Empathie. Hoeksteen of struikelblok in psychoanalytische psychotherapie (Reeks psychoanalytisch Actueel, nr. 8)
€ 17,00
Empathie is etymologisch afkomstig van het Griekse ‘en’ en ‘patheia’ en betekent aangedaan zijn door
wat er in een ander gebeurt. Het is een complex concept, zowel verwant met als verschillend van andere
psychoanalytische concepten zoals identificatie, concordante tegenoverdracht, attunement, containment,
sharing, rapport, steun.
Empathie verwijst naar het vermogen zich in de plaats te stellen van de ander,
empathie is meeleven met en voelen wat de ander voelt.
Empathie is een fenomen…
Op voorraad
Empathie is etymologisch afkomstig van het Griekse ‘en’ en ‘patheia’ en betekent aangedaan zijn door
wat er in een ander gebeurt. Het is een complex concept, zowel verwant met als verschillend van andere
psychoanalytische concepten zoals identificatie, concordante tegenoverdracht, attunement, containment,
sharing, rapport, steun.
Empathie verwijst naar het vermogen zich in de plaats te stellen van de ander,
empathie is meeleven met en voelen wat de ander voelt.
Empathie is een fenomenologisch en een
psychotherapeutisch concept maar het blijft de vraag of empathie verzoenbaar is met analytische
neutraliteit. Vaak in het begin van hun carrière gaan psychotherapeuten er ten onrechte vanuit dat
empathie de garantie betekent voor therapeutisch succes en dat dit de noodzakelijke en voldoende
voorwaarde vormt voor het welslagen van een therapie.
Empathie is in de eerste plaats een intermenselijke
vaardigheid die zich in de loop van het leven progressief ontwikkelt.
In de cognitieve psychologie is
vooral het ontwikkelingstraject van de empathie tijdens de lagere schoolperiode beschreven, in de
psychodynamische psychologie komen eerder de voorlopers van de empathie-ontwikkeling èn de
conflicten rondom empathie in de adolescentie aan bod. Ook uit het psychotherapieonderzoek komt
empathie naar voor als een belangrijke variabele.
Op basis van meta-analyses van outcome-onderzoek
blijken specifieke behandelvormen en technieken slechts maximaal vijftien procent van de outcome
variantie te verklaren. Zij liggen hiermee in een nek-aan-nek race met de placebo-effecten ‘verwachting,
hoop en geloof in verandering’. Veertig procent is toe te schrijven aan factoren buiten de therapie zoals
spontaan herstel, toevallige factoren in het leven van de cliënt en sociale ondersteuning. De overige
dertig procent tenslotte is toe te schrijven aan ‘gemeenschappelijke factoren’, dit zijn relatiefactoren die
in de meeste therapieën een rol spelen, zoals: empathie, betrokkenheid, aanvaarding van de cliënt,
eigenschappen van cliënt en therapeut en van de therapeutische alliantie.
Empirisch onderzoek van de
jaren 1950 tot nu heeft aangetoond dat empathie tussen zeven en tien procent van de outcome variantie
verklaart: minstens evenveel en waarschijnlijk meer dan het percentage dat verklaard wordt door
specifieke interventies.
In het boek wordt de betekenis van het concept ‘empathie’ voor de psychotherapie genuanceerd belicht.
Er gaat veel aandacht naar het belang van empathie in psychoanalytische psychotherapie. Het geheel
wordt geïllustreerd met klinische gevallen. Ook de neurobiologische aspecten en de
ontwikkelingsgeschiedenis van empathie worden beschreven.
In een apart hoofdstuk wordt de centrale
rol van empathie in de experiëntiële psychotherapie belicht. Aan dit boek hebben gerenommeerde en
internationaal bekende psychoanalytici en psychotherapeuten meegewerkt.
Marc Hebbrecht (psychiater en psychoanalyticus) en Ingrid Demuynck (psychologe en psychoanalytica) zijn
bestuursleden van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Psychotherapie.
Met bijdragen van Stefano Bolognini, Ingrid Demuynck, Marc Hebbrecht, Mark Kinet, Patrick Meurs,
Greet Vanaerschot, Michèle Van Lysebeth-Ledent en Ton van Strien.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.

