Garant
Garant

Garant is een informatief- en algemeen-wetenschappelijke uitgeverij voor studie, praktijk en onderzoek.

Garant richt de aandacht vooral op boeken als studie-instrument.

Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Verbondenheid in de hulpverlening

 28,70

De huidige maatschappelijke context die gekenmerkt wordt door tendensen zoals versnelling, digitalisering en besparingen, zet de relatie tussen cliënt en hulpverlener onder druk. Cliënten en hulpverleners krijgen steeds minder tijd om een duurzame samenwerkingsrelatie, die verankerd is in verbondenheid, uit te bouwen.

Toch vormt juist de samenwerkingsrelatie het meest wezenlijke in de ondersteuning van mensen in maatschappelijk kwetsbare leefsituaties. Elke hulpverlener is hiervan overtuigd en zoekt naar een manier waarop hij de relatie met de cliënt binnen deze context kan vormgeven.

In deze publicatie geven docenten en studenten op een bevlogen manier hun ervaringen en praktijkinzichten over verbondenheid weer en de manier waarop ze versterkt kan worden. Theoretische raamwerken en praktijkervaringen worden met elkaar gelieerd, wat resulteert in een palet van verschillende visies en persoonlijke praktijkervaringen. Dit inspireert hulpverleners in spe, maar ook wie al jarenlang actief in het werkveld staat.



Chris De Rijdt, Mark Heremans, Yvan Houtteman, Karel Schoonjans, Iris Storme, Els Thibau, Inge Van Erum, Vera Van Hove en Peter Walleghem zijn allen verbonden aan de Faculteit Mens en Welzijn van de Hogeschool Gent.

Quick View

Verbondenheid in de hulpverlening

 28,70

De huidige maatschappelijke context die gekenmerkt wordt door tendensen zoals versnelling, digitalisering en besparingen, zet de relatie tussen cliënt en hulpverlener onder druk. Cliënten en hulpverleners krijgen steeds minder tijd om een duurzame samenwerkingsrelatie, die verankerd is in verbondenheid, uit te bouwen.

Toch vormt juist de samenwerkingsrelatie het meest wezenlijke in de ondersteuning van mensen in maatschappelijk kwetsbare leefsituaties. Elke hulpverlener is hiervan overtuigd en zoekt naar een manier waarop hij de relatie met de cliënt binnen deze context kan vormgeven.

In deze publicatie geven docenten en studenten op een bevlogen manier hun ervaringen en praktijkinzichten over verbondenheid weer en de manier waarop ze versterkt kan worden. Theoretische raamwerken en praktijkervaringen worden met elkaar gelieerd, wat resulteert in een palet van verschillende visies en persoonlijke praktijkervaringen. Dit inspireert hulpverleners in spe, maar ook wie al jarenlang actief in het werkveld staat.



Chris De Rijdt, Mark Heremans, Yvan Houtteman, Karel Schoonjans, Iris Storme, Els Thibau, Inge Van Erum, Vera Van Hove en Peter Walleghem zijn allen verbonden aan de Faculteit Mens en Welzijn van de Hogeschool Gent.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Euthanasie bij psychisch lijden. Het hellend vlak dat overslaat? (Fracarita-reeks, nr. 9)

 14,30

Vier auteurs buigen zich over de vraag hoe het verder moet met de euthanasie bij psychisch lijden. Ze doen het uit medische, filosofische en gelovige hoek en proberen vanuit deze invalshoeken de vraag te beantwoorden wat mensen met psychisch lijden brengt om de euthanasievraag te stellen. Dat het om een complex gegeven gaat, is duidelijk. Dat het dikwijls om een pijnlijke, uitzichtloze situatie gaat, is eveneens een feit. Maar is het toepassen van euthanasie het ultieme antwoord op de noodkreet die deze mensen uiten? Of zijn er alternatieven waarbij men wel degelijk de vraag ernstig neemt zonder het leven weg te nemen? Want euthanasie blijft toch steeds het meest radicale en onomkeerbare wat men kan doen bij een mens: zijn leven zelf afnemen.

Het essay kwam er vanuit een bekommernis bij de auteurs, die zien dat er steeds meer en vlugger gegrepen wordt naar euthanasie als antwoord, waarbij ze zich de vraag stelden of een handeling, die voorheen een strafbare act was maar nu onder bepaalde voorwaarden werd gelegaliseerd, verder zal evolueren als een van de mogelijke behandelingen bij psychisch lijden. Ook hier luidt de vraag in welke mate de absolute zelfbeschikking en de absolute vrijheid het aan het winnen zijn op de absolute beschermwaardigheid van de mens, van ieder mens, ook van de mens die psychisch zwaar lijdt. We zitten hier duidelijk op een hellend vlak, en blijkbaar is dat nu aan het overslaan.



Br. dr. René Stockman, momenteel generale overste van de Broeders van Liefde, is doctor in de maatschappelijke gezondheidszorg.
Dr. Marc Calmeyn, psychiater en psychoanalyticus, werkt in het Psychiatrisch Ziekenhuis Onze-Lieve-Vrouw in Sint- Michiels Brugge en heeft een privépraktijk in Loppem, genaamd ‘Lelieveld’.
Dr. Marc Eneman is psychiater en bovendien geneesheerdirecteur van het Universitair Psychiatrisch Centrum Sint- Kamillus in Bierbeek.
Prof. dr. Herman De Dijn is filosoof en emeritus hoogleraar aan het Hoger Instituut van Wijsbegeerte. Voorheen was hij vicerector van de Katholieke Universiteit Leuven.

Quick View

Euthanasie bij psychisch lijden. Het hellend vlak dat overslaat? (Fracarita-reeks, nr. 9)

 14,30

Vier auteurs buigen zich over de vraag hoe het verder moet met de euthanasie bij psychisch lijden. Ze doen het uit medische, filosofische en gelovige hoek en proberen vanuit deze invalshoeken de vraag te beantwoorden wat mensen met psychisch lijden brengt om de euthanasievraag te stellen. Dat het om een complex gegeven gaat, is duidelijk. Dat het dikwijls om een pijnlijke, uitzichtloze situatie gaat, is eveneens een feit. Maar is het toepassen van euthanasie het ultieme antwoord op de noodkreet die deze mensen uiten? Of zijn er alternatieven waarbij men wel degelijk de vraag ernstig neemt zonder het leven weg te nemen? Want euthanasie blijft toch steeds het meest radicale en onomkeerbare wat men kan doen bij een mens: zijn leven zelf afnemen.

Het essay kwam er vanuit een bekommernis bij de auteurs, die zien dat er steeds meer en vlugger gegrepen wordt naar euthanasie als antwoord, waarbij ze zich de vraag stelden of een handeling, die voorheen een strafbare act was maar nu onder bepaalde voorwaarden werd gelegaliseerd, verder zal evolueren als een van de mogelijke behandelingen bij psychisch lijden. Ook hier luidt de vraag in welke mate de absolute zelfbeschikking en de absolute vrijheid het aan het winnen zijn op de absolute beschermwaardigheid van de mens, van ieder mens, ook van de mens die psychisch zwaar lijdt. We zitten hier duidelijk op een hellend vlak, en blijkbaar is dat nu aan het overslaan.



Br. dr. René Stockman, momenteel generale overste van de Broeders van Liefde, is doctor in de maatschappelijke gezondheidszorg.
Dr. Marc Calmeyn, psychiater en psychoanalyticus, werkt in het Psychiatrisch Ziekenhuis Onze-Lieve-Vrouw in Sint- Michiels Brugge en heeft een privépraktijk in Loppem, genaamd ‘Lelieveld’.
Dr. Marc Eneman is psychiater en bovendien geneesheerdirecteur van het Universitair Psychiatrisch Centrum Sint- Kamillus in Bierbeek.
Prof. dr. Herman De Dijn is filosoof en emeritus hoogleraar aan het Hoger Instituut van Wijsbegeerte. Voorheen was hij vicerector van de Katholieke Universiteit Leuven.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Investeren in een leerzorgcentrum. Tien goede redenen.

 23,00

Vanuit een ernstige bekommernis omtrent de nadelige gevolgen van de kloof tussen theorie en praktijk, tussen onderwijs en werkveld, en op basis van good practices, is het leerzorgcentrum ontwikkeld als geïntegreerd concept voor zorginnovatie en onderwijsinnovatie. Met een doorgedreven samenwerking tussen docenten en studenten enerzijds en zorgverleners en managers van zorgvoorzieningen anderzijds, wordt een omgeving gecreëerd waar duurzaam leren voor studenten en zorgverleners mogelijk wordt.

De implementatie van een leerzorgcentrum heeft zijn kostprijs. Zowel voor de zorgvoorziening als voor de opleiding betekent dit dat geïnvesteerd wordt in extra inzet van personeel. Zo is de lector verpleegkunde parttime verbonden aan de zorgeenheid als leerzorgspecialist; dit is een personeelsinzet boven de reguliere bezetting. Deze extra investering is te verantwoorden gezien de winst die op de diverse terreinen wordt gemaakt: zowel voor de stage van de student als voor de kwaliteit van zorg op de zorgeenheid. Ook op vlak van recruitment voor de zorgvoorziening en voor de clinical credibility van de betrokken lectoren valt er winst te boeken. Een belangrijke hefboom voor verdere implementatie is het kunnen aantonen van de return on investment. Deze ROI wordt beschreven in dit boek.



Frieda Corstjens is bachelor in de verpleegkunde met een aanvullende masteropleiding in de verpleegkunde. Zij is lector verpleegkunde aan de hogeschool UC Leuven-Limburg en coördinator van de leerzorgcentra.
Jo Gommers, bachelor ziekenhuis- en psychiatrisch verpleegkundige, met een aanvullende master in de medisch-sociale wetenschappen, is algemeen directeur van Groep LITP – Limburgs Initiatief voor Therapie en integrale Personenzorg, een netwerk van ambulante diensten in de geestelijke gezondheidszorg. Hij is tevens lector en projectmedewerker aan de hogeschool UC Leuven-Limburg.
Jolien Oomsels is bachelor in de verpleegkunde met een aanvullende masteropleiding in de verpleegkunde. Zij is verpleegkundige op de Afdeling Pneumologie van het Ziekenhuis Oost-Limburg in Genk.

Quick View

Investeren in een leerzorgcentrum. Tien goede redenen.

 23,00

Vanuit een ernstige bekommernis omtrent de nadelige gevolgen van de kloof tussen theorie en praktijk, tussen onderwijs en werkveld, en op basis van good practices, is het leerzorgcentrum ontwikkeld als geïntegreerd concept voor zorginnovatie en onderwijsinnovatie. Met een doorgedreven samenwerking tussen docenten en studenten enerzijds en zorgverleners en managers van zorgvoorzieningen anderzijds, wordt een omgeving gecreëerd waar duurzaam leren voor studenten en zorgverleners mogelijk wordt.

De implementatie van een leerzorgcentrum heeft zijn kostprijs. Zowel voor de zorgvoorziening als voor de opleiding betekent dit dat geïnvesteerd wordt in extra inzet van personeel. Zo is de lector verpleegkunde parttime verbonden aan de zorgeenheid als leerzorgspecialist; dit is een personeelsinzet boven de reguliere bezetting. Deze extra investering is te verantwoorden gezien de winst die op de diverse terreinen wordt gemaakt: zowel voor de stage van de student als voor de kwaliteit van zorg op de zorgeenheid. Ook op vlak van recruitment voor de zorgvoorziening en voor de clinical credibility van de betrokken lectoren valt er winst te boeken. Een belangrijke hefboom voor verdere implementatie is het kunnen aantonen van de return on investment. Deze ROI wordt beschreven in dit boek.



Frieda Corstjens is bachelor in de verpleegkunde met een aanvullende masteropleiding in de verpleegkunde. Zij is lector verpleegkunde aan de hogeschool UC Leuven-Limburg en coördinator van de leerzorgcentra.
Jo Gommers, bachelor ziekenhuis- en psychiatrisch verpleegkundige, met een aanvullende master in de medisch-sociale wetenschappen, is algemeen directeur van Groep LITP – Limburgs Initiatief voor Therapie en integrale Personenzorg, een netwerk van ambulante diensten in de geestelijke gezondheidszorg. Hij is tevens lector en projectmedewerker aan de hogeschool UC Leuven-Limburg.
Jolien Oomsels is bachelor in de verpleegkunde met een aanvullende masteropleiding in de verpleegkunde. Zij is verpleegkundige op de Afdeling Pneumologie van het Ziekenhuis Oost-Limburg in Genk.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Verbondenheid. Inspiratie voor begeleiders van personen met een beperking

 20,60

Verbondenheid en het verlangen ernaar is van alle tijden en voor alle mensen. Het is inherent aan mensen, het gaat om een dagelijkse manier van in het leven staan. Verbondenheid maakt het meest wezenlijke deel uit van de opdracht van hulpverleners in hun samenwerking met mensen in kwetsbare leefsituaties. Zij zijn vaak de draad met zichzelf en hun omgeving verloren. Ook begeleiders zijn soms de draad kwijt. Maar het fundament van een samenwerkingsrelatie is juist die verbondenheid. Soms lijkt ze als streef- én als doe-waarde ondergesneeuwd door tal van factoren van economische, ethische of maatschappelijke aard. De auteurs gaan uit van een model waarin verbondenheid zich situeert op zes dimensies. Hierbij krijgen vragen als ‘Hoe kunnen we de verbondenheid tussen de cliënt en de wereld bevorderen?’, ‘Hoe kunnen de begeleider en het team hun eigen verbondenheid versterken?’ en ‘Hoe kan het management verbondenheid weer op de kaart zetten?’ concrete antwoorden. Het gaat niet langer om een filosofisch discours, maar vooral om handelen. De vele praktijkvoorbeelden prikkelen en zetten aan om met overtuiging te werken aan verbondenheid.



Vera Van Hove was gedurende tien jaar werkzaam in de sector voor personen met een verstandelijke beperking. Nu is ze als docent Orthopedagogiek verbonden aan de faculteit Mens en Welzijn van HoGent. Ze publiceert en doceert over thema’s zoals emancipatorisch werken, kwaliteit van bestaan en kwaliteit van de relatie met de cliënt.
Ronny Dierendonck was gedurende vijf jaar werkzaam als hoofdopvoeder in een voorziening voor kinderen met een verstandelijke beperking en zes jaar als directeur van een kleinschalige woonvoorziening voor volwassenen met een verstandelijke beperking. Nu is hij reeds enkele decennia bestuurder van het WIV – Werkcentrum voor Internationaal Vormingswerk in Gent. Hij verzorgt interactieve studiedagen, workshops en cursussen voor mensen met een ondersteuningsvraag, hun ouders, professionelen en vrijwilligers.

Quick View

Verbondenheid. Inspiratie voor begeleiders van personen met een beperking

 20,60

Verbondenheid en het verlangen ernaar is van alle tijden en voor alle mensen. Het is inherent aan mensen, het gaat om een dagelijkse manier van in het leven staan. Verbondenheid maakt het meest wezenlijke deel uit van de opdracht van hulpverleners in hun samenwerking met mensen in kwetsbare leefsituaties. Zij zijn vaak de draad met zichzelf en hun omgeving verloren. Ook begeleiders zijn soms de draad kwijt. Maar het fundament van een samenwerkingsrelatie is juist die verbondenheid. Soms lijkt ze als streef- én als doe-waarde ondergesneeuwd door tal van factoren van economische, ethische of maatschappelijke aard. De auteurs gaan uit van een model waarin verbondenheid zich situeert op zes dimensies. Hierbij krijgen vragen als ‘Hoe kunnen we de verbondenheid tussen de cliënt en de wereld bevorderen?’, ‘Hoe kunnen de begeleider en het team hun eigen verbondenheid versterken?’ en ‘Hoe kan het management verbondenheid weer op de kaart zetten?’ concrete antwoorden. Het gaat niet langer om een filosofisch discours, maar vooral om handelen. De vele praktijkvoorbeelden prikkelen en zetten aan om met overtuiging te werken aan verbondenheid.



Vera Van Hove was gedurende tien jaar werkzaam in de sector voor personen met een verstandelijke beperking. Nu is ze als docent Orthopedagogiek verbonden aan de faculteit Mens en Welzijn van HoGent. Ze publiceert en doceert over thema’s zoals emancipatorisch werken, kwaliteit van bestaan en kwaliteit van de relatie met de cliënt.
Ronny Dierendonck was gedurende vijf jaar werkzaam als hoofdopvoeder in een voorziening voor kinderen met een verstandelijke beperking en zes jaar als directeur van een kleinschalige woonvoorziening voor volwassenen met een verstandelijke beperking. Nu is hij reeds enkele decennia bestuurder van het WIV – Werkcentrum voor Internationaal Vormingswerk in Gent. Hij verzorgt interactieve studiedagen, workshops en cursussen voor mensen met een ondersteuningsvraag, hun ouders, professionelen en vrijwilligers.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Tien van NegenTien. Vlaamse poëzie uit de negentiende eeuw. (Reeks Literatuur in veelvoud, nr 24)

 23,20

De Vlaamse poëzie van de negentiende eeuw is vrijwel onbekend en dus onbemind. Er bestaan niet eens een half dozijn overzichten in de loop van bijna 200 jaar. Deze bloemlezing biedt een staalkaart van diverse stromingen. Wie de experimentele dichters zag als langharig tuig, ziet geredelijk de negentiende-eeuwers als vreemdsoortige langbaardigen. Aan dit romantisch beeld moeten nog de onvermijdelijke drinkgelagen, optochten, stoeten en zelfs triomfbogen toegevoegd worden. De werkelijkheid vertoont echter nog andere facetten en sommige teksten geven dat duidelijk aan.

Theodoor van Rijswijck schreef talrijke liedjes, gedichten als schotschriften of pamfletten. Hij stierf jong, krankzinnig en berooid als een arme liereman. Het tegendeel is de adellijke Jan K.H. Nolet de Brauwere van Steeland. Geboren Rotterdammer, kwam hij in Vlaanderen terecht. Hij werd een tegenstander van Gezelle. Even ironisch, maar barokker, exuberanter en vrolijker is het werk van Frans de Cort. De relatie van Gentil Antheunis met Maria, Consciences enige dochter, leed schipbreuk. Dit en andere tegenslagen verhinderden hem niet om verder te dichten. Johan de Laet is bekend gebleven door zijn ijveren voor de eerste taalwetten. Zijn dichtwerk behoort tot de betere uitingen van de Vlaamse romantiek. Karel Lodewijk Ledeganck liet gevoelige en sfeervolle verzen na. De hopeloos verliefde Victor dela Montagne is lyrisch het zuiverste talent van de bent. De beminnelijke Geeraard Jan Dodd schrijft ironische verzen. Hij is een dubbeltalent en heeft lang geaarzeld tussen schilderen of dichten. Baldadiger zijn Julius De Geyter en Julius Vuylsteke. De eerste is scherp antiklerikaal. Hij is de dichter van onder meer het Geuzenlied. Vuylsteke is een unicum met de tijdens zijn studententijd geschreven gedichten in heinsiaanse zin. Hij verwoordt op ironisch romantische toon zijn ongelukkige liefde(s). Met De Geyter blijft hij de scherpste criticus van de toenmalige Zeitgeist.



Dirk Christiaens studeerde wijsbegeerte & letteren – geschiedenis aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij doceerde Nederlandse en Europese Letterkunde aan het Koninklijk Conservatorium in Brussel en hij was hoofdproducer bij de Dienst Kunstzaken van de VRT – Vlaamse Radio en Televisie.

Quick View

Tien van NegenTien. Vlaamse poëzie uit de negentiende eeuw. (Reeks Literatuur in veelvoud, nr 24)

 23,20

De Vlaamse poëzie van de negentiende eeuw is vrijwel onbekend en dus onbemind. Er bestaan niet eens een half dozijn overzichten in de loop van bijna 200 jaar. Deze bloemlezing biedt een staalkaart van diverse stromingen. Wie de experimentele dichters zag als langharig tuig, ziet geredelijk de negentiende-eeuwers als vreemdsoortige langbaardigen. Aan dit romantisch beeld moeten nog de onvermijdelijke drinkgelagen, optochten, stoeten en zelfs triomfbogen toegevoegd worden. De werkelijkheid vertoont echter nog andere facetten en sommige teksten geven dat duidelijk aan.

Theodoor van Rijswijck schreef talrijke liedjes, gedichten als schotschriften of pamfletten. Hij stierf jong, krankzinnig en berooid als een arme liereman. Het tegendeel is de adellijke Jan K.H. Nolet de Brauwere van Steeland. Geboren Rotterdammer, kwam hij in Vlaanderen terecht. Hij werd een tegenstander van Gezelle. Even ironisch, maar barokker, exuberanter en vrolijker is het werk van Frans de Cort. De relatie van Gentil Antheunis met Maria, Consciences enige dochter, leed schipbreuk. Dit en andere tegenslagen verhinderden hem niet om verder te dichten. Johan de Laet is bekend gebleven door zijn ijveren voor de eerste taalwetten. Zijn dichtwerk behoort tot de betere uitingen van de Vlaamse romantiek. Karel Lodewijk Ledeganck liet gevoelige en sfeervolle verzen na. De hopeloos verliefde Victor dela Montagne is lyrisch het zuiverste talent van de bent. De beminnelijke Geeraard Jan Dodd schrijft ironische verzen. Hij is een dubbeltalent en heeft lang geaarzeld tussen schilderen of dichten. Baldadiger zijn Julius De Geyter en Julius Vuylsteke. De eerste is scherp antiklerikaal. Hij is de dichter van onder meer het Geuzenlied. Vuylsteke is een unicum met de tijdens zijn studententijd geschreven gedichten in heinsiaanse zin. Hij verwoordt op ironisch romantische toon zijn ongelukkige liefde(s). Met De Geyter blijft hij de scherpste criticus van de toenmalige Zeitgeist.



Dirk Christiaens studeerde wijsbegeerte & letteren – geschiedenis aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij doceerde Nederlandse en Europese Letterkunde aan het Koninklijk Conservatorium in Brussel en hij was hoofdproducer bij de Dienst Kunstzaken van de VRT – Vlaamse Radio en Televisie.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Het onbewuste consult. Handreiking voor de huisarts en andere hulp uit de eerste lijn (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 25)

 19,60

Een goede band of de gepaste golflengte tussen arts en patiënt leveren aantoonbaar gezondheidseffecten op. Maar wat als de ontmoeting moeilijk loopt? Wat als de patiënt ondanks een goed contact het voorschrift niet volgt of negatieve gevoelens aanhouden adviezen, pogingen tot opbeuring of medicijnen ten spijt? Dan kan het misschien helpen zich af te vragen of de verstandhouding wordt verstoord door zogenaamde overdracht vanuit de patiënt.
Bij overdracht heeft de patiënt een vertekend beeld van de hulpverlener ten gevolge van gevoelens of gevoeligheden uit het verleden die buiten ons bewustzijn hun stempel drukken. Het kan om iets eenvoudigs gaan zoals een arts of andere hulpverlener die ervaren wordt als een bezorgde moeder, of complexer wanneer wordt overgedragen dat alle moederlijke vrouwen gevaarlijk zijn en de patiënt zich niet meer openstelt. Dergelijke ‘overdracht’ is altijd onbewust; we weten het niet maar voelen het zo aan en handelen ernaar. Als de patiënt vanuit deze overdracht in relatie treedt, wordt onbewust druk op de arts of andere hulpverlener uitgeoefend om zich conform deze overdracht te gedragen.
Naast een gezondheidsvraag speelt in het consult met andere woorden een onbewuste, belemmerende dynamiek. De auteurs, vrijwel allemaal werkzaam als psychoanalyticus, laten aan de hand van herkenbare praktijkvoorbeelden zien hoe die onbewuste dynamiek werkt. Bijvoorbeeld als iets niet helemaal pluis lijkt, bij niet-objectiveerbare lichamelijke klachten of in het omgaan met de dood.
Overdracht maar ook (tegen)overdracht vanuit de hulpverlener komen uitgebreid aan bod. Ook wordt de stand van zaken rond wetenschappelijk onderzoek inzake effectiviteit van psychoanalytische behandelingen besproken. In de laatste drie hoofdstukken worden handvatten aangereikt om de onbewuste dynamiek in de praktijk te herkennen en te hanteren.



Met bijdragen van Ad Bolhuis, Quin van Dam, Petra Elders, Cileke Exler, Sylvia Janson, Kees Kooiman, Famke Kwee, Frans Schalkwijk en Marie-José Vertriest.

Quick View

Het onbewuste consult. Handreiking voor de huisarts en andere hulp uit de eerste lijn (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 25)

 19,60

Een goede band of de gepaste golflengte tussen arts en patiënt leveren aantoonbaar gezondheidseffecten op. Maar wat als de ontmoeting moeilijk loopt? Wat als de patiënt ondanks een goed contact het voorschrift niet volgt of negatieve gevoelens aanhouden adviezen, pogingen tot opbeuring of medicijnen ten spijt? Dan kan het misschien helpen zich af te vragen of de verstandhouding wordt verstoord door zogenaamde overdracht vanuit de patiënt.
Bij overdracht heeft de patiënt een vertekend beeld van de hulpverlener ten gevolge van gevoelens of gevoeligheden uit het verleden die buiten ons bewustzijn hun stempel drukken. Het kan om iets eenvoudigs gaan zoals een arts of andere hulpverlener die ervaren wordt als een bezorgde moeder, of complexer wanneer wordt overgedragen dat alle moederlijke vrouwen gevaarlijk zijn en de patiënt zich niet meer openstelt. Dergelijke ‘overdracht’ is altijd onbewust; we weten het niet maar voelen het zo aan en handelen ernaar. Als de patiënt vanuit deze overdracht in relatie treedt, wordt onbewust druk op de arts of andere hulpverlener uitgeoefend om zich conform deze overdracht te gedragen.
Naast een gezondheidsvraag speelt in het consult met andere woorden een onbewuste, belemmerende dynamiek. De auteurs, vrijwel allemaal werkzaam als psychoanalyticus, laten aan de hand van herkenbare praktijkvoorbeelden zien hoe die onbewuste dynamiek werkt. Bijvoorbeeld als iets niet helemaal pluis lijkt, bij niet-objectiveerbare lichamelijke klachten of in het omgaan met de dood.
Overdracht maar ook (tegen)overdracht vanuit de hulpverlener komen uitgebreid aan bod. Ook wordt de stand van zaken rond wetenschappelijk onderzoek inzake effectiviteit van psychoanalytische behandelingen besproken. In de laatste drie hoofdstukken worden handvatten aangereikt om de onbewuste dynamiek in de praktijk te herkennen en te hanteren.



Met bijdragen van Ad Bolhuis, Quin van Dam, Petra Elders, Cileke Exler, Sylvia Janson, Kees Kooiman, Famke Kwee, Frans Schalkwijk en Marie-José Vertriest.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Dromen duiden. Een nieuwe benadering (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 24)

 30,80

Is de droom een wetenschappelijk, een therapeutisch, of een esthetisch gegeven? Zijn dromen duidbaar? Wat is de betekenis van een droom? Bestaat er één vastliggende betekenis? Houdt de freudiaanse droomduiding nog stand? Of bestaan er andere manieren om met dromen te werken? Heeft het zin om dromen te bespreken in een groep? Kan een dromengroep nuttig zijn? Zijn nachtmerries pathologisch of gewoon fantasie? Welke plaats hebben dromen in literatuur en film? Waarom zijn mensen geïnteresseerd in dromen? Hoe werken psychoanalytici met dromen?

Er is veel veranderd in het denken over en werken met dromen. De droom is een volwaardige psychische act, drager van betekenis en duidbaar. De droom is een subjectieve aangelegenheid. Er bestaat meer dan één betekenis van een droom. En er zijn vele toegangswegen om de betekenis van een droom te ontsluieren. Meer dan vroeger is het te beschouwen als een belangrijke verworvenheid dat iemand droomt, zijn droom durft te bespreken en toelaat dat een ander (een analyticus, een therapeut, een lid van een dromengroep) meedenkt of zijn droom verder droomt. Soms komt het tot een gezamenlijk spelen, wat dan leidt tot een co-constructie van betekenis en diepe emotionele inzichten. Ook voor psychotherapeuten en psychoanalytici kan het uitwisselen en bespreken van dromen een bijzondere bijdrage leveren aan het eigen werk. Met behulp van vele droomvoorbeelden wordt dit geïllustreerd.



Marc Hebbrecht, psychiater, psychotherapeut en psychoanalyticus, is opleidingspsychoanalyticus bij de Belgische Vereniging voor Psychoanalyse en full member van de International Psychoanalytical Association. Hij is betrokken bij opleidingen in psychoanalyse, psychoanalytische psychotherapie en integratieve psychotherapie.
Minke de Jong, andragoge, psychoanalytica en psychoanalytisch psychotherapeut in ruste.
Annelies van Hees was hoofddocent Scandinavische Letterkunde in Amsterdam.
Rolien van Mechelen, klinisch psycholoog en psychoanalytica, is opleider en supervisor bij de Nederlandse Psychoanalytische Vereniging en full member van de International Psychoanalytical Association.

Quick View

Dromen duiden. Een nieuwe benadering (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 24)

 30,80

Is de droom een wetenschappelijk, een therapeutisch, of een esthetisch gegeven? Zijn dromen duidbaar? Wat is de betekenis van een droom? Bestaat er één vastliggende betekenis? Houdt de freudiaanse droomduiding nog stand? Of bestaan er andere manieren om met dromen te werken? Heeft het zin om dromen te bespreken in een groep? Kan een dromengroep nuttig zijn? Zijn nachtmerries pathologisch of gewoon fantasie? Welke plaats hebben dromen in literatuur en film? Waarom zijn mensen geïnteresseerd in dromen? Hoe werken psychoanalytici met dromen?

Er is veel veranderd in het denken over en werken met dromen. De droom is een volwaardige psychische act, drager van betekenis en duidbaar. De droom is een subjectieve aangelegenheid. Er bestaat meer dan één betekenis van een droom. En er zijn vele toegangswegen om de betekenis van een droom te ontsluieren. Meer dan vroeger is het te beschouwen als een belangrijke verworvenheid dat iemand droomt, zijn droom durft te bespreken en toelaat dat een ander (een analyticus, een therapeut, een lid van een dromengroep) meedenkt of zijn droom verder droomt. Soms komt het tot een gezamenlijk spelen, wat dan leidt tot een co-constructie van betekenis en diepe emotionele inzichten. Ook voor psychotherapeuten en psychoanalytici kan het uitwisselen en bespreken van dromen een bijzondere bijdrage leveren aan het eigen werk. Met behulp van vele droomvoorbeelden wordt dit geïllustreerd.



Marc Hebbrecht, psychiater, psychotherapeut en psychoanalyticus, is opleidingspsychoanalyticus bij de Belgische Vereniging voor Psychoanalyse en full member van de International Psychoanalytical Association. Hij is betrokken bij opleidingen in psychoanalyse, psychoanalytische psychotherapie en integratieve psychotherapie.
Minke de Jong, andragoge, psychoanalytica en psychoanalytisch psychotherapeut in ruste.
Annelies van Hees was hoofddocent Scandinavische Letterkunde in Amsterdam.
Rolien van Mechelen, klinisch psycholoog en psychoanalytica, is opleider en supervisor bij de Nederlandse Psychoanalytische Vereniging en full member van de International Psychoanalytical Association.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Een vergadering voorzitten. De kunstgrepen

 13,40

Vergaderen maakt integraal deel uit van onze overlegcultuur. Toch ergeren we ons vaak aan vergaderingen, omdat ze te lang duren, alle kanten opgaan, niet tot de essentie komen, zonder duidelijke conclusies eindigen,… De oorzaak is meestal het feit dat ze niet goed worden geleid. Als de voorzitter weet hoe je een vergadering goed moet voorzitten, verdwijnt de ergernis als sneeuw voor de zon. Bovendien krijg je ook minder vergaderingen, want een goede voorzitter vergadert enkel als dat nodig is.

Deze leidraad doorloopt alle stappen van de vergadering. Telkens wordt aangegeven welke knepen van het vak de voorzitter het best onder de knie krijgt om een uitstekend voorzitter te worden en daardoor vele vergaderaars het leven aangenamer te maken. Een vergadering voorzitten is veel meer dan gewoon van voren zitten. Tegelijk is het ook geen rocket science. Een goed voorzitter is goud waard, met dit boek bereikt hij het hoogste schavot.



Vincent Mertens studeerde taal- en letterkunde, communicatiewetenschappen en rechtsgeleerdheid aan de KU Leuven en de Vrije Universiteit Brussel. University College Leuven Limburg is zijn werkplek. Al 35 jaar zit hij vergaderingen voor in de welzijnswereld, het verenigingsleven, het onderwijs, de politiek, …
Hij is, zoals dat heet, gepokt en gemazeld in de discipline van het voorzitten.

Quick View

Een vergadering voorzitten. De kunstgrepen

 13,40

Vergaderen maakt integraal deel uit van onze overlegcultuur. Toch ergeren we ons vaak aan vergaderingen, omdat ze te lang duren, alle kanten opgaan, niet tot de essentie komen, zonder duidelijke conclusies eindigen,… De oorzaak is meestal het feit dat ze niet goed worden geleid. Als de voorzitter weet hoe je een vergadering goed moet voorzitten, verdwijnt de ergernis als sneeuw voor de zon. Bovendien krijg je ook minder vergaderingen, want een goede voorzitter vergadert enkel als dat nodig is.

Deze leidraad doorloopt alle stappen van de vergadering. Telkens wordt aangegeven welke knepen van het vak de voorzitter het best onder de knie krijgt om een uitstekend voorzitter te worden en daardoor vele vergaderaars het leven aangenamer te maken. Een vergadering voorzitten is veel meer dan gewoon van voren zitten. Tegelijk is het ook geen rocket science. Een goed voorzitter is goud waard, met dit boek bereikt hij het hoogste schavot.



Vincent Mertens studeerde taal- en letterkunde, communicatiewetenschappen en rechtsgeleerdheid aan de KU Leuven en de Vrije Universiteit Brussel. University College Leuven Limburg is zijn werkplek. Al 35 jaar zit hij vergaderingen voor in de welzijnswereld, het verenigingsleven, het onderwijs, de politiek, …
Hij is, zoals dat heet, gepokt en gemazeld in de discipline van het voorzitten.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Slimmer denken. Toolbox vol handige denkpatronen

 28,80

Dit boek is een toolbox, een gereedschapskist met denkpatronen waarmee je slimmer kunt denken. Het neemt je mee op een verrassende ontdekkingsreis door je eigen denken. Door de aangeboden denkpatronen te gebruiken, leer je veelzijdiger, meer flexibel en creatiever denken.

Je verwerft inzicht in je eigen denkprocessen en in de patronen waarin je vastloopt. Het komt erop aan het eigen denken bewust te sturen en patroondoorbrekende wegen te vinden en aan te wenden om out-off-the-box te denken. Dat laat toe om meteen een grote sprong voorwaarts te zetten.

Creativiteit is niet zo moeilijk als het lijkt, voor wie openstaat voor verruimende inzichten en nieuwe ontwikkelingen. Zien en weten hoe anderen denken heeft vele wederzijdse pluspunten en leidt tot nieuwe invalshoeken. Zeker in teamverband inspireert en prikkelt dit om op zoek te gaan naar onverwachte bronnen van creativiteit en innovatie.

Talrijke voorbeelden maken dit alles concreter en tastbaarder.



Eric Halsberghe is master Economische Wetenschappen. Hij was onderzoeker aan de Universiteit Gent en docent in het economisch en technisch hoger onderwijs. Daarna was hij medewerker van het Vlaams Verbond van Katholieke Hogescholen, waar hij hogescholen begeleidde bij onder meer professionalisering, curriculumontwikkeling, kwaliteitszorg en onderwijsinnovatie. Bij de fusie van hogescholen werd hij algemeen directeur van de Katholieke Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen.
Hij was ook bestuurder bij de Vlaamse Hogescholenraad en de Vlaamse Universiteiten en Hogescholen Raad. In de Associatie KU Leuven was hij bestuurdersecretaris en voorzitter van de Associatieraad Onderwijs.
Hij is nu bestuurder bij een scholengroep secundair onderwijs en voor de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie is hij betrokken bij toetsen nieuwe opleidingen en instellingsaudits in het hoger onderwijs.

Quick View

Slimmer denken. Toolbox vol handige denkpatronen

 28,80

Dit boek is een toolbox, een gereedschapskist met denkpatronen waarmee je slimmer kunt denken. Het neemt je mee op een verrassende ontdekkingsreis door je eigen denken. Door de aangeboden denkpatronen te gebruiken, leer je veelzijdiger, meer flexibel en creatiever denken.

Je verwerft inzicht in je eigen denkprocessen en in de patronen waarin je vastloopt. Het komt erop aan het eigen denken bewust te sturen en patroondoorbrekende wegen te vinden en aan te wenden om out-off-the-box te denken. Dat laat toe om meteen een grote sprong voorwaarts te zetten.

Creativiteit is niet zo moeilijk als het lijkt, voor wie openstaat voor verruimende inzichten en nieuwe ontwikkelingen. Zien en weten hoe anderen denken heeft vele wederzijdse pluspunten en leidt tot nieuwe invalshoeken. Zeker in teamverband inspireert en prikkelt dit om op zoek te gaan naar onverwachte bronnen van creativiteit en innovatie.

Talrijke voorbeelden maken dit alles concreter en tastbaarder.



Eric Halsberghe is master Economische Wetenschappen. Hij was onderzoeker aan de Universiteit Gent en docent in het economisch en technisch hoger onderwijs. Daarna was hij medewerker van het Vlaams Verbond van Katholieke Hogescholen, waar hij hogescholen begeleidde bij onder meer professionalisering, curriculumontwikkeling, kwaliteitszorg en onderwijsinnovatie. Bij de fusie van hogescholen werd hij algemeen directeur van de Katholieke Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen.
Hij was ook bestuurder bij de Vlaamse Hogescholenraad en de Vlaamse Universiteiten en Hogescholen Raad. In de Associatie KU Leuven was hij bestuurdersecretaris en voorzitter van de Associatieraad Onderwijs.
Hij is nu bestuurder bij een scholengroep secundair onderwijs en voor de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie is hij betrokken bij toetsen nieuwe opleidingen en instellingsaudits in het hoger onderwijs.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Lessen voor zorgverleners. Verteld door heldinnen als Assepoester, Sneeuwwitje en anderen.

 17,60

Niemand minder dan Einstein zag de intuïtie als heilige gave, waarvan het rationeel denken de dienaar was. Dit terwijl in de samenleving de rollen zo vaak worden omgekeerd en het feitelijke, rationele altijd van rechts komt. Daarmee blijft het bijzondere buiten zicht, ook van het kwetsbare en aangedane leven. Vele vragen bij mentaal kwetsbare mensen zijn vanuit de logica moeilijk of onvoldoende te beantwoorden.

Gelukkig kunnen we ook gebruikmaken van eeuwenoude wijsheden, soms zelfs van voor de jaartelling. Oude verhalen, sprookjes en mythen doen een beroep op onze verbeelding en helpen zo bij lastige vragen die een begeleider in de zorg tegenkomt.

Wie dit boek heeft gelezen, kan niet meer onverschillig naar een sprookje luisteren. De lezer wordt gespitst op diepere betekenissen ervan, en erin vervlochten levenslessen. Ook zal het contact en begeleiden van mensen met dementie of een psychische aandoening voortaan met een magisch randje omgeven zijn.

Weer een juweeltje van Ronald met een speelse vorm (geciteerd uit de recensie in ''Gezond en zeker, 14(2), 23)



Ronald Geelen is psycholoog en gedragstherapeut. Hij werkt bij Thebe in Breda en voor het Centrum voor Consultatie en Expertise in Utrecht. Dementie, psychiatrische problemen en zorginnovatie bij ouderen hebben daarbij vooral zijn aandacht. Hij schreef diverse artikelen in vakbladen en boeken op het gebied van zorg, dementie en communicatie.

Quick View

Lessen voor zorgverleners. Verteld door heldinnen als Assepoester, Sneeuwwitje en anderen.

 17,60

Niemand minder dan Einstein zag de intuïtie als heilige gave, waarvan het rationeel denken de dienaar was. Dit terwijl in de samenleving de rollen zo vaak worden omgekeerd en het feitelijke, rationele altijd van rechts komt. Daarmee blijft het bijzondere buiten zicht, ook van het kwetsbare en aangedane leven. Vele vragen bij mentaal kwetsbare mensen zijn vanuit de logica moeilijk of onvoldoende te beantwoorden.

Gelukkig kunnen we ook gebruikmaken van eeuwenoude wijsheden, soms zelfs van voor de jaartelling. Oude verhalen, sprookjes en mythen doen een beroep op onze verbeelding en helpen zo bij lastige vragen die een begeleider in de zorg tegenkomt.

Wie dit boek heeft gelezen, kan niet meer onverschillig naar een sprookje luisteren. De lezer wordt gespitst op diepere betekenissen ervan, en erin vervlochten levenslessen. Ook zal het contact en begeleiden van mensen met dementie of een psychische aandoening voortaan met een magisch randje omgeven zijn.

Weer een juweeltje van Ronald met een speelse vorm (geciteerd uit de recensie in ''Gezond en zeker, 14(2), 23)



Ronald Geelen is psycholoog en gedragstherapeut. Hij werkt bij Thebe in Breda en voor het Centrum voor Consultatie en Expertise in Utrecht. Dementie, psychiatrische problemen en zorginnovatie bij ouderen hebben daarbij vooral zijn aandacht. Hij schreef diverse artikelen in vakbladen en boeken op het gebied van zorg, dementie en communicatie.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Verzwaarde opvoeding en ontwikkeling verlichten

 10,00

Het aantal kinderen en jongeren in Nederland dat, al dan niet samen met hun ouders, een beroep doet op een vorm van jeugdhulp, is groot. Het gaat om tien tot twintig procent van de minderjarigen. Een zowel wetenschappelijk als maatschappelijk cruciale kwestie is of deze jeugdhulp ook werkt: Slaagt de ingezette hulp erin (zwaar)belaste opvoedingssituaties te verlichten en de positieve ontwikkeling van kwetsbare kinderen te bevorderen? En waarom: Wat speelt zich af in de ‘black box’ van de hulpverlening dat een verklaring biedt voor meer of mindere werkzaamheid?

Deze vragen vormen het hart van het onderzoeksprogramma dat binnen de Afdeling Orthopedagogiek van de Rijksuniversiteit Groningen onder leiding van de auteur werd en wordt uitgevoerd door de researchgroep Jeugdzorg. Bij zijn afscheid als hoogleraar Orthopedagogiek kijkt Erik Knorth terug op wat er vanuit zijn team in twaalf jaar tijd aan nieuwe inzichten kon worden toegevoegd aan de kennis over de zorg voor jeugd. In deze uitgave doet hij daarvan verslag.



Erik J. Knorth is emeritus hoogleraar orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij heeft vele nationale en internationale publicaties op zijn naam. Hij is hoofdredacteur van het International Journal of Child and Family Welfare.

Quick View

Verzwaarde opvoeding en ontwikkeling verlichten

 10,00

Het aantal kinderen en jongeren in Nederland dat, al dan niet samen met hun ouders, een beroep doet op een vorm van jeugdhulp, is groot. Het gaat om tien tot twintig procent van de minderjarigen. Een zowel wetenschappelijk als maatschappelijk cruciale kwestie is of deze jeugdhulp ook werkt: Slaagt de ingezette hulp erin (zwaar)belaste opvoedingssituaties te verlichten en de positieve ontwikkeling van kwetsbare kinderen te bevorderen? En waarom: Wat speelt zich af in de ‘black box’ van de hulpverlening dat een verklaring biedt voor meer of mindere werkzaamheid?

Deze vragen vormen het hart van het onderzoeksprogramma dat binnen de Afdeling Orthopedagogiek van de Rijksuniversiteit Groningen onder leiding van de auteur werd en wordt uitgevoerd door de researchgroep Jeugdzorg. Bij zijn afscheid als hoogleraar Orthopedagogiek kijkt Erik Knorth terug op wat er vanuit zijn team in twaalf jaar tijd aan nieuwe inzichten kon worden toegevoegd aan de kennis over de zorg voor jeugd. In deze uitgave doet hij daarvan verslag.



Erik J. Knorth is emeritus hoogleraar orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij heeft vele nationale en internationale publicaties op zijn naam. Hij is hoofdredacteur van het International Journal of Child and Family Welfare.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Migraties en interculturele toekomst. Essay.

 13,60

In dit essay bespreekt de auteur waarom Europa tot in 2050-2060 een in-migratiecontinent zal zijn. Van dan af zal de werelddemografie stagneren. Bij normale groeibewegingen zal Europa binnen 40 jaar 700 miljoen inwoners tellen, onder wie ruim 8% 80-plussers, Afrika 2 miljard 800 miljoen inwoners en Azië 5 miljard 200 miljoen. In de tussenliggende decennia zullen de migraties een mengeling zijn van asiel-, globaliserings-, (laaggeschoolde) verstedelijkings- en ontwikkelingsmigraties die vooral uit Afrika en het Nabije Oosten verstandig gekanaliseerd zullen moeten worden, zodat win-winsituaties worden gerealiseerd.

Voor de integratie zullen overheden moeten uitgaan van inclusie en maatwerk. Onderwijs, veiligheidsbeleid – ook via sociale cohesie – en promotie van ondernemerschap zullen essentieel zijn om te slagen. Het essay sluit af met concrete aanbevelingen voor toekomstig beleid.



Johan Leman, antropoloog, is emeritus hoogleraar aan de KU Leuven. Hij is voorzitter van Foyer – Multi-etnisch werk in Sint-Jans- Molenbeek. Hij was kabinetschef van de Koninklijk Commissaris voor het migrantenbeleid en de eerste directeur van het landelijke Centrum voor Gelijkekansenbeleid en Racismebestrijding, gevestigd in Brussel.

Quick View

Migraties en interculturele toekomst. Essay.

 13,60

In dit essay bespreekt de auteur waarom Europa tot in 2050-2060 een in-migratiecontinent zal zijn. Van dan af zal de werelddemografie stagneren. Bij normale groeibewegingen zal Europa binnen 40 jaar 700 miljoen inwoners tellen, onder wie ruim 8% 80-plussers, Afrika 2 miljard 800 miljoen inwoners en Azië 5 miljard 200 miljoen. In de tussenliggende decennia zullen de migraties een mengeling zijn van asiel-, globaliserings-, (laaggeschoolde) verstedelijkings- en ontwikkelingsmigraties die vooral uit Afrika en het Nabije Oosten verstandig gekanaliseerd zullen moeten worden, zodat win-winsituaties worden gerealiseerd.

Voor de integratie zullen overheden moeten uitgaan van inclusie en maatwerk. Onderwijs, veiligheidsbeleid – ook via sociale cohesie – en promotie van ondernemerschap zullen essentieel zijn om te slagen. Het essay sluit af met concrete aanbevelingen voor toekomstig beleid.



Johan Leman, antropoloog, is emeritus hoogleraar aan de KU Leuven. Hij is voorzitter van Foyer – Multi-etnisch werk in Sint-Jans- Molenbeek. Hij was kabinetschef van de Koninklijk Commissaris voor het migrantenbeleid en de eerste directeur van het landelijke Centrum voor Gelijkekansenbeleid en Racismebestrijding, gevestigd in Brussel.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
    ×