Marjoke Rietveld-van Wingerden
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Kind in gevaar: reden tot uithuisplaatsing? De vereniging Tot Steun als zorgverlener in een veranderende wereld van de kinderbescherming en jeugdzorg 1886-1998

 41,10

De kinderbescherming begon officieel in 1905. Kinderen die daarin belandden,kwamen doorgaans terecht in een ‘gesticht’ of pleeggezin. Uithuisplaatsing wastot ver in de twintigste eeuw heel gewoon. De laatste twintig jaar komen daaroverde verhalen los. Vele ervan zijn gekleurd door mishandeling en misbruik.Hoe heeft dat kunnen gebeuren? Dit is een vraag naar het functioneren van dekinderbescherming in de praktijk. Wat gebeurde er met een kind als dit was aangemeld?Hoe zorgvuldig ging men daarbij te werk? Hoe was de controle op pleeggezinnenen tehuizen? Konden kinderen met hun klachten ergens terecht en klaagdenze wel?

Dergelijke vragen zijn te beantwoorden door onderzoek van voogdijverenigingen.Die waren immers verantwoordelijk voor de zorg nadat een rechter uitspraak hadgedaan. Een van die verenigingen was Tot Steun voor Verwaarloosden en Gevallenen,opgericht in 1886. Uniek archiefmateriaal, zoals pupillendossiers en verslagenvan vergaderingen over pupillen, geven een inkijk in de wijze waarop beslissingenover kinderen werden genomen en hoe met hun vragen en problemen werd omgegaan.

Quick View

Kind in gevaar: reden tot uithuisplaatsing? De vereniging Tot Steun als zorgverlener in een veranderende wereld van de kinderbescherming en jeugdzorg 1886-1998

 41,10

De kinderbescherming begon officieel in 1905. Kinderen die daarin belandden,kwamen doorgaans terecht in een ‘gesticht’ of pleeggezin. Uithuisplaatsing wastot ver in de twintigste eeuw heel gewoon. De laatste twintig jaar komen daaroverde verhalen los. Vele ervan zijn gekleurd door mishandeling en misbruik.Hoe heeft dat kunnen gebeuren? Dit is een vraag naar het functioneren van dekinderbescherming in de praktijk. Wat gebeurde er met een kind als dit was aangemeld?Hoe zorgvuldig ging men daarbij te werk? Hoe was de controle op pleeggezinnenen tehuizen? Konden kinderen met hun klachten ergens terecht en klaagdenze wel?

Dergelijke vragen zijn te beantwoorden door onderzoek van voogdijverenigingen.Die waren immers verantwoordelijk voor de zorg nadat een rechter uitspraak hadgedaan. Een van die verenigingen was Tot Steun voor Verwaarloosden en Gevallenen,opgericht in 1886. Uniek archiefmateriaal, zoals pupillendossiers en verslagenvan vergaderingen over pupillen, geven een inkijk in de wijze waarop beslissingenover kinderen werden genomen en hoe met hun vragen en problemen werd omgegaan.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Van woordblindheid tot dyslexie. De geschiedenis van leesproblemen in het Nederlandse onderwijs (O&A-Reeks, nr. 9)

 40,10

Dyslexie of woordblindheid is al vanaf het einde van de negentiende eeuw bekend.Toch duurde het meer dan tachtig jaar voor het onderwijs er iets meeging doen. Dit boek onderzoekt waarom het zo lang heeft moeten duren.Dyslectische kinderen die voor 1990 de lagere school bezochten, kwamen vaakniet ver. Hogere opleidingen waren voor hen meestal onbereikbaar en wie wel zover kwam, moest beschikken over een forse dosis doorzettingsvermogen en eenbehoorlijke intelligentie.

Dat er zoveel onbekendheid was over dyslexie of woordblindheid betekende nietdat het onderwijs niets deed. Lezen vormde er sinds 1945 een speerpunt. DeLOM-school ontstond waar vele kinderen met ernstige leesproblemen zich thuisen geholpen voelden. Remedial teachers kwamen de scholen binnen. Nadat dewetenschap het onderzoek naar dyslexie ter hand nam en wetenschappers, belangenverenigingenen overheid gingen samenwerken, ontstond vanaf 2000 beleidom dyslectische kinderen op te sporen en te behandelen.

Quick View

Van woordblindheid tot dyslexie. De geschiedenis van leesproblemen in het Nederlandse onderwijs (O&A-Reeks, nr. 9)

 40,10

Dyslexie of woordblindheid is al vanaf het einde van de negentiende eeuw bekend.Toch duurde het meer dan tachtig jaar voor het onderwijs er iets meeging doen. Dit boek onderzoekt waarom het zo lang heeft moeten duren.Dyslectische kinderen die voor 1990 de lagere school bezochten, kwamen vaakniet ver. Hogere opleidingen waren voor hen meestal onbereikbaar en wie wel zover kwam, moest beschikken over een forse dosis doorzettingsvermogen en eenbehoorlijke intelligentie.

Dat er zoveel onbekendheid was over dyslexie of woordblindheid betekende nietdat het onderwijs niets deed. Lezen vormde er sinds 1945 een speerpunt. DeLOM-school ontstond waar vele kinderen met ernstige leesproblemen zich thuisen geholpen voelden. Remedial teachers kwamen de scholen binnen. Nadat dewetenschap het onderzoek naar dyslexie ter hand nam en wetenschappers, belangenverenigingenen overheid gingen samenwerken, ontstond vanaf 2000 beleidom dyslectische kinderen op te sporen en te behandelen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen