Handboek Neurologische communicatiestoornissen
€ 35,90
Dit handboek is bedoeld voor iedereen die interesse heeft voor neurogene
communicatiestoornissen
in de ruime zin van het woord. Naast de primaire neurologische
spraak- en taalstoornissen (afasie, dysartrie en apraxie), gaat het boek
ook in op
communicatiestoornissen die samengaan met andere, meer algemene
neurologische
dysfuncties en condities (dementie, craniocerebrale traumata en
rechterhemisfeerletsels).
De beschreven aandoeningen worden zoveel mogelijk gekaderd in het ICF-…
Op voorraad
Dit handboek is bedoeld voor iedereen die interesse heeft voor neurogene
communicatiestoornissen
in de ruime zin van het woord. Naast de primaire neurologische
spraak- en taalstoornissen (afasie, dysartrie en apraxie), gaat het boek
ook in op
communicatiestoornissen die samengaan met andere, meer algemene
neurologische
dysfuncties en condities (dementie, craniocerebrale traumata en
rechterhemisfeerletsels).
De beschreven aandoeningen worden zoveel mogelijk gekaderd in het ICF-
model
– International Classification of Functioning, Disability and Health, dat
ontwikkeld
werd door de Wereldgezondheidsorganisatie. Neurologische spraak-, taal- en
communicatiestoornissen leiden immers niet enkel tot gestoorde
lichaamsstructuren
en -functies, maar ook tot beperkingen op het vlak van het uitvoeren van
activiteiten
en tot restricties bij het participeren aan het sociaal en maatschappelijk
leven. Elke ernstige neurologische aandoening geeft bovendien aanleiding
tot een
sterk verminderde levenskwaliteit, zeker wanneer de communicatie is
aangetast.
Ten slotte mag ook de invloed van contextuele factoren niet worden
onderschat,
zoals de belangrijke rol die personen uit de omgeving spelen.
Ook taalveranderingen die samengaan met de normale oude dag, komen aan
bod.
Hierbij gaat het weliswaar niet om taalstoornissen, zoals die voorkomen
bij bijvoorbeeld
afasie, of om taalproblemen die secundair zijn aan diffuse hersenschade,
zoals bij dementering of een niet-aangeboren hersenletsel. Maar om een
adequate
differentiële diagnose te stellen, is het belangrijk om enige notie te
hebben van de
fenomenen die zich bij het normale verouderingsproces voordoen.
Eric Manders doceerde tot voor kort aan de Afdeling Logopedische en Audiologische
Wetenschappen van de KU Leuven, waar hij het opleidingsonderdeel Neurologische
Spraak- en Taalstoornissen verzorgde. Hij doceerde ook lange tijd aan
het Departement Logopedie en Audiologie van Thomas More in Antwerpen en was
werkzaam in het UZ Leuven, waar hij onder meer betrokken was bij de diagnostiek
en de behandeling van mensen met neurogene communicatiestoornissen en de
groepstherapie voor mensen met afasie begeleidde.

