Hoe sterk is de eenzame fietser? Een onderzoek naar de relatie tussen individuele ontwikkeling en de toegankelijkheid van het onderwijsbestel in Nederland
€ 39,00
Onderwijs is voorwerp van aanhoudende zorg voor de overheid en desondanks (of juist
daarom?) bron van aanhoudende publieke kritiek. Wie geïnteresseerd is in de kenmerkende
eigenschappen van het Nederlandse onderwijs en de gevolgen daarvan voor de
individuele leerling en student, mag dit boek niet ongelezen laten.
Aan de hand van zijn eigen levensgeschiedenis en ervaringen – hij was leerling, student,
leraar, leidinggevende en onderwijsbestuurder – legt de auteur de wortels bloot van het
onderwijss…
Op voorraad
Onderwijs is voorwerp van aanhoudende zorg voor de overheid en desondanks (of juist
daarom?) bron van aanhoudende publieke kritiek. Wie geïnteresseerd is in de kenmerkende
eigenschappen van het Nederlandse onderwijs en de gevolgen daarvan voor de
individuele leerling en student, mag dit boek niet ongelezen laten.
Aan de hand van zijn eigen levensgeschiedenis en ervaringen – hij was leerling, student,
leraar, leidinggevende en onderwijsbestuurder – legt de auteur de wortels bloot van het
onderwijsstelsel zoals zich dat de afgelopen vijftig jaar heeft ontwikkeld. Hij neemt daarbij
specifiek belangrijke fenomenen in de onderwijsgeschiedenis, zoals de Mammoetwet en
de ROC-vorming onder de loep. Hij laat zien wat de onderliggende ideologische waarden
zijn die het overheidsbeleid hebben bepaald en van welke invloed deze zijn geweest op de
vormgeving en prestaties van het onderwijs in de afgelopen decennia. De studie richt zich
met name op het begrip ‘toegankelijkheid’ en de mate waarin het bestel tegemoet komt
aan de behoeften en talenten van het individu. De studie laat zien dat het Nederlandse onderwijs
wellicht wel pro forma, maar zelden de facto rekening houdt met de belangen van
de onderwijsvrager. Het Nederlandse onderwijs dient vooral de belangen van maatschappelijke
partijen en is als zodanig voortdurend inzet van een machtsstrijd om het bezit van
de instituties in het publieke domein.
Het boek ontleent zijn unieke karakter aan het gegeven dat voor het empirisch feitenmateriaal
gebruik is gemaakt van de autobiografie van de auteur. Hiermee verkrijgt het boek het
karakter van een egodocument en verschaft het de lezer een gedetailleerd en persoonlijk
inzicht in de wijze waarop de afgelopen halve eeuw politieke ideologieën (deels) strandden
op de weerbarstige praktijk en op individuele weerstand. Soms onthutsend, altijd
boeiend.
Leo Lenssen (1947) begon zijn onderwijscarriëre als onderwijzer in Rotterdam.
Hij was als bestuurder nauw betrokken bij de totstandkoming van de Regionale
Opleidingen Centra en is thans Lector Maatschappelijk Ondernemerschap. In
2003 verwierf hij landelijke bekendheid met zijn uitspraken, aanleiding tot heftige
kritiek, over de ongebruikte vermogens van scholen. Hij was mede-samensteller
van ‘Van Wie is het Onderwijs’ (2007), een bundel met bijdragen over de (machts)
verhoudingen in het onderwijs.


