Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

BDSM in de/jouw praktijk. Kennis en handelingsalternatieven voor behandelaren

 22,00
Dit boek is in de eerste plaats geschreven voor behandelaren, begeleiders en therapeuten die mensen met een BDSM-voorkeur in hun praktijk zien. De bedoeling is hen inzicht te bieden en meer vertrouwd te maken met de inhoud, de beleving, de betekenis en de gevolgen voor mensen die een BDSM-behoefte hebben. De doelstelling is vanuit een beter begrip en kennis te komen tot een adequate zorg- en hulpverlening voor mensen die deze erotisch-seksuele voorkeur hebben. Concrete tips en adviezen helpen om – binnen de praktijk – BDSM-gedrag te normaliseren en de bespreekbaarheid ervan te verhogen. De uitgebreide wetenschappelijke referenties geven meer duiding over BDSM en verwante belevingen, en kunnen ook gebruikt worden voor zelfstudie en verdieping in bepaalde materies. De schrijver – S. Sebastianus – gebruikt een pseudoniem. Hij is een gediplomeerd hulpverlener, die samen met een team van anonieme hulpverleners sinds 2011 een zeer succesvolle online-hulpverleningspraktijk heeft opgezet over BDSM. Zij hebben inmiddels met vele honderden mensen een mentoringstraject gelopen en duizenden van informatie voorzien.

“Sebastianus zet met dit werk inmiddels zijn vierde naslagwerk over BDSM neer. Hij kan dan ook gezien worden als één van de voornaamste schrijvers over het onderwerp binnen ons taalgebied. Ook deze keer weet hij als geen ander op vlot leesbare en toegankelijke wijze BDSM toe te lichten. Het boek biedt een scala aan informatie voor elke lezer, in de eerste plaats voor de behandelaar, maar ook voor de BDSM-novice die het domein wil verkennen. Een aanrader en onmisbaar handboek op je boekenplank als je je cliënt in al zijn facetten wil leren kennen en begeleiden.” Manuel Morrens & Nele De Neef.

Quick View

BDSM in de/jouw praktijk. Kennis en handelingsalternatieven voor behandelaren

 22,00
Dit boek is in de eerste plaats geschreven voor behandelaren, begeleiders en therapeuten die mensen met een BDSM-voorkeur in hun praktijk zien. De bedoeling is hen inzicht te bieden en meer vertrouwd te maken met de inhoud, de beleving, de betekenis en de gevolgen voor mensen die een BDSM-behoefte hebben. De doelstelling is vanuit een beter begrip en kennis te komen tot een adequate zorg- en hulpverlening voor mensen die deze erotisch-seksuele voorkeur hebben. Concrete tips en adviezen helpen om – binnen de praktijk – BDSM-gedrag te normaliseren en de bespreekbaarheid ervan te verhogen. De uitgebreide wetenschappelijke referenties geven meer duiding over BDSM en verwante belevingen, en kunnen ook gebruikt worden voor zelfstudie en verdieping in bepaalde materies. De schrijver – S. Sebastianus – gebruikt een pseudoniem. Hij is een gediplomeerd hulpverlener, die samen met een team van anonieme hulpverleners sinds 2011 een zeer succesvolle online-hulpverleningspraktijk heeft opgezet over BDSM. Zij hebben inmiddels met vele honderden mensen een mentoringstraject gelopen en duizenden van informatie voorzien.

“Sebastianus zet met dit werk inmiddels zijn vierde naslagwerk over BDSM neer. Hij kan dan ook gezien worden als één van de voornaamste schrijvers over het onderwerp binnen ons taalgebied. Ook deze keer weet hij als geen ander op vlot leesbare en toegankelijke wijze BDSM toe te lichten. Het boek biedt een scala aan informatie voor elke lezer, in de eerste plaats voor de behandelaar, maar ook voor de BDSM-novice die het domein wil verkennen. Een aanrader en onmisbaar handboek op je boekenplank als je je cliënt in al zijn facetten wil leren kennen en begeleiden.” Manuel Morrens & Nele De Neef.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Euthanasie of humaan sterven in Nederland. Themanummer Filosofie & Praktijk 40/4 (Dec 2019)

 15,00
November 2019 kwam het Centraal Bureau voor de Statistiek in de reeks Statistische Trends met de online-publicatie “Opvattingen over euthanasie” (www. cbs.nl). Het gaat daarbij om de resultaten van een onderzoek, uitgevoerd in de periode maart – juni 2018 door middel van in te vullen vragenlijsten. Dit soort vragenlijsten zijn natuurlijk notoir kwetsbaar door de keuze voor een bepaalde vraag én de formulering daarvan. Het beantwoorden ervan is bovendien ook tamelijk vrijblijvend. Maar toch, de algemene uitkomst verrast niet echt en wijst op een hoge mate van acceptatie van de mogelijkheid van “euthanasie onder bepaalde omstandigheden”. Bij die ‘omstandigheden’ ontstaan overigens ook meteen problemen. De auteurs lichten bijvoorbeeld toe: “Artsen zijn echter niet verplicht om euthanasie uit te voeren, ook niet als de patiënt een wilsverklaring heeft opgesteld of als het verzoek aan de zorgvuldigheidseisen voldoet.” (p.3, mijn cursivering, vgl. ook p. 4 en 6.) Welke zorgvuldigheidseisen zouden de auteurs dan bedoelen? Toch niet de zorgvuldigheidseisen die door de wetgever aan de arts worden gesteld (en niet aan het verzoek of aan de patiënt)? Gegeven de belangen van ‘leven of dood’ lijkt me zorgvuldigheid een vereiste.
Maar dat laat onverlet dat er in het onderzoek kwesties aan bod komen waarover de auteurs van dit themanummer van F&P meer uitgebreid hun licht laten schijnen.

Quick View

Euthanasie of humaan sterven in Nederland. Themanummer Filosofie & Praktijk 40/4 (Dec 2019)

 15,00
November 2019 kwam het Centraal Bureau voor de Statistiek in de reeks Statistische Trends met de online-publicatie “Opvattingen over euthanasie” (www. cbs.nl). Het gaat daarbij om de resultaten van een onderzoek, uitgevoerd in de periode maart – juni 2018 door middel van in te vullen vragenlijsten. Dit soort vragenlijsten zijn natuurlijk notoir kwetsbaar door de keuze voor een bepaalde vraag én de formulering daarvan. Het beantwoorden ervan is bovendien ook tamelijk vrijblijvend. Maar toch, de algemene uitkomst verrast niet echt en wijst op een hoge mate van acceptatie van de mogelijkheid van “euthanasie onder bepaalde omstandigheden”. Bij die ‘omstandigheden’ ontstaan overigens ook meteen problemen. De auteurs lichten bijvoorbeeld toe: “Artsen zijn echter niet verplicht om euthanasie uit te voeren, ook niet als de patiënt een wilsverklaring heeft opgesteld of als het verzoek aan de zorgvuldigheidseisen voldoet.” (p.3, mijn cursivering, vgl. ook p. 4 en 6.) Welke zorgvuldigheidseisen zouden de auteurs dan bedoelen? Toch niet de zorgvuldigheidseisen die door de wetgever aan de arts worden gesteld (en niet aan het verzoek of aan de patiënt)? Gegeven de belangen van ‘leven of dood’ lijkt me zorgvuldigheid een vereiste.
Maar dat laat onverlet dat er in het onderzoek kwesties aan bod komen waarover de auteurs van dit themanummer van F&P meer uitgebreid hun licht laten schijnen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De columns van Professor Pi

 36,50
Dit boek bundelt een aantal korte stukjes over wiskunde, toegankelijk voor het ruimste publiek. Ze verschenen voornamelijk in de krant Het Laatste Nieuws of in het tijdschrift EOS. Gebrek aan interesse voor wiskunde kan voortaan niet meer gemotiveerd worden met de uitvlucht: “Ik voel niets voor wiskunde want zij wordt nooit begrijpelijk uitgelegd”. Voortaan kan eenieder over wiskunde lezen in gelijk welke omstandigheden, ook in de wachtzaal van de tandarts of de kapper.



Dirk Huylebrouck werkte aan verscheidene universiteiten in Congo tot President Mobutu de Belgische buitenlandse hulp bevroor. Daarna ging hij naar Portugal en naar de Europese afdeling van de universiteit van Maryland, tot zijn Amerikaanse studenten naar Irak vertrokken. Hij keerde terug naar Afrika, naar Burundi, maar de genocides in de regio kortten zijn verblijf in. In 1996 begon hij les te geven aan de Faculteit Architectuur van de KU Leuven in België. Hij schreef vier boeken: ‘Afrika + Wiskunde’, ‘De codes van da Vinci, Bach, Pi en Co’, ‘België + wiskunde’ en ‘Wiskunst’. Hij verzorgde de rubrieken ‘The Mathematical Tourist’ in ‘The Mathematical Intelligencer’, van 1997 tot 2017, en ‘Professor Pi’ in ‘Het Laatste Nieuws’, van april 2017 tot augustus 2019. Zijn laatste wapenfeit is de eerste Nederlandse vertaling van de ‘Goddelijke Verhouding’ van Luca Pacioli en Leonardo da Vinci.

Daarnaast is hij de aanstichter van de aanleg van het Pi-pad in het Jean Bourgain park in Oostende. Op π-dag (pi-dag), zaterdag 14 maart 2020, zal het Pi-pad officieel geopend worden.

Quick View

De columns van Professor Pi

 36,50
Dit boek bundelt een aantal korte stukjes over wiskunde, toegankelijk voor het ruimste publiek. Ze verschenen voornamelijk in de krant Het Laatste Nieuws of in het tijdschrift EOS. Gebrek aan interesse voor wiskunde kan voortaan niet meer gemotiveerd worden met de uitvlucht: “Ik voel niets voor wiskunde want zij wordt nooit begrijpelijk uitgelegd”. Voortaan kan eenieder over wiskunde lezen in gelijk welke omstandigheden, ook in de wachtzaal van de tandarts of de kapper.



Dirk Huylebrouck werkte aan verscheidene universiteiten in Congo tot President Mobutu de Belgische buitenlandse hulp bevroor. Daarna ging hij naar Portugal en naar de Europese afdeling van de universiteit van Maryland, tot zijn Amerikaanse studenten naar Irak vertrokken. Hij keerde terug naar Afrika, naar Burundi, maar de genocides in de regio kortten zijn verblijf in. In 1996 begon hij les te geven aan de Faculteit Architectuur van de KU Leuven in België. Hij schreef vier boeken: ‘Afrika + Wiskunde’, ‘De codes van da Vinci, Bach, Pi en Co’, ‘België + wiskunde’ en ‘Wiskunst’. Hij verzorgde de rubrieken ‘The Mathematical Tourist’ in ‘The Mathematical Intelligencer’, van 1997 tot 2017, en ‘Professor Pi’ in ‘Het Laatste Nieuws’, van april 2017 tot augustus 2019. Zijn laatste wapenfeit is de eerste Nederlandse vertaling van de ‘Goddelijke Verhouding’ van Luca Pacioli en Leonardo da Vinci.

Daarnaast is hij de aanstichter van de aanleg van het Pi-pad in het Jean Bourgain park in Oostende. Op π-dag (pi-dag), zaterdag 14 maart 2020, zal het Pi-pad officieel geopend worden.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Survival Kit for Teachers. Solution-Focused Practice at School

 19,90
This book is cramped with familiar school and classroom situations, but despite the title it doesn’t offer the teacher or therapist ready-made solutions. And neither does the teacher or therapist in his solution-focused work at school. They let the pupils discover their own solutions. Solution-focused interventions invite you to look at problems differently and can elicit solution-focused reactions. The Korzybski-institute in Bruges has developed the procedure of solution-focused work described in this book since 1984. And during the presentation in ‘Therapeutic Conversations II (Denver, Colorado) the American therapists called it ‘The Bruges Model’, hence the name of this model.

Myriam Le Fevere de Ten Hove is a child- and youth psychiatrist and staffmember of the Korzybski-institute in Bruges (Belgium). Nadine Callens is social worker at the schoolguidance center in Oostende (Belgium). Tine Geysen is psychologist at the schoolguidance center in Menen (Belgium). Wouter Maene is a teacher at a school for problemchildren, ‘Oase’, in Gent (Belgium).

Quick View

Survival Kit for Teachers. Solution-Focused Practice at School

 19,90
This book is cramped with familiar school and classroom situations, but despite the title it doesn’t offer the teacher or therapist ready-made solutions. And neither does the teacher or therapist in his solution-focused work at school. They let the pupils discover their own solutions. Solution-focused interventions invite you to look at problems differently and can elicit solution-focused reactions. The Korzybski-institute in Bruges has developed the procedure of solution-focused work described in this book since 1984. And during the presentation in ‘Therapeutic Conversations II (Denver, Colorado) the American therapists called it ‘The Bruges Model’, hence the name of this model.

Myriam Le Fevere de Ten Hove is a child- and youth psychiatrist and staffmember of the Korzybski-institute in Bruges (Belgium). Nadine Callens is social worker at the schoolguidance center in Oostende (Belgium). Tine Geysen is psychologist at the schoolguidance center in Menen (Belgium). Wouter Maene is a teacher at a school for problemchildren, ‘Oase’, in Gent (Belgium).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

The role of not party in the trial before the International Court of Justice

 75,00
The limitations of the present investigation impose to restrict the analysis to the trial system of the International Court of Justice (ICJ), as it is not possible to examine in depth the problem of the position of the third state. The present study intends to contribute to the reconstruction of the structural features of the intervention as not party, as foreseen by articles 62 and 63, of the International Court of Justice (ICJ) Statute. The first part of this survey is dedicated to a general introduction to ICJ function (including principle and legality of acts of ICJ) and continues with the examination of the position of the third state absent from the judgment. First of all, the foundation and the objective and subjective limits of the res judicata are analyzed on the one hand. On the other, there are additional effects with respect to the judgment that the international sentence is likely to produce towards third states and to which the institution of intervention, in its various forms, intends to remedy. The second part is dedicated to the examination of the international trial. Within this framework the absence of an interested party may lead the judge to refuse to exercise its jurisdictional power, where the subject who was not involved in the trial represents a real “necessary party”. The examination of this rule, as stated and applied by ICJ, provides a further piece of the framework in which the figure of the third party intervention is inscribed. The type of incidence that a decision whose obligatoriness rests solely on the consent of litigating states has on the legal positions of third states is partly different from the prejudice that can be caused to individuals by a sentence rendered inter alias. It follows that the reasons that can induce a state to decide to take part in a procedure promoted by other states have at times been different from the reasons that induce private individuals to intervene in internal judgments.

Dimitris Liakopoulos is Professor of international law, European Union law and criminal and procedural law in various Universities in US and Europe. Attorney at Law at New York and Brussels. ORCID ID: 0000-0002-1048-6468.

Quick View

The role of not party in the trial before the International Court of Justice

 75,00
The limitations of the present investigation impose to restrict the analysis to the trial system of the International Court of Justice (ICJ), as it is not possible to examine in depth the problem of the position of the third state. The present study intends to contribute to the reconstruction of the structural features of the intervention as not party, as foreseen by articles 62 and 63, of the International Court of Justice (ICJ) Statute. The first part of this survey is dedicated to a general introduction to ICJ function (including principle and legality of acts of ICJ) and continues with the examination of the position of the third state absent from the judgment. First of all, the foundation and the objective and subjective limits of the res judicata are analyzed on the one hand. On the other, there are additional effects with respect to the judgment that the international sentence is likely to produce towards third states and to which the institution of intervention, in its various forms, intends to remedy. The second part is dedicated to the examination of the international trial. Within this framework the absence of an interested party may lead the judge to refuse to exercise its jurisdictional power, where the subject who was not involved in the trial represents a real “necessary party”. The examination of this rule, as stated and applied by ICJ, provides a further piece of the framework in which the figure of the third party intervention is inscribed. The type of incidence that a decision whose obligatoriness rests solely on the consent of litigating states has on the legal positions of third states is partly different from the prejudice that can be caused to individuals by a sentence rendered inter alias. It follows that the reasons that can induce a state to decide to take part in a procedure promoted by other states have at times been different from the reasons that induce private individuals to intervene in internal judgments.

Dimitris Liakopoulos is Professor of international law, European Union law and criminal and procedural law in various Universities in US and Europe. Attorney at Law at New York and Brussels. ORCID ID: 0000-0002-1048-6468.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Terugvalpreventie 2.0. Duurzaam afronden in de jeugdzorg en GGZ met het Video Voortgangsplan

door
 24,50
Een maatschappelijk probleem is dat veel cliënten na afronding van een hulptraject in de jeugdzorg of ggz terugvallen en in een nieuw hulptraject terechtkomen. Ontwikkelingen in de ICT bieden mogelijkheden voor het vergroten van de zelfredzaamheid van cliënten; bijvoorbeeld door stevige handvatten te bieden voor de periode na het hulptraject, waarin de cliënt verder moet zonder zorgprofessional. Terugvalpreventie 2.0 geeft een theoretische onderbouwing en methodologische omschrijving voor het duurzaam afronden van hulptrajecten. Dit gebeurt aan de hand van een multimediapakket genaamd Video Voortgangsplan, bestaande uit voor de cliënt gepersonaliseerde video’s en een werkdocument.

Het Video Voortgangsplan heeft het doel de vooruitgang van het hulptraject te bestendigen, geleerde vaardigheden en informatie te doen onthouden en - indien er sprake is van een terugval - handvatten te bieden voor herstel. Er is extra aandacht voor de oplossingsgerichte houding die van de zorgprofessional wordt gevraagd in de laatste fase van het hulptraject en een theoretische constructie voor de opbouw van het multimediapakket. Het boek bevat een handleiding om het multimediapakket zelf te maken en omschrijft uitkomsten van een enquête naar de ervaringen van cliënten en zorgprofessionals die met het Video Voortgangsplan hebben gewerkt.

Jelmer Kors is pedagoog en systeemtherapeut. Hij is werkzaam bij Arkin, Centrum voor Relationele Therapie (CvRT) in Amsterdam. Zie ook www.videovoortgangsplan.nl

Quick View

Terugvalpreventie 2.0. Duurzaam afronden in de jeugdzorg en GGZ met het Video Voortgangsplan

door
 24,50
Een maatschappelijk probleem is dat veel cliënten na afronding van een hulptraject in de jeugdzorg of ggz terugvallen en in een nieuw hulptraject terechtkomen. Ontwikkelingen in de ICT bieden mogelijkheden voor het vergroten van de zelfredzaamheid van cliënten; bijvoorbeeld door stevige handvatten te bieden voor de periode na het hulptraject, waarin de cliënt verder moet zonder zorgprofessional. Terugvalpreventie 2.0 geeft een theoretische onderbouwing en methodologische omschrijving voor het duurzaam afronden van hulptrajecten. Dit gebeurt aan de hand van een multimediapakket genaamd Video Voortgangsplan, bestaande uit voor de cliënt gepersonaliseerde video’s en een werkdocument.

Het Video Voortgangsplan heeft het doel de vooruitgang van het hulptraject te bestendigen, geleerde vaardigheden en informatie te doen onthouden en - indien er sprake is van een terugval - handvatten te bieden voor herstel. Er is extra aandacht voor de oplossingsgerichte houding die van de zorgprofessional wordt gevraagd in de laatste fase van het hulptraject en een theoretische constructie voor de opbouw van het multimediapakket. Het boek bevat een handleiding om het multimediapakket zelf te maken en omschrijft uitkomsten van een enquête naar de ervaringen van cliënten en zorgprofessionals die met het Video Voortgangsplan hebben gewerkt.

Jelmer Kors is pedagoog en systeemtherapeut. Hij is werkzaam bij Arkin, Centrum voor Relationele Therapie (CvRT) in Amsterdam. Zie ook www.videovoortgangsplan.nl

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Autisme. De superkracht van Oscar en zijn vrienden. Werkboek

 24,50
Oscar is een jongen met autisme. Autisme zorgt ervoor dat Oscar zich af en toe wat anders voelt dan andere kinderen. Door de opdrachten in dit boek alleen of met je vrienden, ouders of klasgenoten te maken, kom je meer te weten over autisme en hoe je met autisme kunt omgaan.

Er zijn verschillende soorten autisme en je merkt het bij iedereen op een andere manier. Daarom stelt Oscar jou zijn vrienden voor, die ook autisme hebben. Zij vertellen jou hun verhaal. Zo leer je hoe je kinderen met autisme kunt helpen, maar vooral ook hoe kinderen met autisme jou kunnen helpen, want zij hebben superkrachten!

Dit werkboek is bedoeld voor kinderen van 9 tot 12 jaar.

Het extra werkmateriaal kun je downloaden, printen, knippen en zo vaak gebruiken als je maar wilt.

Anneleen Luyck is alumna van de opleiding Ergotherapie aan de Hogeschool PXL, Hasselt. Nadien volgde ze een bijkomende masteropleiding Educational Needs aan de Fontys Hogeschool, Nederland. Ze werkt als ergotherapeute en als vrijwilligster samen met kinderen die de diagnose autisme kregen.

Quick View

Autisme. De superkracht van Oscar en zijn vrienden. Werkboek

 24,50
Oscar is een jongen met autisme. Autisme zorgt ervoor dat Oscar zich af en toe wat anders voelt dan andere kinderen. Door de opdrachten in dit boek alleen of met je vrienden, ouders of klasgenoten te maken, kom je meer te weten over autisme en hoe je met autisme kunt omgaan.

Er zijn verschillende soorten autisme en je merkt het bij iedereen op een andere manier. Daarom stelt Oscar jou zijn vrienden voor, die ook autisme hebben. Zij vertellen jou hun verhaal. Zo leer je hoe je kinderen met autisme kunt helpen, maar vooral ook hoe kinderen met autisme jou kunnen helpen, want zij hebben superkrachten!

Dit werkboek is bedoeld voor kinderen van 9 tot 12 jaar.

Het extra werkmateriaal kun je downloaden, printen, knippen en zo vaak gebruiken als je maar wilt.

Anneleen Luyck is alumna van de opleiding Ergotherapie aan de Hogeschool PXL, Hasselt. Nadien volgde ze een bijkomende masteropleiding Educational Needs aan de Fontys Hogeschool, Nederland. Ze werkt als ergotherapeute en als vrijwilligster samen met kinderen die de diagnose autisme kregen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Nieuwe en aangepaste opdrachten van de bedrijfsrevisor in het WVV | Missions nouvelles et adaptées du réviseur d’entreprises dans le CSA (Reeks ICCI 2019-2)

 52,00
Onderhavig boek behandelt de nieuwe en aangepaste opdrachten die aan bedrijfsrevisor worden toevertrouwd door het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV ) en bevat een vennootschapsrechtelijke en normatieve analyse van deze opdrachten.

Achtereenvolgens worden de volgende opdrachten in vennootschappen besproken: de inbreng in natura, de nettoactief- en liquiditeitstest, de vrijwillige ontbinding, de omzetting, de belangconflicten, het interimdividend en de opdrachten verbonden met de beoordeling dat de financiële en boekhoudkundige gegevens getrouw en voldoende zijn, met name de wijziging van rechten verbonden aan soorten aandelen, de uitgifte van nieuwe aandelen en van converteerbare obligaties en inschrijvingsrechten en de beperking of opheffing van het voorkeurrecht.

Verder komen de nieuwe en aangepaste opdrachten in (I)VZW's en stichtingen aan bod: de vrijwillige ontbinding en vereffening en in één akte in (I)VZW's, de belangenconflicten in grote VZW's en stichtingen, de fusie en splitsing en de omzetting waarvan ten minste één van de partijen een VZW of stichting is. De publicatie sluit af met een bespreking van de afgeschafte opdrachten: de quasi-inbreng in de BV en de CV , de doelwijziging en de kapitaalverhoging in de NV ten gevolge van een conversie van converteerbare obligaties in aandelen of van een inschrijving op aandelen.

Le présent ouvrage traite des missions nouvelles et adaptées confiées au réviseur d'entreprises par le Code des sociétés et des associations (CSA ) et contient une analyse de ces missions du point de vue du droit
des sociétés et du cadre normatif.

Les missions suivantes dans les sociétés sont successivement abordées : l'apport en nature, les tests d'actif net et de liquidité, la dissolution volontaire, la transformation, les conflits d'intérêts, l'acompte sur dividende et les missions liées à l'évaluation que les données financières et comptables sont fidèles et suffisantes, à savoir la modification de droits attachés aux classes d'actions, l'émission d'actions nouvelles et d'obligations convertibles et de droits de souscriptions et la limitation ou la suppression du droit de préférence.

Les missions nouvelles et adaptées dans les A(I)SBL et les fondations sont également traitées : la dissolution volontaire et la liquidation dans un seul acte dans les A(I)SBL , les conflits d'intérêts dans les grandes A(I)SBL et fondations, la fusion et la scission et la transformation dont au moins une partie est une ASBL ou une fondation. La publication se conclut par une discussion des missions abrogées : le quasi-apport dans la SRL et la SC , la modification de l'objet social et l'augmentation de capital dans la SA à la suite de la conversion d'obligations convertibles en actions ou d'une souscription d'actions.

Geen voorraad
Quick View

Nieuwe en aangepaste opdrachten van de bedrijfsrevisor in het WVV | Missions nouvelles et adaptées du réviseur d’entreprises dans le CSA (Reeks ICCI 2019-2)

 52,00
Onderhavig boek behandelt de nieuwe en aangepaste opdrachten die aan bedrijfsrevisor worden toevertrouwd door het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV ) en bevat een vennootschapsrechtelijke en normatieve analyse van deze opdrachten.

Achtereenvolgens worden de volgende opdrachten in vennootschappen besproken: de inbreng in natura, de nettoactief- en liquiditeitstest, de vrijwillige ontbinding, de omzetting, de belangconflicten, het interimdividend en de opdrachten verbonden met de beoordeling dat de financiële en boekhoudkundige gegevens getrouw en voldoende zijn, met name de wijziging van rechten verbonden aan soorten aandelen, de uitgifte van nieuwe aandelen en van converteerbare obligaties en inschrijvingsrechten en de beperking of opheffing van het voorkeurrecht.

Verder komen de nieuwe en aangepaste opdrachten in (I)VZW's en stichtingen aan bod: de vrijwillige ontbinding en vereffening en in één akte in (I)VZW's, de belangenconflicten in grote VZW's en stichtingen, de fusie en splitsing en de omzetting waarvan ten minste één van de partijen een VZW of stichting is. De publicatie sluit af met een bespreking van de afgeschafte opdrachten: de quasi-inbreng in de BV en de CV , de doelwijziging en de kapitaalverhoging in de NV ten gevolge van een conversie van converteerbare obligaties in aandelen of van een inschrijving op aandelen.

Le présent ouvrage traite des missions nouvelles et adaptées confiées au réviseur d'entreprises par le Code des sociétés et des associations (CSA ) et contient une analyse de ces missions du point de vue du droit
des sociétés et du cadre normatif.

Les missions suivantes dans les sociétés sont successivement abordées : l'apport en nature, les tests d'actif net et de liquidité, la dissolution volontaire, la transformation, les conflits d'intérêts, l'acompte sur dividende et les missions liées à l'évaluation que les données financières et comptables sont fidèles et suffisantes, à savoir la modification de droits attachés aux classes d'actions, l'émission d'actions nouvelles et d'obligations convertibles et de droits de souscriptions et la limitation ou la suppression du droit de préférence.

Les missions nouvelles et adaptées dans les A(I)SBL et les fondations sont également traitées : la dissolution volontaire et la liquidation dans un seul acte dans les A(I)SBL , les conflits d'intérêts dans les grandes A(I)SBL et fondations, la fusion et la scission et la transformation dont au moins une partie est une ASBL ou une fondation. La publication se conclut par une discussion des missions abrogées : le quasi-apport dans la SRL et la SC , la modification de l'objet social et l'augmentation de capital dans la SA à la suite de la conversion d'obligations convertibles en actions ou d'une souscription d'actions.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Psychotherapie voor jongeren. Een praktische gids

 15,90
Werken met adolescenten is geen evidentie. Jongeren zijn mossel noch vis: ze zijn geen kind meer, maar ook nog niet volwassen. Gaandeweg ontwikkelen ze zich zowel lichamelijk, mentaal als emotioneel tot stabiele volwassenen, die stevig in het leven staan en weten waar ze voor willen werken. Dat is toch de bedoeling. Dit proces loopt echter niet altijd van een leien dakje…

Jongeren worstelen met zichzelf en hun omgeving, stellen alles ter discussie en hebben overal hun bedenkingen bij. Steeds vaker zien we dat de zoektocht naar hun eigen identiteit, wie ze zijn en waar ze naartoe willen, niet vanzelf gaat. Ze komen er niet alleen en hebben hulp nodig, van vrienden, van volwassenen in hun omgeving en soms van professionals. Dit boek is een praktische gids voor jongeren om een weg te vinden in de wirwar van de professionele hulpverlening.

Ann-Sofie De Mey is oplossingsgericht psychotherapeut, opgeleid aan het Korzybski-instituut in Brugge. Ze werkt als psychotherapeut in het buitengewoon secundair onderwijs, type 2, en als eerstelijnspsycholoog in het samenwerkingsverband 1gezin1plan. Daarnaast houdt ze ook praktijk bij Cadans in Izegem.

Quick View

Psychotherapie voor jongeren. Een praktische gids

 15,90
Werken met adolescenten is geen evidentie. Jongeren zijn mossel noch vis: ze zijn geen kind meer, maar ook nog niet volwassen. Gaandeweg ontwikkelen ze zich zowel lichamelijk, mentaal als emotioneel tot stabiele volwassenen, die stevig in het leven staan en weten waar ze voor willen werken. Dat is toch de bedoeling. Dit proces loopt echter niet altijd van een leien dakje…

Jongeren worstelen met zichzelf en hun omgeving, stellen alles ter discussie en hebben overal hun bedenkingen bij. Steeds vaker zien we dat de zoektocht naar hun eigen identiteit, wie ze zijn en waar ze naartoe willen, niet vanzelf gaat. Ze komen er niet alleen en hebben hulp nodig, van vrienden, van volwassenen in hun omgeving en soms van professionals. Dit boek is een praktische gids voor jongeren om een weg te vinden in de wirwar van de professionele hulpverlening.

Ann-Sofie De Mey is oplossingsgericht psychotherapeut, opgeleid aan het Korzybski-instituut in Brugge. Ze werkt als psychotherapeut in het buitengewoon secundair onderwijs, type 2, en als eerstelijnspsycholoog in het samenwerkingsverband 1gezin1plan. Daarnaast houdt ze ook praktijk bij Cadans in Izegem.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Safety leadership – Leiders in veiligheid

 35,00
Zonder voortrekkersrol van het management heeft een organisatie geen positieve veiligheidscultuur noch de mogelijkheid tot verandering naar een meer gewenste veiligheidscultuur. Het management speelt een belangrijke rol bij de besluitvorming over de gewenste veiligheidscultuur en het gewenste veilig gedrag, de formulering van een missie en visie, het benoemen van de taken en rollen en de bijdrage van elke werknemer bij de veiligheidscultuur. Leiders spelen dus een sleutelrol in de ontwikkeling van een positieve veiligheidscultuur en beïnvloeden het gedrag van de medewerkers. Leiders geven het goede voorbeeld, leggen aan de werknemers uit wat van hen verwacht wordt op het gebied van veilig gedrag, helpen de werknemers (faciliteren) bij hun ontwikkeling en bij het leren, monitoren dat alles verloopt zoals gewenst en sturen bij indien nodig (interveniëren). Maar leiders geven ook zin en betekenis aan gebeurtenissen in de organisatie, ook op het gebied van veiligheid. Leiders expliciteren waar de organisatie voor staat op het vlak van veiligheid, en de missie en visie die sturing geven aan het (on) veilig handelen van de werknemers. De manier waarop de organisatie omgaat met veiligheid, de veiligheidscultuur dus, wordt daarbij gestuurd door de communicatie van de leidinggevenden. Dikwijls wordt in vele organisaties gezegd – totaal foutief – dat het gedrag van de werknemers het probleem is. Dit terwijl de organisatorische factoren waaronder het leiderschap – leiders hebben invloed op het gedrag van de werknemers – worden vergeten. De volgende onderwerpen komen in deze uitgave aan bod: wat is leiderschap en wat is leiderschap in veiligheid (Safety Leadership), welk soort leiderschapsstijl is nodig bij het ontwikkelen van een positieve veiligheidscultuur, hoe draagt het leiderschap in veiligheid bij tot het veranderen van de veiligheidscultuur en het (on)veilig gedrag, wat met de missie en visie/de normen en waarden op het gebied van veiligheid, wat is de relatie tussen de safety-leader en het coachen, wie zorgt voor de zingeving, …?

Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als lead auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001. Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor preventieadviseurs en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de PXL Hasselt en publiceerde hij al meerdere boeken over veiligheids- en managementsystemen. Jan is tevens ISO-expert bij o.a. Wolters Kluwer en schrijft op regelmatige basisartikels en analyses.

Quick View

Safety leadership – Leiders in veiligheid

 35,00
Zonder voortrekkersrol van het management heeft een organisatie geen positieve veiligheidscultuur noch de mogelijkheid tot verandering naar een meer gewenste veiligheidscultuur. Het management speelt een belangrijke rol bij de besluitvorming over de gewenste veiligheidscultuur en het gewenste veilig gedrag, de formulering van een missie en visie, het benoemen van de taken en rollen en de bijdrage van elke werknemer bij de veiligheidscultuur. Leiders spelen dus een sleutelrol in de ontwikkeling van een positieve veiligheidscultuur en beïnvloeden het gedrag van de medewerkers. Leiders geven het goede voorbeeld, leggen aan de werknemers uit wat van hen verwacht wordt op het gebied van veilig gedrag, helpen de werknemers (faciliteren) bij hun ontwikkeling en bij het leren, monitoren dat alles verloopt zoals gewenst en sturen bij indien nodig (interveniëren). Maar leiders geven ook zin en betekenis aan gebeurtenissen in de organisatie, ook op het gebied van veiligheid. Leiders expliciteren waar de organisatie voor staat op het vlak van veiligheid, en de missie en visie die sturing geven aan het (on) veilig handelen van de werknemers. De manier waarop de organisatie omgaat met veiligheid, de veiligheidscultuur dus, wordt daarbij gestuurd door de communicatie van de leidinggevenden. Dikwijls wordt in vele organisaties gezegd – totaal foutief – dat het gedrag van de werknemers het probleem is. Dit terwijl de organisatorische factoren waaronder het leiderschap – leiders hebben invloed op het gedrag van de werknemers – worden vergeten. De volgende onderwerpen komen in deze uitgave aan bod: wat is leiderschap en wat is leiderschap in veiligheid (Safety Leadership), welk soort leiderschapsstijl is nodig bij het ontwikkelen van een positieve veiligheidscultuur, hoe draagt het leiderschap in veiligheid bij tot het veranderen van de veiligheidscultuur en het (on)veilig gedrag, wat met de missie en visie/de normen en waarden op het gebied van veiligheid, wat is de relatie tussen de safety-leader en het coachen, wie zorgt voor de zingeving, …?

Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als lead auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001. Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor preventieadviseurs en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de PXL Hasselt en publiceerde hij al meerdere boeken over veiligheids- en managementsystemen. Jan is tevens ISO-expert bij o.a. Wolters Kluwer en schrijft op regelmatige basisartikels en analyses.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Btw voor bouwpromotoren en notarissen. 2de herziene en uitgebreide uitgave

 45,00
Dit boek bespreekt de btw-wetgeving die relevant is voor de bouwpromotoren en notarissen.

Naast de basisbegrippen die van belang zijn om het btw-stelsel te begrijpen, staan de handelingen m.b.t. onroerende goederen centraal. Wat is het onderscheid tussen nieuwe gebouwen en oude gebouwen voor de btw-wetgeving? Wanneer is er sprake van een verbouwing en wanneer is er oprichting of levering van een nieuw gebouw? Wanneer zijn omvormingen van dien aard dat een nieuw gebouw ontstaat dat vervreemd kan worden onder het btw-stelsel? Wanneer is er sprake van eerste ingebruikneming en inbezitneming? Wat zegt de waardenorm aangaande omvormingen? Hoe berekent men de 60 %-regel? Wat zegt de oppervlaktenorm precies en wat is de link met het toepasselijke btw-tarief? Wanneer heeft een bouwpromotor de mogelijkheid een nieuw gebouw te verkopen met registratierecht?

Deze vragen worden beantwoord aan de hand van concrete toepassingen uit de praktijk. Hierdoor is het boek een praktijkgerichte leidraad voor al wie onroerende goederen bouwt, verbouwt en verkoopt.

Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij doceert het vak btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).

Quick View

Btw voor bouwpromotoren en notarissen. 2de herziene en uitgebreide uitgave

 45,00
Dit boek bespreekt de btw-wetgeving die relevant is voor de bouwpromotoren en notarissen.

Naast de basisbegrippen die van belang zijn om het btw-stelsel te begrijpen, staan de handelingen m.b.t. onroerende goederen centraal. Wat is het onderscheid tussen nieuwe gebouwen en oude gebouwen voor de btw-wetgeving? Wanneer is er sprake van een verbouwing en wanneer is er oprichting of levering van een nieuw gebouw? Wanneer zijn omvormingen van dien aard dat een nieuw gebouw ontstaat dat vervreemd kan worden onder het btw-stelsel? Wanneer is er sprake van eerste ingebruikneming en inbezitneming? Wat zegt de waardenorm aangaande omvormingen? Hoe berekent men de 60 %-regel? Wat zegt de oppervlaktenorm precies en wat is de link met het toepasselijke btw-tarief? Wanneer heeft een bouwpromotor de mogelijkheid een nieuw gebouw te verkopen met registratierecht?

Deze vragen worden beantwoord aan de hand van concrete toepassingen uit de praktijk. Hierdoor is het boek een praktijkgerichte leidraad voor al wie onroerende goederen bouwt, verbouwt en verkoopt.

Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij doceert het vak btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Tussen de lakens. Seksuele ethiek in dynamisch en kwalitatief perspectief

 40,50
Mensen ervaren liefdesrelaties en seksualiteit als een bevoorrechte weg naar een gelukkig en ‘geslaagd’, zinvol leven. Dit boek neemt deze zinzoektocht als rode draad: vanuit welke motivaties en maatschappelijke context maken mensen keuzes bij partnerrelaties en seksualiteit? Wat zijn hun diepste verlangens? Hoe worden die relaties getoetst? Wat houden die keuzes in voor hun leven? Hoe kunnen ze groeien in relaties en liefde?

Dit boek plaatst wegwijzers vanuit het christelijk personalisme. Dit model brengt op een verrassende manier concrete relationele en seksuele thema’s in kaart en geeft er zinperspectief aan. Deze open en uitdagende benadering nodigt de lezer uit om zichzelf kritisch en geëngageerd te situeren op het veld van partnerrelaties en seksualiteit en er anderen in te begeleiden.

Ilse Cornu is theologe en doceert al meer dan twee decennia ethiek van partnerrelaties en seksualiteit aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee - Schaarbeek) en aan het Hoger Instituut voor Godsdienstwetenschappen van het bisdom Antwerpen. Ze is coördinator en vormingswerker bij vzw ZinVinding en eindredacteur bij MagaZijn (www.magazijn.community), het e-zine rond zijns- en zinvragen.

Quick View

Tussen de lakens. Seksuele ethiek in dynamisch en kwalitatief perspectief

 40,50
Mensen ervaren liefdesrelaties en seksualiteit als een bevoorrechte weg naar een gelukkig en ‘geslaagd’, zinvol leven. Dit boek neemt deze zinzoektocht als rode draad: vanuit welke motivaties en maatschappelijke context maken mensen keuzes bij partnerrelaties en seksualiteit? Wat zijn hun diepste verlangens? Hoe worden die relaties getoetst? Wat houden die keuzes in voor hun leven? Hoe kunnen ze groeien in relaties en liefde?

Dit boek plaatst wegwijzers vanuit het christelijk personalisme. Dit model brengt op een verrassende manier concrete relationele en seksuele thema’s in kaart en geeft er zinperspectief aan. Deze open en uitdagende benadering nodigt de lezer uit om zichzelf kritisch en geëngageerd te situeren op het veld van partnerrelaties en seksualiteit en er anderen in te begeleiden.

Ilse Cornu is theologe en doceert al meer dan twee decennia ethiek van partnerrelaties en seksualiteit aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee - Schaarbeek) en aan het Hoger Instituut voor Godsdienstwetenschappen van het bisdom Antwerpen. Ze is coördinator en vormingswerker bij vzw ZinVinding en eindredacteur bij MagaZijn (www.magazijn.community), het e-zine rond zijns- en zinvragen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    1
    Uw winkelwagen
    De columns van Professor Pi
    De columns van Professor Pi
    Aantal: 1
    Prijs: 36,50
     36,50
    ×