Spinhuis
Spinhuis
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De straat aan de jeugd. Een ontwikkelingsgericht onderzoek naar drie jaar ‘Thuis Op Straat’.

 18,00
‘Thuis Op Straat’ (TOS) is de naam van een nieuwe manier van werken, gericht op kinderen en jongeren, om de leefbaarheid van buurten en wijken te vergroten door het scheppen van een duidelijk, gemoedelijk, fatsoenlijk en veilig klimaat op pleinen en straten, het hele jaar door, zeven dagen in de week. Met tevens de bedoeling dat er meer meisjes en meer jonge kinderen van de buitenruimte gebruikmaken. Dit gebeurt onder leiding van een professionele TOS-baas, samen met TOS-medewerkers (I&D-ers en Wiw-ers). TOS hanteert daarbij geen standaardmethode maar werkt dynamisch: kijken wat op dat plein, in die wijk nodig is en van daaruit activiteiten organiseren. Hierbij speelt verbinding en verbreding een belangrijke rol: verbinding met ouders en buurtbewoners, verbreding naar partners in hetzelfde domein. In 1996 ging het eerste project van start in Rotterdam. Spoedig volgden andere gemeenten. Drie jaar hebben de onderzoekers van de Erasmus Universiteit, Masson, Karyotis en De Jong, TOS-projecten in Rotterdam, Dordrecht, Leiden en Gouda op verzoek van de Provincie Zuid-Holland, de betrokken gemeenten en het ministerie van VWS gevolgd. In deze evaluatie wordt uitvoerig verslag gedaan van hun bevindingen op een viertal niveaus: welke TOS-activiteiten zijn er uitgevoerd, hoe was het gesteld met het personeel en de interne organisatie, hoe was de samenwerking met en participatie van andere organisaties in de buurten, en zijn de projecten geslaagd in hun oorspronkelijke opzet. De studie wordt afgesloten met aanbevelingen voor de lopende en toekomstige TOS-projecten.

Placeholder Image
Quick View

De straat aan de jeugd. Een ontwikkelingsgericht onderzoek naar drie jaar ‘Thuis Op Straat’.

 18,00
‘Thuis Op Straat’ (TOS) is de naam van een nieuwe manier van werken, gericht op kinderen en jongeren, om de leefbaarheid van buurten en wijken te vergroten door het scheppen van een duidelijk, gemoedelijk, fatsoenlijk en veilig klimaat op pleinen en straten, het hele jaar door, zeven dagen in de week. Met tevens de bedoeling dat er meer meisjes en meer jonge kinderen van de buitenruimte gebruikmaken. Dit gebeurt onder leiding van een professionele TOS-baas, samen met TOS-medewerkers (I&D-ers en Wiw-ers). TOS hanteert daarbij geen standaardmethode maar werkt dynamisch: kijken wat op dat plein, in die wijk nodig is en van daaruit activiteiten organiseren. Hierbij speelt verbinding en verbreding een belangrijke rol: verbinding met ouders en buurtbewoners, verbreding naar partners in hetzelfde domein. In 1996 ging het eerste project van start in Rotterdam. Spoedig volgden andere gemeenten. Drie jaar hebben de onderzoekers van de Erasmus Universiteit, Masson, Karyotis en De Jong, TOS-projecten in Rotterdam, Dordrecht, Leiden en Gouda op verzoek van de Provincie Zuid-Holland, de betrokken gemeenten en het ministerie van VWS gevolgd. In deze evaluatie wordt uitvoerig verslag gedaan van hun bevindingen op een viertal niveaus: welke TOS-activiteiten zijn er uitgevoerd, hoe was het gesteld met het personeel en de interne organisatie, hoe was de samenwerking met en participatie van andere organisaties in de buurten, en zijn de projecten geslaagd in hun oorspronkelijke opzet. De studie wordt afgesloten met aanbevelingen voor de lopende en toekomstige TOS-projecten.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Ziekenwerk. Een kleine sociologie van alledaags ziekenleven

 13,50
Hij is al jarenlang hoogleraar Medische Sociologie en dan wordt op een dag bij hem darmkanker geconstateerd. Na de geweldige emotionele schok ondergaat hij de bij het ziektebeeld passende medische behandeling. Gaandeweg dat medische traject beseft hij tot zijn verbijstering dat er dingen gebeuren waarover hij in de vakliteratuur zo nooit eerder gelezen had. Dit overkwam Gerhard Nijhof, hoogleraar Medische Sociologie aan de Universiteit van Amsterdam. Toen hij zich dit realiseerde ging hij tijdens zijn ziekbed en zijn revalidatie in een schrift bijhouden wat hem overkwam, wat hij constateerde en waar dat niet spoorde met zijn kennis van zijn vakliteratuur. Deze voortdurende verbinding van een observatie of een persoonlijke ervaring met een afstandelijk wetenschappelijk verwoord thema maakt dit boek tot een indringend verslag van een ‘alledaags’ leven van een zieke. Aanbevolen voor iedereen die werkzaam is in de gezondheidszorg, diegenen die in de directe omgeving te maken heeft met langdurige (ernstig) zieken en voor geïnteresseerden in de medische sociologie. Gerhard Nijhof is hoogleraar Medische Sociologie aan de Universiteit van Amsterdam.

Quick View

Ziekenwerk. Een kleine sociologie van alledaags ziekenleven

 13,50
Hij is al jarenlang hoogleraar Medische Sociologie en dan wordt op een dag bij hem darmkanker geconstateerd. Na de geweldige emotionele schok ondergaat hij de bij het ziektebeeld passende medische behandeling. Gaandeweg dat medische traject beseft hij tot zijn verbijstering dat er dingen gebeuren waarover hij in de vakliteratuur zo nooit eerder gelezen had. Dit overkwam Gerhard Nijhof, hoogleraar Medische Sociologie aan de Universiteit van Amsterdam. Toen hij zich dit realiseerde ging hij tijdens zijn ziekbed en zijn revalidatie in een schrift bijhouden wat hem overkwam, wat hij constateerde en waar dat niet spoorde met zijn kennis van zijn vakliteratuur. Deze voortdurende verbinding van een observatie of een persoonlijke ervaring met een afstandelijk wetenschappelijk verwoord thema maakt dit boek tot een indringend verslag van een ‘alledaags’ leven van een zieke. Aanbevolen voor iedereen die werkzaam is in de gezondheidszorg, diegenen die in de directe omgeving te maken heeft met langdurige (ernstig) zieken en voor geïnteresseerden in de medische sociologie. Gerhard Nijhof is hoogleraar Medische Sociologie aan de Universiteit van Amsterdam.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Bridges & Watersheds. A narrative analysis of watermanagement in England, Wales and the Netherlands

 22,50
What is good water management, if we take scarcity of water, combined with climate change, the rise of sea level and a growing world population into account? Can water management be privatized? Or should the role and the position of the nation state even be strengthened to protect the environment and the citizens? Dicke has conducted a narrative analysis of water management in England, Wales and the Netherlands. Hundred years ago, water used to be a national public good. The nation state was pivotal in water management. Nowadays, water is considered to be part of a global water system. This view transforms water from a national to a global public good. As a result, the nation state is not the only actor, which has a say in the management of this global public good. This transformation places the public private divide once again at the center of attention. The present debate about privatization, both in England and in the Netherlands, is incomplete. It does not take all dimensions of the public private divide into account. Dicke suggests that both visibility (transparency) and collectivity (water belongs to us all) should be considered. The issue is not whether water management is provided by a nation state or not. The issue should be whether the dimensions of collectivity and visibility are well balanced. This can only be achieved through a restoration of the link between water and society. Willemijn Dicke is assistant professor at Delft University of Technology at the Department of Public Management Organisation & Management.

Placeholder Image
Quick View

Bridges & Watersheds. A narrative analysis of watermanagement in England, Wales and the Netherlands

 22,50
What is good water management, if we take scarcity of water, combined with climate change, the rise of sea level and a growing world population into account? Can water management be privatized? Or should the role and the position of the nation state even be strengthened to protect the environment and the citizens? Dicke has conducted a narrative analysis of water management in England, Wales and the Netherlands. Hundred years ago, water used to be a national public good. The nation state was pivotal in water management. Nowadays, water is considered to be part of a global water system. This view transforms water from a national to a global public good. As a result, the nation state is not the only actor, which has a say in the management of this global public good. This transformation places the public private divide once again at the center of attention. The present debate about privatization, both in England and in the Netherlands, is incomplete. It does not take all dimensions of the public private divide into account. Dicke suggests that both visibility (transparency) and collectivity (water belongs to us all) should be considered. The issue is not whether water management is provided by a nation state or not. The issue should be whether the dimensions of collectivity and visibility are well balanced. This can only be achieved through a restoration of the link between water and society. Willemijn Dicke is assistant professor at Delft University of Technology at the Department of Public Management Organisation & Management.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View

Tijdschrift Medische antropologie, jaargang 19

 20,00
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen