op de mensen die er deel van uitmaakten; in de eerste plaats de leerlingen zelf, maar ook hun ouders, de schooldirecties, de leerkrachten en het dienstpersoneel. Het boek onderzoekt aan de hand van praktijkvoorbeelden de manier waarop gezocht werd naar een nieuwe invulling van wat goed onderwijs betekende. Daarmee wordt niet enkel een beeld van het toenmalige onderwijs geschetst, ook de bredere impact ervan op de samenleving komt aan bod, omdat de maatschappelijke context als het ware een spiegelbeeld vormde van de manier waarop het onderwijs zich in die periode ontwikkelde.
Paul Janssenswillen promoveerde in de moderne geschiedenis aan de KU Leuven. Hij doceert geschiedenis aan de Lerarenopleiding van de Katholieke Hogeschool Kempen in Geel en aan de Universiteit Antwerpen.
