Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

God heeft een brede rug. De zoektocht van een religieus agnost

 24,90
Het is geen eenvoudige opgave om in deze verwarrende tijden een spirituele thuishaven te vinden. Het traditionele ''kolenbrandersgeloof'' verdwijnt, maar het rabiate atheïsme stoot ook tegen de borst... Het nieuwetijdsdenken lijkt over zijn hoogtepunt heen. De georganiseerde kerken hebben de grootste moeite om hun structuren overeind te houden. De humanistische verenigingen moeten het stellen met een kleine kudde. De vrijmetselaars hebben zich ommuurd met oninneembare wallen.
Waar haalt de postmoderne mens voortaan nog voedsel voor de ziel, en de kracht om nieuwe vormen van solidariteit uit te bouwen? Hoe zal hij/ zij gestalte geven aan de grote overgangsmomenten in het leven: geboorte, huwelijk, overlijden en nog zoveel andere ingrijpende gebeurtenissen die een bewust levend individu niet ongemerkt wil laten voorbijgaan?

Religieus agnosticisme kan een antwoord bieden. Het richt zich tot de zoekende mens die geen behoefte heeft aan absolute antwoorden, en die een vragend bestaan durft te leiden, met veel ruimte voor introspectie, intuïtie, reflectie, openhartige discussie, bezinning, meditatie en gerichtheid op het transcendente.
De auteur belicht zijn eigen zoektocht en houdt een pleidooi voor een vorm van spiritualiteit die intellectueel relevant is en sociaal progressief, vanuit de keuze voor ''open religie'', ''meervoudige religieuze verbondenheid'' en ''actief pluralisme''.

Religieus agnosticisme is uiteraard geen doctrine, maar veeleer een voorzichtige hypothese die steun en soelaas kan bieden voor wie zich aangezogen voelt door het eventuele geheim achter de zichtbare werkelijkheid.

Jan Verachtert studeerde Filosofie, Theologie en Romaanse filologie.

Quick View

God heeft een brede rug. De zoektocht van een religieus agnost

 24,90
Het is geen eenvoudige opgave om in deze verwarrende tijden een spirituele thuishaven te vinden. Het traditionele ''kolenbrandersgeloof'' verdwijnt, maar het rabiate atheïsme stoot ook tegen de borst... Het nieuwetijdsdenken lijkt over zijn hoogtepunt heen. De georganiseerde kerken hebben de grootste moeite om hun structuren overeind te houden. De humanistische verenigingen moeten het stellen met een kleine kudde. De vrijmetselaars hebben zich ommuurd met oninneembare wallen.
Waar haalt de postmoderne mens voortaan nog voedsel voor de ziel, en de kracht om nieuwe vormen van solidariteit uit te bouwen? Hoe zal hij/ zij gestalte geven aan de grote overgangsmomenten in het leven: geboorte, huwelijk, overlijden en nog zoveel andere ingrijpende gebeurtenissen die een bewust levend individu niet ongemerkt wil laten voorbijgaan?

Religieus agnosticisme kan een antwoord bieden. Het richt zich tot de zoekende mens die geen behoefte heeft aan absolute antwoorden, en die een vragend bestaan durft te leiden, met veel ruimte voor introspectie, intuïtie, reflectie, openhartige discussie, bezinning, meditatie en gerichtheid op het transcendente.
De auteur belicht zijn eigen zoektocht en houdt een pleidooi voor een vorm van spiritualiteit die intellectueel relevant is en sociaal progressief, vanuit de keuze voor ''open religie'', ''meervoudige religieuze verbondenheid'' en ''actief pluralisme''.

Religieus agnosticisme is uiteraard geen doctrine, maar veeleer een voorzichtige hypothese die steun en soelaas kan bieden voor wie zich aangezogen voelt door het eventuele geheim achter de zichtbare werkelijkheid.

Jan Verachtert studeerde Filosofie, Theologie en Romaanse filologie.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Wie herkanst? Profiel, leerroutes en beweegredenen van de deelnemers aan het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap

 23,00
Meer dan ooit is een diploma of getuigschrift een noodzakelijk toegangsticket tot de arbeidsmarkt en als dusdanig in grote mate bepalend voor iemands latere sociale positie en levenskwaliteit. Diploma’s worden toegekend na een langdurig proces van opleiding, kanalisering en selectie. En hoewel we er van uitgaan dat dit sorteerproces georganiseerd wordt op basis van meritocratische principes – talent, inzet en verdienste – stellen onderzoekers steeds weer vast dat bepaalde groepen systematisch buiten de prijzen vallen en zonder diploma (‘ongekwalificeerd’) het onderwijs verlaten. De kansen zijn dus toch niet gelijk verdeeld in het onderwijs.

Het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap bieden volwassenen die de middelbare school zonder diploma verlieten de mogelijkheid alsnog dat diploma te behalen. Het stijgende succes van beide instellingen illustreert niet alleen het toenemende belang van diploma’s, maar het wijst ook op een aantal blijvende gebreken van het traditionele, reguliere onderwijssysteem.

Wat is het profiel van deze herkansers? 1.183 deelnemers aan het Tweedekansonderwijs en 1.032 mensen die hun kans waagden via de Examencommissie werden ondervraagd: Wie zijn ze? Hoe verliep hun schoolloopbaan? Waarom stopten ze destijds met studeren? Waarom waagden ze een tweede kans? Waarom verkiezen ze het ene systeem boven het andere? Welke hinderpalen ondervonden ze bij hun studies? Wat verwachten ze na het behalen van hun diploma?

Het onderzoek leert dat het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie verschillende publieken bereiken. Een vergelijking met een groep jongvolwassenen die geen diploma haalden, maar nooit herkansten, wijst bovendien op een aantal specifieke kenmerken van de herkansers. Rijst de vraag of het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie erin slagen de ongelijkheid van kansen in het onderwijs (gedeeltelijk) recht te trekken? Of zijn de kansen op het herkansen ook ongelijk verdeeld?

Er werden ook diepgaande gesprekken gevoerd met 25 herkansers en niet-herkansers. Deze beklijvende verhalen belichten aspecten van het onderwijssysteem die zelden aan bod komen.

Ignace Glorieux, Ryfka Heyman, Maaike Taelman en Yolis Van Dorsselaer zijn verbonden aan de Onderzoeksgroep TOR van de Vakgroep Sociologie van de Vrije Universiteit Brussel. Marc Jegers is verbonden aan de Vakgroep Micro-economie van de profit en de non-profit sector van de Vrije Universiteit Brussel.

Quick View

Wie herkanst? Profiel, leerroutes en beweegredenen van de deelnemers aan het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap

 23,00
Meer dan ooit is een diploma of getuigschrift een noodzakelijk toegangsticket tot de arbeidsmarkt en als dusdanig in grote mate bepalend voor iemands latere sociale positie en levenskwaliteit. Diploma’s worden toegekend na een langdurig proces van opleiding, kanalisering en selectie. En hoewel we er van uitgaan dat dit sorteerproces georganiseerd wordt op basis van meritocratische principes – talent, inzet en verdienste – stellen onderzoekers steeds weer vast dat bepaalde groepen systematisch buiten de prijzen vallen en zonder diploma (‘ongekwalificeerd’) het onderwijs verlaten. De kansen zijn dus toch niet gelijk verdeeld in het onderwijs.

Het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap bieden volwassenen die de middelbare school zonder diploma verlieten de mogelijkheid alsnog dat diploma te behalen. Het stijgende succes van beide instellingen illustreert niet alleen het toenemende belang van diploma’s, maar het wijst ook op een aantal blijvende gebreken van het traditionele, reguliere onderwijssysteem.

Wat is het profiel van deze herkansers? 1.183 deelnemers aan het Tweedekansonderwijs en 1.032 mensen die hun kans waagden via de Examencommissie werden ondervraagd: Wie zijn ze? Hoe verliep hun schoolloopbaan? Waarom stopten ze destijds met studeren? Waarom waagden ze een tweede kans? Waarom verkiezen ze het ene systeem boven het andere? Welke hinderpalen ondervonden ze bij hun studies? Wat verwachten ze na het behalen van hun diploma?

Het onderzoek leert dat het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie verschillende publieken bereiken. Een vergelijking met een groep jongvolwassenen die geen diploma haalden, maar nooit herkansten, wijst bovendien op een aantal specifieke kenmerken van de herkansers. Rijst de vraag of het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie erin slagen de ongelijkheid van kansen in het onderwijs (gedeeltelijk) recht te trekken? Of zijn de kansen op het herkansen ook ongelijk verdeeld?

Er werden ook diepgaande gesprekken gevoerd met 25 herkansers en niet-herkansers. Deze beklijvende verhalen belichten aspecten van het onderwijssysteem die zelden aan bod komen.

Ignace Glorieux, Ryfka Heyman, Maaike Taelman en Yolis Van Dorsselaer zijn verbonden aan de Onderzoeksgroep TOR van de Vakgroep Sociologie van de Vrije Universiteit Brussel. Marc Jegers is verbonden aan de Vakgroep Micro-economie van de profit en de non-profit sector van de Vrije Universiteit Brussel.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Kinderwens en ouderschap bij mensen met een verstandelijke beperking. Aanzet tot maatschappelijke dialoog

 29,90
De kinderwens en het ouderschap bij mensen met een verstandelijke beperking is een controversieel thema. Het laat de betrokkenen en ‘de maatschappij’ niet onberoerd. Kinderen van ouders met een verstandelijke beperking lopen een grotere kans op allerhande problemen.

De laatste decennia is er nadrukkelijker een specifiek emancipatiebeleid voor mensen met een verstandelijke beperking. Ze zijn volwaardige burgers met recht op volwaardige maatschappelijke participatie en passende ondersteuning bij de vormgeving van hun burgerschap. Maar in de discussie over het burgerschapsideaal is precies het ouderschap van mensen met een verstandelijke beperking een grote verstoorder. Het levert vragen op als: Wat is goed ouderschap? Wanneer is ouderschap goed genoeg voor de samenleving? Wat hebben kinderen minimaal nodig? Wat is goede hulpverling of goede ondersteuning? Hoe verhouden rechten, belangen en waarden zich tot elkaar? Welke interventies zijn gerechtvaardigd, wanneer en door wie? En uiteraard: Welke plaats en welke stem krijgen de mensen met een verstandelijke beperking zelf in al deze afwegingen en overwegingen?

Marieke Baert, orthopedagoog, werkt in het Ortho-agogisch Centrum Broeder Ebergiste in Gent.
Jan Raymaekers, maatschappelijk werker en filosoof, is directeur van Dagcentrum De Wroeter in Kortessem.

Placeholder Image
Quick View

Kinderwens en ouderschap bij mensen met een verstandelijke beperking. Aanzet tot maatschappelijke dialoog

 29,90
De kinderwens en het ouderschap bij mensen met een verstandelijke beperking is een controversieel thema. Het laat de betrokkenen en ‘de maatschappij’ niet onberoerd. Kinderen van ouders met een verstandelijke beperking lopen een grotere kans op allerhande problemen.

De laatste decennia is er nadrukkelijker een specifiek emancipatiebeleid voor mensen met een verstandelijke beperking. Ze zijn volwaardige burgers met recht op volwaardige maatschappelijke participatie en passende ondersteuning bij de vormgeving van hun burgerschap. Maar in de discussie over het burgerschapsideaal is precies het ouderschap van mensen met een verstandelijke beperking een grote verstoorder. Het levert vragen op als: Wat is goed ouderschap? Wanneer is ouderschap goed genoeg voor de samenleving? Wat hebben kinderen minimaal nodig? Wat is goede hulpverling of goede ondersteuning? Hoe verhouden rechten, belangen en waarden zich tot elkaar? Welke interventies zijn gerechtvaardigd, wanneer en door wie? En uiteraard: Welke plaats en welke stem krijgen de mensen met een verstandelijke beperking zelf in al deze afwegingen en overwegingen?

Marieke Baert, orthopedagoog, werkt in het Ortho-agogisch Centrum Broeder Ebergiste in Gent.
Jan Raymaekers, maatschappelijk werker en filosoof, is directeur van Dagcentrum De Wroeter in Kortessem.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Opleiden voor Passend Onderwijs. Advies m.b.t. het programma en niveau van opleiden voor Passend Onderwijs in de Bachelorfase van PABO en Lerarenopleiding VO – LEOZ Deelproject 7

 10,90
Hoe kan men ervoor zorgen dat de ruime expertise die voorhanden is inzake zorg en Passend Onderwijs ook daar terecht komt waar die terecht moet komen? Dit boek geeft advies over hoe de leraar in opleiding daarvoor uitgerust kan worden. Hiervoor werden de bestaande curricula op een aantal hogescholen op het terrein van zorg en Passend Onderwijs bekeken. Daarnaast werd er een inventaris gemaakt van meningen en wensen van opleidingsdocenten, managers, studenten en docenten werkzaam in het onderwijsveld. Het resultaat is een handreiking om Passend Onderwijs structureel in het curriculum van PABO’s en Lerarenopleidingen VO/PTH op te nemen.

Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.

Jacques Fanchamps is projectleider bij het Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg van de WOSOinstellingen.
Letty Schroën-Ario is hogeschooldocent, trainer en coach bij Windesheim OSO – Opleidingen Speciale Onderwijszorg.
Jan Thassing is verbonden aan de Faculteit Educatie van de Hogeschool Utrecht. Hij is ook werkzaam als docent, studieloopbaanbegeleider en ontwikkelaar bij het Seminarium voor Orthopedagogiek en het Instituut voor Gebaren, Taal & Dovenstudies.

Quick View

Opleiden voor Passend Onderwijs. Advies m.b.t. het programma en niveau van opleiden voor Passend Onderwijs in de Bachelorfase van PABO en Lerarenopleiding VO – LEOZ Deelproject 7

 10,90
Hoe kan men ervoor zorgen dat de ruime expertise die voorhanden is inzake zorg en Passend Onderwijs ook daar terecht komt waar die terecht moet komen? Dit boek geeft advies over hoe de leraar in opleiding daarvoor uitgerust kan worden. Hiervoor werden de bestaande curricula op een aantal hogescholen op het terrein van zorg en Passend Onderwijs bekeken. Daarnaast werd er een inventaris gemaakt van meningen en wensen van opleidingsdocenten, managers, studenten en docenten werkzaam in het onderwijsveld. Het resultaat is een handreiking om Passend Onderwijs structureel in het curriculum van PABO’s en Lerarenopleidingen VO/PTH op te nemen.

Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.

Jacques Fanchamps is projectleider bij het Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg van de WOSOinstellingen.
Letty Schroën-Ario is hogeschooldocent, trainer en coach bij Windesheim OSO – Opleidingen Speciale Onderwijszorg.
Jan Thassing is verbonden aan de Faculteit Educatie van de Hogeschool Utrecht. Hij is ook werkzaam als docent, studieloopbaanbegeleider en ontwikkelaar bij het Seminarium voor Orthopedagogiek en het Instituut voor Gebaren, Taal & Dovenstudies.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Handboek kwaliteitstraject speciale onderwijszorg in verschillende schoolomgevingen – LEOZ Deelproject 5

 22,40
Hoe kunnen schoolbegeleiders adequaat toegerust worden in het opzetten en uitvoeren van kwaliteitszorgtrajecten? Het handboek geeft hierop een antwoord vanuit praktijkervaringen in regulier en speciaal onderwijs, en richt zich op de school en de schoolbegeleiders.

In het eerste deel worden de resultaten van de kwaliteitstrajecten zowel in perspectief van de school als van de schoolbegeleiders in kaart gebracht. Ook wordt de betekenis van de uitgevoerde kwaliteitstrajecten voor de taakstelling, rollen en competenties van een schoolbegeleider verhelderd. Het tweede deel legt een relatie tussen kwaliteitszorg, schoolontwikkeling en schoolbeleid als tripartiete eenheid en geeft alle kennisinformatie die een schoolbegeleider nodig heeft voor het effectief begeleiden van kwaliteitstrajecten. De hoofdstukken worden telkens afgewisseld met procesbeschrijvingen van de uitgevoerde kwaliteitstrajecten. Dit maakt het boek ook zeer bruikbaar voor scholen zelf.

Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.

Quick View

Handboek kwaliteitstraject speciale onderwijszorg in verschillende schoolomgevingen – LEOZ Deelproject 5

 22,40
Hoe kunnen schoolbegeleiders adequaat toegerust worden in het opzetten en uitvoeren van kwaliteitszorgtrajecten? Het handboek geeft hierop een antwoord vanuit praktijkervaringen in regulier en speciaal onderwijs, en richt zich op de school en de schoolbegeleiders.

In het eerste deel worden de resultaten van de kwaliteitstrajecten zowel in perspectief van de school als van de schoolbegeleiders in kaart gebracht. Ook wordt de betekenis van de uitgevoerde kwaliteitstrajecten voor de taakstelling, rollen en competenties van een schoolbegeleider verhelderd. Het tweede deel legt een relatie tussen kwaliteitszorg, schoolontwikkeling en schoolbeleid als tripartiete eenheid en geeft alle kennisinformatie die een schoolbegeleider nodig heeft voor het effectief begeleiden van kwaliteitstrajecten. De hoofdstukken worden telkens afgewisseld met procesbeschrijvingen van de uitgevoerde kwaliteitstrajecten. Dit maakt het boek ook zeer bruikbaar voor scholen zelf.

Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Waarom zijn de bananen krom? De onderzoekende houding in bachelor- en masteropleidingen op de hogeschool – LEOZ Deelproject 6

 14,40
Onderzoek heeft een belangrijke positie gekregen in het onderwijs op de hogeschool. Een basisvoorwaarde voor goed praktijkonderzoek is het ontwikkelen van een onderzoekende houding.

Dit boek geeft meer inzicht in de onderzoekende houding en bevat tips over het trainen van die houding. Ook worden er voorbeelden gegeven van opdrachten en aanwijzingen voor de organisatorische inbedding. Het boek is in de eerste plaats bedoeld voor docenten en onderwijsmanagers van educatieve opleidingen, maar is eveneens bruikbaar in andere sociaalculturele opleidingen.

Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.

Frits Harinck, psycholoog, is verbonden aan de Hogeschool Windesheim, waar hij betrokken is bij het opzetten van een masteropleiding en het ontwikkelen van modules praktijkonderzoek.
Jos Kienhuis, orthopedagoog, is docent bij Fontys OSO – Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg.
Ton de Wit, orthopedagoog, doceert aan het Seminarium voor Orthopedagogiek, Hogeschool Utrecht.

Quick View

Waarom zijn de bananen krom? De onderzoekende houding in bachelor- en masteropleidingen op de hogeschool – LEOZ Deelproject 6

 14,40
Onderzoek heeft een belangrijke positie gekregen in het onderwijs op de hogeschool. Een basisvoorwaarde voor goed praktijkonderzoek is het ontwikkelen van een onderzoekende houding.

Dit boek geeft meer inzicht in de onderzoekende houding en bevat tips over het trainen van die houding. Ook worden er voorbeelden gegeven van opdrachten en aanwijzingen voor de organisatorische inbedding. Het boek is in de eerste plaats bedoeld voor docenten en onderwijsmanagers van educatieve opleidingen, maar is eveneens bruikbaar in andere sociaalculturele opleidingen.

Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.

Frits Harinck, psycholoog, is verbonden aan de Hogeschool Windesheim, waar hij betrokken is bij het opzetten van een masteropleiding en het ontwikkelen van modules praktijkonderzoek.
Jos Kienhuis, orthopedagoog, is docent bij Fontys OSO – Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg.
Ton de Wit, orthopedagoog, doceert aan het Seminarium voor Orthopedagogiek, Hogeschool Utrecht.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Inclusief bekwaam. Generiek competentieprofiel inclusief onderwijs – LEOZ Deelproject 4

 14,00
Inclusief onderwijs wordt gekenmerkt door samenwerking en participatie: met en door leerlingen, ouders, collega’s en andere betrokkenen in en om de school. Hierin vervullen de leraren/docenten die voor de groep staan een sleutelrol. Zij fungeren als vertrouwenspersoon voor hun leerlingen en zij geven diversiteitsleren vorm. Voor leerlingen met bijzondere ondersteuningsbehoeften kunnen ze een beroep doen op een gespecialiseerde begeleider en iemand die zorg draagt voor een goede afstemming van activiteiten en voorzieningen.

Dit boek beschrijft de generieke kwaliteiten die in inclusief onderwijs van de leraar, de gespecialiseerde begeleider en de (zorg) coördinator worden gevraagd. Voor de uitwerking van het boek is op basis van literatuurstudie, raadpleging van mensen uit de praktijk en consultatie van deskundigen het basisprofiel van SBL aangevuld.

Op basis van Inclusief Bekwaam is een quick scan ontwikkeld, bedoeld als hulpmiddel bij het in kaart brengen van gewenste en aanwezige kwaliteiten, voor individuele leraren én voor het team als geheel. U vindt de quick scan op www.leoz.nl/inclusieprofiel.

Wim Claasen, klinisch psycholoog, werkt aan een promotieonderzoek over leraren en speciale onderwijszorg.
Erica de Bruïne, ontwikkelingspsychologe, is hoofddocente aan de School of Education van Windesheim OSO – Opleidingen Speciale Onderwijszorg in Zwolle.
Bert van Velthooven is er docent en onderwijsadviseur.
Hettie Siemons is docent, studieleider en teamleider bij de opleiding Speciaal Onderwijs aan het Seminarium voor Orthopedagogiek van de Hogeschool Utrecht.
Hans Schuman is eveneens verbonden aan het Seminarium voor Orthopedagogiek.

Quick View

Inclusief bekwaam. Generiek competentieprofiel inclusief onderwijs – LEOZ Deelproject 4

 14,00
Inclusief onderwijs wordt gekenmerkt door samenwerking en participatie: met en door leerlingen, ouders, collega’s en andere betrokkenen in en om de school. Hierin vervullen de leraren/docenten die voor de groep staan een sleutelrol. Zij fungeren als vertrouwenspersoon voor hun leerlingen en zij geven diversiteitsleren vorm. Voor leerlingen met bijzondere ondersteuningsbehoeften kunnen ze een beroep doen op een gespecialiseerde begeleider en iemand die zorg draagt voor een goede afstemming van activiteiten en voorzieningen.

Dit boek beschrijft de generieke kwaliteiten die in inclusief onderwijs van de leraar, de gespecialiseerde begeleider en de (zorg) coördinator worden gevraagd. Voor de uitwerking van het boek is op basis van literatuurstudie, raadpleging van mensen uit de praktijk en consultatie van deskundigen het basisprofiel van SBL aangevuld.

Op basis van Inclusief Bekwaam is een quick scan ontwikkeld, bedoeld als hulpmiddel bij het in kaart brengen van gewenste en aanwezige kwaliteiten, voor individuele leraren én voor het team als geheel. U vindt de quick scan op www.leoz.nl/inclusieprofiel.

Wim Claasen, klinisch psycholoog, werkt aan een promotieonderzoek over leraren en speciale onderwijszorg.
Erica de Bruïne, ontwikkelingspsychologe, is hoofddocente aan de School of Education van Windesheim OSO – Opleidingen Speciale Onderwijszorg in Zwolle.
Bert van Velthooven is er docent en onderwijsadviseur.
Hettie Siemons is docent, studieleider en teamleider bij de opleiding Speciaal Onderwijs aan het Seminarium voor Orthopedagogiek van de Hogeschool Utrecht.
Hans Schuman is eveneens verbonden aan het Seminarium voor Orthopedagogiek.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Vademecum voor de invoering van regionale projecten Passend Onderwijs – LEOZ Deelproject 2

 11,60
Het Nederlandse onderwijssysteem staat weer voor een nieuwe uitdaging: Passend Onderwijs in een regio realiseren. Dat vergt extra inspanningen voor iedereen die bij deze vorm van onderwijs betrokken is of gaat worden. De verantwoordelijkheid voor een goede invoering ervan berust, met name bij de schoolbesturen, in samenwerking met de regio. Voor een goede invoering – en dus voor de besturen en de regio – zijn een aantal voorwaarden van doorslaggevende betekenis: weten wat Passend Onderwijs is of kan betekenen; visie hebben hoe dit voor de eigen organisatie en regio eruit zou kunnen zien; praktische invullingen daarvoor ontwikkelen en die zo goed mogelijk in alle geledingen invoeren (implementatie). Dit vademecum is bedoeld voor iedereen die het invoeringsproces van Passend Onderwijs wil of kan ondersteunen en voor consultants in de lerarenopleiding in het bijzonder. Dat kan heel praktisch, omdat het Vademecum gebaseerd is op drie proefprojecten Passend Onderwijs.

Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.

Kees Dijkstra is opleider, acquisiteur en voorzitter van de curriculumcommissie bij Windesheim OSO –Opleidingen Speciale Onderwijszorg in Zwolle.
Bert van Velthooven is er docent en onderwijsadviseur.
Jacques Fanchamps is projectleider bij het Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg van de WOSO-instellingen.
Irma Miedema, psycholoog, verzorgt advies en begeleiding (projectleiding) bij vernieuwingen in onderwijsorganisaties zoals Passend Onderwijs.

Quick View

Vademecum voor de invoering van regionale projecten Passend Onderwijs – LEOZ Deelproject 2

 11,60
Het Nederlandse onderwijssysteem staat weer voor een nieuwe uitdaging: Passend Onderwijs in een regio realiseren. Dat vergt extra inspanningen voor iedereen die bij deze vorm van onderwijs betrokken is of gaat worden. De verantwoordelijkheid voor een goede invoering ervan berust, met name bij de schoolbesturen, in samenwerking met de regio. Voor een goede invoering – en dus voor de besturen en de regio – zijn een aantal voorwaarden van doorslaggevende betekenis: weten wat Passend Onderwijs is of kan betekenen; visie hebben hoe dit voor de eigen organisatie en regio eruit zou kunnen zien; praktische invullingen daarvoor ontwikkelen en die zo goed mogelijk in alle geledingen invoeren (implementatie). Dit vademecum is bedoeld voor iedereen die het invoeringsproces van Passend Onderwijs wil of kan ondersteunen en voor consultants in de lerarenopleiding in het bijzonder. Dat kan heel praktisch, omdat het Vademecum gebaseerd is op drie proefprojecten Passend Onderwijs.

Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.

Kees Dijkstra is opleider, acquisiteur en voorzitter van de curriculumcommissie bij Windesheim OSO –Opleidingen Speciale Onderwijszorg in Zwolle.
Bert van Velthooven is er docent en onderwijsadviseur.
Jacques Fanchamps is projectleider bij het Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg van de WOSO-instellingen.
Irma Miedema, psycholoog, verzorgt advies en begeleiding (projectleiding) bij vernieuwingen in onderwijsorganisaties zoals Passend Onderwijs.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot (Academisch Literair, nr. 1)

 36,00
Willem Elsschot (1882-1960) behoort tot de klassieken van de Nederlandse literatuur. Romans als Lijmen, Kaas en Het Dwaallicht hebben de status van tijdloze meesterwerken verworven. Toch stond Elsschot ook met beide voeten in het literaire leven van zijn tijd. Dit boek laat zien hoe hij gangbare literatuuropvattingen, bekende genres en eigentijdse thema’s overnam en naar zijn hand zette. Een aandachtige herlezing van zijn romandebuut Villa des Roses, zijn enige dorpsroman De Verlossing en de familieverhalen Tsjip en Pensioen werpt een nieuw licht op zijn veelgeroemde stijl en zijn ironische wereldbeeld. Een reconstructie van het kritische debat daarover maakt duidelijk dat Elsschots werk tijdens de eerste decennia van de twintigste eeuw de inzet was van levendige discussies onder traditionele en vooruitstrevende critici. Het bekende beeld van Elsschot als de Antwerpse burger en zakenman die zijn persoonlijke ervaringen boekstaaft, wordt hier grondig bijgesteld. Willem Elsschot komt uit deze studie naar voren als een schrijver met een doordachte visie op literatuur, die in geestige en vernuftig opgezette verhalen vraagtekens plaatst bij conventionele denkschema’s en waardepatronen.

Koen Rymenants is coördinator wetenschappelijk onderzoek en maatschappelijke dienstverlening bij de centrale administratie van de Artesis Hogeschool Antwerpen. Daarvoor was hij onderzoeker aan de subfaculteit Literatuurwetenschap van de KU Leuven, waar hij in 2004 promoveerde op een proefschrift over Willem Elsschot. Hij publiceert over moderne en hedendaagse literatuur in Nederland en Vlaanderen. Daarnaast is hij redacteur van het tijdschrift Spiegel der Letteren en bestuurslid van het Willem Elsschot Genootschap.

Reeks Academisch Literair

  1. Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot
    K. Rymenants
  2. Gedeelde kennis. Literatuur en wetenschap in Nederland van Darwin tot Einstein (1860-1920)
    M. Kemperink
  3. De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller
    L. Bernaerts
  4. Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930
    L. Vermeer
  5. Het discours van de kritiek
    P. Verstraeten
  6. Celan auseinandergeschrieben
    C. De Strycker
  7. Lezer, er zijn ook Belgen
    F. Van Renssen
  8. Overleven in verhalen: van ooggetuigen naar 'jonge wilden'. Joodse schrijvers over de Shoah
    E. Ibsch

Quick View

Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot (Academisch Literair, nr. 1)

 36,00
Willem Elsschot (1882-1960) behoort tot de klassieken van de Nederlandse literatuur. Romans als Lijmen, Kaas en Het Dwaallicht hebben de status van tijdloze meesterwerken verworven. Toch stond Elsschot ook met beide voeten in het literaire leven van zijn tijd. Dit boek laat zien hoe hij gangbare literatuuropvattingen, bekende genres en eigentijdse thema’s overnam en naar zijn hand zette. Een aandachtige herlezing van zijn romandebuut Villa des Roses, zijn enige dorpsroman De Verlossing en de familieverhalen Tsjip en Pensioen werpt een nieuw licht op zijn veelgeroemde stijl en zijn ironische wereldbeeld. Een reconstructie van het kritische debat daarover maakt duidelijk dat Elsschots werk tijdens de eerste decennia van de twintigste eeuw de inzet was van levendige discussies onder traditionele en vooruitstrevende critici. Het bekende beeld van Elsschot als de Antwerpse burger en zakenman die zijn persoonlijke ervaringen boekstaaft, wordt hier grondig bijgesteld. Willem Elsschot komt uit deze studie naar voren als een schrijver met een doordachte visie op literatuur, die in geestige en vernuftig opgezette verhalen vraagtekens plaatst bij conventionele denkschema’s en waardepatronen.

Koen Rymenants is coördinator wetenschappelijk onderzoek en maatschappelijke dienstverlening bij de centrale administratie van de Artesis Hogeschool Antwerpen. Daarvoor was hij onderzoeker aan de subfaculteit Literatuurwetenschap van de KU Leuven, waar hij in 2004 promoveerde op een proefschrift over Willem Elsschot. Hij publiceert over moderne en hedendaagse literatuur in Nederland en Vlaanderen. Daarnaast is hij redacteur van het tijdschrift Spiegel der Letteren en bestuurslid van het Willem Elsschot Genootschap.

Reeks Academisch Literair

  1. Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot
    K. Rymenants
  2. Gedeelde kennis. Literatuur en wetenschap in Nederland van Darwin tot Einstein (1860-1920)
    M. Kemperink
  3. De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller
    L. Bernaerts
  4. Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930
    L. Vermeer
  5. Het discours van de kritiek
    P. Verstraeten
  6. Celan auseinandergeschrieben
    C. De Strycker
  7. Lezer, er zijn ook Belgen
    F. Van Renssen
  8. Overleven in verhalen: van ooggetuigen naar 'jonge wilden'. Joodse schrijvers over de Shoah
    E. Ibsch

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Handboek Schoolontwikkelingstraject Integrale Leerlingenzorg – LEOZ Deelproject 1

 14,90
In dit handboek worden lerarenopleiders die als consultant/ adviseur willen gaan werken, voorzien van basiskennis om dat voor een traject voor integrale leerlingenzorg te doen. Naast deze basiskennis van integrale leerlingenzorg wordt integrale leerlingenzorg ook in het perspectief van een schoolontwikkelingstraject geplaatst en wordt uitgelegd hoe je het gekozen traject in de praktijk uit kunt voeren (implementatie) en welke algemene en specifieke competenties je daarvoor nodig hebt.

Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.

Jacques Fanchamps is projectleider bij het Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg van de WOSOinstellingen.
Robert Jansen is opleider en ontwikkelaar bij Windesheim OSO – Opleidingen Speciaal Onderwijs en begeleidt daar ook studenten in praktijkonderzoek.
Ton van der Linden heeft een eigen bureau voor onderwijs en tekstschrijven. Voordien was hij leraar en mentor in het (speciaal) onderwijs, directeur van een VO-school en vakdidacticus bij een lerarenopleiding.
Arjen van der Vinne is zelfstandig kinder- en jeugdpsycholoog en consultant voor het onderwijs.

Quick View

Handboek Schoolontwikkelingstraject Integrale Leerlingenzorg – LEOZ Deelproject 1

 14,90
In dit handboek worden lerarenopleiders die als consultant/ adviseur willen gaan werken, voorzien van basiskennis om dat voor een traject voor integrale leerlingenzorg te doen. Naast deze basiskennis van integrale leerlingenzorg wordt integrale leerlingenzorg ook in het perspectief van een schoolontwikkelingstraject geplaatst en wordt uitgelegd hoe je het gekozen traject in de praktijk uit kunt voeren (implementatie) en welke algemene en specifieke competenties je daarvoor nodig hebt.

Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.

Jacques Fanchamps is projectleider bij het Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg van de WOSOinstellingen.
Robert Jansen is opleider en ontwikkelaar bij Windesheim OSO – Opleidingen Speciaal Onderwijs en begeleidt daar ook studenten in praktijkonderzoek.
Ton van der Linden heeft een eigen bureau voor onderwijs en tekstschrijven. Voordien was hij leraar en mentor in het (speciaal) onderwijs, directeur van een VO-school en vakdidacticus bij een lerarenopleiding.
Arjen van der Vinne is zelfstandig kinder- en jeugdpsycholoog en consultant voor het onderwijs.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Teaching in diversity. Teachers and pupils about tense situations in ethnically heterogeneous classes

 23,90
Tensions and arguments about controversial issues are an inherent part of going to school. Pupils can learn from these situations. Teaching in diversity offers a knowledge base regarding tense situations as opportunities for citizenship education on living in an ethnically diverse society. The book addresses which tense situations teachers and pupils of ethnically diverse classes experience and how teachers react to these situations. It presents the results of a national survey in schools for secondary education in The Netherlands. Teachers and pupils from 89 classes of 34 schools provide information about their experiences with tense situations. In addition this book offers a more in-depth understanding about the demands that are placed on teachers when preparing and guiding discussions about sensitive issues related to ethnic diversity. To this purpose considerations and actual behaviour of four teachers guiding such discussions in ethnically diverse classes are analysed.

Teaching in diversity is relevant for educational sociologists and educational scientists who are involved with citizenship education in ethnically diverse societies. It also provides a frame of reference for teachers and teacher educators who want to reflect on the practical implications of perceiving tense situations as opportunities for citizenship education.

Hester Radstake studied Pedagogical Sciences at the University of Amsterdam. Teaching in diversity is the result of the PhD-project she conducted at the SCOKohnstamm Instituut of the University of Amsterdam. Since 2007 she works as a senior advisor for educational policy and as a researcher at the CETAR – Centre for Educational Training, Assessment and Research of the VU – Free University in Amsterdam.

Quick View

Teaching in diversity. Teachers and pupils about tense situations in ethnically heterogeneous classes

 23,90
Tensions and arguments about controversial issues are an inherent part of going to school. Pupils can learn from these situations. Teaching in diversity offers a knowledge base regarding tense situations as opportunities for citizenship education on living in an ethnically diverse society. The book addresses which tense situations teachers and pupils of ethnically diverse classes experience and how teachers react to these situations. It presents the results of a national survey in schools for secondary education in The Netherlands. Teachers and pupils from 89 classes of 34 schools provide information about their experiences with tense situations. In addition this book offers a more in-depth understanding about the demands that are placed on teachers when preparing and guiding discussions about sensitive issues related to ethnic diversity. To this purpose considerations and actual behaviour of four teachers guiding such discussions in ethnically diverse classes are analysed.

Teaching in diversity is relevant for educational sociologists and educational scientists who are involved with citizenship education in ethnically diverse societies. It also provides a frame of reference for teachers and teacher educators who want to reflect on the practical implications of perceiving tense situations as opportunities for citizenship education.

Hester Radstake studied Pedagogical Sciences at the University of Amsterdam. Teaching in diversity is the result of the PhD-project she conducted at the SCOKohnstamm Instituut of the University of Amsterdam. Since 2007 she works as a senior advisor for educational policy and as a researcher at the CETAR – Centre for Educational Training, Assessment and Research of the VU – Free University in Amsterdam.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

België in alle staten. Vlaanderen en Wallonië in een Brusselse knoop?

 19,90
De Vlaamse verzuchting voor gelijkberechtiging van de eigen taal resulteerde in 1970 in een federale staatsstructuur. Deze structuur is steeds fragiel gebleven en op federaal vlak een doelmatige beleidsploeg vormen is geen sinecure. Dit congenitaal antagonisme wordt nog verhevigd door de opsplitsing van de nationale partijen.
Toch blijft het Belgische staatsbestel taai standhouden, ondanks een ver doorgedreven overdracht van bevoegdheden naar de deelgebieden. De auteur betoogt dat deze paradox zijn verklaring vindt in de centrale rol en ligging van Brussel. Dit derde Gewest vormt steeds meer een knooppunt tussen de twee grote taalgemeenschappen, waarbij de herwaardering van het Nederlands opmerkelijk is. Bovendien zijn noch Vlaanderen noch Wallonië bereid ‘Brussel los te laten’. Vervolgens ontleedt de auteur de meest prangende probleemdossiers: confederalisme, het dispuut over de financiële transfers tussen de Gewesten en de alternatieven inzake economisch, fiscaal en sociaal federalisme. Tot slot schetst hij opmerkelijke beleidsoriëntaties, die aan een volwassener federaal samenleven kunnen bijdragen.

Sylvain Plasschaert, econoom, is erehoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en de K.U.Leuven. Hij was ook lid van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen en van de Hoge Raad van Financiën.

Quick View

België in alle staten. Vlaanderen en Wallonië in een Brusselse knoop?

 19,90
De Vlaamse verzuchting voor gelijkberechtiging van de eigen taal resulteerde in 1970 in een federale staatsstructuur. Deze structuur is steeds fragiel gebleven en op federaal vlak een doelmatige beleidsploeg vormen is geen sinecure. Dit congenitaal antagonisme wordt nog verhevigd door de opsplitsing van de nationale partijen.
Toch blijft het Belgische staatsbestel taai standhouden, ondanks een ver doorgedreven overdracht van bevoegdheden naar de deelgebieden. De auteur betoogt dat deze paradox zijn verklaring vindt in de centrale rol en ligging van Brussel. Dit derde Gewest vormt steeds meer een knooppunt tussen de twee grote taalgemeenschappen, waarbij de herwaardering van het Nederlands opmerkelijk is. Bovendien zijn noch Vlaanderen noch Wallonië bereid ‘Brussel los te laten’. Vervolgens ontleedt de auteur de meest prangende probleemdossiers: confederalisme, het dispuut over de financiële transfers tussen de Gewesten en de alternatieven inzake economisch, fiscaal en sociaal federalisme. Tot slot schetst hij opmerkelijke beleidsoriëntaties, die aan een volwassener federaal samenleven kunnen bijdragen.

Sylvain Plasschaert, econoom, is erehoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en de K.U.Leuven. Hij was ook lid van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen en van de Hoge Raad van Financiën.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    1
    Uw winkelwagen
    Leren denken binnen het schoolvak
    Leren denken binnen het schoolvak
    Aantal: 1
    Prijs: 19,90
     19,90
    ×