Prenups
Mensen die willen gaan samenleven of trouwen realiseren zich over het algemeen onvoldoende dat het belangrijk is om met elkaar een goede huwelijksovereenkomst te sluiten. Voor hen is het van groot belang dat zij in samenspraak met een legal mediator (advocaat of notaris) tot goede en evenwichtige afspraken komen op basis van hun wederzijdse belangen. De inhoud moet passen bij ieder van de beide partners en voor hen gezamenlijk een uitstekende start van hun huwelijk of samenwoning betekenen.
Als een samenlevingsovereenkomst of een akte van huwelijkse voorwaarden via de weg van Prenups wordt gesloten, dan weten mensen die gaan samenleven of trouwen waar zij aan toe zijn. De mediator bespreekt met de partners wat hun verwachting is van hun huwelijk of samenleven. Hij of zij wijst de partners op de belangrijke aspecten die moeten worden geregeld en helpt de partners daarover inhoudelijk met elkaar van gedachten te wisselen. Op die wijze ontstaat duidelijkheid en worden confl icten tijdens en na het samenleven of huwelijk voorkomen. Die aanpak vergroot de kans dat mensen het samen wél redden. Het resultaat is een huwelijksovereenkomst die elke keer geheel is toegesneden op het huwelijk of de samenwoning van de specifi eke partners.
In dit boek behandelen Nederlandse specialisten de juridische, fiscale, zakelijke en menselijke aspecten van deze ‘prenuptial agreements’, kort gezegd: Prenups.
Dr. mr. F. Schonewille is partner in Schonewille & Schonewille Legal Mediation te Amsterdam, legal mediator, certifi ed IMI Mediation Advocate en als arbiter verbonden aan de familiekamer van het NAI. Schonewille is voorts docent en onderzoeker op het terrein van mediation en recht, erfrecht en relatievermogensrecht, secretaris van de Stichting Prenups en redactielid van het Tijdschri voor Confl icthantering.
Mr. dr. L.H.M. Zonnenberg is advocaat-scheidingsmediator bij BANNING N.V. te ’s-Hertogenbosch, raadsheer-plaatsvervanger in de Gerechtshoven Amsterdam en Den Haag, vFAS- en MfN-mediator, NAI-arbiter, docent voor en auteur bij diverse cursusinstellingen, redactielid van EB en RFR en voorzi er van de Stichting Prenups.
Prenups
Mensen die willen gaan samenleven of trouwen realiseren zich over het algemeen onvoldoende dat het belangrijk is om met elkaar een goede huwelijksovereenkomst te sluiten. Voor hen is het van groot belang dat zij in samenspraak met een legal mediator (advocaat of notaris) tot goede en evenwichtige afspraken komen op basis van hun wederzijdse belangen. De inhoud moet passen bij ieder van de beide partners en voor hen gezamenlijk een uitstekende start van hun huwelijk of samenwoning betekenen.
Als een samenlevingsovereenkomst of een akte van huwelijkse voorwaarden via de weg van Prenups wordt gesloten, dan weten mensen die gaan samenleven of trouwen waar zij aan toe zijn. De mediator bespreekt met de partners wat hun verwachting is van hun huwelijk of samenleven. Hij of zij wijst de partners op de belangrijke aspecten die moeten worden geregeld en helpt de partners daarover inhoudelijk met elkaar van gedachten te wisselen. Op die wijze ontstaat duidelijkheid en worden confl icten tijdens en na het samenleven of huwelijk voorkomen. Die aanpak vergroot de kans dat mensen het samen wél redden. Het resultaat is een huwelijksovereenkomst die elke keer geheel is toegesneden op het huwelijk of de samenwoning van de specifi eke partners.
In dit boek behandelen Nederlandse specialisten de juridische, fiscale, zakelijke en menselijke aspecten van deze ‘prenuptial agreements’, kort gezegd: Prenups.
Dr. mr. F. Schonewille is partner in Schonewille & Schonewille Legal Mediation te Amsterdam, legal mediator, certifi ed IMI Mediation Advocate en als arbiter verbonden aan de familiekamer van het NAI. Schonewille is voorts docent en onderzoeker op het terrein van mediation en recht, erfrecht en relatievermogensrecht, secretaris van de Stichting Prenups en redactielid van het Tijdschri voor Confl icthantering.
Mr. dr. L.H.M. Zonnenberg is advocaat-scheidingsmediator bij BANNING N.V. te ’s-Hertogenbosch, raadsheer-plaatsvervanger in de Gerechtshoven Amsterdam en Den Haag, vFAS- en MfN-mediator, NAI-arbiter, docent voor en auteur bij diverse cursusinstellingen, redactielid van EB en RFR en voorzi er van de Stichting Prenups.
Partijautonomie in het relatievermogensrecht (E.M. Meijers-reeks)
De reden hiervoor is met name dat het huwelijk in deze periode aan een voortdurende relativering onderhevig is geweest en het huwelijksvermogensrecht is geliberaliseerd. Deze relativering hangt samen met het hoge en nog steeds stijgende aantal echtscheidingen en met het toenemende aantal paren dat permanent kiest voor de‘nieuwe burgerlijke staat’ die het ongehuwd samenwonen is geworden. De sterke groei van het ongehuwd samenwonen heeft tot op heden echter niet geresulteerd in wetgeving. Wel wordt met regelmaat over de noodzaak daartoe gedebatteerd.
Contractvrijheid speelt een belangrijke rol in het relatievermogensrecht maar dit rechtsbeginsel heeft in de literatuur merkwaardig genoeg maar weinig aandacht gekregen. Nader beschouwd moet contractvrijheid worden gezien als een samenstellend onderdeel van partijautonomie waarbinnen het rechtsbeginsel solidariteit tegenwicht biedt. Dit onderzoek beschrijft hoe partijautonomie kan worden begrepen in het huwelijksvermogens- en echtscheidingsrecht. Als rode draad wordt daarbij de vraag gesteld of het aanstaande echtgenoten geheel vrij staat om het door hen verkozen Ehetyp vorm te geven in hun huwelijkse voorwaarden. Hiertoe wordt tevens een moderne visie op huwelijkse voorwaarden geformuleerd.
Een andere belangrijke vraag is welke status contractvrijheid en solidariteit hebben bij de uitleg door de Hoge Raad van huwelijkse voorwaarden in echtscheidingszaken. In dit verband wordt de nieuwe ontwikkeling in de Duitse jurisprudentie over de wijze van beoordeling van huwelijkse voorwaarden beschreven en vervolgens vertaald naar de Nederlandse context, met het oogmerk de rechter een goed bruikbaar instrument aan te reiken dat recht doet aan eisen van rechtvaardigheid en rechtszekerheid. Om een volledig beeld te verwerven is ook een hoofdstuk gewijd aan de contractvrijheid van ouders met gezamenlijk gezag over een minderjarig kind, waarbij het ouderschapsplan centraal staat.
Na een korte analyse van enkele recente wetsvoorstellen op het terrein van het huwelijksvermogens- en echtscheidingsrecht vanuit het perspectief van partijautonomie, sluit de auteur af met een proeve van een concreet wetsvoorstel voor de invoering van het civiel partnerschap. Dit eigentijdse relatievermogensrecht zou het klassieke huwelijksvermogensrecht vervangen en staat ook open voor ongehuwde en niet-geregistreerde samenwonende partners.
Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. De studie werd verricht in het kader van het facultaire onderzoeksprogramma Coherent Privaatrecht.
Partijautonomie in het relatievermogensrecht (E.M. Meijers-reeks)
De reden hiervoor is met name dat het huwelijk in deze periode aan een voortdurende relativering onderhevig is geweest en het huwelijksvermogensrecht is geliberaliseerd. Deze relativering hangt samen met het hoge en nog steeds stijgende aantal echtscheidingen en met het toenemende aantal paren dat permanent kiest voor de‘nieuwe burgerlijke staat’ die het ongehuwd samenwonen is geworden. De sterke groei van het ongehuwd samenwonen heeft tot op heden echter niet geresulteerd in wetgeving. Wel wordt met regelmaat over de noodzaak daartoe gedebatteerd.
Contractvrijheid speelt een belangrijke rol in het relatievermogensrecht maar dit rechtsbeginsel heeft in de literatuur merkwaardig genoeg maar weinig aandacht gekregen. Nader beschouwd moet contractvrijheid worden gezien als een samenstellend onderdeel van partijautonomie waarbinnen het rechtsbeginsel solidariteit tegenwicht biedt. Dit onderzoek beschrijft hoe partijautonomie kan worden begrepen in het huwelijksvermogens- en echtscheidingsrecht. Als rode draad wordt daarbij de vraag gesteld of het aanstaande echtgenoten geheel vrij staat om het door hen verkozen Ehetyp vorm te geven in hun huwelijkse voorwaarden. Hiertoe wordt tevens een moderne visie op huwelijkse voorwaarden geformuleerd.
Een andere belangrijke vraag is welke status contractvrijheid en solidariteit hebben bij de uitleg door de Hoge Raad van huwelijkse voorwaarden in echtscheidingszaken. In dit verband wordt de nieuwe ontwikkeling in de Duitse jurisprudentie over de wijze van beoordeling van huwelijkse voorwaarden beschreven en vervolgens vertaald naar de Nederlandse context, met het oogmerk de rechter een goed bruikbaar instrument aan te reiken dat recht doet aan eisen van rechtvaardigheid en rechtszekerheid. Om een volledig beeld te verwerven is ook een hoofdstuk gewijd aan de contractvrijheid van ouders met gezamenlijk gezag over een minderjarig kind, waarbij het ouderschapsplan centraal staat.
Na een korte analyse van enkele recente wetsvoorstellen op het terrein van het huwelijksvermogens- en echtscheidingsrecht vanuit het perspectief van partijautonomie, sluit de auteur af met een proeve van een concreet wetsvoorstel voor de invoering van het civiel partnerschap. Dit eigentijdse relatievermogensrecht zou het klassieke huwelijksvermogensrecht vervangen en staat ook open voor ongehuwde en niet-geregistreerde samenwonende partners.
Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. De studie werd verricht in het kader van het facultaire onderzoeksprogramma Coherent Privaatrecht.
De implementatie van de Europese Mediationrichtlijn: kans voor de Nederlandse wetgever?
Het boek is samengesteld n.a.v. het symposium over de implementatie van de Europese Richtlijn, dat georganiseerd werd door de Universiteit Utrecht binnen het kader van het Utrecht Mediation and Negotiation Programm, in samenwerking met het Ministerie van Justitie en het Nederlands Mediation Instituut.
De centrale vraag die voorligt is of de implementatie van de richtlijn aangegrepen moet worden om in Nederland te komen tot een wet die mediation op hoofdlijnen regelt, naar het voorbeeld van de Belgische wet. Een dergelijke kaderwet lijkt noodzakelijk voor het reguleren van een autonome positie van mediation in het Nederlandse rechtsbestel en zou de professie van de mediator beschermen en daarmee een einde maken aan een zekere wildgroei op dit terrein. Tijdens het symposium werd in het bijzonder aandacht geschonken aan de thema’s kwaliteitsborging en het verschoningsrecht.
Het boek sluit af met de integrale tekst van de Richtlijn alsmede de tekst van de Belgische Bemiddelingswet.
De implementatie van de Europese Mediationrichtlijn: kans voor de Nederlandse wetgever?
Het boek is samengesteld n.a.v. het symposium over de implementatie van de Europese Richtlijn, dat georganiseerd werd door de Universiteit Utrecht binnen het kader van het Utrecht Mediation and Negotiation Programm, in samenwerking met het Ministerie van Justitie en het Nederlands Mediation Instituut.
De centrale vraag die voorligt is of de implementatie van de richtlijn aangegrepen moet worden om in Nederland te komen tot een wet die mediation op hoofdlijnen regelt, naar het voorbeeld van de Belgische wet. Een dergelijke kaderwet lijkt noodzakelijk voor het reguleren van een autonome positie van mediation in het Nederlandse rechtsbestel en zou de professie van de mediator beschermen en daarmee een einde maken aan een zekere wildgroei op dit terrein. Tijdens het symposium werd in het bijzonder aandacht geschonken aan de thema’s kwaliteitsborging en het verschoningsrecht.
Het boek sluit af met de integrale tekst van de Richtlijn alsmede de tekst van de Belgische Bemiddelingswet.