Ouder worden op het Vlaamse platteland. Over wonen,zorg en ruimtelijk ordenen in dunbevolkte gebieden
Dit boek neemt twee casegebieden onder de loep: de rurale Westhoek en de meer verstedelijkte, maar nog steeds landelijke Kempen. Het zet een ruimtelijk model op poten en geeft beleidsaanbevelingen mee.
Ouder worden op het Vlaamse platteland. Over wonen,zorg en ruimtelijk ordenen in dunbevolkte gebieden
Dit boek neemt twee casegebieden onder de loep: de rurale Westhoek en de meer verstedelijkte, maar nog steeds landelijke Kempen. Het zet een ruimtelijk model op poten en geeft beleidsaanbevelingen mee.
Wonen in Vlaanderen anno 2013. De bevindingen uit het Grote Woononderzoek 2013 gebundeld
Tijdens het Grote Woononderzoek 2013 werden inVlaanderen 10.000 gezinnen uitgebreid geïnterviewdover o.a. hun uitgaven voor wonen, de wijze van financiering,woonwensen en woongeschiedenis. Bovendienwerden 5.000 woningen ook grondig gescreend volgenseen methodiek gebaseerd op de kwaliteitsnormenvan de Vlaamse overheid. Dit boek bundelt de voornaamsteresultaten van het Grote Woononderzoek enplaatst deze binnen de ruimere context en historiek vande woningmarkt.
Tot de meest opvallende resultaten hoort de vaststellingdat naar schatting 1 miljoen Vlaamse woningentekortkomingen vertoont waardoor ze bij een conformiteitsonderzoekwellicht niet zouden voldoen aande Vlaamse normen. Nieuw is ook dat na een decennialangetoename van het aandeel eigenaars onderde Vlaamse bevolking dit aandeel nu afneemt. Verderbevestigen de resultaten de gekende en toenemendebetaalbaarheidsproblemen op de private huurmarkt.Dit boek is onmisbare lectuur voor wie zich een objectiefbeeld wenst te vormen van de Vlaamse woningmarktanno 2013. Voor de overheid bieden de resultatenvan het onderzoek een hulp om het beleid beter terichten op de voornaamste problemen.
Wonen in Vlaanderen anno 2013. De bevindingen uit het Grote Woononderzoek 2013 gebundeld
Tijdens het Grote Woononderzoek 2013 werden inVlaanderen 10.000 gezinnen uitgebreid geïnterviewdover o.a. hun uitgaven voor wonen, de wijze van financiering,woonwensen en woongeschiedenis. Bovendienwerden 5.000 woningen ook grondig gescreend volgenseen methodiek gebaseerd op de kwaliteitsnormenvan de Vlaamse overheid. Dit boek bundelt de voornaamsteresultaten van het Grote Woononderzoek enplaatst deze binnen de ruimere context en historiek vande woningmarkt.
Tot de meest opvallende resultaten hoort de vaststellingdat naar schatting 1 miljoen Vlaamse woningentekortkomingen vertoont waardoor ze bij een conformiteitsonderzoekwellicht niet zouden voldoen aande Vlaamse normen. Nieuw is ook dat na een decennialangetoename van het aandeel eigenaars onderde Vlaamse bevolking dit aandeel nu afneemt. Verderbevestigen de resultaten de gekende en toenemendebetaalbaarheidsproblemen op de private huurmarkt.Dit boek is onmisbare lectuur voor wie zich een objectiefbeeld wenst te vormen van de Vlaamse woningmarktanno 2013. Voor de overheid bieden de resultatenvan het onderzoek een hulp om het beleid beter terichten op de voornaamste problemen.
De moeilijke oversteek. Wonen na verblijf in gevangenis, bijzondere jeugdzorg of psychiatrie
Om allerlei redenen komen sommige mensen terecht in een residentiële voorzieningof een ‘instelling’. Er zijn residentiële voorzieningen die voor mensen zorgendie daartoe zelf niet in staat zijn, zoals instellingen voor jongeren en psychiatrischeinrichtingen, en voorzieningen die veeleer gericht zijn op de bescherming van degemeenschap, zoals gevangenissen. De diversiteit aan residentiële voorzieningen isdus groot. De laatste decennia heeft zich bovendien een proces van vermaatschappelijkingvan de zorg doorgezet. Het model van een residentiële voorziening wordtdaarbij meer en meer verlaten ten voordele van een zorgmodel dat het zelfstandigwonen centraal stelt.
De oversteek naar een zelfstandige woonsituatie loopt echter niet altijd van een leiendakje. Hoewel de meeste residentiële voorzieningen een duidelijk vooruitzicht biedennaar een leven buiten de muren, blijkt het zelfstandig wonen voor vele instellingverlatersgeen evidentie.
De zoektocht naar een degelijke en betaalbare woning voor mensen die een instellingverlaten, staat centraal in dit boek. Hoe bereikbaar is de woningmarkt voor hen?Welke begeleidingspraktijken bestaan er om ze op een zelfstandige woonsituatie voorte bereiden? En welke institutionele belemmeringen zijn er? Door casestudies hebbende auteurs het zoek- en begeleidingsproces van drie groepen in beeld gebracht:jongeren die de bijzondere jeugdzorg verlaten, gedetineerden die in vrijheid gesteldworden en psychiatrische patiënten die uit een instelling ontslagen worden.
De moeilijke oversteek. Wonen na verblijf in gevangenis, bijzondere jeugdzorg of psychiatrie
Om allerlei redenen komen sommige mensen terecht in een residentiële voorzieningof een ‘instelling’. Er zijn residentiële voorzieningen die voor mensen zorgendie daartoe zelf niet in staat zijn, zoals instellingen voor jongeren en psychiatrischeinrichtingen, en voorzieningen die veeleer gericht zijn op de bescherming van degemeenschap, zoals gevangenissen. De diversiteit aan residentiële voorzieningen isdus groot. De laatste decennia heeft zich bovendien een proces van vermaatschappelijkingvan de zorg doorgezet. Het model van een residentiële voorziening wordtdaarbij meer en meer verlaten ten voordele van een zorgmodel dat het zelfstandigwonen centraal stelt.
De oversteek naar een zelfstandige woonsituatie loopt echter niet altijd van een leiendakje. Hoewel de meeste residentiële voorzieningen een duidelijk vooruitzicht biedennaar een leven buiten de muren, blijkt het zelfstandig wonen voor vele instellingverlatersgeen evidentie.
De zoektocht naar een degelijke en betaalbare woning voor mensen die een instellingverlaten, staat centraal in dit boek. Hoe bereikbaar is de woningmarkt voor hen?Welke begeleidingspraktijken bestaan er om ze op een zelfstandige woonsituatie voorte bereiden? En welke institutionele belemmeringen zijn er? Door casestudies hebbende auteurs het zoek- en begeleidingsproces van drie groepen in beeld gebracht:jongeren die de bijzondere jeugdzorg verlaten, gedetineerden die in vrijheid gesteldworden en psychiatrische patiënten die uit een instelling ontslagen worden.
Eigen woning: geldmachine of pensioensparen?
Geld in stenen steken of laten? Of er wat anders mee doen?
De afgelopen decennia zijn de woningprijzen in zowat alle westerselanden blijven stijgen tot in de VS, Spanje, Ierland en ookNederland de euforie plots omslaat in een zware depressie. Hoewelook doemdenken er welig tiert, blijft België vooralsnog hiervangespaard. De waarde van de woningen neemt er nog steedstoe.
Dit boek presenteert het resultaat van diverse onderzoeken diehet afgelopen decennium in opdracht van de Europese Commissiepeilden naar zekerheden en onzekerheden die met het verwervenvan een eigen woning gepaard gaan. Er werd onderzocht hoegezinnen hun woning financieren, maar ook of ze bereid zijn omhet in de woning opgehoopte vermogen aan te spreken voor consumptiedoeleinden,zoals reizen, of om bij voorbeeld de studiesvan kinderen te betalen.
En meer nog is nagegaan in welke mategezinnen dat vermogen willen gebruiken om hun inkomen napensionering bij te spijkeren. Naar alle verwachting is er nauwelijksruimte om de pensioenen welvaartsvast te houden. De zorgkostendreigen de pan uit te swingen en lijken voor de sociale zekerheidonbetaalbaar te worden, zodat de eigen woning meer enmeer als een volwaardige pensioenpijler wordt beschouwd. Maarzijn huishoudens geneigd om het vermogen dat in hun huis zit, tegebruiken om hun latere zorgkosten te betalen? En wat betekentdat voor de vererving van hun woning?
Eigen woning: geldmachine of pensioensparen?
Geld in stenen steken of laten? Of er wat anders mee doen?
De afgelopen decennia zijn de woningprijzen in zowat alle westerselanden blijven stijgen tot in de VS, Spanje, Ierland en ookNederland de euforie plots omslaat in een zware depressie. Hoewelook doemdenken er welig tiert, blijft België vooralsnog hiervangespaard. De waarde van de woningen neemt er nog steedstoe.
Dit boek presenteert het resultaat van diverse onderzoeken diehet afgelopen decennium in opdracht van de Europese Commissiepeilden naar zekerheden en onzekerheden die met het verwervenvan een eigen woning gepaard gaan. Er werd onderzocht hoegezinnen hun woning financieren, maar ook of ze bereid zijn omhet in de woning opgehoopte vermogen aan te spreken voor consumptiedoeleinden,zoals reizen, of om bij voorbeeld de studiesvan kinderen te betalen.
En meer nog is nagegaan in welke mategezinnen dat vermogen willen gebruiken om hun inkomen napensionering bij te spijkeren. Naar alle verwachting is er nauwelijksruimte om de pensioenen welvaartsvast te houden. De zorgkostendreigen de pan uit te swingen en lijken voor de sociale zekerheidonbetaalbaar te worden, zodat de eigen woning meer enmeer als een volwaardige pensioenpijler wordt beschouwd. Maarzijn huishoudens geneigd om het vermogen dat in hun huis zit, tegebruiken om hun latere zorgkosten te betalen? En wat betekentdat voor de vererving van hun woning?


Ruimte voor wonen. Trends en uitdagingen
Deze publicatie gaat in op uitdagingen inzake wonen waarmee Vlaanderen in de toekomst geconfronteerd zal worden. Ze is het resultaat van een grondig onderzoek en bevat een uitgebreide inventarisatie van relevante trends met een inschatting van wat die inhouden voor de komende ruimtevraag en ruimtebeslag. De tekst groepeert een aantal basiskaarten en -gegevens en is een brainstorm voor een verdere uitwisseling van ideeën op lange termijn. De auteurs focussen op de ruimtelijke spreiding, de vorm en het voorkomen van wonen en aan het wonen verwante voorzieningen als onderdeel van de nederzettingsstructuur. Ze brengen het dagelijkse wonen in beeld om de besproken trends een concreet gezicht te geven. Daarnaast komen een aantal woningbouwprojecten aan bod die in recente publicaties rond architectuur, stadsontwikkeling of wonen geroemd worden om hun ontwerpkwaliteiten, hun duurzaamheid of om de manier waarop ze innovatief inspelen op wijzigende trends in het wonen. Als best practices kunnen ze mee het debat over de toekomstige ruimte voor wonen voeden.
Pascal De Decker is socioloog en ruimtelijk planner, en als onderzoeksleider verbonden aan de Hogeschool Gent, Departement Toegepaste Ingenieurswetenschappen. Hij is als docent ook verbonden aan de Hogeschool WenK, Departement Sint-Lucas Gent/Brussel.
Michael Ryckewaert is architect en onderzoeker in het Steunpunt Ruimte & Wonen en het Departement Architectuur van de K.U.Leuven.
Brecht Vandekerckhove is geograaf en stedenbouwkundige. Hij is vennoot van SUM Research, waar hij verantwoordelijk is voor sociaal en ruimtelijk onderzoek.
Ann Pisman is onderzoekster aan de Universiteit Gent, Afdeling Mobiliteit en Ruimtelijke Planning en aan de Artesis Hogeschool in Antwerpen.
Frank Vastmans is wetenschappelijk medewerker bij het Departement Economie van de K.U.Leuven.
Marie Le Roy is geografe en verbonden aan SUM Research waar zij sociaal en ruimtelijk onderzoek verricht.
Alle auteurs zijn verbonden aan het Steunpunt Ruimte en Wonen.
Ruimte voor wonen. Trends en uitdagingen
Deze publicatie gaat in op uitdagingen inzake wonen waarmee Vlaanderen in de toekomst geconfronteerd zal worden. Ze is het resultaat van een grondig onderzoek en bevat een uitgebreide inventarisatie van relevante trends met een inschatting van wat die inhouden voor de komende ruimtevraag en ruimtebeslag. De tekst groepeert een aantal basiskaarten en -gegevens en is een brainstorm voor een verdere uitwisseling van ideeën op lange termijn. De auteurs focussen op de ruimtelijke spreiding, de vorm en het voorkomen van wonen en aan het wonen verwante voorzieningen als onderdeel van de nederzettingsstructuur. Ze brengen het dagelijkse wonen in beeld om de besproken trends een concreet gezicht te geven. Daarnaast komen een aantal woningbouwprojecten aan bod die in recente publicaties rond architectuur, stadsontwikkeling of wonen geroemd worden om hun ontwerpkwaliteiten, hun duurzaamheid of om de manier waarop ze innovatief inspelen op wijzigende trends in het wonen. Als best practices kunnen ze mee het debat over de toekomstige ruimte voor wonen voeden.
Pascal De Decker is socioloog en ruimtelijk planner, en als onderzoeksleider verbonden aan de Hogeschool Gent, Departement Toegepaste Ingenieurswetenschappen. Hij is als docent ook verbonden aan de Hogeschool WenK, Departement Sint-Lucas Gent/Brussel.
Michael Ryckewaert is architect en onderzoeker in het Steunpunt Ruimte & Wonen en het Departement Architectuur van de K.U.Leuven.
Brecht Vandekerckhove is geograaf en stedenbouwkundige. Hij is vennoot van SUM Research, waar hij verantwoordelijk is voor sociaal en ruimtelijk onderzoek.
Ann Pisman is onderzoekster aan de Universiteit Gent, Afdeling Mobiliteit en Ruimtelijke Planning en aan de Artesis Hogeschool in Antwerpen.
Frank Vastmans is wetenschappelijk medewerker bij het Departement Economie van de K.U.Leuven.
Marie Le Roy is geografe en verbonden aan SUM Research waar zij sociaal en ruimtelijk onderzoek verricht.
Alle auteurs zijn verbonden aan het Steunpunt Ruimte en Wonen.
