Van 50 naar 100 arbeidsongevallen. Relatie tussen wet- en regelgeving en Safety-II – Deel 2
€ 39,00
Het bespreken van arbeidsongevallen is relevant. We zien door deze ongevallen dat de oorzaken verschillend zijn en dikwijls banaal. Achteraf kunnen we makkelijk zeggen: “hadden we maar ons gezond verstand gebruikt”. Maar vooraf deze banale voorvallen aanzien als oorzaak van een ernstig ongeval is quasi onmogelijk. Velen denken dit, vooral de rechtbanken en de inspectiediensten. Maar in realiteit is deze ‘achteraf beoordeling’ eerder flauw en gebaseerd op een premisse om koste wat kost ‘een schuldige te vinden’. En dat is problematisch, omdat bij vele ongevallen er gewoon geen schuldige is, maar gewoon een samenloop van omstandigheden. Koste wat kost een schuldige vinden is ongewenst. En het vinden van een schuldige op basis van vage wet- en regelgeving is te makkelijk. En vage en onduidelijke wetgeving is er wel degelijk. Ik geef enkele voorbeelden: ‘voldoende wetgeving’, ‘geschikte risicobeoordelingen’ of ‘je moet de nodige voorzorg aannemen’. Dit zijn toch vage bepalingen. Ik noem het ‘stokken om mee te slaan’. Je hebt altijd wel een argument om mee te slaan, zeker na een ernstig ongeval.
Het steeds willen zoeken naar een schuldige of een aansprakelijke na een arbeidsongeval is gewoon onzinnig. Maar het is maatschappelijk gezien ook contraproductief. Contraproductief wil zeggen dat het steeds willen zoeken van een schuldige meer negatieve maatschappelijke gevolgen veroorzaakt dan positieve. Deze negatieve gevolgen zijn een verzwijgen, een geslotenheid, een wantrouwen en vooral een overdreven aandacht voor aantoonbaarheid, bureaucratie en compliance – ik noem het papieren veiligheid – die op zich het veilig en gezond werken op de arbeidsplaats negatief beïnvloeden.
Ik ben een grote tegenstander van ‘straffen na ongeval’ of ‘straffen na regelinbreuk’ omdat de negatieve gevolgen van een repressieve aanpak vele malen groter zijn dan de voordelen die dit oplevert. Het belemmert een openheid in je organisatie, creëert angst en stress en ook de psychologische veiligheid komt in het gedrang. Maar het is gemakkelijk om ‘tegen iets te zijn’. Het is moeilijker om positief te kijken naar gezond en veilig werken. En toch, ondanks de verstikkende veiligheidsbureaucratie gebaseerd op verouderde principes van het scientific management, ben ik voor. Ik ben voor een nieuwe aanpak van Safety-II. Op een positieve manier kijken naar wat goed gaat. Uitgaan van de werknemer als de oplossing van veiligheidsproblemen in plaats van het probleem, daar ga ik voor. En Safety-II kan niet op een eenvoudigere manier worden uitgelegd dan aan de hand van ongevallen. Daardoor kan dit nieuwe boek samengevat worden in drie punten:
- Een positieve manier om naar veiligheid te kijken;
- Via ongevallen spelenderwijs een beter zicht krijgen op de wet- en regelgeving;
- Via het bespreken van ongevallen een beter zicht krijgen op wat Safety-II nu juist is en wat Safety-II nu juist niet is.
Het steeds willen zoeken naar een schuldige of een aansprakelijke na een arbeidsongeval is gewoon onzinnig. Maar het is maatschappelijk gezien ook contraproductief. Contraproductief wil zeggen dat het steeds willen zoeken van een schuldige meer negatieve maatschappelijke gevolgen veroorzaakt dan positieve. Deze negatieve gevolgen zijn een verzwijgen, een geslotenheid, een wantrouwen en vooral een overdreven aandacht voor aantoonbaarheid, bureaucratie en compliance – ik noem het papieren veiligheid – die op zich het veilig en gezond werken op de arbeidsplaats negatief beïnvloeden.
Ik ben een grote tegenstander van ‘straffen na ongeval’ of ‘straffen na regelinbreuk’ omdat de negatieve gevolgen van een repressieve aanpak vele malen groter zijn dan de voordelen die dit oplevert. Het belemmert een openheid in je organisatie, creëert angst en stress en ook de psychologische veiligheid komt in het gedrang. Maar het is gemakkelijk om ‘tegen iets te zijn’. Het is moeilijker om positief te kijken naar gezond en veilig werken. En toch, ondanks de verstikkende veiligheidsbureaucratie gebaseerd op verouderde principes van het scientific management, ben ik voor. Ik ben voor een nieuwe aanpak van Safety-II. Op een positieve manier kijken naar wat goed gaat. Uitgaan van de werknemer als de oplossing van veiligheidsproblemen in plaats van het probleem, daar ga ik voor. En Safety-II kan niet op een eenvoudigere manier worden uitgelegd dan aan de hand van ongevallen. Daardoor kan dit nieuwe boek samengevat worden in drie punten:
- Een positieve manier om naar veiligheid te kijken;
- Via ongevallen spelenderwijs een beter zicht krijgen op de wet- en regelgeving;
- Via het bespreken van ongevallen een beter zicht krijgen op wat Safety-II nu juist is en wat Safety-II nu juist niet is.
Van 50 naar 100 arbeidsongevallen. Relatie tussen wet- en regelgeving en Safety-II – Deel 2
€ 39,00
Het bespreken van arbeidsongevallen is relevant. We zien door deze ongevallen dat de oorzaken verschillend zijn en dikwijls banaal. Achteraf kunnen we makkelijk zeggen: “hadden we maar ons gezond verstand gebruikt”. Maar vooraf deze banale voorvallen aanzien als oorzaak van een ernstig ongeval is quasi onmogelijk. Velen denken dit, vooral de rechtbanken en de inspectiediensten. Maar in realiteit is deze ‘achteraf beoordeling’ eerder flauw en gebaseerd op een premisse om koste wat kost ‘een schuldige te vinden’. En dat is problematisch, omdat bij vele ongevallen er gewoon geen schuldige is, maar gewoon een samenloop van omstandigheden. Koste wat kost een schuldige vinden is ongewenst. En het vinden van een schuldige op basis van vage wet- en regelgeving is te makkelijk. En vage en onduidelijke wetgeving is er wel degelijk. Ik geef enkele voorbeelden: ‘voldoende wetgeving’, ‘geschikte risicobeoordelingen’ of ‘je moet de nodige voorzorg aannemen’. Dit zijn toch vage bepalingen. Ik noem het ‘stokken om mee te slaan’. Je hebt altijd wel een argument om mee te slaan, zeker na een ernstig ongeval.
Het steeds willen zoeken naar een schuldige of een aansprakelijke na een arbeidsongeval is gewoon onzinnig. Maar het is maatschappelijk gezien ook contraproductief. Contraproductief wil zeggen dat het steeds willen zoeken van een schuldige meer negatieve maatschappelijke gevolgen veroorzaakt dan positieve. Deze negatieve gevolgen zijn een verzwijgen, een geslotenheid, een wantrouwen en vooral een overdreven aandacht voor aantoonbaarheid, bureaucratie en compliance – ik noem het papieren veiligheid – die op zich het veilig en gezond werken op de arbeidsplaats negatief beïnvloeden.
Ik ben een grote tegenstander van ‘straffen na ongeval’ of ‘straffen na regelinbreuk’ omdat de negatieve gevolgen van een repressieve aanpak vele malen groter zijn dan de voordelen die dit oplevert. Het belemmert een openheid in je organisatie, creëert angst en stress en ook de psychologische veiligheid komt in het gedrang. Maar het is gemakkelijk om ‘tegen iets te zijn’. Het is moeilijker om positief te kijken naar gezond en veilig werken. En toch, ondanks de verstikkende veiligheidsbureaucratie gebaseerd op verouderde principes van het scientific management, ben ik voor. Ik ben voor een nieuwe aanpak van Safety-II. Op een positieve manier kijken naar wat goed gaat. Uitgaan van de werknemer als de oplossing van veiligheidsproblemen in plaats van het probleem, daar ga ik voor. En Safety-II kan niet op een eenvoudigere manier worden uitgelegd dan aan de hand van ongevallen. Daardoor kan dit nieuwe boek samengevat worden in drie punten:
- Een positieve manier om naar veiligheid te kijken;
- Via ongevallen spelenderwijs een beter zicht krijgen op de wet- en regelgeving;
- Via het bespreken van ongevallen een beter zicht krijgen op wat Safety-II nu juist is en wat Safety-II nu juist niet is.
Het steeds willen zoeken naar een schuldige of een aansprakelijke na een arbeidsongeval is gewoon onzinnig. Maar het is maatschappelijk gezien ook contraproductief. Contraproductief wil zeggen dat het steeds willen zoeken van een schuldige meer negatieve maatschappelijke gevolgen veroorzaakt dan positieve. Deze negatieve gevolgen zijn een verzwijgen, een geslotenheid, een wantrouwen en vooral een overdreven aandacht voor aantoonbaarheid, bureaucratie en compliance – ik noem het papieren veiligheid – die op zich het veilig en gezond werken op de arbeidsplaats negatief beïnvloeden.
Ik ben een grote tegenstander van ‘straffen na ongeval’ of ‘straffen na regelinbreuk’ omdat de negatieve gevolgen van een repressieve aanpak vele malen groter zijn dan de voordelen die dit oplevert. Het belemmert een openheid in je organisatie, creëert angst en stress en ook de psychologische veiligheid komt in het gedrang. Maar het is gemakkelijk om ‘tegen iets te zijn’. Het is moeilijker om positief te kijken naar gezond en veilig werken. En toch, ondanks de verstikkende veiligheidsbureaucratie gebaseerd op verouderde principes van het scientific management, ben ik voor. Ik ben voor een nieuwe aanpak van Safety-II. Op een positieve manier kijken naar wat goed gaat. Uitgaan van de werknemer als de oplossing van veiligheidsproblemen in plaats van het probleem, daar ga ik voor. En Safety-II kan niet op een eenvoudigere manier worden uitgelegd dan aan de hand van ongevallen. Daardoor kan dit nieuwe boek samengevat worden in drie punten:
- Een positieve manier om naar veiligheid te kijken;
- Via ongevallen spelenderwijs een beter zicht krijgen op de wet- en regelgeving;
- Via het bespreken van ongevallen een beter zicht krijgen op wat Safety-II nu juist is en wat Safety-II nu juist niet is.
Eén vrouw, vele gezichten
€ 21,50
Pas in 1948 mochten Belgische vrouwen gaan stemmen. Een jaar later publiceerde de Franse filosofe Simone de Beauvoir haar meesterwerk De Tweede Sekse. Ze kwam op voor de totale gelijkwaardigheid van man en vrouw. Het boek was de aanzet voor de tweede Feministische Golf, die uitgroeide tot internationale vrouwenbewegingen die streden tegen vrouwenonderdrukking, rolpatronen, stereotiepe vrouwenbeelden, opgelegde schoonheidsidealen, voor gelijk loon voor gelijk werk, seksuele bevrijding en ‘baas in eigen buik’ (recht op abortus). Na een korte stilte (+/- 1990-2010) waarbij men er gemakshalve van uitging dat vrouwen niet langer werden onderdrukt en feminisme overbodig was, bleek – helaas – maar al te duidelijk dat dit niet zo was. In deze lijn situeert zich dit boek. Eén vrouw, vele gezichten is geen eenzijdig feministisch pamflet maar een multipele insteek van vrouwenbeelden. Reeds in Genesis (Oud Testament) werd vrouwen een identiteit aangemeten en een keurslijf opgedrongen dat hun niet toebehoort. Een rijke greep uit de literatuur toont hoe vrouwen zelf daartegen in opstand kwamen en hun eigen plaats opeisten. Een fotokatern laat ons zien dat dé vrouw niet bestaat, wel vele vrouwen. Tegen deze achtergrond vertellen heel diverse vrouwen hoe zij naar vrouwen kijken of zich vrouw voelen.
Els Heyvaert (1960) is leerkracht, beeldend kunstenaar en illustrator. Els was reeds op haar 17de lid van de feministische beweging Dolle Mina Gent.
Christian Van Kerckhove (1957) is filosoof met een bijzondere interesse voor de wijsgerige antropologie.
Beiden zijn wereldreizigers.
Over hun wereldomzeiling met hun zeiljacht Agapètos schreven ze Het geluk leeft aan boord. Het ongeluk zeilt mee. (Lanasta, 2012). Over hun reizen over land publiceerden ze het boek Van de wereld. Filosofische reisimpressies van gebruiken, rituelen en sjamanisme. (Garant, 2016). In 2021 verscheen hun boek Samenleven met de dood. Hoezo? (Garant).
Els Heyvaert (1960) is leerkracht, beeldend kunstenaar en illustrator. Els was reeds op haar 17de lid van de feministische beweging Dolle Mina Gent.
Christian Van Kerckhove (1957) is filosoof met een bijzondere interesse voor de wijsgerige antropologie.
Beiden zijn wereldreizigers.
Over hun wereldomzeiling met hun zeiljacht Agapètos schreven ze Het geluk leeft aan boord. Het ongeluk zeilt mee. (Lanasta, 2012). Over hun reizen over land publiceerden ze het boek Van de wereld. Filosofische reisimpressies van gebruiken, rituelen en sjamanisme. (Garant, 2016). In 2021 verscheen hun boek Samenleven met de dood. Hoezo? (Garant).
Eén vrouw, vele gezichten
€ 21,50
Pas in 1948 mochten Belgische vrouwen gaan stemmen. Een jaar later publiceerde de Franse filosofe Simone de Beauvoir haar meesterwerk De Tweede Sekse. Ze kwam op voor de totale gelijkwaardigheid van man en vrouw. Het boek was de aanzet voor de tweede Feministische Golf, die uitgroeide tot internationale vrouwenbewegingen die streden tegen vrouwenonderdrukking, rolpatronen, stereotiepe vrouwenbeelden, opgelegde schoonheidsidealen, voor gelijk loon voor gelijk werk, seksuele bevrijding en ‘baas in eigen buik’ (recht op abortus). Na een korte stilte (+/- 1990-2010) waarbij men er gemakshalve van uitging dat vrouwen niet langer werden onderdrukt en feminisme overbodig was, bleek – helaas – maar al te duidelijk dat dit niet zo was. In deze lijn situeert zich dit boek. Eén vrouw, vele gezichten is geen eenzijdig feministisch pamflet maar een multipele insteek van vrouwenbeelden. Reeds in Genesis (Oud Testament) werd vrouwen een identiteit aangemeten en een keurslijf opgedrongen dat hun niet toebehoort. Een rijke greep uit de literatuur toont hoe vrouwen zelf daartegen in opstand kwamen en hun eigen plaats opeisten. Een fotokatern laat ons zien dat dé vrouw niet bestaat, wel vele vrouwen. Tegen deze achtergrond vertellen heel diverse vrouwen hoe zij naar vrouwen kijken of zich vrouw voelen.
Els Heyvaert (1960) is leerkracht, beeldend kunstenaar en illustrator. Els was reeds op haar 17de lid van de feministische beweging Dolle Mina Gent.
Christian Van Kerckhove (1957) is filosoof met een bijzondere interesse voor de wijsgerige antropologie.
Beiden zijn wereldreizigers.
Over hun wereldomzeiling met hun zeiljacht Agapètos schreven ze Het geluk leeft aan boord. Het ongeluk zeilt mee. (Lanasta, 2012). Over hun reizen over land publiceerden ze het boek Van de wereld. Filosofische reisimpressies van gebruiken, rituelen en sjamanisme. (Garant, 2016). In 2021 verscheen hun boek Samenleven met de dood. Hoezo? (Garant).
Els Heyvaert (1960) is leerkracht, beeldend kunstenaar en illustrator. Els was reeds op haar 17de lid van de feministische beweging Dolle Mina Gent.
Christian Van Kerckhove (1957) is filosoof met een bijzondere interesse voor de wijsgerige antropologie.
Beiden zijn wereldreizigers.
Over hun wereldomzeiling met hun zeiljacht Agapètos schreven ze Het geluk leeft aan boord. Het ongeluk zeilt mee. (Lanasta, 2012). Over hun reizen over land publiceerden ze het boek Van de wereld. Filosofische reisimpressies van gebruiken, rituelen en sjamanisme. (Garant, 2016). In 2021 verscheen hun boek Samenleven met de dood. Hoezo? (Garant).
Wupke. De wereld op zijn kop
€ 22,00
Wupke is een vrolijk uiltje met veel vriendjes. Maar wanneer zijn papa wordt opgenomen in het ziekenhuis, staat zijn wereld op zijn kop. Hij begrijpt het allemaal niet en denkt dat het zijn schuld is, dat hij iets verkeerd gedaan heeft.
Wanneer een ouder of familielid in een psychiatrisch ziekenhuis wordt opgenomen is het niet eenvoudig om aan een kind uit te leggen wat er aan de hand is. Vooral bij heel jonge kinderen is er een drempel. Met dit prentenboek heeft de auteur getracht om via illustraties een antwoord te geven op alle mogelijke vragen die kinderen zich in deze complexe situatie zouden kunnen stellen.
Elk familieverhaal is uniek en geeft de mogelijkheid om samen met het kind de antwoorden op zijn vragen te zoeken en die te vertalen naar zijn eigen leefwereld.
De tekeningen zijn bewust neutraal gemaakt, zodat het over eender wie uit het gezin of de familie kan gaan.
Het verhaal is in eerste instantie bedoeld om te gebruiken in een familiesituatie met een drugsproblematiek of een psychose, maar het kan ook in andere, moeilijke situaties die om een opname vragen, gebruikt worden. Maar ook zonder enige familieproblematiek is het gewoon een leuk voorleesboek!
Hilde Vergult heeft een diploma als Bachelor in de verpleegkunde. Ze is referentieverpleegkunde KOPP en familiewerking, en werkt al meer dan 20 jaar als psychiatrisch verpleegkundige op acute diensten. Ze ontwierp Wupke als knuffel om de band tussen het kind en het familielid te versterken/behouden, wanneer het familielid in opname is. Hilde is nu werkzaam op een afdeling voor volwassen bij wie ambulante hulp in de thuiscontext ontoereikend is. Karen Van Nuffel coacht jongeren met diverse ‘rugzakjes’ binnen onderwijs. Ze gebruikt haar achtergrond als sociaal agoge om een ingrijpend verhaal te ondersteunen met bevattelijke beelden voor de allerkleinsten.
Hilde Vergult heeft een diploma als Bachelor in de verpleegkunde. Ze is referentieverpleegkunde KOPP en familiewerking, en werkt al meer dan 20 jaar als psychiatrisch verpleegkundige op acute diensten. Ze ontwierp Wupke als knuffel om de band tussen het kind en het familielid te versterken/behouden, wanneer het familielid in opname is. Hilde is nu werkzaam op een afdeling voor volwassen bij wie ambulante hulp in de thuiscontext ontoereikend is. Karen Van Nuffel coacht jongeren met diverse ‘rugzakjes’ binnen onderwijs. Ze gebruikt haar achtergrond als sociaal agoge om een ingrijpend verhaal te ondersteunen met bevattelijke beelden voor de allerkleinsten.
Wupke. De wereld op zijn kop
€ 22,00
Wupke is een vrolijk uiltje met veel vriendjes. Maar wanneer zijn papa wordt opgenomen in het ziekenhuis, staat zijn wereld op zijn kop. Hij begrijpt het allemaal niet en denkt dat het zijn schuld is, dat hij iets verkeerd gedaan heeft.
Wanneer een ouder of familielid in een psychiatrisch ziekenhuis wordt opgenomen is het niet eenvoudig om aan een kind uit te leggen wat er aan de hand is. Vooral bij heel jonge kinderen is er een drempel. Met dit prentenboek heeft de auteur getracht om via illustraties een antwoord te geven op alle mogelijke vragen die kinderen zich in deze complexe situatie zouden kunnen stellen.
Elk familieverhaal is uniek en geeft de mogelijkheid om samen met het kind de antwoorden op zijn vragen te zoeken en die te vertalen naar zijn eigen leefwereld.
De tekeningen zijn bewust neutraal gemaakt, zodat het over eender wie uit het gezin of de familie kan gaan.
Het verhaal is in eerste instantie bedoeld om te gebruiken in een familiesituatie met een drugsproblematiek of een psychose, maar het kan ook in andere, moeilijke situaties die om een opname vragen, gebruikt worden. Maar ook zonder enige familieproblematiek is het gewoon een leuk voorleesboek!
Hilde Vergult heeft een diploma als Bachelor in de verpleegkunde. Ze is referentieverpleegkunde KOPP en familiewerking, en werkt al meer dan 20 jaar als psychiatrisch verpleegkundige op acute diensten. Ze ontwierp Wupke als knuffel om de band tussen het kind en het familielid te versterken/behouden, wanneer het familielid in opname is. Hilde is nu werkzaam op een afdeling voor volwassen bij wie ambulante hulp in de thuiscontext ontoereikend is. Karen Van Nuffel coacht jongeren met diverse ‘rugzakjes’ binnen onderwijs. Ze gebruikt haar achtergrond als sociaal agoge om een ingrijpend verhaal te ondersteunen met bevattelijke beelden voor de allerkleinsten.
Hilde Vergult heeft een diploma als Bachelor in de verpleegkunde. Ze is referentieverpleegkunde KOPP en familiewerking, en werkt al meer dan 20 jaar als psychiatrisch verpleegkundige op acute diensten. Ze ontwierp Wupke als knuffel om de band tussen het kind en het familielid te versterken/behouden, wanneer het familielid in opname is. Hilde is nu werkzaam op een afdeling voor volwassen bij wie ambulante hulp in de thuiscontext ontoereikend is. Karen Van Nuffel coacht jongeren met diverse ‘rugzakjes’ binnen onderwijs. Ze gebruikt haar achtergrond als sociaal agoge om een ingrijpend verhaal te ondersteunen met bevattelijke beelden voor de allerkleinsten.
Berichten uit de filosofentuin. Verhalen van troost, verbeelding en verwondering
€ 19,00
Dit met foto's geïllustreerde boek is je gids naar een klein paradijs dat groeide uit grasland: de filosofentuin. Je maakt niet alleen kennis met de toenemende diversiteit van fauna en flora, maar ook met de groeiende bewustwording van de hovenier. Samen met haar verandert en verdiept zich je blik op plant, dier en mens en op de onderlinge samenhang en wederzijdse beïnvloeding. Zo wordt de filosofentuin uiteindelijk een afspiegeling van (of metafoor voor) een bewuster en rijker leven in gemeenschap.
Marie-J. (Mieke) Maerten, moeder van drie kinderen, behaalde met de masterproef ‘Levenskunst en lichamelijkheid in het late werk van Michel Foucault’ het diploma van master in de wijsbegeerte en de moraalwetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel. Sindsdien is deze levenskunst niet alleen meer studieobject maar een rode draad in haar leven en werk.
‘In deze berichten verschijnen de filosoof en de tuin als intieme vrienden, op zoek naar elkaars inzichten en wederzijds begrip.’ Jean Paul Van Bendegem
Marie-J. (Mieke) Maerten, moeder van drie kinderen, behaalde met de masterproef ‘Levenskunst en lichamelijkheid in het late werk van Michel Foucault’ het diploma van master in de wijsbegeerte en de moraalwetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel. Sindsdien is deze levenskunst niet alleen meer studieobject maar een rode draad in haar leven en werk.
‘In deze berichten verschijnen de filosoof en de tuin als intieme vrienden, op zoek naar elkaars inzichten en wederzijds begrip.’ Jean Paul Van Bendegem
Berichten uit de filosofentuin. Verhalen van troost, verbeelding en verwondering
€ 19,00
Dit met foto's geïllustreerde boek is je gids naar een klein paradijs dat groeide uit grasland: de filosofentuin. Je maakt niet alleen kennis met de toenemende diversiteit van fauna en flora, maar ook met de groeiende bewustwording van de hovenier. Samen met haar verandert en verdiept zich je blik op plant, dier en mens en op de onderlinge samenhang en wederzijdse beïnvloeding. Zo wordt de filosofentuin uiteindelijk een afspiegeling van (of metafoor voor) een bewuster en rijker leven in gemeenschap.
Marie-J. (Mieke) Maerten, moeder van drie kinderen, behaalde met de masterproef ‘Levenskunst en lichamelijkheid in het late werk van Michel Foucault’ het diploma van master in de wijsbegeerte en de moraalwetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel. Sindsdien is deze levenskunst niet alleen meer studieobject maar een rode draad in haar leven en werk.
‘In deze berichten verschijnen de filosoof en de tuin als intieme vrienden, op zoek naar elkaars inzichten en wederzijds begrip.’ Jean Paul Van Bendegem
Marie-J. (Mieke) Maerten, moeder van drie kinderen, behaalde met de masterproef ‘Levenskunst en lichamelijkheid in het late werk van Michel Foucault’ het diploma van master in de wijsbegeerte en de moraalwetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel. Sindsdien is deze levenskunst niet alleen meer studieobject maar een rode draad in haar leven en werk.
‘In deze berichten verschijnen de filosoof en de tuin als intieme vrienden, op zoek naar elkaars inzichten en wederzijds begrip.’ Jean Paul Van Bendegem
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2022 nr.6
€ 25,00
Antony Pemberton, Joke Geeraert, Ines Keygnaert, Christophe Vandeviver, Inge Jeandarme, Laura Vandenbosch, Joyce Pairoux, Luc Gijs, Kristel Beyens, Hans Grymonprez, Filip Keymeulen, Nina Muller, Xavier De Busscher, Valérie Arickx, Pia Struyf & Marlies Heirstrate
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2022 nr.6
€ 25,00
Antony Pemberton, Joke Geeraert, Ines Keygnaert, Christophe Vandeviver, Inge Jeandarme, Laura Vandenbosch, Joyce Pairoux, Luc Gijs, Kristel Beyens, Hans Grymonprez, Filip Keymeulen, Nina Muller, Xavier De Busscher, Valérie Arickx, Pia Struyf & Marlies Heirstrate
Belgisch belastingrecht in hoofdlijnen, 27ste druk, studentenuitgave
€ 75,00
Dit handboek wil aan de lezer een actueel beeld geven van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. Het is in de eerste plaats opgevat als een leidraad bij de studie van het belastingrecht, en kan ook na de studies als referentiewerk dienen.
De tekst is evenwichtig voorzien van referenties. De verwijzingen in voetnoot zijn zoveel mogelijk beperkt gehouden tot verwijzingen naar de rechtspraak, zowel naar basisarresten die de draagwijdte van de besproken rechtsregelen fundamenteel beïnvloeden als naar rechtspraak ter illustratie en ter verduidelijking van de behandelde materie. Referenties naar de doctrine worden in de regel opgenomen in de literatuurselecties die elk hoofdstuk of een onderdeel ervan voorafgaan.
In het boek wordt vrij getrouw de structuur van de verschillende fiscale wetboeken gevolgd. De bedoeling is immers om de lezer ook vertrouwd te maken met het gebruik van deze wetboeken zodat hij steeds zijn weg kan terugvinden in het snel evoluerende belastingrecht. De stof is bijgehouden tot het Belgisch Staatsblad van 1 februari 2022.
Prof. Dr. Jos J. Couturier (†) is emeritus gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen. Prof. Dr. Bruno Peeters is gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen.
De tekst is evenwichtig voorzien van referenties. De verwijzingen in voetnoot zijn zoveel mogelijk beperkt gehouden tot verwijzingen naar de rechtspraak, zowel naar basisarresten die de draagwijdte van de besproken rechtsregelen fundamenteel beïnvloeden als naar rechtspraak ter illustratie en ter verduidelijking van de behandelde materie. Referenties naar de doctrine worden in de regel opgenomen in de literatuurselecties die elk hoofdstuk of een onderdeel ervan voorafgaan.
In het boek wordt vrij getrouw de structuur van de verschillende fiscale wetboeken gevolgd. De bedoeling is immers om de lezer ook vertrouwd te maken met het gebruik van deze wetboeken zodat hij steeds zijn weg kan terugvinden in het snel evoluerende belastingrecht. De stof is bijgehouden tot het Belgisch Staatsblad van 1 februari 2022.
Prof. Dr. Jos J. Couturier (†) is emeritus gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen. Prof. Dr. Bruno Peeters is gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen.
Belgisch belastingrecht in hoofdlijnen, 27ste druk, studentenuitgave
€ 75,00
Dit handboek wil aan de lezer een actueel beeld geven van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. Het is in de eerste plaats opgevat als een leidraad bij de studie van het belastingrecht, en kan ook na de studies als referentiewerk dienen.
De tekst is evenwichtig voorzien van referenties. De verwijzingen in voetnoot zijn zoveel mogelijk beperkt gehouden tot verwijzingen naar de rechtspraak, zowel naar basisarresten die de draagwijdte van de besproken rechtsregelen fundamenteel beïnvloeden als naar rechtspraak ter illustratie en ter verduidelijking van de behandelde materie. Referenties naar de doctrine worden in de regel opgenomen in de literatuurselecties die elk hoofdstuk of een onderdeel ervan voorafgaan.
In het boek wordt vrij getrouw de structuur van de verschillende fiscale wetboeken gevolgd. De bedoeling is immers om de lezer ook vertrouwd te maken met het gebruik van deze wetboeken zodat hij steeds zijn weg kan terugvinden in het snel evoluerende belastingrecht. De stof is bijgehouden tot het Belgisch Staatsblad van 1 februari 2022.
Prof. Dr. Jos J. Couturier (†) is emeritus gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen. Prof. Dr. Bruno Peeters is gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen.
De tekst is evenwichtig voorzien van referenties. De verwijzingen in voetnoot zijn zoveel mogelijk beperkt gehouden tot verwijzingen naar de rechtspraak, zowel naar basisarresten die de draagwijdte van de besproken rechtsregelen fundamenteel beïnvloeden als naar rechtspraak ter illustratie en ter verduidelijking van de behandelde materie. Referenties naar de doctrine worden in de regel opgenomen in de literatuurselecties die elk hoofdstuk of een onderdeel ervan voorafgaan.
In het boek wordt vrij getrouw de structuur van de verschillende fiscale wetboeken gevolgd. De bedoeling is immers om de lezer ook vertrouwd te maken met het gebruik van deze wetboeken zodat hij steeds zijn weg kan terugvinden in het snel evoluerende belastingrecht. De stof is bijgehouden tot het Belgisch Staatsblad van 1 februari 2022.
Prof. Dr. Jos J. Couturier (†) is emeritus gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen. Prof. Dr. Bruno Peeters is gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen.
RIDP 93.2 (2022) – Military Justice. Contemporary challenges, history and comparison
€ 70,00
The success of military operations, the safeguarding of national interests and the discipline of the troops within the overall context of the rule of law have always presented great concerns for national armed forces. Nowadays, military justice faces several issues and criticisms. The prospect of ‘high-intensity’ warfare in Europe, battlefield robotisation, augmented soldiers, artificial intelligence and other present and potential future technological developments are new contemporary challenges for military justice and military criminal law. Also, the constant pressure for the ‘civilianisation’ of military justice systems since the 17th century, which implies bringing civilian and military justice closer together or even merging the two legal systems, is another issue to be addressed. A further challenge involves using mercenaries and auxiliaries on the battlefield, which blurs the lines and undermines the respect of the law of armed conflict as well as makes the application of the national rules of military justice difficult.
What are the legal and political foundations of military justice? How does it function? How to improve it and reform it? What does the future hold for military law and military justice? What can we learn from history?
Indeed, historical research can help us understand the different ways in which military justice systems have been constructed, have evolved and functioned, particularly in wartime, while comparative law may be useful in understanding the great variety of military justice systems around the world.
This volume brings together major contributions to the 1st International Military Justice Forum, which convened on 18 and 19 November 2021 in Paris, hosted by the Court of cassation, the French Judicial Supreme Court, and the Hotel des Invalides, a historical place for the French Military Forces.
Gwenaël Guyon is Associate professor in Legal history and Comparative law at Saint-Cyr Military Academy, seconded from the University Paris Cité and Research fellow at the University of Stellenbosch.
Jean-Paul Laborde is Roving Ambassador, Honorary Judge, French Judicial Supreme Court, former Executive Director of the UN Counter-Terrorism Executive Directorate (UN CTED) and former UN Assistant Secretary-General.
Stéphane Baudens is Associate professor in Legal history at Saint-Cyr Coëtquidan Military Academy and Director of the CReC Saint-Cyr.
What are the legal and political foundations of military justice? How does it function? How to improve it and reform it? What does the future hold for military law and military justice? What can we learn from history?
Indeed, historical research can help us understand the different ways in which military justice systems have been constructed, have evolved and functioned, particularly in wartime, while comparative law may be useful in understanding the great variety of military justice systems around the world.
This volume brings together major contributions to the 1st International Military Justice Forum, which convened on 18 and 19 November 2021 in Paris, hosted by the Court of cassation, the French Judicial Supreme Court, and the Hotel des Invalides, a historical place for the French Military Forces.
Gwenaël Guyon is Associate professor in Legal history and Comparative law at Saint-Cyr Military Academy, seconded from the University Paris Cité and Research fellow at the University of Stellenbosch.
Jean-Paul Laborde is Roving Ambassador, Honorary Judge, French Judicial Supreme Court, former Executive Director of the UN Counter-Terrorism Executive Directorate (UN CTED) and former UN Assistant Secretary-General.
Stéphane Baudens is Associate professor in Legal history at Saint-Cyr Coëtquidan Military Academy and Director of the CReC Saint-Cyr.
RIDP 93.2 (2022) – Military Justice. Contemporary challenges, history and comparison
€ 70,00
The success of military operations, the safeguarding of national interests and the discipline of the troops within the overall context of the rule of law have always presented great concerns for national armed forces. Nowadays, military justice faces several issues and criticisms. The prospect of ‘high-intensity’ warfare in Europe, battlefield robotisation, augmented soldiers, artificial intelligence and other present and potential future technological developments are new contemporary challenges for military justice and military criminal law. Also, the constant pressure for the ‘civilianisation’ of military justice systems since the 17th century, which implies bringing civilian and military justice closer together or even merging the two legal systems, is another issue to be addressed. A further challenge involves using mercenaries and auxiliaries on the battlefield, which blurs the lines and undermines the respect of the law of armed conflict as well as makes the application of the national rules of military justice difficult.
What are the legal and political foundations of military justice? How does it function? How to improve it and reform it? What does the future hold for military law and military justice? What can we learn from history?
Indeed, historical research can help us understand the different ways in which military justice systems have been constructed, have evolved and functioned, particularly in wartime, while comparative law may be useful in understanding the great variety of military justice systems around the world.
This volume brings together major contributions to the 1st International Military Justice Forum, which convened on 18 and 19 November 2021 in Paris, hosted by the Court of cassation, the French Judicial Supreme Court, and the Hotel des Invalides, a historical place for the French Military Forces.
Gwenaël Guyon is Associate professor in Legal history and Comparative law at Saint-Cyr Military Academy, seconded from the University Paris Cité and Research fellow at the University of Stellenbosch.
Jean-Paul Laborde is Roving Ambassador, Honorary Judge, French Judicial Supreme Court, former Executive Director of the UN Counter-Terrorism Executive Directorate (UN CTED) and former UN Assistant Secretary-General.
Stéphane Baudens is Associate professor in Legal history at Saint-Cyr Coëtquidan Military Academy and Director of the CReC Saint-Cyr.
What are the legal and political foundations of military justice? How does it function? How to improve it and reform it? What does the future hold for military law and military justice? What can we learn from history?
Indeed, historical research can help us understand the different ways in which military justice systems have been constructed, have evolved and functioned, particularly in wartime, while comparative law may be useful in understanding the great variety of military justice systems around the world.
This volume brings together major contributions to the 1st International Military Justice Forum, which convened on 18 and 19 November 2021 in Paris, hosted by the Court of cassation, the French Judicial Supreme Court, and the Hotel des Invalides, a historical place for the French Military Forces.
Gwenaël Guyon is Associate professor in Legal history and Comparative law at Saint-Cyr Military Academy, seconded from the University Paris Cité and Research fellow at the University of Stellenbosch.
Jean-Paul Laborde is Roving Ambassador, Honorary Judge, French Judicial Supreme Court, former Executive Director of the UN Counter-Terrorism Executive Directorate (UN CTED) and former UN Assistant Secretary-General.
Stéphane Baudens is Associate professor in Legal history at Saint-Cyr Coëtquidan Military Academy and Director of the CReC Saint-Cyr.
Justice, Home Affairs and Security – 4th, revised edition
€ 36,00
This book offers insight into the development of the EU in the areas of justice, home affairs and security, embedded in a broader international context. In addition to the main part, dedicated to the EU, the book features chapters on cooperation in the areas concerned at Benelux, Schengen, Council of Europe, NATO, OSCE, G7/G20, OECD and UN levels.
The chapter structure is identical for all cooperation levels addressed, discussing their actual policies after sketching their historical development and institutional structure and functioning.
For students and professionals in criminology, law and political science and for everyone interested in European and international criminal policy making this book will prove relevant or insightful.
The chapter structure is identical for all cooperation levels addressed, discussing their actual policies after sketching their historical development and institutional structure and functioning.
For students and professionals in criminology, law and political science and for everyone interested in European and international criminal policy making this book will prove relevant or insightful.
Justice, Home Affairs and Security – 4th, revised edition
€ 36,00
This book offers insight into the development of the EU in the areas of justice, home affairs and security, embedded in a broader international context. In addition to the main part, dedicated to the EU, the book features chapters on cooperation in the areas concerned at Benelux, Schengen, Council of Europe, NATO, OSCE, G7/G20, OECD and UN levels.
The chapter structure is identical for all cooperation levels addressed, discussing their actual policies after sketching their historical development and institutional structure and functioning.
For students and professionals in criminology, law and political science and for everyone interested in European and international criminal policy making this book will prove relevant or insightful.
The chapter structure is identical for all cooperation levels addressed, discussing their actual policies after sketching their historical development and institutional structure and functioning.
For students and professionals in criminology, law and political science and for everyone interested in European and international criminal policy making this book will prove relevant or insightful.
Wetenschap: wat, hoe en waarom? Systematische inleiding tot de wetenschapsfilosofie
€ 37,00
Wetenschapsfilosofie is kritische reflectie over wetenschap en wetenschappelijk onderzoek. Wetenschappelijk onderzoek neemt uiteenlopende vormen aan en mondt ook uit in verschillende soorten resultaten. Die variatie leidt tot verschillende clusters van vragen die in dit boek aan bod komen, zoals: Wat zijn wetenschappelijke experimenten? Aan welke voorwaarden moeten ze voldoen om betrouwbare informatie te geven? Welke soort kennis kunnen ze opleveren? Evenzeer vragen als: Wat zijn wetenschappelijke theorieën? Hoe komen ze tot stand? Hoe kunnen we ze vergelijken en beoordelen? Daarnaast is er ook ruime aandacht voor vragen over wetenschap als geheel, over haar sociale en maatschappelijke rol en over haar relatie tot andere kennisvormen, bijvoorbeeld: Wat is het doel – of de doelen – van wetenschap? Hoe kan wetenschapsbeleid vormgegeven worden? Zijn er grenzen aan wetenschap? Hoe verhoudt wetenschap zich tot religie, ethiek of metafysica?
Erik Weber is gewoon hoogleraar aan de Universiteit Gent, waar hij wetenschapsfilosofie en metafysica doceert en onderzoek verricht in deze domeinen.
Bert Leuridan is hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen. Hij doceert onder meer wetenschapsfilosofie en logica. Zijn onderzoek is voornamelijk geconcentreerd op wetenschapsfilosofie.
Merel Lefevere is onderwijsbegeleider kennisleer en wetenschapsfilosofie aan de Universiteit Gent. Zij verzorgt er de werkcolleges bij de vakken wetenschapsfilosofie.
Erik Weber is gewoon hoogleraar aan de Universiteit Gent, waar hij wetenschapsfilosofie en metafysica doceert en onderzoek verricht in deze domeinen.
Bert Leuridan is hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen. Hij doceert onder meer wetenschapsfilosofie en logica. Zijn onderzoek is voornamelijk geconcentreerd op wetenschapsfilosofie.
Merel Lefevere is onderwijsbegeleider kennisleer en wetenschapsfilosofie aan de Universiteit Gent. Zij verzorgt er de werkcolleges bij de vakken wetenschapsfilosofie.
Wetenschap: wat, hoe en waarom? Systematische inleiding tot de wetenschapsfilosofie
€ 37,00
Wetenschapsfilosofie is kritische reflectie over wetenschap en wetenschappelijk onderzoek. Wetenschappelijk onderzoek neemt uiteenlopende vormen aan en mondt ook uit in verschillende soorten resultaten. Die variatie leidt tot verschillende clusters van vragen die in dit boek aan bod komen, zoals: Wat zijn wetenschappelijke experimenten? Aan welke voorwaarden moeten ze voldoen om betrouwbare informatie te geven? Welke soort kennis kunnen ze opleveren? Evenzeer vragen als: Wat zijn wetenschappelijke theorieën? Hoe komen ze tot stand? Hoe kunnen we ze vergelijken en beoordelen? Daarnaast is er ook ruime aandacht voor vragen over wetenschap als geheel, over haar sociale en maatschappelijke rol en over haar relatie tot andere kennisvormen, bijvoorbeeld: Wat is het doel – of de doelen – van wetenschap? Hoe kan wetenschapsbeleid vormgegeven worden? Zijn er grenzen aan wetenschap? Hoe verhoudt wetenschap zich tot religie, ethiek of metafysica?
Erik Weber is gewoon hoogleraar aan de Universiteit Gent, waar hij wetenschapsfilosofie en metafysica doceert en onderzoek verricht in deze domeinen.
Bert Leuridan is hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen. Hij doceert onder meer wetenschapsfilosofie en logica. Zijn onderzoek is voornamelijk geconcentreerd op wetenschapsfilosofie.
Merel Lefevere is onderwijsbegeleider kennisleer en wetenschapsfilosofie aan de Universiteit Gent. Zij verzorgt er de werkcolleges bij de vakken wetenschapsfilosofie.
Erik Weber is gewoon hoogleraar aan de Universiteit Gent, waar hij wetenschapsfilosofie en metafysica doceert en onderzoek verricht in deze domeinen.
Bert Leuridan is hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen. Hij doceert onder meer wetenschapsfilosofie en logica. Zijn onderzoek is voornamelijk geconcentreerd op wetenschapsfilosofie.
Merel Lefevere is onderwijsbegeleider kennisleer en wetenschapsfilosofie aan de Universiteit Gent. Zij verzorgt er de werkcolleges bij de vakken wetenschapsfilosofie.
Kinderen van de zorg. Zes eeuwen stedelijke jeugdzorg in Antwerpen
€ 37,00
Stierf de helft van de vondelingen voor hun vijftien jaar? Hoeveel duizenden kinderen werden er vanuit Antwerpen uitbesteed op het platteland? Hoe kwamen de wezen terecht in de schoolstrijd? Was er tijdens de Tweede Wereldoorlog een razzia in het Meisjesweeshuis?
Dit boek brengt een vergeten en deels verdrongen sociale geschiedenis opnieuw tot leven: de opvang van vondelingen, verlatelingen, wezen en andere kinderen in precaire situaties. In Antwerpen was dat eeuwenlang een stedelijke aangelegenheid. De evolutie van de stad bepaalde mee de opvang in instellingen en uitbestedingen bij kostgezinnen op het platteland.
Opvattingen van vroegere elites over de opvang versteenden eerst in grote godshuizen als het Vondelingenhuis, het Maagdenhuis en het Knechtjeshuis. Later verschenen Gestichten voor verlaten kinderen, grootschalige weeshuizen en tehuizen voor zwakke kinderen. Meer recent gingen de instellingen aansluiten bij het normale leven en kwam het ondersteunen van de gezinscontext centraal te staan.
Zes eeuwen stedelijke jeugdzorg is meer dan regels, cijfers en centen. Het is tegelijk een verhaal van sociale ongelijkheid en bittere armoede en van barmhartigheid en idealisme. Het staat vol van persoonlijke geschiedenissen.
Het relaas leert dat de opvang van kinderen in precaire situaties van alle tijden is en elke samenleving steeds opnieuw voor uitdagingen stelt.
Naast vele illustraties bevat het boek veertien monologen. Deze monologen zijn literaire fictie geplaatst in een historisch kader. Erik Vlaminck en Ellen Van Pelt slepen de lezer mee in de wereld van vondelingen, arme wezen, kwekelingen en opvoeders.
Dirk Luyten is doctor in de sociale wetenschappen en master in de stedenbouw. Hij was enkele jaren verbonden aan de KULeuven en later aan Gezinswetenschappen (Odisee Hogeschool). In de sociale sector nam hij diverse bestuurs- en directiefuncties op. Hij publiceert rond sociale thema’s.
Erik Zwysen was in Antwerpen maatschappelijk werker en projectcoördinator in de dienst voor pleegzorg De Mutsaard, directeur bij de thuisbegeleidingsdienst Joba en bij de voorziening voor Bijzondere Jeugdbijstand De Hand. Momenteel werkt hij aan een geschiedenis van de pleegzorg in Vlaanderen.
Sietske Van den Wyngaert is doctor in de geschiedenis, gespecialiseerd in jeugdzorg in het vroegmoderne Antwerpen. In haar proefschrift onderzocht ze de leer- en werktrajecten die kansarme jongeren aflegden ter voorbereiding van het betreden van de arbeidsmarkt. Momenteel is ze verbonden aan het Felixarchief in Antwerpen.
Erik Vlaminck is roman- en theaterauteur. In een vorig leven was hij projectcoördinator in de psychiatrie en in de thuislozenzorg. Omdat hij het niet laten kan, schrijft hij ook de column Brieven van Dikke Freddy.
Ellen Van Pelt debuteerde in 2015 met de roman Drift. In 2020 publiceerde ze Deze wereld is geen ergernis waard, een biografie over schrijver Roger Van de Velde. Ze werkte voorheen als psychologe in bijzondere jeugdzorg.
Dit boek brengt een vergeten en deels verdrongen sociale geschiedenis opnieuw tot leven: de opvang van vondelingen, verlatelingen, wezen en andere kinderen in precaire situaties. In Antwerpen was dat eeuwenlang een stedelijke aangelegenheid. De evolutie van de stad bepaalde mee de opvang in instellingen en uitbestedingen bij kostgezinnen op het platteland.
Opvattingen van vroegere elites over de opvang versteenden eerst in grote godshuizen als het Vondelingenhuis, het Maagdenhuis en het Knechtjeshuis. Later verschenen Gestichten voor verlaten kinderen, grootschalige weeshuizen en tehuizen voor zwakke kinderen. Meer recent gingen de instellingen aansluiten bij het normale leven en kwam het ondersteunen van de gezinscontext centraal te staan.
Zes eeuwen stedelijke jeugdzorg is meer dan regels, cijfers en centen. Het is tegelijk een verhaal van sociale ongelijkheid en bittere armoede en van barmhartigheid en idealisme. Het staat vol van persoonlijke geschiedenissen.
Het relaas leert dat de opvang van kinderen in precaire situaties van alle tijden is en elke samenleving steeds opnieuw voor uitdagingen stelt.
Naast vele illustraties bevat het boek veertien monologen. Deze monologen zijn literaire fictie geplaatst in een historisch kader. Erik Vlaminck en Ellen Van Pelt slepen de lezer mee in de wereld van vondelingen, arme wezen, kwekelingen en opvoeders.
Dirk Luyten is doctor in de sociale wetenschappen en master in de stedenbouw. Hij was enkele jaren verbonden aan de KULeuven en later aan Gezinswetenschappen (Odisee Hogeschool). In de sociale sector nam hij diverse bestuurs- en directiefuncties op. Hij publiceert rond sociale thema’s.
Erik Zwysen was in Antwerpen maatschappelijk werker en projectcoördinator in de dienst voor pleegzorg De Mutsaard, directeur bij de thuisbegeleidingsdienst Joba en bij de voorziening voor Bijzondere Jeugdbijstand De Hand. Momenteel werkt hij aan een geschiedenis van de pleegzorg in Vlaanderen.
Sietske Van den Wyngaert is doctor in de geschiedenis, gespecialiseerd in jeugdzorg in het vroegmoderne Antwerpen. In haar proefschrift onderzocht ze de leer- en werktrajecten die kansarme jongeren aflegden ter voorbereiding van het betreden van de arbeidsmarkt. Momenteel is ze verbonden aan het Felixarchief in Antwerpen.
Erik Vlaminck is roman- en theaterauteur. In een vorig leven was hij projectcoördinator in de psychiatrie en in de thuislozenzorg. Omdat hij het niet laten kan, schrijft hij ook de column Brieven van Dikke Freddy.
Ellen Van Pelt debuteerde in 2015 met de roman Drift. In 2020 publiceerde ze Deze wereld is geen ergernis waard, een biografie over schrijver Roger Van de Velde. Ze werkte voorheen als psychologe in bijzondere jeugdzorg.
Kinderen van de zorg. Zes eeuwen stedelijke jeugdzorg in Antwerpen
€ 37,00
Stierf de helft van de vondelingen voor hun vijftien jaar? Hoeveel duizenden kinderen werden er vanuit Antwerpen uitbesteed op het platteland? Hoe kwamen de wezen terecht in de schoolstrijd? Was er tijdens de Tweede Wereldoorlog een razzia in het Meisjesweeshuis?
Dit boek brengt een vergeten en deels verdrongen sociale geschiedenis opnieuw tot leven: de opvang van vondelingen, verlatelingen, wezen en andere kinderen in precaire situaties. In Antwerpen was dat eeuwenlang een stedelijke aangelegenheid. De evolutie van de stad bepaalde mee de opvang in instellingen en uitbestedingen bij kostgezinnen op het platteland.
Opvattingen van vroegere elites over de opvang versteenden eerst in grote godshuizen als het Vondelingenhuis, het Maagdenhuis en het Knechtjeshuis. Later verschenen Gestichten voor verlaten kinderen, grootschalige weeshuizen en tehuizen voor zwakke kinderen. Meer recent gingen de instellingen aansluiten bij het normale leven en kwam het ondersteunen van de gezinscontext centraal te staan.
Zes eeuwen stedelijke jeugdzorg is meer dan regels, cijfers en centen. Het is tegelijk een verhaal van sociale ongelijkheid en bittere armoede en van barmhartigheid en idealisme. Het staat vol van persoonlijke geschiedenissen.
Het relaas leert dat de opvang van kinderen in precaire situaties van alle tijden is en elke samenleving steeds opnieuw voor uitdagingen stelt.
Naast vele illustraties bevat het boek veertien monologen. Deze monologen zijn literaire fictie geplaatst in een historisch kader. Erik Vlaminck en Ellen Van Pelt slepen de lezer mee in de wereld van vondelingen, arme wezen, kwekelingen en opvoeders.
Dirk Luyten is doctor in de sociale wetenschappen en master in de stedenbouw. Hij was enkele jaren verbonden aan de KULeuven en later aan Gezinswetenschappen (Odisee Hogeschool). In de sociale sector nam hij diverse bestuurs- en directiefuncties op. Hij publiceert rond sociale thema’s.
Erik Zwysen was in Antwerpen maatschappelijk werker en projectcoördinator in de dienst voor pleegzorg De Mutsaard, directeur bij de thuisbegeleidingsdienst Joba en bij de voorziening voor Bijzondere Jeugdbijstand De Hand. Momenteel werkt hij aan een geschiedenis van de pleegzorg in Vlaanderen.
Sietske Van den Wyngaert is doctor in de geschiedenis, gespecialiseerd in jeugdzorg in het vroegmoderne Antwerpen. In haar proefschrift onderzocht ze de leer- en werktrajecten die kansarme jongeren aflegden ter voorbereiding van het betreden van de arbeidsmarkt. Momenteel is ze verbonden aan het Felixarchief in Antwerpen.
Erik Vlaminck is roman- en theaterauteur. In een vorig leven was hij projectcoördinator in de psychiatrie en in de thuislozenzorg. Omdat hij het niet laten kan, schrijft hij ook de column Brieven van Dikke Freddy.
Ellen Van Pelt debuteerde in 2015 met de roman Drift. In 2020 publiceerde ze Deze wereld is geen ergernis waard, een biografie over schrijver Roger Van de Velde. Ze werkte voorheen als psychologe in bijzondere jeugdzorg.
Dit boek brengt een vergeten en deels verdrongen sociale geschiedenis opnieuw tot leven: de opvang van vondelingen, verlatelingen, wezen en andere kinderen in precaire situaties. In Antwerpen was dat eeuwenlang een stedelijke aangelegenheid. De evolutie van de stad bepaalde mee de opvang in instellingen en uitbestedingen bij kostgezinnen op het platteland.
Opvattingen van vroegere elites over de opvang versteenden eerst in grote godshuizen als het Vondelingenhuis, het Maagdenhuis en het Knechtjeshuis. Later verschenen Gestichten voor verlaten kinderen, grootschalige weeshuizen en tehuizen voor zwakke kinderen. Meer recent gingen de instellingen aansluiten bij het normale leven en kwam het ondersteunen van de gezinscontext centraal te staan.
Zes eeuwen stedelijke jeugdzorg is meer dan regels, cijfers en centen. Het is tegelijk een verhaal van sociale ongelijkheid en bittere armoede en van barmhartigheid en idealisme. Het staat vol van persoonlijke geschiedenissen.
Het relaas leert dat de opvang van kinderen in precaire situaties van alle tijden is en elke samenleving steeds opnieuw voor uitdagingen stelt.
Naast vele illustraties bevat het boek veertien monologen. Deze monologen zijn literaire fictie geplaatst in een historisch kader. Erik Vlaminck en Ellen Van Pelt slepen de lezer mee in de wereld van vondelingen, arme wezen, kwekelingen en opvoeders.
Dirk Luyten is doctor in de sociale wetenschappen en master in de stedenbouw. Hij was enkele jaren verbonden aan de KULeuven en later aan Gezinswetenschappen (Odisee Hogeschool). In de sociale sector nam hij diverse bestuurs- en directiefuncties op. Hij publiceert rond sociale thema’s.
Erik Zwysen was in Antwerpen maatschappelijk werker en projectcoördinator in de dienst voor pleegzorg De Mutsaard, directeur bij de thuisbegeleidingsdienst Joba en bij de voorziening voor Bijzondere Jeugdbijstand De Hand. Momenteel werkt hij aan een geschiedenis van de pleegzorg in Vlaanderen.
Sietske Van den Wyngaert is doctor in de geschiedenis, gespecialiseerd in jeugdzorg in het vroegmoderne Antwerpen. In haar proefschrift onderzocht ze de leer- en werktrajecten die kansarme jongeren aflegden ter voorbereiding van het betreden van de arbeidsmarkt. Momenteel is ze verbonden aan het Felixarchief in Antwerpen.
Erik Vlaminck is roman- en theaterauteur. In een vorig leven was hij projectcoördinator in de psychiatrie en in de thuislozenzorg. Omdat hij het niet laten kan, schrijft hij ook de column Brieven van Dikke Freddy.
Ellen Van Pelt debuteerde in 2015 met de roman Drift. In 2020 publiceerde ze Deze wereld is geen ergernis waard, een biografie over schrijver Roger Van de Velde. Ze werkte voorheen als psychologe in bijzondere jeugdzorg.
Tussen idealen en dwalingen – Verhalen over onderwijs
€ 26,00
Tussen idealen en dwalingen geeft een beeld hoe mooi en hoe moeilijk het docentschap is, waarom het onderwijs zo vaak onder vuur ligt (het ‘Piggelmeecomplex’) en waarom het zo moeilijk is om het onderwijs succesvol te veranderen. De inspiratie voor het boek is afkomstig uit boeken, essays en pamfetten die geschiedenis schreven. Ooit zei Euclides: ‘De meeste ideeën over onderwijs zijn niet nieuw, maar niet iedereen kent de oude ideeën’; na het verschijnen van dit boek kan niemand dit langer volhouden.
Copier schrijft toegankelijk. Het boek leest als een trein en zoekt waar nodig de diepte. Het zet aan tot denken en is onmisbare literatuur voor iedereen die het onderwijs een warm hart toedraagt.
Johan Copier was lange tijd docent in het voortgezet onderwijs, adviseur in het wetenschappelijk onderwijs en directeur in het hoger beroepsonderwijs en het voortgezet onderwijs. Nu is hij onderwijsanalist: hij leest, denkt en schrijft over onderwijs.
Copier schrijft toegankelijk. Het boek leest als een trein en zoekt waar nodig de diepte. Het zet aan tot denken en is onmisbare literatuur voor iedereen die het onderwijs een warm hart toedraagt.
Johan Copier was lange tijd docent in het voortgezet onderwijs, adviseur in het wetenschappelijk onderwijs en directeur in het hoger beroepsonderwijs en het voortgezet onderwijs. Nu is hij onderwijsanalist: hij leest, denkt en schrijft over onderwijs.
Tussen idealen en dwalingen – Verhalen over onderwijs
€ 26,00
Tussen idealen en dwalingen geeft een beeld hoe mooi en hoe moeilijk het docentschap is, waarom het onderwijs zo vaak onder vuur ligt (het ‘Piggelmeecomplex’) en waarom het zo moeilijk is om het onderwijs succesvol te veranderen. De inspiratie voor het boek is afkomstig uit boeken, essays en pamfetten die geschiedenis schreven. Ooit zei Euclides: ‘De meeste ideeën over onderwijs zijn niet nieuw, maar niet iedereen kent de oude ideeën’; na het verschijnen van dit boek kan niemand dit langer volhouden.
Copier schrijft toegankelijk. Het boek leest als een trein en zoekt waar nodig de diepte. Het zet aan tot denken en is onmisbare literatuur voor iedereen die het onderwijs een warm hart toedraagt.
Johan Copier was lange tijd docent in het voortgezet onderwijs, adviseur in het wetenschappelijk onderwijs en directeur in het hoger beroepsonderwijs en het voortgezet onderwijs. Nu is hij onderwijsanalist: hij leest, denkt en schrijft over onderwijs.
Copier schrijft toegankelijk. Het boek leest als een trein en zoekt waar nodig de diepte. Het zet aan tot denken en is onmisbare literatuur voor iedereen die het onderwijs een warm hart toedraagt.
Johan Copier was lange tijd docent in het voortgezet onderwijs, adviseur in het wetenschappelijk onderwijs en directeur in het hoger beroepsonderwijs en het voortgezet onderwijs. Nu is hij onderwijsanalist: hij leest, denkt en schrijft over onderwijs.
Gerechtelijk Wetboek – 26ste uitgave (Bijgewerkt tot 1 januari 2023)
€ 39,95
Het Gerechtelijk Wetboek bestaat uit 8 delen:
I. Algemene beginselen (art. 1 tot 57)
II. Rechterlijke organisatie (art. 58 tot 555/16)
III. Bevoegdheid (art. 556 tot 663)
IV. Burgerlijke rechtspleging (art. 664 tot 1385octiesdecies)
V. Bewarend beslag, middelen tot tenuitvoerlegging en collectieve schuldenregeling (art. 1386 tot 1675/27)
VI. Arbitrage (art. 1676 tot 1723/1)
VII. Bemiddeling (art. 1724 tot 1737)
VIII. Collaboratieve onderhandelingen (art. 1738 tot 1747)
Deze 26ste uitgave van de pocket Gerechtelijk Wetboek is bijgewerkt tot 1 januari 2023.
Zowel studenten als rechtspractici (magistraten, gerechtspersoneel, advocaten, politieambtenaren, gerechtsdeurwaarders, gerechtsdeskundigen, vertalers-tolken, bemiddelaars, ...) beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Een uitgebreid alfabetisch trefwoordenregister maakt het geheel bovendien erg gebruiksvriendelijk.
I. Algemene beginselen (art. 1 tot 57)
II. Rechterlijke organisatie (art. 58 tot 555/16)
III. Bevoegdheid (art. 556 tot 663)
IV. Burgerlijke rechtspleging (art. 664 tot 1385octiesdecies)
V. Bewarend beslag, middelen tot tenuitvoerlegging en collectieve schuldenregeling (art. 1386 tot 1675/27)
VI. Arbitrage (art. 1676 tot 1723/1)
VII. Bemiddeling (art. 1724 tot 1737)
VIII. Collaboratieve onderhandelingen (art. 1738 tot 1747)
Deze 26ste uitgave van de pocket Gerechtelijk Wetboek is bijgewerkt tot 1 januari 2023.
Zowel studenten als rechtspractici (magistraten, gerechtspersoneel, advocaten, politieambtenaren, gerechtsdeurwaarders, gerechtsdeskundigen, vertalers-tolken, bemiddelaars, ...) beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Een uitgebreid alfabetisch trefwoordenregister maakt het geheel bovendien erg gebruiksvriendelijk.
Gerechtelijk Wetboek – 26ste uitgave (Bijgewerkt tot 1 januari 2023)
€ 39,95
Het Gerechtelijk Wetboek bestaat uit 8 delen:
I. Algemene beginselen (art. 1 tot 57)
II. Rechterlijke organisatie (art. 58 tot 555/16)
III. Bevoegdheid (art. 556 tot 663)
IV. Burgerlijke rechtspleging (art. 664 tot 1385octiesdecies)
V. Bewarend beslag, middelen tot tenuitvoerlegging en collectieve schuldenregeling (art. 1386 tot 1675/27)
VI. Arbitrage (art. 1676 tot 1723/1)
VII. Bemiddeling (art. 1724 tot 1737)
VIII. Collaboratieve onderhandelingen (art. 1738 tot 1747)
Deze 26ste uitgave van de pocket Gerechtelijk Wetboek is bijgewerkt tot 1 januari 2023.
Zowel studenten als rechtspractici (magistraten, gerechtspersoneel, advocaten, politieambtenaren, gerechtsdeurwaarders, gerechtsdeskundigen, vertalers-tolken, bemiddelaars, ...) beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Een uitgebreid alfabetisch trefwoordenregister maakt het geheel bovendien erg gebruiksvriendelijk.
I. Algemene beginselen (art. 1 tot 57)
II. Rechterlijke organisatie (art. 58 tot 555/16)
III. Bevoegdheid (art. 556 tot 663)
IV. Burgerlijke rechtspleging (art. 664 tot 1385octiesdecies)
V. Bewarend beslag, middelen tot tenuitvoerlegging en collectieve schuldenregeling (art. 1386 tot 1675/27)
VI. Arbitrage (art. 1676 tot 1723/1)
VII. Bemiddeling (art. 1724 tot 1737)
VIII. Collaboratieve onderhandelingen (art. 1738 tot 1747)
Deze 26ste uitgave van de pocket Gerechtelijk Wetboek is bijgewerkt tot 1 januari 2023.
Zowel studenten als rechtspractici (magistraten, gerechtspersoneel, advocaten, politieambtenaren, gerechtsdeurwaarders, gerechtsdeskundigen, vertalers-tolken, bemiddelaars, ...) beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Een uitgebreid alfabetisch trefwoordenregister maakt het geheel bovendien erg gebruiksvriendelijk.
