
De etnisch-culturele positie van de tweede generatie Surinamers
€ 14,75
Kunnen kinderen van Surinamers, Turken en Marokkanen in Nederland eigenlijk wel tot de ‘etnische minderheden’ gerekend worden? In dit boek doet Anja van Heelsum verslag van een onderzoek onder tweede-generatie Surinamers in Amsterdam. Zij vraagt zich daarbij af welke positie zij innemen en hoe die gemeten kan worden.
Uit de resultaten wordt duidelijk dat de integratie van Surinamers veel sneller plaatsvindt dan wel gedacht wordt. Zo blijkt bijvoorbeeld dat tweede-generatie Surinamers een vergelijk…
Kunnen kinderen van Surinamers, Turken en Marokkanen in Nederland eigenlijk wel tot de ‘etnische minderheden’ gerekend worden? In dit boek doet Anja van Heelsum verslag van een onderzoek onder tweede-generatie Surinamers in Amsterdam. Zij vraagt zich daarbij af welke positie zij innemen en hoe die gemeten kan worden.
Uit de resultaten wordt duidelijk dat de integratie van Surinamers veel sneller plaatsvindt dan wel gedacht wordt. Zo blijkt bijvoorbeeld dat tweede-generatie Surinamers een vergelijkbaar opleidingsniveau hebben al hun Nederlandse leeftijdgenoten. Helt problematische beeld van minderheden in de Nederlandse samenleving komt daarmee onder druk te staan.
Het onderzoek is niet alleen interessant vanwege deze belangrijke conclusie, maar het biedt ook een grondige en uitgebreide methodische en theoretische onderbouwing van het operationaliseringsproces van de etnisch-culturele positie.
Boek informatie
Gerelateerde producten

Bridges & Watersheds. A narrative analysis of watermanagement in England, Wales and the Netherlands
Bridges & Watersheds. A narrative analysis of watermanagement in England, Wales and the Netherlands
Europa: ja, nee, geen mening. Europese gezindheid in Nederland
Op 18 juni van dit jaar publiceerde NRC Handelsblad een aantal resultaten van een enquéte naar wat de Nederlandse bevolking vindt van de Europese integratie. Het ging om een onderzoek dat deze krant samen met de auteurs van dit boek had opgezet en dat enige weken daarvoor door de Stichting Telepanel te Amsterdam was uitgevoerd. Het bericht haalde de voorpagina. De kop luidde 'Europese gezindheid Nederlanders gering'. In dezelfde krant kreeg de enquéte nog meer aandacht. In een begeleidend commentaar plaatste Paul Kapteyn de resultaten in breder verband. Hier was de kop 'Tussen Nederland en Europa gaapt een diep gat'. De boodschap was duidelijk.
De publicaties bleven niet onopgemerkt. Het toeval wilde dat de volgende dag in de Tweede Kamer een debat begon over de Europese integratie. Aanleiding vormde de aanstaande bijeenkomst van regeringsleiders in Florence, maar de inzet was breder. Hoe stevig was de al oude consensus over de Nederlandse Europese politiek? In de discussie van fractieleiders en regering werd herhaaldelijk naar de enquéte verwezen. Was het waar, zoals het krantenbericht beweerde, dat de pro-Europese politiek van Nederland niet steunde op een overeenkomstige gezindheid bij de Nederlandse bevolking, en wat zouden daarvan de consequenties moeten zijn? Minister van Buitenlandse Zaken en eerst verantwoordelijke voor Europese Zaken, Hans van Mierlo, nam de uitslag serieus. Enerzijds had hij zo z'n bedenkingen over de objectiviteit van sommige vragen - voor zover hem die uit de krant bekend waren -, maar anderzijds erkende hij het probleem. De Nederlandse bevolking is niet voldoende geïnformeerd en voelt zich weinig betrokken. Dat hier een taak lag, was de bewindsman duidelijk.
Europa: ja, nee, geen mening. Europese gezindheid in Nederland
Op 18 juni van dit jaar publiceerde NRC Handelsblad een aantal resultaten van een enquéte naar wat de Nederlandse bevolking vindt van de Europese integratie. Het ging om een onderzoek dat deze krant samen met de auteurs van dit boek had opgezet en dat enige weken daarvoor door de Stichting Telepanel te Amsterdam was uitgevoerd. Het bericht haalde de voorpagina. De kop luidde 'Europese gezindheid Nederlanders gering'. In dezelfde krant kreeg de enquéte nog meer aandacht. In een begeleidend commentaar plaatste Paul Kapteyn de resultaten in breder verband. Hier was de kop 'Tussen Nederland en Europa gaapt een diep gat'. De boodschap was duidelijk.
De publicaties bleven niet onopgemerkt. Het toeval wilde dat de volgende dag in de Tweede Kamer een debat begon over de Europese integratie. Aanleiding vormde de aanstaande bijeenkomst van regeringsleiders in Florence, maar de inzet was breder. Hoe stevig was de al oude consensus over de Nederlandse Europese politiek? In de discussie van fractieleiders en regering werd herhaaldelijk naar de enquéte verwezen. Was het waar, zoals het krantenbericht beweerde, dat de pro-Europese politiek van Nederland niet steunde op een overeenkomstige gezindheid bij de Nederlandse bevolking, en wat zouden daarvan de consequenties moeten zijn? Minister van Buitenlandse Zaken en eerst verantwoordelijke voor Europese Zaken, Hans van Mierlo, nam de uitslag serieus. Enerzijds had hij zo z'n bedenkingen over de objectiviteit van sommige vragen - voor zover hem die uit de krant bekend waren -, maar anderzijds erkende hij het probleem. De Nederlandse bevolking is niet voldoende geïnformeerd en voelt zich weinig betrokken. Dat hier een taak lag, was de bewindsman duidelijk.