Geschiedenis van de geboorteregeling en familieplanning (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg, nr. 18)
Vandaag is er sprake van medicalisering en zelfs overmedicalisering van de geboortezorg; wat houdt dit juist in? En hoe ging het er in het verleden aan toe? Ging men in andere tijden naar het ziekenhuis voor dezelfde redenen als vandaag? Wat is eigenlijk de positie en het belang van ziekenhuizen bij zwangerschap en geboorte? Welke kennis en praktijken vinden we terug rond de geboorte van kinderen? Wat wist de vroedvrouw? En vanaf wanneer in de geschiedenis had de vrouw overlevingskansen bij een keizersnede? Welke technieken bestaan en bestonden er inzake anticonceptiemethoden, en vanaf wanneer begon men deze te gebruiken? En hoe zit het met de abortuscijfers in België en in de wereld? En wat met borstvoeding in het verleden? Deze en vele andere vragen worden beantwoord in dit cahier. Zeven verschillende auteurs buigen zich hier over interessante vragen aangaande de geschiedenis van de geboorteregeling en gezinsplanning.
Annemie Leemans is kunstcriticus en professor Beeldende kunst aan de Universiteit van Antwerpen. Tijdens haar doctoraat in vroegmoderne praktische kennis bestudeerde ze medische receptboeken. Eén van de centrale kunstenaars in haar werk is Leonardo da Vinci, wiens anatomische tekeningen wereldbekend zijn. Ze is redactiecoördinator van de cahierreeks Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg.
Cornelis van Tilburg is classicus aan de Universiteit Leiden, waar hij werkzaam is als onderzoeker bij Griekse en Latijnse Talen en Culturen. Naast zijn onderzoek naar verkeerscirculatie en stadshygiëne in de Grieks-Romeinse wereld is hij eindredacteur van de cahierreeks Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg.
Geschiedenis van de geboorteregeling en familieplanning (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg, nr. 18)
Vandaag is er sprake van medicalisering en zelfs overmedicalisering van de geboortezorg; wat houdt dit juist in? En hoe ging het er in het verleden aan toe? Ging men in andere tijden naar het ziekenhuis voor dezelfde redenen als vandaag? Wat is eigenlijk de positie en het belang van ziekenhuizen bij zwangerschap en geboorte? Welke kennis en praktijken vinden we terug rond de geboorte van kinderen? Wat wist de vroedvrouw? En vanaf wanneer in de geschiedenis had de vrouw overlevingskansen bij een keizersnede? Welke technieken bestaan en bestonden er inzake anticonceptiemethoden, en vanaf wanneer begon men deze te gebruiken? En hoe zit het met de abortuscijfers in België en in de wereld? En wat met borstvoeding in het verleden? Deze en vele andere vragen worden beantwoord in dit cahier. Zeven verschillende auteurs buigen zich hier over interessante vragen aangaande de geschiedenis van de geboorteregeling en gezinsplanning.
Annemie Leemans is kunstcriticus en professor Beeldende kunst aan de Universiteit van Antwerpen. Tijdens haar doctoraat in vroegmoderne praktische kennis bestudeerde ze medische receptboeken. Eén van de centrale kunstenaars in haar werk is Leonardo da Vinci, wiens anatomische tekeningen wereldbekend zijn. Ze is redactiecoördinator van de cahierreeks Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg.
Cornelis van Tilburg is classicus aan de Universiteit Leiden, waar hij werkzaam is als onderzoeker bij Griekse en Latijnse Talen en Culturen. Naast zijn onderzoek naar verkeerscirculatie en stadshygiëne in de Grieks-Romeinse wereld is hij eindredacteur van de cahierreeks Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg.
Epidemieën, hun impact en hun bestrijding. – Een historisch overzicht met actualiteitswaarde (Cahiers GGG, Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg nr. 15)
Toch is dit niet de eerste pandemie die de wereld getroffen heeft, verre van dat. Sinds de ‘pest’ van Athene, 2500 jaar geleden – de eerste epidemie die schriftelijk is vastgelegd – is de wereld regelmatig opgeschrikt door weer nieuwe ziekten en epidemieën, meestal afkomstig van elders, die soms hele continenten konden treffen. Vaak werd daarbij een nog groter deel van de bevolking getroffen dan in onze huidige pandemie. Desastreus was de ‘Zwarte Dood’, de beruchte pestepidemie die Europa rond het midden van de veertiende eeuw trof; soms stierf het grootste deel van de bevolking in een gebied uit. De indianen werden veel meer getroffen door mazelen dan Spaanse zwaarden; de Europeanen op hun beurt – zij het op kleinere schaal – door syfilis. Ruim honderd jaar geleden veroorzaakte de Spaanse Griep (die overigens niet in Spanje is begonnen) meer slachtoffers dan de Eerste Wereldoorlog.
In dit boek komen deze epidemieën aan bod. Vanuit verschillende gezichtspunten worden ze besproken: de symptomen, de aanvankelijke machteloosheid, de maatregelen van de regeringen, het uiteindelijke succes van de geneeskunde en de nasleep.
We weten nu dat niet Apollo, Asklepios of God maar virussen verantwoordelijk zijn voor deze pandemie, maar het heeft eeuwen geduurd voordat we dit inzicht hadden. Tegenwoordig lijkt de COVID-19-pandemie op zijn retour: de cijfers dalen en maatregelen worden versoepeld, maar de belangrijkste reden is dat er steeds meer mensen gevaccineerd zijn. Vaccinatie is een uitvinding die dateert uit het eind van de achttiende eeuw en werd vanaf 1800 met succes overal toegepast. Ook nu.
Cornelis van Tilburg is classicus aan de Universiteit Leiden, waar hij werkzaam is als onderzoeker bij Griekse en Latijnse Talen en Culturen. Naast zijn onderzoek naar verkeerscirculatie en stadshygiëne in de Grieks-Romeinse wereld is hij eindredacteur van de cahierreeks Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg.
Vincent Van Roy is historicus. Hij specialiseerde zich tijdens zijn doctoraatsonderzoek in de medische geschiedenis, meer specifiek de circulatiemechanismen van medische kennis doorheen de vroegmoderne periode. Hij is redactiecoördinator van de cahierreeks Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg en actief medewerker in het Antwerpse Museum Lambotte.
Epidemieën, hun impact en hun bestrijding. – Een historisch overzicht met actualiteitswaarde (Cahiers GGG, Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg nr. 15)
Toch is dit niet de eerste pandemie die de wereld getroffen heeft, verre van dat. Sinds de ‘pest’ van Athene, 2500 jaar geleden – de eerste epidemie die schriftelijk is vastgelegd – is de wereld regelmatig opgeschrikt door weer nieuwe ziekten en epidemieën, meestal afkomstig van elders, die soms hele continenten konden treffen. Vaak werd daarbij een nog groter deel van de bevolking getroffen dan in onze huidige pandemie. Desastreus was de ‘Zwarte Dood’, de beruchte pestepidemie die Europa rond het midden van de veertiende eeuw trof; soms stierf het grootste deel van de bevolking in een gebied uit. De indianen werden veel meer getroffen door mazelen dan Spaanse zwaarden; de Europeanen op hun beurt – zij het op kleinere schaal – door syfilis. Ruim honderd jaar geleden veroorzaakte de Spaanse Griep (die overigens niet in Spanje is begonnen) meer slachtoffers dan de Eerste Wereldoorlog.
In dit boek komen deze epidemieën aan bod. Vanuit verschillende gezichtspunten worden ze besproken: de symptomen, de aanvankelijke machteloosheid, de maatregelen van de regeringen, het uiteindelijke succes van de geneeskunde en de nasleep.
We weten nu dat niet Apollo, Asklepios of God maar virussen verantwoordelijk zijn voor deze pandemie, maar het heeft eeuwen geduurd voordat we dit inzicht hadden. Tegenwoordig lijkt de COVID-19-pandemie op zijn retour: de cijfers dalen en maatregelen worden versoepeld, maar de belangrijkste reden is dat er steeds meer mensen gevaccineerd zijn. Vaccinatie is een uitvinding die dateert uit het eind van de achttiende eeuw en werd vanaf 1800 met succes overal toegepast. Ook nu.
Cornelis van Tilburg is classicus aan de Universiteit Leiden, waar hij werkzaam is als onderzoeker bij Griekse en Latijnse Talen en Culturen. Naast zijn onderzoek naar verkeerscirculatie en stadshygiëne in de Grieks-Romeinse wereld is hij eindredacteur van de cahierreeks Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg.
Vincent Van Roy is historicus. Hij specialiseerde zich tijdens zijn doctoraatsonderzoek in de medische geschiedenis, meer specifiek de circulatiemechanismen van medische kennis doorheen de vroegmoderne periode. Hij is redactiecoördinator van de cahierreeks Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg en actief medewerker in het Antwerpse Museum Lambotte.
De eerste professoren van de Gentse faculteit (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 13)
Het tijdvak waarin deze vier hoogleraren hun onderwijs verstrekten was bijzonder: de lessen werden in het Latijn gegeven, in die tijd de universitaire lingua franca, die niet alleen studenten van andere contreien diende aan te trekken, doch ook de ‘taal van de geleerden’ was, die door de nieuwe rector dan ook als uiterst belangrijk werd aanzien. Daarnaast werd deze periode gekenmerkt door grote wijzigingen in het medisch denken, dat van een filosofisch-rationeel patroon met romantisch-vitalistische trekjes progressief overging in een experimenteel denkkader. Hoe de eerste Gentse professoren daarmee omgingen komt in dit boek tot uiting. Daarenboven leefden deze vier medische roergangers in een tijd van politieke onrust en omwentelingen. Hun biografieën worden dan ook gekaderd in de overgang van het Ancien Régime naar de Nieuwste Tijd.
Bijzonder aan dit Cahier zijn de Nederlandse vertalingen van een reeks Latijnse teksten, die enerzijds door deze hoogleraren, anderzijds door één van de eerste studenten, te weten Jozef-Lieven Boddaert, werden geschreven. Het boek wordt daardoor niet alleen een boeiend verhaal van onze medische voorouders, doch ook een tot op heden onuitgegeven bron van informatie over het geneeskundig denken van de vroege negentiende eeuw.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
De auteurs behoren allen tot de medische alumni van de Gentse universiteit en hebben reeds verscheidene publicaties op medisch-historisch gebied verwezenlijkt.
De eerste professoren van de Gentse faculteit (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 13)
Het tijdvak waarin deze vier hoogleraren hun onderwijs verstrekten was bijzonder: de lessen werden in het Latijn gegeven, in die tijd de universitaire lingua franca, die niet alleen studenten van andere contreien diende aan te trekken, doch ook de ‘taal van de geleerden’ was, die door de nieuwe rector dan ook als uiterst belangrijk werd aanzien. Daarnaast werd deze periode gekenmerkt door grote wijzigingen in het medisch denken, dat van een filosofisch-rationeel patroon met romantisch-vitalistische trekjes progressief overging in een experimenteel denkkader. Hoe de eerste Gentse professoren daarmee omgingen komt in dit boek tot uiting. Daarenboven leefden deze vier medische roergangers in een tijd van politieke onrust en omwentelingen. Hun biografieën worden dan ook gekaderd in de overgang van het Ancien Régime naar de Nieuwste Tijd.
Bijzonder aan dit Cahier zijn de Nederlandse vertalingen van een reeks Latijnse teksten, die enerzijds door deze hoogleraren, anderzijds door één van de eerste studenten, te weten Jozef-Lieven Boddaert, werden geschreven. Het boek wordt daardoor niet alleen een boeiend verhaal van onze medische voorouders, doch ook een tot op heden onuitgegeven bron van informatie over het geneeskundig denken van de vroege negentiende eeuw.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
De auteurs behoren allen tot de medische alumni van de Gentse universiteit en hebben reeds verscheidene publicaties op medisch-historisch gebied verwezenlijkt.
Rembert Dodoens. Een zestiende-eeuwse kruidenwetenschapper, zijn tijd- en vakgenoten en zijn betekenis. (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 7)
Rembert Dodoens (Mechelen, 1517/18 – Leiden, 1585) is erg belangrijk
figuur in de wetenschapsgeschiedenis van de Nederlanden. Hij wordt vooral
geassocieerd met de botanica en zijn legendarische ‘Cruijdeboeck’. Hieraan
besteedt deze publicatie de nodige aandacht, maar ze wil ook verder kijken.
Zo staat ze ook stil bij de inbreng van Dodoens op het medische domein. Vele
van de door hem beschreven kruiden werden immers geïmplementeerd in
de medische wetenschap en sommige beschreven exotische en endemische
kruiden en plantenextracten worden vandaag nog altijd gebruikt. Er is
meteen ook een duidelijke link naar de farmaceutische wetenschappen.
Reeds in de zestiende eeuw werden de inzichten van Dodoens toegepast
bij de vervaardiging van verscheidene doelgerichte en baanbrekende
geneesmiddelen.
Dit innovatieve boek werpt een heldere blik op de ontelbare verwezenlijkingen
van deze wereldbefaamde Mechelse wetenschapper. De wetenschappelijke
erfenis van Dodoens kan nauwelijks overschat worden.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
Rembert Dodoens. Een zestiende-eeuwse kruidenwetenschapper, zijn tijd- en vakgenoten en zijn betekenis. (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 7)
Rembert Dodoens (Mechelen, 1517/18 – Leiden, 1585) is erg belangrijk
figuur in de wetenschapsgeschiedenis van de Nederlanden. Hij wordt vooral
geassocieerd met de botanica en zijn legendarische ‘Cruijdeboeck’. Hieraan
besteedt deze publicatie de nodige aandacht, maar ze wil ook verder kijken.
Zo staat ze ook stil bij de inbreng van Dodoens op het medische domein. Vele
van de door hem beschreven kruiden werden immers geïmplementeerd in
de medische wetenschap en sommige beschreven exotische en endemische
kruiden en plantenextracten worden vandaag nog altijd gebruikt. Er is
meteen ook een duidelijke link naar de farmaceutische wetenschappen.
Reeds in de zestiende eeuw werden de inzichten van Dodoens toegepast
bij de vervaardiging van verscheidene doelgerichte en baanbrekende
geneesmiddelen.
Dit innovatieve boek werpt een heldere blik op de ontelbare verwezenlijkingen
van deze wereldbefaamde Mechelse wetenschapper. De wetenschappelijke
erfenis van Dodoens kan nauwelijks overschat worden.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
De medische renaissance anders bekeken (1400-1600) (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 5)
De ‘renaissance’ is een grote culturele beweging die ontstond in Italië in de veertiende en vijftiende eeuw. Zeker de aankomende zestiende eeuw gold als de ultieme eeuw van de ‘wedergeboorte’. Terwijl de term veelal met betrekking tot het artistieke milieu wordt gehanteerd, spreekt men in de evolutie van het denken en de geesteswetenschappen ook vaak van het parallelle ‘humanisme’. Het collectieve denken verschoof meer naar de kracht van het individu, het paradigma van het ‘godsbeeld’ zou plaatsmaken voor het ‘mensbeeld’, dat een universeel karakter moest uitstralen. De hierbij geformuleerde denkbeelden worden in dit cahier enigszins bijgesteld om de lezer zo tot nieuwe inzichten te bewegen.
De medische renaissance anders bekeken (1400-1600) kenmerkt zich door een steeds wederkerend spanningsveld tussen continuïteit en een soort van discontinuïteitsdenken. Als het ware een tweeopdeling. Enerzijds prescriptieve kennis, die vaak letterlijk werd overgeleverd en niet-zelden klakkeloos werd overgenomen. Anderzijds de propositionele kennis, die voortborduurde op nieuwe ideeën en kennis, niet-zelden ontleend uit empirie en een eerste aanzet tot wetenschappelijk experiment. Beide tendensen konden naast elkaar bestaan, maar raakten vaak in elkaar vervlochten. Deze these lijkt aannemelijker te zijn dan een strikte dichotomie op het spanningsveld te blijven verdedigen.
Aan de hand van de hier geformuleerde, onderbouwde hypothesen kan de lezer zijn eigen conclusies trekken. Afhankelijk van zijn achtergrond en intentie kunnen ze nogal uiteenlopend zijn. Dit lijkt ons echter veeleer een troef dan een ‘handicap’, temeer omdat op die manier het debat in de cultuur- en medische geschiedenis levendig blijft.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
Dit boek bevat bijdragen van:
Dr. Maurits Biesbrouck,
Prof. em. dr. Ivo De Leeuw,
Prof. dr. Inge Fourneau,
Guy Gilias,
Dr. Theodoor Goddeeris,
Dr. Hans L. Houtzager,
Prof. em. dr. Omer Steeno,
Prof. em. dr. Raphael M.E. Suy,
Dr. Cornelis van Tilburg,
Aagje Van Cauwelaert en
Dr. Vincent Van Roy
De redactie was in handen van:
Prof. dr. Ivo De Leeuw, emeritus aan de universiteit Antwerpen, bekleedde verscheidene
wetenschappelijke functies op het gebied van de geneeskunde in onder
andere België, de VS en Groot-Brittannië. Hij is topgespecialiseerd in de medische
geschiedenis van grote Italiaanse families uit de renaissance. Hij publiceerde verschillende
artikelen en boeken.
Dr. Cornelis van Tilburg, classicus, is verbonden
aan de Universiteit Leiden. Hij publiceerde onder meer over verkeer en stadshygiëne
in het Romeinse Rijk en is eindredacteur van de cahierreeks Geschiedenis van
de Geneeskunde en Gezondheidszorg.
Dr. Vincent Van Roy, historicus, specialiseert
zich in allerlei medisch-historische onderwerpen, geschiedenis van lichaam
en geest en hospitaalgeschiedenis. In die hoedanigheid fungeert hij ook als secretaris
van de vereniging Hospitium en is hij redactiecoördinator van de cahierreeks
Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg.
De medische renaissance anders bekeken (1400-1600) (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 5)
De ‘renaissance’ is een grote culturele beweging die ontstond in Italië in de veertiende en vijftiende eeuw. Zeker de aankomende zestiende eeuw gold als de ultieme eeuw van de ‘wedergeboorte’. Terwijl de term veelal met betrekking tot het artistieke milieu wordt gehanteerd, spreekt men in de evolutie van het denken en de geesteswetenschappen ook vaak van het parallelle ‘humanisme’. Het collectieve denken verschoof meer naar de kracht van het individu, het paradigma van het ‘godsbeeld’ zou plaatsmaken voor het ‘mensbeeld’, dat een universeel karakter moest uitstralen. De hierbij geformuleerde denkbeelden worden in dit cahier enigszins bijgesteld om de lezer zo tot nieuwe inzichten te bewegen.
De medische renaissance anders bekeken (1400-1600) kenmerkt zich door een steeds wederkerend spanningsveld tussen continuïteit en een soort van discontinuïteitsdenken. Als het ware een tweeopdeling. Enerzijds prescriptieve kennis, die vaak letterlijk werd overgeleverd en niet-zelden klakkeloos werd overgenomen. Anderzijds de propositionele kennis, die voortborduurde op nieuwe ideeën en kennis, niet-zelden ontleend uit empirie en een eerste aanzet tot wetenschappelijk experiment. Beide tendensen konden naast elkaar bestaan, maar raakten vaak in elkaar vervlochten. Deze these lijkt aannemelijker te zijn dan een strikte dichotomie op het spanningsveld te blijven verdedigen.
Aan de hand van de hier geformuleerde, onderbouwde hypothesen kan de lezer zijn eigen conclusies trekken. Afhankelijk van zijn achtergrond en intentie kunnen ze nogal uiteenlopend zijn. Dit lijkt ons echter veeleer een troef dan een ‘handicap’, temeer omdat op die manier het debat in de cultuur- en medische geschiedenis levendig blijft.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
Dit boek bevat bijdragen van:
Dr. Maurits Biesbrouck,
Prof. em. dr. Ivo De Leeuw,
Prof. dr. Inge Fourneau,
Guy Gilias,
Dr. Theodoor Goddeeris,
Dr. Hans L. Houtzager,
Prof. em. dr. Omer Steeno,
Prof. em. dr. Raphael M.E. Suy,
Dr. Cornelis van Tilburg,
Aagje Van Cauwelaert en
Dr. Vincent Van Roy
De redactie was in handen van:
Prof. dr. Ivo De Leeuw, emeritus aan de universiteit Antwerpen, bekleedde verscheidene
wetenschappelijke functies op het gebied van de geneeskunde in onder
andere België, de VS en Groot-Brittannië. Hij is topgespecialiseerd in de medische
geschiedenis van grote Italiaanse families uit de renaissance. Hij publiceerde verschillende
artikelen en boeken.
Dr. Cornelis van Tilburg, classicus, is verbonden
aan de Universiteit Leiden. Hij publiceerde onder meer over verkeer en stadshygiëne
in het Romeinse Rijk en is eindredacteur van de cahierreeks Geschiedenis van
de Geneeskunde en Gezondheidszorg.
Dr. Vincent Van Roy, historicus, specialiseert
zich in allerlei medisch-historische onderwerpen, geschiedenis van lichaam
en geest en hospitaalgeschiedenis. In die hoedanigheid fungeert hij ook als secretaris
van de vereniging Hospitium en is hij redactiecoördinator van de cahierreeks
Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg.
Heel-meesters (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 2)
Dit deel uit de reeks Cahiers Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg is gewijd aan grote figuren en belangwekkende ontwikkelingen uit de geneeskundige zorg. Het overspant de vijf eeuwen van de medische geschiedenis.
Het cahier bundelt bijdragen over grote medici, onder anderen Andreas Vesalius, Jan Palfijn, Guillaume Dupuytren, Aladar Petz, Aron Izak Kropveld, Antoine Louis, Nicolas-Philippe Ledru en John Gibbon. Maar het handelt evenzeer over aandoeneingen bij Italiaanse hertogen en pausen, over de bezenuving van de baarmoeder of over de ziekte van Addison bij John F. Kennedy.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
Bob Van Hee studeerde geneeskunde van 1960 tot 1967 aan de Universiteit Gent en werd chirurg in Breda en Nijmegen.
Daarna was hij hoofddocent Chirurgie en Geschiedenis der Geneeskunde aan de Universiteit Antwerpen.
Hij is redacteur van Geschiedenis der Geneeskunde, journal of Medical Biography en Studium.
Cornelis van Tilburg, classicus, is verbonden aan de Universiteit Leiden.
Hij publiceerde onder meer over verkeer in het Romeinse Rijk.
Hij is eindredacteur van Cahiers Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg.
Heel-meesters (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 2)
Dit deel uit de reeks Cahiers Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg is gewijd aan grote figuren en belangwekkende ontwikkelingen uit de geneeskundige zorg. Het overspant de vijf eeuwen van de medische geschiedenis.
Het cahier bundelt bijdragen over grote medici, onder anderen Andreas Vesalius, Jan Palfijn, Guillaume Dupuytren, Aladar Petz, Aron Izak Kropveld, Antoine Louis, Nicolas-Philippe Ledru en John Gibbon. Maar het handelt evenzeer over aandoeneingen bij Italiaanse hertogen en pausen, over de bezenuving van de baarmoeder of over de ziekte van Addison bij John F. Kennedy.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
Bob Van Hee studeerde geneeskunde van 1960 tot 1967 aan de Universiteit Gent en werd chirurg in Breda en Nijmegen.
Daarna was hij hoofddocent Chirurgie en Geschiedenis der Geneeskunde aan de Universiteit Antwerpen.
Hij is redacteur van Geschiedenis der Geneeskunde, journal of Medical Biography en Studium.
Cornelis van Tilburg, classicus, is verbonden aan de Universiteit Leiden.
Hij publiceerde onder meer over verkeer in het Romeinse Rijk.
Hij is eindredacteur van Cahiers Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg.
Helpen en niet schaden. Uit de geschiedenis van verpleegkunde en medische zorg. (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 1)
Dit themacahier bundelt verhalen over invloedrijke personen, gebeurtenissen, thema’s of ontwikkelingen uit de geschiedenis van verpleegkunde dan wel medische zorg in Nederland en België. Deels zijn de teksten door de vaste redactie van Geschiedenis der Geneeskunde en Gezondheidszorg vergaard, deels zijn ze op verzoek van gastredacteur Cecile aan de Stegge speciaal voor dit cahier geschreven. Door de bloemlezing wordt kostbare kennis over verpleegkunde en verpleegkundigen geboekstaafd, bewaard en doorgegeven.
Thema’s die aan de orde komen, zijn: het optreden van
verpleegkundigen in tijden van oorlog, mannelijke verpleegkundigen en de
opbouw van de Nederlandse ambulancehulpverlening, de ontwikkeling op
het gebied van de verpleegkundige opleidingen, kwaliteitsbeleid in relatie tot
de verpleegkunde en ziekenhuispsychiatrie vanuit het perspectief van verpleegkundigen.
Het boek bevat ook een relaas over de eeuwenlange spanning
tussen de ideeën die artsen koesteren over verpleegkunde versus de
handelingen die emanciperende verpleegkundigen in werkelijkheid stellen.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
Gastredacteur Cecile aan de Stegge, psychiatrisch verpleegkundige, filosofe
en gepromoveerd in de geschiedenis, is docent-onderzoeker bij het Lectoraat
Innoveren in de Ouderenzorg aan de Christelijke Hogeschool Windesheim
te Zwolle. Ook is zij voorzitter van de Stichting Historisch Verpleegkundig
Bezit in Amersfoort.
Cornelis van Tilburg, classicus, is verbonden aan de
Universiteit Leiden. Hij publiceerde onder meer over verkeer in het Romeinse
Rijk en bereidt een proefschrift voor over stadshygiëne en infrastructuur in
de Grieks-Romeinse wereld. Hij is redactielid van Cahiers Geschiedenis van
de Geneeskunde en Gezondheidszorg.
Helpen en niet schaden. Uit de geschiedenis van verpleegkunde en medische zorg. (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 1)
Dit themacahier bundelt verhalen over invloedrijke personen, gebeurtenissen, thema’s of ontwikkelingen uit de geschiedenis van verpleegkunde dan wel medische zorg in Nederland en België. Deels zijn de teksten door de vaste redactie van Geschiedenis der Geneeskunde en Gezondheidszorg vergaard, deels zijn ze op verzoek van gastredacteur Cecile aan de Stegge speciaal voor dit cahier geschreven. Door de bloemlezing wordt kostbare kennis over verpleegkunde en verpleegkundigen geboekstaafd, bewaard en doorgegeven.
Thema’s die aan de orde komen, zijn: het optreden van
verpleegkundigen in tijden van oorlog, mannelijke verpleegkundigen en de
opbouw van de Nederlandse ambulancehulpverlening, de ontwikkeling op
het gebied van de verpleegkundige opleidingen, kwaliteitsbeleid in relatie tot
de verpleegkunde en ziekenhuispsychiatrie vanuit het perspectief van verpleegkundigen.
Het boek bevat ook een relaas over de eeuwenlange spanning
tussen de ideeën die artsen koesteren over verpleegkunde versus de
handelingen die emanciperende verpleegkundigen in werkelijkheid stellen.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
Gastredacteur Cecile aan de Stegge, psychiatrisch verpleegkundige, filosofe
en gepromoveerd in de geschiedenis, is docent-onderzoeker bij het Lectoraat
Innoveren in de Ouderenzorg aan de Christelijke Hogeschool Windesheim
te Zwolle. Ook is zij voorzitter van de Stichting Historisch Verpleegkundig
Bezit in Amersfoort.
Cornelis van Tilburg, classicus, is verbonden aan de
Universiteit Leiden. Hij publiceerde onder meer over verkeer in het Romeinse
Rijk en bereidt een proefschrift voor over stadshygiëne en infrastructuur in
de Grieks-Romeinse wereld. Hij is redactielid van Cahiers Geschiedenis van
de Geneeskunde en Gezondheidszorg.
