Strafbare dwang. Over het bestanddeel ‘dwingen’ en strafbaarstellingen van dwang, in het bijzonder art. 284 Sr
€ 48,00
Een beduidend aantal Nederlandse strafbaarstellingen
is opgetrokken rond het werkwoord ‘dwingen’, ook wel
dwangdelicten genoemd. Te denken valt aan bepaalde
misdrijven tegen overheidsorganen, aan vormen van
mensenhandel, aan afpersing en afdreiging, maar ook aan
aanranding en verkrachting. De vraag wat het bestanddeel
‘dwingen’ precies inhoudt is daarmee zowel juridisch als
maatschappelijk van grote betekenis. In deze wetenschappelijke
studie wordt het bestanddeel ‘dwingen’
grondig geanalyseerd. Ve…
Op voorraad
Een beduidend aantal Nederlandse strafbaarstellingen
is opgetrokken rond het werkwoord ‘dwingen’, ook wel
dwangdelicten genoemd. Te denken valt aan bepaalde
misdrijven tegen overheidsorganen, aan vormen van
mensenhandel, aan afpersing en afdreiging, maar ook aan
aanranding en verkrachting. De vraag wat het bestanddeel
‘dwingen’ precies inhoudt is daarmee zowel juridisch als
maatschappelijk van grote betekenis. In deze wetenschappelijke
studie wordt het bestanddeel ‘dwingen’
grondig geanalyseerd. Verschillende deelproblemen
passeren de revue, zoals de onvrijwilligheid en het
bewustzijn van de gedwongene, het opzet van de
dwinger en de onvermijdbaarheid van de gevolgen.
Daarnaast richt het onderzoek zich op de inhoud
en strekking van de algemene dwangbepaling art.
284 Sr, waarbij de ook elders voorkomende dwangmiddelen
‘geweld’, ‘bedreiging’ en de ‘andere feitelijkheid’
uitvoerig worden belicht. Door de congruente structuur
van de dwangdelicten worden vele daarvan bij de
analyse betrokken (in het bijzonder verkrachting en
aanranding) en gelden conclusies dikwijls voor de gehele
delictscategorie. Dit boek besteedt aandacht aan het
positiefrechtelijk kader en de knelpunten daarin.
Daardoor is het interessant voor de rechtspraktijk, de
wetgever en de wetenschap.
Kai Lindenberg is strafrechtjurist en als universitair
docent verbonden aan de sectie Algemene Rechtswetenschap
bij de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van
de Rijksuniversiteit Groningen.Gedurende het onderzoek
was hij werkzaam bij de vakgroep Strafrecht en
Criminologie van dezelfde faculteit.


