Maklu
Maklu

Maklu is een zelfstandige onderneming, opgericht in 1972. Maklu-publicaties bestrijken het hele juridische domein, van burgerlijk recht tot publiekrecht, van strafrecht tot handelsrecht. Ook de Maklu-uitgaven op het vlak van criminologie en politiewerking hebben een ruim aandeel.

Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Integriteit en deontologie (CPS 2012 – 3, nr. 24)

 36,00

Integriteit en deontologie bij de politie zijn onontbeerlijk. De talrijke kleine en grotere schandalen getuigen echter dat dit in de praktijk niet eenvoudig is. Allereerst niet voor de mensen op het werkveld die geconfronteerd worden met ethische dilemma’s waar geen pasklare antwoorden voor bestaan. Maar ook voor beleidsmakers is het geen evidentie een efficiënt en effectief integriteitsbeleid uit te bouwen.

In dit Cahier worden de knelpunten blootgelegd en stappen naar een eventuele oplossing aangereikt.

(1) In een eerste onderdeel worden de begrippen integriteit, deontologie en corruptie terminologisch afgebakend.

(2) Het tweede onderdeel belicht een aantal voorbeelden van integriteitsschendingen. Bovendien wordt ook ingegaan op de strafrechtelijke en tuchtrechtelijke reacties die geformuleerd werden naar aanleiding van concrete dossiers.

(3) In het derde onderdeel wordt de beleidsmatige stap gezet. Enerzijds wordt er een overzicht gegeven van wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van integriteitsbeleid, en anderzijds beschrijven practitioners de werking van specifieke beleidsinstrumenten.

Cahiers Politiestudies
De Cahiers Politiestudies verschijnen trimestrieel. Zij zijn onderworpen aan een internationale double blind peer review en worden samengesteld door de gasteditoren, de hoofdredacteur en de editorial board, i.s.m. de redactie.

Meer info over Cahiers Politiestudies

Quick View

Integriteit en deontologie (CPS 2012 – 3, nr. 24)

 36,00

Integriteit en deontologie bij de politie zijn onontbeerlijk. De talrijke kleine en grotere schandalen getuigen echter dat dit in de praktijk niet eenvoudig is. Allereerst niet voor de mensen op het werkveld die geconfronteerd worden met ethische dilemma’s waar geen pasklare antwoorden voor bestaan. Maar ook voor beleidsmakers is het geen evidentie een efficiënt en effectief integriteitsbeleid uit te bouwen.

In dit Cahier worden de knelpunten blootgelegd en stappen naar een eventuele oplossing aangereikt.

(1) In een eerste onderdeel worden de begrippen integriteit, deontologie en corruptie terminologisch afgebakend.

(2) Het tweede onderdeel belicht een aantal voorbeelden van integriteitsschendingen. Bovendien wordt ook ingegaan op de strafrechtelijke en tuchtrechtelijke reacties die geformuleerd werden naar aanleiding van concrete dossiers.

(3) In het derde onderdeel wordt de beleidsmatige stap gezet. Enerzijds wordt er een overzicht gegeven van wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van integriteitsbeleid, en anderzijds beschrijven practitioners de werking van specifieke beleidsinstrumenten.

Cahiers Politiestudies
De Cahiers Politiestudies verschijnen trimestrieel. Zij zijn onderworpen aan een internationale double blind peer review en worden samengesteld door de gasteditoren, de hoofdredacteur en de editorial board, i.s.m. de redactie.

Meer info over Cahiers Politiestudies

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Geweld en politie (CPS 2012 – 2, nr. 23)

 36,00
De samenleving wordt agressiever en gewelddadiger. Dat wordt althans algemeen gesteld. Afnemende tolerantie en verdraagzaamheid, individualisering, ‘korte lontjes’, maar ook alcohol en drugs zouden daar de oorzaak van zijn. In dit Cahier staat de relatie geweld - politie centraal.

Enerzijds wordt ingegaan op geweld tegen de politie. Naast burgers in het algemeen zijn functionarissen die in de publieke ruimte optreden (ambulancepersoneel, brandweerlieden, toezichthouders, bus/trambestuurders, maar zeker ook de politie) immers stelselmatig het voorwerp en slachtoffer van agressie en geweld. In welke mate vallen politieambtenaren ten prooi aan gewelddadige burgers, welke interactieprocessen spelen daarbij een rol, en welke gevolgen heeft slachtofferschap van geweld voor de politieambtenaar en de uitoefening van het politieberoep?

Anderzijds besteedt dit Cahier ook aandacht aan het gebruik van geweld door de politie. In België en Nederland heeft de politie samen met het leger nog steeds het monopolie van legaal geweld. De politie staat in voor de bescherming van de burger en de handhaving van de openbare orde en veiligheid. Het gebruik van (disproportioneel) geweld kan echter ook aanleiding geven tot debat. Ernstige geweldsincidenten voeden de discussie over de oorzaken van de geweldstoename in de maatschappij en de vraag of de politie nog wel opgewassen is tegen dat geweld.

Cahiers Politiestudies
De Cahiers Politiestudies verschijnen trimestrieel. Zij zijn onderworpen aan een internationale double blind peer review en worden samengesteld door de gasteditoren, de hoofdredacteur en de editorial board, i.s.m. de redactie.

Meer info over Cahiers Politiestudies

Quick View

Geweld en politie (CPS 2012 – 2, nr. 23)

 36,00
De samenleving wordt agressiever en gewelddadiger. Dat wordt althans algemeen gesteld. Afnemende tolerantie en verdraagzaamheid, individualisering, ‘korte lontjes’, maar ook alcohol en drugs zouden daar de oorzaak van zijn. In dit Cahier staat de relatie geweld - politie centraal.

Enerzijds wordt ingegaan op geweld tegen de politie. Naast burgers in het algemeen zijn functionarissen die in de publieke ruimte optreden (ambulancepersoneel, brandweerlieden, toezichthouders, bus/trambestuurders, maar zeker ook de politie) immers stelselmatig het voorwerp en slachtoffer van agressie en geweld. In welke mate vallen politieambtenaren ten prooi aan gewelddadige burgers, welke interactieprocessen spelen daarbij een rol, en welke gevolgen heeft slachtofferschap van geweld voor de politieambtenaar en de uitoefening van het politieberoep?

Anderzijds besteedt dit Cahier ook aandacht aan het gebruik van geweld door de politie. In België en Nederland heeft de politie samen met het leger nog steeds het monopolie van legaal geweld. De politie staat in voor de bescherming van de burger en de handhaving van de openbare orde en veiligheid. Het gebruik van (disproportioneel) geweld kan echter ook aanleiding geven tot debat. Ernstige geweldsincidenten voeden de discussie over de oorzaken van de geweldstoename in de maatschappij en de vraag of de politie nog wel opgewassen is tegen dat geweld.

Cahiers Politiestudies
De Cahiers Politiestudies verschijnen trimestrieel. Zij zijn onderworpen aan een internationale double blind peer review en worden samengesteld door de gasteditoren, de hoofdredacteur en de editorial board, i.s.m. de redactie.

Meer info over Cahiers Politiestudies

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Professionalisering en socialisatie (CPS 2012 – 1, nr. 22)

 36,00
Opleiding speelt een belangrijke rol in de professionalisering en de socialisatie van het politieberoep. Naast het aanleren van de kennis, vaardigheden en attitudes om het politieberoep uit te oefenen, doet er zich tijdens de opleiding ook een interactieproces voor waarbij de nieuwkomers in het beroep culturele elementen (waarden, normen, denkbeelden, etc.) absorberen. Met andere woorden, bij iedere opleiding vindt er evenzeer een transfer plaats van competenties en kennis, als van cultuur.

Dit Cahier verschaft inzicht in beide opleidingsfuncties. Daarbij wordt de vaststelling dat er in de politieorganisatie vooral wordt gezocht naar methoden om de eerste opleidingsfunctie te optimaliseren, geproblematiseerd. Weinigen stellen zich echter de vraag hoe de - door de literatuur fel bekritiseerde - socialisatiefunctie van de politieopleiding verbeterd kan worden. Met de blik op de toekomst richt dit Cahier zich dan ook op het antwoord hoe de politieopleiding van morgen een motor van verandering vormt voor de politieorganisatie.

Geen voorraad
Quick View

Professionalisering en socialisatie (CPS 2012 – 1, nr. 22)

 36,00
Opleiding speelt een belangrijke rol in de professionalisering en de socialisatie van het politieberoep. Naast het aanleren van de kennis, vaardigheden en attitudes om het politieberoep uit te oefenen, doet er zich tijdens de opleiding ook een interactieproces voor waarbij de nieuwkomers in het beroep culturele elementen (waarden, normen, denkbeelden, etc.) absorberen. Met andere woorden, bij iedere opleiding vindt er evenzeer een transfer plaats van competenties en kennis, als van cultuur.

Dit Cahier verschaft inzicht in beide opleidingsfuncties. Daarbij wordt de vaststelling dat er in de politieorganisatie vooral wordt gezocht naar methoden om de eerste opleidingsfunctie te optimaliseren, geproblematiseerd. Weinigen stellen zich echter de vraag hoe de - door de literatuur fel bekritiseerde - socialisatiefunctie van de politieopleiding verbeterd kan worden. Met de blik op de toekomst richt dit Cahier zich dan ook op het antwoord hoe de politieopleiding van morgen een motor van verandering vormt voor de politieorganisatie.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

European Mediation Training for Practitioners of Justice (met DVD) (AIA – Association for International Arbitration Series)

 55,00

The course “European Mediation Training for Practitioners of Justice”©, organised by the Associationfor International Arbitration, can be regarded as a milestone for mediation in Europe because, amongothers, it allows successful participants to apply for accreditation throughout the whole EU andestablishes, thereby, a category of truly ‘European Mediators’.
<brThe book and the enclosed DVD are the result of this 100-hour course program, divided intotheoretical and practical parts. The topics in the book vary from more general, such as differencesbetween mediation and litigation or role of a mediator, to such specific practical issues as a refusal tomediate, dealing with deadlocks, and multiparty mediation. Articles in this book have been authoredby recognized mediation professionals working in different jurisdictions across the EU and providingEMTPJ training sessions.

This book may be regarded as the unique guide on mediation in Europe and on how to become an EUqualified mediator. It is of particular interest for those willing to practice mediation.The enclosed DVD contains a mock mediation conducted during a regular practical session of EMTPJ2011, which is commented by one of the EMTPJ lecturers.
Placeholder Image
Quick View

European Mediation Training for Practitioners of Justice (met DVD) (AIA – Association for International Arbitration Series)

 55,00

The course “European Mediation Training for Practitioners of Justice”©, organised by the Associationfor International Arbitration, can be regarded as a milestone for mediation in Europe because, amongothers, it allows successful participants to apply for accreditation throughout the whole EU andestablishes, thereby, a category of truly ‘European Mediators’.
<brThe book and the enclosed DVD are the result of this 100-hour course program, divided intotheoretical and practical parts. The topics in the book vary from more general, such as differencesbetween mediation and litigation or role of a mediator, to such specific practical issues as a refusal tomediate, dealing with deadlocks, and multiparty mediation. Articles in this book have been authoredby recognized mediation professionals working in different jurisdictions across the EU and providingEMTPJ training sessions.

This book may be regarded as the unique guide on mediation in Europe and on how to become an EUqualified mediator. It is of particular interest for those willing to practice mediation.The enclosed DVD contains a mock mediation conducted during a regular practical session of EMTPJ2011, which is commented by one of the EMTPJ lecturers.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Burgerlijk procesrecht in hoofdlijnen

 187,00

Selectie en verdieping.
Dat is de kracht van het gloednieuwe handboek dat de belangrijkste leerstukken van het burgerlijk procesrecht behandelt. Door niet naar encyclopedische volledigheid te streven, bereiken de behandelde leerstukken een diepgang die in de thans bestaande doctrine zeldzaam is geworden.

Burgerlijk procesrecht in hoofdlijnen biedt bijgevolg geen oppervlakkig overzicht, dat noodgedwongen vaak ophoudt wanneer het interessant wordt, maar begint integendeel waar andere handboeken stoppen. Ruime aandacht gaat daarbij naar de sancties in het burgerlijk procesrecht: hoe iets werkt is vaak niet de cruciale vraag in het procesrecht, wel de vraag wat er gebeurt als iets mis loopt. De nadruk ligt daarbij op de praktische relevantie voor de advocaat of magistraat die geroepen wordt bijstand te verlenen c.q. recht te spreken in een burgerlijk proces.

Mr. Hugo Vandenberghe, Stafhouder van de Nederlandse Orde van Advocaten aan de Balie te Brussel in zijn voorwoord over deze publicatie:
‘De publicatie is op de eerste plaats een echt “handboek”, een boek dat men ter hand neemt om vakkundig het vraagpunt te kunnen situeren en de eventuele opties af te wegen.
Mr. Kris Wagner beperkt zich daarbij niet tot een beschrijvende “enerzijds – anderzijds” die zo herhaaldelijk als een evergreen wordt afgespeeld in de rechtsleer. Hij neemt standpunt in met een geobjectiveerde argumentatie.
Kortom, de advocaat, altijd in tijdsnood voor een advies of een conclusie, vindt er zijn leidraad met uitvoerige verwijzingen naar de rechtspraak en de rechtsleer.
Een bijzonder kwaliteitsvolle en zeer welgekomen publicatie […].’

Mr. Kris Wagner is advocaat en arbiter met commerciële geschilvoering als zwaartepunt. Zijn werken over de ‘Dwangsom’ en het ‘Derdenverzet’ in de A.P.R.-reeks alsook zijn doctoraal proefschrift ‘Sancties in het burgerlijk procesrecht’ (Maklu, 2007), worden algemeen geprezen.

Meer info over Reeks In Hoofdlijnen

Quick View

Burgerlijk procesrecht in hoofdlijnen

 187,00

Selectie en verdieping.
Dat is de kracht van het gloednieuwe handboek dat de belangrijkste leerstukken van het burgerlijk procesrecht behandelt. Door niet naar encyclopedische volledigheid te streven, bereiken de behandelde leerstukken een diepgang die in de thans bestaande doctrine zeldzaam is geworden.

Burgerlijk procesrecht in hoofdlijnen biedt bijgevolg geen oppervlakkig overzicht, dat noodgedwongen vaak ophoudt wanneer het interessant wordt, maar begint integendeel waar andere handboeken stoppen. Ruime aandacht gaat daarbij naar de sancties in het burgerlijk procesrecht: hoe iets werkt is vaak niet de cruciale vraag in het procesrecht, wel de vraag wat er gebeurt als iets mis loopt. De nadruk ligt daarbij op de praktische relevantie voor de advocaat of magistraat die geroepen wordt bijstand te verlenen c.q. recht te spreken in een burgerlijk proces.

Mr. Hugo Vandenberghe, Stafhouder van de Nederlandse Orde van Advocaten aan de Balie te Brussel in zijn voorwoord over deze publicatie:
‘De publicatie is op de eerste plaats een echt “handboek”, een boek dat men ter hand neemt om vakkundig het vraagpunt te kunnen situeren en de eventuele opties af te wegen.
Mr. Kris Wagner beperkt zich daarbij niet tot een beschrijvende “enerzijds – anderzijds” die zo herhaaldelijk als een evergreen wordt afgespeeld in de rechtsleer. Hij neemt standpunt in met een geobjectiveerde argumentatie.
Kortom, de advocaat, altijd in tijdsnood voor een advies of een conclusie, vindt er zijn leidraad met uitvoerige verwijzingen naar de rechtspraak en de rechtsleer.
Een bijzonder kwaliteitsvolle en zeer welgekomen publicatie […].’

Mr. Kris Wagner is advocaat en arbiter met commerciële geschilvoering als zwaartepunt. Zijn werken over de ‘Dwangsom’ en het ‘Derdenverzet’ in de A.P.R.-reeks alsook zijn doctoraal proefschrift ‘Sancties in het burgerlijk procesrecht’ (Maklu, 2007), worden algemeen geprezen.

Meer info over Reeks In Hoofdlijnen

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Europees btw-recht (Reeks In Hoofdlijnen)

 156,00

Dit boek vormt een studie van de Europese btw-richtlijn, de btw-verordening en de VAT package, waarbij uitgebreid aandacht wordt besteed aan de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie te Luxemburg.

Meer dan 400 arresten zijn in dit boek verwerkt. Dit betekent een bijna exhaustieve bespreking van de btw-rechtspraak van het Hof van Justitie tot nu toe.

De lezer krijgt een duidelijke technische synthese, maar ook veel praktische voorbeelden.

Het manuscript is bijgewerkt tot 1 november 2011.


Erik Stessens is licentiaat in de rechten (Universiteit Antwerpen), Bachelor-na-Bachelor in Accountancy en Audit (Hogeschool Antwerpen), gegradueerde in de fiscale wetenschappen (Fiscale Hogeschool Brussel) en als belastingconsulent aangesloten bij het IAB. Door zijn ruime ervaring als fiscaal adviseur en tax manager heeft de auteur een uitgebreide kennis van de materie. Hij is werkzaam als tax manager binnen een multinationale onderneming en als zodanig dagelijks professioneel bezig met het oplossen van concrete fiscale vraagstukken.

Meer info over Reeks In Hoofdlijnen

Quick View

Europees btw-recht (Reeks In Hoofdlijnen)

 156,00

Dit boek vormt een studie van de Europese btw-richtlijn, de btw-verordening en de VAT package, waarbij uitgebreid aandacht wordt besteed aan de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie te Luxemburg.

Meer dan 400 arresten zijn in dit boek verwerkt. Dit betekent een bijna exhaustieve bespreking van de btw-rechtspraak van het Hof van Justitie tot nu toe.

De lezer krijgt een duidelijke technische synthese, maar ook veel praktische voorbeelden.

Het manuscript is bijgewerkt tot 1 november 2011.


Erik Stessens is licentiaat in de rechten (Universiteit Antwerpen), Bachelor-na-Bachelor in Accountancy en Audit (Hogeschool Antwerpen), gegradueerde in de fiscale wetenschappen (Fiscale Hogeschool Brussel) en als belastingconsulent aangesloten bij het IAB. Door zijn ruime ervaring als fiscaal adviseur en tax manager heeft de auteur een uitgebreide kennis van de materie. Hij is werkzaam als tax manager binnen een multinationale onderneming en als zodanig dagelijks professioneel bezig met het oplossen van concrete fiscale vraagstukken.

Meer info over Reeks In Hoofdlijnen

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Partijautonomie in het relatievermogensrecht (E.M. Meijers-reeks)

 64,80
De vraag of aan de gevolgen van huwelijk en echtscheiding door echtgenoten zelf contractueel vorm kan worden gegeven, heeft de laatste decennia aan relevantie gewonnen.
De reden hiervoor is met name dat het huwelijk in deze periode aan een voortdurende relativering onderhevig is geweest en het huwelijksvermogensrecht is geliberaliseerd. Deze relativering hangt samen met het hoge en nog steeds stijgende aantal echtscheidingen en met het toenemende aantal paren dat permanent kiest voor de‘nieuwe burgerlijke staat’ die het ongehuwd samenwonen is geworden. De sterke groei van het ongehuwd samenwonen heeft tot op heden echter niet geresulteerd in wetgeving. Wel wordt met regelmaat over de noodzaak daartoe gedebatteerd.

Contractvrijheid speelt een belangrijke rol in het relatievermogensrecht maar dit rechtsbeginsel heeft in de literatuur merkwaardig genoeg maar weinig aandacht gekregen. Nader beschouwd moet contractvrijheid worden gezien als een samenstellend onderdeel van partijautonomie waarbinnen het rechtsbeginsel solidariteit tegenwicht biedt. Dit onderzoek beschrijft hoe partijautonomie kan worden begrepen in het huwelijksvermogens- en echtscheidingsrecht. Als rode draad wordt daarbij de vraag gesteld of het aanstaande echtgenoten geheel vrij staat om het door hen verkozen Ehetyp vorm te geven in hun huwelijkse voorwaarden. Hiertoe wordt tevens een moderne visie op huwelijkse voorwaarden geformuleerd.

Een andere belangrijke vraag is welke status contractvrijheid en solidariteit hebben bij de uitleg door de Hoge Raad van huwelijkse voorwaarden in echtscheidingszaken. In dit verband wordt de nieuwe ontwikkeling in de Duitse jurisprudentie over de wijze van beoordeling van huwelijkse voorwaarden beschreven en vervolgens vertaald naar de Nederlandse context, met het oogmerk de rechter een goed bruikbaar instrument aan te reiken dat recht doet aan eisen van rechtvaardigheid en rechtszekerheid. Om een volledig beeld te verwerven is ook een hoofdstuk gewijd aan de contractvrijheid van ouders met gezamenlijk gezag over een minderjarig kind, waarbij het ouderschapsplan centraal staat.

Na een korte analyse van enkele recente wetsvoorstellen op het terrein van het huwelijksvermogens- en echtscheidingsrecht vanuit het perspectief van partijautonomie, sluit de auteur af met een proeve van een concreet wetsvoorstel voor de invoering van het civiel partnerschap. Dit eigentijdse relatievermogensrecht zou het klassieke huwelijksvermogensrecht vervangen en staat ook open voor ongehuwde en niet-geregistreerde samenwonende partners.

Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. De studie werd verricht in het kader van het facultaire onderzoeksprogramma Coherent Privaatrecht.

Quick View

Partijautonomie in het relatievermogensrecht (E.M. Meijers-reeks)

 64,80
De vraag of aan de gevolgen van huwelijk en echtscheiding door echtgenoten zelf contractueel vorm kan worden gegeven, heeft de laatste decennia aan relevantie gewonnen.
De reden hiervoor is met name dat het huwelijk in deze periode aan een voortdurende relativering onderhevig is geweest en het huwelijksvermogensrecht is geliberaliseerd. Deze relativering hangt samen met het hoge en nog steeds stijgende aantal echtscheidingen en met het toenemende aantal paren dat permanent kiest voor de‘nieuwe burgerlijke staat’ die het ongehuwd samenwonen is geworden. De sterke groei van het ongehuwd samenwonen heeft tot op heden echter niet geresulteerd in wetgeving. Wel wordt met regelmaat over de noodzaak daartoe gedebatteerd.

Contractvrijheid speelt een belangrijke rol in het relatievermogensrecht maar dit rechtsbeginsel heeft in de literatuur merkwaardig genoeg maar weinig aandacht gekregen. Nader beschouwd moet contractvrijheid worden gezien als een samenstellend onderdeel van partijautonomie waarbinnen het rechtsbeginsel solidariteit tegenwicht biedt. Dit onderzoek beschrijft hoe partijautonomie kan worden begrepen in het huwelijksvermogens- en echtscheidingsrecht. Als rode draad wordt daarbij de vraag gesteld of het aanstaande echtgenoten geheel vrij staat om het door hen verkozen Ehetyp vorm te geven in hun huwelijkse voorwaarden. Hiertoe wordt tevens een moderne visie op huwelijkse voorwaarden geformuleerd.

Een andere belangrijke vraag is welke status contractvrijheid en solidariteit hebben bij de uitleg door de Hoge Raad van huwelijkse voorwaarden in echtscheidingszaken. In dit verband wordt de nieuwe ontwikkeling in de Duitse jurisprudentie over de wijze van beoordeling van huwelijkse voorwaarden beschreven en vervolgens vertaald naar de Nederlandse context, met het oogmerk de rechter een goed bruikbaar instrument aan te reiken dat recht doet aan eisen van rechtvaardigheid en rechtszekerheid. Om een volledig beeld te verwerven is ook een hoofdstuk gewijd aan de contractvrijheid van ouders met gezamenlijk gezag over een minderjarig kind, waarbij het ouderschapsplan centraal staat.

Na een korte analyse van enkele recente wetsvoorstellen op het terrein van het huwelijksvermogens- en echtscheidingsrecht vanuit het perspectief van partijautonomie, sluit de auteur af met een proeve van een concreet wetsvoorstel voor de invoering van het civiel partnerschap. Dit eigentijdse relatievermogensrecht zou het klassieke huwelijksvermogensrecht vervangen en staat ook open voor ongehuwde en niet-geregistreerde samenwonende partners.

Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. De studie werd verricht in het kader van het facultaire onderzoeksprogramma Coherent Privaatrecht.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Class Arbitration in the European Union

 65,00
This book is the first publication to deal with the subject of class arbitration in the European Union. It investigates to what extent class arbitration (either US style or a European variant) may take place in Europe and to what extent class arbitral awards are enforceable in European jurisdictions such as France, the Czech Republic, Denmark, Hungary, Italy, Portugal, Spain, Sweden, United Kingdom, Belgium and The Netherlands.

The authors are amongst the world’s leading arbitrators and academics in the field of arbitration. This volume serves as a critical study for shaping future practice and setting out future rules, policies and guidance in relation to class arbitration and collective remedies. It is an indispensable addition to every ADR practitioner’s library.

Contributions by: Philippe BILLIET, Yves DERAINS, Bernardo M. CREMADES, Gabriele CRESPI REGHIZZI, Ian HUNTER, Louis FLANNERY, José MIGUEL JÚDICE, László KECSKÉS, Hans BAGNER, Alexander J. BELOHLÁVEK, Sara RIBBEKLINT, Pontus EWERLÖF, Jeppe SKADHAUGE, Lajos WALLACHER, Rodrigo CORTÉS, António Pedro Pinto MONTEIRO, Aurore DESCOMBES, Matteo DRAGONI.

Philippe Billiet (editor) is a lawyer at Billiet & Co and frequently appointed as arbitrator by various national and international ADR centres. He specializes in cross-border civil and commercial disputes and is a mediation trainer for the EMPTJ training program. He lectures in ADR (including comparative arbitration laws and dispute settlement in China) at the Brussels VUB University.

The Association for International Arbitration (co-editor) works towards the promotion of alternative dispute resolution (ADR) and strives to bring together the global community in this field, including judges, lawyers, arbitrators, mediators and academics as well as research scholars and students.

Quick View

Class Arbitration in the European Union

 65,00
This book is the first publication to deal with the subject of class arbitration in the European Union. It investigates to what extent class arbitration (either US style or a European variant) may take place in Europe and to what extent class arbitral awards are enforceable in European jurisdictions such as France, the Czech Republic, Denmark, Hungary, Italy, Portugal, Spain, Sweden, United Kingdom, Belgium and The Netherlands.

The authors are amongst the world’s leading arbitrators and academics in the field of arbitration. This volume serves as a critical study for shaping future practice and setting out future rules, policies and guidance in relation to class arbitration and collective remedies. It is an indispensable addition to every ADR practitioner’s library.

Contributions by: Philippe BILLIET, Yves DERAINS, Bernardo M. CREMADES, Gabriele CRESPI REGHIZZI, Ian HUNTER, Louis FLANNERY, José MIGUEL JÚDICE, László KECSKÉS, Hans BAGNER, Alexander J. BELOHLÁVEK, Sara RIBBEKLINT, Pontus EWERLÖF, Jeppe SKADHAUGE, Lajos WALLACHER, Rodrigo CORTÉS, António Pedro Pinto MONTEIRO, Aurore DESCOMBES, Matteo DRAGONI.

Philippe Billiet (editor) is a lawyer at Billiet & Co and frequently appointed as arbitrator by various national and international ADR centres. He specializes in cross-border civil and commercial disputes and is a mediation trainer for the EMPTJ training program. He lectures in ADR (including comparative arbitration laws and dispute settlement in China) at the Brussels VUB University.

The Association for International Arbitration (co-editor) works towards the promotion of alternative dispute resolution (ADR) and strives to bring together the global community in this field, including judges, lawyers, arbitrators, mediators and academics as well as research scholars and students.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De oude fout in beeld? Naar een lokale recidive-monitor voor de stad Antwerpen (Governance of Security Research Report Series, Vol. V)

 34,00
Het in kaart brengen van recidive door jonge daders staat in België nog altijd in de kinderschoenen. Inzicht in hoe criminele carrières verlopen, welke factoren daar een eventuele impact op hebben en welke projecten slagingskansen hebben in de voorkoming van recidive, is nochtans een eerste voorwaarde voor een succesvolle aanpak.

De ontwikkeling van onderzoek naar dit fenomeen en het ontwerpen van een recidivemonitor die herhaling in kaart brengt, zijn belangrijke stappen vooruit in de preventie en aanpak van criminaliteit door jongeren of jongvolwassenen.

Deze publicatie bespreekt de resultaten van recent onderzoek naar recidive, en voorziet beleidsmakers en diegenen die dagelijks met jongerencriminaliteit te maken hebben van belangrijke informatie. Het boek toont niet alleen de noodzaak aan van een degelijke registratie, maar het stelt de actoren ook in staat om beter geïnformeerde beslissingen te nemen.

De Gofs Research Report Series is gericht op het publiceren van onderzoeksresultaten. In deze uitgave wordt een onderzoek gepresenteerd dat gevoerd werd door de onderzoeksgroepen Sociale Veiligheidsanalyse (SVA-UGent) en Governing and Policing Security (GAPS-Hogent). Meer informatie op www.gofs.ugent.be.

Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: Gofs Research Report Series

Quick View

De oude fout in beeld? Naar een lokale recidive-monitor voor de stad Antwerpen (Governance of Security Research Report Series, Vol. V)

 34,00
Het in kaart brengen van recidive door jonge daders staat in België nog altijd in de kinderschoenen. Inzicht in hoe criminele carrières verlopen, welke factoren daar een eventuele impact op hebben en welke projecten slagingskansen hebben in de voorkoming van recidive, is nochtans een eerste voorwaarde voor een succesvolle aanpak.

De ontwikkeling van onderzoek naar dit fenomeen en het ontwerpen van een recidivemonitor die herhaling in kaart brengt, zijn belangrijke stappen vooruit in de preventie en aanpak van criminaliteit door jongeren of jongvolwassenen.

Deze publicatie bespreekt de resultaten van recent onderzoek naar recidive, en voorziet beleidsmakers en diegenen die dagelijks met jongerencriminaliteit te maken hebben van belangrijke informatie. Het boek toont niet alleen de noodzaak aan van een degelijke registratie, maar het stelt de actoren ook in staat om beter geïnformeerde beslissingen te nemen.

De Gofs Research Report Series is gericht op het publiceren van onderzoeksresultaten. In deze uitgave wordt een onderzoek gepresenteerd dat gevoerd werd door de onderzoeksgroepen Sociale Veiligheidsanalyse (SVA-UGent) en Governing and Policing Security (GAPS-Hogent). Meer informatie op www.gofs.ugent.be.

Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: Gofs Research Report Series

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Rethinking international cooperation in criminal matters in the EU (IRCP-series, vol. 42)

 128,50
International cooperation in criminal matters in the European Union has grown exponentially over the past few decades. Importantly, there is a wide variety of authorities involved therein, rendering the traditional distinction between police and judicial cooperation outdated. Furthermore, its rapid growth exposed this policy field to inconsistencies and incoherence. Additionally despite the wave of new legislation, important lacunae can be identified, setting important challenges for the future. The combination of these issues clarifies the title of this book: there is a pressing need to rethink international cooperation in criminal matters.

In answer to a call from the European Commission, the authors have designed a comprehensive methodological framework to review the entirety of international cooperation in criminal matters, combining desktop reviews, expert consultations, member state questionnaires and focus group meetings in each of the member states to obtain a comprehensive overview of the currently experienced obstacles and future policy options that are both needed and feasible. Over 150 individuals contributed to the study, with different background, including academics, lawyers, policy makers, police, customs, intelligence services, prosecution, judiciary, correctional authorities, Ministries of Justice and Home Affairs.

This book provides an overview of the research findings and the recommendations formulated. They include but are not limited to
  • (1) a helicopter view on cooperation with criminal justice finality,
  • (2) a clear demarcation of the role of the judicial authorities,
  • (3) a comprehensive review of refusal grounds, including proportionality and capacity concerns,
  • (4) an assessment of gaps in the current body of instruments regulating international cooperation in criminal matters and possible remedies thereto,
  • (5) a well-considered further development of Eurojust and
  • (6) ensuring EU wide effect of mere domestic actions.

    Essential reading for both EU policy makers and for all practitioners involved, this book represents the first overall analysis of the entirety of international cooperation in criminal matters in the EU. An analysis aiming at moving beyond actors, bringing logic back, footed in reality.

  • Geen voorraad
    Quick View

    Rethinking international cooperation in criminal matters in the EU (IRCP-series, vol. 42)

     128,50
    International cooperation in criminal matters in the European Union has grown exponentially over the past few decades. Importantly, there is a wide variety of authorities involved therein, rendering the traditional distinction between police and judicial cooperation outdated. Furthermore, its rapid growth exposed this policy field to inconsistencies and incoherence. Additionally despite the wave of new legislation, important lacunae can be identified, setting important challenges for the future. The combination of these issues clarifies the title of this book: there is a pressing need to rethink international cooperation in criminal matters.

    In answer to a call from the European Commission, the authors have designed a comprehensive methodological framework to review the entirety of international cooperation in criminal matters, combining desktop reviews, expert consultations, member state questionnaires and focus group meetings in each of the member states to obtain a comprehensive overview of the currently experienced obstacles and future policy options that are both needed and feasible. Over 150 individuals contributed to the study, with different background, including academics, lawyers, policy makers, police, customs, intelligence services, prosecution, judiciary, correctional authorities, Ministries of Justice and Home Affairs.

    This book provides an overview of the research findings and the recommendations formulated. They include but are not limited to
  • (1) a helicopter view on cooperation with criminal justice finality,
  • (2) a clear demarcation of the role of the judicial authorities,
  • (3) a comprehensive review of refusal grounds, including proportionality and capacity concerns,
  • (4) an assessment of gaps in the current body of instruments regulating international cooperation in criminal matters and possible remedies thereto,
  • (5) a well-considered further development of Eurojust and
  • (6) ensuring EU wide effect of mere domestic actions.

    Essential reading for both EU policy makers and for all practitioners involved, this book represents the first overall analysis of the entirety of international cooperation in criminal matters in the EU. An analysis aiming at moving beyond actors, bringing logic back, footed in reality.

  • Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Placeholder Image
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Free Gathering and movement of evidence in criminal matters in the EU. Thinking beyond borders, striving for balance, in search of coherence

     17,00
    The landscape of cross-border evidence gathering in criminal matters in the EU has become blurred. Non-traditional actors, such as administrative authorities and intelligence services, have joined traditional judicial and law enforcement authorities in a domain which used to be looked upon as predominantly judicial cooperation territory. Criminal justice and administrative finalities run the risk of being constantly mixed up. This creates problems in light of the separation of powers, adequate legal and procedural protection in criminal matters and data protection.

    Gert Vermeulen believes that restoring the balance requires stepping away from traditional authority-based thinking and policy-making. He suggests to embrace ‘criminal justice finality’ as the key normative marker for EU cross-border intelligence, information and evidence gathering and exchange in criminal matters. The traditional distinction between judicial and police cooperation in criminal matters can no longer be upheld, he concludes. He argues that the distinction is largely artificial, creates confusion and produces inconsistencies, thus hindering the establishment and further development of a coherent EU criminal law policy.

    Vermeulen also challenges the envisaged roll-out of the mutual recognition principle in the context of cross-border evidence gathering. He is in particular concerned that it would prompt an inacceptable burden upon criminal justice systems either financially or in terms of operational capacity. In order to systemically prevent admissibility problems of cross-border evidence in courts throughout the EU, he finally pleas for a free movement regime for evidence, based on common minimum procedural standards according to which it must have been gathered.

    Prof. dr. Gert Vermeulen is professor of international and European criminal law at Ghent University, director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) and extraordinary professor of evidence law at Maastricht University.

    Placeholder Image
    Quick View

    Free Gathering and movement of evidence in criminal matters in the EU. Thinking beyond borders, striving for balance, in search of coherence

     17,00
    The landscape of cross-border evidence gathering in criminal matters in the EU has become blurred. Non-traditional actors, such as administrative authorities and intelligence services, have joined traditional judicial and law enforcement authorities in a domain which used to be looked upon as predominantly judicial cooperation territory. Criminal justice and administrative finalities run the risk of being constantly mixed up. This creates problems in light of the separation of powers, adequate legal and procedural protection in criminal matters and data protection.

    Gert Vermeulen believes that restoring the balance requires stepping away from traditional authority-based thinking and policy-making. He suggests to embrace ‘criminal justice finality’ as the key normative marker for EU cross-border intelligence, information and evidence gathering and exchange in criminal matters. The traditional distinction between judicial and police cooperation in criminal matters can no longer be upheld, he concludes. He argues that the distinction is largely artificial, creates confusion and produces inconsistencies, thus hindering the establishment and further development of a coherent EU criminal law policy.

    Vermeulen also challenges the envisaged roll-out of the mutual recognition principle in the context of cross-border evidence gathering. He is in particular concerned that it would prompt an inacceptable burden upon criminal justice systems either financially or in terms of operational capacity. In order to systemically prevent admissibility problems of cross-border evidence in courts throughout the EU, he finally pleas for a free movement regime for evidence, based on common minimum procedural standards according to which it must have been gathered.

    Prof. dr. Gert Vermeulen is professor of international and European criminal law at Ghent University, director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) and extraordinary professor of evidence law at Maastricht University.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Opinion-shopping: illusie of realiteit (Reeks ICCI 2011-3)Opinion-shopping: illusie of realiteit (Reeks ICCI 2011-3)
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Opinion-shopping: illusie of realiteit (Reeks ICCI 2011-3)

     30,00

    NL
    In België gebeurt de wettelijke controle op het getrouwe beeld van de jaarrekening door een commissaris (hierna  “auditor”). Een ongunstige verklaring vanwege de auditor geeft de gebruikers een negatief signaal. Voor de bedrijfsleiding is dit ongewenst. Indien gebruikers van de jaarrekening niet meer ten volle kunnen vertrouwen op de financiële informatie zal de gecontroleerde entiteit bijvoorbeeld niet meer in dezelfde mate toegang genieten tot het benodigde kapitaal. Om dit negatieve signaal te vermijden is het mogelijk dat de gecontroleerde entiteit zich wendt tot opinion-shopping: dit is een zoektocht naar een gunstigere verklaring hetzij door intern overleg met de benoemde auditor (interne opinion-shopping), hetzij door een verandering naar een nieuwe auditor (externe opinion-shopping).

    De bezorgdheid van regelgevers omtrent de geloofwaardigheid van de jaarrekening en het auditberoep deed het debat rond opinion-shopping reeds enkele malen oplaaien. Het doel van deze studie is om het externe opinion-shopping-fenomeen op de Belgische auditmarkt te onderzoeken. Concreet wordt hiertoe een antwoord gezocht op de volgende vragen: Is opinion-shopping aanwezig in de Belgische auditmarkt? Zijn opinion-shopping-operaties succesvol in de Belgische auditmarkt?

    Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
    Meer informatie:ICCI Reeks


    FR
    En Belgique, le contrôle légal de la présentation sincère des comptes annuels est effectué par un commissaire (ci-après dénommé « auditeur »). Une opinion défavorable émise par l’auditeur constitue un signal négatif aux yeux des utilisateurs. La direction de l’entreprise souhaite éviter cela. Si les utilisateurs des comptes annuels ne peuvent plus avoir pleinement confiance en l’information financière, l’entité contrôlée ne pourra, par exemple, plus avoir accès de façon aussi aisée aux capitaux requis. Afin d’éviter un tel signal négatif, l’entité contrôlée peut faire appel au chalandage d’opinion (opinion shopping), en d’autres termes la recherche d’opinions favorables soit par concertation interne avec l’auditeur en place (chalandage d’opinion interne), soit par la désignation d’un nouvel auditeur (chalandage d’opinion externe).

    L’inquiétude des législateurs à propos de la crédibilité des comptes annuels et de la profession d’audit a déjà ravivé plus d’une fois le débat sur le chalandage d’opinion. L’objectif de cette étude est d’analyser le phénomène de chalandage d’opinion externe sur le marché belge de l’audit. De façon plus concrète, l’étude cherche à répondre aux questions suivantes : A-t-on recours au chalandage d’opinion sur le marché belge de l’audit ? Les opérations de chalandage d’opinion au sein du marché belge de l’audit sont-elles efficaces ?

    Opinion-shopping: illusie of realiteit (Reeks ICCI 2011-3)Opinion-shopping: illusie of realiteit (Reeks ICCI 2011-3)
    Quick View

    Opinion-shopping: illusie of realiteit (Reeks ICCI 2011-3)

     30,00

    NL
    In België gebeurt de wettelijke controle op het getrouwe beeld van de jaarrekening door een commissaris (hierna  “auditor”). Een ongunstige verklaring vanwege de auditor geeft de gebruikers een negatief signaal. Voor de bedrijfsleiding is dit ongewenst. Indien gebruikers van de jaarrekening niet meer ten volle kunnen vertrouwen op de financiële informatie zal de gecontroleerde entiteit bijvoorbeeld niet meer in dezelfde mate toegang genieten tot het benodigde kapitaal. Om dit negatieve signaal te vermijden is het mogelijk dat de gecontroleerde entiteit zich wendt tot opinion-shopping: dit is een zoektocht naar een gunstigere verklaring hetzij door intern overleg met de benoemde auditor (interne opinion-shopping), hetzij door een verandering naar een nieuwe auditor (externe opinion-shopping).

    De bezorgdheid van regelgevers omtrent de geloofwaardigheid van de jaarrekening en het auditberoep deed het debat rond opinion-shopping reeds enkele malen oplaaien. Het doel van deze studie is om het externe opinion-shopping-fenomeen op de Belgische auditmarkt te onderzoeken. Concreet wordt hiertoe een antwoord gezocht op de volgende vragen: Is opinion-shopping aanwezig in de Belgische auditmarkt? Zijn opinion-shopping-operaties succesvol in de Belgische auditmarkt?

    Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
    Meer informatie:ICCI Reeks


    FR
    En Belgique, le contrôle légal de la présentation sincère des comptes annuels est effectué par un commissaire (ci-après dénommé « auditeur »). Une opinion défavorable émise par l’auditeur constitue un signal négatif aux yeux des utilisateurs. La direction de l’entreprise souhaite éviter cela. Si les utilisateurs des comptes annuels ne peuvent plus avoir pleinement confiance en l’information financière, l’entité contrôlée ne pourra, par exemple, plus avoir accès de façon aussi aisée aux capitaux requis. Afin d’éviter un tel signal négatif, l’entité contrôlée peut faire appel au chalandage d’opinion (opinion shopping), en d’autres termes la recherche d’opinions favorables soit par concertation interne avec l’auditeur en place (chalandage d’opinion interne), soit par la désignation d’un nouvel auditeur (chalandage d’opinion externe).

    L’inquiétude des législateurs à propos de la crédibilité des comptes annuels et de la profession d’audit a déjà ravivé plus d’une fois le débat sur le chalandage d’opinion. L’objectif de cette étude est d’analyser le phénomène de chalandage d’opinion externe sur le marché belge de l’audit. De façon plus concrète, l’étude cherche à répondre aux questions suivantes : A-t-on recours au chalandage d’opinion sur le marché belge de l’audit ? Les opérations de chalandage d’opinion au sein du marché belge de l’audit sont-elles efficaces ?

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
      0
      Uw winkelwagen
      Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
      ×