Onvoorziene omstandigheden, verstoring en herstel van contractueel evenwicht
In deze tijd van economisch zwaar weer rust op rechters en arbiters grotere druk om een contract door wijziging of ontbinding op grond van onvoorziene omstandigheden te corrigeren.
De mogelijkheid dat een onvoorziene omstandigheid de uitvoering van de overeenkomst verstoort en dat een wijziging zich opdringt, is reëel. Flexibiliteit, samenwerking en aanpassing behoren tot de essentie van de overeenkomst. Een dergelijke visie gedijt goed in een steeds meer aan redelijkheid en billijkheid onderworpen contractenrecht.
Toch geldt economisch zwaar weer in het algemeen niet als een onvoorziene omstandigheid die correctie van het contract rechtvaardigt. De realiteit gebiedt te zeggen dat de wijziging of ontbinding van overeenkomsten wegens onvoorziene omstandigheden uitzondering blijft en ongewijzigde instandhouding de regel. Dat is maar goed ook. Het adagium pacta sunt servanda refereert niet alleen aan de partijautonomie en de verbindende kracht, maar ook aan de notie van solidariteit en aan het vertrouwensbeginsel. Men laat zijn contractspartner niet vallen, ook niet als het moeilijk wordt. Omgekeerd mag men in redelijkheid vertrouwen op het gegeven woord. Maar er zijn grenzen.
Het zijn deze grenzen die in deze bundel, geschreven naar
aanleiding van de traditionele stafuitwisseling van Leidse en
Gentse privatisten die laatst in Leiden plaatsvond, worden
opgezocht.
Prof. mr. H.J. Snijders is hoogleraar burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht aan de Universiteit Leiden. Hij is raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof te Arnhem en in de Rechtbank te Den Haag, en vertegenwoordiger van Nederland in de United Nations Commission on International Trade Law (Working Group II on Arbitration and Conciliation).
Dr. P.C.J. De Tavernier is universitair docent aan de Universiteit Leiden, afdeling Burgerlijk- en Burgerlijk Procesrecht (departement Civiel Recht). Zijn publicaties situeren zich voornamelijk in het domein van het aansprakelijkheidsrecht.
Onvoorziene omstandigheden, verstoring en herstel van contractueel evenwicht
In deze tijd van economisch zwaar weer rust op rechters en arbiters grotere druk om een contract door wijziging of ontbinding op grond van onvoorziene omstandigheden te corrigeren.
De mogelijkheid dat een onvoorziene omstandigheid de uitvoering van de overeenkomst verstoort en dat een wijziging zich opdringt, is reëel. Flexibiliteit, samenwerking en aanpassing behoren tot de essentie van de overeenkomst. Een dergelijke visie gedijt goed in een steeds meer aan redelijkheid en billijkheid onderworpen contractenrecht.
Toch geldt economisch zwaar weer in het algemeen niet als een onvoorziene omstandigheid die correctie van het contract rechtvaardigt. De realiteit gebiedt te zeggen dat de wijziging of ontbinding van overeenkomsten wegens onvoorziene omstandigheden uitzondering blijft en ongewijzigde instandhouding de regel. Dat is maar goed ook. Het adagium pacta sunt servanda refereert niet alleen aan de partijautonomie en de verbindende kracht, maar ook aan de notie van solidariteit en aan het vertrouwensbeginsel. Men laat zijn contractspartner niet vallen, ook niet als het moeilijk wordt. Omgekeerd mag men in redelijkheid vertrouwen op het gegeven woord. Maar er zijn grenzen.
Het zijn deze grenzen die in deze bundel, geschreven naar
aanleiding van de traditionele stafuitwisseling van Leidse en
Gentse privatisten die laatst in Leiden plaatsvond, worden
opgezocht.
Prof. mr. H.J. Snijders is hoogleraar burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht aan de Universiteit Leiden. Hij is raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof te Arnhem en in de Rechtbank te Den Haag, en vertegenwoordiger van Nederland in de United Nations Commission on International Trade Law (Working Group II on Arbitration and Conciliation).
Dr. P.C.J. De Tavernier is universitair docent aan de Universiteit Leiden, afdeling Burgerlijk- en Burgerlijk Procesrecht (departement Civiel Recht). Zijn publicaties situeren zich voornamelijk in het domein van het aansprakelijkheidsrecht.
Mensenrechten en politie (CPS 2013 – 2, nr. 27)
De politie heeft hierdoor een ambivalente rol. Enerzijds moet zij optreden als facilitator en beschermer van mensenrechten, ook ten aanzien van minderheden en zwakkere groepen in de samenleving. Anderzijds zal zij soms intrusief handelingen moeten stellen vanuit haar gelegitimeerde machtspositie die (uitzonderlijk) deze rechten en vrijheden beperken.
Deze grens is allerminst eenvoudig te trekken en de vraag dringt zich op in
welke mate de politie in onze samenleving hiermee om kan gaan. Dit Cahier behandelt
beide aspecten.
Mensenrechten en politie (CPS 2013 – 2, nr. 27)
De politie heeft hierdoor een ambivalente rol. Enerzijds moet zij optreden als facilitator en beschermer van mensenrechten, ook ten aanzien van minderheden en zwakkere groepen in de samenleving. Anderzijds zal zij soms intrusief handelingen moeten stellen vanuit haar gelegitimeerde machtspositie die (uitzonderlijk) deze rechten en vrijheden beperken.
Deze grens is allerminst eenvoudig te trekken en de vraag dringt zich op in
welke mate de politie in onze samenleving hiermee om kan gaan. Dit Cahier behandelt
beide aspecten.
Choosing for juries. Application and development of juries in old and new jury trial countries
Why do governments try to limit the application of jury trials, both in countries where jury trials are native and in countries that have more recently instituted them?
This is a critical question today as government authorities are trying to limit the role of juries, especially when it comes to complex fraud cases, national security and terrorism cases, and cases where juries seem to have a propensity for high acquittal rates. Therefore, understanding how governments are promoting and constraining jury trials is important.
This book analyzes the reasons that motivate governments to introduce jury trial practices and the factors that condition the role these types of trials play in the administration of criminal justice systems as a whole. The research derives its finding from the comparative analysis of criminal justice systems of the United Kingdom, the Russian Federation and the Republic of Azerbaijan. It also assesses prospects of the application of jury trials in the Republic of Azerbaijan based on analysis of the criminal justice systems of countries where these practices already exist.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Nazim Ziyadov is doctor of law (Ghent University, Belgium). He is currently Head of Legal Department at Azerbaijan Investment Company (AIC) in Baku, Azerbaijan.
Choosing for juries. Application and development of juries in old and new jury trial countries
Why do governments try to limit the application of jury trials, both in countries where jury trials are native and in countries that have more recently instituted them?
This is a critical question today as government authorities are trying to limit the role of juries, especially when it comes to complex fraud cases, national security and terrorism cases, and cases where juries seem to have a propensity for high acquittal rates. Therefore, understanding how governments are promoting and constraining jury trials is important.
This book analyzes the reasons that motivate governments to introduce jury trial practices and the factors that condition the role these types of trials play in the administration of criminal justice systems as a whole. The research derives its finding from the comparative analysis of criminal justice systems of the United Kingdom, the Russian Federation and the Republic of Azerbaijan. It also assesses prospects of the application of jury trials in the Republic of Azerbaijan based on analysis of the criminal justice systems of countries where these practices already exist.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Nazim Ziyadov is doctor of law (Ghent University, Belgium). He is currently Head of Legal Department at Azerbaijan Investment Company (AIC) in Baku, Azerbaijan.

Cameratoezicht in de openbare ruimte. Ook wie weg is, is gezien? (Reeks Politiestudies, nr. 6)
Deze publicatie brengt verslag uit van het onderzoek ‘Cameratoezicht in deopenbare ruimte, een kwantitatieve analyse’, uitgevoerd door het ExpertisecentrumMaatschappelijke Veiligheid in opdracht van de FOD Binnenlandse Zaken.
Op basis van 7 casestudies in België wordt de effectiviteit van cameratoezichtin beeld gebracht. Daarnaast wordt aandacht geschonken aan de invloed vancameratoezicht op de veiligheidsbeleving van burgers.
Het boek schetst in eerste instantie de algemene context en licht de methodologievan het onderzoek toe. Ten tweede wordt dieper ingegaan op de impact diecameratoezicht in openbare ruimtes heeft op het veiligheidsbeleid. Vervolgensworden de effecten van cameratoezicht op bepaalde specifieke criminaliteitsvormen(zoals overlast, geweld, diefstal en fraude) belicht. Ten slotte worden een reeksaanbevelingen geformuleerd die kunnen helpen bij de keuze om cameratoezicht aldan niet te implementeren binnen de openbare ruimte.

Cameratoezicht in de openbare ruimte. Ook wie weg is, is gezien? (Reeks Politiestudies, nr. 6)
Deze publicatie brengt verslag uit van het onderzoek ‘Cameratoezicht in deopenbare ruimte, een kwantitatieve analyse’, uitgevoerd door het ExpertisecentrumMaatschappelijke Veiligheid in opdracht van de FOD Binnenlandse Zaken.
Op basis van 7 casestudies in België wordt de effectiviteit van cameratoezichtin beeld gebracht. Daarnaast wordt aandacht geschonken aan de invloed vancameratoezicht op de veiligheidsbeleving van burgers.
Het boek schetst in eerste instantie de algemene context en licht de methodologievan het onderzoek toe. Ten tweede wordt dieper ingegaan op de impact diecameratoezicht in openbare ruimtes heeft op het veiligheidsbeleid. Vervolgensworden de effecten van cameratoezicht op bepaalde specifieke criminaliteitsvormen(zoals overlast, geweld, diefstal en fraude) belicht. Ten slotte worden een reeksaanbevelingen geformuleerd die kunnen helpen bij de keuze om cameratoezicht aldan niet te implementeren binnen de openbare ruimte.

Rechtspreken en lekenparticipatie. Noodzaak of traditie?
Het fenomeen van lekenrechters is echter ruimer dan juryrechtspraak. In de arbeidsrechtbanken, -hoven en rechtbanken van koophandel zetelen, naast een voorzitter-magistraat, rechters uit het bedrijfsleven of vertegenwoordigende organisaties. Is hun deelname aan rechtspraak louter symbolisch of is ze noodzakelijk voor de kwaliteit van de rechtspraak? Zijn de lekenrechters in die rechtbanken en hoven brugfiguren tussen de wereld van het recht en de wereld van de werkvloer en de onderneming?
In dit boek staan rechtshistorici, strafrechtsspecialisten en rechtssociologen uitgebreid stil bij al deze vragen.
Guaranteed Peer Reviewed Content

Rechtspreken en lekenparticipatie. Noodzaak of traditie?
Het fenomeen van lekenrechters is echter ruimer dan juryrechtspraak. In de arbeidsrechtbanken, -hoven en rechtbanken van koophandel zetelen, naast een voorzitter-magistraat, rechters uit het bedrijfsleven of vertegenwoordigende organisaties. Is hun deelname aan rechtspraak louter symbolisch of is ze noodzakelijk voor de kwaliteit van de rechtspraak? Zijn de lekenrechters in die rechtbanken en hoven brugfiguren tussen de wereld van het recht en de wereld van de werkvloer en de onderneming?
In dit boek staan rechtshistorici, strafrechtsspecialisten en rechtssociologen uitgebreid stil bij al deze vragen.
Guaranteed Peer Reviewed Content

Het verband tussen audithonoraria en auditkwaliteit (Reeks ICCI 2013-1)
NEDERLANDS
De hoofddoelstelling van deze studie is te onderzoeken of er een verband bestaat tussen de audithonoraria en de auditkwaliteit op de Belgische auditmarkt. De studie wordt opgevat in twee delen.
In het eerste deel wordt via een literatuurstudie vooreerst ‘auditkwaliteit’ gedefinieerd enworden de meest gebruikte maatstaven voor auditkwaliteit, met name resultaatmanagementen de auditverklaring, bepaald.
Vervolgens worden de empirische studies die (internationaal)het verband behandelen tussen audithonoraria (zowel in ‘absolute’ als ‘abnormale’ termen) enauditkwaliteit besproken.
Uiteindelijk wordt voor de Belgische auditmarkt over de periode 2008-2010 de evolutie vande prijszetting bestudeerd en nagegaan via een audit fee-model in welke mate er sprake is vanabnormale audithonoraria of onder- en overprijzing.
In het tweede deel wordt nagegaan of er daadwerkelijk een verband bestaat tussen deaudithonoraria en de auditkwaliteit op de Belgische auditmarkt.De resultaten bieden voorzichtig te interpreteren empirisch bewijs dat er, ceteris paribus, eenverband bestaat tussen het niveau van de audithonoraria en de auditkwaliteit.
Johan Vande Lanotte, Vice-eerste minister en Minister van Economie, Consumenten en Noordzee over dit boek: “Het is de eerste keer dat hierover een empirische studie wordt gemaakt in ons land. Zowel de gebruikers van de diensten van bedrijfsrevisoren als de aanbieders ervan kunnen heel wat nuttige informatie halen uit deze studie.”
Inhoudstafel
Woord vooraf
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks
FRANCAIS
L’objectif principal de cette étude est de déterminer s’il existe un lien entre les honorairesd’audit et la qualité d’audit sur le marché belge de l’audit. L’étude se compose de deux parties.
Dans la première partie, par le biais d’une étude de littérature, la ‘qualité d’audit’ est définieet ensuite les critères de mesure les plus courants pour la qualité d’audit sont déterminés,notamment la gestion du résultat et l’opinion d’audit.
Ensuite, les études empiriques qui traitent(au niveau international) du lien entre les honoraires d’audit (tant ‘absolus’ qu’ ‘anormaux’) etla qualité d’audit sont abordées.
Enfin, l’évolution de la fixation des prix sur le marché belge de l’audit pour la période 2008-2010 est étudiée et à l’aide d’un modèle d’honoraires d’audit il est analysé dans quelle mesureil existe des honoraires d’audit anormaux ou une sous-évaluation et surévaluation des prix.
Dans la deuxième partie, il est examiné s’il existe véritablement un lien entre les honorairesd’audit et la qualité d’audit sur le marché belge de l’audit.Les résultats offrent des preuves empiriques dont l’interprétation requiert une grandeprudence et selon lesquelles il existe, ceteris paribus, un lien entre le niveau des honorairesd’audit et la qualité d’audit.
Table des matières
Avant-propos
Plus d''information sur la série ICCI (abonnement = 15% de réduction sur le prix normal).

Het verband tussen audithonoraria en auditkwaliteit (Reeks ICCI 2013-1)
NEDERLANDS
De hoofddoelstelling van deze studie is te onderzoeken of er een verband bestaat tussen de audithonoraria en de auditkwaliteit op de Belgische auditmarkt. De studie wordt opgevat in twee delen.
In het eerste deel wordt via een literatuurstudie vooreerst ‘auditkwaliteit’ gedefinieerd enworden de meest gebruikte maatstaven voor auditkwaliteit, met name resultaatmanagementen de auditverklaring, bepaald.
Vervolgens worden de empirische studies die (internationaal)het verband behandelen tussen audithonoraria (zowel in ‘absolute’ als ‘abnormale’ termen) enauditkwaliteit besproken.
Uiteindelijk wordt voor de Belgische auditmarkt over de periode 2008-2010 de evolutie vande prijszetting bestudeerd en nagegaan via een audit fee-model in welke mate er sprake is vanabnormale audithonoraria of onder- en overprijzing.
In het tweede deel wordt nagegaan of er daadwerkelijk een verband bestaat tussen deaudithonoraria en de auditkwaliteit op de Belgische auditmarkt.De resultaten bieden voorzichtig te interpreteren empirisch bewijs dat er, ceteris paribus, eenverband bestaat tussen het niveau van de audithonoraria en de auditkwaliteit.
Johan Vande Lanotte, Vice-eerste minister en Minister van Economie, Consumenten en Noordzee over dit boek: “Het is de eerste keer dat hierover een empirische studie wordt gemaakt in ons land. Zowel de gebruikers van de diensten van bedrijfsrevisoren als de aanbieders ervan kunnen heel wat nuttige informatie halen uit deze studie.”
Inhoudstafel
Woord vooraf
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks
FRANCAIS
L’objectif principal de cette étude est de déterminer s’il existe un lien entre les honorairesd’audit et la qualité d’audit sur le marché belge de l’audit. L’étude se compose de deux parties.
Dans la première partie, par le biais d’une étude de littérature, la ‘qualité d’audit’ est définieet ensuite les critères de mesure les plus courants pour la qualité d’audit sont déterminés,notamment la gestion du résultat et l’opinion d’audit.
Ensuite, les études empiriques qui traitent(au niveau international) du lien entre les honoraires d’audit (tant ‘absolus’ qu’ ‘anormaux’) etla qualité d’audit sont abordées.
Enfin, l’évolution de la fixation des prix sur le marché belge de l’audit pour la période 2008-2010 est étudiée et à l’aide d’un modèle d’honoraires d’audit il est analysé dans quelle mesureil existe des honoraires d’audit anormaux ou une sous-évaluation et surévaluation des prix.
Dans la deuxième partie, il est examiné s’il existe véritablement un lien entre les honorairesd’audit et la qualité d’audit sur le marché belge de l’audit.Les résultats offrent des preuves empiriques dont l’interprétation requiert une grandeprudence et selon lesquelles il existe, ceteris paribus, un lien entre le niveau des honorairesd’audit et la qualité d’audit.
Table des matières
Avant-propos
Plus d''information sur la série ICCI (abonnement = 15% de réduction sur le prix normal).

Recht in beweging – 20ste VRG Alumnidag 2013
Recht in beweging is het uithangbord van de jaarlijkse Alumnidag van het Vlaams Rechts Genootschap. Nu de 20ste op rij.
Op deze Alumnidag staan de recente ontwikkelingen op het vlak van recht steevast op de agenda. Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 8 maart 2013 door niet minder dan 600 juristen beluisterd en besproken werden.

Recht in beweging – 20ste VRG Alumnidag 2013
Recht in beweging is het uithangbord van de jaarlijkse Alumnidag van het Vlaams Rechts Genootschap. Nu de 20ste op rij.
Op deze Alumnidag staan de recente ontwikkelingen op het vlak van recht steevast op de agenda. Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 8 maart 2013 door niet minder dan 600 juristen beluisterd en besproken werden.

Leidraad Gerechtelijke Geneeskunde
De ‘Leidraad Gerechtelijke Geneeskunde’ is een speciaal voor het onderwijs geschreven leerboek. Na een situering van deze tak van de geneeskunde behandelt het eerst de basisprincipes van de medische criminalistiek. Daarna komt de doodsleer of thanatologie en het onderzoek van dode lichamen aan bod. In het deel thanato-etiologie worden vervolgens de doodsoorzaken behandeld. Het boek sluit af met een bespreking van de klinische forensische geneeskunde.
Doorheen het hele boek zijn de relevante
wettelijke bepalingen opgenomen. Ook
toepasselijke overwegingen van grote
denkers uit verschillende disciplines worden
aangehaald. Talrijke afbeeldingen uit de
praktijk illustreren de materie.
Michel Piette en Els De Letter zijn
verbonden aan het Forensisch Instituut -
Universiteit Gent, vakgroep Gerechtelijke
Geneeskunde. Zij treden op als deskundigen
voor verschillende parketten en rechtbanken.

Leidraad Gerechtelijke Geneeskunde
De ‘Leidraad Gerechtelijke Geneeskunde’ is een speciaal voor het onderwijs geschreven leerboek. Na een situering van deze tak van de geneeskunde behandelt het eerst de basisprincipes van de medische criminalistiek. Daarna komt de doodsleer of thanatologie en het onderzoek van dode lichamen aan bod. In het deel thanato-etiologie worden vervolgens de doodsoorzaken behandeld. Het boek sluit af met een bespreking van de klinische forensische geneeskunde.
Doorheen het hele boek zijn de relevante
wettelijke bepalingen opgenomen. Ook
toepasselijke overwegingen van grote
denkers uit verschillende disciplines worden
aangehaald. Talrijke afbeeldingen uit de
praktijk illustreren de materie.
Michel Piette en Els De Letter zijn
verbonden aan het Forensisch Instituut -
Universiteit Gent, vakgroep Gerechtelijke
Geneeskunde. Zij treden op als deskundigen
voor verschillende parketten en rechtbanken.

Zestigste verjaardag van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren: de pensioenleeftijd of een hernieuwde jeugd? – 60 jaar IBR (1953 – 2013)
Zestigste verjaardag van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren: de pensioenleeftijd of een hernieuwde jeugd?
Het Instituut van de Bedrijfsrevisoren viert dit jaar zijn zestigjarig bestaan sinds de oprichting bij wet van 22 juli 1953.
Deze publicatie interpelleert de belanghebbenden of hun vertegenwoordigers met eenrechtstreekse vraag: “Zestig jaar: pensioenleeftijd of hernieuwde jeugd?”.
Alle antwoorden zijn terug te vinden in dit boek, zonder enige censuur.
Soixantième anniversaire de l’Institut des Réviseurs d’Entreprises : l’âge de la retraite ou d’une nouvelle jeunesse ?
L’Institut des Réviseurs d’Entreprises fête cette année le soixantième anniversaire de sa création par la loi du 22 juillet 1953.
A cette occasion, cette publication souhaite interpeller les parties prenantes ou leurs représentants, avec une question directe: “Soixante ans : l’âge de la retraite ou d’une nouvelle jeunesse?”.
Vous découvrirez leurs réponses dans cet ouvrage.

Zestigste verjaardag van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren: de pensioenleeftijd of een hernieuwde jeugd? – 60 jaar IBR (1953 – 2013)
Zestigste verjaardag van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren: de pensioenleeftijd of een hernieuwde jeugd?
Het Instituut van de Bedrijfsrevisoren viert dit jaar zijn zestigjarig bestaan sinds de oprichting bij wet van 22 juli 1953.
Deze publicatie interpelleert de belanghebbenden of hun vertegenwoordigers met eenrechtstreekse vraag: “Zestig jaar: pensioenleeftijd of hernieuwde jeugd?”.
Alle antwoorden zijn terug te vinden in dit boek, zonder enige censuur.
Soixantième anniversaire de l’Institut des Réviseurs d’Entreprises : l’âge de la retraite ou d’une nouvelle jeunesse ?
L’Institut des Réviseurs d’Entreprises fête cette année le soixantième anniversaire de sa création par la loi du 22 juillet 1953.
A cette occasion, cette publication souhaite interpeller les parties prenantes ou leurs représentants, avec une question directe: “Soixante ans : l’âge de la retraite ou d’une nouvelle jeunesse?”.
Vous découvrirez leurs réponses dans cet ouvrage.

Evoluties in verhoortechnieken (Reeks Politiestudies, nr. 5)
Hoewel verhoren al eeuwenlang worden afgenomen, is de wetenschappelijke aandacht voor deze belangrijke politietaak in België relatief recent. Ook in de politieopleidingen vóór het jaar 2000 werden ‘verhoortechnieken’ niet of nauwelijks aangeleerd.
Het afgelopen decennium werd een enorme inhaalbeweging ondernomen, waardoor België thans internationaal gezien bij de kopgroep behoort wat de toepassing van verhoortechnieken betreft. De vereiste van kwaliteitsvolle ondervragingen heeft door de invoering van de ‘Salduzwet’ bovendien een sterke praktische stimulans gekregen.
Verhoortechnieken zijn geen exacte wetenschap en door hun diversiteit
bovendien voortdurend in evolutie. Op tal van deelfacetten wordt verder
wetenschappelijk onderzoek gevoerd. Dit boek geeft de laatste stand van
zaken over verschillende facetten van het verhoor en stelt verhoorders in
staat hun technieken aan te scherpen. Het geeft nieuwe wetenschappelijke
onderzoeksuitkomsten die nooit eerder werden gepubliceerd, en die in grote
mate de zienswijzen toetsten van praktijkmensen zoals politieambtenaren,
advocaten en magistraten.
Paul Ponsaers schonk met het onderzoek ‘De ondervraging. Analyse
van een politietechniek’ in 2001 voor het eerst in België uitgebreide
wetenschappelijke aandacht aan deze materie.
Onder impuls van Marc
Bockstaele zijn thans alle opleidingsteksten verhoortechnieken nationaal
geharmoniseerd voor alle politiescholen. Deze cursusteksten zijn een
extract van zijn boek 'Leugens en hun detectie’ en het tweedelige
‘Handboek verhoren’ die in de reeks Politie Praktijk Boeken bij Maklu
verschenen.
Samen met Elke Devroe stonden zij in voor de redactie van het
referentiewerk ‘Salduz - bijstand van advocaten bij verhoren’ dat eerder
verscheen in de reeks Politiestudies.

Evoluties in verhoortechnieken (Reeks Politiestudies, nr. 5)
Hoewel verhoren al eeuwenlang worden afgenomen, is de wetenschappelijke aandacht voor deze belangrijke politietaak in België relatief recent. Ook in de politieopleidingen vóór het jaar 2000 werden ‘verhoortechnieken’ niet of nauwelijks aangeleerd.
Het afgelopen decennium werd een enorme inhaalbeweging ondernomen, waardoor België thans internationaal gezien bij de kopgroep behoort wat de toepassing van verhoortechnieken betreft. De vereiste van kwaliteitsvolle ondervragingen heeft door de invoering van de ‘Salduzwet’ bovendien een sterke praktische stimulans gekregen.
Verhoortechnieken zijn geen exacte wetenschap en door hun diversiteit
bovendien voortdurend in evolutie. Op tal van deelfacetten wordt verder
wetenschappelijk onderzoek gevoerd. Dit boek geeft de laatste stand van
zaken over verschillende facetten van het verhoor en stelt verhoorders in
staat hun technieken aan te scherpen. Het geeft nieuwe wetenschappelijke
onderzoeksuitkomsten die nooit eerder werden gepubliceerd, en die in grote
mate de zienswijzen toetsten van praktijkmensen zoals politieambtenaren,
advocaten en magistraten.
Paul Ponsaers schonk met het onderzoek ‘De ondervraging. Analyse
van een politietechniek’ in 2001 voor het eerst in België uitgebreide
wetenschappelijke aandacht aan deze materie.
Onder impuls van Marc
Bockstaele zijn thans alle opleidingsteksten verhoortechnieken nationaal
geharmoniseerd voor alle politiescholen. Deze cursusteksten zijn een
extract van zijn boek 'Leugens en hun detectie’ en het tweedelige
‘Handboek verhoren’ die in de reeks Politie Praktijk Boeken bij Maklu
verschenen.
Samen met Elke Devroe stonden zij in voor de redactie van het
referentiewerk ‘Salduz - bijstand van advocaten bij verhoren’ dat eerder
verscheen in de reeks Politiestudies.

Excel voor economische beroepen (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 19)
Microsoft Excel is een veel gebruikt rekenbladprogramma in de wereld van deeconomische beroepen. Toch beschikt Excel over een aantal zeer krachtige enefficiënte functionaliteiten die (nog) niet bij het brede publiek gekend zijn.
Dit boek benadert Excel vanuit praktisch oogpunt: de nadruk ligt op de concretetoepassing van Excel bij de uitoefening van het economisch beroep.
Waarvoor kunnen we dit programma gebruiken en hoe doen we dit zo snel en efficiënt mogelijk?
Inbegrepen bij deze uitgave zijn talrijke digitale voorbeeldbestanden en modellenwaarvan de functies en werkwijzen in het boek worden uitgelegd. Op deze manierkunt u de voorbeeldbestanden en modellen zelf aanpassen naar uw concretenoden.
‘Dit boek, gegroeid uit de eigen praktijkervaring van de auteur, bevat veel tijdbesparendetips en werkwijzen. Een must voor elke beoefenaar van een economischberoep.’

Excel voor economische beroepen (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 19)
Microsoft Excel is een veel gebruikt rekenbladprogramma in de wereld van deeconomische beroepen. Toch beschikt Excel over een aantal zeer krachtige enefficiënte functionaliteiten die (nog) niet bij het brede publiek gekend zijn.
Dit boek benadert Excel vanuit praktisch oogpunt: de nadruk ligt op de concretetoepassing van Excel bij de uitoefening van het economisch beroep.
Waarvoor kunnen we dit programma gebruiken en hoe doen we dit zo snel en efficiënt mogelijk?
Inbegrepen bij deze uitgave zijn talrijke digitale voorbeeldbestanden en modellenwaarvan de functies en werkwijzen in het boek worden uitgelegd. Op deze manierkunt u de voorbeeldbestanden en modellen zelf aanpassen naar uw concretenoden.
‘Dit boek, gegroeid uit de eigen praktijkervaring van de auteur, bevat veel tijdbesparendetips en werkwijzen. Een must voor elke beoefenaar van een economischberoep.’
Schaalveranderingen (CPS 2013 – 1, nr. 26)
Beleidsmatig duikt de roep om schaalverandering in het politie- en het justitiedomein te pas en te onpas de kop op. In België wordt gedacht aan een vermindering van het aantal gerechtelijke arrondissementen. Hierdoor zou het parket efficiënter en vooral kostenbesparender moeten gaan werken. Voor de politie zou de inkapseling van kleine zones in grotere politiezones, en een algemene drastische beperking van het aantal politiezones, economische schaalvoordelen kunnen realiseren en concurrentiële diensten kunnen uitschakelen. In Nederland komt er één Nationale Politie met één korpschef die tien territoriale eenheden kent. Van regio’s zal dan geen sprake meer zijn.
De ratio achter deze schaalveranderingen is meestal het spreiden van kosten, het vergroten van netwerking tussen diensten en het ontsluiten van informatiestromen.
Dit
Cahier onderzoekt de huidige tendensen inzake schaalveranderingen in het politie- en
justitiedomein. Het onderzoekt de voor- en nadelen en gaat een discussie aan over de
wenselijkheid en/of haalbaarheid ervan.
Schaalveranderingen (CPS 2013 – 1, nr. 26)
Beleidsmatig duikt de roep om schaalverandering in het politie- en het justitiedomein te pas en te onpas de kop op. In België wordt gedacht aan een vermindering van het aantal gerechtelijke arrondissementen. Hierdoor zou het parket efficiënter en vooral kostenbesparender moeten gaan werken. Voor de politie zou de inkapseling van kleine zones in grotere politiezones, en een algemene drastische beperking van het aantal politiezones, economische schaalvoordelen kunnen realiseren en concurrentiële diensten kunnen uitschakelen. In Nederland komt er één Nationale Politie met één korpschef die tien territoriale eenheden kent. Van regio’s zal dan geen sprake meer zijn.
De ratio achter deze schaalveranderingen is meestal het spreiden van kosten, het vergroten van netwerking tussen diensten en het ontsluiten van informatiestromen.
Dit
Cahier onderzoekt de huidige tendensen inzake schaalveranderingen in het politie- en
justitiedomein. Het onderzoekt de voor- en nadelen en gaat een discussie aan over de
wenselijkheid en/of haalbaarheid ervan.