Maklu
Maklu

Maklu is een zelfstandige onderneming, opgericht in 1972. Maklu-publicaties bestrijken het hele juridische domein, van burgerlijk recht tot publiekrecht, van strafrecht tot handelsrecht. Ook de Maklu-uitgaven op het vlak van criminologie en politiewerking hebben een ruim aandeel.

Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Huwelijksvermogensrecht (Praktijkreeks IPR, deel 7) – 3de herziene uitgave (Nederlands Recht)

 61,70
In dit boek wordt aandacht besteed aan het Nederlandse IPR met betrekking tot het huwelijksvermogensrecht. Centraal staat de vraag naar het toepasselijk recht. Uitvoerige behandeling krijgt het daarvoor sinds 1 september 1992 geldende Huwelijksvermogensverdrag 1978. Omdat volgens dit verdrag ‘oude’ huwelijken door de ‘oude’ regels beheerst blijven, komen bovendien de voorheen geldende regels van het Haags Huwelijksgevolgenverdrag 1905 en die van het Chelouche-arrest van 1976 aan de orde. Het boek dekt een ruimere lading dan alleen het huwelijksvermogensrecht: het behandelt ook de IPR-regels voor de persoonlijke huwelijksgevolgen. Ook wordt ingegaan op de IPR-regels voor de vermogensrechtelijke en persoonlijke gevolgen van het geregistreerd partnerschap en die van een (opengesteld) huwelijk van personen van gelijk geslacht.

Ten aanzien van de vraag naar de bevoegdheid van de Nederlandse rechter en die van erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse vonnissen komen de EEX-Verordening en de Brussel IIbis-Verordening, die in beginsel niet voor het huwelijks(partner)vermogensrecht gelden, summier aan de orde. Naast een korte behandeling van drie wel voor toepassing in aanmerking komende Executieverdragen met België, Italië en Duitsland, ligt voor het huwelijks(partner)vermogensrecht hierbij vooral de nadruk op een beschrijving van het commune IPR.

Quick View

Huwelijksvermogensrecht (Praktijkreeks IPR, deel 7) – 3de herziene uitgave (Nederlands Recht)

 61,70
In dit boek wordt aandacht besteed aan het Nederlandse IPR met betrekking tot het huwelijksvermogensrecht. Centraal staat de vraag naar het toepasselijk recht. Uitvoerige behandeling krijgt het daarvoor sinds 1 september 1992 geldende Huwelijksvermogensverdrag 1978. Omdat volgens dit verdrag ‘oude’ huwelijken door de ‘oude’ regels beheerst blijven, komen bovendien de voorheen geldende regels van het Haags Huwelijksgevolgenverdrag 1905 en die van het Chelouche-arrest van 1976 aan de orde. Het boek dekt een ruimere lading dan alleen het huwelijksvermogensrecht: het behandelt ook de IPR-regels voor de persoonlijke huwelijksgevolgen. Ook wordt ingegaan op de IPR-regels voor de vermogensrechtelijke en persoonlijke gevolgen van het geregistreerd partnerschap en die van een (opengesteld) huwelijk van personen van gelijk geslacht.

Ten aanzien van de vraag naar de bevoegdheid van de Nederlandse rechter en die van erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse vonnissen komen de EEX-Verordening en de Brussel IIbis-Verordening, die in beginsel niet voor het huwelijks(partner)vermogensrecht gelden, summier aan de orde. Naast een korte behandeling van drie wel voor toepassing in aanmerking komende Executieverdragen met België, Italië en Duitsland, ligt voor het huwelijks(partner)vermogensrecht hierbij vooral de nadruk op een beschrijving van het commune IPR.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De politie en haar opdracht: de kerntakendiscussie voorbij

 42,00
In een snel veranderende wereld blijft de vraag wat de opgaven van de politie zijn, van groot belang. De kaders waaraan de politie haar legitimiteit ontleende, zoals gezag, recht, staat en de eenheid van de natie, hebben veel van hun vanzelfsprekendheid verloren. Dat betekent dat een nieuwe invulling moet worden gegeven aan de waarden die bij politiewerk in het geding zijn: rechtsstatelijkheid, bescherming van burgers, het aangeven van de grens tussen het goede en het kwade, eerlijkheid, betrokkenheid. Het zijn deze morele en symbolische elementen die het vertrekpunt moeten vormen voor de beantwoording van de vraag waar de politie voor staat.

Dat kan alleen als wij voorbij de kerntakendiscussie gaan. Die discussie wordt grotendeels bepaald door het opstellen van lijstjes met taken, waarvan een deel kan worden weggestreept of uitbesteed. De vraag wat bijvoorbeeld het verschil is tussen publieke politie en private veiligheidszorg zal dan nooit goed te beantwoorden zijn. Om die reden loont het meer om bredere visies op de maatschappelijke opdracht van de politie te formuleren waarin de genoemde waarden tot uiting komen. Het gaat om een fundamentele en complexe problematiek, mede omdat morele en politieke opvattingen een belangrijke rol spelen. Voor minder gaat het echter niet, willen we het negatieve en misleidende kader van de kerntakendiscussie te boven komen.

In dit boek reflecteert een aantal deskundige auteurs over de opdracht van de politie. Zij doen dat in sterk uiteenlopende bijdragen, zowel qua thematiek, benaderingswijze, als stellingname. Hierdoor brengt deze uitgave de discussie over deze fundamentele problematiek verder en maakt haar los uit het bedrijfsmatige en instrumentele kader dat het denken hierover in het afgelopen decennium te veel heeft bepaald en belast.

Quick View

De politie en haar opdracht: de kerntakendiscussie voorbij

 42,00
In een snel veranderende wereld blijft de vraag wat de opgaven van de politie zijn, van groot belang. De kaders waaraan de politie haar legitimiteit ontleende, zoals gezag, recht, staat en de eenheid van de natie, hebben veel van hun vanzelfsprekendheid verloren. Dat betekent dat een nieuwe invulling moet worden gegeven aan de waarden die bij politiewerk in het geding zijn: rechtsstatelijkheid, bescherming van burgers, het aangeven van de grens tussen het goede en het kwade, eerlijkheid, betrokkenheid. Het zijn deze morele en symbolische elementen die het vertrekpunt moeten vormen voor de beantwoording van de vraag waar de politie voor staat.

Dat kan alleen als wij voorbij de kerntakendiscussie gaan. Die discussie wordt grotendeels bepaald door het opstellen van lijstjes met taken, waarvan een deel kan worden weggestreept of uitbesteed. De vraag wat bijvoorbeeld het verschil is tussen publieke politie en private veiligheidszorg zal dan nooit goed te beantwoorden zijn. Om die reden loont het meer om bredere visies op de maatschappelijke opdracht van de politie te formuleren waarin de genoemde waarden tot uiting komen. Het gaat om een fundamentele en complexe problematiek, mede omdat morele en politieke opvattingen een belangrijke rol spelen. Voor minder gaat het echter niet, willen we het negatieve en misleidende kader van de kerntakendiscussie te boven komen.

In dit boek reflecteert een aantal deskundige auteurs over de opdracht van de politie. Zij doen dat in sterk uiteenlopende bijdragen, zowel qua thematiek, benaderingswijze, als stellingname. Hierdoor brengt deze uitgave de discussie over deze fundamentele problematiek verder en maakt haar los uit het bedrijfsmatige en instrumentele kader dat het denken hierover in het afgelopen decennium te veel heeft bepaald en belast.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

EU cross-border gathering and use of evidence in criminal matters (IRCP-reeks, nr. 37)

 56,00
The European Council set out the 2007 specific program on ‘Criminal Justice’ as part of the General Program on Fundamental Rights and Justice. The concrete objectives of the program include the promotion of the principle of mutual recognition and mutual trust, eliminating obstacles created by disparities between member states judicial systems and improving knowledge of member states legal and judicial systems in criminal matters and the exchange and dissemination of good practice.
As part of this program, the European Commission awarded a contract to the Institute of International Research on Criminal Policy to conduct the study this book comprises the results of.

The initial aim of the study was to obtain up to date information on the national laws of the EU member states on the gathering and handling of evidence and to analyse that information in the light of recent developments in legislation governing cross-border transmission of evidence, in particular the 2008 European Evidence Warrant. In addition, it was the intention of the European Commission to initiate preparatory work on a legal instrument that would expand the scope of application of the European Evidence Warrant in order to further replace the existing regime of mutual legal assistance within the EU by a mechanism based on the mutual recognition principle. As a result, the study was broadened as to also assess whether or not a mutual recognition-based EU mutual legal assistance regime is desirable and feasible.

Whereas the Green Paper on obtaining evidence in criminal matters (issued in 2009 by the European Commission) raises general questions on the matter, this book provides an in-depth and full-scale overview of the current situation relating to cross-border gathering, obtaining and admissibility of evidence in criminal matters between the EU member states, as well as clear-cut future legal and policy options.

This book is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities throughout the EU and from a broader international context. It will be particularly appealing also to the research community and anyone involved in or taking an interest in criminal policy initiatives in the EU.

Placeholder Image
Quick View

EU cross-border gathering and use of evidence in criminal matters (IRCP-reeks, nr. 37)

 56,00
The European Council set out the 2007 specific program on ‘Criminal Justice’ as part of the General Program on Fundamental Rights and Justice. The concrete objectives of the program include the promotion of the principle of mutual recognition and mutual trust, eliminating obstacles created by disparities between member states judicial systems and improving knowledge of member states legal and judicial systems in criminal matters and the exchange and dissemination of good practice.
As part of this program, the European Commission awarded a contract to the Institute of International Research on Criminal Policy to conduct the study this book comprises the results of.

The initial aim of the study was to obtain up to date information on the national laws of the EU member states on the gathering and handling of evidence and to analyse that information in the light of recent developments in legislation governing cross-border transmission of evidence, in particular the 2008 European Evidence Warrant. In addition, it was the intention of the European Commission to initiate preparatory work on a legal instrument that would expand the scope of application of the European Evidence Warrant in order to further replace the existing regime of mutual legal assistance within the EU by a mechanism based on the mutual recognition principle. As a result, the study was broadened as to also assess whether or not a mutual recognition-based EU mutual legal assistance regime is desirable and feasible.

Whereas the Green Paper on obtaining evidence in criminal matters (issued in 2009 by the European Commission) raises general questions on the matter, this book provides an in-depth and full-scale overview of the current situation relating to cross-border gathering, obtaining and admissibility of evidence in criminal matters between the EU member states, as well as clear-cut future legal and policy options.

This book is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities throughout the EU and from a broader international context. It will be particularly appealing also to the research community and anyone involved in or taking an interest in criminal policy initiatives in the EU.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Recht in beweging. 17de VRG-Alumnidag 2010 (Reeks VRG Alumni Leuven)

 45,00
Uit het voorwoord door Roger Blanpain, de voorzitter, en Robbie tas, de secretaris.

"Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht is immers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "in goede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijke explosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappij enerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.

"Recht in beweging" is dan ook het uithangbord van onze jaarlijkse Alumnidagen. Nu de zestiende op rij.

Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 5 maart 2010 door niet minder dan 600 juristen beluisterd en besproken werden.

Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nog meer dan dat.
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View

Recht in beweging. 17de VRG-Alumnidag 2010 (Reeks VRG Alumni Leuven)

 45,00
Uit het voorwoord door Roger Blanpain, de voorzitter, en Robbie tas, de secretaris.

"Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht is immers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "in goede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijke explosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappij enerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.

"Recht in beweging" is dan ook het uithangbord van onze jaarlijkse Alumnidagen. Nu de zestiende op rij.

Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 5 maart 2010 door niet minder dan 600 juristen beluisterd en besproken werden.

Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nog meer dan dat.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

IFRS et la crise financière / IFRS en de financiële crisis (ICCI 2010 – 1)

 56,00
La crise financière impose-t-elle la remise en cause du modèle actuel d’information financière ? Le rôle prétendu des normes comptables n’est-il pas une excuse bienvenue pour détourner l’attention de questions plus fondamentales, par exemple en matière de corporate governance ? L’interaction entre la crise et les évaluations en juste valeur doit-elle s’analyser de la même manière dans les secteurs financier et non financier ? Cette publication dans la série ICC I fait le point sur ces questions.

Stelt de financiële crisis het huidige financiële verslaggevingsmodel opnieuw aan de orde? Is de vermeende rol van de standaarden voor jaarrekeningen geen welkome uitvlucht om de aandacht af te leiden van meer essentiële kwesties zoals op het vlak van deugdelijk bestuur? Moet de interactie tussen de crisis en de waarderingen tegen reële waarde op dezelfde wijze worden geanalyseerd in de financiële en niet-financiële sector? D eze uitgave in de ICC I-reeks maakt de balans op van deze problematiek.

Placeholder Image
Quick View

IFRS et la crise financière / IFRS en de financiële crisis (ICCI 2010 – 1)

 56,00
La crise financière impose-t-elle la remise en cause du modèle actuel d’information financière ? Le rôle prétendu des normes comptables n’est-il pas une excuse bienvenue pour détourner l’attention de questions plus fondamentales, par exemple en matière de corporate governance ? L’interaction entre la crise et les évaluations en juste valeur doit-elle s’analyser de la même manière dans les secteurs financier et non financier ? Cette publication dans la série ICC I fait le point sur ces questions.

Stelt de financiële crisis het huidige financiële verslaggevingsmodel opnieuw aan de orde? Is de vermeende rol van de standaarden voor jaarrekeningen geen welkome uitvlucht om de aandacht af te leiden van meer essentiële kwesties zoals op het vlak van deugdelijk bestuur? Moet de interactie tussen de crisis en de waarderingen tegen reële waarde op dezelfde wijze worden geanalyseerd in de financiële en niet-financiële sector? D eze uitgave in de ICC I-reeks maakt de balans op van deze problematiek.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Etienne De Greeff (1898-1961). Psychiater, criminoloog en romanschrijver. Leven, werk en huidige betekenis

 57,00
Wie was Etienne De Greeff en wat is de huidige betekenis van zijnwerk? Dit zijn twee vragen waarop dit boek een antwoord geeft.

Etienne De Greeff (1898-1961) was een Belgische psychiater,criminoloog en romanschrijver met een boeiend en bij wijlentragisch levensverhaal. Hij was een bijzonder intelligente en minzamepersoon, die geen blad voor de mond nam om zijn origineleopvattingen te verwoorden. Het historisch decor bestaat uit: detwee wereldoorlogen, het interbellum, de kloosterpsychiatrie,verschijningen te Beauraing, de Katholieke Universiteit van Leuvenen het Belgisch gevangeniswezen tijdens de eerste helft van devorige eeuw.

Etienne De Greeff heeft een indrukwekkend, origineel en visionairoeuvre nagelaten. Zijn mensbeeld en zijn werk als psychiater,grondlegger van de klinische criminologie en romanschrijverworden eerst gesitueerd binnen de eigen tijdscontext. Daarna volgteen kritische bespreking van de betekenis van zijn werk voor dehuidige psychiatrie, criminologie en romanliteratuur. Verschillendeopvattingen blijken brandend actueel te zijn.

Met talrijke afbeeldingen en samenvatting - résumé - summary
Placeholder Image
Quick View

Etienne De Greeff (1898-1961). Psychiater, criminoloog en romanschrijver. Leven, werk en huidige betekenis

 57,00
Wie was Etienne De Greeff en wat is de huidige betekenis van zijnwerk? Dit zijn twee vragen waarop dit boek een antwoord geeft.

Etienne De Greeff (1898-1961) was een Belgische psychiater,criminoloog en romanschrijver met een boeiend en bij wijlentragisch levensverhaal. Hij was een bijzonder intelligente en minzamepersoon, die geen blad voor de mond nam om zijn origineleopvattingen te verwoorden. Het historisch decor bestaat uit: detwee wereldoorlogen, het interbellum, de kloosterpsychiatrie,verschijningen te Beauraing, de Katholieke Universiteit van Leuvenen het Belgisch gevangeniswezen tijdens de eerste helft van devorige eeuw.

Etienne De Greeff heeft een indrukwekkend, origineel en visionairoeuvre nagelaten. Zijn mensbeeld en zijn werk als psychiater,grondlegger van de klinische criminologie en romanschrijverworden eerst gesitueerd binnen de eigen tijdscontext. Daarna volgteen kritische bespreking van de betekenis van zijn werk voor dehuidige psychiatrie, criminologie en romanliteratuur. Verschillendeopvattingen blijken brandend actueel te zijn.

Met talrijke afbeeldingen en samenvatting - résumé - summary
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Taalgebruik in het bedrijfsleven

 35,00
In deze uitgave wordt een overzicht gegeven van de wetgeving die in België het taalgebruik in het bedrijfsleven regelt, inclusief haar toepassing.

In het eerste deel worden de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 behandeld, die van toepassing zijn op geheel het land, dus op Vlaanderen, de gemeenten met speciale regeling inbegrepen, Brussel-Hoofdstad en Wallonië. In het tweede deel wordt het decreet van 19 juli 1973 besproken “tot regeling van het gebruik van de talen voor de sociale betrekkingen tussen werkgevers en werknemers, alsmede van de door de wet en de verordeningen voorgeschreven akten en bescheiden van de ondernemingen”. Dit decreet is van toepassing op geheel het Nederlandse taalgebied, behalve de gemeenten met speciale regeling. Ten slotte wordt ingegaan op de specifieke regelingen voor het Franse taalgebied, uitgezonderd de gemeenten met speciale taalregeling, zoals bepaald door het decreet van 30 juni 1982.

Placeholder Image
Quick View

Taalgebruik in het bedrijfsleven

 35,00
In deze uitgave wordt een overzicht gegeven van de wetgeving die in België het taalgebruik in het bedrijfsleven regelt, inclusief haar toepassing.

In het eerste deel worden de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 behandeld, die van toepassing zijn op geheel het land, dus op Vlaanderen, de gemeenten met speciale regeling inbegrepen, Brussel-Hoofdstad en Wallonië. In het tweede deel wordt het decreet van 19 juli 1973 besproken “tot regeling van het gebruik van de talen voor de sociale betrekkingen tussen werkgevers en werknemers, alsmede van de door de wet en de verordeningen voorgeschreven akten en bescheiden van de ondernemingen”. Dit decreet is van toepassing op geheel het Nederlandse taalgebied, behalve de gemeenten met speciale regeling. Ten slotte wordt ingegaan op de specifieke regelingen voor het Franse taalgebied, uitgezonderd de gemeenten met speciale taalregeling, zoals bepaald door het decreet van 30 juni 1982.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Evidence based policing (CPS 2010 – 4 nr. 17)

 53,00
Afgelopen jaren is de tendens waarneembaar dat het politie- en justitiedomein meer aandacht krijgt voor ‘evidence based’ beleid. Programma’s en beleidsmaatregelen moeten eerst ‘bewezen werkzaam’ zijn vooraleer ze verdere financiering kennen en de aandacht voor evaluatie groeit. Enerzijds speelt de rationalisering van de schaarse middelen daarin een grote rol en anderzijds het leggen van prioriteiten in allerhande politiële en justitiële beleidsplannen. Dit Cahier geeft een inzicht in wat ‘evidence based policing’ juist inhoudt, en wat de uitdagingen, de voordelen, de kritieken en de valkuilen zijn. De voorwaarden waaraan experimenteel criminologisch onderzoek moet voldoen worden geschetst. In tweede instantie wordt, o.m. aan de hand van cases, ingegaan op het nut van ‘evidence’ voor praktijk en beleid en wordt kennis aangereikt over het vinden van een praktische ‘vertaling’ naar het werkveld. Dit Cahier bundelt zowel bijdragen uit beleid en praktijk als uit het academische milieu. De auteurs zijn afkomstig uit drie landen waarin de mate van implementatie van evidence based policing verschilt. Dit geeft de nodige schakeringen in het ‘evidence based’ debat.

Dit Cahier vormt een belangrijk naslagwerk voor politie, justitie en andere veiligheidsactoren. Weten ‘wat werkt’ en ‘wat niet werkt’ is immers van groot belang voor het vormgeven van veiligheidsbeleid.

Quick View

Evidence based policing (CPS 2010 – 4 nr. 17)

 53,00
Afgelopen jaren is de tendens waarneembaar dat het politie- en justitiedomein meer aandacht krijgt voor ‘evidence based’ beleid. Programma’s en beleidsmaatregelen moeten eerst ‘bewezen werkzaam’ zijn vooraleer ze verdere financiering kennen en de aandacht voor evaluatie groeit. Enerzijds speelt de rationalisering van de schaarse middelen daarin een grote rol en anderzijds het leggen van prioriteiten in allerhande politiële en justitiële beleidsplannen. Dit Cahier geeft een inzicht in wat ‘evidence based policing’ juist inhoudt, en wat de uitdagingen, de voordelen, de kritieken en de valkuilen zijn. De voorwaarden waaraan experimenteel criminologisch onderzoek moet voldoen worden geschetst. In tweede instantie wordt, o.m. aan de hand van cases, ingegaan op het nut van ‘evidence’ voor praktijk en beleid en wordt kennis aangereikt over het vinden van een praktische ‘vertaling’ naar het werkveld. Dit Cahier bundelt zowel bijdragen uit beleid en praktijk als uit het academische milieu. De auteurs zijn afkomstig uit drie landen waarin de mate van implementatie van evidence based policing verschilt. Dit geeft de nodige schakeringen in het ‘evidence based’ debat.

Dit Cahier vormt een belangrijk naslagwerk voor politie, justitie en andere veiligheidsactoren. Weten ‘wat werkt’ en ‘wat niet werkt’ is immers van groot belang voor het vormgeven van veiligheidsbeleid.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Policing in Europe (CPS 2010 – 3, nr. 16)Policing in Europe (CPS 2010 – 3, nr. 16)
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Policing in Europe (CPS 2010 – 3, nr. 16)

 54,50
For the past few decades the so-called transnationalisation of the police in Europe has evolved rapidly. The resulting cooperation between national police organisations is often motivated by referring to the inevitable need of a war against the increasingly internationally operating organised crime and (especially since 2001) international terrorism. As a result, an amalgam of cooperation, information-exchange and informal relations was established between national police organisations. Europe also tried to stimulate developments of and within the police. As was often noticed before it may be difficult to get a realistic view on these important developments in the transnationalisation of the police in Europe. Moreover, it may be difficult to get detailed and reliable information about the impact of European, transnational developments on the member states’ police services.

Taking these observations into account, and in view of the Belgian Presidency of the Council of Europe that will start during the second part of 2010, the editorial board of the Journal of Police Studies decided that the time was ripe to present a theme issue on ‘Policing in Europe’. This volume is therefore based on two main questions. Firstly, what are the developments of the police and police cooperation in Europe at a supranational level? And secondly, what are the different reactions of police organisations in individual European countries to the process of European transnationalisation in terms of the design of and philosophy within their police organisation?

Policing in Europe (CPS 2010 – 3, nr. 16)Policing in Europe (CPS 2010 – 3, nr. 16)
Quick View

Policing in Europe (CPS 2010 – 3, nr. 16)

 54,50
For the past few decades the so-called transnationalisation of the police in Europe has evolved rapidly. The resulting cooperation between national police organisations is often motivated by referring to the inevitable need of a war against the increasingly internationally operating organised crime and (especially since 2001) international terrorism. As a result, an amalgam of cooperation, information-exchange and informal relations was established between national police organisations. Europe also tried to stimulate developments of and within the police. As was often noticed before it may be difficult to get a realistic view on these important developments in the transnationalisation of the police in Europe. Moreover, it may be difficult to get detailed and reliable information about the impact of European, transnational developments on the member states’ police services.

Taking these observations into account, and in view of the Belgian Presidency of the Council of Europe that will start during the second part of 2010, the editorial board of the Journal of Police Studies decided that the time was ripe to present a theme issue on ‘Policing in Europe’. This volume is therefore based on two main questions. Firstly, what are the developments of the police and police cooperation in Europe at a supranational level? And secondly, what are the different reactions of police organisations in individual European countries to the process of European transnationalisation in terms of the design of and philosophy within their police organisation?

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Policing multiple communities (CPS 2010 – 2, nr. 15)

 36,00
Uit recent Belgisch en Nederlands onderzoek over politiewerk in multiculturele buurten blijkt dat de territoriale politieorganisatie vaak haaks staat op de aard van de gemeenschappen die voorwerp uitmaken van het politieoptreden. Markante vaststelling is dat op buurtniveau verschillende groepen tezelfdertijd aanwezig zijn en het territorium van de buurt daarbij niet altijd samenvalt met de grenzen van de groepen die zich op die territoria bewegen. Dagelijks ervaren straatagenten de conceptuele vaagheid van een notie als ‘gemeenschap’. Zij worden op buurtniveau veeleer geconfronteerd met een wel bijzonder gefragmenteerd maatschappelijk lappendeken van origines, gedragspatronen, voorkeuren, statussen, culturen en leeftijden. Zij ervaren kortom multiple (buurt)gemeenschappen. Vanuit deze vaststellingen stellen we ons in dit Cahier de vraag welke empirische onderzoeken er bestaan over de verhouding tussen die zogenaamde gemeenschappen en territoria. De vraag stelt zich welke vormen die gemeenschappen aannemen en hoe die zich verhouden tot de territoria die gehanteerd worden vanuit een perspectief van orde- of wetshandhaving.

Placeholder Image
Quick View

Policing multiple communities (CPS 2010 – 2, nr. 15)

 36,00
Uit recent Belgisch en Nederlands onderzoek over politiewerk in multiculturele buurten blijkt dat de territoriale politieorganisatie vaak haaks staat op de aard van de gemeenschappen die voorwerp uitmaken van het politieoptreden. Markante vaststelling is dat op buurtniveau verschillende groepen tezelfdertijd aanwezig zijn en het territorium van de buurt daarbij niet altijd samenvalt met de grenzen van de groepen die zich op die territoria bewegen. Dagelijks ervaren straatagenten de conceptuele vaagheid van een notie als ‘gemeenschap’. Zij worden op buurtniveau veeleer geconfronteerd met een wel bijzonder gefragmenteerd maatschappelijk lappendeken van origines, gedragspatronen, voorkeuren, statussen, culturen en leeftijden. Zij ervaren kortom multiple (buurt)gemeenschappen. Vanuit deze vaststellingen stellen we ons in dit Cahier de vraag welke empirische onderzoeken er bestaan over de verhouding tussen die zogenaamde gemeenschappen en territoria. De vraag stelt zich welke vormen die gemeenschappen aannemen en hoe die zich verhouden tot de territoria die gehanteerd worden vanuit een perspectief van orde- of wetshandhaving.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Politieleiderschap (CPS 2010 – 1, nr. 14)

 36,00
Politieleiders zijn zowel managers van een onderneming als hoofd van een publieke organisatie die niet los kan worden gezien van de democratische context waarin de politie functioneert. Politieleiders staan tussen de organisatie en de omgeving in, op een kruispunt van belangen. Cahier 14 geeft aandacht aan politieleiderschap in het algemeen en de korpschef is het bijzonder. De resultaten van een wetenschappelijk onderzoek naar het profiel en de evaluatie van de korpschefs van de Belgische lokale politie, krijgt in dit Cahier een plaats. De bijdragen gaan over rekrutering, selectie, ontwikkeling en evaluatie van politieleiders en hogere publieke leidinggevenden. Ook wordt een toekomstvisie voor politieleiderschap geschetst.

Placeholder Image
Quick View

Politieleiderschap (CPS 2010 – 1, nr. 14)

 36,00
Politieleiders zijn zowel managers van een onderneming als hoofd van een publieke organisatie die niet los kan worden gezien van de democratische context waarin de politie functioneert. Politieleiders staan tussen de organisatie en de omgeving in, op een kruispunt van belangen. Cahier 14 geeft aandacht aan politieleiderschap in het algemeen en de korpschef is het bijzonder. De resultaten van een wetenschappelijk onderzoek naar het profiel en de evaluatie van de korpschefs van de Belgische lokale politie, krijgt in dit Cahier een plaats. De bijdragen gaan over rekrutering, selectie, ontwikkeling en evaluatie van politieleiders en hogere publieke leidinggevenden. Ook wordt een toekomstvisie voor politieleiderschap geschetst.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De eigenlijke vrijstelling inzake btw (Reeks Beroepsvereniging voor boekhoudkundige beroepen, nr. 8)

 32,50
De vrijgestelde btw-belastingplichtigen bedoeld in artikel 44 W.btw hebben in de regel geen recht op aftrek. Men noemt ze vrijgestelde btw-belastingplichtigen zonder recht op aftrek. Het gaat om de eigenlijke vrijstellingen.

Desalniettemin verrichten vrijgestelde btw-belastingplichtigen soms bijkomstig handelingen die wel met btw dienen te worden belast. Ze worden hierdoor gemengde btw-belastingplichtigen waardoor ze beperkt recht op aftrek van de voorbelasting krijgen.

Binnen het VAT-package krijgen deze vrijgestelde btw-belastingplichtigen bovendien vanaf 1/1/2010 te maken met nieuwe btw-verplichtingen in het kader van de intracommunautaire diensten die ze als ontvanger van de dienst ontvangen.

Er wordt in het bijzonder ingegaan op de nieuwe btw-verplichtingen voor advocaten. Deze verplichtingen gelden trouwens ook voor de andere vrijgestelde btw-belastingplichtigen zoals bijvoorbeeld notarissen en artsen.

Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent BTW en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet, van het Tijdschrift voor Verkoop Vastgoed en van het Tijdschrift Huur. Hij is tevens verbonden als docent aan de Hogeschool Gent waar hij de grondige studie BTW verzorgt binnen de richting accountancy en fiscaliteit van de master handelswetenschappen en bestuurskunde.

Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

Placeholder Image
Quick View

De eigenlijke vrijstelling inzake btw (Reeks Beroepsvereniging voor boekhoudkundige beroepen, nr. 8)

 32,50
De vrijgestelde btw-belastingplichtigen bedoeld in artikel 44 W.btw hebben in de regel geen recht op aftrek. Men noemt ze vrijgestelde btw-belastingplichtigen zonder recht op aftrek. Het gaat om de eigenlijke vrijstellingen.

Desalniettemin verrichten vrijgestelde btw-belastingplichtigen soms bijkomstig handelingen die wel met btw dienen te worden belast. Ze worden hierdoor gemengde btw-belastingplichtigen waardoor ze beperkt recht op aftrek van de voorbelasting krijgen.

Binnen het VAT-package krijgen deze vrijgestelde btw-belastingplichtigen bovendien vanaf 1/1/2010 te maken met nieuwe btw-verplichtingen in het kader van de intracommunautaire diensten die ze als ontvanger van de dienst ontvangen.

Er wordt in het bijzonder ingegaan op de nieuwe btw-verplichtingen voor advocaten. Deze verplichtingen gelden trouwens ook voor de andere vrijgestelde btw-belastingplichtigen zoals bijvoorbeeld notarissen en artsen.

Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent BTW en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet, van het Tijdschrift voor Verkoop Vastgoed en van het Tijdschrift Huur. Hij is tevens verbonden als docent aan de Hogeschool Gent waar hij de grondige studie BTW verzorgt binnen de richting accountancy en fiscaliteit van de master handelswetenschappen en bestuurskunde.

Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
    ×