Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De kunstenaar, kunsthandelaars en -galerijen.

 29,00
Dit boek behandelt het btw-statuut van de kunstenaar en zijn relatie tot tussenpersonen en kopers van kunstwerken.

Hoe is de btw-regeling bij de exploitant van een kunstgalerij? Wanneer kan kunst verkocht worden met 6 % btw? Is er btw op de verhuur van kunst? Wanneer is er een vrijstelling voor de prestaties van uitvoerende artiesten? Wanneer kan kunst verkocht worden onder de margeregeling? Behoort het volgrecht tot de maatstaf van heffing bij de verkoop van kunst? Is de btw aftrekbaar indien men kunst aankoopt? Op deze vragen en nog veel meer krijgt u een antwoord in dit boek.



Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.

Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts BVBA. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.

Quick View

De kunstenaar, kunsthandelaars en -galerijen.

 29,00
Dit boek behandelt het btw-statuut van de kunstenaar en zijn relatie tot tussenpersonen en kopers van kunstwerken.

Hoe is de btw-regeling bij de exploitant van een kunstgalerij? Wanneer kan kunst verkocht worden met 6 % btw? Is er btw op de verhuur van kunst? Wanneer is er een vrijstelling voor de prestaties van uitvoerende artiesten? Wanneer kan kunst verkocht worden onder de margeregeling? Behoort het volgrecht tot de maatstaf van heffing bij de verkoop van kunst? Is de btw aftrekbaar indien men kunst aankoopt? Op deze vragen en nog veel meer krijgt u een antwoord in dit boek.



Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.

Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts BVBA. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Werk in onroerende staat.

 43,00
Dit boek gaat over de btw-aspecten van het verrichten van “werk in onroerende staat”. Het onderscheid tussen werk in onroerende staat en leveringen (met installatie of montage) is niet alleen van belang voor het toepasselijke btw-tarief maar ook voor de regeling inzake verlegging van de heffing.

Zowel werk in onroerende staat verricht in België als grensoverschrijdend werk in onroerende staat komen aan bod in het boek. Hierbij wordt ook stilgestaan bij de eventuele verplichting tot btw-identificatie.

Wanneer is er sprake van een verbouwing en wanneer spreekt men van nieuwbouw? Onder welke voorwaarden zijn de verlaagde btw-tarieven van toepassing?

Wat moet er gebeuren als men zelf als belastingplichtige werk in onroerende staat verricht?

Een correcte facturering van het werk in onroerende staat is van belang in de praktijk omdat enkel wettelijk opeisbare btw bij de klant het recht op aftrek van de voorbelasting opent.
Vaak wordt er echter ten onrechte met of zonder verlegging van de heffing gefactureerd. Hoe dient dit dan te worden geregulariseerd en bij wie gaat de fiscus aankloppen?

Het boek geeft ten slotte een overzicht van alle mogelijke situaties inzake werk in onroerende staat en hun verwerking in de btw-aangifte.

Het boek staat vol met (praktijk)voorbeelden.

Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is tevens deeltijds professor aan de faculteit Economie en bedrijfskunde van de U.Gent waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).

Quick View

Werk in onroerende staat.

 43,00
Dit boek gaat over de btw-aspecten van het verrichten van “werk in onroerende staat”. Het onderscheid tussen werk in onroerende staat en leveringen (met installatie of montage) is niet alleen van belang voor het toepasselijke btw-tarief maar ook voor de regeling inzake verlegging van de heffing.

Zowel werk in onroerende staat verricht in België als grensoverschrijdend werk in onroerende staat komen aan bod in het boek. Hierbij wordt ook stilgestaan bij de eventuele verplichting tot btw-identificatie.

Wanneer is er sprake van een verbouwing en wanneer spreekt men van nieuwbouw? Onder welke voorwaarden zijn de verlaagde btw-tarieven van toepassing?

Wat moet er gebeuren als men zelf als belastingplichtige werk in onroerende staat verricht?

Een correcte facturering van het werk in onroerende staat is van belang in de praktijk omdat enkel wettelijk opeisbare btw bij de klant het recht op aftrek van de voorbelasting opent.
Vaak wordt er echter ten onrechte met of zonder verlegging van de heffing gefactureerd. Hoe dient dit dan te worden geregulariseerd en bij wie gaat de fiscus aankloppen?

Het boek geeft ten slotte een overzicht van alle mogelijke situaties inzake werk in onroerende staat en hun verwerking in de btw-aangifte.

Het boek staat vol met (praktijk)voorbeelden.

Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is tevens deeltijds professor aan de faculteit Economie en bedrijfskunde van de U.Gent waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Veerkracht in beweging. Dynamieken van vluchtelingengezinnen versterken (Reeks: Gezinnen, Relaties en Opvoeding, nr. 5)

 26,50
Gezinnen op de vlucht hebben veel achtergelaten om een veiliger bestaan op te zoeken. Hun verlieservaringen dragen ze mee, over grenzen heen. In het land van aankomst wachten weer nieuwe uitdagingen. Ingrijpende gebeurtenissen, en toch reageren deze gezinnen vaak heel dynamisch en veerkrachtig.

In dit boek gaan we op zoek naar wat een divers-sensitieve invulling van veerkrachtig handelen kan zijn, met oog voor de persoonlijke, relationele en contextuele dynamieken in en rond het gezin. Dit laat ons toe om veerkracht te erkennen, ook in situaties waar we dit voordien niet zagen, en deze te ondersteunen op een manier die betekenisvol wordt over culturen heen. Via diepte-interviews vertellen ouders en kinderen van asielzoekende en vluchtelingengezinnen van Afghaanse, Syrische en Iraakse origine, zelf hun verhaal. We krijgen inzicht in hun kwetsbaarheid. We zien welke veerkrachtige acties echt doorwegen in het leven van gezinnen op de vlucht.

Ook hulpverleners uit opvangcentra, het welzijnswerk of het onderwijs, komen aan het woord. Vanuit de ontmoeting tussen deze verschillende perspectieven schetst dit boek hoe professionals en vrijwilligers de dynamieken en krachten van gezinnen kunnen (h)erkennen, valideren en versterken. Een basiswerk voor al wie met vluchtelingen werkt, van praktijk tot beleid.

De auteurs zijn onderzoekers en lectoren van Odisee Hogeschool.

Quick View

Veerkracht in beweging. Dynamieken van vluchtelingengezinnen versterken (Reeks: Gezinnen, Relaties en Opvoeding, nr. 5)

 26,50
Gezinnen op de vlucht hebben veel achtergelaten om een veiliger bestaan op te zoeken. Hun verlieservaringen dragen ze mee, over grenzen heen. In het land van aankomst wachten weer nieuwe uitdagingen. Ingrijpende gebeurtenissen, en toch reageren deze gezinnen vaak heel dynamisch en veerkrachtig.

In dit boek gaan we op zoek naar wat een divers-sensitieve invulling van veerkrachtig handelen kan zijn, met oog voor de persoonlijke, relationele en contextuele dynamieken in en rond het gezin. Dit laat ons toe om veerkracht te erkennen, ook in situaties waar we dit voordien niet zagen, en deze te ondersteunen op een manier die betekenisvol wordt over culturen heen. Via diepte-interviews vertellen ouders en kinderen van asielzoekende en vluchtelingengezinnen van Afghaanse, Syrische en Iraakse origine, zelf hun verhaal. We krijgen inzicht in hun kwetsbaarheid. We zien welke veerkrachtige acties echt doorwegen in het leven van gezinnen op de vlucht.

Ook hulpverleners uit opvangcentra, het welzijnswerk of het onderwijs, komen aan het woord. Vanuit de ontmoeting tussen deze verschillende perspectieven schetst dit boek hoe professionals en vrijwilligers de dynamieken en krachten van gezinnen kunnen (h)erkennen, valideren en versterken. Een basiswerk voor al wie met vluchtelingen werkt, van praktijk tot beleid.

De auteurs zijn onderzoekers en lectoren van Odisee Hogeschool.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Hebben ze zin? Levensbeschouwelijke vakken in het onderwijs (Reeks: Sociale wetenschappen – Kruispunten nr. 8)

 19,50
Levensbeschouwelijke vakken? Wie ligt daar nog wakker van, zou je kunnen denken. De secularisering vond al ruim ingang, toch? Het onderwijs ligt daar wakker van! Verschillende koepels zijn immers de zoektocht gestart naar de invulling en de plaats van levensbeschouwelijke vakken in het onderwijs. Terwijl het Vlaamse Gemeenschapsonderwijs (GO!) (heel recent) pleit voor één uur levensbeschouwelijke vakken per week, reageren bisschoppen dat de rooms-katholieke godsdienst een prominente plaats moet blijven krijgen in het studiecurriculum. Het debat is begonnen...

Ook ouders en jongeren liggen er wakker van. Zij dienen immers een levensbeschouwelijke keuze te maken. Jongeren geven het belang aan van vakken die hun levensbeschouwelijke zoektocht ondersteunen, net in een geseculariseerde maatschappij. Over de levensbeschouwelijke vakken in het onderwijs wordt echter meestal zwart-wit gediscussieerd. Dit boek pakt het anders aan. Het wil vanuit de levensbeschouwingen zelf een antwoord bieden op de plaats en de betekenis van deze vakken in het onderwijs. Het geeft een blik op de historiek van levensbeschouwing in Vlaanderen, de verschillende doelen die levensbeschouwelijke vakken willen bereiken en het toont reacties van zowel academici als ouders. Zo kan men met kennis van zaken een onderbouwde keuze maken.



Met bijdragen van Ahmed Azzouz, Claudia Claes, Gustaaf Cornelis, Papatya Dalkiran, Rik Pinxten, Roger Standaert, Lieve Van Daele, Hein van Renterghem en Maurice van Stiphout.

Christian Van Kerckhove is coördinator van het expertisecentrum Mix!t en voorzitter van de opleiding sociaal werk, HoGent. Katrien De Maegd is lector en voorzitter van de lerarenopleidingen kleuter en lager onderwijs, HoGent. Frank Stappaerts is inspecteur-adviseur coördinator niet-confessionele zedenleer. Papatya Dalkiran is als lector niet-confessionele zedenleer en onderwijsdidacticus verbonden aan de lerarenopleidingen van HoGent en UGent. Joris Van Poucke is als lector en onderzoeker verbonden aan HoGent, expertisecentrum Mix!t.

Quick View

Hebben ze zin? Levensbeschouwelijke vakken in het onderwijs (Reeks: Sociale wetenschappen – Kruispunten nr. 8)

 19,50
Levensbeschouwelijke vakken? Wie ligt daar nog wakker van, zou je kunnen denken. De secularisering vond al ruim ingang, toch? Het onderwijs ligt daar wakker van! Verschillende koepels zijn immers de zoektocht gestart naar de invulling en de plaats van levensbeschouwelijke vakken in het onderwijs. Terwijl het Vlaamse Gemeenschapsonderwijs (GO!) (heel recent) pleit voor één uur levensbeschouwelijke vakken per week, reageren bisschoppen dat de rooms-katholieke godsdienst een prominente plaats moet blijven krijgen in het studiecurriculum. Het debat is begonnen...

Ook ouders en jongeren liggen er wakker van. Zij dienen immers een levensbeschouwelijke keuze te maken. Jongeren geven het belang aan van vakken die hun levensbeschouwelijke zoektocht ondersteunen, net in een geseculariseerde maatschappij. Over de levensbeschouwelijke vakken in het onderwijs wordt echter meestal zwart-wit gediscussieerd. Dit boek pakt het anders aan. Het wil vanuit de levensbeschouwingen zelf een antwoord bieden op de plaats en de betekenis van deze vakken in het onderwijs. Het geeft een blik op de historiek van levensbeschouwing in Vlaanderen, de verschillende doelen die levensbeschouwelijke vakken willen bereiken en het toont reacties van zowel academici als ouders. Zo kan men met kennis van zaken een onderbouwde keuze maken.



Met bijdragen van Ahmed Azzouz, Claudia Claes, Gustaaf Cornelis, Papatya Dalkiran, Rik Pinxten, Roger Standaert, Lieve Van Daele, Hein van Renterghem en Maurice van Stiphout.

Christian Van Kerckhove is coördinator van het expertisecentrum Mix!t en voorzitter van de opleiding sociaal werk, HoGent. Katrien De Maegd is lector en voorzitter van de lerarenopleidingen kleuter en lager onderwijs, HoGent. Frank Stappaerts is inspecteur-adviseur coördinator niet-confessionele zedenleer. Papatya Dalkiran is als lector niet-confessionele zedenleer en onderwijsdidacticus verbonden aan de lerarenopleidingen van HoGent en UGent. Joris Van Poucke is als lector en onderzoeker verbonden aan HoGent, expertisecentrum Mix!t.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Ruimte voor Dyslexie

 16,95
Professor Wied Ruijssenaars, in Nederland dé deskundige op het gebied van dyslexie, schrijft in het voorwoord: “Over dyslexie wordt veel geschreven. Maar over mensen met dyslexie bestaat heel weinig literatuur. En boeken die geschreven zijn door mensen met dyslexie zijn een zeldzaamheid. (…) Ik lees een boek nooit in één keer uit. Bij dit gebeurde dat wel. Het is gelukkig een doorleefd verhaal en geen wetenschappelijke studie. (…) Ik ben blij met een boek zoals dit.”

Mensen met dyslexie, zoals Léon Biezeman, worden vaak voor dom of lui gehouden. Men begrijpt niet dat iemand op sommige punten uitblinkt, terwijl hij op andere punten slechte tot zeer slechte resultaten haalt. In dit boek beschrijft de auteur onder meer de ervaringen die hij op verschillende scholen heeft opgedaan. Het gaat over begrip en onbegrip voor iemand die dyslectisch is. Door zijn handicap blijkt hij steeds weer in aanvaring te komen met de algemeen aanvaarde wijze van werken en studeren.
Het belangrijkste is dat er ‘ruimte voor dyslexie’ en dus voor dyslectici wordt gelaten. Vaak is men bereid te helpen, men weet alleen niet hoe. Dan wordt onvermijdelijk de vraag gesteld: Wat is dyslexie eigenlijk en wat doet het met je? Voor iemand die dyslectisch is, is het vrijwel onmogelijk om daar een antwoord op te geven. Hij weet immers niet hoe het is om niet dyslectisch te zijn, hij weet alleen dat hij problemen heeft met lezen en spellen.
De auteur is er in dit boek in geslaagd om zijn eigen ervaringen weer te geven. Zijn boodschap aan de lezer is dat iemand met dyslexie over het algemeen voldoende mogelijkheden heeft om te leren, als zijn omgeving de leerproblemen maar accepteert.

Boekvoorstelling op 19 april 2019:





Léon Biezeman is dyslectisch. Hij studeerde orthopedagogiek en deed onderzoek naar hoe mensen met dyslexie leren. Hij zet zich als ambassadeur in om dyslexie op de kaart te zetten en schreef er een aantal artikelen en boeken over, waaronder ‘AppZurt, dyslexie van a tot z’. Biezeman is Charity Ambassador voor Dyslexia International, een organisatie die nauw samenwerkt met UNESCO.

Quick View

Ruimte voor Dyslexie

 16,95
Professor Wied Ruijssenaars, in Nederland dé deskundige op het gebied van dyslexie, schrijft in het voorwoord: “Over dyslexie wordt veel geschreven. Maar over mensen met dyslexie bestaat heel weinig literatuur. En boeken die geschreven zijn door mensen met dyslexie zijn een zeldzaamheid. (…) Ik lees een boek nooit in één keer uit. Bij dit gebeurde dat wel. Het is gelukkig een doorleefd verhaal en geen wetenschappelijke studie. (…) Ik ben blij met een boek zoals dit.”

Mensen met dyslexie, zoals Léon Biezeman, worden vaak voor dom of lui gehouden. Men begrijpt niet dat iemand op sommige punten uitblinkt, terwijl hij op andere punten slechte tot zeer slechte resultaten haalt. In dit boek beschrijft de auteur onder meer de ervaringen die hij op verschillende scholen heeft opgedaan. Het gaat over begrip en onbegrip voor iemand die dyslectisch is. Door zijn handicap blijkt hij steeds weer in aanvaring te komen met de algemeen aanvaarde wijze van werken en studeren.
Het belangrijkste is dat er ‘ruimte voor dyslexie’ en dus voor dyslectici wordt gelaten. Vaak is men bereid te helpen, men weet alleen niet hoe. Dan wordt onvermijdelijk de vraag gesteld: Wat is dyslexie eigenlijk en wat doet het met je? Voor iemand die dyslectisch is, is het vrijwel onmogelijk om daar een antwoord op te geven. Hij weet immers niet hoe het is om niet dyslectisch te zijn, hij weet alleen dat hij problemen heeft met lezen en spellen.
De auteur is er in dit boek in geslaagd om zijn eigen ervaringen weer te geven. Zijn boodschap aan de lezer is dat iemand met dyslexie over het algemeen voldoende mogelijkheden heeft om te leren, als zijn omgeving de leerproblemen maar accepteert.

Boekvoorstelling op 19 april 2019:





Léon Biezeman is dyslectisch. Hij studeerde orthopedagogiek en deed onderzoek naar hoe mensen met dyslexie leren. Hij zet zich als ambassadeur in om dyslexie op de kaart te zetten en schreef er een aantal artikelen en boeken over, waaronder ‘AppZurt, dyslexie van a tot z’. Biezeman is Charity Ambassador voor Dyslexia International, een organisatie die nauw samenwerkt met UNESCO.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De verbroken verbinding

 27,90
We zijn een kind van de kosmos. Bij onze verwekking wordt het kosmische, eindeloze bewustzijn gepersonaliseerd in ons oer-bewustzijn. Het is de kiem van leven, van zelfbewustzijn, van verbinding. Door vroege, prenatale indrukken groeit dit bewust-zijn in de richting van meer ‘Zijn’ of in de richting van meer ‘niet-zijn’.

De verbinding met ons Zelf is de essentie van ons leven. Door belasting, trauma of shock in ons prenatale en vroegkinderlijke leven kunnen we verbinding verliezen. Wanneer we de verbinding met ons Zelf verliezen en we van ons Zelf vervreemden, raakt onze levensloop vertroebeld. We verliezen aan bewust ‘Zijn’. Ons leven wordt dan gedomineerd door het onbewuste en we blijven zoeken naar het verloren geluk. Het wordt moeilijker om verbinding met anderen te onderhouden. We krijgen het moeilijk betekenis en zin te geven aan ons leven. Een angst voor de dood neemt bezit van ons.

Verbinden gaat veel dieper en is veel belangrijker dan hechten. Hechting is een reactie op angst; verbinding betekent een diep verbondenheid met ons Zelf, met anderen en met de natuur. Het is in onze vroege, prenatale geschiedenis dat het basisgevoel van verbinding al dan niet is ontstaan. Prenatale belasting en geboortetrauma’s kunnen de verbinding met ons Zelf verbreken.

Alleen door bewustwording kunnen we de verbroken verbinding herstellen. We kunnen die weg alleen gaan door innerlijke stilte te zoeken, door ons terug te trekken in een zelfgekozen eenzaamheid, door in het hier-en-nu te leven. Zonder lijden kunnen we de verbinding niet herstellen. Soms kan het nodig zijn om professionele hulp te zoeken om de verbinding met ons Zelf te helen. Een psychotherapie die aandacht schenkt aan onze prenatale en vroegkinderlijke trauma’s is dan aangewezen.


Gaby Stroecken (°1935) werkte als onderwijzeres en maatschappelijk werkster. Ze studeerde criminologie in Leuven en psychologie in Groningen. Ze volgde een opleiding tot client-centered psychotherapeute in Hilversum. Daarna heeft ze zich steeds meer verdiept in de vroegkinderlijke ontwikkeling. Ze publiceerde eerder: ‘Het miskende kind in onszelf’ (herwerkt in 2014) en ‘De stem van het jonge kind’. Samen met Rien schreef ze ‘De mythe van de gelukkige kindertijd’ en ‘Mijn baby is ontroostbaar’. Ze werkt samen met Rien in hun eigen psychotherapeutische praktijk met volwassenen en baby’s.

Rien Verdult (°1953) studeerde psychologie in Groningen en volgde een opleiding tot client-centered psychotherapeut in Hilversum. Later specialiseerde hij zich in prenatale psychologie en volgde een opleiding in de prenatale psychotherapie bij William Emerson in Zwitserland. Hij geeft voordrachten in binnen- en buitenland over de prenatale ontwikkeling van het kind. Hij geeft samen met Gaby zelfervaringsworkshops over het miskende kind in onszelf, waarin het accent ligt op het prenatale leven. Samen hebben zij een eigen praktijk voor psychotherapie met volwassenen en baby’s.

Quick View

De verbroken verbinding

 27,90
We zijn een kind van de kosmos. Bij onze verwekking wordt het kosmische, eindeloze bewustzijn gepersonaliseerd in ons oer-bewustzijn. Het is de kiem van leven, van zelfbewustzijn, van verbinding. Door vroege, prenatale indrukken groeit dit bewust-zijn in de richting van meer ‘Zijn’ of in de richting van meer ‘niet-zijn’.

De verbinding met ons Zelf is de essentie van ons leven. Door belasting, trauma of shock in ons prenatale en vroegkinderlijke leven kunnen we verbinding verliezen. Wanneer we de verbinding met ons Zelf verliezen en we van ons Zelf vervreemden, raakt onze levensloop vertroebeld. We verliezen aan bewust ‘Zijn’. Ons leven wordt dan gedomineerd door het onbewuste en we blijven zoeken naar het verloren geluk. Het wordt moeilijker om verbinding met anderen te onderhouden. We krijgen het moeilijk betekenis en zin te geven aan ons leven. Een angst voor de dood neemt bezit van ons.

Verbinden gaat veel dieper en is veel belangrijker dan hechten. Hechting is een reactie op angst; verbinding betekent een diep verbondenheid met ons Zelf, met anderen en met de natuur. Het is in onze vroege, prenatale geschiedenis dat het basisgevoel van verbinding al dan niet is ontstaan. Prenatale belasting en geboortetrauma’s kunnen de verbinding met ons Zelf verbreken.

Alleen door bewustwording kunnen we de verbroken verbinding herstellen. We kunnen die weg alleen gaan door innerlijke stilte te zoeken, door ons terug te trekken in een zelfgekozen eenzaamheid, door in het hier-en-nu te leven. Zonder lijden kunnen we de verbinding niet herstellen. Soms kan het nodig zijn om professionele hulp te zoeken om de verbinding met ons Zelf te helen. Een psychotherapie die aandacht schenkt aan onze prenatale en vroegkinderlijke trauma’s is dan aangewezen.


Gaby Stroecken (°1935) werkte als onderwijzeres en maatschappelijk werkster. Ze studeerde criminologie in Leuven en psychologie in Groningen. Ze volgde een opleiding tot client-centered psychotherapeute in Hilversum. Daarna heeft ze zich steeds meer verdiept in de vroegkinderlijke ontwikkeling. Ze publiceerde eerder: ‘Het miskende kind in onszelf’ (herwerkt in 2014) en ‘De stem van het jonge kind’. Samen met Rien schreef ze ‘De mythe van de gelukkige kindertijd’ en ‘Mijn baby is ontroostbaar’. Ze werkt samen met Rien in hun eigen psychotherapeutische praktijk met volwassenen en baby’s.

Rien Verdult (°1953) studeerde psychologie in Groningen en volgde een opleiding tot client-centered psychotherapeut in Hilversum. Later specialiseerde hij zich in prenatale psychologie en volgde een opleiding in de prenatale psychotherapie bij William Emerson in Zwitserland. Hij geeft voordrachten in binnen- en buitenland over de prenatale ontwikkeling van het kind. Hij geeft samen met Gaby zelfervaringsworkshops over het miskende kind in onszelf, waarin het accent ligt op het prenatale leven. Samen hebben zij een eigen praktijk voor psychotherapie met volwassenen en baby’s.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Specifieke topics inzake het doorrekenen en de doorfacturering van kosten.

 35,00
Dit boek bespreekt de regels inzake doorrekening of doorfacturering van kosten.

De doorrekening van kosten houdt verband met de regels inzake:
1) de facturering van belastbare handelingen en de maatstaf van heffing
2) voorschotten (in naam en voor rekening van een derde)
3) "bijzaak volgt hoofdzaak"

De doorfacturering van kosten houdt verband met de commissionairsfictie inzake btw.

Aan de hand van veel voorkomende gevallen uit de praktijk worden de regels inzake de doorrekening en doorfacturering toegepast.



Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke artikelen en boeken inzake fiscaliteit. Hij is ook docent btw aan de UGent en de Fiscale Hogeschool en een gewaardeerd spreker op seminaries.

Luc Heylens is zaakvoerder van LH VAT Consult BVBA en belastingconsulent IAB. Hij is auteur van talrijke artikelen en boeken inzake btw. Zijn specialiteit situeert zich rond de begeleiding van ondernemingen op btw-vlak en de bewijsproblematiek bij internationaal handelsverkeer. Hij is eveneens een veelgevraagd docent bij talrijke organisaties.

Quick View

Specifieke topics inzake het doorrekenen en de doorfacturering van kosten.

 35,00
Dit boek bespreekt de regels inzake doorrekening of doorfacturering van kosten.

De doorrekening van kosten houdt verband met de regels inzake:
1) de facturering van belastbare handelingen en de maatstaf van heffing
2) voorschotten (in naam en voor rekening van een derde)
3) "bijzaak volgt hoofdzaak"

De doorfacturering van kosten houdt verband met de commissionairsfictie inzake btw.

Aan de hand van veel voorkomende gevallen uit de praktijk worden de regels inzake de doorrekening en doorfacturering toegepast.



Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke artikelen en boeken inzake fiscaliteit. Hij is ook docent btw aan de UGent en de Fiscale Hogeschool en een gewaardeerd spreker op seminaries.

Luc Heylens is zaakvoerder van LH VAT Consult BVBA en belastingconsulent IAB. Hij is auteur van talrijke artikelen en boeken inzake btw. Zijn specialiteit situeert zich rond de begeleiding van ondernemingen op btw-vlak en de bewijsproblematiek bij internationaal handelsverkeer. Hij is eveneens een veelgevraagd docent bij talrijke organisaties.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Milieumanagementsystemen. De ISO 14001-norm

 39,00
Het landschap op het gebied van milieu is permanent in verandering. Nieuwe wetgeving, nieuwe milieugevaarlijke stoffen, nieuwe milieurisico’s of nieuwe productiemethoden maken het voor de milieucoördinator uitdagend om deze veranderingen op te volgen en te implementeren in de organisatie. Een belangrijke verandering is ook de publicatie door de International Standardization Organisation (ISO) in 2015 van de norm ISO 14001:2015. Deze norm is een managementsysteemnorm voor milieu. Maar wat is dat nu juist, een managementsysteem en een milieumanagementsysteem? Wat zijn de voordelen voor mijn organisatie om over een – al dan niet gecertificeerd – milieumanagementsysteem te beschikken? Waarop legt een managementsysteem nu juist de nadruk? Al deze vragen zullen in deze uitgave worden beantwoord. Na het lezen zal het voor jou als milieucoördinator duidelijk zijn dat een milieumanagementsysteem jou helpt om op de vele veranderingen die op je afkomen gepast te reageren. Nieuwe milieuwetgeving wordt opgevolgd en geïmplementeerd, nieuwe risico’s worden (her)beoordeeld, nieuwe opleidingen voor het personeel worden ingericht, enz. De norm ISO 14001:2015 geeft je daarbij hulp. Deze milieumanagementsysteemnorm geeft je een manier van aanpakken, die je makkelijk kan gebruiken in andere vestigingen van je organisatie. Speciaal voor vestigingen in het buitenland geeft ISO 14001:2015 een duidelijk ‘raamwerk’, waarrond je het milieumanagement kan opbouwen en kan communiceren met je buitenlandse milieuprofessionals. Met als uiteindelijk doel: het verhogen van het milieuniveau in de organisatie. Veel succes hiermee!

Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als auditor op het gebied van kwaliteit, milieu en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor milieu auditeert hij ISO 14001, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 45001.
Daarnaast verzorgt Jan Dillen opleidingen voor preventieadviseurs niveau 1&2/middelbaar en hoger milieukundigen en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de Universiteit Hasselt. Jan Dillen publiceert regelmatig over milieu en spreekt op congressen.

Quick View

Milieumanagementsystemen. De ISO 14001-norm

 39,00
Het landschap op het gebied van milieu is permanent in verandering. Nieuwe wetgeving, nieuwe milieugevaarlijke stoffen, nieuwe milieurisico’s of nieuwe productiemethoden maken het voor de milieucoördinator uitdagend om deze veranderingen op te volgen en te implementeren in de organisatie. Een belangrijke verandering is ook de publicatie door de International Standardization Organisation (ISO) in 2015 van de norm ISO 14001:2015. Deze norm is een managementsysteemnorm voor milieu. Maar wat is dat nu juist, een managementsysteem en een milieumanagementsysteem? Wat zijn de voordelen voor mijn organisatie om over een – al dan niet gecertificeerd – milieumanagementsysteem te beschikken? Waarop legt een managementsysteem nu juist de nadruk? Al deze vragen zullen in deze uitgave worden beantwoord. Na het lezen zal het voor jou als milieucoördinator duidelijk zijn dat een milieumanagementsysteem jou helpt om op de vele veranderingen die op je afkomen gepast te reageren. Nieuwe milieuwetgeving wordt opgevolgd en geïmplementeerd, nieuwe risico’s worden (her)beoordeeld, nieuwe opleidingen voor het personeel worden ingericht, enz. De norm ISO 14001:2015 geeft je daarbij hulp. Deze milieumanagementsysteemnorm geeft je een manier van aanpakken, die je makkelijk kan gebruiken in andere vestigingen van je organisatie. Speciaal voor vestigingen in het buitenland geeft ISO 14001:2015 een duidelijk ‘raamwerk’, waarrond je het milieumanagement kan opbouwen en kan communiceren met je buitenlandse milieuprofessionals. Met als uiteindelijk doel: het verhogen van het milieuniveau in de organisatie. Veel succes hiermee!

Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als auditor op het gebied van kwaliteit, milieu en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor milieu auditeert hij ISO 14001, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 45001.
Daarnaast verzorgt Jan Dillen opleidingen voor preventieadviseurs niveau 1&2/middelbaar en hoger milieukundigen en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de Universiteit Hasselt. Jan Dillen publiceert regelmatig over milieu en spreekt op congressen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Phonopraxis. Principes, interventies en technieken voor stemtherapie (Omtrent logopedie nr. 8)

 27,50
Het verbeteren van de stemkwaliteit bij beroepssprekers en bij personen met een stemstoornis in het bijzonder gebeurt aan de hand van een uitgebreide set van methoden, technieken en oefeningen die in de logopedische praktijk bestaan, deels op basis van traditie en ervaring en deels op basis van evidentiestudies. Stemtherapeuten maken doorgaans een pragmatische keuze uit het brede aanbod na inschatting van de ernst van de beperking, de eigen vaardigheden en overblijvende vocale mogelijkheden van de cliënt of stempatiënt. Het ICF-model dient als basis voor een evenwichtige benadering van alle aspecten die een impact kunnen hebben op de gevolgen van een stemprobleem.
Phonopraxis wil de stemtherapeut vooral concrete informatie aanreiken over de bestaande interventiemogelijkheden die kunnen bijdragen tot een gemotiveerde keuze. In eerste instantie worden de therapeutische principes uitgewerkt die algemeen geldig zijn, waarna indirecte en directe therapeutische interventies besproken worden. Meer specifiek worden verschillende stemtechnieken in detail uitgewerkt in alfabetische volgorde volgens een identiek sjabloon waarin respectievelijk de beschrijving, de indicaties, het verloop en/of instructie, de duur en de frequentie, de rationale, de doelstelling, de mogelijke valkuilen, de ervaringen, de eventuele evidentie en de bronnen vermeld worden. In een bijlage worden nog een aantal concrete werkinstrumenten aangeboden.

Fons Mertens is logopedist en voormalig hoofd van de Dienst Logopedie KMSL in Turnhout. Hij is betrokken bij talrijke onderzoeken en publicaties op het vlak van stem en heeft een jarenlange ervaring inzake stemtherapie.

Marc De Bodt is logopedist en doctor in de medische wetenschappen. Hij is hoofd van het Universitair Revalidatiecentrum van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen, hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en gastprofessor aan de UGent (Logopedische en Audiologische Wetenschappen).

Louis Heylen is logopedist en doctor in de medische wetenschappen. Hij is voormalig directeur van de Centra voor Ambulante Revalidatie van Turnhout, Zuiderkempen en Mechelen en het revalidatiecentrum voor Niet-Aangeboren Hersenletsels in Turnhout. Verder is hij postdoctoraal onderzoeker aan de Universiteit Antwerpen en emeritus gastprofessor aan de Universiteit Gent (Logopedische en Audiologische Wetenschappen).

Quick View

Phonopraxis. Principes, interventies en technieken voor stemtherapie (Omtrent logopedie nr. 8)

 27,50
Het verbeteren van de stemkwaliteit bij beroepssprekers en bij personen met een stemstoornis in het bijzonder gebeurt aan de hand van een uitgebreide set van methoden, technieken en oefeningen die in de logopedische praktijk bestaan, deels op basis van traditie en ervaring en deels op basis van evidentiestudies. Stemtherapeuten maken doorgaans een pragmatische keuze uit het brede aanbod na inschatting van de ernst van de beperking, de eigen vaardigheden en overblijvende vocale mogelijkheden van de cliënt of stempatiënt. Het ICF-model dient als basis voor een evenwichtige benadering van alle aspecten die een impact kunnen hebben op de gevolgen van een stemprobleem.
Phonopraxis wil de stemtherapeut vooral concrete informatie aanreiken over de bestaande interventiemogelijkheden die kunnen bijdragen tot een gemotiveerde keuze. In eerste instantie worden de therapeutische principes uitgewerkt die algemeen geldig zijn, waarna indirecte en directe therapeutische interventies besproken worden. Meer specifiek worden verschillende stemtechnieken in detail uitgewerkt in alfabetische volgorde volgens een identiek sjabloon waarin respectievelijk de beschrijving, de indicaties, het verloop en/of instructie, de duur en de frequentie, de rationale, de doelstelling, de mogelijke valkuilen, de ervaringen, de eventuele evidentie en de bronnen vermeld worden. In een bijlage worden nog een aantal concrete werkinstrumenten aangeboden.

Fons Mertens is logopedist en voormalig hoofd van de Dienst Logopedie KMSL in Turnhout. Hij is betrokken bij talrijke onderzoeken en publicaties op het vlak van stem en heeft een jarenlange ervaring inzake stemtherapie.

Marc De Bodt is logopedist en doctor in de medische wetenschappen. Hij is hoofd van het Universitair Revalidatiecentrum van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen, hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en gastprofessor aan de UGent (Logopedische en Audiologische Wetenschappen).

Louis Heylen is logopedist en doctor in de medische wetenschappen. Hij is voormalig directeur van de Centra voor Ambulante Revalidatie van Turnhout, Zuiderkempen en Mechelen en het revalidatiecentrum voor Niet-Aangeboren Hersenletsels in Turnhout. Verder is hij postdoctoraal onderzoeker aan de Universiteit Antwerpen en emeritus gastprofessor aan de Universiteit Gent (Logopedische en Audiologische Wetenschappen).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Fasciatherapie: Sensomotorische rugschool

 19,90
Bij rugklachten wordt eerder de raad gegeven om te blijven bewegen dan te rusten. Maar wat wordt daar juist mee bedoeld? Moet je bewegen om je spierkracht te trainen of om je spieren te ontspannen, gezien bij pijn en/of bewegingsbeperking de spierspanning juist verhoogt? Of moet je eerder bewegen om de kwaliteit van de beweging te verbeteren? En wat met de coping, het omgaan met rugklachten? Wat te doen met de interpretatie van je rugklachten indien deze een belemmerende factor betekent in de revalidatie? En hoe kan je de angst om te bewegen transformeren in een vertrouwen tijdens het bewegen?

De sensomotorische rugschool, een innoverende vorm van bewegingseducatie binnen de kinesitherapie, richt zich in de eerste plaats naar het ‘bewust’ beleven van een gecoördineerde beweging, aangepast aan je innerlijke toestand en externe omstandigheden. Bewustwording van de beweging helpt immers om je bewegingskwaliteit te verbeteren alsook om je soms inadequate pijnbeleving of bewegingsangst te neutraliseren en om te vormen naar een pijnvrij en vertrouwensvol bewegen.

Paul Sercu’s passie om mensen met rugklachten op weg te helpen heeft hem via kinesitherapie, osteopathie, fasciatherapie en somato-psychopedagogie gebracht tot expert in een multifactoriële aanpak van lichamelijke klachten. In deze benadering staat de persoon die lijdt centraal eerder dan de aandoening. Hij is gastdocent aan PXL Hasselt waar hij de somato-psychopadagogie onderwijst in een postgraduate cyclus. Hij is stichter en hoofddocent van het ‘Fascia College’, waar hij verantwoordelijk is voor de inhoud en wetenschappelijke ontwikkeling van deze benadering. Als assistent aan de Centre d’Etude et de Recherche Appliquée en Psychopédagogie perceptive ondersteunt hij wetenschappelijk onderzoek. Hij is actief lid in de Biotensegrity Interest Group, stichtend lid van de Axxon Belgian Clinical interest group fasciale kinesitherapie en lid van de fascia research society.

Viviane Wolfs is kinesitherapeute en fasciatherapeute. Haar interesse richt zich vooral naar de fenomenologische biomechanica en de bewegingsperceptie in het algemeen. Via fundamenteel wetenschappelijke lectuur en experience based verdiept ze zich verder in de materie. Viviane werkt in haar eigen praktijk waar mensen terecht kunnen met acute en chronische . Ze is ook actief in de de rugkliniek van het Jessa Ziekenhuis, Campus Salvator in Hasselt.

Quick View

Fasciatherapie: Sensomotorische rugschool

 19,90
Bij rugklachten wordt eerder de raad gegeven om te blijven bewegen dan te rusten. Maar wat wordt daar juist mee bedoeld? Moet je bewegen om je spierkracht te trainen of om je spieren te ontspannen, gezien bij pijn en/of bewegingsbeperking de spierspanning juist verhoogt? Of moet je eerder bewegen om de kwaliteit van de beweging te verbeteren? En wat met de coping, het omgaan met rugklachten? Wat te doen met de interpretatie van je rugklachten indien deze een belemmerende factor betekent in de revalidatie? En hoe kan je de angst om te bewegen transformeren in een vertrouwen tijdens het bewegen?

De sensomotorische rugschool, een innoverende vorm van bewegingseducatie binnen de kinesitherapie, richt zich in de eerste plaats naar het ‘bewust’ beleven van een gecoördineerde beweging, aangepast aan je innerlijke toestand en externe omstandigheden. Bewustwording van de beweging helpt immers om je bewegingskwaliteit te verbeteren alsook om je soms inadequate pijnbeleving of bewegingsangst te neutraliseren en om te vormen naar een pijnvrij en vertrouwensvol bewegen.

Paul Sercu’s passie om mensen met rugklachten op weg te helpen heeft hem via kinesitherapie, osteopathie, fasciatherapie en somato-psychopedagogie gebracht tot expert in een multifactoriële aanpak van lichamelijke klachten. In deze benadering staat de persoon die lijdt centraal eerder dan de aandoening. Hij is gastdocent aan PXL Hasselt waar hij de somato-psychopadagogie onderwijst in een postgraduate cyclus. Hij is stichter en hoofddocent van het ‘Fascia College’, waar hij verantwoordelijk is voor de inhoud en wetenschappelijke ontwikkeling van deze benadering. Als assistent aan de Centre d’Etude et de Recherche Appliquée en Psychopédagogie perceptive ondersteunt hij wetenschappelijk onderzoek. Hij is actief lid in de Biotensegrity Interest Group, stichtend lid van de Axxon Belgian Clinical interest group fasciale kinesitherapie en lid van de fascia research society.

Viviane Wolfs is kinesitherapeute en fasciatherapeute. Haar interesse richt zich vooral naar de fenomenologische biomechanica en de bewegingsperceptie in het algemeen. Via fundamenteel wetenschappelijke lectuur en experience based verdiept ze zich verder in de materie. Viviane werkt in haar eigen praktijk waar mensen terecht kunnen met acute en chronische . Ze is ook actief in de de rugkliniek van het Jessa Ziekenhuis, Campus Salvator in Hasselt.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Kind en recht in filosofie, levensbeschouwing en verhalen

 32,50
Hoe denken we over kinderen en hun rechten? Het internationale verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) werd in 1989 door de Verenigde Naties aangenomen. Het spreken in termen van rechten van kinderen lijkt betrekkelijk nieuw, maar al eerder werd er over kinderen en hun rechten gedacht. Om die wortels en ontwikkeling bloot te leggen ontstond deze bijzondere bundel. Auteurs met zeer verschillende achtergronden namen de uitdaging aan. Zij leverden filosofische en levensbeschouwelijke bijdragen en verhalen in relatie tot rechten van kinderen.

Sleutelwoorden in deze zoektocht vormen de begrippen ouderlijke verantwoordelijkheid en autonomie van het kind. Beide begrippen zijn ijkpunten in het IVRK, maar komen ook als kernbegrippen voor in zowel de filosofische als de levensbeschouwelijke bijdragen. De filosofe Hannah Arendt is daar het meest uitgesproken in. Onder verwijzing naar haar werk wordt gesproken over ‘het immense belang van verantwoordelijkheid ten opzichte van kinderen’. Maar ook in de levensbeschouwelijke bijdragen is die verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van de jonge mens, en menswording in het algemeen, een steeds terugkerend thema, zij het al naar gelang de levensbeschouwelijke richting in wisselende gradaties. Dat geldt ook voor de gemeenschappelijke ontwikkeling die zich aftekent: een verschuiving van rechten van ouders naar die van het kind en wel in het bijzonder naar zijn recht op autonomie. Veelzeggend in dit verband is dat in vele bijdragen het grote belang van onderwijs en educatie wordt onderstreept: ‘Immers het leerproces stelt een individu in staat om zich tot een zelfstandig denkende persoon te ontwikkelen’. Ook in de opgenomen literatuur en verhalen komt het belang van opvoeding en onderwijs naar voren. Juist deze verhalen hebben de zeggingskracht om ‘een schok van inzicht te geven’ in de betekenis van kinderrechten.

“Het Kinderrechtenverdrag bestaat 30 jaar. Dat is een uitstekende gelegenheid tot reflectie over de rol en de betekenis van kinderrechten in actuele maatschappelijke kwesties zoals levensbeschouwing, zingeving en identiteit. Dit boek nodigt ons daartoe uit. Het biedt kennis, inzichten en perspectieven die niet alleen relevant, maar ook noodzakelijk zijn om de komende jaren kinderrechten tot blijvende bron en ijkpunt van zowel beleid als praktijk te maken.” Bruno Vanobbergen, Vlaamse kinderrechtencommissaris

Quick View

Kind en recht in filosofie, levensbeschouwing en verhalen

 32,50
Hoe denken we over kinderen en hun rechten? Het internationale verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) werd in 1989 door de Verenigde Naties aangenomen. Het spreken in termen van rechten van kinderen lijkt betrekkelijk nieuw, maar al eerder werd er over kinderen en hun rechten gedacht. Om die wortels en ontwikkeling bloot te leggen ontstond deze bijzondere bundel. Auteurs met zeer verschillende achtergronden namen de uitdaging aan. Zij leverden filosofische en levensbeschouwelijke bijdragen en verhalen in relatie tot rechten van kinderen.

Sleutelwoorden in deze zoektocht vormen de begrippen ouderlijke verantwoordelijkheid en autonomie van het kind. Beide begrippen zijn ijkpunten in het IVRK, maar komen ook als kernbegrippen voor in zowel de filosofische als de levensbeschouwelijke bijdragen. De filosofe Hannah Arendt is daar het meest uitgesproken in. Onder verwijzing naar haar werk wordt gesproken over ‘het immense belang van verantwoordelijkheid ten opzichte van kinderen’. Maar ook in de levensbeschouwelijke bijdragen is die verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van de jonge mens, en menswording in het algemeen, een steeds terugkerend thema, zij het al naar gelang de levensbeschouwelijke richting in wisselende gradaties. Dat geldt ook voor de gemeenschappelijke ontwikkeling die zich aftekent: een verschuiving van rechten van ouders naar die van het kind en wel in het bijzonder naar zijn recht op autonomie. Veelzeggend in dit verband is dat in vele bijdragen het grote belang van onderwijs en educatie wordt onderstreept: ‘Immers het leerproces stelt een individu in staat om zich tot een zelfstandig denkende persoon te ontwikkelen’. Ook in de opgenomen literatuur en verhalen komt het belang van opvoeding en onderwijs naar voren. Juist deze verhalen hebben de zeggingskracht om ‘een schok van inzicht te geven’ in de betekenis van kinderrechten.

“Het Kinderrechtenverdrag bestaat 30 jaar. Dat is een uitstekende gelegenheid tot reflectie over de rol en de betekenis van kinderrechten in actuele maatschappelijke kwesties zoals levensbeschouwing, zingeving en identiteit. Dit boek nodigt ons daartoe uit. Het biedt kennis, inzichten en perspectieven die niet alleen relevant, maar ook noodzakelijk zijn om de komende jaren kinderrechten tot blijvende bron en ijkpunt van zowel beleid als praktijk te maken.” Bruno Vanobbergen, Vlaamse kinderrechtencommissaris

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Veiligheidsmanagementsystemen. De ISO 45001-norm

 39,00
Het landschap op gebied van veiligheid en gezondheid (V&G) is permanent in verandering. Nieuwe wetgeving, nieuwe gevaarlijke stoffen, nieuwe risico’s of nieuwe productiemethoden maken het voor de preventieprofessional uitdagend om deze veranderingen op te volgen en te implementeren in de organisatie. Een belangrijke verandering is ook de publicatie door de International Standardization Organisation (ISO) in 2018 van de norm ISO 45001:2018. Deze norm is een managementsysteemnorm voor veiligheid en gezondheid. Maar wat is dat nu juist, een managementsysteem en een veiligheids- en gezondheidsmanagementsysteem? Wat zijn de voordelen voor mijn organisatie om over een – al dan niet gecertificeerd – V&G-managementsysteem te beschikken? Waarop legt een managementsysteem nu juist de nadruk? Al deze vragen zullen in deze uitgave worden beantwoord. Na het lezen zal het voor jou als preventieprofessional duidelijk zijn dat een V&G-managementsysteem jou helpt om op de vele veranderingendie op je afkomen gepast te reageren. Nieuwe V&G-wetgeving wordt opgevolgd en geïmplementeerd, nieuwe risico’s worden (her)beoordeeld, nieuwe opleidingen voor het personeel worden ingericht, enz. De norm ISO 45001:2018 geeft je daarbij hulp. Deze V&G-managementsysteemnorm geeft je een manier van aanpakken, die je makkelijk kunt gebruiken in andere vestigingen van je organisatie. Speciaal voor vestigingen in het buitenland geeft ISO 45001:2018 een duidelijk ‘raamwerk’, waarrond je het V&G-management kan opbouwen en kan communiceren met je buitenlandse preventieprofessionals. Met als uiteindelijk doel: het verhogen van het veiligheid- en gezondheidsniveau in de organisatie. Veel succes hiermee!

Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij OHSAS 18001/ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001. Daarnaast verzorgt Jan Dillen opleidingen voor preventieadviseurs niveau 1&2/middelbaar en hoger veiligheidskundigen en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de Universiteit Hasselt. Jan Dillen publiceert regelmatig over veiligheid en spreekt op congressen. Zo was hij spreker aan de TU Delft en op het congres van de Nederlandse Vereniging voor Veiligheidskunde.

Quick View

Veiligheidsmanagementsystemen. De ISO 45001-norm

 39,00
Het landschap op gebied van veiligheid en gezondheid (V&G) is permanent in verandering. Nieuwe wetgeving, nieuwe gevaarlijke stoffen, nieuwe risico’s of nieuwe productiemethoden maken het voor de preventieprofessional uitdagend om deze veranderingen op te volgen en te implementeren in de organisatie. Een belangrijke verandering is ook de publicatie door de International Standardization Organisation (ISO) in 2018 van de norm ISO 45001:2018. Deze norm is een managementsysteemnorm voor veiligheid en gezondheid. Maar wat is dat nu juist, een managementsysteem en een veiligheids- en gezondheidsmanagementsysteem? Wat zijn de voordelen voor mijn organisatie om over een – al dan niet gecertificeerd – V&G-managementsysteem te beschikken? Waarop legt een managementsysteem nu juist de nadruk? Al deze vragen zullen in deze uitgave worden beantwoord. Na het lezen zal het voor jou als preventieprofessional duidelijk zijn dat een V&G-managementsysteem jou helpt om op de vele veranderingendie op je afkomen gepast te reageren. Nieuwe V&G-wetgeving wordt opgevolgd en geïmplementeerd, nieuwe risico’s worden (her)beoordeeld, nieuwe opleidingen voor het personeel worden ingericht, enz. De norm ISO 45001:2018 geeft je daarbij hulp. Deze V&G-managementsysteemnorm geeft je een manier van aanpakken, die je makkelijk kunt gebruiken in andere vestigingen van je organisatie. Speciaal voor vestigingen in het buitenland geeft ISO 45001:2018 een duidelijk ‘raamwerk’, waarrond je het V&G-management kan opbouwen en kan communiceren met je buitenlandse preventieprofessionals. Met als uiteindelijk doel: het verhogen van het veiligheid- en gezondheidsniveau in de organisatie. Veel succes hiermee!

Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij OHSAS 18001/ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001. Daarnaast verzorgt Jan Dillen opleidingen voor preventieadviseurs niveau 1&2/middelbaar en hoger veiligheidskundigen en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de Universiteit Hasselt. Jan Dillen publiceert regelmatig over veiligheid en spreekt op congressen. Zo was hij spreker aan de TU Delft en op het congres van de Nederlandse Vereniging voor Veiligheidskunde.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    2
    Uw winkelwagen
    ×