
De magistraat aan het woord. Een verkennend onderzoek naar de opvattingen van magistraten over hun functioneren in justitie en samenleving
€ 32,00
In de maatschappelijke discussie over justitie zijn de belangrijkste spelers tot nog toe
niet vaak aan bod gekomen. Dit boek vult die leemte in. Zestien magistraten uit de
strafrechtspraktijk worden uitgebreid geïnterviewd over hun opvattingen inzake actuele
thema’s zoals overleg en communicatie, veiligheid en onveiligheidsgevoelens, hun verhouding
tot pers en publieke opinie, de effecten die ze met hun beslissingen trachten te
bereiken en de verschillende methodes waarmee op misdrijven kan gereageerd worden.
Het feit dat de onderzoeker zelf ook magistraat is, stimuleerde de openhartigheid van
het gesprek en maakt het onderzoek ook uniek in zijn soort.
Het werk bleef niet beperkt tot een onderonsje tussen leden van dezelfde beroepsgroep die enkel hun eigen positie vertolken. Het heeft integendeel de uitdrukkelijke bedoeling om een louter professionele en juridische benadering te overstijgen en op zoek te gaan naar de maatschappelijke relevantie van de actuele rechtspraktijk. Daartoe heeft de auteur een breder kader uitgewerkt dat de interviews in een verhelderend en soms confronterend perspectief plaatst. aan de hand van dat kader peilt hij ook naar de mogelijkheden van een nieuwe culturele inbedding van het recht, die mee kan helpen bij het opvullen van het morele vacuüm, ontstaan door de teloorgang van de grote ideologieën. een communicatieve, participatieve en op herstel gerichte justitie kan hierbij een belangrijke rol spelen.
Uit het voorwoord van Ivo Moyersoen (Voorzitter rechtbank eerste aanleg te Antwerpen):
“Het onderzoek te velde is zonder meer confronterend.”
Dirk De Bruyn is sinds 1992 rechter bij de rechtbank van koophandel te Antwerpen. Met het proefschrift dat aan de basis ligt van dit boek behaalde hij in 2004 het diploma van licentiaat in de politieke wetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel.
Het werk bleef niet beperkt tot een onderonsje tussen leden van dezelfde beroepsgroep die enkel hun eigen positie vertolken. Het heeft integendeel de uitdrukkelijke bedoeling om een louter professionele en juridische benadering te overstijgen en op zoek te gaan naar de maatschappelijke relevantie van de actuele rechtspraktijk. Daartoe heeft de auteur een breder kader uitgewerkt dat de interviews in een verhelderend en soms confronterend perspectief plaatst. aan de hand van dat kader peilt hij ook naar de mogelijkheden van een nieuwe culturele inbedding van het recht, die mee kan helpen bij het opvullen van het morele vacuüm, ontstaan door de teloorgang van de grote ideologieën. een communicatieve, participatieve en op herstel gerichte justitie kan hierbij een belangrijke rol spelen.
Uit het voorwoord van Ivo Moyersoen (Voorzitter rechtbank eerste aanleg te Antwerpen):
“Het onderzoek te velde is zonder meer confronterend.”
Dirk De Bruyn is sinds 1992 rechter bij de rechtbank van koophandel te Antwerpen. Met het proefschrift dat aan de basis ligt van dit boek behaalde hij in 2004 het diploma van licentiaat in de politieke wetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel.

De magistraat aan het woord. Een verkennend onderzoek naar de opvattingen van magistraten over hun functioneren in justitie en samenleving
€ 32,00
In de maatschappelijke discussie over justitie zijn de belangrijkste spelers tot nog toe
niet vaak aan bod gekomen. Dit boek vult die leemte in. Zestien magistraten uit de
strafrechtspraktijk worden uitgebreid geïnterviewd over hun opvattingen inzake actuele
thema’s zoals overleg en communicatie, veiligheid en onveiligheidsgevoelens, hun verhouding
tot pers en publieke opinie, de effecten die ze met hun beslissingen trachten te
bereiken en de verschillende methodes waarmee op misdrijven kan gereageerd worden.
Het feit dat de onderzoeker zelf ook magistraat is, stimuleerde de openhartigheid van
het gesprek en maakt het onderzoek ook uniek in zijn soort.
Het werk bleef niet beperkt tot een onderonsje tussen leden van dezelfde beroepsgroep die enkel hun eigen positie vertolken. Het heeft integendeel de uitdrukkelijke bedoeling om een louter professionele en juridische benadering te overstijgen en op zoek te gaan naar de maatschappelijke relevantie van de actuele rechtspraktijk. Daartoe heeft de auteur een breder kader uitgewerkt dat de interviews in een verhelderend en soms confronterend perspectief plaatst. aan de hand van dat kader peilt hij ook naar de mogelijkheden van een nieuwe culturele inbedding van het recht, die mee kan helpen bij het opvullen van het morele vacuüm, ontstaan door de teloorgang van de grote ideologieën. een communicatieve, participatieve en op herstel gerichte justitie kan hierbij een belangrijke rol spelen.
Uit het voorwoord van Ivo Moyersoen (Voorzitter rechtbank eerste aanleg te Antwerpen):
“Het onderzoek te velde is zonder meer confronterend.”
Dirk De Bruyn is sinds 1992 rechter bij de rechtbank van koophandel te Antwerpen. Met het proefschrift dat aan de basis ligt van dit boek behaalde hij in 2004 het diploma van licentiaat in de politieke wetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel.
Het werk bleef niet beperkt tot een onderonsje tussen leden van dezelfde beroepsgroep die enkel hun eigen positie vertolken. Het heeft integendeel de uitdrukkelijke bedoeling om een louter professionele en juridische benadering te overstijgen en op zoek te gaan naar de maatschappelijke relevantie van de actuele rechtspraktijk. Daartoe heeft de auteur een breder kader uitgewerkt dat de interviews in een verhelderend en soms confronterend perspectief plaatst. aan de hand van dat kader peilt hij ook naar de mogelijkheden van een nieuwe culturele inbedding van het recht, die mee kan helpen bij het opvullen van het morele vacuüm, ontstaan door de teloorgang van de grote ideologieën. een communicatieve, participatieve en op herstel gerichte justitie kan hierbij een belangrijke rol spelen.
Uit het voorwoord van Ivo Moyersoen (Voorzitter rechtbank eerste aanleg te Antwerpen):
“Het onderzoek te velde is zonder meer confronterend.”
Dirk De Bruyn is sinds 1992 rechter bij de rechtbank van koophandel te Antwerpen. Met het proefschrift dat aan de basis ligt van dit boek behaalde hij in 2004 het diploma van licentiaat in de politieke wetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel.

Het effect van alternatieve gerechtelijke maatregelen (Reeks Dienst voor Strafrechtelijk beleid, nr. 19)
€ 40,00
Straffen – en zeker alleen maar straffen – helpt niet. Zijn er betere middelen om het doel – met name dat het te bestraffen gedrag vermindert of liefst zelfs verdwijnt – te bereiken? Sinds een tiental jaar worden vanuit de Federale Overheidsdienst Justitie een aantal Nationale Projecten gefinancierd die in plaats van de klassieke straf een vorming aanbieden, en dit voor verschillende overtredingen. Het succes van deze aanpak blijkt uit het groeiend aantal doorverwijzingen. Maar dit succes mag ons niet beletten de vraag te stellen of dit alternatief ook effectief werkt. Dit is meteen de kern van dit boek. Vier Nationale Projecten in Vlaanderen worden onderzocht: Driver Improvement (BIVV), Slachtoffer-in-Beeld, Dader In-Zicht en de Leerprojecten voor Daders van Seksueel Geweld.
Na een inleiding inzake de historische, maatschappelijke en juridische context van Alternatieve Gerechtelijke Maatregelen worden deze projecten gesitueerd als alternatieve afhandelingwijze van strafzaken. Vervolgens wordt de relevante internationale literatuur besproken, met de klemtoon op onderzoeken die in dit verband in België reeds zijn gevoerd. Ten slotte wordt op basis van een empirisch onderzoek nagegaan in hoeverre de Nationale Projecten hun doelstellingen bereiken. De conclusies van dit onderzoek worden vertaald naar een aantal aanbevelingen voor zowel het beleid als het praktijkveld.
Na een inleiding inzake de historische, maatschappelijke en juridische context van Alternatieve Gerechtelijke Maatregelen worden deze projecten gesitueerd als alternatieve afhandelingwijze van strafzaken. Vervolgens wordt de relevante internationale literatuur besproken, met de klemtoon op onderzoeken die in dit verband in België reeds zijn gevoerd. Ten slotte wordt op basis van een empirisch onderzoek nagegaan in hoeverre de Nationale Projecten hun doelstellingen bereiken. De conclusies van dit onderzoek worden vertaald naar een aantal aanbevelingen voor zowel het beleid als het praktijkveld.

Het effect van alternatieve gerechtelijke maatregelen (Reeks Dienst voor Strafrechtelijk beleid, nr. 19)
€ 40,00
Straffen – en zeker alleen maar straffen – helpt niet. Zijn er betere middelen om het doel – met name dat het te bestraffen gedrag vermindert of liefst zelfs verdwijnt – te bereiken? Sinds een tiental jaar worden vanuit de Federale Overheidsdienst Justitie een aantal Nationale Projecten gefinancierd die in plaats van de klassieke straf een vorming aanbieden, en dit voor verschillende overtredingen. Het succes van deze aanpak blijkt uit het groeiend aantal doorverwijzingen. Maar dit succes mag ons niet beletten de vraag te stellen of dit alternatief ook effectief werkt. Dit is meteen de kern van dit boek. Vier Nationale Projecten in Vlaanderen worden onderzocht: Driver Improvement (BIVV), Slachtoffer-in-Beeld, Dader In-Zicht en de Leerprojecten voor Daders van Seksueel Geweld.
Na een inleiding inzake de historische, maatschappelijke en juridische context van Alternatieve Gerechtelijke Maatregelen worden deze projecten gesitueerd als alternatieve afhandelingwijze van strafzaken. Vervolgens wordt de relevante internationale literatuur besproken, met de klemtoon op onderzoeken die in dit verband in België reeds zijn gevoerd. Ten slotte wordt op basis van een empirisch onderzoek nagegaan in hoeverre de Nationale Projecten hun doelstellingen bereiken. De conclusies van dit onderzoek worden vertaald naar een aantal aanbevelingen voor zowel het beleid als het praktijkveld.
Na een inleiding inzake de historische, maatschappelijke en juridische context van Alternatieve Gerechtelijke Maatregelen worden deze projecten gesitueerd als alternatieve afhandelingwijze van strafzaken. Vervolgens wordt de relevante internationale literatuur besproken, met de klemtoon op onderzoeken die in dit verband in België reeds zijn gevoerd. Ten slotte wordt op basis van een empirisch onderzoek nagegaan in hoeverre de Nationale Projecten hun doelstellingen bereiken. De conclusies van dit onderzoek worden vertaald naar een aantal aanbevelingen voor zowel het beleid als het praktijkveld.
Geen voorraad

Recht in beweging. 13de VRG-Alumnidag 2006 (Reeks VRG Alumni Leuven)
€ 39,50
Uit het voorwoord door Roger Blanpain, de voorzitter, en Robbie tas, de secretaris.
"Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht isimmers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "ingoede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijkeexplosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappijenerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.
Het recht is een schaduwloper, die de ontwikkelingen op de voet volgt, eventueeleen voorloper wanneer het aankomende gebeurtenissen mee gestalte geeft.Alles wordt trouwens in vraag gesteld.
"Recht in beweging" is het uithangbord van de dertiende VRG Alumnidag 2006.
Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 10 maart 2006 door niet minderdan 600 juristen beluisterd en besproken werden.Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nogmeer dan dat.
"Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht isimmers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "ingoede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijkeexplosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappijenerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.
Het recht is een schaduwloper, die de ontwikkelingen op de voet volgt, eventueeleen voorloper wanneer het aankomende gebeurtenissen mee gestalte geeft.Alles wordt trouwens in vraag gesteld.
"Recht in beweging" is het uithangbord van de dertiende VRG Alumnidag 2006.
Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 10 maart 2006 door niet minderdan 600 juristen beluisterd en besproken werden.Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nogmeer dan dat.
Geen voorraad

Recht in beweging. 13de VRG-Alumnidag 2006 (Reeks VRG Alumni Leuven)
€ 39,50
Uit het voorwoord door Roger Blanpain, de voorzitter, en Robbie tas, de secretaris.
"Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht isimmers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "ingoede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijkeexplosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappijenerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.
Het recht is een schaduwloper, die de ontwikkelingen op de voet volgt, eventueeleen voorloper wanneer het aankomende gebeurtenissen mee gestalte geeft.Alles wordt trouwens in vraag gesteld.
"Recht in beweging" is het uithangbord van de dertiende VRG Alumnidag 2006.
Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 10 maart 2006 door niet minderdan 600 juristen beluisterd en besproken werden.Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nogmeer dan dat.
"Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht isimmers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "ingoede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijkeexplosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappijenerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.
Het recht is een schaduwloper, die de ontwikkelingen op de voet volgt, eventueeleen voorloper wanneer het aankomende gebeurtenissen mee gestalte geeft.Alles wordt trouwens in vraag gesteld.
"Recht in beweging" is het uithangbord van de dertiende VRG Alumnidag 2006.
Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 10 maart 2006 door niet minderdan 600 juristen beluisterd en besproken werden.Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nogmeer dan dat.

Overheidsopdrachten. De wetten van 15 en 16 juni 2006 tot omzetting van de Europese Overheidsopdrachtenrichtlijnen (Hardcover)
€ 145,00
Dit boek geeft een toelichting en een eerste commentaar bij de Wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten van 15 juni 2006 en de Wet van 16 juni 2006 betreffende de gunning, informatie aan kandidaten en inschrijvers en wachttermijn inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten.
Deze beide wetten komen in de plaats van de Wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten.
In dit boek verstrekken de auteurs een duiding van de nieuwe basiswetgeving inzake overheidsopdrachten, waarbij zij de voornaamste nieuwigheden in kaart hebben gebracht, waar mogelijk met talrijke verwijzingen naar rechtspraak en rechtsleer ter verdere oriëntatie. Alle thema’s uit het aanbestedingsrecht die wijzigingen en/of aanpassingen hebben ondergaan worden behandeld, alsmede vanzelfsprekend de echte nieuwigheden. Zo zal de lezer vaststellen dat veel aandacht wordt geschonken aan de raamovereenkomsten, aan de weging van de gunningscriteria en aan de rechtsbescherming in kort geding tegen onregelmatige aanbestedingsbeslissingen.
Opbouw van het boek.
Het werk vat aan met een korte inleiding ter situering van de nieuwe wetten. De commentaar zelf valt uiteen in twee delen: een eerste deel handelend over de Wet van 15 juni 2006 – de eigenlijke nieuwe overheidsopdrachtenwet –, en een tweede deel dat de Wet van 16 juni 2006 – welke wet meer specifiek de standstill-procedure regelt – aan een onderzoek onderwerpt. .
Als bijlage is de integrale tekst van de Wetten van 15 en 16 juni 2006 opgenomen, zoals deze wetten werden gewijzigd door de Wetten van 12 januari 2007. Er werd geopteerd voor een simultane Nederlands-Franse editie om aldus reeds een eerste exegetische interpretatie mogelijk te maken. .
Ten gerieve van de lezers bevat dit boek ook een overzicht van de relevante documenten voor de tekstgeschiedenis van beide wetten. Daarenboven werden een aantal geselecteerde documenten die belangrijk zijn voor de tekstanalyse – zoals de Memorie van Toelichting, de commissieverslagen van Kamer en Senaat en de diverse adviezen van de Raad van State – in extenso opgenomen. .
Eveneens opgenomen is een concordantietabel die het verband legt tussen de onderscheiden artikelen van de Wet van 15 juni 2006, de Wet van 24 december 1993, de Richtlijn Klassieke Sectoren en de Richtlijn Nutssectoren. .
Het boek sluit af met een elementaire bibliografie en een beknopt trefwoordenregister.
Constant DE KONINCK wordt als auditeur bij het Rekenhof beroepsmatig dagelijks geconfronteerd met de praktijk van het overheidsopdrachtenrecht. Hij is raadgevend lid van de Geschillencommissie Overheidsopdrachten Mobiliteit. Van zijn hand zijn o.a. de boeken Overheidsopdrachtenrecht Klassieke Sectoren (2 delen) en Schade en schadeloosstelling bij de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten (samen met P. FLAMEY en K. RONSE). Constant DE KONINCK wordt regelmatig als spreker gevraagd. Hij is redacteur van het gespecialiseerde tijdschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtelijke Kronieken.
Peter FLAMEY is advocaat en staat aan het hoofd van een gespecialiseerd nichekantoor administratief recht te Antwerpen. Hij heeft talloze publicaties op zijn naam op het vlak van administratief recht in het algemeen en aanbestedingsrecht en overheidsopdrachten in het bijzonder. Hij is medestichter en kernredacteur van het gespecialiseerde tijdschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtelijke Kronieken, en redacteur van het Tijdschrift voor Aannemingsrecht. Peter FLAMEY is tevens lid van de Vlaamse Vereniging voor Aanbestedingsrecht. www.flamey-advocaten.be
Deze beide wetten komen in de plaats van de Wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten.
In dit boek verstrekken de auteurs een duiding van de nieuwe basiswetgeving inzake overheidsopdrachten, waarbij zij de voornaamste nieuwigheden in kaart hebben gebracht, waar mogelijk met talrijke verwijzingen naar rechtspraak en rechtsleer ter verdere oriëntatie. Alle thema’s uit het aanbestedingsrecht die wijzigingen en/of aanpassingen hebben ondergaan worden behandeld, alsmede vanzelfsprekend de echte nieuwigheden. Zo zal de lezer vaststellen dat veel aandacht wordt geschonken aan de raamovereenkomsten, aan de weging van de gunningscriteria en aan de rechtsbescherming in kort geding tegen onregelmatige aanbestedingsbeslissingen.
Opbouw van het boek.
Het werk vat aan met een korte inleiding ter situering van de nieuwe wetten. De commentaar zelf valt uiteen in twee delen: een eerste deel handelend over de Wet van 15 juni 2006 – de eigenlijke nieuwe overheidsopdrachtenwet –, en een tweede deel dat de Wet van 16 juni 2006 – welke wet meer specifiek de standstill-procedure regelt – aan een onderzoek onderwerpt. .
Als bijlage is de integrale tekst van de Wetten van 15 en 16 juni 2006 opgenomen, zoals deze wetten werden gewijzigd door de Wetten van 12 januari 2007. Er werd geopteerd voor een simultane Nederlands-Franse editie om aldus reeds een eerste exegetische interpretatie mogelijk te maken. .
Ten gerieve van de lezers bevat dit boek ook een overzicht van de relevante documenten voor de tekstgeschiedenis van beide wetten. Daarenboven werden een aantal geselecteerde documenten die belangrijk zijn voor de tekstanalyse – zoals de Memorie van Toelichting, de commissieverslagen van Kamer en Senaat en de diverse adviezen van de Raad van State – in extenso opgenomen. .
Eveneens opgenomen is een concordantietabel die het verband legt tussen de onderscheiden artikelen van de Wet van 15 juni 2006, de Wet van 24 december 1993, de Richtlijn Klassieke Sectoren en de Richtlijn Nutssectoren. .
Het boek sluit af met een elementaire bibliografie en een beknopt trefwoordenregister.
Constant DE KONINCK wordt als auditeur bij het Rekenhof beroepsmatig dagelijks geconfronteerd met de praktijk van het overheidsopdrachtenrecht. Hij is raadgevend lid van de Geschillencommissie Overheidsopdrachten Mobiliteit. Van zijn hand zijn o.a. de boeken Overheidsopdrachtenrecht Klassieke Sectoren (2 delen) en Schade en schadeloosstelling bij de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten (samen met P. FLAMEY en K. RONSE). Constant DE KONINCK wordt regelmatig als spreker gevraagd. Hij is redacteur van het gespecialiseerde tijdschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtelijke Kronieken.
Peter FLAMEY is advocaat en staat aan het hoofd van een gespecialiseerd nichekantoor administratief recht te Antwerpen. Hij heeft talloze publicaties op zijn naam op het vlak van administratief recht in het algemeen en aanbestedingsrecht en overheidsopdrachten in het bijzonder. Hij is medestichter en kernredacteur van het gespecialiseerde tijdschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtelijke Kronieken, en redacteur van het Tijdschrift voor Aannemingsrecht. Peter FLAMEY is tevens lid van de Vlaamse Vereniging voor Aanbestedingsrecht. www.flamey-advocaten.be

Overheidsopdrachten. De wetten van 15 en 16 juni 2006 tot omzetting van de Europese Overheidsopdrachtenrichtlijnen (Hardcover)
€ 145,00
Dit boek geeft een toelichting en een eerste commentaar bij de Wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten van 15 juni 2006 en de Wet van 16 juni 2006 betreffende de gunning, informatie aan kandidaten en inschrijvers en wachttermijn inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten.
Deze beide wetten komen in de plaats van de Wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten.
In dit boek verstrekken de auteurs een duiding van de nieuwe basiswetgeving inzake overheidsopdrachten, waarbij zij de voornaamste nieuwigheden in kaart hebben gebracht, waar mogelijk met talrijke verwijzingen naar rechtspraak en rechtsleer ter verdere oriëntatie. Alle thema’s uit het aanbestedingsrecht die wijzigingen en/of aanpassingen hebben ondergaan worden behandeld, alsmede vanzelfsprekend de echte nieuwigheden. Zo zal de lezer vaststellen dat veel aandacht wordt geschonken aan de raamovereenkomsten, aan de weging van de gunningscriteria en aan de rechtsbescherming in kort geding tegen onregelmatige aanbestedingsbeslissingen.
Opbouw van het boek.
Het werk vat aan met een korte inleiding ter situering van de nieuwe wetten. De commentaar zelf valt uiteen in twee delen: een eerste deel handelend over de Wet van 15 juni 2006 – de eigenlijke nieuwe overheidsopdrachtenwet –, en een tweede deel dat de Wet van 16 juni 2006 – welke wet meer specifiek de standstill-procedure regelt – aan een onderzoek onderwerpt. .
Als bijlage is de integrale tekst van de Wetten van 15 en 16 juni 2006 opgenomen, zoals deze wetten werden gewijzigd door de Wetten van 12 januari 2007. Er werd geopteerd voor een simultane Nederlands-Franse editie om aldus reeds een eerste exegetische interpretatie mogelijk te maken. .
Ten gerieve van de lezers bevat dit boek ook een overzicht van de relevante documenten voor de tekstgeschiedenis van beide wetten. Daarenboven werden een aantal geselecteerde documenten die belangrijk zijn voor de tekstanalyse – zoals de Memorie van Toelichting, de commissieverslagen van Kamer en Senaat en de diverse adviezen van de Raad van State – in extenso opgenomen. .
Eveneens opgenomen is een concordantietabel die het verband legt tussen de onderscheiden artikelen van de Wet van 15 juni 2006, de Wet van 24 december 1993, de Richtlijn Klassieke Sectoren en de Richtlijn Nutssectoren. .
Het boek sluit af met een elementaire bibliografie en een beknopt trefwoordenregister.
Constant DE KONINCK wordt als auditeur bij het Rekenhof beroepsmatig dagelijks geconfronteerd met de praktijk van het overheidsopdrachtenrecht. Hij is raadgevend lid van de Geschillencommissie Overheidsopdrachten Mobiliteit. Van zijn hand zijn o.a. de boeken Overheidsopdrachtenrecht Klassieke Sectoren (2 delen) en Schade en schadeloosstelling bij de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten (samen met P. FLAMEY en K. RONSE). Constant DE KONINCK wordt regelmatig als spreker gevraagd. Hij is redacteur van het gespecialiseerde tijdschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtelijke Kronieken.
Peter FLAMEY is advocaat en staat aan het hoofd van een gespecialiseerd nichekantoor administratief recht te Antwerpen. Hij heeft talloze publicaties op zijn naam op het vlak van administratief recht in het algemeen en aanbestedingsrecht en overheidsopdrachten in het bijzonder. Hij is medestichter en kernredacteur van het gespecialiseerde tijdschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtelijke Kronieken, en redacteur van het Tijdschrift voor Aannemingsrecht. Peter FLAMEY is tevens lid van de Vlaamse Vereniging voor Aanbestedingsrecht. www.flamey-advocaten.be
Deze beide wetten komen in de plaats van de Wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten.
In dit boek verstrekken de auteurs een duiding van de nieuwe basiswetgeving inzake overheidsopdrachten, waarbij zij de voornaamste nieuwigheden in kaart hebben gebracht, waar mogelijk met talrijke verwijzingen naar rechtspraak en rechtsleer ter verdere oriëntatie. Alle thema’s uit het aanbestedingsrecht die wijzigingen en/of aanpassingen hebben ondergaan worden behandeld, alsmede vanzelfsprekend de echte nieuwigheden. Zo zal de lezer vaststellen dat veel aandacht wordt geschonken aan de raamovereenkomsten, aan de weging van de gunningscriteria en aan de rechtsbescherming in kort geding tegen onregelmatige aanbestedingsbeslissingen.
Opbouw van het boek.
Het werk vat aan met een korte inleiding ter situering van de nieuwe wetten. De commentaar zelf valt uiteen in twee delen: een eerste deel handelend over de Wet van 15 juni 2006 – de eigenlijke nieuwe overheidsopdrachtenwet –, en een tweede deel dat de Wet van 16 juni 2006 – welke wet meer specifiek de standstill-procedure regelt – aan een onderzoek onderwerpt. .
Als bijlage is de integrale tekst van de Wetten van 15 en 16 juni 2006 opgenomen, zoals deze wetten werden gewijzigd door de Wetten van 12 januari 2007. Er werd geopteerd voor een simultane Nederlands-Franse editie om aldus reeds een eerste exegetische interpretatie mogelijk te maken. .
Ten gerieve van de lezers bevat dit boek ook een overzicht van de relevante documenten voor de tekstgeschiedenis van beide wetten. Daarenboven werden een aantal geselecteerde documenten die belangrijk zijn voor de tekstanalyse – zoals de Memorie van Toelichting, de commissieverslagen van Kamer en Senaat en de diverse adviezen van de Raad van State – in extenso opgenomen. .
Eveneens opgenomen is een concordantietabel die het verband legt tussen de onderscheiden artikelen van de Wet van 15 juni 2006, de Wet van 24 december 1993, de Richtlijn Klassieke Sectoren en de Richtlijn Nutssectoren. .
Het boek sluit af met een elementaire bibliografie en een beknopt trefwoordenregister.
Constant DE KONINCK wordt als auditeur bij het Rekenhof beroepsmatig dagelijks geconfronteerd met de praktijk van het overheidsopdrachtenrecht. Hij is raadgevend lid van de Geschillencommissie Overheidsopdrachten Mobiliteit. Van zijn hand zijn o.a. de boeken Overheidsopdrachtenrecht Klassieke Sectoren (2 delen) en Schade en schadeloosstelling bij de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten (samen met P. FLAMEY en K. RONSE). Constant DE KONINCK wordt regelmatig als spreker gevraagd. Hij is redacteur van het gespecialiseerde tijdschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtelijke Kronieken.
Peter FLAMEY is advocaat en staat aan het hoofd van een gespecialiseerd nichekantoor administratief recht te Antwerpen. Hij heeft talloze publicaties op zijn naam op het vlak van administratief recht in het algemeen en aanbestedingsrecht en overheidsopdrachten in het bijzonder. Hij is medestichter en kernredacteur van het gespecialiseerde tijdschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtelijke Kronieken, en redacteur van het Tijdschrift voor Aannemingsrecht. Peter FLAMEY is tevens lid van de Vlaamse Vereniging voor Aanbestedingsrecht. www.flamey-advocaten.be

Tendensen in het economisch recht (Reeks Vakgroep Economisch Recht VUB, nr. 11) (Hardcover)
€ 95,00
Tijdens het academiejaar 2004-2005 organiseerde de Vakgroep EconomischRecht een cyclus van drie studienamiddagen, waarin achtereenvolgensaandacht werd besteed aan het gebruik van data door een onderneming,een aantal aspecten van consumentenbescherming en de stichting.
Op de eerste studienamiddag werden de evoluties van datagebruik binnende onderneming belicht. Gelet op de vaststelling dat informatie en informatiestromenin de bedrijfswereld een steeds belangrijker gegeven wordenen tal van ondernemingen informatie voor, of in het kader van, hunbedrijfsactiviteiten genereren en/of er gebruik van maken, was de tijd rijpom dit thema door een aantal specialisten uit het vakgebied aan bod te latenkomen. Om die reden werd de eerste van de voormelde studienamiddagengewijd aan de juridische regels inzake het statuut en zekere anderekenmerken van dergelijke informatie. Hierbij is in eerste instantie ingegaanop de juridische aspecten van adresbestanden, verkoopscijfers, statistieken,grafieken, e.d.m., beschouwd als "assets" van een onderneming. Als tweedethema werd onderzocht welke bescherming het recht biedt tegen een eventueletoe-eigening van dergelijke gevoelige of waardevolle informatie doorconcurrenten. Ten slotte is ingegaan op de vraag of een onderneming al danniet onbeperkt gebruik mag kan maken van dergelijke haar toebehorendeinformatie, inzonderheid in de hypothese dat deze informatie speciaal door,of in opdracht van, de onderneming werd gecreëerd.
Op de tweede studienamiddag is dieper ingegaan op een aantal recentewijzigingen in het consumentenrecht. Een aantal aspecten van het consumentenrechtonderging immers onlangs een grondige "facelift", of kendenieuwe belangrijke ontwikkelingen. Achtereenvolgens werden tijdens dezestudiedag de bepalingen inzake productaansprakelijkheid, vergelijkendeen/of misleidende reclame en onrechtmatige bedingen inzake vrije beroepenen, tot slot, een aantal recente wijzigingen van de wet op het consumentenkrediet,onderzocht.
Tijdens de derde studiedag werden de bepalingen van de Wet van 2 mei2002 die een wettelijk kader voor de stichting hebben uitgewerkt, aan eengrondige analyse onderworpen. De rechtsfiguur van de stichting die hetonder bepaalde voorwaarden mogelijk maakt om aan een vermogenrechtspersoonlijkheid toe te kennen, heeft immers tal van vragen doen rijzen,inzonderheid de vraag of haar introductie inderdaad zal leiden tot eengewijzigde mentaliteit binnen het Belgische rechtsverkeer. Buitenlandsevoorbeelden hebben in elk geval uit dat de toepassingsmogelijkheden vande stichting legio zijn. Reden te over om deze rechtsfiguur aan een grondigeanalyse te onderwerpen.
Het voorliggende referatenboek, dat als deel 11 wordt opgenomen in dereeks publicaties van de Vakgroep Economisch Recht van de V.U.B., bundeltde verslagen van de drie voormelde studienamiddagen. Het geheelvormt een boeiende bloemlezing van een aantal belangwekkende juridischeevoluties in onderscheiden domeinen van het economisch recht.
Op de eerste studienamiddag werden de evoluties van datagebruik binnende onderneming belicht. Gelet op de vaststelling dat informatie en informatiestromenin de bedrijfswereld een steeds belangrijker gegeven wordenen tal van ondernemingen informatie voor, of in het kader van, hunbedrijfsactiviteiten genereren en/of er gebruik van maken, was de tijd rijpom dit thema door een aantal specialisten uit het vakgebied aan bod te latenkomen. Om die reden werd de eerste van de voormelde studienamiddagengewijd aan de juridische regels inzake het statuut en zekere anderekenmerken van dergelijke informatie. Hierbij is in eerste instantie ingegaanop de juridische aspecten van adresbestanden, verkoopscijfers, statistieken,grafieken, e.d.m., beschouwd als "assets" van een onderneming. Als tweedethema werd onderzocht welke bescherming het recht biedt tegen een eventueletoe-eigening van dergelijke gevoelige of waardevolle informatie doorconcurrenten. Ten slotte is ingegaan op de vraag of een onderneming al danniet onbeperkt gebruik mag kan maken van dergelijke haar toebehorendeinformatie, inzonderheid in de hypothese dat deze informatie speciaal door,of in opdracht van, de onderneming werd gecreëerd.
Op de tweede studienamiddag is dieper ingegaan op een aantal recentewijzigingen in het consumentenrecht. Een aantal aspecten van het consumentenrechtonderging immers onlangs een grondige "facelift", of kendenieuwe belangrijke ontwikkelingen. Achtereenvolgens werden tijdens dezestudiedag de bepalingen inzake productaansprakelijkheid, vergelijkendeen/of misleidende reclame en onrechtmatige bedingen inzake vrije beroepenen, tot slot, een aantal recente wijzigingen van de wet op het consumentenkrediet,onderzocht.
Tijdens de derde studiedag werden de bepalingen van de Wet van 2 mei2002 die een wettelijk kader voor de stichting hebben uitgewerkt, aan eengrondige analyse onderworpen. De rechtsfiguur van de stichting die hetonder bepaalde voorwaarden mogelijk maakt om aan een vermogenrechtspersoonlijkheid toe te kennen, heeft immers tal van vragen doen rijzen,inzonderheid de vraag of haar introductie inderdaad zal leiden tot eengewijzigde mentaliteit binnen het Belgische rechtsverkeer. Buitenlandsevoorbeelden hebben in elk geval uit dat de toepassingsmogelijkheden vande stichting legio zijn. Reden te over om deze rechtsfiguur aan een grondigeanalyse te onderwerpen.
Het voorliggende referatenboek, dat als deel 11 wordt opgenomen in dereeks publicaties van de Vakgroep Economisch Recht van de V.U.B., bundeltde verslagen van de drie voormelde studienamiddagen. Het geheelvormt een boeiende bloemlezing van een aantal belangwekkende juridischeevoluties in onderscheiden domeinen van het economisch recht.

Tendensen in het economisch recht (Reeks Vakgroep Economisch Recht VUB, nr. 11) (Hardcover)
€ 95,00
Tijdens het academiejaar 2004-2005 organiseerde de Vakgroep EconomischRecht een cyclus van drie studienamiddagen, waarin achtereenvolgensaandacht werd besteed aan het gebruik van data door een onderneming,een aantal aspecten van consumentenbescherming en de stichting.
Op de eerste studienamiddag werden de evoluties van datagebruik binnende onderneming belicht. Gelet op de vaststelling dat informatie en informatiestromenin de bedrijfswereld een steeds belangrijker gegeven wordenen tal van ondernemingen informatie voor, of in het kader van, hunbedrijfsactiviteiten genereren en/of er gebruik van maken, was de tijd rijpom dit thema door een aantal specialisten uit het vakgebied aan bod te latenkomen. Om die reden werd de eerste van de voormelde studienamiddagengewijd aan de juridische regels inzake het statuut en zekere anderekenmerken van dergelijke informatie. Hierbij is in eerste instantie ingegaanop de juridische aspecten van adresbestanden, verkoopscijfers, statistieken,grafieken, e.d.m., beschouwd als "assets" van een onderneming. Als tweedethema werd onderzocht welke bescherming het recht biedt tegen een eventueletoe-eigening van dergelijke gevoelige of waardevolle informatie doorconcurrenten. Ten slotte is ingegaan op de vraag of een onderneming al danniet onbeperkt gebruik mag kan maken van dergelijke haar toebehorendeinformatie, inzonderheid in de hypothese dat deze informatie speciaal door,of in opdracht van, de onderneming werd gecreëerd.
Op de tweede studienamiddag is dieper ingegaan op een aantal recentewijzigingen in het consumentenrecht. Een aantal aspecten van het consumentenrechtonderging immers onlangs een grondige "facelift", of kendenieuwe belangrijke ontwikkelingen. Achtereenvolgens werden tijdens dezestudiedag de bepalingen inzake productaansprakelijkheid, vergelijkendeen/of misleidende reclame en onrechtmatige bedingen inzake vrije beroepenen, tot slot, een aantal recente wijzigingen van de wet op het consumentenkrediet,onderzocht.
Tijdens de derde studiedag werden de bepalingen van de Wet van 2 mei2002 die een wettelijk kader voor de stichting hebben uitgewerkt, aan eengrondige analyse onderworpen. De rechtsfiguur van de stichting die hetonder bepaalde voorwaarden mogelijk maakt om aan een vermogenrechtspersoonlijkheid toe te kennen, heeft immers tal van vragen doen rijzen,inzonderheid de vraag of haar introductie inderdaad zal leiden tot eengewijzigde mentaliteit binnen het Belgische rechtsverkeer. Buitenlandsevoorbeelden hebben in elk geval uit dat de toepassingsmogelijkheden vande stichting legio zijn. Reden te over om deze rechtsfiguur aan een grondigeanalyse te onderwerpen.
Het voorliggende referatenboek, dat als deel 11 wordt opgenomen in dereeks publicaties van de Vakgroep Economisch Recht van de V.U.B., bundeltde verslagen van de drie voormelde studienamiddagen. Het geheelvormt een boeiende bloemlezing van een aantal belangwekkende juridischeevoluties in onderscheiden domeinen van het economisch recht.
Op de eerste studienamiddag werden de evoluties van datagebruik binnende onderneming belicht. Gelet op de vaststelling dat informatie en informatiestromenin de bedrijfswereld een steeds belangrijker gegeven wordenen tal van ondernemingen informatie voor, of in het kader van, hunbedrijfsactiviteiten genereren en/of er gebruik van maken, was de tijd rijpom dit thema door een aantal specialisten uit het vakgebied aan bod te latenkomen. Om die reden werd de eerste van de voormelde studienamiddagengewijd aan de juridische regels inzake het statuut en zekere anderekenmerken van dergelijke informatie. Hierbij is in eerste instantie ingegaanop de juridische aspecten van adresbestanden, verkoopscijfers, statistieken,grafieken, e.d.m., beschouwd als "assets" van een onderneming. Als tweedethema werd onderzocht welke bescherming het recht biedt tegen een eventueletoe-eigening van dergelijke gevoelige of waardevolle informatie doorconcurrenten. Ten slotte is ingegaan op de vraag of een onderneming al danniet onbeperkt gebruik mag kan maken van dergelijke haar toebehorendeinformatie, inzonderheid in de hypothese dat deze informatie speciaal door,of in opdracht van, de onderneming werd gecreëerd.
Op de tweede studienamiddag is dieper ingegaan op een aantal recentewijzigingen in het consumentenrecht. Een aantal aspecten van het consumentenrechtonderging immers onlangs een grondige "facelift", of kendenieuwe belangrijke ontwikkelingen. Achtereenvolgens werden tijdens dezestudiedag de bepalingen inzake productaansprakelijkheid, vergelijkendeen/of misleidende reclame en onrechtmatige bedingen inzake vrije beroepenen, tot slot, een aantal recente wijzigingen van de wet op het consumentenkrediet,onderzocht.
Tijdens de derde studiedag werden de bepalingen van de Wet van 2 mei2002 die een wettelijk kader voor de stichting hebben uitgewerkt, aan eengrondige analyse onderworpen. De rechtsfiguur van de stichting die hetonder bepaalde voorwaarden mogelijk maakt om aan een vermogenrechtspersoonlijkheid toe te kennen, heeft immers tal van vragen doen rijzen,inzonderheid de vraag of haar introductie inderdaad zal leiden tot eengewijzigde mentaliteit binnen het Belgische rechtsverkeer. Buitenlandsevoorbeelden hebben in elk geval uit dat de toepassingsmogelijkheden vande stichting legio zijn. Reden te over om deze rechtsfiguur aan een grondigeanalyse te onderwerpen.
Het voorliggende referatenboek, dat als deel 11 wordt opgenomen in dereeks publicaties van de Vakgroep Economisch Recht van de V.U.B., bundeltde verslagen van de drie voormelde studienamiddagen. Het geheelvormt een boeiende bloemlezing van een aantal belangwekkende juridischeevoluties in onderscheiden domeinen van het economisch recht.

Strafbare overlast door jongerengroepen in het kader van openbaar vervoer. Fenomeen, dadergroep, onveiligheidsbeleving, beleidsevaluatie en -aanbevelingen (IRCP series, 27)
€ 52,50
Zowel maatschappelijk als politioneel staat de problematiek van (strafbare) overlast in het kader van openbaar vervoer, gepleegd door jongerengroepen of zogenaamde jeugdbendes, in de kijker.
Dit boek is het resultaat van een sociologisch-criminologische studie ter zake, verricht in opdracht van de federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken.Op basis van een meer accurate beeldvorming inzake omvang en aard van overlast in het kader van openbaar vervoer, een analyse van de kenmerken en achtergronden van de veroorzakers ervan en een meting van de impact ervan op de onveiligheidsbeleving van reizigers en werknemers, formuleren de auteurs aanbevelingen voor een efficiëntere en meer adequate aanpak van het fenomeen door de diverse betrokken actoren.
Ongetwijfeld zal dit boek eenieder interesseren die professioneel of anders is begaan met deze problematiek.
Dit boek is het resultaat van een sociologisch-criminologische studie ter zake, verricht in opdracht van de federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken.Op basis van een meer accurate beeldvorming inzake omvang en aard van overlast in het kader van openbaar vervoer, een analyse van de kenmerken en achtergronden van de veroorzakers ervan en een meting van de impact ervan op de onveiligheidsbeleving van reizigers en werknemers, formuleren de auteurs aanbevelingen voor een efficiëntere en meer adequate aanpak van het fenomeen door de diverse betrokken actoren.
Ongetwijfeld zal dit boek eenieder interesseren die professioneel of anders is begaan met deze problematiek.

Strafbare overlast door jongerengroepen in het kader van openbaar vervoer. Fenomeen, dadergroep, onveiligheidsbeleving, beleidsevaluatie en -aanbevelingen (IRCP series, 27)
€ 52,50
Zowel maatschappelijk als politioneel staat de problematiek van (strafbare) overlast in het kader van openbaar vervoer, gepleegd door jongerengroepen of zogenaamde jeugdbendes, in de kijker.
Dit boek is het resultaat van een sociologisch-criminologische studie ter zake, verricht in opdracht van de federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken.Op basis van een meer accurate beeldvorming inzake omvang en aard van overlast in het kader van openbaar vervoer, een analyse van de kenmerken en achtergronden van de veroorzakers ervan en een meting van de impact ervan op de onveiligheidsbeleving van reizigers en werknemers, formuleren de auteurs aanbevelingen voor een efficiëntere en meer adequate aanpak van het fenomeen door de diverse betrokken actoren.
Ongetwijfeld zal dit boek eenieder interesseren die professioneel of anders is begaan met deze problematiek.
Dit boek is het resultaat van een sociologisch-criminologische studie ter zake, verricht in opdracht van de federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken.Op basis van een meer accurate beeldvorming inzake omvang en aard van overlast in het kader van openbaar vervoer, een analyse van de kenmerken en achtergronden van de veroorzakers ervan en een meting van de impact ervan op de onveiligheidsbeleving van reizigers en werknemers, formuleren de auteurs aanbevelingen voor een efficiëntere en meer adequate aanpak van het fenomeen door de diverse betrokken actoren.
Ongetwijfeld zal dit boek eenieder interesseren die professioneel of anders is begaan met deze problematiek.
Fiscale fraude (Reeks Politie Praktijk Boeken)
€ 32,00
Het strafonderzoek naar een geval van fiscale fraude verschilt van zaak tot zaak. Elk onderzoek heeft zijn eigen specificiteit, al was het maar door de diversiteit aan belastingen. Nochtans kunnen
een reeks stappen in dit onderzoek worden aangegeven die bij elk onderzoek naar fiscale fraude kunnen worden doorlopen.
Dit boek behandelt de manier waarop een fiscaal strafdossier kan worden samengesteld en welke elementen het strafdossier moet bevatten. Het spitst zich toe op de meest voorkomende gevallen van fiscale fraude. De meer gespecialiseerde vormen van fiscale fraude, zoals btw-carrousels en kasgeldvennootschappen worden buiten beschouwing gelaten.
Geert Delrue is als Gerechtelijk Commissaris werkzaam bij de Federale Gerechtelijke Politie te Kortrijk.
Van deze auteur is eerder verschenen:
Misdrijven i.v.m. de staat van faillissement
Het wegmaken van nalatenschappen
Het bedrieglijk onvermogen
Dit boek behandelt de manier waarop een fiscaal strafdossier kan worden samengesteld en welke elementen het strafdossier moet bevatten. Het spitst zich toe op de meest voorkomende gevallen van fiscale fraude. De meer gespecialiseerde vormen van fiscale fraude, zoals btw-carrousels en kasgeldvennootschappen worden buiten beschouwing gelaten.
Geert Delrue is als Gerechtelijk Commissaris werkzaam bij de Federale Gerechtelijke Politie te Kortrijk.
Van deze auteur is eerder verschenen:
Misdrijven i.v.m. de staat van faillissement
Het wegmaken van nalatenschappen
Het bedrieglijk onvermogen
Fiscale fraude (Reeks Politie Praktijk Boeken)
€ 32,00
Het strafonderzoek naar een geval van fiscale fraude verschilt van zaak tot zaak. Elk onderzoek heeft zijn eigen specificiteit, al was het maar door de diversiteit aan belastingen. Nochtans kunnen
een reeks stappen in dit onderzoek worden aangegeven die bij elk onderzoek naar fiscale fraude kunnen worden doorlopen.
Dit boek behandelt de manier waarop een fiscaal strafdossier kan worden samengesteld en welke elementen het strafdossier moet bevatten. Het spitst zich toe op de meest voorkomende gevallen van fiscale fraude. De meer gespecialiseerde vormen van fiscale fraude, zoals btw-carrousels en kasgeldvennootschappen worden buiten beschouwing gelaten.
Geert Delrue is als Gerechtelijk Commissaris werkzaam bij de Federale Gerechtelijke Politie te Kortrijk.
Van deze auteur is eerder verschenen:
Misdrijven i.v.m. de staat van faillissement
Het wegmaken van nalatenschappen
Het bedrieglijk onvermogen
Dit boek behandelt de manier waarop een fiscaal strafdossier kan worden samengesteld en welke elementen het strafdossier moet bevatten. Het spitst zich toe op de meest voorkomende gevallen van fiscale fraude. De meer gespecialiseerde vormen van fiscale fraude, zoals btw-carrousels en kasgeldvennootschappen worden buiten beschouwing gelaten.
Geert Delrue is als Gerechtelijk Commissaris werkzaam bij de Federale Gerechtelijke Politie te Kortrijk.
Van deze auteur is eerder verschenen:
Misdrijven i.v.m. de staat van faillissement
Het wegmaken van nalatenschappen
Het bedrieglijk onvermogen
Geen voorraad

Het wegmaken van nalatenschappen (Reeks Politie Praktijk Boeken)
€ 31,50
Het wegmaken van nalatenschappen is geen afzonderlijke incriminatie in het Strafwetboek, maar een verzamelnaam voor misdrijven zoals diefstal, misbruik van vertrouwen, oplichting, valsheid in geschrifte en gebruik. Deze misdrijven worden gepleegd – meestal door erfgenamen – met het doel activa te vervreemden uit het vermogen van een erflater.
Vaak worden deze misdrijvenniet vervolgd wegens verschoning van verwantschap. Hoewel het “wegmaken van nalatenschap” geen klachtmisdrijf is, zal na een klacht of een aangiftevan een benadeelde erfgenaam toch een onderzoek worden opgestart
Dit boek spitst zich toe op het onderzoek met betrekking tot het wegmaken van financiële roerendeeigendommen, zoals gelden, waardepapieren en andere financiële instrumenten, die verbondenzijn aan de nalatenschap. Verder worden in het kort enkele samenhangende misdrijven besproken.
Vaak worden deze misdrijvenniet vervolgd wegens verschoning van verwantschap. Hoewel het “wegmaken van nalatenschap” geen klachtmisdrijf is, zal na een klacht of een aangiftevan een benadeelde erfgenaam toch een onderzoek worden opgestart
Dit boek spitst zich toe op het onderzoek met betrekking tot het wegmaken van financiële roerendeeigendommen, zoals gelden, waardepapieren en andere financiële instrumenten, die verbondenzijn aan de nalatenschap. Verder worden in het kort enkele samenhangende misdrijven besproken.
Geen voorraad

Het wegmaken van nalatenschappen (Reeks Politie Praktijk Boeken)
€ 31,50
Het wegmaken van nalatenschappen is geen afzonderlijke incriminatie in het Strafwetboek, maar een verzamelnaam voor misdrijven zoals diefstal, misbruik van vertrouwen, oplichting, valsheid in geschrifte en gebruik. Deze misdrijven worden gepleegd – meestal door erfgenamen – met het doel activa te vervreemden uit het vermogen van een erflater.
Vaak worden deze misdrijvenniet vervolgd wegens verschoning van verwantschap. Hoewel het “wegmaken van nalatenschap” geen klachtmisdrijf is, zal na een klacht of een aangiftevan een benadeelde erfgenaam toch een onderzoek worden opgestart
Dit boek spitst zich toe op het onderzoek met betrekking tot het wegmaken van financiële roerendeeigendommen, zoals gelden, waardepapieren en andere financiële instrumenten, die verbondenzijn aan de nalatenschap. Verder worden in het kort enkele samenhangende misdrijven besproken.
Vaak worden deze misdrijvenniet vervolgd wegens verschoning van verwantschap. Hoewel het “wegmaken van nalatenschap” geen klachtmisdrijf is, zal na een klacht of een aangiftevan een benadeelde erfgenaam toch een onderzoek worden opgestart
Dit boek spitst zich toe op het onderzoek met betrekking tot het wegmaken van financiële roerendeeigendommen, zoals gelden, waardepapieren en andere financiële instrumenten, die verbondenzijn aan de nalatenschap. Verder worden in het kort enkele samenhangende misdrijven besproken.
Geen voorraad

Bijzondere overeenkomsten (Vlaamse Conferentie der Balie van Gent)
€ 52,00
Deze publicatie bundelt volgende bijdragen:
Jacques Woestyn: Gevolgen van het faillissement ten aanzien van de persoon die een persoonlijke zekerheid heeft verschaft.
Philippe Leroy: De rechtstreekse vordering tussen de onderaannemer en de bouwheer: haasje over?
Veerle Buyl: Juridische en fiscale aspecten van roerende en onroerende leasing
Kristof Vanhove: Nieuwste rechtspraak handelshuur (2000-2006)
Steven Baert: Brouwerijovereenkomsten
Annemarie Hanselaer: Sociale huur in het Vlaamse Gewest
Frank Burssens & Karel Marchand: Het contract van de vastgoedmakelaar onder invloed van het consumentenrecht
Reinhard Steennot: Consumentenkoop en garanties:De bescherming van de consument bij aankoop van een roerend goed
Jacques Woestyn: Gevolgen van het faillissement ten aanzien van de persoon die een persoonlijke zekerheid heeft verschaft.
Philippe Leroy: De rechtstreekse vordering tussen de onderaannemer en de bouwheer: haasje over?
Veerle Buyl: Juridische en fiscale aspecten van roerende en onroerende leasing
Kristof Vanhove: Nieuwste rechtspraak handelshuur (2000-2006)
Steven Baert: Brouwerijovereenkomsten
Annemarie Hanselaer: Sociale huur in het Vlaamse Gewest
Frank Burssens & Karel Marchand: Het contract van de vastgoedmakelaar onder invloed van het consumentenrecht
Reinhard Steennot: Consumentenkoop en garanties:De bescherming van de consument bij aankoop van een roerend goed
Geen voorraad

Bijzondere overeenkomsten (Vlaamse Conferentie der Balie van Gent)
€ 52,00
Deze publicatie bundelt volgende bijdragen:
Jacques Woestyn: Gevolgen van het faillissement ten aanzien van de persoon die een persoonlijke zekerheid heeft verschaft.
Philippe Leroy: De rechtstreekse vordering tussen de onderaannemer en de bouwheer: haasje over?
Veerle Buyl: Juridische en fiscale aspecten van roerende en onroerende leasing
Kristof Vanhove: Nieuwste rechtspraak handelshuur (2000-2006)
Steven Baert: Brouwerijovereenkomsten
Annemarie Hanselaer: Sociale huur in het Vlaamse Gewest
Frank Burssens & Karel Marchand: Het contract van de vastgoedmakelaar onder invloed van het consumentenrecht
Reinhard Steennot: Consumentenkoop en garanties:De bescherming van de consument bij aankoop van een roerend goed
Jacques Woestyn: Gevolgen van het faillissement ten aanzien van de persoon die een persoonlijke zekerheid heeft verschaft.
Philippe Leroy: De rechtstreekse vordering tussen de onderaannemer en de bouwheer: haasje over?
Veerle Buyl: Juridische en fiscale aspecten van roerende en onroerende leasing
Kristof Vanhove: Nieuwste rechtspraak handelshuur (2000-2006)
Steven Baert: Brouwerijovereenkomsten
Annemarie Hanselaer: Sociale huur in het Vlaamse Gewest
Frank Burssens & Karel Marchand: Het contract van de vastgoedmakelaar onder invloed van het consumentenrecht
Reinhard Steennot: Consumentenkoop en garanties:De bescherming van de consument bij aankoop van een roerend goed
Geen voorraad

De veiligheidsscan. Instrument voor een lokaal veiligheids- en leefbaarheidsbeleid
€ 27,00
Veiligheid en leefbaarheid staan hoog op de politieke en maatschappelijke agenda.
Maar de lokale beleidsmakers beschikken slechts over beperkte gegevens om hun beleid op te baseren.
Ook de politie kampt met een tekort aan informatie. Ze moet zich dienstverlenend opstellen en rekening houden
met de behoeften en verwachtingen van de (potentiële) afnemers van de politiezorg.
Maar wat zijn de behoeften, verwachtingen en suggesties van de bevolking?
Uit de eerste evaluaties van de implementatie van het gemeenschapsgerichte politiemodel en van de zonale veiligheidsplannen blijkt dat er onvoldoende instrumenten beschikbaar zijn om de verwachtingen van de bevolking op zonaal of gemeentelijk niveau in kaart te brengen. Daarom ontwikkelden Maarten Van Craen en Johan Ackaert (Universiteit Hasselt) in samenwerking met de provincie Limburg en een aantal zonechefs de Veiligheidsscan. Dit instrument is een hulpmiddel voor politieke bestuurders en zonechefs om op het gemeentelijke of zonale niveau een doordacht leefbaarheids- en veiligheidsbeleid uit te tekenen. In dit boek stellen de onderzoekers de Veiligheidsscan voor en presenteren ze hun eerste resultaten.
Maarten Van Craen is onderzoeker aan de Universiteit Hasselt (SEIN, onderzoeksgroep `Overheid en Samenleving'). De voorbije jaren publiceerde hij heel wat rapporten en artikels over veiligheid, leefbaarheid, allochtonen en politiek.
Johan Ackaert is politicoloog aan de Universiteit Hasselt. Zijn onderzoek en publicaties zijn vooral toegespitst op politieke participatie en het lokale bestuur (bestuurskracht, lokale verkiezingen en het rolgedrag van burgemeesters). Hij coördineerde het onderzoek over veiligheid en leefbaarheid in tien Limburgse politiezones.
Uit de eerste evaluaties van de implementatie van het gemeenschapsgerichte politiemodel en van de zonale veiligheidsplannen blijkt dat er onvoldoende instrumenten beschikbaar zijn om de verwachtingen van de bevolking op zonaal of gemeentelijk niveau in kaart te brengen. Daarom ontwikkelden Maarten Van Craen en Johan Ackaert (Universiteit Hasselt) in samenwerking met de provincie Limburg en een aantal zonechefs de Veiligheidsscan. Dit instrument is een hulpmiddel voor politieke bestuurders en zonechefs om op het gemeentelijke of zonale niveau een doordacht leefbaarheids- en veiligheidsbeleid uit te tekenen. In dit boek stellen de onderzoekers de Veiligheidsscan voor en presenteren ze hun eerste resultaten.
Maarten Van Craen is onderzoeker aan de Universiteit Hasselt (SEIN, onderzoeksgroep `Overheid en Samenleving'). De voorbije jaren publiceerde hij heel wat rapporten en artikels over veiligheid, leefbaarheid, allochtonen en politiek.
Johan Ackaert is politicoloog aan de Universiteit Hasselt. Zijn onderzoek en publicaties zijn vooral toegespitst op politieke participatie en het lokale bestuur (bestuurskracht, lokale verkiezingen en het rolgedrag van burgemeesters). Hij coördineerde het onderzoek over veiligheid en leefbaarheid in tien Limburgse politiezones.
Geen voorraad

De veiligheidsscan. Instrument voor een lokaal veiligheids- en leefbaarheidsbeleid
€ 27,00
Veiligheid en leefbaarheid staan hoog op de politieke en maatschappelijke agenda.
Maar de lokale beleidsmakers beschikken slechts over beperkte gegevens om hun beleid op te baseren.
Ook de politie kampt met een tekort aan informatie. Ze moet zich dienstverlenend opstellen en rekening houden
met de behoeften en verwachtingen van de (potentiële) afnemers van de politiezorg.
Maar wat zijn de behoeften, verwachtingen en suggesties van de bevolking?
Uit de eerste evaluaties van de implementatie van het gemeenschapsgerichte politiemodel en van de zonale veiligheidsplannen blijkt dat er onvoldoende instrumenten beschikbaar zijn om de verwachtingen van de bevolking op zonaal of gemeentelijk niveau in kaart te brengen. Daarom ontwikkelden Maarten Van Craen en Johan Ackaert (Universiteit Hasselt) in samenwerking met de provincie Limburg en een aantal zonechefs de Veiligheidsscan. Dit instrument is een hulpmiddel voor politieke bestuurders en zonechefs om op het gemeentelijke of zonale niveau een doordacht leefbaarheids- en veiligheidsbeleid uit te tekenen. In dit boek stellen de onderzoekers de Veiligheidsscan voor en presenteren ze hun eerste resultaten.
Maarten Van Craen is onderzoeker aan de Universiteit Hasselt (SEIN, onderzoeksgroep `Overheid en Samenleving'). De voorbije jaren publiceerde hij heel wat rapporten en artikels over veiligheid, leefbaarheid, allochtonen en politiek.
Johan Ackaert is politicoloog aan de Universiteit Hasselt. Zijn onderzoek en publicaties zijn vooral toegespitst op politieke participatie en het lokale bestuur (bestuurskracht, lokale verkiezingen en het rolgedrag van burgemeesters). Hij coördineerde het onderzoek over veiligheid en leefbaarheid in tien Limburgse politiezones.
Uit de eerste evaluaties van de implementatie van het gemeenschapsgerichte politiemodel en van de zonale veiligheidsplannen blijkt dat er onvoldoende instrumenten beschikbaar zijn om de verwachtingen van de bevolking op zonaal of gemeentelijk niveau in kaart te brengen. Daarom ontwikkelden Maarten Van Craen en Johan Ackaert (Universiteit Hasselt) in samenwerking met de provincie Limburg en een aantal zonechefs de Veiligheidsscan. Dit instrument is een hulpmiddel voor politieke bestuurders en zonechefs om op het gemeentelijke of zonale niveau een doordacht leefbaarheids- en veiligheidsbeleid uit te tekenen. In dit boek stellen de onderzoekers de Veiligheidsscan voor en presenteren ze hun eerste resultaten.
Maarten Van Craen is onderzoeker aan de Universiteit Hasselt (SEIN, onderzoeksgroep `Overheid en Samenleving'). De voorbije jaren publiceerde hij heel wat rapporten en artikels over veiligheid, leefbaarheid, allochtonen en politiek.
Johan Ackaert is politicoloog aan de Universiteit Hasselt. Zijn onderzoek en publicaties zijn vooral toegespitst op politieke participatie en het lokale bestuur (bestuurskracht, lokale verkiezingen en het rolgedrag van burgemeesters). Hij coördineerde het onderzoek over veiligheid en leefbaarheid in tien Limburgse politiezones.
De aanhouding (Reeks Politie Praktijk Boeken)
€ 27,00
De vrijheidsberoving is de meest ingrijpende maatregel die door de overheid tegen een burger kan worden genomen. De burger wordt immers geplaatst in een positie van afhankelijkheid. De wijze waarop hij wordt bejegend, onttrekt zich bovendien meestal aan het zicht van de samenleving. Daarom is het van groot belang dat niet alleen de procedure die tot vrijheidsbeneming leidt met voldoende waarborgen is omkleed, maar dat ook de tenuitvoerlegging van die vrijheidsbeneming behoorlijk geschiedt.
Voor het eerst wordt in dit handboek een volledig overzicht gegeven van de politionele aan-houding (gerechtelijk en bestuurlijk). Hierbij worden de juridische voorwaarden en praktische uit-werking van de aanhouding in al hun facetten weergegeven.
Dit handboek is basislectuur voor politie, magistratuur en advocatuur.
Willy Bruggeman is voorzitter van de Federale Politieraad en voormalig adjunct directeur van Europol. Hij is als bijzonder geassocieerd hoogleraar verbonden aan de leerstoel politiewetenschappen van het Benelux Universitair Centrum. Eerder schreef hij in de reeks Politie Praktijk Boeken o.m. het boek "Politiestatistiek" (Maklu, 2004).
Voor het eerst wordt in dit handboek een volledig overzicht gegeven van de politionele aan-houding (gerechtelijk en bestuurlijk). Hierbij worden de juridische voorwaarden en praktische uit-werking van de aanhouding in al hun facetten weergegeven.
Dit handboek is basislectuur voor politie, magistratuur en advocatuur.
Willy Bruggeman is voorzitter van de Federale Politieraad en voormalig adjunct directeur van Europol. Hij is als bijzonder geassocieerd hoogleraar verbonden aan de leerstoel politiewetenschappen van het Benelux Universitair Centrum. Eerder schreef hij in de reeks Politie Praktijk Boeken o.m. het boek "Politiestatistiek" (Maklu, 2004).
De aanhouding (Reeks Politie Praktijk Boeken)
€ 27,00
De vrijheidsberoving is de meest ingrijpende maatregel die door de overheid tegen een burger kan worden genomen. De burger wordt immers geplaatst in een positie van afhankelijkheid. De wijze waarop hij wordt bejegend, onttrekt zich bovendien meestal aan het zicht van de samenleving. Daarom is het van groot belang dat niet alleen de procedure die tot vrijheidsbeneming leidt met voldoende waarborgen is omkleed, maar dat ook de tenuitvoerlegging van die vrijheidsbeneming behoorlijk geschiedt.
Voor het eerst wordt in dit handboek een volledig overzicht gegeven van de politionele aan-houding (gerechtelijk en bestuurlijk). Hierbij worden de juridische voorwaarden en praktische uit-werking van de aanhouding in al hun facetten weergegeven.
Dit handboek is basislectuur voor politie, magistratuur en advocatuur.
Willy Bruggeman is voorzitter van de Federale Politieraad en voormalig adjunct directeur van Europol. Hij is als bijzonder geassocieerd hoogleraar verbonden aan de leerstoel politiewetenschappen van het Benelux Universitair Centrum. Eerder schreef hij in de reeks Politie Praktijk Boeken o.m. het boek "Politiestatistiek" (Maklu, 2004).
Voor het eerst wordt in dit handboek een volledig overzicht gegeven van de politionele aan-houding (gerechtelijk en bestuurlijk). Hierbij worden de juridische voorwaarden en praktische uit-werking van de aanhouding in al hun facetten weergegeven.
Dit handboek is basislectuur voor politie, magistratuur en advocatuur.
Willy Bruggeman is voorzitter van de Federale Politieraad en voormalig adjunct directeur van Europol. Hij is als bijzonder geassocieerd hoogleraar verbonden aan de leerstoel politiewetenschappen van het Benelux Universitair Centrum. Eerder schreef hij in de reeks Politie Praktijk Boeken o.m. het boek "Politiestatistiek" (Maklu, 2004).
Budgettering (met cd-rom) – tweede herziene en uitgebreide uitgave
€ 45,00
Het boek Budgettering is heel praktisch opgevat en is gericht op het
opstellen van verkoop-, productie- en investeringsbudgetten. De oprichting
van een onderneming met financieel plan (business plan) krijgt veel
aandacht. Die is immers vaak het begin van een groot budget.
Daarna worden de diverse soorten kostenbudgetten, gebaseerd op standaarden bestudeerd. Hierop volgt een behandeling van het BTW-, belastings- en liquiditeitsbudget. Vervolgens wordt het masterbudget met resultaats- en balansbudget besproken om te komen tot een geïntegreerd budget. Er wordt veel aandacht besteed aan de budgetcontrole met de verschillenanalyse tussen budget en werkelijkheid. Het boek eindigt met het journaliseren van de budgetten en de verschillen in het budgetboekhouden.
Talrijke schema''s en voorbeelden verduidelijken de materie. Ieder hoofdstuk eindigt met een overzicht van de aangeleerde begrippen, handige herhalingsvragen, taken en oefeningen. Op de bijgevoegde CD-ROM vindt de lezer de oplossingen van de voorbeelden, de schematische structuur van de oefeningen en een simulatiecase. De docenten kunnen gratis een tweede CD-ROM krijgen met de oplossing van de oefeningen, de transparanten, jaarplanning en een examenvoorbeeld.
Het boek richt zich in de eerste plaats tot bachelorstudenten in het Hoger Onderwijs. Boekhoudchefs, adviserende accountants, consulenten en financiële managers van bedrijven die te maken hebben met het plannen, budgetteren en het oprichten van nieuwe bedrijven, vinden in deze uitgave concrete technieken voor de dagelijkse praktijk.
Arthur Waterbley is licentiaat economische wetenschappen en speciaal licentiaat accountancy en fiscaal recht. Hij is ruim 25 jaar verbonden als docent aan de Hogeschool Gent, campus Mercator. Hij publiceerde eerder bij Maklu de handboeken Management, Kostenbeleid en Budgettering.
Daarna worden de diverse soorten kostenbudgetten, gebaseerd op standaarden bestudeerd. Hierop volgt een behandeling van het BTW-, belastings- en liquiditeitsbudget. Vervolgens wordt het masterbudget met resultaats- en balansbudget besproken om te komen tot een geïntegreerd budget. Er wordt veel aandacht besteed aan de budgetcontrole met de verschillenanalyse tussen budget en werkelijkheid. Het boek eindigt met het journaliseren van de budgetten en de verschillen in het budgetboekhouden.
Talrijke schema''s en voorbeelden verduidelijken de materie. Ieder hoofdstuk eindigt met een overzicht van de aangeleerde begrippen, handige herhalingsvragen, taken en oefeningen. Op de bijgevoegde CD-ROM vindt de lezer de oplossingen van de voorbeelden, de schematische structuur van de oefeningen en een simulatiecase. De docenten kunnen gratis een tweede CD-ROM krijgen met de oplossing van de oefeningen, de transparanten, jaarplanning en een examenvoorbeeld.
Het boek richt zich in de eerste plaats tot bachelorstudenten in het Hoger Onderwijs. Boekhoudchefs, adviserende accountants, consulenten en financiële managers van bedrijven die te maken hebben met het plannen, budgetteren en het oprichten van nieuwe bedrijven, vinden in deze uitgave concrete technieken voor de dagelijkse praktijk.
Arthur Waterbley is licentiaat economische wetenschappen en speciaal licentiaat accountancy en fiscaal recht. Hij is ruim 25 jaar verbonden als docent aan de Hogeschool Gent, campus Mercator. Hij publiceerde eerder bij Maklu de handboeken Management, Kostenbeleid en Budgettering.
Budgettering (met cd-rom) – tweede herziene en uitgebreide uitgave
€ 45,00
Het boek Budgettering is heel praktisch opgevat en is gericht op het
opstellen van verkoop-, productie- en investeringsbudgetten. De oprichting
van een onderneming met financieel plan (business plan) krijgt veel
aandacht. Die is immers vaak het begin van een groot budget.
Daarna worden de diverse soorten kostenbudgetten, gebaseerd op standaarden bestudeerd. Hierop volgt een behandeling van het BTW-, belastings- en liquiditeitsbudget. Vervolgens wordt het masterbudget met resultaats- en balansbudget besproken om te komen tot een geïntegreerd budget. Er wordt veel aandacht besteed aan de budgetcontrole met de verschillenanalyse tussen budget en werkelijkheid. Het boek eindigt met het journaliseren van de budgetten en de verschillen in het budgetboekhouden.
Talrijke schema''s en voorbeelden verduidelijken de materie. Ieder hoofdstuk eindigt met een overzicht van de aangeleerde begrippen, handige herhalingsvragen, taken en oefeningen. Op de bijgevoegde CD-ROM vindt de lezer de oplossingen van de voorbeelden, de schematische structuur van de oefeningen en een simulatiecase. De docenten kunnen gratis een tweede CD-ROM krijgen met de oplossing van de oefeningen, de transparanten, jaarplanning en een examenvoorbeeld.
Het boek richt zich in de eerste plaats tot bachelorstudenten in het Hoger Onderwijs. Boekhoudchefs, adviserende accountants, consulenten en financiële managers van bedrijven die te maken hebben met het plannen, budgetteren en het oprichten van nieuwe bedrijven, vinden in deze uitgave concrete technieken voor de dagelijkse praktijk.
Arthur Waterbley is licentiaat economische wetenschappen en speciaal licentiaat accountancy en fiscaal recht. Hij is ruim 25 jaar verbonden als docent aan de Hogeschool Gent, campus Mercator. Hij publiceerde eerder bij Maklu de handboeken Management, Kostenbeleid en Budgettering.
Daarna worden de diverse soorten kostenbudgetten, gebaseerd op standaarden bestudeerd. Hierop volgt een behandeling van het BTW-, belastings- en liquiditeitsbudget. Vervolgens wordt het masterbudget met resultaats- en balansbudget besproken om te komen tot een geïntegreerd budget. Er wordt veel aandacht besteed aan de budgetcontrole met de verschillenanalyse tussen budget en werkelijkheid. Het boek eindigt met het journaliseren van de budgetten en de verschillen in het budgetboekhouden.
Talrijke schema''s en voorbeelden verduidelijken de materie. Ieder hoofdstuk eindigt met een overzicht van de aangeleerde begrippen, handige herhalingsvragen, taken en oefeningen. Op de bijgevoegde CD-ROM vindt de lezer de oplossingen van de voorbeelden, de schematische structuur van de oefeningen en een simulatiecase. De docenten kunnen gratis een tweede CD-ROM krijgen met de oplossing van de oefeningen, de transparanten, jaarplanning en een examenvoorbeeld.
Het boek richt zich in de eerste plaats tot bachelorstudenten in het Hoger Onderwijs. Boekhoudchefs, adviserende accountants, consulenten en financiële managers van bedrijven die te maken hebben met het plannen, budgetteren en het oprichten van nieuwe bedrijven, vinden in deze uitgave concrete technieken voor de dagelijkse praktijk.
Arthur Waterbley is licentiaat economische wetenschappen en speciaal licentiaat accountancy en fiscaal recht. Hij is ruim 25 jaar verbonden als docent aan de Hogeschool Gent, campus Mercator. Hij publiceerde eerder bij Maklu de handboeken Management, Kostenbeleid en Budgettering.