Garant
Garant

Garant is een informatief- en algemeen-wetenschappelijke uitgeverij voor studie, praktijk en onderzoek.

Garant richt de aandacht vooral op boeken als studie-instrument.

Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Culturele normen en religieuze waarden. Een sociaal-culturele analyse van en onderzoeksmodel voor cultuurverschillen

 33,90
Dit boek gaat over cultuurverschillen, gezien in dit brede perspectief. Het behandelt zowel onderwerpen als botsende beschavingen en het multiculturele ‘drama’, maar ook de toepassing van normen en waarden in een cultuuranalyse en de vragen bij individualisering en netwerkculturen. Het gaat over een analyse van de praktijk van het dagelijkse leven, maar ook de individuele reactie op het verschil tussen culturen, hoe die ontstaan zijn en welke achtergronden daarbij een rol spelen. Dit wordt vertaald naar een onderzoeksmodel dat cultuurverschillen empirisch wil behandelen zonder daarbij normatief te willen zijn. Dit geeft dan de mogelijkheid voor een objectief platform voor dialoog tussen culturen en religies in een westers-pluriforme maatschappelijke context.

Pieter R. Boersema is hoogleraar godsdienstwetenschappen en missiologie. Zijn wetenschappelijke en praktische interesse kruist steeds de onderwerpen van samenleving, cultuur en religie. Hij studeerde aan de ‘Rijks Hogere School voor Tropische Landbouw’, Deventer (1976); de University of Reading, School of Education, England (1985); de Vrije Universiteit Amsterdam, Culturele Antropologie van Religie (1996) en promoveerde op de Katholieke Universiteit Leuven in de Sociale en Culturele Antropologie (2004). Van 1976-1998 leefde en werkte hij als ontwikkelingsdeskundige in Azië, Afrika, Latijns-Amerika en Europa. Vanaf 1998 tot heden is hij verbonden aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven.

Quick View

Culturele normen en religieuze waarden. Een sociaal-culturele analyse van en onderzoeksmodel voor cultuurverschillen

 33,90
Dit boek gaat over cultuurverschillen, gezien in dit brede perspectief. Het behandelt zowel onderwerpen als botsende beschavingen en het multiculturele ‘drama’, maar ook de toepassing van normen en waarden in een cultuuranalyse en de vragen bij individualisering en netwerkculturen. Het gaat over een analyse van de praktijk van het dagelijkse leven, maar ook de individuele reactie op het verschil tussen culturen, hoe die ontstaan zijn en welke achtergronden daarbij een rol spelen. Dit wordt vertaald naar een onderzoeksmodel dat cultuurverschillen empirisch wil behandelen zonder daarbij normatief te willen zijn. Dit geeft dan de mogelijkheid voor een objectief platform voor dialoog tussen culturen en religies in een westers-pluriforme maatschappelijke context.

Pieter R. Boersema is hoogleraar godsdienstwetenschappen en missiologie. Zijn wetenschappelijke en praktische interesse kruist steeds de onderwerpen van samenleving, cultuur en religie. Hij studeerde aan de ‘Rijks Hogere School voor Tropische Landbouw’, Deventer (1976); de University of Reading, School of Education, England (1985); de Vrije Universiteit Amsterdam, Culturele Antropologie van Religie (1996) en promoveerde op de Katholieke Universiteit Leuven in de Sociale en Culturele Antropologie (2004). Van 1976-1998 leefde en werkte hij als ontwikkelingsdeskundige in Azië, Afrika, Latijns-Amerika en Europa. Vanaf 1998 tot heden is hij verbonden aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Wat heet dan gelukkig zijn? Geluk, welvaart en welzijn van de Belgen

 22,50
Wat is een goed leven? Wel-zijn is voor de meeste mensen meer dan een hoog inkomen of louter materiële welvaart. Vele niet-materiële aspecten zoals gezondheid, gezinsleven, leefomgeving, een zinvolle tijdsbesteding of de kwaliteit van een job zijn minstens even belangrijk voor een geslaagd leven. Al die aspecten samen beïnvloeden ook de mate waarin mensen tevreden zijn over hun leven en bepalen mee hoe gelukkig ze zich voelen. In dit boek argumenteren de auteurs echter dat geluk of levenstevredenheid geen goede maatstaf is voor het meten van welzijn. Zij stellen een alternatieve methode voor die niet enkel rekening houdt met de verschillende dimensies van welzijn, maar ook met het feit dat mensen hun eigen opvattingen hebben over wat belangrijk is in hun leven.

Het blijft niet enkel bij theorie. Een grootschalige en representatieve enquête bij meer dan 3000 volwassenen uit ruim 2000 Belgische gezinnen liet toe de verschillende aspecten van het individuele welzijn van de Belgen in kaart te brengen. Origineel is dat ruim aandacht besteed wordt aan de ongelijke verdeling van deze verschillende welzijnsaspecten binnen gezinnen. Uit de enquête blijkt dat sommige Belgen vaker lijden aan opgestapelde achterstand in meerdere welzijns­ dimensies. Het boek beschrijft vervolgens welke mensen er in de samenleving het slechtst aan toe zijn volgens de nieuwe methode. Zij verdienen volgens de auteurs de grootste aandacht van de beleidsmakers. En dat zijn niet noodzakelijk enkel diegenen met een laag inkomen, of diegenen die zich ongelukkig voelen.

Bart Capéau, Laurens Cherchye, Koen Decancq, André Decoster, Bram De Rock, François Maniquet, Annemie Nys, Guillaume Périlleux, Eve Ramaekers, Zoé Rongé, Annemie Nys Erik Schokkaert en Frederic Vermeulen vormen een consortium van onderzoekers die werken aan de KU Leuven, de Université catholique de Louvain, de Université libre de Bruxelles en de Universiteit Antwerpen. Het onderzoek waarop dit boek gebaseerd is, werd gefinancierd door de Programmatorische Overheidsdienst Wetenschapsbeleid (BELSPO).
Bij dit boek hoort ook een website die meer informatie bevat over het achterliggende wetenschappelijke project en de verzamelde data:
https://sites.google.com/view/meqin.

Quick View

Wat heet dan gelukkig zijn? Geluk, welvaart en welzijn van de Belgen

 22,50
Wat is een goed leven? Wel-zijn is voor de meeste mensen meer dan een hoog inkomen of louter materiële welvaart. Vele niet-materiële aspecten zoals gezondheid, gezinsleven, leefomgeving, een zinvolle tijdsbesteding of de kwaliteit van een job zijn minstens even belangrijk voor een geslaagd leven. Al die aspecten samen beïnvloeden ook de mate waarin mensen tevreden zijn over hun leven en bepalen mee hoe gelukkig ze zich voelen. In dit boek argumenteren de auteurs echter dat geluk of levenstevredenheid geen goede maatstaf is voor het meten van welzijn. Zij stellen een alternatieve methode voor die niet enkel rekening houdt met de verschillende dimensies van welzijn, maar ook met het feit dat mensen hun eigen opvattingen hebben over wat belangrijk is in hun leven.

Het blijft niet enkel bij theorie. Een grootschalige en representatieve enquête bij meer dan 3000 volwassenen uit ruim 2000 Belgische gezinnen liet toe de verschillende aspecten van het individuele welzijn van de Belgen in kaart te brengen. Origineel is dat ruim aandacht besteed wordt aan de ongelijke verdeling van deze verschillende welzijnsaspecten binnen gezinnen. Uit de enquête blijkt dat sommige Belgen vaker lijden aan opgestapelde achterstand in meerdere welzijns­ dimensies. Het boek beschrijft vervolgens welke mensen er in de samenleving het slechtst aan toe zijn volgens de nieuwe methode. Zij verdienen volgens de auteurs de grootste aandacht van de beleidsmakers. En dat zijn niet noodzakelijk enkel diegenen met een laag inkomen, of diegenen die zich ongelukkig voelen.

Bart Capéau, Laurens Cherchye, Koen Decancq, André Decoster, Bram De Rock, François Maniquet, Annemie Nys, Guillaume Périlleux, Eve Ramaekers, Zoé Rongé, Annemie Nys Erik Schokkaert en Frederic Vermeulen vormen een consortium van onderzoekers die werken aan de KU Leuven, de Université catholique de Louvain, de Université libre de Bruxelles en de Universiteit Antwerpen. Het onderzoek waarop dit boek gebaseerd is, werd gefinancierd door de Programmatorische Overheidsdienst Wetenschapsbeleid (BELSPO).
Bij dit boek hoort ook een website die meer informatie bevat over het achterliggende wetenschappelijke project en de verzamelde data:
https://sites.google.com/view/meqin.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Wildlife. Evolutie, ecologie, gevangenschap en gedrag

 23,50
Voor iedereen die zich voor dieren interesseert en een bredere interesse heeft dan honden, katten of andere populaire huisdieren. Die orde wil krijgen in de chaotische veelheid aan diersoorten die onze planeet rijk is, die meer wil weten over het houden van wilde dieren in gevangenschap, die de discussie wil aangaan over het bestaansrecht van dierentuinen, die meer wil weten over gedrag, bedreiging en conservatie, kortom voor iedereen die met een open blik wil bijleren over al het moois dat onze fauna te bieden heeft.

Quick View

Wildlife. Evolutie, ecologie, gevangenschap en gedrag

 23,50
Voor iedereen die zich voor dieren interesseert en een bredere interesse heeft dan honden, katten of andere populaire huisdieren. Die orde wil krijgen in de chaotische veelheid aan diersoorten die onze planeet rijk is, die meer wil weten over het houden van wilde dieren in gevangenschap, die de discussie wil aangaan over het bestaansrecht van dierentuinen, die meer wil weten over gedrag, bedreiging en conservatie, kortom voor iedereen die met een open blik wil bijleren over al het moois dat onze fauna te bieden heeft.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Tijdgenoten uit de leefwereld van Andreas Vesalius (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 11)

 31,50
Dit cahier wordt gevormd door een aantal bijdragen, die alle betrekking hebben op de figuur van de Brusselse anatoom en chirurg Andries van Wesel of Vesalius (1514-1564). De bundel vormt daarmee een waardige opvolger van het eerder – in 2014 – uitgegeven cahier nr.4, gewijd aan de Kunst van Vesalius, dat ter gelegenheid van Vesalius’ 500-jarige geboorte werd gepubliceerd.

Vele Europese wetenschappers hebben sedertdien verder onderzoek verricht met betrekking tot het leven en werk van onze befaamde landgenoot, die terecht als Vader der Anatomie wordt geduid.

Deze interesse leidde tot vele nieuwe initiatieven, waaronder dit nieuwe Vesaliusboek. Het leeuwendeel is van de hand van de befaamde Vlaamse Vesalius-kenners Maurits Biesbrouck, Omer Steeno en Theo Goddeeris, samen door Theo Dirix bestempeld als ‘Cerberus’ van Vesalius. Werkten naast dit viertal ook mee aan deze bundel: Robrecht Van Hee, Francis Van Glabbeek en Jacqueline Vons, die allen internationaal zeer gewaardeerd worden. Zij zijn er samen in geslaagd om hier wederom, net als in 2014, een fraaie bundeling van onuitgegeven en boeiend nieuw materiaal over Vesalius bij mekaar te brengen. De bijdragen beschrijven het medische denken van Vesalius en zijn tijdgenoten. De artikelen werden chronologisch samengesteld, zodat de leefwereld van Andries van Wesel vanaf zijn opleiding tot aan zijn dood ten volle tot uitdrukking kon worden gebracht.

Robrecht Van Hee studeerde geneeskunde aan de Universiteit van Gent. Hierna bekwaamde hij zich tot chirurg in Breda en Nijmegen, waar hij promoveerde tot doctor in de Geneeskunde. Als hoogleraar Chirurgie en Medische geschiedenis aan de Universiteit van Antwerpen, was hij vooral werkzaam in de Transplantatie- en Endocriene heelkunde. Daarnaast wijdde hij zich aan medisch-historisch onderzoek, in het bijzonder van de Lage Landen in de 16de eeuw. Hij is auteur van meer dan 400 publicaties en redacteur van meerdere tijdschriften.

Dr. Maurits Biesbrouck, geboren in 1946 te Roeselare, was als geneesheer diensthoofd klinischebiologie in het Stedelijk Ziekenhuis van die stad en adjunct-hoofdgeneesheer-directeur van de Dienst voor het Bloed. Hij heeft een levenslange belangstelling voor Vesalius en publiceerde recent een Nederlandse vertaling van het eerste boek van de Fabrica 1543 en een jaarlijks bijgewerkte Vesaliusbibliografie.


>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)


Robrecht Van Hee studeerde geneeskunde aan de Universiteit van Gent. Hierna bekwaamde hij zich tot chirurg in Breda en Nijmegen, waar hij promoveerde tot doctor in de Geneeskunde. Als hoogleraar Chirurgie en Medische geschiedenis aan de Universiteit van Antwerpen, was hij vooral werkzaam in de Transplantatie- en Endocriene heelkunde. Daarnaast wijdde hij zich aan medisch-historisch onderzoek, in het bijzonder van de Lage Landen in de 16de eeuw. Hij is auteur van meer dan 400 publicaties en redacteur van meerdere tijdschriften.

Dr. Maurits Biesbrouck, geboren in 1946 te Roeselare, was als geneesheer diensthoofd klinischebiologie in het Stedelijk Ziekenhuis van die stad en adjunct-hoofdgeneesheer-directeur van de Dienst voor het Bloed. Hij heeft een levenslange belangstelling voor Vesalius en publiceerde recent een Nederlandse vertaling van het eerste boek van de Fabrica 1543 en een jaarlijks bijgewerkte Vesaliusbibliografie.

Quick View

Tijdgenoten uit de leefwereld van Andreas Vesalius (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 11)

 31,50
Dit cahier wordt gevormd door een aantal bijdragen, die alle betrekking hebben op de figuur van de Brusselse anatoom en chirurg Andries van Wesel of Vesalius (1514-1564). De bundel vormt daarmee een waardige opvolger van het eerder – in 2014 – uitgegeven cahier nr.4, gewijd aan de Kunst van Vesalius, dat ter gelegenheid van Vesalius’ 500-jarige geboorte werd gepubliceerd.

Vele Europese wetenschappers hebben sedertdien verder onderzoek verricht met betrekking tot het leven en werk van onze befaamde landgenoot, die terecht als Vader der Anatomie wordt geduid.

Deze interesse leidde tot vele nieuwe initiatieven, waaronder dit nieuwe Vesaliusboek. Het leeuwendeel is van de hand van de befaamde Vlaamse Vesalius-kenners Maurits Biesbrouck, Omer Steeno en Theo Goddeeris, samen door Theo Dirix bestempeld als ‘Cerberus’ van Vesalius. Werkten naast dit viertal ook mee aan deze bundel: Robrecht Van Hee, Francis Van Glabbeek en Jacqueline Vons, die allen internationaal zeer gewaardeerd worden. Zij zijn er samen in geslaagd om hier wederom, net als in 2014, een fraaie bundeling van onuitgegeven en boeiend nieuw materiaal over Vesalius bij mekaar te brengen. De bijdragen beschrijven het medische denken van Vesalius en zijn tijdgenoten. De artikelen werden chronologisch samengesteld, zodat de leefwereld van Andries van Wesel vanaf zijn opleiding tot aan zijn dood ten volle tot uitdrukking kon worden gebracht.

Robrecht Van Hee studeerde geneeskunde aan de Universiteit van Gent. Hierna bekwaamde hij zich tot chirurg in Breda en Nijmegen, waar hij promoveerde tot doctor in de Geneeskunde. Als hoogleraar Chirurgie en Medische geschiedenis aan de Universiteit van Antwerpen, was hij vooral werkzaam in de Transplantatie- en Endocriene heelkunde. Daarnaast wijdde hij zich aan medisch-historisch onderzoek, in het bijzonder van de Lage Landen in de 16de eeuw. Hij is auteur van meer dan 400 publicaties en redacteur van meerdere tijdschriften.

Dr. Maurits Biesbrouck, geboren in 1946 te Roeselare, was als geneesheer diensthoofd klinischebiologie in het Stedelijk Ziekenhuis van die stad en adjunct-hoofdgeneesheer-directeur van de Dienst voor het Bloed. Hij heeft een levenslange belangstelling voor Vesalius en publiceerde recent een Nederlandse vertaling van het eerste boek van de Fabrica 1543 en een jaarlijks bijgewerkte Vesaliusbibliografie.


>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)


Robrecht Van Hee studeerde geneeskunde aan de Universiteit van Gent. Hierna bekwaamde hij zich tot chirurg in Breda en Nijmegen, waar hij promoveerde tot doctor in de Geneeskunde. Als hoogleraar Chirurgie en Medische geschiedenis aan de Universiteit van Antwerpen, was hij vooral werkzaam in de Transplantatie- en Endocriene heelkunde. Daarnaast wijdde hij zich aan medisch-historisch onderzoek, in het bijzonder van de Lage Landen in de 16de eeuw. Hij is auteur van meer dan 400 publicaties en redacteur van meerdere tijdschriften.

Dr. Maurits Biesbrouck, geboren in 1946 te Roeselare, was als geneesheer diensthoofd klinischebiologie in het Stedelijk Ziekenhuis van die stad en adjunct-hoofdgeneesheer-directeur van de Dienst voor het Bloed. Hij heeft een levenslange belangstelling voor Vesalius en publiceerde recent een Nederlandse vertaling van het eerste boek van de Fabrica 1543 en een jaarlijks bijgewerkte Vesaliusbibliografie.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Erreurs (super) courantes.commises en français par (tous) les néerlandophones

 14,00

Erreurs (super) courantes is geen lijst van fouten met hun verbetering, maar een alternatief voor vergissingen die je dreigt te maken vanuit het Nederlands.
• Omgangsvormen die je nooit in het Frans hebt geleerd. En waarvoor geen letterlijke vertaling bestaat. Een Franssprekende zal het niet altijd zeggen zoals je het – misschien correct! – zou vertalen.
• Actuele uitdrukkingen die je nu nodig hebt.
• Uitspraak, wendingen, woorden die je ooit verkeerd hebt begrepen en in je geheugen geprent.
De opbouw vertrekt niet van de Franse norm, maar van de taalervaring van het Nederlands. Het boek bestaat dan ook uit woorden en uitdrukkingen, waartegen de meerderheid van de Nederlandstaligen fouten maken. Daartegenover wordt een correct alternatief geboden uit de gewone Franse taal. Alleen die Nederlandse wendingen worden opgenomen die, blijkens de lange onderwijservaring van de auteurs en zeer vele collega’s, vergissingen in het Frans induceren. Zowel in de keuze van de items als van de gesuggereerde leermethode zijn de ervaring en het realisme nooit ver weg: het is een handboek voor het dagelijks onderhoud van je Franse taaltuin.
Dankzij de opsplitsing in twee niveaus is onze totaal herwerkte ‘compagnon de route’ zowel bedoeld voor leerlingen uit het secundair onderwijs als voor hogeschool- of universiteitsstudenten en zij die reeds in het bedrijfsleven actief zijn.



Philippe CORNU, Hélène GROTHEN, Johan LAMOTE en Patrick CORNU hebben als docenten Frans een ruime didactische ervaring, zowel in het hoger onderwijs als met taalcursussen op maat voor grote en kleine bedrijven.

Quick View

Erreurs (super) courantes.commises en français par (tous) les néerlandophones

 14,00

Erreurs (super) courantes is geen lijst van fouten met hun verbetering, maar een alternatief voor vergissingen die je dreigt te maken vanuit het Nederlands.
• Omgangsvormen die je nooit in het Frans hebt geleerd. En waarvoor geen letterlijke vertaling bestaat. Een Franssprekende zal het niet altijd zeggen zoals je het – misschien correct! – zou vertalen.
• Actuele uitdrukkingen die je nu nodig hebt.
• Uitspraak, wendingen, woorden die je ooit verkeerd hebt begrepen en in je geheugen geprent.
De opbouw vertrekt niet van de Franse norm, maar van de taalervaring van het Nederlands. Het boek bestaat dan ook uit woorden en uitdrukkingen, waartegen de meerderheid van de Nederlandstaligen fouten maken. Daartegenover wordt een correct alternatief geboden uit de gewone Franse taal. Alleen die Nederlandse wendingen worden opgenomen die, blijkens de lange onderwijservaring van de auteurs en zeer vele collega’s, vergissingen in het Frans induceren. Zowel in de keuze van de items als van de gesuggereerde leermethode zijn de ervaring en het realisme nooit ver weg: het is een handboek voor het dagelijks onderhoud van je Franse taaltuin.
Dankzij de opsplitsing in twee niveaus is onze totaal herwerkte ‘compagnon de route’ zowel bedoeld voor leerlingen uit het secundair onderwijs als voor hogeschool- of universiteitsstudenten en zij die reeds in het bedrijfsleven actief zijn.



Philippe CORNU, Hélène GROTHEN, Johan LAMOTE en Patrick CORNU hebben als docenten Frans een ruime didactische ervaring, zowel in het hoger onderwijs als met taalcursussen op maat voor grote en kleine bedrijven.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Het kleine Europa. Landkaart van een estheticus

 24,50
Leonidas Donskis (1962-2016) was een Litouwse filosoof, politiek theoreticus, historicus en schrijver. In Litouwen en daarbuiten trad hij op als verdediger van de mensenrechten en burgerlijke vrijheden. Hij was in zijn vaderland een graag geziene figuur.

Tot het moment waarop hij werd gekozen in het Europese Parlement voor de periode 2009‑2014, was Donskis werkzaam als hoogleraar politicologie aan de Vytautas Magnus Universiteit in Kaunas, Litouwen. Hij bekleedde de positie van decaan aan de Faculteit Politieke Wetenschappen en Diplomatie. Donskis was geregeld gasthoogleraar aan de Universiteit van Bologna, Forlì, Italië, de Universiteit van Helsinki, Finland, en de Universiteit van IJsland. Als rondtrekkend wetenschapper deed hij onderzoek en doceerde hij in de VS, Canada, Mexico, Zuid-Afrika, Groot-Brittannië, Zweden, Finland, Estland, Duitsland, Italië, Nederland, Frankrijk en andere landen. Na zijn zittingstermijn in het Europese Parlement tot aan zijn plotselinge dood in 2016 was hij werkzaam als hoogleraar politicologie en directeur van de Academia cum Laude (Honors Program) aan de Vytautas Magnus Universiteit in Kaunas. Hij fungeerde tevens als honorair consul van Finland in Kaunas.

Leonidas Donskis’ wetenschappelijke interesses lagen op het terrein van de filosofie van de geschiedenis, de filosofie van de cultuur, de filosofie van de literatuur, de filosofie van de sociale wetenschappen, de civilisatietheorie, de politieke theorie, de geschiedenis van ideeën en de bestudering van het Midden- en Oost-Europese denken. Leonidas Donskis’ geschriften zijn wijd en zijd gepubliceerd in internationaal gerenommeerde tijdschriften. Hij is de auteur of redacteur van meer dan vijftig boeken, waaronder de uitgaven die hij samen met Zygmunt Bauman schreef. Zijn in het Litouws en Engels geschreven werken werden vertaald naar het Braziliaans-Portugees, Deens, Ests, Fins, Duits, Hongaars, Italiaans, Koreaans, Pools, Portugees, Roemeens, Russisch, Spaans, Zweeds, Turks en Oekraïens. Hij redigeerde twee boekenreeksen voor Brill-Rodopi in Leiden, Nederland. Behalve academische monografieën en artikelen heeft Leonidas Donskis ook verscheidene boeken met essays en kunstalbums op zijn naam staan. Hij is de auteur van boeken in het Litouws over aforismen, die zijn vertaald en gepubliceerd in Italië, Canada en Rusland.



Quick View

Het kleine Europa. Landkaart van een estheticus

 24,50
Leonidas Donskis (1962-2016) was een Litouwse filosoof, politiek theoreticus, historicus en schrijver. In Litouwen en daarbuiten trad hij op als verdediger van de mensenrechten en burgerlijke vrijheden. Hij was in zijn vaderland een graag geziene figuur.

Tot het moment waarop hij werd gekozen in het Europese Parlement voor de periode 2009‑2014, was Donskis werkzaam als hoogleraar politicologie aan de Vytautas Magnus Universiteit in Kaunas, Litouwen. Hij bekleedde de positie van decaan aan de Faculteit Politieke Wetenschappen en Diplomatie. Donskis was geregeld gasthoogleraar aan de Universiteit van Bologna, Forlì, Italië, de Universiteit van Helsinki, Finland, en de Universiteit van IJsland. Als rondtrekkend wetenschapper deed hij onderzoek en doceerde hij in de VS, Canada, Mexico, Zuid-Afrika, Groot-Brittannië, Zweden, Finland, Estland, Duitsland, Italië, Nederland, Frankrijk en andere landen. Na zijn zittingstermijn in het Europese Parlement tot aan zijn plotselinge dood in 2016 was hij werkzaam als hoogleraar politicologie en directeur van de Academia cum Laude (Honors Program) aan de Vytautas Magnus Universiteit in Kaunas. Hij fungeerde tevens als honorair consul van Finland in Kaunas.

Leonidas Donskis’ wetenschappelijke interesses lagen op het terrein van de filosofie van de geschiedenis, de filosofie van de cultuur, de filosofie van de literatuur, de filosofie van de sociale wetenschappen, de civilisatietheorie, de politieke theorie, de geschiedenis van ideeën en de bestudering van het Midden- en Oost-Europese denken. Leonidas Donskis’ geschriften zijn wijd en zijd gepubliceerd in internationaal gerenommeerde tijdschriften. Hij is de auteur of redacteur van meer dan vijftig boeken, waaronder de uitgaven die hij samen met Zygmunt Bauman schreef. Zijn in het Litouws en Engels geschreven werken werden vertaald naar het Braziliaans-Portugees, Deens, Ests, Fins, Duits, Hongaars, Italiaans, Koreaans, Pools, Portugees, Roemeens, Russisch, Spaans, Zweeds, Turks en Oekraïens. Hij redigeerde twee boekenreeksen voor Brill-Rodopi in Leiden, Nederland. Behalve academische monografieën en artikelen heeft Leonidas Donskis ook verscheidene boeken met essays en kunstalbums op zijn naam staan. Hij is de auteur van boeken in het Litouws over aforismen, die zijn vertaald en gepubliceerd in Italië, Canada en Rusland.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Succesvol begeleiden van hoogbegaafde kinderen en jongeren

 24,00

In dit boek voor gevorderden in de thematiek hoogbegaafdheid geven de auteurs bijzondere aanwijzingen voor het succesvol opvoeden en onderwijzen van hoogbegaafde kinderen en jongeren. Zij doorprikken heel wat misverstanden rond hoogbegaafdheid en proberen door te dringen tot de kern van de zaak. Zij ontdekten daarbij dat hoogbegaafdheid veelal te maken heeft met het vinden van een goede balans tussen twee tegenstrijdige kenmerken. Deze balansproblemen raken niet alleen de hoogbegaafde persoon zelf, maar komen ook terug in het onderwijs en de opvoeding van deze kinderen.
Dit boek verschaft de lezer de theoretische achtergronden die noodzakelijk zijn om hoogbegaafde kinderen of leerlingen succesvol te begeleiden. Bovendien worden honderden praktische tips gegeven die onmiddellijk toepasbaar zijn in de praktijk.
De auteurs hebben meer dan 30 jaar ervaring in de begeleiding van hoogbegaafde kinderen en jongeren, hun ouders, leerkrachten en begeleiders. Zij pleiten voor opvoeding tot zelfdiscipline en het creëren van open communicatie met deze kinderen. Geheugeneconomie op school krijgt een extra accent. Ook de uitgebreide bijlagen rond uitstelgedrag, zelfvertrouwen, perfectionisme, vlijt, zelfspraak en beloning verschaffen een bijzonder inzicht in deze kernthema’s van hoogbegaafdheid.



Carl D’hondt, orthopedagoog, is erevoorzitter van BEKINA vzw – Begaafde Kinderen en Adolescenten.
Hilde Van Rossen, master in de psychologie, was opleidingscoördinator aan de Hogeschool VIVES, voorheen Katho.

Quick View

Succesvol begeleiden van hoogbegaafde kinderen en jongeren

 24,00

In dit boek voor gevorderden in de thematiek hoogbegaafdheid geven de auteurs bijzondere aanwijzingen voor het succesvol opvoeden en onderwijzen van hoogbegaafde kinderen en jongeren. Zij doorprikken heel wat misverstanden rond hoogbegaafdheid en proberen door te dringen tot de kern van de zaak. Zij ontdekten daarbij dat hoogbegaafdheid veelal te maken heeft met het vinden van een goede balans tussen twee tegenstrijdige kenmerken. Deze balansproblemen raken niet alleen de hoogbegaafde persoon zelf, maar komen ook terug in het onderwijs en de opvoeding van deze kinderen.
Dit boek verschaft de lezer de theoretische achtergronden die noodzakelijk zijn om hoogbegaafde kinderen of leerlingen succesvol te begeleiden. Bovendien worden honderden praktische tips gegeven die onmiddellijk toepasbaar zijn in de praktijk.
De auteurs hebben meer dan 30 jaar ervaring in de begeleiding van hoogbegaafde kinderen en jongeren, hun ouders, leerkrachten en begeleiders. Zij pleiten voor opvoeding tot zelfdiscipline en het creëren van open communicatie met deze kinderen. Geheugeneconomie op school krijgt een extra accent. Ook de uitgebreide bijlagen rond uitstelgedrag, zelfvertrouwen, perfectionisme, vlijt, zelfspraak en beloning verschaffen een bijzonder inzicht in deze kernthema’s van hoogbegaafdheid.



Carl D’hondt, orthopedagoog, is erevoorzitter van BEKINA vzw – Begaafde Kinderen en Adolescenten.
Hilde Van Rossen, master in de psychologie, was opleidingscoördinator aan de Hogeschool VIVES, voorheen Katho.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Inspiratie tot innovatie in jeugdhuizen, jongerencentra, jeugdcentra en jeugdclubs

 21,50
Hoe kunnen jeugdhuizen, jeugdclubs, jongerencentra, jeugdcentra en jeugdontmoetingscentra hun doelstellingen nog beter bereiken (effectiever)? En vooral, beogen zij de juiste doelstellingen (effecten) in hun organisatie? Wanneer een jeugdhuis wil bijdragen aan de ontwikkeling van jongeren en hun vrijetijds- en plezierbeleving, dan is het noodzakelijk dat jeugdwerkers en jongeren in communicatie met elkaar de doelstellingen van hun organisatie geregeld ter discussie stellen. Dit boek reikt daarom materiaal aan voor een gesprek tussenjeugdhuiswerkers en jongeren over hoe de vrijetijds- en plezierbeleving en deontwikkeling van jongeren kan worden bevorderd door jeugdhuiswerk en welke ondersteuning van de overheid hierbij wenselijk is.

Dit boek bespreekt in het eerste hoofdstuk de doelstellingen, effecten en functies van (open)-jeugdwerk, die door onderzoek in het buitenland werden vastgesteld. Deze informatie blijkt jeugdhuiswerkers te kunnen inspireren bij het (her)formuleren van doelstellingen en het programmeren van activiteiten in hun jeugdhuis. Jeugdconsulenten, gemeentelijke jeugdambtenaren, schepenen voor de jeugd en beleidscritici vragen zich soms af welke jeugdhuisinitiatieven in aanmerking moeten komen voor subsidiering, en welke verbeteringen in het jeugdhuiswerk moeten worden gestimuleerd e.d. Dit boek reikt materiaal aan voor een gesprek met jeugdhuiswerkers én jongeren over hoe de vrijetijdsbeleving en de ontwikkeling van jongeren kan worden bevorderd door jeugdhuiswerk

In een tweede hoofdstuk wordt besproken, hoe een activiteitenprogramma ontmoetingen met leeftijdgenoten, deelname aan vrijetijdsactiviteiten mogelijk kan maken, jongeren kan uitdagen en stimuleren om zich verder te ontwikkelen en initiatief te nemen en plezier te beleven. In jeugdhuizen werken talrijke vrijwilligers en beroepskrachten. Participatie van die medewerkers in het beleid van hun organisatie blijkt in de realiteit niet altijd zo eenvoudig te realiseren. In het laatste hoofdstuk bespreekt het boek twee methodes om een participatief beleidsvormingsproces te ondersteunen

Quick View

Inspiratie tot innovatie in jeugdhuizen, jongerencentra, jeugdcentra en jeugdclubs

 21,50
Hoe kunnen jeugdhuizen, jeugdclubs, jongerencentra, jeugdcentra en jeugdontmoetingscentra hun doelstellingen nog beter bereiken (effectiever)? En vooral, beogen zij de juiste doelstellingen (effecten) in hun organisatie? Wanneer een jeugdhuis wil bijdragen aan de ontwikkeling van jongeren en hun vrijetijds- en plezierbeleving, dan is het noodzakelijk dat jeugdwerkers en jongeren in communicatie met elkaar de doelstellingen van hun organisatie geregeld ter discussie stellen. Dit boek reikt daarom materiaal aan voor een gesprek tussenjeugdhuiswerkers en jongeren over hoe de vrijetijds- en plezierbeleving en deontwikkeling van jongeren kan worden bevorderd door jeugdhuiswerk en welke ondersteuning van de overheid hierbij wenselijk is.

Dit boek bespreekt in het eerste hoofdstuk de doelstellingen, effecten en functies van (open)-jeugdwerk, die door onderzoek in het buitenland werden vastgesteld. Deze informatie blijkt jeugdhuiswerkers te kunnen inspireren bij het (her)formuleren van doelstellingen en het programmeren van activiteiten in hun jeugdhuis. Jeugdconsulenten, gemeentelijke jeugdambtenaren, schepenen voor de jeugd en beleidscritici vragen zich soms af welke jeugdhuisinitiatieven in aanmerking moeten komen voor subsidiering, en welke verbeteringen in het jeugdhuiswerk moeten worden gestimuleerd e.d. Dit boek reikt materiaal aan voor een gesprek met jeugdhuiswerkers én jongeren over hoe de vrijetijdsbeleving en de ontwikkeling van jongeren kan worden bevorderd door jeugdhuiswerk

In een tweede hoofdstuk wordt besproken, hoe een activiteitenprogramma ontmoetingen met leeftijdgenoten, deelname aan vrijetijdsactiviteiten mogelijk kan maken, jongeren kan uitdagen en stimuleren om zich verder te ontwikkelen en initiatief te nemen en plezier te beleven. In jeugdhuizen werken talrijke vrijwilligers en beroepskrachten. Participatie van die medewerkers in het beleid van hun organisatie blijkt in de realiteit niet altijd zo eenvoudig te realiseren. In het laatste hoofdstuk bespreekt het boek twee methodes om een participatief beleidsvormingsproces te ondersteunen

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

International Journal of Child and Family Welfare (IJCFW) 2018 – Vol.18 1/2. Continuities and discontinuities in family foster care

 26,00
Current research and observations indicate that complex processes are involved in dealing with stability and instability in family foster care. Disruptions, separations and transitions have great implications for foster children's lives, and also for the daily practice of foster families, birth parents and social workers. Against this background, the ninth International Foster Care Research Network Conference was held in September 2017 in Paris (France) on the theme 'Continuity and disruption in foster care'. A selection of the presentations there were rewritten into a paper as part of this special issue.

Quick View

International Journal of Child and Family Welfare (IJCFW) 2018 – Vol.18 1/2. Continuities and discontinuities in family foster care

 26,00
Current research and observations indicate that complex processes are involved in dealing with stability and instability in family foster care. Disruptions, separations and transitions have great implications for foster children's lives, and also for the daily practice of foster families, birth parents and social workers. Against this background, the ninth International Foster Care Research Network Conference was held in September 2017 in Paris (France) on the theme 'Continuity and disruption in foster care'. A selection of the presentations there were rewritten into a paper as part of this special issue.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Die droom heb ik nog steeds. Schoolloopbanen en levensverhalen van jongeren in een diverse samenleving.

 25,50

De in dit boek beschreven studie is om diverse redenen zeldzaam, belangrijk en leerzaam. Uit de literatuur kennen we het genre van de ‘Bildungsroman’. Dit boek laat zich lezen als de wetenschappelijke variant daarvan.
Prof. dr. H.J.M. (Bert) van Oers, Hoogleraar Cultuurhistorische Onderwijspedagogiek, Vrije Universiteit, Amsterdam.
Vele jongeren zijn opgevoed met het idee dat ze ‘alles kunnen worden’. Maar wat is er van hun idealen terechtgekomen als eind-twintigers? Hebben deze ‘millennials’ hun droom gerealiseerd? En maakt het een verschil of je Yasmina of Marjolein heet?
De auteurs volgen deze jongeren met toetsen en interviews van hun 10e tot hun 29e jaar, misschien wel de meest ingrijpende jaren in een mensenleven. Hun openhartige verhalen bieden een inkijk in de leefwereld van de jongeren van nu. Deze studie is zeldzaam, niet alleen gelet op de looptijd, maar ook omdat we achter de façade van de sociale media kijken. We zien sommigen schijnbaar moeiteloos doorstromen, terwijl anderen struikelen in de hordeloop van onderwijs en samenleving. Sommige jongeren kijken met spijt en boosheid terug, nu de consequenties van hun ‘keuzen’ steeds duidelijker worden. Anderen vertellen vol trots over hun baan of dat ze vader of moeder zijn geworden. Er is hoop maar ook kwetsbaarheid. Wat bepaalt succes of falen in de levensloop? En is een ‘succesvolle’ levensloop ook ‘betekenisvol’? Dit boek is geschreven voor iedereen die betrokken is bij onderwijs, onderzoek en begeleiding van jongeren.



Jan Terwel is emeritus hoogleraar Onderwijspedagogiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij doet onderzoek naar curriculum & instructie, schoolkeuze, schoolloopbaan & levensloop.
Danielle van de Koot-Dees studeerde onderwijspedagogiek en levensbeschouwelijke vorming aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Ze promoveerde aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU) en werkt als docent-onderzoeker bij de Christelijke Hogeschool Ede (CHE).
Rosa Rodrigues studeerde onderwijspedagogiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Ze is docent onderwijskunde/pedagogiek aan de pabo Hogeschool Rotterdam en doet onderzoek naar de overgang basisschool-voortgezet onderwijs. Haar expertise ligt vooral bij de grote stadsproblematiek.

Quick View

Die droom heb ik nog steeds. Schoolloopbanen en levensverhalen van jongeren in een diverse samenleving.

 25,50

De in dit boek beschreven studie is om diverse redenen zeldzaam, belangrijk en leerzaam. Uit de literatuur kennen we het genre van de ‘Bildungsroman’. Dit boek laat zich lezen als de wetenschappelijke variant daarvan.
Prof. dr. H.J.M. (Bert) van Oers, Hoogleraar Cultuurhistorische Onderwijspedagogiek, Vrije Universiteit, Amsterdam.
Vele jongeren zijn opgevoed met het idee dat ze ‘alles kunnen worden’. Maar wat is er van hun idealen terechtgekomen als eind-twintigers? Hebben deze ‘millennials’ hun droom gerealiseerd? En maakt het een verschil of je Yasmina of Marjolein heet?
De auteurs volgen deze jongeren met toetsen en interviews van hun 10e tot hun 29e jaar, misschien wel de meest ingrijpende jaren in een mensenleven. Hun openhartige verhalen bieden een inkijk in de leefwereld van de jongeren van nu. Deze studie is zeldzaam, niet alleen gelet op de looptijd, maar ook omdat we achter de façade van de sociale media kijken. We zien sommigen schijnbaar moeiteloos doorstromen, terwijl anderen struikelen in de hordeloop van onderwijs en samenleving. Sommige jongeren kijken met spijt en boosheid terug, nu de consequenties van hun ‘keuzen’ steeds duidelijker worden. Anderen vertellen vol trots over hun baan of dat ze vader of moeder zijn geworden. Er is hoop maar ook kwetsbaarheid. Wat bepaalt succes of falen in de levensloop? En is een ‘succesvolle’ levensloop ook ‘betekenisvol’? Dit boek is geschreven voor iedereen die betrokken is bij onderwijs, onderzoek en begeleiding van jongeren.



Jan Terwel is emeritus hoogleraar Onderwijspedagogiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij doet onderzoek naar curriculum & instructie, schoolkeuze, schoolloopbaan & levensloop.
Danielle van de Koot-Dees studeerde onderwijspedagogiek en levensbeschouwelijke vorming aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Ze promoveerde aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU) en werkt als docent-onderzoeker bij de Christelijke Hogeschool Ede (CHE).
Rosa Rodrigues studeerde onderwijspedagogiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Ze is docent onderwijskunde/pedagogiek aan de pabo Hogeschool Rotterdam en doet onderzoek naar de overgang basisschool-voortgezet onderwijs. Haar expertise ligt vooral bij de grote stadsproblematiek.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Mantle of the expert.Handleiding voor beginners. Drama als leermiddel in het lager onderwijs

 32,00
Beeld je in dat je een expert bent: lid van een team ontdekkingsreizigers dat op onderzoek gaat op een onbewoond eiland bijvoorbeeld, of een archeoloog die de graftombe van een Egyptische koning betreedt. Welke informatie heb je dan nodig? Welke kennis en vaardigheden? Welke verantwoordelijkheid zou je hebben? Welke bevoegdheden? Wat voor onderzoek zou je verrichten? Hoe zou je de resultaten ervan communiceren? En wat als er iets mis loopt? Met dit soort van uitdagingen worden experten voortdurend geconfronteerd. Kinderen kunnen natuurlijk geen experten zijn in de echte wereld, waardoor ze dus ook de bijhorende uitdagingen niet kunnen aangaan. Maar in een imaginaire wereld, een wereld van de verbeelding, kunnen ze de rol van expert wél opnemen en kunnen ze ervaren wat het betekent om beslissingen te nemen, zelfregulerend te zijn en verantwoordelijkheid te dragen. Mantle of the Expert is een onderwijsbenadering die drama en onderzoek gebruikt om fictieve contexten te creëren die kinderen deze ervaring schenken. In Mantle of the Expert – een handleiding voor beginners gidst Tim Taylor de lezer doorheen het algemene opzet van de aanpak, de fundamenten, maar belicht hij ook elk klein aspect ervan. Vanuit zijn jarenlange ervaring geeft hij voorbeelden, deelt hij anekdotes en verzekert hij, ook aan wie net start met deze lesmethode, dat succes binnen handbereik ligt. Bob Selderslaghs zoomt in op de artistieke (meer)waarde van Mantle of the Expert. Hij brengt verslag uit over een tweejarig onderzoek dat hij voerde aan het Koninklijk Conservatorium van Antwerpen. Daaruit blijkt dat Mantle of the Expert indirect ook artistieke competenties ontwikkelt bij kinderen. Dat biedt zowel mogelijkheden voor de muzische vorming in het basisonderwijs als voor het (deeltijds) kunstonderwijs. Voor kinderen geeft Mantle of the Expert zin en een doel aan hun leren. De kloof tussen het klaslokaal en de echte wereld wordt daarbij gedicht. Voor leerkrachten creëert het dan weer mogelijkheden om het curriculum te exploreren op een manier die het werk van de kinderen belangrijk, nodig en interessant maakt. Kortom, als je het curriculum betekenisvol, boeiend en doelgericht wil maken, is Mantle of the Expert een fantastische manier om te leren.

Quick View

Mantle of the expert.Handleiding voor beginners. Drama als leermiddel in het lager onderwijs

 32,00
Beeld je in dat je een expert bent: lid van een team ontdekkingsreizigers dat op onderzoek gaat op een onbewoond eiland bijvoorbeeld, of een archeoloog die de graftombe van een Egyptische koning betreedt. Welke informatie heb je dan nodig? Welke kennis en vaardigheden? Welke verantwoordelijkheid zou je hebben? Welke bevoegdheden? Wat voor onderzoek zou je verrichten? Hoe zou je de resultaten ervan communiceren? En wat als er iets mis loopt? Met dit soort van uitdagingen worden experten voortdurend geconfronteerd. Kinderen kunnen natuurlijk geen experten zijn in de echte wereld, waardoor ze dus ook de bijhorende uitdagingen niet kunnen aangaan. Maar in een imaginaire wereld, een wereld van de verbeelding, kunnen ze de rol van expert wél opnemen en kunnen ze ervaren wat het betekent om beslissingen te nemen, zelfregulerend te zijn en verantwoordelijkheid te dragen. Mantle of the Expert is een onderwijsbenadering die drama en onderzoek gebruikt om fictieve contexten te creëren die kinderen deze ervaring schenken. In Mantle of the Expert – een handleiding voor beginners gidst Tim Taylor de lezer doorheen het algemene opzet van de aanpak, de fundamenten, maar belicht hij ook elk klein aspect ervan. Vanuit zijn jarenlange ervaring geeft hij voorbeelden, deelt hij anekdotes en verzekert hij, ook aan wie net start met deze lesmethode, dat succes binnen handbereik ligt. Bob Selderslaghs zoomt in op de artistieke (meer)waarde van Mantle of the Expert. Hij brengt verslag uit over een tweejarig onderzoek dat hij voerde aan het Koninklijk Conservatorium van Antwerpen. Daaruit blijkt dat Mantle of the Expert indirect ook artistieke competenties ontwikkelt bij kinderen. Dat biedt zowel mogelijkheden voor de muzische vorming in het basisonderwijs als voor het (deeltijds) kunstonderwijs. Voor kinderen geeft Mantle of the Expert zin en een doel aan hun leren. De kloof tussen het klaslokaal en de echte wereld wordt daarbij gedicht. Voor leerkrachten creëert het dan weer mogelijkheden om het curriculum te exploreren op een manier die het werk van de kinderen belangrijk, nodig en interessant maakt. Kortom, als je het curriculum betekenisvol, boeiend en doelgericht wil maken, is Mantle of the Expert een fantastische manier om te leren.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De fonograaf en de grammofoon in de Nederlandstalige literatuur. (1877-1935). Een media-archeologisch onderzoek (Academisch Literair, nr. 11)

 29,90
Dit boek onderzoekt de receptie van de eerste geluidsopnamemedia, de fonograaf en de grammofoon, in de Nederlandstalige (Nederlandse en Vlaamse) literatuur tussen 1877 en ca. 1935. Meer specifiek wordt de dubbele hypothese getoetst dat schrijvers een belangrijk aandeel hadden in de sociale constructie van de fonograaf en de grammofoon en dat deze media schrijvers op hun beurt stimuleerden om intens te reflecteren over de eigenheid en mogelijkheden van het ‘medium’ dat ze zelf produceerden: de literatuur. De eerste geluidsopnamemedia werden immers van bij het begin als fundamenteel anders of vreemd ervaren. Deze alteriteit zette een dialectisch proces in gang waarin schrijvers enerzijds zelf bepaalde gestalten en functies voor de eerste geluidsopnamemedia gingen construeren, en waarin ze anderzijds werden aangezet tot een veelkantig onderzoek van de eigenheid van de literatuur en tot een verkenning van nieuwe literaire mogelijkheden en vormen.

Tom Willaert behaalde een doctoraat in de literatuur aan de KU Leuven, waar hij momenteel actief is in het domein van digital humanities en data-analyse.

Quick View

De fonograaf en de grammofoon in de Nederlandstalige literatuur. (1877-1935). Een media-archeologisch onderzoek (Academisch Literair, nr. 11)

 29,90
Dit boek onderzoekt de receptie van de eerste geluidsopnamemedia, de fonograaf en de grammofoon, in de Nederlandstalige (Nederlandse en Vlaamse) literatuur tussen 1877 en ca. 1935. Meer specifiek wordt de dubbele hypothese getoetst dat schrijvers een belangrijk aandeel hadden in de sociale constructie van de fonograaf en de grammofoon en dat deze media schrijvers op hun beurt stimuleerden om intens te reflecteren over de eigenheid en mogelijkheden van het ‘medium’ dat ze zelf produceerden: de literatuur. De eerste geluidsopnamemedia werden immers van bij het begin als fundamenteel anders of vreemd ervaren. Deze alteriteit zette een dialectisch proces in gang waarin schrijvers enerzijds zelf bepaalde gestalten en functies voor de eerste geluidsopnamemedia gingen construeren, en waarin ze anderzijds werden aangezet tot een veelkantig onderzoek van de eigenheid van de literatuur en tot een verkenning van nieuwe literaire mogelijkheden en vormen.

Tom Willaert behaalde een doctoraat in de literatuur aan de KU Leuven, waar hij momenteel actief is in het domein van digital humanities en data-analyse.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    11
    Uw winkelwagen
    ×