Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Evaluatie van het onderwijspersoneel. Beleid en praktijk in het Vlaamse secundair onderwijs, centra voor leerlingenbegeleiding en voor volwassenenonderwijs.

 49,00

Sinds 2007 worden scholen van het secundair onderwijs geacht hun leerkrachten te evalueren. Dit maakt deel uit van een cyclus van functionerings- en evaluatiegesprekken, naar analogie met wat in de bedrijfswereld gebruikelijk is.

Voor het eerst is wetenschappelijk onderzoek beschikbaar over hoe dit in het secundair onderwijs, maar ook in de Centra voor Volwasseneneducatie en de Centra voor Leerlingenbegeleiding effectief gebeurt, en wat de bedoelde en onbedoelde effecten zijn. Het onderzoek geeft aanleiding tot een aantal duidelijke aanbevelingen met betrekking tot het evaluatiesysteem voor het onderwijzend personeel.

GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content



Geert Devos en Eva Vekeman werken aan de Universiteit Gent. Zij zijn verbonden aan de onderzoeksgroep Onderwijsbeleid en Schoolleiderschap van de Vakgroep Onderwijskunde.
Peter Van Petegem, Jan Vanhoof en Eva Delvaux werken aan het Instituut voor Onderwijs- en Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Ze zijn verbonden aan de onderzoeksgroep EduBROn (www.edubron.be).

Quick View

Evaluatie van het onderwijspersoneel. Beleid en praktijk in het Vlaamse secundair onderwijs, centra voor leerlingenbegeleiding en voor volwassenenonderwijs.

 49,00

Sinds 2007 worden scholen van het secundair onderwijs geacht hun leerkrachten te evalueren. Dit maakt deel uit van een cyclus van functionerings- en evaluatiegesprekken, naar analogie met wat in de bedrijfswereld gebruikelijk is.

Voor het eerst is wetenschappelijk onderzoek beschikbaar over hoe dit in het secundair onderwijs, maar ook in de Centra voor Volwasseneneducatie en de Centra voor Leerlingenbegeleiding effectief gebeurt, en wat de bedoelde en onbedoelde effecten zijn. Het onderzoek geeft aanleiding tot een aantal duidelijke aanbevelingen met betrekking tot het evaluatiesysteem voor het onderwijzend personeel.

GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content



Geert Devos en Eva Vekeman werken aan de Universiteit Gent. Zij zijn verbonden aan de onderzoeksgroep Onderwijsbeleid en Schoolleiderschap van de Vakgroep Onderwijskunde.
Peter Van Petegem, Jan Vanhoof en Eva Delvaux werken aan het Instituut voor Onderwijs- en Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Ze zijn verbonden aan de onderzoeksgroep EduBROn (www.edubron.be).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

“Laat mijn kop met rust!” Een project over straatwijs opvoeden

 16,90

‘Straatwijs Opvoeden’ is een project dat kennis bezorgt aan de lokale netwerken opvoedingsondersteuning, zodat ze beter tegemoet kunnen komen aan de vraag van de zwakste groepen in de samenleving. Hiervoor verzamelden straathoekwerkers ervaringen van gezinnen in armoedesituaties, resulterend in zogenaamde straatverhalen. De straatverhalen weerspiegelen vooral ervaringen van succes en falen, onvermogen en krachten, engagement maar ook machteloosheid en onbegrip vanuit de hulp- en dienstverlening. Deze straatverhalen, als bronnen van levenswijsheid, worden in deze publicatie uitvoerig geanalyseerd en beschreven. Het zorgvuldig organiseren van een dialoog met ouders uit gezinnen in armoedesituaties levert inzichten op over de verwevenheid van hun leven met structurele moeilijkheden, waarbij ondersteuning bij de opvoeding niet altijd als ondersteunend wordt ervaren.

‘Straatwijs Opvoeden’ is echter veel meer dan dat. Op basis van de straatverhalen werd het perspectief van lokale actoren in de hulp- en dienstverlening in Oostende en Aalst geëxploreerd. Dit levert vooral inzichten op over de grenzen van de ondersteuningsmogelijkheden voor gezinnen. Het toont dat er discrepanties zijn in de manier waarop opvoedingsondersteuning door welzijnsdiensten wordt aangeboden en de manier waarop deze ondersteuning door de ouders wordt ervaren. Tegelijk zien we lokale actoren ondergronds gaan in de zoektocht naar gedeeld engagement ten aanzien van deze gezinnen, die in complexe situaties hun kinderen opvoeden.

Een aantal ‘critical friends’ leveren diverse kritische bijdragen over deze bevindingen én formuleren nieuwe vragen en uitdagingen voor het beleid en de praktijk van opvoedingsondersteuning.

In een notendop levert ‘Straatwijs Opvoeden’ een inspirerende kijk op de manier waarop op lokaal niveau aan opvoedingsondersteuning vorm gegeven kan worden.



Griet Roets is als postdoctoraal onderzoeker van het Fonds voor Wetenschappelijk Onder zoek (FWO) verbonden aan de vakgroep Sociale Agogiek, Universiteit Gent.

Joost Bonte is coördinator van Straathoekwerk Oost- en West- Vlaanderen, en is sinds de opstart van Integrale Jeugdhulp lid van de stuurgroep in West-Vlaanderen.

Dirk Dermaut en John Decoene zijn verantwoordelijken van het team Vlaamse Coördinatoren Opvoedingsondersteuning in respectievelijk Oost- en West-Vlaanderen van het Agentschap Jongerenwelzijn bij de Vlaamse overheid.

Valerie Dhondt en Frank Myny zijn Vlaamse Coördinatoren Op - voedingsondersteuning in respectievelijk Oost- en West-Vlaanderen van het Agentschap Jongerenwelzijn bij de Vlaamse overheid.

Quick View

“Laat mijn kop met rust!” Een project over straatwijs opvoeden

 16,90

‘Straatwijs Opvoeden’ is een project dat kennis bezorgt aan de lokale netwerken opvoedingsondersteuning, zodat ze beter tegemoet kunnen komen aan de vraag van de zwakste groepen in de samenleving. Hiervoor verzamelden straathoekwerkers ervaringen van gezinnen in armoedesituaties, resulterend in zogenaamde straatverhalen. De straatverhalen weerspiegelen vooral ervaringen van succes en falen, onvermogen en krachten, engagement maar ook machteloosheid en onbegrip vanuit de hulp- en dienstverlening. Deze straatverhalen, als bronnen van levenswijsheid, worden in deze publicatie uitvoerig geanalyseerd en beschreven. Het zorgvuldig organiseren van een dialoog met ouders uit gezinnen in armoedesituaties levert inzichten op over de verwevenheid van hun leven met structurele moeilijkheden, waarbij ondersteuning bij de opvoeding niet altijd als ondersteunend wordt ervaren.

‘Straatwijs Opvoeden’ is echter veel meer dan dat. Op basis van de straatverhalen werd het perspectief van lokale actoren in de hulp- en dienstverlening in Oostende en Aalst geëxploreerd. Dit levert vooral inzichten op over de grenzen van de ondersteuningsmogelijkheden voor gezinnen. Het toont dat er discrepanties zijn in de manier waarop opvoedingsondersteuning door welzijnsdiensten wordt aangeboden en de manier waarop deze ondersteuning door de ouders wordt ervaren. Tegelijk zien we lokale actoren ondergronds gaan in de zoektocht naar gedeeld engagement ten aanzien van deze gezinnen, die in complexe situaties hun kinderen opvoeden.

Een aantal ‘critical friends’ leveren diverse kritische bijdragen over deze bevindingen én formuleren nieuwe vragen en uitdagingen voor het beleid en de praktijk van opvoedingsondersteuning.

In een notendop levert ‘Straatwijs Opvoeden’ een inspirerende kijk op de manier waarop op lokaal niveau aan opvoedingsondersteuning vorm gegeven kan worden.



Griet Roets is als postdoctoraal onderzoeker van het Fonds voor Wetenschappelijk Onder zoek (FWO) verbonden aan de vakgroep Sociale Agogiek, Universiteit Gent.

Joost Bonte is coördinator van Straathoekwerk Oost- en West- Vlaanderen, en is sinds de opstart van Integrale Jeugdhulp lid van de stuurgroep in West-Vlaanderen.

Dirk Dermaut en John Decoene zijn verantwoordelijken van het team Vlaamse Coördinatoren Opvoedingsondersteuning in respectievelijk Oost- en West-Vlaanderen van het Agentschap Jongerenwelzijn bij de Vlaamse overheid.

Valerie Dhondt en Frank Myny zijn Vlaamse Coördinatoren Op - voedingsondersteuning in respectievelijk Oost- en West-Vlaanderen van het Agentschap Jongerenwelzijn bij de Vlaamse overheid.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Het kind in het ziekenhuis. Psychologisch-wetenschappelijke benadering.

 22,90

Wanneer een kind – van baby tot adolescent – en zijn omgeving geconfronteerd worden met een ziekenhuisopname, zowel een geplande als een ongeplande opname, wordt de normale gang van zaken danig overhoop gehaald. Dit heeft niet alleen gevolgen voor het kind maar ook voor de gehele context van het gezin. Het kind in het ziekenhuis is immers een uiterst kwetsbaar kind. Verscheidene belangrijke psychologische aspecten zijn medebepalend voor het welzijn van het kind tijdens de opname. De kwaliteit van de gehechtheidsrelatie, de mate van participatie aan de zorg door het kind en zijn omgeving, de wijze waarop met informatie omgegaan wordt, het pijnbeleid… zijn slechts enkele aspecten die deel uitmaken van een integrale zorgverlening.



Ilse Ackermans, pediatrische verpleegkundige en psycholoog, is lector aan de Katholieke Hogeschool Leuven, departement Gezondheid en Technologie, opleiding Verpleeg- en Vroedkunde.

Quick View

Het kind in het ziekenhuis. Psychologisch-wetenschappelijke benadering.

 22,90

Wanneer een kind – van baby tot adolescent – en zijn omgeving geconfronteerd worden met een ziekenhuisopname, zowel een geplande als een ongeplande opname, wordt de normale gang van zaken danig overhoop gehaald. Dit heeft niet alleen gevolgen voor het kind maar ook voor de gehele context van het gezin. Het kind in het ziekenhuis is immers een uiterst kwetsbaar kind. Verscheidene belangrijke psychologische aspecten zijn medebepalend voor het welzijn van het kind tijdens de opname. De kwaliteit van de gehechtheidsrelatie, de mate van participatie aan de zorg door het kind en zijn omgeving, de wijze waarop met informatie omgegaan wordt, het pijnbeleid… zijn slechts enkele aspecten die deel uitmaken van een integrale zorgverlening.



Ilse Ackermans, pediatrische verpleegkundige en psycholoog, is lector aan de Katholieke Hogeschool Leuven, departement Gezondheid en Technologie, opleiding Verpleeg- en Vroedkunde.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Waarheid spreken in politiek, onderwijs en vriendschap. Michel Foucault over de parrèsia.

 25,60
Het recht op vrije meningsuiting is onaantastbaar. Maar moet men ook dwaze en gevaarlijke meningen ongeremd kunnen ventileren? Heeft men het recht om de ander te beledigen? Raakt de vrije meningsuiting vandaag niet erg gebanaliseerd?
De auteur houdt onze ervaring tegen het licht van het waarheidspreken in de Griekse cultuur. Rond deze parrèsia ontstond een intense filosofische, politieke en ethische reflectie. Over welke onderwerpen is het relevant en belangrijk waarheid te spreken? Hoe onderscheid je een waarheidspreker van een leugenaar of een vleier? Hoe moet ik mezelf vormen om te kunnen spreken met aanzien en invloed? Welke gunstige effecten heeft de parrèsia voor het individu en de samenleving? Hoe verhoudt het waarheidspreken zich tot het politieke bestuur?

Als leidraad voor dit boek dienen de lessen die Michel Foucault in zijn laatste levensjaren gaf aan het Collège de France.

"verhelderend boek over de vele vormen van waarheidspreken binnen de democratie, in het onderwijs en de hulpverlening, als leidinggevende of vriend"
Tertio (jrg. 14, nr. 707, blz. 12)

Rob Devos doceert Hedendaagse politieke stromingen en Cultuurfilosofie aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte van de KU Leuven.
Hij publiceerde Biopolitiek en postfordisme (Garant, 2010).

Quick View

Waarheid spreken in politiek, onderwijs en vriendschap. Michel Foucault over de parrèsia.

 25,60
Het recht op vrije meningsuiting is onaantastbaar. Maar moet men ook dwaze en gevaarlijke meningen ongeremd kunnen ventileren? Heeft men het recht om de ander te beledigen? Raakt de vrije meningsuiting vandaag niet erg gebanaliseerd?
De auteur houdt onze ervaring tegen het licht van het waarheidspreken in de Griekse cultuur. Rond deze parrèsia ontstond een intense filosofische, politieke en ethische reflectie. Over welke onderwerpen is het relevant en belangrijk waarheid te spreken? Hoe onderscheid je een waarheidspreker van een leugenaar of een vleier? Hoe moet ik mezelf vormen om te kunnen spreken met aanzien en invloed? Welke gunstige effecten heeft de parrèsia voor het individu en de samenleving? Hoe verhoudt het waarheidspreken zich tot het politieke bestuur?

Als leidraad voor dit boek dienen de lessen die Michel Foucault in zijn laatste levensjaren gaf aan het Collège de France.

"verhelderend boek over de vele vormen van waarheidspreken binnen de democratie, in het onderwijs en de hulpverlening, als leidinggevende of vriend"
Tertio (jrg. 14, nr. 707, blz. 12)

Rob Devos doceert Hedendaagse politieke stromingen en Cultuurfilosofie aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte van de KU Leuven.
Hij publiceerde Biopolitiek en postfordisme (Garant, 2010).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Onze Vader (Fracarita-reeks, nr. 1)

 14,10
Van alle gekende gebeden haalt het Onze Vader zeker het nummer één op de top tien. Het is het gebed dat Jezus zelf heeft gebeden en dat velen sindsdien herhalen, in de stilte van hun hart, prevelend met de rozenkrans in de hand, samen met andere gelovigen in vieringen. Met dit gebed richten we ons rechtstreeks tot God die Jezus Vader noemde. Sinds Jezus mogen ook wij God als Vader aanroepen.

In dit essay gaat de auteur mediteren bij iedere bede en tracht ermee in het grote geheim van God zelf te treden, wetend en steeds meer beseffend dat God steeds groter is. Maar iedere bede is een uitnodiging om een nieuw aspect van Gods grootheid onder menselijke woorden te brengen. Het mag een handreiking zijn om het gebed met nog meer liefde te bidden tot God die alleen maar liefde is.

Br. dr. René Stockman (°1954) is de Generale Overste van de Congregatie Broeders van Liefde. Hij is doctor in de maatschappelijke gezondheidszorg (KU Leuven). Hij begon zijn loopbaan als algemeen directeur van het Psychiatrisch Centrum Dr. Guislain. Momenteel is hij nog steeds conservator van het Museum Dr. Guislain. Hij woont in Rome en is verbonden aan verschillende universiteiten wereldwijd. Hij publiceerde meerdere werken over religie, spiritualiteit, (geestelijke) gezondheidszorg en management.

Quick View

Onze Vader (Fracarita-reeks, nr. 1)

 14,10
Van alle gekende gebeden haalt het Onze Vader zeker het nummer één op de top tien. Het is het gebed dat Jezus zelf heeft gebeden en dat velen sindsdien herhalen, in de stilte van hun hart, prevelend met de rozenkrans in de hand, samen met andere gelovigen in vieringen. Met dit gebed richten we ons rechtstreeks tot God die Jezus Vader noemde. Sinds Jezus mogen ook wij God als Vader aanroepen.

In dit essay gaat de auteur mediteren bij iedere bede en tracht ermee in het grote geheim van God zelf te treden, wetend en steeds meer beseffend dat God steeds groter is. Maar iedere bede is een uitnodiging om een nieuw aspect van Gods grootheid onder menselijke woorden te brengen. Het mag een handreiking zijn om het gebed met nog meer liefde te bidden tot God die alleen maar liefde is.

Br. dr. René Stockman (°1954) is de Generale Overste van de Congregatie Broeders van Liefde. Hij is doctor in de maatschappelijke gezondheidszorg (KU Leuven). Hij begon zijn loopbaan als algemeen directeur van het Psychiatrisch Centrum Dr. Guislain. Momenteel is hij nog steeds conservator van het Museum Dr. Guislain. Hij woont in Rome en is verbonden aan verschillende universiteiten wereldwijd. Hij publiceerde meerdere werken over religie, spiritualiteit, (geestelijke) gezondheidszorg en management.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Leerling, ouders en leerkracht

 20,50

Om optimaal te kunnen leren moet een leerling goed in zijn of haar vel zitten. De primaire taak van leerkrachten is vanzelfsprekend het stimuleren van de ontwikkeling van de leerling. Kennisoverdracht en leren leren staan voorop. Iedere leerkracht wil uit een leerling halen wat er in zit. Geen overvraging en ook geen onderstimulatie. Een leeftijdsadequate sociaalemotionele ontwikkeling is één van de pijlers om tot leren te kunnen komen.

Zowel in relatie tot de didactische als sociaal-emotionele ontwikkelingsstimulatie van de leerling is een goede samenwerking tussen ouders, de leerkracht en de leerling van essentieel belang. Over het algemeen verloopt de samenwerking met ouders probleemloos, maar leerkrachten kunnen niet altijd stroef verlopende communicatie met ouders vlot trekken. Hierdoor komt de leerling klem te zitten tussen twee conflicterende opvoedmilieus, wat negatieve gevolgen heeft voor zijn sociaal-emotionele en didactische ontwikkeling.

Dit boek geeft leerkrachten inzichten en handvatten om moeilijk verlopende communicaties met gezinnen te doorbreken.

De meest relevante gezinstherapeutische visies en aanpakken worden in eenvoudige bewoording vertaald naar de alledaagse schoolse praktijk, zodat ze hier morgen mee aan de slag kunnen. Daardoor wordt de samenwerking aanvullend in plaats van aanvallend. Diverse benaderingen komen aan bod: de contextuele, strategische, structurele, territoriale, oplossingsgerichte en ‘één kind, één plan’-benadering. Elk hoofdstuk is geïllustreerd met herkenbare praktijkvoorbeelden en eindigt met een overzichtelijke samenvatting.

Giel Vaessen werkte decennia lang in de kinder- en jeugdpsychiatrie, met name als behandelcoördinator en gezinstherapeut. De laatste jaren werkte hij als zorgcoördinator binnen de Rec IV school De Buitenhof/Alterius in Heerlen. Momenteel werkt hij daar als gedragsdeskundige en trainer. Naast het geven van cursussen schreef hij diverse praktijkgerichte kinder- en jeugdpsychiatrische boeken, waaronder Psychiatrie in de klas.
Zie www.wervelkind.nl.

Quick View

Leerling, ouders en leerkracht

 20,50

Om optimaal te kunnen leren moet een leerling goed in zijn of haar vel zitten. De primaire taak van leerkrachten is vanzelfsprekend het stimuleren van de ontwikkeling van de leerling. Kennisoverdracht en leren leren staan voorop. Iedere leerkracht wil uit een leerling halen wat er in zit. Geen overvraging en ook geen onderstimulatie. Een leeftijdsadequate sociaalemotionele ontwikkeling is één van de pijlers om tot leren te kunnen komen.

Zowel in relatie tot de didactische als sociaal-emotionele ontwikkelingsstimulatie van de leerling is een goede samenwerking tussen ouders, de leerkracht en de leerling van essentieel belang. Over het algemeen verloopt de samenwerking met ouders probleemloos, maar leerkrachten kunnen niet altijd stroef verlopende communicatie met ouders vlot trekken. Hierdoor komt de leerling klem te zitten tussen twee conflicterende opvoedmilieus, wat negatieve gevolgen heeft voor zijn sociaal-emotionele en didactische ontwikkeling.

Dit boek geeft leerkrachten inzichten en handvatten om moeilijk verlopende communicaties met gezinnen te doorbreken.

De meest relevante gezinstherapeutische visies en aanpakken worden in eenvoudige bewoording vertaald naar de alledaagse schoolse praktijk, zodat ze hier morgen mee aan de slag kunnen. Daardoor wordt de samenwerking aanvullend in plaats van aanvallend. Diverse benaderingen komen aan bod: de contextuele, strategische, structurele, territoriale, oplossingsgerichte en ‘één kind, één plan’-benadering. Elk hoofdstuk is geïllustreerd met herkenbare praktijkvoorbeelden en eindigt met een overzichtelijke samenvatting.

Giel Vaessen werkte decennia lang in de kinder- en jeugdpsychiatrie, met name als behandelcoördinator en gezinstherapeut. De laatste jaren werkte hij als zorgcoördinator binnen de Rec IV school De Buitenhof/Alterius in Heerlen. Momenteel werkt hij daar als gedragsdeskundige en trainer. Naast het geven van cursussen schreef hij diverse praktijkgerichte kinder- en jeugdpsychiatrische boeken, waaronder Psychiatrie in de klas.
Zie www.wervelkind.nl.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Kracht van wet. Het mystieke fundament van het gezag. (Reeks Omtrent Filosofie nr 3)

 20,50
De geschriften van Jacques Derrida betekenen een breekpunt in de geschiedenis van de Westerse filosofie. Dat was althans de mening van Emmanuel Levinas, volgens wie het oeuvre van Derrida in de ontwikkeling van het Westerse denken een cesuur aanbrengt, vergelijkbaar met Kants kritiek van de metafysica. Derrida en de door hem ondernomen deconstructie wijzen ons op de laatste resten onvermoed dogmatisme die sluimeren in de kritische geest van de Moderniteit en de Verlichting.
Dit boek is een buitengewoon actueel essay waarin wordt ingegaan op de verhouding tussen deconstructie en rechtvaardigheid. Als alles wat bestaat aan denkbeelden, opvattingen en geloofsvoorstellingen onderhevig is aan een onstuitbaar afbraakproces, wat blijft er dan nog over van ethiek en recht? Onder verwijzing naar bekende uitspraken van Montaigne en Pascal, spreekt Derrida over het ‘mystieke fundament van alle gezag’. Het oorspronkelijke fundament dat elk recht zijn gezag verleent, blijft altijd afwezig. Niettemin vraagt het erom gestalte te krijgen in het recht; het vraagt om interpretatie zonder zelf op te gaan in de interpretatie die het recht altijd vormt.

Deze fascinerende, door Rico Sneller voortreffelijk ingeleide en vertaalde tekst, toont duidelijk aan dat Derrida’s deconstructie niet leidt tot zinloze, nihilistische Spielerei, zoals vaak wordt beweerd, maar een grondige bijdrage levert aan een diepgaand debat over ethiek en onze verhouding tot de wet.

Jacques Derrida (1930-2004) was hoogleraar aan de École des Hautes Études en Sciences Sociales.
Dr Rico Sneller is universitair docent wijsgerige ethiek en geschiedenis van de filosofie aan de Universiteit Leiden, bij het Instituut voor Godsdienstwetenschappen.

Reeks Omtrent Filosofie:

  1. De ethica van Spinoza
  2. Afrika en China in dialoog
  3. Kracht van wet. Het mystieke fundament van het gezag
  4. Een goddelijk humanisme. Sartres minachting voor de menselijke werkelijkheid
  5. Hegels godsdienstfilosofie en de monotheïstische religies. Een actuele confrontatie
  6. Filosofie van het verstaan. Een dialoog

Quick View

Kracht van wet. Het mystieke fundament van het gezag. (Reeks Omtrent Filosofie nr 3)

 20,50
De geschriften van Jacques Derrida betekenen een breekpunt in de geschiedenis van de Westerse filosofie. Dat was althans de mening van Emmanuel Levinas, volgens wie het oeuvre van Derrida in de ontwikkeling van het Westerse denken een cesuur aanbrengt, vergelijkbaar met Kants kritiek van de metafysica. Derrida en de door hem ondernomen deconstructie wijzen ons op de laatste resten onvermoed dogmatisme die sluimeren in de kritische geest van de Moderniteit en de Verlichting.
Dit boek is een buitengewoon actueel essay waarin wordt ingegaan op de verhouding tussen deconstructie en rechtvaardigheid. Als alles wat bestaat aan denkbeelden, opvattingen en geloofsvoorstellingen onderhevig is aan een onstuitbaar afbraakproces, wat blijft er dan nog over van ethiek en recht? Onder verwijzing naar bekende uitspraken van Montaigne en Pascal, spreekt Derrida over het ‘mystieke fundament van alle gezag’. Het oorspronkelijke fundament dat elk recht zijn gezag verleent, blijft altijd afwezig. Niettemin vraagt het erom gestalte te krijgen in het recht; het vraagt om interpretatie zonder zelf op te gaan in de interpretatie die het recht altijd vormt.

Deze fascinerende, door Rico Sneller voortreffelijk ingeleide en vertaalde tekst, toont duidelijk aan dat Derrida’s deconstructie niet leidt tot zinloze, nihilistische Spielerei, zoals vaak wordt beweerd, maar een grondige bijdrage levert aan een diepgaand debat over ethiek en onze verhouding tot de wet.

Jacques Derrida (1930-2004) was hoogleraar aan de École des Hautes Études en Sciences Sociales.
Dr Rico Sneller is universitair docent wijsgerige ethiek en geschiedenis van de filosofie aan de Universiteit Leiden, bij het Instituut voor Godsdienstwetenschappen.

Reeks Omtrent Filosofie:

  1. De ethica van Spinoza
  2. Afrika en China in dialoog
  3. Kracht van wet. Het mystieke fundament van het gezag
  4. Een goddelijk humanisme. Sartres minachting voor de menselijke werkelijkheid
  5. Hegels godsdienstfilosofie en de monotheïstische religies. Een actuele confrontatie
  6. Filosofie van het verstaan. Een dialoog

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Kinderen-in-ontwikkeling op de basisschool (O&A-Reeks, nr. 6)

 31,90

De Vereniging O&A(ortho-agogische activiteiten) heeft experts op het gebied van orthopedagogiek, psychologie en kinder- en jeugdpsychiatrie bijeengebracht om aan dit boek mee te werken, waardoor een zeer informatief leerboek en naslagwerk tot stand is gekomen.

De hedendaagse basisschool is totaal anders dan de lagere school van vroeger.
Kinderen zijn ondernemender en werken in de vorm van projecten aan maatschappelijk relevante onderwerpen. Het is vrijwel nooit stil in de klas. De tafeltjes en stoelen staan niet meer in een rij, maar in groepen. Op vele scholen is er ruimte voor individualisering en differentiatie. Vrijwel alle lokalen zijn voorzien van een beamer met projectiescherm en men is aangesloten op de schooltelevisie, die het werk van de leerkrachten verbetert en vergemakkelijkt.

Is die verandering altijd ook een verbetering?
Hebben de veranderingen invloed op de ontwikkeling van kinderen?
Wat zijn de risico’s?

Specialisten geven hun visie op onderwijsontwikkelingen en risico’s en doen handreikingen aan ouders, opvoeders en hulpverleners.

Quick View

Kinderen-in-ontwikkeling op de basisschool (O&A-Reeks, nr. 6)

 31,90

De Vereniging O&A(ortho-agogische activiteiten) heeft experts op het gebied van orthopedagogiek, psychologie en kinder- en jeugdpsychiatrie bijeengebracht om aan dit boek mee te werken, waardoor een zeer informatief leerboek en naslagwerk tot stand is gekomen.

De hedendaagse basisschool is totaal anders dan de lagere school van vroeger.
Kinderen zijn ondernemender en werken in de vorm van projecten aan maatschappelijk relevante onderwerpen. Het is vrijwel nooit stil in de klas. De tafeltjes en stoelen staan niet meer in een rij, maar in groepen. Op vele scholen is er ruimte voor individualisering en differentiatie. Vrijwel alle lokalen zijn voorzien van een beamer met projectiescherm en men is aangesloten op de schooltelevisie, die het werk van de leerkrachten verbetert en vergemakkelijkt.

Is die verandering altijd ook een verbetering?
Hebben de veranderingen invloed op de ontwikkeling van kinderen?
Wat zijn de risico’s?

Specialisten geven hun visie op onderwijsontwikkelingen en risico’s en doen handreikingen aan ouders, opvoeders en hulpverleners.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De ondeelbare mens. Antropologie ingeleid.

 25,60
Antropologie fascineert meer dan ooit. Als studie van de mens kaart ze actuele vragen aan over identiteit en diversiteit, globalisering en de omgang met verschillen, de relatie tussen natuur en cultuur, de evolutie van de mens, religie en cognitie, vooruitgang en technologie, de oorsprong van taal, de verschillen in zintuiglijke en lichamelijke beleving, in klederdracht en voedseltaboes. Actuele kwesties die toch zo oud zijn als de mens zelf. Hoe anders zijn ‘andere’ culturen? Hoe zeker zijn we van onze Westerse kennis? En kunnen we uit andere culturen leren om alternatieve systemen van politiek, economie, communicatie, architectuur en kunstbeleving te ontwikkelen?
Antropologie is een wetenschap die al meer dan een eeuw de debatten aaneenrijgt. Deze inleiding toont hoe de ‘ondeelbare’ mens bestudeerd kan worden, als een knooppunt van processen die in aparte disciplines worden behandeld: de mens als dier, programma, subject en groepslid. De aangeboden synthese zou niet alleen de professional moeten bekoren, waaronder wetenschappers en beleidsmakers, maar eigenlijk iedereen die verbanden wil leggen tussen culturen, tussen milieu en economie, en andere zaken die de meeste disciplines liever ‘gescheiden’ houden.

Koen Stroeken is Afrikanist en doceert antropologie aan de UGent. Internationaal publiceerde hij drie boeken en tientallen artikels rond gezondheid en materiële cultuur, op basis van jaren veldwerk in Tanzania. Hij coördineert de Vlaamse interuniversitaire samenwerking met Mzumbe University rond ontwikkeling en governance.

Quick View

De ondeelbare mens. Antropologie ingeleid.

 25,60
Antropologie fascineert meer dan ooit. Als studie van de mens kaart ze actuele vragen aan over identiteit en diversiteit, globalisering en de omgang met verschillen, de relatie tussen natuur en cultuur, de evolutie van de mens, religie en cognitie, vooruitgang en technologie, de oorsprong van taal, de verschillen in zintuiglijke en lichamelijke beleving, in klederdracht en voedseltaboes. Actuele kwesties die toch zo oud zijn als de mens zelf. Hoe anders zijn ‘andere’ culturen? Hoe zeker zijn we van onze Westerse kennis? En kunnen we uit andere culturen leren om alternatieve systemen van politiek, economie, communicatie, architectuur en kunstbeleving te ontwikkelen?
Antropologie is een wetenschap die al meer dan een eeuw de debatten aaneenrijgt. Deze inleiding toont hoe de ‘ondeelbare’ mens bestudeerd kan worden, als een knooppunt van processen die in aparte disciplines worden behandeld: de mens als dier, programma, subject en groepslid. De aangeboden synthese zou niet alleen de professional moeten bekoren, waaronder wetenschappers en beleidsmakers, maar eigenlijk iedereen die verbanden wil leggen tussen culturen, tussen milieu en economie, en andere zaken die de meeste disciplines liever ‘gescheiden’ houden.

Koen Stroeken is Afrikanist en doceert antropologie aan de UGent. Internationaal publiceerde hij drie boeken en tientallen artikels rond gezondheid en materiële cultuur, op basis van jaren veldwerk in Tanzania. Hij coördineert de Vlaamse interuniversitaire samenwerking met Mzumbe University rond ontwikkeling en governance.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Lezer, er zijn ook Belgen? Interactie tussen de Nederlandse en Vlaamse literatuur via literaire kritiek en uitgeverij (1980-1995) (Academisch Literair, nr. 7)

 42,20

Twee landen, één taalgebied. De Nederlandse en Vlaamse literatuur horen bij elkaar, maar zijn ze ook één geheel?

In 2012 zagen we een toenadering tussen beide literaturen, toen Tom Lanoye het Nederlandse Boekenweekgeschenk schreef. Lanoye trad hiermee in de voetsporen van Hugo Claus, die hetzelfde deed in 1989. Dat jaar was een hoogtepunt voor de Vlaamse literatuur in Nederland. Veel Vlaamse debutanten vonden een Nederlandse uitgever. Lanoye zelf was op dat moment een van de spraakmakende nieuwe Vlaamse namen.

Dit boek brengt het succes van de Vlaamse literatuur in Nederland in kaart voor de periode 1980 tot 1995.

Aan de hand van onderzoek van literaire kritiek en uitgeverij laat Floor van Renssen zien waar de Nederlandse belangstelling voor Vlaamse literatuur vandaan kwam én wat daarvan de gevolgen waren. Ze schetst het ontstaan van reputaties van auteurs als Hugo Claus en Tom Lanoye, door een samenspel van uitgeverij en kritiek. Van Renssen heeft onderzocht hoe Nederlandse critici dachten over Vlaamse literatuur.

Welke plaats krijgen Vlaamse auteurs in de canon van de Nederlandse kritiek?
In hoeverre werd de Vlaamse literatuur beschouwd als anders dan de Nederlandse?

Uit het onderzoek blijkt dat de Nederlandstalige literatuur sinds de jaren tachtig steeds meer wordt beheerst door commercie en media-aandacht, waarmee uitgeverijen en auteurs de beeldvorming sturen, terwijl de literaire kritiek terrein moet prijsgeven. Daarmee geeft het boek inzicht in het complexe geheel van factoren dat het grensverkeer tussen Nederlandse en Vlaamse literatuur tot op de dag van vandaag beïnvloedt.

GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content



Dr. Floor van Renssen (1979) is docent Nederlands en onderzoek aan de lerarenopleiding van hogeschool Windesheim in Zwolle. Zij studeerde Moderne Nederlandse letterkunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen en promoveerde in 2011 aan deze universiteit op het proefschrift Lezer, er zijn ook Belgen! Ze publiceerde essays en recensies over literatuur in diverse tijdschriften.

Reeks Academisch Literair

  1. Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot
    K. Rymenants
  2. Gedeelde kennis. Literatuur en wetenschap in Nederland van Darwin tot Einstein (1860-1920)
    M. Kemperink
  3. De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller
    L. Bernaerts
  4. Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930
    L. Vermeer
  5. Het discours van de kritiek
    P. Verstraeten
  6. Celan auseinandergeschrieben
    C. De Strycker
  7. Lezer, er zijn ook Belgen
    F. Van Renssen
  8. Overleven in verhalen: van ooggetuigen naar 'jonge wilden'. Joodse schrijvers over de Shoah
    E. Ibsch

Quick View

Lezer, er zijn ook Belgen? Interactie tussen de Nederlandse en Vlaamse literatuur via literaire kritiek en uitgeverij (1980-1995) (Academisch Literair, nr. 7)

 42,20

Twee landen, één taalgebied. De Nederlandse en Vlaamse literatuur horen bij elkaar, maar zijn ze ook één geheel?

In 2012 zagen we een toenadering tussen beide literaturen, toen Tom Lanoye het Nederlandse Boekenweekgeschenk schreef. Lanoye trad hiermee in de voetsporen van Hugo Claus, die hetzelfde deed in 1989. Dat jaar was een hoogtepunt voor de Vlaamse literatuur in Nederland. Veel Vlaamse debutanten vonden een Nederlandse uitgever. Lanoye zelf was op dat moment een van de spraakmakende nieuwe Vlaamse namen.

Dit boek brengt het succes van de Vlaamse literatuur in Nederland in kaart voor de periode 1980 tot 1995.

Aan de hand van onderzoek van literaire kritiek en uitgeverij laat Floor van Renssen zien waar de Nederlandse belangstelling voor Vlaamse literatuur vandaan kwam én wat daarvan de gevolgen waren. Ze schetst het ontstaan van reputaties van auteurs als Hugo Claus en Tom Lanoye, door een samenspel van uitgeverij en kritiek. Van Renssen heeft onderzocht hoe Nederlandse critici dachten over Vlaamse literatuur.

Welke plaats krijgen Vlaamse auteurs in de canon van de Nederlandse kritiek?
In hoeverre werd de Vlaamse literatuur beschouwd als anders dan de Nederlandse?

Uit het onderzoek blijkt dat de Nederlandstalige literatuur sinds de jaren tachtig steeds meer wordt beheerst door commercie en media-aandacht, waarmee uitgeverijen en auteurs de beeldvorming sturen, terwijl de literaire kritiek terrein moet prijsgeven. Daarmee geeft het boek inzicht in het complexe geheel van factoren dat het grensverkeer tussen Nederlandse en Vlaamse literatuur tot op de dag van vandaag beïnvloedt.

GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content



Dr. Floor van Renssen (1979) is docent Nederlands en onderzoek aan de lerarenopleiding van hogeschool Windesheim in Zwolle. Zij studeerde Moderne Nederlandse letterkunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen en promoveerde in 2011 aan deze universiteit op het proefschrift Lezer, er zijn ook Belgen! Ze publiceerde essays en recensies over literatuur in diverse tijdschriften.

Reeks Academisch Literair

  1. Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot
    K. Rymenants
  2. Gedeelde kennis. Literatuur en wetenschap in Nederland van Darwin tot Einstein (1860-1920)
    M. Kemperink
  3. De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller
    L. Bernaerts
  4. Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930
    L. Vermeer
  5. Het discours van de kritiek
    P. Verstraeten
  6. Celan auseinandergeschrieben
    C. De Strycker
  7. Lezer, er zijn ook Belgen
    F. Van Renssen
  8. Overleven in verhalen: van ooggetuigen naar 'jonge wilden'. Joodse schrijvers over de Shoah
    E. Ibsch

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Levensbeschouwelijk hindoeïsme

 20,60

Het levensbeschouwelijke hindoeïsme wil tot groei stimuleren: groei tot een beter mens en verder tot goddelijke dimensies. Volgens deze levensvisie geeft de mens zichzelf deze opdracht tot groei: hij voert immers niet de opdracht van ‘God’ uit, maar bepaalt zelf wat gedaan moet worden en is ook zelf verantwoordelijk voor de gevolgen. Daarbij groeit hij, tot het levensdoel is bereikt. Wat het einddoel is, bepaalt hij ook zelf en hij doet er alles aan om het te realiseren. Ook het heelal bevindt zich in een permanente staat van groei, ‘wording’. Net zoals bij de mens, ligt de bron van het heelal niet bij een opperwezen, maar bij een kosmos zelf. ‘Groei’ is dus een kernwoord in het levensbeschouwelijke hindoeïsme.

Door de veelvormigheid van het hindoeïsme en de verscheidenheid van visies over geloofszaken is er ook een grote diversiteit aan ‘scheppingsverhalen’ en mythen onder de hindoes te vinden. Alleen heet het verhaal omtrent de kosmos dan geen ‘scheppingsverhaal’, maar een visie op de wording. Bij het beschrijven van dit proces probeert de mens de kosmische processen in woorden te vatten. Maar hoe kan de mens anders?



Haridat Rambaran was docent wiskunde, natuurkunde en scheikunde. Hij bestudeert de Indiase talen en godsdiensten en de godsdienst als wetenschap.

Quick View

Levensbeschouwelijk hindoeïsme

 20,60

Het levensbeschouwelijke hindoeïsme wil tot groei stimuleren: groei tot een beter mens en verder tot goddelijke dimensies. Volgens deze levensvisie geeft de mens zichzelf deze opdracht tot groei: hij voert immers niet de opdracht van ‘God’ uit, maar bepaalt zelf wat gedaan moet worden en is ook zelf verantwoordelijk voor de gevolgen. Daarbij groeit hij, tot het levensdoel is bereikt. Wat het einddoel is, bepaalt hij ook zelf en hij doet er alles aan om het te realiseren. Ook het heelal bevindt zich in een permanente staat van groei, ‘wording’. Net zoals bij de mens, ligt de bron van het heelal niet bij een opperwezen, maar bij een kosmos zelf. ‘Groei’ is dus een kernwoord in het levensbeschouwelijke hindoeïsme.

Door de veelvormigheid van het hindoeïsme en de verscheidenheid van visies over geloofszaken is er ook een grote diversiteit aan ‘scheppingsverhalen’ en mythen onder de hindoes te vinden. Alleen heet het verhaal omtrent de kosmos dan geen ‘scheppingsverhaal’, maar een visie op de wording. Bij het beschrijven van dit proces probeert de mens de kosmische processen in woorden te vatten. Maar hoe kan de mens anders?



Haridat Rambaran was docent wiskunde, natuurkunde en scheikunde. Hij bestudeert de Indiase talen en godsdiensten en de godsdienst als wetenschap.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

In vertrouwen… Een onderzoek naar de professionaliteit van de vertrouwenspersoon seksuele intimidatie.

 40,10

De vertrouwenspersonen die slachtoffers van seksuele intimidatie en andere ongewenste omgangsvormen moeten opvangen en begeleiden, zien zich gesteld voor een complexe taak in een ingewikkeld krachtenveld. Niet-zorgvuldig handelen heeft bovendien juridische implicaties. Er is nog maar weinig onderzoek bekend naar de rol, positie en deskundigheid van deze vertrouwenspersonen.
De onverminderde stroom van berichten over misbruik en intimidatie in alle lagen van onze samenleving maakt een stevig fundament voor een professionele opvang niet alleen zeer actueel maar ook onontbeerlijk.

Dit onderzoek brengt de taken en benodigde competenties van de vertrouwenspersoon seksuele intimidatie in beeld. Aan de basis ervan liggen ervaringen van deskundigen: gedragsdeskundigen, juristen, opleiders, zeer ervaren vertrouwenspersonen en beleidsmakers. Carla Goosen, gedragswetenschapper en therapeut in de geestelijke gezondheidszorg, maar ook mediator, klachtonderzoeker en vertrouwenspersoon, laat helder zien hoe seksuele intimidatie op de werkvloer grotendeels wordt veroorzaakt en in stand gehouden door machtsmisbruik gebaseerd op genderverschillen.
Een gendersensitieve houding is daarom van groot belang. Ook komt uit haar analyse duidelijk naar voren dat alleen de vertrouwenpersoon met een optimaal zicht op de taken binnen de eigen functie in staat is de juiste competenties aan te wenden.



Carla Goosen, gedragswetenschapper en therapeut in de geestelijke gezondheidszorg, maar ook mediator, klachtonderzoeker en vertrouwenspersoon, laat helder zien hoe seksuele intimidatie op de werkvloer grotendeels wordt veroorzaakt en in stand gehouden door machtsmisbruik gebaseerd op genderverschillen. Een gendersensitieve houding is daarom van groot belang. Ook komt uit haar analyse duidelijk naar voren dat alleen de vertrouwenpersoon met een optimaal zicht op de taken binnen de eigen functie in staat is de juiste competenties aan te wenden.

Quick View

In vertrouwen… Een onderzoek naar de professionaliteit van de vertrouwenspersoon seksuele intimidatie.

 40,10

De vertrouwenspersonen die slachtoffers van seksuele intimidatie en andere ongewenste omgangsvormen moeten opvangen en begeleiden, zien zich gesteld voor een complexe taak in een ingewikkeld krachtenveld. Niet-zorgvuldig handelen heeft bovendien juridische implicaties. Er is nog maar weinig onderzoek bekend naar de rol, positie en deskundigheid van deze vertrouwenspersonen.
De onverminderde stroom van berichten over misbruik en intimidatie in alle lagen van onze samenleving maakt een stevig fundament voor een professionele opvang niet alleen zeer actueel maar ook onontbeerlijk.

Dit onderzoek brengt de taken en benodigde competenties van de vertrouwenspersoon seksuele intimidatie in beeld. Aan de basis ervan liggen ervaringen van deskundigen: gedragsdeskundigen, juristen, opleiders, zeer ervaren vertrouwenspersonen en beleidsmakers. Carla Goosen, gedragswetenschapper en therapeut in de geestelijke gezondheidszorg, maar ook mediator, klachtonderzoeker en vertrouwenspersoon, laat helder zien hoe seksuele intimidatie op de werkvloer grotendeels wordt veroorzaakt en in stand gehouden door machtsmisbruik gebaseerd op genderverschillen.
Een gendersensitieve houding is daarom van groot belang. Ook komt uit haar analyse duidelijk naar voren dat alleen de vertrouwenpersoon met een optimaal zicht op de taken binnen de eigen functie in staat is de juiste competenties aan te wenden.



Carla Goosen, gedragswetenschapper en therapeut in de geestelijke gezondheidszorg, maar ook mediator, klachtonderzoeker en vertrouwenspersoon, laat helder zien hoe seksuele intimidatie op de werkvloer grotendeels wordt veroorzaakt en in stand gehouden door machtsmisbruik gebaseerd op genderverschillen. Een gendersensitieve houding is daarom van groot belang. Ook komt uit haar analyse duidelijk naar voren dat alleen de vertrouwenpersoon met een optimaal zicht op de taken binnen de eigen functie in staat is de juiste competenties aan te wenden.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    2
    Uw winkelwagen
    ×