
Tijdschrift Medische antropologie, jaargang 19
Uitgever Spinhuis
€ 20,00
Verzonden binnen 7 dagen
Bestel nu!
SKU:
9770925437199
Categorie
Spinhuis
Boek informatie
ISBN 13
9770925437199
Gerelateerde producten
Europa: ja, nee, geen mening. Europese gezindheid in Nederland
door Bert Schijf, Paul Kapteyn
€ 6,20
Waar dit boek over gaat
Op 18 juni van dit jaar publiceerde NRC Handelsblad een aantal resultaten van een enquéte naar wat de Nederlandse bevolking vindt van de Europese integratie. Het ging om een onderzoek dat deze krant samen met de auteurs van dit boek had opgezet en dat enige weken daarvoor door de Stichting Telepanel te Amsterdam was uitgevoerd. Het bericht haalde de voorpagina. De kop luidde 'Europese gezindheid Nederlanders gering'. In dezelfde krant kreeg de enquéte nog meer aandacht. In een begeleidend commentaar plaatste Paul Kapteyn de resultaten in breder verband. Hier was de kop 'Tussen Nederland en Europa gaapt een diep gat'. De boodschap was duidelijk.
De publicaties bleven niet onopgemerkt. Het toeval wilde dat de volgende dag in de Tweede Kamer een debat begon over de Europese integratie. Aanleiding vormde de aanstaande bijeenkomst van regeringsleiders in Florence, maar de inzet was breder. Hoe stevig was de al oude consensus over de Nederlandse Europese politiek? In de discussie van fractieleiders en regering werd herhaaldelijk naar de enquéte verwezen. Was het waar, zoals het krantenbericht beweerde, dat de pro-Europese politiek van Nederland niet steunde op een overeenkomstige gezindheid bij de Nederlandse bevolking, en wat zouden daarvan de consequenties moeten zijn? Minister van Buitenlandse Zaken en eerst verantwoordelijke voor Europese Zaken, Hans van Mierlo, nam de uitslag serieus. Enerzijds had hij zo z'n bedenkingen over de objectiviteit van sommige vragen - voor zover hem die uit de krant bekend waren -, maar anderzijds erkende hij het probleem. De Nederlandse bevolking is niet voldoende geïnformeerd en voelt zich weinig betrokken. Dat hier een taak lag, was de bewindsman duidelijk.
Op 18 juni van dit jaar publiceerde NRC Handelsblad een aantal resultaten van een enquéte naar wat de Nederlandse bevolking vindt van de Europese integratie. Het ging om een onderzoek dat deze krant samen met de auteurs van dit boek had opgezet en dat enige weken daarvoor door de Stichting Telepanel te Amsterdam was uitgevoerd. Het bericht haalde de voorpagina. De kop luidde 'Europese gezindheid Nederlanders gering'. In dezelfde krant kreeg de enquéte nog meer aandacht. In een begeleidend commentaar plaatste Paul Kapteyn de resultaten in breder verband. Hier was de kop 'Tussen Nederland en Europa gaapt een diep gat'. De boodschap was duidelijk.
De publicaties bleven niet onopgemerkt. Het toeval wilde dat de volgende dag in de Tweede Kamer een debat begon over de Europese integratie. Aanleiding vormde de aanstaande bijeenkomst van regeringsleiders in Florence, maar de inzet was breder. Hoe stevig was de al oude consensus over de Nederlandse Europese politiek? In de discussie van fractieleiders en regering werd herhaaldelijk naar de enquéte verwezen. Was het waar, zoals het krantenbericht beweerde, dat de pro-Europese politiek van Nederland niet steunde op een overeenkomstige gezindheid bij de Nederlandse bevolking, en wat zouden daarvan de consequenties moeten zijn? Minister van Buitenlandse Zaken en eerst verantwoordelijke voor Europese Zaken, Hans van Mierlo, nam de uitslag serieus. Enerzijds had hij zo z'n bedenkingen over de objectiviteit van sommige vragen - voor zover hem die uit de krant bekend waren -, maar anderzijds erkende hij het probleem. De Nederlandse bevolking is niet voldoende geïnformeerd en voelt zich weinig betrokken. Dat hier een taak lag, was de bewindsman duidelijk.
Europa: ja, nee, geen mening. Europese gezindheid in Nederland
door Bert Schijf, Paul Kapteyn
€ 6,20
Waar dit boek over gaat
Op 18 juni van dit jaar publiceerde NRC Handelsblad een aantal resultaten van een enquéte naar wat de Nederlandse bevolking vindt van de Europese integratie. Het ging om een onderzoek dat deze krant samen met de auteurs van dit boek had opgezet en dat enige weken daarvoor door de Stichting Telepanel te Amsterdam was uitgevoerd. Het bericht haalde de voorpagina. De kop luidde 'Europese gezindheid Nederlanders gering'. In dezelfde krant kreeg de enquéte nog meer aandacht. In een begeleidend commentaar plaatste Paul Kapteyn de resultaten in breder verband. Hier was de kop 'Tussen Nederland en Europa gaapt een diep gat'. De boodschap was duidelijk.
De publicaties bleven niet onopgemerkt. Het toeval wilde dat de volgende dag in de Tweede Kamer een debat begon over de Europese integratie. Aanleiding vormde de aanstaande bijeenkomst van regeringsleiders in Florence, maar de inzet was breder. Hoe stevig was de al oude consensus over de Nederlandse Europese politiek? In de discussie van fractieleiders en regering werd herhaaldelijk naar de enquéte verwezen. Was het waar, zoals het krantenbericht beweerde, dat de pro-Europese politiek van Nederland niet steunde op een overeenkomstige gezindheid bij de Nederlandse bevolking, en wat zouden daarvan de consequenties moeten zijn? Minister van Buitenlandse Zaken en eerst verantwoordelijke voor Europese Zaken, Hans van Mierlo, nam de uitslag serieus. Enerzijds had hij zo z'n bedenkingen over de objectiviteit van sommige vragen - voor zover hem die uit de krant bekend waren -, maar anderzijds erkende hij het probleem. De Nederlandse bevolking is niet voldoende geïnformeerd en voelt zich weinig betrokken. Dat hier een taak lag, was de bewindsman duidelijk.
Op 18 juni van dit jaar publiceerde NRC Handelsblad een aantal resultaten van een enquéte naar wat de Nederlandse bevolking vindt van de Europese integratie. Het ging om een onderzoek dat deze krant samen met de auteurs van dit boek had opgezet en dat enige weken daarvoor door de Stichting Telepanel te Amsterdam was uitgevoerd. Het bericht haalde de voorpagina. De kop luidde 'Europese gezindheid Nederlanders gering'. In dezelfde krant kreeg de enquéte nog meer aandacht. In een begeleidend commentaar plaatste Paul Kapteyn de resultaten in breder verband. Hier was de kop 'Tussen Nederland en Europa gaapt een diep gat'. De boodschap was duidelijk.
De publicaties bleven niet onopgemerkt. Het toeval wilde dat de volgende dag in de Tweede Kamer een debat begon over de Europese integratie. Aanleiding vormde de aanstaande bijeenkomst van regeringsleiders in Florence, maar de inzet was breder. Hoe stevig was de al oude consensus over de Nederlandse Europese politiek? In de discussie van fractieleiders en regering werd herhaaldelijk naar de enquéte verwezen. Was het waar, zoals het krantenbericht beweerde, dat de pro-Europese politiek van Nederland niet steunde op een overeenkomstige gezindheid bij de Nederlandse bevolking, en wat zouden daarvan de consequenties moeten zijn? Minister van Buitenlandse Zaken en eerst verantwoordelijke voor Europese Zaken, Hans van Mierlo, nam de uitslag serieus. Enerzijds had hij zo z'n bedenkingen over de objectiviteit van sommige vragen - voor zover hem die uit de krant bekend waren -, maar anderzijds erkende hij het probleem. De Nederlandse bevolking is niet voldoende geïnformeerd en voelt zich weinig betrokken. Dat hier een taak lag, was de bewindsman duidelijk.
Vroedmeesters, vroedvrouwen en verloskunde in Amsterdam
door T. Nieuwenhuis
€ 17,35
In de achttiende eeuw is de verloskunde als academische discipline gevestigd en valt gelijktijdig de opkomst waar te nemen van de mannelijke verloskundige: de vroedmeester. Deze ontwikkelingen worden wel als de 'verloskundige revolutie' aangeduid. In dit kader past ook het vestigen van de verloskunde als apart specialisme, wat in ons land voor het eerst in Amsterdam gebeurde. In 1946 werd daar het vroedmeesterschap losgemaakt van de uitoefening van de algemene heelmeesterpraktijk en gebonden aan een apart examen. In de meeste westerse landen hebben de vroedvrouwen sedertdien flink terrein verloren en is de klinische bevalling regel geworden. De grotere rol van de mannelijke verloskundige heeft geleid tot een toename van medische interventies in de tot dan toe door vroedvrouwen beheerste verloskundige praktijk. Op dit patroon vormt Nederland een uitzondering. De thuisbevalling is hier veel vaker blijven voorkomen dan elders, terwijl de medicalisering van de verloskunde minder ver is voortgeschreden. Kenmerkend voor ons land is juist de sterke positie van de vroedvrouw en de met haar verbonden bevallingscultuur. De wortels daarvan zijn reeds in de achttiende eeuw zichtbaar, zoals in dit boek wordt geschetst. Centraal staat een tweetal grote conflicten die in Amsterdam tussen 1746 en 1805 rond het vroedmeesterschap en de toegang tot de vroedmarkt zijn uitgevochten.
Vroedmeesters, vroedvrouwen en verloskunde in Amsterdam
door T. Nieuwenhuis
€ 17,35
In de achttiende eeuw is de verloskunde als academische discipline gevestigd en valt gelijktijdig de opkomst waar te nemen van de mannelijke verloskundige: de vroedmeester. Deze ontwikkelingen worden wel als de 'verloskundige revolutie' aangeduid. In dit kader past ook het vestigen van de verloskunde als apart specialisme, wat in ons land voor het eerst in Amsterdam gebeurde. In 1946 werd daar het vroedmeesterschap losgemaakt van de uitoefening van de algemene heelmeesterpraktijk en gebonden aan een apart examen. In de meeste westerse landen hebben de vroedvrouwen sedertdien flink terrein verloren en is de klinische bevalling regel geworden. De grotere rol van de mannelijke verloskundige heeft geleid tot een toename van medische interventies in de tot dan toe door vroedvrouwen beheerste verloskundige praktijk. Op dit patroon vormt Nederland een uitzondering. De thuisbevalling is hier veel vaker blijven voorkomen dan elders, terwijl de medicalisering van de verloskunde minder ver is voortgeschreden. Kenmerkend voor ons land is juist de sterke positie van de vroedvrouw en de met haar verbonden bevallingscultuur. De wortels daarvan zijn reeds in de achttiende eeuw zichtbaar, zoals in dit boek wordt geschetst. Centraal staat een tweetal grote conflicten die in Amsterdam tussen 1746 en 1805 rond het vroedmeesterschap en de toegang tot de vroedmarkt zijn uitgevochten.
Het democratisch ongeduld. de emancipatie en integratie van zes doelgroepen van het minderhedenbeleid
door Hans Vermeulen, Rinus Penninx
€ 17,02
Wanneer mensen zich vestigen in een nieuwe samenleving, moeten zij voor zichzelf en hun kinderen een plaats veroveren. De Nederlandse overheid vindt dat die plek gelijkwaardig moet zijn aan die van de gevestigden binnen de verzorgingsstaat. Het proces van integratie en emancipatie kost echter tijd. Tijd die vaak eerder uitgedrukt moet worden in generaties dan in jaren. In de praktijk zijn echter de mensen en instanties die bij dit proces betrokken zijn ongeduldig. Zij leggen het accent te veel op de nog niet verwezenlijkte gelijkheid en te weinig op de resultaten van het integratieproces. Ten onrechte, luidt één van de conclusies van deze bundel waarin het integratieproces van zes doelgroepen van het minderhedenbeleid over langere termijn in kaart is gebracht.
Het democratisch ongeduld. de emancipatie en integratie van zes doelgroepen van het minderhedenbeleid
door Hans Vermeulen, Rinus Penninx
€ 17,02
Wanneer mensen zich vestigen in een nieuwe samenleving, moeten zij voor zichzelf en hun kinderen een plaats veroveren. De Nederlandse overheid vindt dat die plek gelijkwaardig moet zijn aan die van de gevestigden binnen de verzorgingsstaat. Het proces van integratie en emancipatie kost echter tijd. Tijd die vaak eerder uitgedrukt moet worden in generaties dan in jaren. In de praktijk zijn echter de mensen en instanties die bij dit proces betrokken zijn ongeduldig. Zij leggen het accent te veel op de nog niet verwezenlijkte gelijkheid en te weinig op de resultaten van het integratieproces. Ten onrechte, luidt één van de conclusies van deze bundel waarin het integratieproces van zes doelgroepen van het minderhedenbeleid over langere termijn in kaart is gebracht.

Bridges & Watersheds. A narrative analysis of watermanagement in England, Wales and the Netherlands
door Willemijn Dicke
€ 22,50
What is good water management, if we take scarcity of water, combined with climate change, the rise of sea level and a growing world population into account? Can water management be privatized? Or should the role and the position of the nation state even be strengthened to protect the environment and the citizens? Dicke has conducted a narrative analysis of water management in England, Wales and the Netherlands. Hundred years ago, water used to be a national public good. The nation state was pivotal in water management. Nowadays, water is considered to be part of a global water system. This view transforms water from a national to a global public good. As a result, the nation state is not the only actor, which has a say in the management of this global public good. This transformation places the public private divide once again at the center of attention.
The present debate about privatization, both in England and in the Netherlands, is incomplete. It does not take all dimensions of the public private divide into account. Dicke suggests that both visibility (transparency) and collectivity (water belongs to us all) should be considered. The issue is not whether water management is provided by a nation state or not. The issue should be whether the dimensions of collectivity and visibility are well balanced. This can only be achieved through a restoration of the link between water and society.
Willemijn Dicke is assistant professor at Delft University of Technology at the Department of Public Management Organisation & Management.
Bridges & Watersheds. A narrative analysis of watermanagement in England, Wales and the Netherlands
door Willemijn Dicke
€ 22,50
What is good water management, if we take scarcity of water, combined with climate change, the rise of sea level and a growing world population into account? Can water management be privatized? Or should the role and the position of the nation state even be strengthened to protect the environment and the citizens? Dicke has conducted a narrative analysis of water management in England, Wales and the Netherlands. Hundred years ago, water used to be a national public good. The nation state was pivotal in water management. Nowadays, water is considered to be part of a global water system. This view transforms water from a national to a global public good. As a result, the nation state is not the only actor, which has a say in the management of this global public good. This transformation places the public private divide once again at the center of attention.
The present debate about privatization, both in England and in the Netherlands, is incomplete. It does not take all dimensions of the public private divide into account. Dicke suggests that both visibility (transparency) and collectivity (water belongs to us all) should be considered. The issue is not whether water management is provided by a nation state or not. The issue should be whether the dimensions of collectivity and visibility are well balanced. This can only be achieved through a restoration of the link between water and society.
Willemijn Dicke is assistant professor at Delft University of Technology at the Department of Public Management Organisation & Management.
