Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Wouter heeft een heel leven in te halen. Ons leven voor en na Wouters ASS-diagnose op latere leeftijd

 18,00

Toen we elkaar ontmoetten was Wouter 54 jaar oud. Pas op zijn 60e zou hij de diagnose ASS krijgen. Voordat hij de diagnose kreeg, vielen me bepaalde eigenaardigheden aan Wouter op. Toch had ik, als leerkracht in het speciaal onderwijs met kinderen met ASS in mijn klas, niet in de gaten dat hij ASS had. Wouter worstelde met heel wat onzekerheden, over waarom bepaalde gebeurtenissen in zijn leven niet goed waren gegaan. Zijn eigenaardigheden bemoeilijkten onze relatie soms zodanig dat hij hulp ging zoeken. Toen uiteindelijk de diagnose ASS viel, was er opluchting en viel de puzzel op zijn plaats.

Na zijn diagnose was het eerste wat hij tegen me zei: ‘Ik heb een heel leven in te halen.’ Een zin die me diep raakte. Zijn kijk op de wereld moest worden bijgesteld en in veel opzichten zelfs opnieuw worden geleerd. Hij was er heilig van overtuigd – en nu nog steeds – dat hij veel kan leren, veranderen en groeien. Aan de hand van een aantal voorbeelden en vragen aan Wouter ga ik dieper in op het begrip ASS en hoe ASS zich bij Wouter in het bijzonder manifesteert. Na zijn pensionering schreef Wouter zijn memoires. Wouters ‘dagboek’ biedt onthullende inzichten in zijn leven. Daarom werden ze ook in dit verhaal verweven.

Merle Peschel (pseudoniem), geboren in 1952 in Den Haag (Nederland), studeerde kunst en kunstgeschiedenis aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Maastricht, orthopedagogische visuele vormgeving aan de Hogeschool Maastricht en lerares speciaal onderwijs aan de Universiteit van Keulen.



Quick View

Wouter heeft een heel leven in te halen. Ons leven voor en na Wouters ASS-diagnose op latere leeftijd

 18,00

Toen we elkaar ontmoetten was Wouter 54 jaar oud. Pas op zijn 60e zou hij de diagnose ASS krijgen. Voordat hij de diagnose kreeg, vielen me bepaalde eigenaardigheden aan Wouter op. Toch had ik, als leerkracht in het speciaal onderwijs met kinderen met ASS in mijn klas, niet in de gaten dat hij ASS had. Wouter worstelde met heel wat onzekerheden, over waarom bepaalde gebeurtenissen in zijn leven niet goed waren gegaan. Zijn eigenaardigheden bemoeilijkten onze relatie soms zodanig dat hij hulp ging zoeken. Toen uiteindelijk de diagnose ASS viel, was er opluchting en viel de puzzel op zijn plaats.

Na zijn diagnose was het eerste wat hij tegen me zei: ‘Ik heb een heel leven in te halen.’ Een zin die me diep raakte. Zijn kijk op de wereld moest worden bijgesteld en in veel opzichten zelfs opnieuw worden geleerd. Hij was er heilig van overtuigd – en nu nog steeds – dat hij veel kan leren, veranderen en groeien. Aan de hand van een aantal voorbeelden en vragen aan Wouter ga ik dieper in op het begrip ASS en hoe ASS zich bij Wouter in het bijzonder manifesteert. Na zijn pensionering schreef Wouter zijn memoires. Wouters ‘dagboek’ biedt onthullende inzichten in zijn leven. Daarom werden ze ook in dit verhaal verweven.

Merle Peschel (pseudoniem), geboren in 1952 in Den Haag (Nederland), studeerde kunst en kunstgeschiedenis aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Maastricht, orthopedagogische visuele vormgeving aan de Hogeschool Maastricht en lerares speciaal onderwijs aan de Universiteit van Keulen.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View

Grondbeginselen van de btw – 7e uitgave

 55,00


Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Gezondheid en gezondheidszorg in de stad Antwerpen tijdens de Eerste Wereldoorlog (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg, nr. 21)

 21,00

Bij de inval van de Duitse legers in België in augustus 1914 stonden in Antwerpen meerdere ziekenhuizen en een groot aantal veldhospitalen ter beschikking voor de opvang van gekwetste of zieke Belgische, geallieerde en nadien ook Duitse soldaten. Op 9 oktober 1914 capituleerde de vesting Antwerpen na zware beschietingen en bombardementen en installeerden de Duitse medische diensten zich in de stad. Het Militair Ziekenhuis werd tot Festungslazarett omgevormd en in de stad werden meerdere instellingen voor verzorging van de gekwetste en zieke Duitse soldaten opgericht. Samenwerking met de Antwerpse stedelijke en provinciale diensten was onvermijdelijk, maar werd zoveel als mogelijk vermeden.

Gedurende de vier jaar durende bezetting bedreigden vooral twee problemen de Antwerpse bevolking: hongersnood en een aantal infectieziekten. De hongersnood kon voor een deel opgevangen worden door de snelle tussenkomst van de lokale besturen en vooral van de internationale organisatie Nationaal Hulp en Voedingscomité (NHVC) die over het gehele land werkzaam was en ook in Antwerpen op verschillende niveaus werkte. In Antwerpen kwam deze organisatie vanaf 1916 ook tussen in de onkosten van de medische hulp bij sommige patiënten. In een later stadium subsidieerde het NHVC ook nog meerdere ziekenfondsen die het moeilijk hadden gekregen. Daardoor werd het betrokken bij een zwaar conflict tussen een van de grote ziekenfondsen en het verbond van Antwerpse artsen.

Gegevens over infectieziekten en gegevens zoals de sterfte in de Antwerpse bevolking tijdens de bezetting zijn bewaard gebleven en werden na de oorlog gepubliceerd: ze zijn een unieke bron gebleken en laten een statistisch onderzoek toe.

Tot slot wordt vermeld dat ook het met de bezetter collaborerende activisme tijdens de oorlog een, zij het beperkte, rol heeft gespeeld in de bescherming van de volksgezondheid in Antwerpen. Die hield op bij het beëindigen van de vijandigheden.

Prof. em. dr. Karel J. Van Acker, doctor in de genees-, heel- en verloskunde en geneesheer-specialist in de kindergeneeskunde, werkte als gewoon hoogleraar kindergeneeskunde aan de Universiteit Antwerpen. Hij was ook diensthoofd van de afdeling kindergeneeskunde aan het Universitair Ziekenhuis in Antwerpen.



Quick View

Gezondheid en gezondheidszorg in de stad Antwerpen tijdens de Eerste Wereldoorlog (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg, nr. 21)

 21,00

Bij de inval van de Duitse legers in België in augustus 1914 stonden in Antwerpen meerdere ziekenhuizen en een groot aantal veldhospitalen ter beschikking voor de opvang van gekwetste of zieke Belgische, geallieerde en nadien ook Duitse soldaten. Op 9 oktober 1914 capituleerde de vesting Antwerpen na zware beschietingen en bombardementen en installeerden de Duitse medische diensten zich in de stad. Het Militair Ziekenhuis werd tot Festungslazarett omgevormd en in de stad werden meerdere instellingen voor verzorging van de gekwetste en zieke Duitse soldaten opgericht. Samenwerking met de Antwerpse stedelijke en provinciale diensten was onvermijdelijk, maar werd zoveel als mogelijk vermeden.

Gedurende de vier jaar durende bezetting bedreigden vooral twee problemen de Antwerpse bevolking: hongersnood en een aantal infectieziekten. De hongersnood kon voor een deel opgevangen worden door de snelle tussenkomst van de lokale besturen en vooral van de internationale organisatie Nationaal Hulp en Voedingscomité (NHVC) die over het gehele land werkzaam was en ook in Antwerpen op verschillende niveaus werkte. In Antwerpen kwam deze organisatie vanaf 1916 ook tussen in de onkosten van de medische hulp bij sommige patiënten. In een later stadium subsidieerde het NHVC ook nog meerdere ziekenfondsen die het moeilijk hadden gekregen. Daardoor werd het betrokken bij een zwaar conflict tussen een van de grote ziekenfondsen en het verbond van Antwerpse artsen.

Gegevens over infectieziekten en gegevens zoals de sterfte in de Antwerpse bevolking tijdens de bezetting zijn bewaard gebleven en werden na de oorlog gepubliceerd: ze zijn een unieke bron gebleken en laten een statistisch onderzoek toe.

Tot slot wordt vermeld dat ook het met de bezetter collaborerende activisme tijdens de oorlog een, zij het beperkte, rol heeft gespeeld in de bescherming van de volksgezondheid in Antwerpen. Die hield op bij het beëindigen van de vijandigheden.

Prof. em. dr. Karel J. Van Acker, doctor in de genees-, heel- en verloskunde en geneesheer-specialist in de kindergeneeskunde, werkte als gewoon hoogleraar kindergeneeskunde aan de Universiteit Antwerpen. Hij was ook diensthoofd van de afdeling kindergeneeskunde aan het Universitair Ziekenhuis in Antwerpen.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Netwijdte. De sublieme verbeelding van het internet in de Nederlandse en Vlaamse roman (Reeks ‘Academisch Literair’, nr. 15)

 31,00

In het leven van alledag is het internet zo alomtegenwoordig dat de grenzen tussen online en offline niet zo simpel meer te trekken zijn. Daarmee bepalen digitale media in grote mate op welke wijze wij kennis vergaren over onszelf en de wereld. Ook in de hedendaagse roman zijn die verschuivingen aanwijsbaar. Netwijdte biedt een literatuurwetenschappelijk overzicht van Nederlandse en Vlaamse romans uit de afgelopen drie decennia die de veranderende omgang met het internet aanschouwelijk maken. Schipperend tussen dystopische schrikbeelden en nieuwsgierig optimisme hebben talloze schrijvers, van Andreas Burnier tot Aafke Romeijn, in de digitale informatiestroom naar betekenis gezocht. Heeft het internet kennis zichtbaarder en toegankelijker gemaakt? Of hebben de datawolken en informatiefuiken ons mens- en wereldbeeld enkel vertroebeld?

Deze literaire verbeelding valt te begrijpen aan de hand van de esthetische traditie van het sublieme. De oneindige mogelijkheden en gevaren van onze wereldwijde informatie- en communicatienetwerken, zo laat dit boek zien, vragen om beelden en stijlregisters die huiver en aantrekking samenballen. In Netwijdte onderzoekt de auteur de uiteenlopende verteltechnieken waarmee de hedendaagse roman fenomenen zoals dataficering, virtuele werelden en black boxes in verhalen weet te gieten. Een brede selectie aan bekende en minder bekende romans komt aan bod. Daarnaast presenteert deze studie diepgravende analyses van het werk van Anjet Daanje, Maxim Februari, David Nolens, Peter Verhelst en Tonnus Oosterhoff.

Ruben Vanden Berghe doctoreerde in 2024 aan de Universiteit Gent op een proefschrift over de sublieme verbeelding van het internet in de Nederlandse en Vlaamse roman. Momenteel doceert hij literatuurwetenschap en Nederlandse letterkunde aan de Vrije Universiteit Brussel en is hij als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan Tilburg University. Hij publiceert over experimentele en moderne literatuur uit Nederland en Vlaanderen.



Quick View

Netwijdte. De sublieme verbeelding van het internet in de Nederlandse en Vlaamse roman (Reeks ‘Academisch Literair’, nr. 15)

 31,00

In het leven van alledag is het internet zo alomtegenwoordig dat de grenzen tussen online en offline niet zo simpel meer te trekken zijn. Daarmee bepalen digitale media in grote mate op welke wijze wij kennis vergaren over onszelf en de wereld. Ook in de hedendaagse roman zijn die verschuivingen aanwijsbaar. Netwijdte biedt een literatuurwetenschappelijk overzicht van Nederlandse en Vlaamse romans uit de afgelopen drie decennia die de veranderende omgang met het internet aanschouwelijk maken. Schipperend tussen dystopische schrikbeelden en nieuwsgierig optimisme hebben talloze schrijvers, van Andreas Burnier tot Aafke Romeijn, in de digitale informatiestroom naar betekenis gezocht. Heeft het internet kennis zichtbaarder en toegankelijker gemaakt? Of hebben de datawolken en informatiefuiken ons mens- en wereldbeeld enkel vertroebeld?

Deze literaire verbeelding valt te begrijpen aan de hand van de esthetische traditie van het sublieme. De oneindige mogelijkheden en gevaren van onze wereldwijde informatie- en communicatienetwerken, zo laat dit boek zien, vragen om beelden en stijlregisters die huiver en aantrekking samenballen. In Netwijdte onderzoekt de auteur de uiteenlopende verteltechnieken waarmee de hedendaagse roman fenomenen zoals dataficering, virtuele werelden en black boxes in verhalen weet te gieten. Een brede selectie aan bekende en minder bekende romans komt aan bod. Daarnaast presenteert deze studie diepgravende analyses van het werk van Anjet Daanje, Maxim Februari, David Nolens, Peter Verhelst en Tonnus Oosterhoff.

Ruben Vanden Berghe doctoreerde in 2024 aan de Universiteit Gent op een proefschrift over de sublieme verbeelding van het internet in de Nederlandse en Vlaamse roman. Momenteel doceert hij literatuurwetenschap en Nederlandse letterkunde aan de Vrije Universiteit Brussel en is hij als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan Tilburg University. Hij publiceert over experimentele en moderne literatuur uit Nederland en Vlaanderen.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Artificial intelligence and criminal justice (Concept paper for the 2020-2024 IAPL cycle and resolutions of the XXIst International Congress of Penal Law, Paris, 25 – RIDP libri 12

 39,00

Recognizing the profound impact of AI on criminal justice, the IAPL devoted its 2020-2024 scientific cycle and its concluding XXIst Congress to examining the transformative effects of AI and the legal challenges it poses for both substantive and procedural criminal law. The topic was prepared through a concept paper and explored through four international colloquia, each culminating in the adoption of a set of resolutions addressing a distinct aspect of the criminal justice system. This issue wraps up the cycle, presenting the concept paper (in English) and the trilingual version of the four sets of resolutions.

Au vu de l’impact profond de l’IA sur la justice pénale, l’AIDP a consacré son cycle scientifique 2020-2024 et son XXIe Congrès à l’étude des effets transformateurs de l’IA et des défis juridiques qu’elle pose dans le cadre du droit pénal et de la procédure pénale. Le sujet a été abordé grâce à un document de réflexion initiale et exploré par la suite lors de quatre colloques internationaux, chacun aboutissant à l’adoption d’une série de résolutions portant sur un aspect distinct du système de justice pénale. Ce numéro conclut ce cycle scientifique par la publication du document de réflexion (en anglais) et la version trilingue des quatre séries de résolutions.

Dado el profundo impacto de la IA en la justicia penal, la AIDP dedicó su ciclo científico 2020-2024 y su XXIo Congreso a examinar los efectos transformadores de la IA y los retos jurídicos que plantea tanto para el derecho penal sustantivo como para el procesal. El tema se inició con un documento conceptual y se exploró a través de cuatro coloquios internacionales, cada uno de los cuales culminó con la adopción de un conjunto de resoluciones que abordaban un aspecto distinto del sistema de justicia penal. Este número cierra este ciclo, presentando el documento conceptual (en inglés) y la versión trilingüe de los cuatro conjuntos de resoluciones.

Katalin Ligeti is President of the AIDP/IAPL and Dean of the Faculty of Law, Economics and Finance and Professor of European and International Criminal Law at the University of Luxembourg.

John A.E. Vervaele is Honorary President of the AIDP/IAPL, Emeritus Professor at Utrecht University, The Netherlands, and Professor in European Criminal Law and Human Rights at the College of Europe, Bruges, Belgium

Gert Vermeulen is General Director Publications of the AIDP/IAPL, Editor-in-chief of the RIDP, and Senior Full Professor of European and international criminal law, sexual criminal law, and data protection law at Ghent University, Belgium.



Quick View

Artificial intelligence and criminal justice (Concept paper for the 2020-2024 IAPL cycle and resolutions of the XXIst International Congress of Penal Law, Paris, 25 – RIDP libri 12

 39,00

Recognizing the profound impact of AI on criminal justice, the IAPL devoted its 2020-2024 scientific cycle and its concluding XXIst Congress to examining the transformative effects of AI and the legal challenges it poses for both substantive and procedural criminal law. The topic was prepared through a concept paper and explored through four international colloquia, each culminating in the adoption of a set of resolutions addressing a distinct aspect of the criminal justice system. This issue wraps up the cycle, presenting the concept paper (in English) and the trilingual version of the four sets of resolutions.

Au vu de l’impact profond de l’IA sur la justice pénale, l’AIDP a consacré son cycle scientifique 2020-2024 et son XXIe Congrès à l’étude des effets transformateurs de l’IA et des défis juridiques qu’elle pose dans le cadre du droit pénal et de la procédure pénale. Le sujet a été abordé grâce à un document de réflexion initiale et exploré par la suite lors de quatre colloques internationaux, chacun aboutissant à l’adoption d’une série de résolutions portant sur un aspect distinct du système de justice pénale. Ce numéro conclut ce cycle scientifique par la publication du document de réflexion (en anglais) et la version trilingue des quatre séries de résolutions.

Dado el profundo impacto de la IA en la justicia penal, la AIDP dedicó su ciclo científico 2020-2024 y su XXIo Congreso a examinar los efectos transformadores de la IA y los retos jurídicos que plantea tanto para el derecho penal sustantivo como para el procesal. El tema se inició con un documento conceptual y se exploró a través de cuatro coloquios internacionales, cada uno de los cuales culminó con la adopción de un conjunto de resoluciones que abordaban un aspecto distinto del sistema de justicia penal. Este número cierra este ciclo, presentando el documento conceptual (en inglés) y la versión trilingüe de los cuatro conjuntos de resoluciones.

Katalin Ligeti is President of the AIDP/IAPL and Dean of the Faculty of Law, Economics and Finance and Professor of European and International Criminal Law at the University of Luxembourg.

John A.E. Vervaele is Honorary President of the AIDP/IAPL, Emeritus Professor at Utrecht University, The Netherlands, and Professor in European Criminal Law and Human Rights at the College of Europe, Bruges, Belgium

Gert Vermeulen is General Director Publications of the AIDP/IAPL, Editor-in-chief of the RIDP, and Senior Full Professor of European and international criminal law, sexual criminal law, and data protection law at Ghent University, Belgium.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Affectregulerende Vaktherapie – Basisboek – Vaktherapeutische behandeling voor kinderen van 4 tot 12 jaar

 23,50

Affectregulerende Vaktherapie is een ervaringsgerichte behandelwijze van affectregulatieproblemen die ontstaan in de vroege jeugd. Dit basisboek laat de lezer kennismaken met alle facetten van de interventie en de onderliggende theorieën over vaktherapie, affectregulatie, mentaliseren bevorderen en gehechtheid. Voor vaktherapeuten die al affectregulerend zijn opgeleid, is het een waardevol naslagwerk.

De interventie beschrijft zowel de inzet van het vaktherapeutisch middel, als de mentaliseren-bevorderende therapeuthouding. Samen vormen zij de basis voor de interactieve regulatie, waarmee het gestagneerde affectregulatieproces opnieuwe in ontwikkeling komt

Waar enerzijds de theorie verduidelijkt wordt, biedt anderzijds de gefaseerde uitwerking van de interventietechnieken en aanpak in sessies een praktisch kader. Ook is een concrete benadering uitgewerkt voor het betrekken van de context rond de cliënt.

Casuïstiek van a lle vaktherapeutische disciplines (beeldend, dans, drama, muziek, pm(k)t en spel) illustreert de behandelwijze. Het boek kan een bijdrage zijn aan het vinden van een gezamenlijke taal in het behandelen van cliënten met affectregulatieproblematiek, en sluit aan bij de transdiagnostische visie op affectregulatie.

De auteurs zijn ervaren vaktherapeuten, werkzaam in ggz-instellingen of in een eigen zelfstandige praktijk. De interventie Affectregulerende Vaktherapie is het resultaat van jarenlange praktijkervaring; vaktherapeuten van alle disciplines hebben meegedacht en beschreven wat werkt in de behandeling van cliënten met affectregulatieproblemen.



Quick View

Affectregulerende Vaktherapie – Basisboek – Vaktherapeutische behandeling voor kinderen van 4 tot 12 jaar

 23,50

Affectregulerende Vaktherapie is een ervaringsgerichte behandelwijze van affectregulatieproblemen die ontstaan in de vroege jeugd. Dit basisboek laat de lezer kennismaken met alle facetten van de interventie en de onderliggende theorieën over vaktherapie, affectregulatie, mentaliseren bevorderen en gehechtheid. Voor vaktherapeuten die al affectregulerend zijn opgeleid, is het een waardevol naslagwerk.

De interventie beschrijft zowel de inzet van het vaktherapeutisch middel, als de mentaliseren-bevorderende therapeuthouding. Samen vormen zij de basis voor de interactieve regulatie, waarmee het gestagneerde affectregulatieproces opnieuwe in ontwikkeling komt

Waar enerzijds de theorie verduidelijkt wordt, biedt anderzijds de gefaseerde uitwerking van de interventietechnieken en aanpak in sessies een praktisch kader. Ook is een concrete benadering uitgewerkt voor het betrekken van de context rond de cliënt.

Casuïstiek van a lle vaktherapeutische disciplines (beeldend, dans, drama, muziek, pm(k)t en spel) illustreert de behandelwijze. Het boek kan een bijdrage zijn aan het vinden van een gezamenlijke taal in het behandelen van cliënten met affectregulatieproblematiek, en sluit aan bij de transdiagnostische visie op affectregulatie.

De auteurs zijn ervaren vaktherapeuten, werkzaam in ggz-instellingen of in een eigen zelfstandige praktijk. De interventie Affectregulerende Vaktherapie is het resultaat van jarenlange praktijkervaring; vaktherapeuten van alle disciplines hebben meegedacht en beschreven wat werkt in de behandeling van cliënten met affectregulatieproblemen.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Lesgeven vanuit verbondenheid. Functies, pedagogiek en didactiek van het volwassenenonderwijs.

 32,00

Over onderwijs wordt behoorlijk veel geschreven. Maar het valt op dat het hier bijna altijd gaat over het leerplichtonderwijs (basisonderwijs en middelbaar) en het hoger onderwijs. Het volwassenenonderwijs daarentegen komt nauwelijks aan bod. Nochtans blijkt uit onderzoek dat het volwassenenonderwijs een belangrijke rol vervult in het emanciperen en empoweren van mensen in hun (beroeps)leven, wat aansluit op de brede invulling van deze onderwijsvorm die deze uitgave bepleit.

Dit boek levert een significante bijdrage aan de theorievorming én de praktijk van het volwassenenonderwijs.

Dit boek is in eerste instantie geschreven voor álle actoren binnen het (brede) volwassenenonderwijs (voor de leerkrachten, maar zeker ook voor coördinatoren en directie). Het boek biedt echter ook inspiratie aan andere opleiders, niet in het minst deze binnen graduaatsopleidingen en opleidingen met een arbeidsfinaliteit. Ook voor organisaties uit de socio-culturele sector die zich richten op volwassenen, is dit boek van grote waarde. Ten slotte zal ook de lerarenopleiding zich kunnen laten inspireren door de theorie en de praktijk die wordt voorgesteld.

Peter Verluyten is docent binnen het volwassenenonderwijs. Hij schrijft regelmatig over onderwijs en tracht daarbij de brug te slaan tussen theorie en praktijk.



Quick View

Lesgeven vanuit verbondenheid. Functies, pedagogiek en didactiek van het volwassenenonderwijs.

 32,00

Over onderwijs wordt behoorlijk veel geschreven. Maar het valt op dat het hier bijna altijd gaat over het leerplichtonderwijs (basisonderwijs en middelbaar) en het hoger onderwijs. Het volwassenenonderwijs daarentegen komt nauwelijks aan bod. Nochtans blijkt uit onderzoek dat het volwassenenonderwijs een belangrijke rol vervult in het emanciperen en empoweren van mensen in hun (beroeps)leven, wat aansluit op de brede invulling van deze onderwijsvorm die deze uitgave bepleit.

Dit boek levert een significante bijdrage aan de theorievorming én de praktijk van het volwassenenonderwijs.

Dit boek is in eerste instantie geschreven voor álle actoren binnen het (brede) volwassenenonderwijs (voor de leerkrachten, maar zeker ook voor coördinatoren en directie). Het boek biedt echter ook inspiratie aan andere opleiders, niet in het minst deze binnen graduaatsopleidingen en opleidingen met een arbeidsfinaliteit. Ook voor organisaties uit de socio-culturele sector die zich richten op volwassenen, is dit boek van grote waarde. Ten slotte zal ook de lerarenopleiding zich kunnen laten inspireren door de theorie en de praktijk die wordt voorgesteld.

Peter Verluyten is docent binnen het volwassenenonderwijs. Hij schrijft regelmatig over onderwijs en tracht daarbij de brug te slaan tussen theorie en praktijk.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Resolutions of the Congresses of the Association Internationale de Droit Pénal (1926 | 2024) (Bookseries RIDP libri 9 )

 39,00

José Luis de la Cuesta is Honorary President of the AIDP and Professor of Criminal Law at the University of the Basque Country (UPV/EHU). Isidoro Blanco Cordero is a member of the Committee of Reviewers of the RIDP and professor at the University of Alicante (Spain). Miren Odriozola Gurrutxaga is a member of the Scientific Committee of the AIDP, Lecturer in Criminal Law at the University of the Basque Country (UPV/ EHU) and member of the Basque Institute of Criminology.



Quick View

Resolutions of the Congresses of the Association Internationale de Droit Pénal (1926 | 2024) (Bookseries RIDP libri 9 )

 39,00

José Luis de la Cuesta is Honorary President of the AIDP and Professor of Criminal Law at the University of the Basque Country (UPV/EHU). Isidoro Blanco Cordero is a member of the Committee of Reviewers of the RIDP and professor at the University of Alicante (Spain). Miren Odriozola Gurrutxaga is a member of the Scientific Committee of the AIDP, Lecturer in Criminal Law at the University of the Basque Country (UPV/ EHU) and member of the Basque Institute of Criminology.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Forensische DNA-analyse in strafzaken

 45,00

De wet van 7 maart 2024, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 14 maart 2024, heeft de DNA-wetgeving grondig hervormd. In dit kader werden diverse bepalingen van het Wetboek van Strafvordering, de DNA-wet van 22 maart 1999 en de wet op het politieambt van 5 augustus 1992 gewijzigd. Door deze wetswijzigingen wordt de regelgeving inzake DNA-onderzoek verder verfijnd en afgestemd op de actuele wetenschappelijke en juridische ontwikkelingen.

Dit boek biedt een overzicht van de DNA-wetgeving, waarbij de recente wetswijzigingen werden geïntegreerd. Deze aanpassingen zijn verwerkt in de volgende hoofdstukken: 7 (DNA-profielen), 8 (Klassieke vergelijking van DNA-profielen), 9 (De familiale zoeking), 10 (Grootschalig verwantschapsonderzoek), 11 (DNA-fenotypering), 12 (DNA-databanken), 13 (Bewaarperiode van DNA-stalen), 14 (Internationale uitwisseling van DNA-profielen) en 17 (Seksueel strafrecht).

Patrick Herbots is advocaat aan de balie van Antwerpen. Hij publiceerde eerder in juridische tijdschriften zoals R.W., AdvocatenPraktijk, T.Strafr., NjW, Postal Memorialis, Vigiles, Rev.Dr.Mil., Jura Falconis en De Juristenkrant evenals in niet-juridische tijdschriften zoals Meet Music Magazine, Joods Actueel en China Vandaag. Van zijn hand verscheen eveneens de boeken Meer dan 100 dagen. Met terugblik 15 jaar later, Chinees & Siberisch sjamanisme. In vogelvlucht en Een pleidooi voor euthanasie zonder grenzen. Het ultieme zelfbeschikkingsrecht moet prevaleren.

Miet Driessen is advocaat aan de balies van Antwerpen en Leuven. Zij publiceerde eerder in juridische tijdschriften zoals NjW en De Juristenkrant. Ze heeft meer dan 35 jaar ervaring in de advocatuur.



Quick View

Forensische DNA-analyse in strafzaken

 45,00

De wet van 7 maart 2024, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 14 maart 2024, heeft de DNA-wetgeving grondig hervormd. In dit kader werden diverse bepalingen van het Wetboek van Strafvordering, de DNA-wet van 22 maart 1999 en de wet op het politieambt van 5 augustus 1992 gewijzigd. Door deze wetswijzigingen wordt de regelgeving inzake DNA-onderzoek verder verfijnd en afgestemd op de actuele wetenschappelijke en juridische ontwikkelingen.

Dit boek biedt een overzicht van de DNA-wetgeving, waarbij de recente wetswijzigingen werden geïntegreerd. Deze aanpassingen zijn verwerkt in de volgende hoofdstukken: 7 (DNA-profielen), 8 (Klassieke vergelijking van DNA-profielen), 9 (De familiale zoeking), 10 (Grootschalig verwantschapsonderzoek), 11 (DNA-fenotypering), 12 (DNA-databanken), 13 (Bewaarperiode van DNA-stalen), 14 (Internationale uitwisseling van DNA-profielen) en 17 (Seksueel strafrecht).

Patrick Herbots is advocaat aan de balie van Antwerpen. Hij publiceerde eerder in juridische tijdschriften zoals R.W., AdvocatenPraktijk, T.Strafr., NjW, Postal Memorialis, Vigiles, Rev.Dr.Mil., Jura Falconis en De Juristenkrant evenals in niet-juridische tijdschriften zoals Meet Music Magazine, Joods Actueel en China Vandaag. Van zijn hand verscheen eveneens de boeken Meer dan 100 dagen. Met terugblik 15 jaar later, Chinees & Siberisch sjamanisme. In vogelvlucht en Een pleidooi voor euthanasie zonder grenzen. Het ultieme zelfbeschikkingsrecht moet prevaleren.

Miet Driessen is advocaat aan de balies van Antwerpen en Leuven. Zij publiceerde eerder in juridische tijdschriften zoals NjW en De Juristenkrant. Ze heeft meer dan 35 jaar ervaring in de advocatuur.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De datateam methode. Een concrete aanpak voor onderwijsverbetering

 25,00
Hoe kan ik ervoor zorgen dat de meerderheid van mijn leerlingen volgende keer wel een voldoende haalt voor geschiedenis? Hoe krijgen we de toetsresultaten Engels omhoog? Welke nieuwe methode moeten we aanschaffen voor wiskunde? Geven we eigenlijk wel voldoende feedback aan onze leerlingen? Hoe verbeteren we de doorstroom van klas 4 naar klas 5? Is de 6 die ik geef echt een 6? Elke dag staan schoolleiders en docenten voor tal van beslissingen om de kwaliteit van het onderwijs te bewaken en te verbeteren. Veel van deze beslissingen worden ad hoc en (te) snel genomen, op basis van aannames, anekdotes en onderbuikgevoelens. Vaak blijken ze achteraf niet zo goed te zijn. Jammer, want binnen het onderwijs zijn veel data beschikbaar. Op veel scholen worden ze helaas niet of weinig gebruikt voor het verbeteren van onderwijs. Terwijl uit onderzoek blijkt dat het gebruik van data leidt tot beter onderwijs en uiteindelijk tot betere leerprestaties van leerlingen. Om dit patroon van ‘jumping to conclusions’ te doorbreken, kunnen scholen de datateam ® methode gebruiken. Deze methode leert hen data effectief te gebruiken om concrete vraagstukken op te lossen en zo hun onderwijs te verbeteren. Meteen worden zowel allerlei mythes over de oorzaken van een probleem ontkracht, als de werkelijke oorzaken achterhaald. De datateam® methode is ontwikkeld aan de Universiteit Twente en uitgebreid onderzocht. In dit boek wordt deze methode stap voor stap beschreven. Het geeft ook vele voorbeelden vanuit scholen die er al mee werken. Deze tweede editie staat stil bij de rol van de leerling bij het gebruiken van data. Ook bevat het een extra casus over het thema basisvaardigheden waar veel scholen hard aan werken. Tot slot werden de meest recente onderzoeksresultaten op het gebied van o.a. duurzaamheid en leiderschap opgenomen.

Kim Schildkamp is hoogleraar aan de Universiteit Twente. Ze is onder meer oprichter van het project Datateams. Cindy Poortman, Adam Handelzalts, Hanadie Leusink, Marije Abbink, Maaike Smit, Johanna Ebbeler & Mireille Hubers waren allen verbonden aan dit project, als onderzoeker en/of coach.

Quick View

De datateam methode. Een concrete aanpak voor onderwijsverbetering

 25,00
Hoe kan ik ervoor zorgen dat de meerderheid van mijn leerlingen volgende keer wel een voldoende haalt voor geschiedenis? Hoe krijgen we de toetsresultaten Engels omhoog? Welke nieuwe methode moeten we aanschaffen voor wiskunde? Geven we eigenlijk wel voldoende feedback aan onze leerlingen? Hoe verbeteren we de doorstroom van klas 4 naar klas 5? Is de 6 die ik geef echt een 6? Elke dag staan schoolleiders en docenten voor tal van beslissingen om de kwaliteit van het onderwijs te bewaken en te verbeteren. Veel van deze beslissingen worden ad hoc en (te) snel genomen, op basis van aannames, anekdotes en onderbuikgevoelens. Vaak blijken ze achteraf niet zo goed te zijn. Jammer, want binnen het onderwijs zijn veel data beschikbaar. Op veel scholen worden ze helaas niet of weinig gebruikt voor het verbeteren van onderwijs. Terwijl uit onderzoek blijkt dat het gebruik van data leidt tot beter onderwijs en uiteindelijk tot betere leerprestaties van leerlingen. Om dit patroon van ‘jumping to conclusions’ te doorbreken, kunnen scholen de datateam ® methode gebruiken. Deze methode leert hen data effectief te gebruiken om concrete vraagstukken op te lossen en zo hun onderwijs te verbeteren. Meteen worden zowel allerlei mythes over de oorzaken van een probleem ontkracht, als de werkelijke oorzaken achterhaald. De datateam® methode is ontwikkeld aan de Universiteit Twente en uitgebreid onderzocht. In dit boek wordt deze methode stap voor stap beschreven. Het geeft ook vele voorbeelden vanuit scholen die er al mee werken. Deze tweede editie staat stil bij de rol van de leerling bij het gebruiken van data. Ook bevat het een extra casus over het thema basisvaardigheden waar veel scholen hard aan werken. Tot slot werden de meest recente onderzoeksresultaten op het gebied van o.a. duurzaamheid en leiderschap opgenomen.

Kim Schildkamp is hoogleraar aan de Universiteit Twente. Ze is onder meer oprichter van het project Datateams. Cindy Poortman, Adam Handelzalts, Hanadie Leusink, Marije Abbink, Maaike Smit, Johanna Ebbeler & Mireille Hubers waren allen verbonden aan dit project, als onderzoeker en/of coach.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Morele mondigheid. Verbindend inzicht in ons rechtvaardigheidsgevoel

 23,50

Het moreel buikgevoel van elke mens blijkt een mengpaneel te zijn dat we allen delen. Door onze ervaringen, opvoeding en karakter stellen we elk onze schuifregelaars op een iets andere manier af. Maar onze diepste overtuigingen over goed en fout zijn erg gelijklopend. Dus is het nuttig om ‘moreel mondig’ te worden: de reden waarom je iets goed of fout vindt helder krijgen, en kunnen verwoorden op een manier die anderen raakt in een snaar van hun rechtvaardigheidsgevoel, die ook één van hun diepste overtuigingen aanspreekt.

En moreel mondig betekent ook: jezelf uitdagen om zorgvuldig heel je mengpaneel aan te spreken, en niet te vaak reflexmatig enkel de hoogst afgestelde schuifregelaar te volgen.

Je kan leren om over elk delicaat onderwerp, een moreel dilemma, op een constructieve manier in dialoog te gaan, zonder defensieve of agressieve reacties uit te lokken. Zo’n constructief gesprek over gevoelige onderwerpen kunnen aangaan, is erg bevrijdend en vermindert morele stress.

Daarover gaat dit boek. Het bewust verwoorden van je moreel zorgvuldig uitgedaagde overweging over een delicaat onderwerp, en anderen er op een constructieve manier bij betrekken. Het boek is geen pleidooi om te negeren wat je hart je ingeeft bij een ethische kwestie, maar het zet je hoofd in om die spontane intuïtie uit te dagen en overtuigender te formuleren. Dit laagdrempelig boek biedt veel achtergrond, voorbeelden, praktische tips, uitgewerkte oefeningen en handige schema’s.

Koen De Vidts ondervond als ingenieur de noodzaak van morele mondigheid in 35 jaar veelzijdige bedrijfservaring. Hij geeft opleidingen, workshops en lezingen over ethische dilemma’s en morele mondigheid, hij voert cultuuronderzoeken gebaseerd op waarden, en begeleidt Moreel Beraad-sessies.

(www.zinnings.be)



Quick View

Morele mondigheid. Verbindend inzicht in ons rechtvaardigheidsgevoel

 23,50

Het moreel buikgevoel van elke mens blijkt een mengpaneel te zijn dat we allen delen. Door onze ervaringen, opvoeding en karakter stellen we elk onze schuifregelaars op een iets andere manier af. Maar onze diepste overtuigingen over goed en fout zijn erg gelijklopend. Dus is het nuttig om ‘moreel mondig’ te worden: de reden waarom je iets goed of fout vindt helder krijgen, en kunnen verwoorden op een manier die anderen raakt in een snaar van hun rechtvaardigheidsgevoel, die ook één van hun diepste overtuigingen aanspreekt.

En moreel mondig betekent ook: jezelf uitdagen om zorgvuldig heel je mengpaneel aan te spreken, en niet te vaak reflexmatig enkel de hoogst afgestelde schuifregelaar te volgen.

Je kan leren om over elk delicaat onderwerp, een moreel dilemma, op een constructieve manier in dialoog te gaan, zonder defensieve of agressieve reacties uit te lokken. Zo’n constructief gesprek over gevoelige onderwerpen kunnen aangaan, is erg bevrijdend en vermindert morele stress.

Daarover gaat dit boek. Het bewust verwoorden van je moreel zorgvuldig uitgedaagde overweging over een delicaat onderwerp, en anderen er op een constructieve manier bij betrekken. Het boek is geen pleidooi om te negeren wat je hart je ingeeft bij een ethische kwestie, maar het zet je hoofd in om die spontane intuïtie uit te dagen en overtuigender te formuleren. Dit laagdrempelig boek biedt veel achtergrond, voorbeelden, praktische tips, uitgewerkte oefeningen en handige schema’s.

Koen De Vidts ondervond als ingenieur de noodzaak van morele mondigheid in 35 jaar veelzijdige bedrijfservaring. Hij geeft opleidingen, workshops en lezingen over ethische dilemma’s en morele mondigheid, hij voert cultuuronderzoeken gebaseerd op waarden, en begeleidt Moreel Beraad-sessies.

(www.zinnings.be)



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Naar een pedagogiek van de beweeglijkheid

 27,00

In Naar een pedagogiek van de beweeglijkheid nodigt Carolien Hermans ons uit om het onderwijs te heroverwegen door beweging, het ongeordende en de zintuiglijke ervaringen van het lichaam als uitgangspunt te nemen. Ze ziet onderwijs niet als een statisch proces van kennisoverdracht, maar als een dynamische beweging naar buiten, een uitnodiging om de wereld tegemoet te treden. Hermans pleit in dit boek voor een andere benadering van onderwijs: onderwijs dat het ongeregelde, het speelse, het magische en het lichamelijke omarmt.

Met de inzichten van denkers als Tim Ingold, Michel Serres en Jan Masschelein onderzoekt Hermans hoe onderwijs niet slechts een overdracht van kennis is, maar een gezamenlijke zoektocht, een ontmoetingsplek waar ideeën, lichamen en ervaringen elkaar voortdurend doorkruisen. Het is een plek van verbondenheid met de wereld om ons heen. Ze neemt ons mee op een verkenning van beweging: van dans tot luchtgetrappel, van vergeten gebaren zoals huppelen tot de mond niet enkel als vervoermiddel voor woorden, maar als een sensitief orgaan dat in voortdurende verbinding staat met de wereld. Ook lachen en fluisteren worden door Hermans gezien als vormen van belichaamd verzet in het onderwijs.

Dit boek is een pleidooi voor onderwijs in beweging: een onderwijs dat niet naar binnen is gekeerd, dat niet vasthoudt aan een uitsluitend mensgericht of ontwikkelingsgericht perspectief, maar dat ruimte biedt voor het onverwachte, het ongeordende en het wereldse. Het is een uitnodiging om op zwerftocht te gaan: te dolen langs kronkelende paden, waar verdwalen onontbeerlijk is en het vinden van oriëntatiepunten niet het doel maar het onderwijs zelf wordt.

Carolien Hermans studeerde aan de Radboud Universiteit Nijmegen en behaalde een master in Choreografie aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. Ze promoveerde aan de Academy for Creative and Performing Arts (ACPA) van de Universiteit Leiden, waar ze onderzoek deed naar dansimprovisatie en het creatieve spel van kinderen. Naast haar werk als schrijver van kinderboeken en essays, publiceert ze regelmatig in wetenschappelijke tijdschriften. Als associate lector Muzikale Leerculturen is ze verbonden aan het Conservatorium van Amsterdam, waar ze ook lesgeeft. In 2022 verscheen haar boek Pedagogiek van het onderweg zijn, uitgegeven door Garant.



Quick View

Naar een pedagogiek van de beweeglijkheid

 27,00

In Naar een pedagogiek van de beweeglijkheid nodigt Carolien Hermans ons uit om het onderwijs te heroverwegen door beweging, het ongeordende en de zintuiglijke ervaringen van het lichaam als uitgangspunt te nemen. Ze ziet onderwijs niet als een statisch proces van kennisoverdracht, maar als een dynamische beweging naar buiten, een uitnodiging om de wereld tegemoet te treden. Hermans pleit in dit boek voor een andere benadering van onderwijs: onderwijs dat het ongeregelde, het speelse, het magische en het lichamelijke omarmt.

Met de inzichten van denkers als Tim Ingold, Michel Serres en Jan Masschelein onderzoekt Hermans hoe onderwijs niet slechts een overdracht van kennis is, maar een gezamenlijke zoektocht, een ontmoetingsplek waar ideeën, lichamen en ervaringen elkaar voortdurend doorkruisen. Het is een plek van verbondenheid met de wereld om ons heen. Ze neemt ons mee op een verkenning van beweging: van dans tot luchtgetrappel, van vergeten gebaren zoals huppelen tot de mond niet enkel als vervoermiddel voor woorden, maar als een sensitief orgaan dat in voortdurende verbinding staat met de wereld. Ook lachen en fluisteren worden door Hermans gezien als vormen van belichaamd verzet in het onderwijs.

Dit boek is een pleidooi voor onderwijs in beweging: een onderwijs dat niet naar binnen is gekeerd, dat niet vasthoudt aan een uitsluitend mensgericht of ontwikkelingsgericht perspectief, maar dat ruimte biedt voor het onverwachte, het ongeordende en het wereldse. Het is een uitnodiging om op zwerftocht te gaan: te dolen langs kronkelende paden, waar verdwalen onontbeerlijk is en het vinden van oriëntatiepunten niet het doel maar het onderwijs zelf wordt.

Carolien Hermans studeerde aan de Radboud Universiteit Nijmegen en behaalde een master in Choreografie aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. Ze promoveerde aan de Academy for Creative and Performing Arts (ACPA) van de Universiteit Leiden, waar ze onderzoek deed naar dansimprovisatie en het creatieve spel van kinderen. Naast haar werk als schrijver van kinderboeken en essays, publiceert ze regelmatig in wetenschappelijke tijdschriften. Als associate lector Muzikale Leerculturen is ze verbonden aan het Conservatorium van Amsterdam, waar ze ook lesgeeft. In 2022 verscheen haar boek Pedagogiek van het onderweg zijn, uitgegeven door Garant.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    3
    Uw winkelwagen
    Amor Fati. Spelende wijsheid voor de kosmopolis
     49,00
    Wetboek overheidsopdrachten, editie 2025
    Wetboek overheidsopdrachten, editie 2025
    Aantal: 1
    Prijs: 45,00
     45,00
    Grondbeginselen van de btw - 7e uitgave
    Grondbeginselen van de btw - 7e uitgave
    Aantal: 1
    Prijs: 55,00
     55,00
    ×