De psychiatrisch verpleegkundige: vakkundig in balans. Professionalisering van de verantwoordelijk verpleegkundige in de geestelijke gezondheidszorg (Quadri Committed Research, N° 1)
€ 37,90
De psychiatrisch verpleegkunde is een veeleisend vak. In functie van het opnemen van
de rol van verantwoordelijk verpleegkundige zijn de verwachtingen hooggespannen, een
grote variëteit aan competenties is noodzakelijk. Een vakkundige heeft een basis aan talent
en ontwikkelt zich verder door opleiding, ervaring en samenwerking met een leerbegeleider.
Eén van de belangrijke uitdagingen voor de verantwoordelijke verpleegkundige
is het voortdurend bewaken van de balans tussen (schijnbaar) tegengestelde processen:
professioneel én persoonlijk geëngageerd zijn, veiligheid bieden én kansen geven, afstand
bewaren én nabij zijn,… Bovendien vraagt het ook een persoonlijk in-balans-zijn.
De psychiatrisch verpleegkundige kan daarom getypeerd worden als vakkundig in balans.
Dit boek gaat in op de inhoud van de processen van patiëntentoewijzing en hun betekenis voor de patiënt en de verpleegkundige. Enerzijds worden de kernattituden, processen en instrumenten van patiëntentoewijzing beschreven, anderzijds wordt een gedetailleerd competentieprofiel voor de verantwoordelijk verpleegkundige gepresenteerd. Vanuit de beschreven competenties wordt een aanzet gegeven naar instrumenten en methodieken om hiermee binnen de context van professionalisering en/of personeelsbeleid aan de slag te gaan.
Dit boek richt zich tot studenten verpleegkunde en psychiatrische verpleegkundigen, alsook tot hun leerbegeleiders of leidinggevenden en alle gezondheidswerkers die ermee samenwerken.
Dit boek is het resultaat van een onderzoeksproject (PWO) van de Katholieke Hogeschool Limburg in samenwerking met LUCAS, K.U.Leuven. Het project werd ondersteund door een netwerk van experts uit diverse psychiatrische ziekenhuizen: UPC, K.U.Leuven, Campus Kortenberg; Kliniek Sans Souci, Jette; Psychiatrisch Centrum Sint-Jan-Baptist, Zelzate; Psychiatrische Kliniek Broeders Alexianen,Tienen; Ziekenhuizen Netwerk Antwerpen, Stuivenberg; Psychiatrisch Centrum Sint-Amandus, Beernem.
Jo Gommers is lector psychiatrische verpleegkunde, onderzoeksmedewerker en verantwoordelijke voor onderzoek en dienstverlening bij Quadri-Gezondheidszorg van de KHLim – Katholieke Hogeschool Limburg in Hasselt. Chantal Van Audenhove is hoogleraar aan de Faculteit Geneeskunde en directeur van LUCAS – Centrum voor zorgonderzoek en consultancy van de K.U.Leuven. Jan Van Ertvelde is directeur van het Departement Verpleegkunde van de Kliniek Sans Souci in Jette. Deze uitgave is een initiatief van KHLim- Quadri in Hasselt.
Quadri Committed Research:
Nr. 1: De psychiatrische verpleegkundige: vakkundig in balans
Nr. 2: Depressieve patiënten in het algemeen ziekenhuis
Nr. 3: Leerzorgcentrum. Ontwikkeling, implementatie en evaluatie van een opleidingsconcept voor verpleegkundigen
Nr. 4: Ethisch leiderschap in de zorg. Verkenning vanuit de zorgethiek
Dit boek gaat in op de inhoud van de processen van patiëntentoewijzing en hun betekenis voor de patiënt en de verpleegkundige. Enerzijds worden de kernattituden, processen en instrumenten van patiëntentoewijzing beschreven, anderzijds wordt een gedetailleerd competentieprofiel voor de verantwoordelijk verpleegkundige gepresenteerd. Vanuit de beschreven competenties wordt een aanzet gegeven naar instrumenten en methodieken om hiermee binnen de context van professionalisering en/of personeelsbeleid aan de slag te gaan.
Dit boek richt zich tot studenten verpleegkunde en psychiatrische verpleegkundigen, alsook tot hun leerbegeleiders of leidinggevenden en alle gezondheidswerkers die ermee samenwerken.
Dit boek is het resultaat van een onderzoeksproject (PWO) van de Katholieke Hogeschool Limburg in samenwerking met LUCAS, K.U.Leuven. Het project werd ondersteund door een netwerk van experts uit diverse psychiatrische ziekenhuizen: UPC, K.U.Leuven, Campus Kortenberg; Kliniek Sans Souci, Jette; Psychiatrisch Centrum Sint-Jan-Baptist, Zelzate; Psychiatrische Kliniek Broeders Alexianen,Tienen; Ziekenhuizen Netwerk Antwerpen, Stuivenberg; Psychiatrisch Centrum Sint-Amandus, Beernem.
Jo Gommers is lector psychiatrische verpleegkunde, onderzoeksmedewerker en verantwoordelijke voor onderzoek en dienstverlening bij Quadri-Gezondheidszorg van de KHLim – Katholieke Hogeschool Limburg in Hasselt. Chantal Van Audenhove is hoogleraar aan de Faculteit Geneeskunde en directeur van LUCAS – Centrum voor zorgonderzoek en consultancy van de K.U.Leuven. Jan Van Ertvelde is directeur van het Departement Verpleegkunde van de Kliniek Sans Souci in Jette. Deze uitgave is een initiatief van KHLim- Quadri in Hasselt.
Quadri Committed Research:
De psychiatrisch verpleegkundige: vakkundig in balans. Professionalisering van de verantwoordelijk verpleegkundige in de geestelijke gezondheidszorg (Quadri Committed Research, N° 1)
€ 37,90
De psychiatrisch verpleegkunde is een veeleisend vak. In functie van het opnemen van
de rol van verantwoordelijk verpleegkundige zijn de verwachtingen hooggespannen, een
grote variëteit aan competenties is noodzakelijk. Een vakkundige heeft een basis aan talent
en ontwikkelt zich verder door opleiding, ervaring en samenwerking met een leerbegeleider.
Eén van de belangrijke uitdagingen voor de verantwoordelijke verpleegkundige
is het voortdurend bewaken van de balans tussen (schijnbaar) tegengestelde processen:
professioneel én persoonlijk geëngageerd zijn, veiligheid bieden én kansen geven, afstand
bewaren én nabij zijn,… Bovendien vraagt het ook een persoonlijk in-balans-zijn.
De psychiatrisch verpleegkundige kan daarom getypeerd worden als vakkundig in balans.
Dit boek gaat in op de inhoud van de processen van patiëntentoewijzing en hun betekenis voor de patiënt en de verpleegkundige. Enerzijds worden de kernattituden, processen en instrumenten van patiëntentoewijzing beschreven, anderzijds wordt een gedetailleerd competentieprofiel voor de verantwoordelijk verpleegkundige gepresenteerd. Vanuit de beschreven competenties wordt een aanzet gegeven naar instrumenten en methodieken om hiermee binnen de context van professionalisering en/of personeelsbeleid aan de slag te gaan.
Dit boek richt zich tot studenten verpleegkunde en psychiatrische verpleegkundigen, alsook tot hun leerbegeleiders of leidinggevenden en alle gezondheidswerkers die ermee samenwerken.
Dit boek is het resultaat van een onderzoeksproject (PWO) van de Katholieke Hogeschool Limburg in samenwerking met LUCAS, K.U.Leuven. Het project werd ondersteund door een netwerk van experts uit diverse psychiatrische ziekenhuizen: UPC, K.U.Leuven, Campus Kortenberg; Kliniek Sans Souci, Jette; Psychiatrisch Centrum Sint-Jan-Baptist, Zelzate; Psychiatrische Kliniek Broeders Alexianen,Tienen; Ziekenhuizen Netwerk Antwerpen, Stuivenberg; Psychiatrisch Centrum Sint-Amandus, Beernem.
Jo Gommers is lector psychiatrische verpleegkunde, onderzoeksmedewerker en verantwoordelijke voor onderzoek en dienstverlening bij Quadri-Gezondheidszorg van de KHLim – Katholieke Hogeschool Limburg in Hasselt. Chantal Van Audenhove is hoogleraar aan de Faculteit Geneeskunde en directeur van LUCAS – Centrum voor zorgonderzoek en consultancy van de K.U.Leuven. Jan Van Ertvelde is directeur van het Departement Verpleegkunde van de Kliniek Sans Souci in Jette. Deze uitgave is een initiatief van KHLim- Quadri in Hasselt.
Quadri Committed Research:
Nr. 1: De psychiatrische verpleegkundige: vakkundig in balans
Nr. 2: Depressieve patiënten in het algemeen ziekenhuis
Nr. 3: Leerzorgcentrum. Ontwikkeling, implementatie en evaluatie van een opleidingsconcept voor verpleegkundigen
Nr. 4: Ethisch leiderschap in de zorg. Verkenning vanuit de zorgethiek
Dit boek gaat in op de inhoud van de processen van patiëntentoewijzing en hun betekenis voor de patiënt en de verpleegkundige. Enerzijds worden de kernattituden, processen en instrumenten van patiëntentoewijzing beschreven, anderzijds wordt een gedetailleerd competentieprofiel voor de verantwoordelijk verpleegkundige gepresenteerd. Vanuit de beschreven competenties wordt een aanzet gegeven naar instrumenten en methodieken om hiermee binnen de context van professionalisering en/of personeelsbeleid aan de slag te gaan.
Dit boek richt zich tot studenten verpleegkunde en psychiatrische verpleegkundigen, alsook tot hun leerbegeleiders of leidinggevenden en alle gezondheidswerkers die ermee samenwerken.
Dit boek is het resultaat van een onderzoeksproject (PWO) van de Katholieke Hogeschool Limburg in samenwerking met LUCAS, K.U.Leuven. Het project werd ondersteund door een netwerk van experts uit diverse psychiatrische ziekenhuizen: UPC, K.U.Leuven, Campus Kortenberg; Kliniek Sans Souci, Jette; Psychiatrisch Centrum Sint-Jan-Baptist, Zelzate; Psychiatrische Kliniek Broeders Alexianen,Tienen; Ziekenhuizen Netwerk Antwerpen, Stuivenberg; Psychiatrisch Centrum Sint-Amandus, Beernem.
Jo Gommers is lector psychiatrische verpleegkunde, onderzoeksmedewerker en verantwoordelijke voor onderzoek en dienstverlening bij Quadri-Gezondheidszorg van de KHLim – Katholieke Hogeschool Limburg in Hasselt. Chantal Van Audenhove is hoogleraar aan de Faculteit Geneeskunde en directeur van LUCAS – Centrum voor zorgonderzoek en consultancy van de K.U.Leuven. Jan Van Ertvelde is directeur van het Departement Verpleegkunde van de Kliniek Sans Souci in Jette. Deze uitgave is een initiatief van KHLim- Quadri in Hasselt.
Quadri Committed Research:
Heroes and anti-heroes (SPES-Cahiers, nr. 5)
€ 28,10
This Cahier gathers a selection of papers presented during
the international conference European Literature and
the Ethics of Leadership (Bergen, Norway, May 2008).
The authors share the idea that narratives offer their readers an alternative fictional world. In doing this they hold up a mirror that confronts the reader with otherness that questions his self-evident norms and values but also his daily practices. Both heroes and antiheroes contribute to this process of reflection. The confrontation with literary texts stimulates the intellectual, the emotional and the social consciousness. The firm belief that divergent (cultural) systems i.e. business ethics and literature can enrich each other is at the core of this project.
Rita Ghesquière is emeritus professor of comparative literature at the Catholic University of Leuven (KULeuven, Belgium). Her research and publications fall within the scope of the history of European literature, juvenile fiction and spirituality. Knut J. Ims is professor in business ethics at the Norwegian School of Economics and Business Administration. His research and publications cover a wide field from deep ecology, fair trade, ethical reflection through literature, to the metaphysics of management.
The authors share the idea that narratives offer their readers an alternative fictional world. In doing this they hold up a mirror that confronts the reader with otherness that questions his self-evident norms and values but also his daily practices. Both heroes and antiheroes contribute to this process of reflection. The confrontation with literary texts stimulates the intellectual, the emotional and the social consciousness. The firm belief that divergent (cultural) systems i.e. business ethics and literature can enrich each other is at the core of this project.
Rita Ghesquière is emeritus professor of comparative literature at the Catholic University of Leuven (KULeuven, Belgium). Her research and publications fall within the scope of the history of European literature, juvenile fiction and spirituality. Knut J. Ims is professor in business ethics at the Norwegian School of Economics and Business Administration. His research and publications cover a wide field from deep ecology, fair trade, ethical reflection through literature, to the metaphysics of management.
Heroes and anti-heroes (SPES-Cahiers, nr. 5)
€ 28,10
This Cahier gathers a selection of papers presented during
the international conference European Literature and
the Ethics of Leadership (Bergen, Norway, May 2008).
The authors share the idea that narratives offer their readers an alternative fictional world. In doing this they hold up a mirror that confronts the reader with otherness that questions his self-evident norms and values but also his daily practices. Both heroes and antiheroes contribute to this process of reflection. The confrontation with literary texts stimulates the intellectual, the emotional and the social consciousness. The firm belief that divergent (cultural) systems i.e. business ethics and literature can enrich each other is at the core of this project.
Rita Ghesquière is emeritus professor of comparative literature at the Catholic University of Leuven (KULeuven, Belgium). Her research and publications fall within the scope of the history of European literature, juvenile fiction and spirituality. Knut J. Ims is professor in business ethics at the Norwegian School of Economics and Business Administration. His research and publications cover a wide field from deep ecology, fair trade, ethical reflection through literature, to the metaphysics of management.
The authors share the idea that narratives offer their readers an alternative fictional world. In doing this they hold up a mirror that confronts the reader with otherness that questions his self-evident norms and values but also his daily practices. Both heroes and antiheroes contribute to this process of reflection. The confrontation with literary texts stimulates the intellectual, the emotional and the social consciousness. The firm belief that divergent (cultural) systems i.e. business ethics and literature can enrich each other is at the core of this project.
Rita Ghesquière is emeritus professor of comparative literature at the Catholic University of Leuven (KULeuven, Belgium). Her research and publications fall within the scope of the history of European literature, juvenile fiction and spirituality. Knut J. Ims is professor in business ethics at the Norwegian School of Economics and Business Administration. His research and publications cover a wide field from deep ecology, fair trade, ethical reflection through literature, to the metaphysics of management.
Emotionele veerkracht in psychotherapie
€ 31,90
De sterke vervlechting van lichaam en geest is één van
de fundamentele uitgangsposities van de lichaamsgerichte
psychotherapie. Deze therapie besteedt ruim
aandacht aan lichaamstaal en aan het lichamelijk belevingsniveau
van cliënten. Een belangrijke strekking
hierbinnen is de Pesso-psychotherapie, die in de jaren
zestig ontwikkeld werd door het Amerikaanse echtpaar
Al en Diane Pesso-Boyden. Gevormd in de wereld van
dans en choreografie, vertaalden zij stap voor stap hun
methode naar het therapeutische werkveld. In de jaren
zeventig groeide deze methode uit tot een volwaardige
psychotherapeutische richting.
Deze publicatie geeft een gedetailleerd beeld van de lichaamsgerichte experiëntiële psychotherapie volgens Al Pesso, met visies over zelfrealisatie, emotionele basisbehoeften, de relatie therapeut-cliënt, het therapiecontract, gebruik van oefeningen, het therapeutisch proces, lichaamsgericht werken in individuele therapie, enz. Dit alles wordt geïllustreerd met tal van voorbeelden en steunt op de jarenlange ervaringspraktijk van de auteur. Het boek richt zich zowel tot psychotherapeuten als hun cliënten.
Willy Van Haver is klinisch psycholoog, psychotherapeut, supervisor en trainer. Hij is directeur van Kern v.z.w., centrum voor psychotherapie en relatievorming in Sint-Niklaas.
Deze publicatie geeft een gedetailleerd beeld van de lichaamsgerichte experiëntiële psychotherapie volgens Al Pesso, met visies over zelfrealisatie, emotionele basisbehoeften, de relatie therapeut-cliënt, het therapiecontract, gebruik van oefeningen, het therapeutisch proces, lichaamsgericht werken in individuele therapie, enz. Dit alles wordt geïllustreerd met tal van voorbeelden en steunt op de jarenlange ervaringspraktijk van de auteur. Het boek richt zich zowel tot psychotherapeuten als hun cliënten.
Willy Van Haver is klinisch psycholoog, psychotherapeut, supervisor en trainer. Hij is directeur van Kern v.z.w., centrum voor psychotherapie en relatievorming in Sint-Niklaas.
Emotionele veerkracht in psychotherapie
€ 31,90
De sterke vervlechting van lichaam en geest is één van
de fundamentele uitgangsposities van de lichaamsgerichte
psychotherapie. Deze therapie besteedt ruim
aandacht aan lichaamstaal en aan het lichamelijk belevingsniveau
van cliënten. Een belangrijke strekking
hierbinnen is de Pesso-psychotherapie, die in de jaren
zestig ontwikkeld werd door het Amerikaanse echtpaar
Al en Diane Pesso-Boyden. Gevormd in de wereld van
dans en choreografie, vertaalden zij stap voor stap hun
methode naar het therapeutische werkveld. In de jaren
zeventig groeide deze methode uit tot een volwaardige
psychotherapeutische richting.
Deze publicatie geeft een gedetailleerd beeld van de lichaamsgerichte experiëntiële psychotherapie volgens Al Pesso, met visies over zelfrealisatie, emotionele basisbehoeften, de relatie therapeut-cliënt, het therapiecontract, gebruik van oefeningen, het therapeutisch proces, lichaamsgericht werken in individuele therapie, enz. Dit alles wordt geïllustreerd met tal van voorbeelden en steunt op de jarenlange ervaringspraktijk van de auteur. Het boek richt zich zowel tot psychotherapeuten als hun cliënten.
Willy Van Haver is klinisch psycholoog, psychotherapeut, supervisor en trainer. Hij is directeur van Kern v.z.w., centrum voor psychotherapie en relatievorming in Sint-Niklaas.
Deze publicatie geeft een gedetailleerd beeld van de lichaamsgerichte experiëntiële psychotherapie volgens Al Pesso, met visies over zelfrealisatie, emotionele basisbehoeften, de relatie therapeut-cliënt, het therapiecontract, gebruik van oefeningen, het therapeutisch proces, lichaamsgericht werken in individuele therapie, enz. Dit alles wordt geïllustreerd met tal van voorbeelden en steunt op de jarenlange ervaringspraktijk van de auteur. Het boek richt zich zowel tot psychotherapeuten als hun cliënten.
Willy Van Haver is klinisch psycholoog, psychotherapeut, supervisor en trainer. Hij is directeur van Kern v.z.w., centrum voor psychotherapie en relatievorming in Sint-Niklaas.
België aan het hoofd van Europa (1948-2010)
€ 23,10
In de tweede helft van 2010 zit België voor de twaalfde keer in zijn geschiedenis Europa voor. Sinds het ontstaan van de Europese Unie in 1957 - toen nog de Europese Economische Gemeenschap - heeft de taak van de voorzitter, net zoals België en Europa zelf, een aantal grondige veranderingen ondergaan. Dit boek legt uit hoe die ontwikkelingen verlopen zijn en onderzoekt de plaats van België daarin.
Hoe is het Europese voorzitterschap geëvolueerd van een louter administratieve functie (meer een last dan een lust!) naar die van invloedrijk bemiddelaar? Hoe hebben sleutelmomenten in de geschiedenis van de Europese integratie, zoals de ‘lege stoel’ van Charles de Gaulle, het Verdrag van Maastricht of het Verdrag van Lissabon de rol van de voorzitter beïnvloed? Bepaalt de agenda het gedrag van de voorzitter of is het de voorzitter die de agenda bepaalt? Hoe stelt een Europese voorzitter zowel zijn Europese collega’s als zijn eigen achterban tevreden? Maakt het eigenlijk wel iets uit of het nu de Spanjaarden, de Belgen of de Hongaren zijn die het voorzitterschap waarnemen? Is een Belgisch voorzitterschap er traditioneel echt wel een van ‘fantasieloze degelijkheid’, zoals een kritisch journalist het eens omschreef? En hoeveel voorzitters heeft Europa eigenlijk? Op deze en andere vragen geeft deze publicatie, via een diepgravende analyse en talrijke anekdotes, een helder antwoord Ze is geschreven voor iedereen die interesse heeft voor Europa, en voor de plaats van België in dat Europa.
Peter Van Kemseke, doctor in de geschiedenis, was diplomaat op de Permanente Vertegenwoordiging van België bij de Europese Unie. Sedert januari 2013 is hij adjunct-kabinetschef van Europees president Herman Van Rompuy.
Ward Dendievel studeerde hedendaagse geschiedenis aan de K.U.Leuven.
In de media:
BMGN – The Low Countries Historical Review 126:4 (2011)
(...) aardig overzicht van de geschiedenis van de Europese samenwerking, met de nadruk op de rol van België hierbij.
Van Kemseke biedt de lezer veel interessante informatie.
Remco van Diepen, Weesp
Hoe is het Europese voorzitterschap geëvolueerd van een louter administratieve functie (meer een last dan een lust!) naar die van invloedrijk bemiddelaar? Hoe hebben sleutelmomenten in de geschiedenis van de Europese integratie, zoals de ‘lege stoel’ van Charles de Gaulle, het Verdrag van Maastricht of het Verdrag van Lissabon de rol van de voorzitter beïnvloed? Bepaalt de agenda het gedrag van de voorzitter of is het de voorzitter die de agenda bepaalt? Hoe stelt een Europese voorzitter zowel zijn Europese collega’s als zijn eigen achterban tevreden? Maakt het eigenlijk wel iets uit of het nu de Spanjaarden, de Belgen of de Hongaren zijn die het voorzitterschap waarnemen? Is een Belgisch voorzitterschap er traditioneel echt wel een van ‘fantasieloze degelijkheid’, zoals een kritisch journalist het eens omschreef? En hoeveel voorzitters heeft Europa eigenlijk? Op deze en andere vragen geeft deze publicatie, via een diepgravende analyse en talrijke anekdotes, een helder antwoord Ze is geschreven voor iedereen die interesse heeft voor Europa, en voor de plaats van België in dat Europa.
Peter Van Kemseke, doctor in de geschiedenis, was diplomaat op de Permanente Vertegenwoordiging van België bij de Europese Unie. Sedert januari 2013 is hij adjunct-kabinetschef van Europees president Herman Van Rompuy.
Ward Dendievel studeerde hedendaagse geschiedenis aan de K.U.Leuven.
In de media:
BMGN – The Low Countries Historical Review 126:4 (2011)
(...) aardig overzicht van de geschiedenis van de Europese samenwerking, met de nadruk op de rol van België hierbij.
Van Kemseke biedt de lezer veel interessante informatie.
Remco van Diepen, Weesp
België aan het hoofd van Europa (1948-2010)
€ 23,10
In de tweede helft van 2010 zit België voor de twaalfde keer in zijn geschiedenis Europa voor. Sinds het ontstaan van de Europese Unie in 1957 - toen nog de Europese Economische Gemeenschap - heeft de taak van de voorzitter, net zoals België en Europa zelf, een aantal grondige veranderingen ondergaan. Dit boek legt uit hoe die ontwikkelingen verlopen zijn en onderzoekt de plaats van België daarin.
Hoe is het Europese voorzitterschap geëvolueerd van een louter administratieve functie (meer een last dan een lust!) naar die van invloedrijk bemiddelaar? Hoe hebben sleutelmomenten in de geschiedenis van de Europese integratie, zoals de ‘lege stoel’ van Charles de Gaulle, het Verdrag van Maastricht of het Verdrag van Lissabon de rol van de voorzitter beïnvloed? Bepaalt de agenda het gedrag van de voorzitter of is het de voorzitter die de agenda bepaalt? Hoe stelt een Europese voorzitter zowel zijn Europese collega’s als zijn eigen achterban tevreden? Maakt het eigenlijk wel iets uit of het nu de Spanjaarden, de Belgen of de Hongaren zijn die het voorzitterschap waarnemen? Is een Belgisch voorzitterschap er traditioneel echt wel een van ‘fantasieloze degelijkheid’, zoals een kritisch journalist het eens omschreef? En hoeveel voorzitters heeft Europa eigenlijk? Op deze en andere vragen geeft deze publicatie, via een diepgravende analyse en talrijke anekdotes, een helder antwoord Ze is geschreven voor iedereen die interesse heeft voor Europa, en voor de plaats van België in dat Europa.
Peter Van Kemseke, doctor in de geschiedenis, was diplomaat op de Permanente Vertegenwoordiging van België bij de Europese Unie. Sedert januari 2013 is hij adjunct-kabinetschef van Europees president Herman Van Rompuy.
Ward Dendievel studeerde hedendaagse geschiedenis aan de K.U.Leuven.
In de media:
BMGN – The Low Countries Historical Review 126:4 (2011)
(...) aardig overzicht van de geschiedenis van de Europese samenwerking, met de nadruk op de rol van België hierbij.
Van Kemseke biedt de lezer veel interessante informatie.
Remco van Diepen, Weesp
Hoe is het Europese voorzitterschap geëvolueerd van een louter administratieve functie (meer een last dan een lust!) naar die van invloedrijk bemiddelaar? Hoe hebben sleutelmomenten in de geschiedenis van de Europese integratie, zoals de ‘lege stoel’ van Charles de Gaulle, het Verdrag van Maastricht of het Verdrag van Lissabon de rol van de voorzitter beïnvloed? Bepaalt de agenda het gedrag van de voorzitter of is het de voorzitter die de agenda bepaalt? Hoe stelt een Europese voorzitter zowel zijn Europese collega’s als zijn eigen achterban tevreden? Maakt het eigenlijk wel iets uit of het nu de Spanjaarden, de Belgen of de Hongaren zijn die het voorzitterschap waarnemen? Is een Belgisch voorzitterschap er traditioneel echt wel een van ‘fantasieloze degelijkheid’, zoals een kritisch journalist het eens omschreef? En hoeveel voorzitters heeft Europa eigenlijk? Op deze en andere vragen geeft deze publicatie, via een diepgravende analyse en talrijke anekdotes, een helder antwoord Ze is geschreven voor iedereen die interesse heeft voor Europa, en voor de plaats van België in dat Europa.
Peter Van Kemseke, doctor in de geschiedenis, was diplomaat op de Permanente Vertegenwoordiging van België bij de Europese Unie. Sedert januari 2013 is hij adjunct-kabinetschef van Europees president Herman Van Rompuy.
Ward Dendievel studeerde hedendaagse geschiedenis aan de K.U.Leuven.
In de media:
BMGN – The Low Countries Historical Review 126:4 (2011)
(...) aardig overzicht van de geschiedenis van de Europese samenwerking, met de nadruk op de rol van België hierbij.
Van Kemseke biedt de lezer veel interessante informatie.
Remco van Diepen, Weesp
Het ongewone genot van de blinde analyticus. Lacan leest Claudel
€ 18,00
In de receptie van het werk van Jacques Lacan speelt diens
aandacht voor het werk van Paul Claudel een relatief kleine
rol. Dit boek gaat aan de hand van zijn lectuur van Claudel
dieper in op Lacans opvattingen over de rol van de psychoanalyticus
in de therapie.
In het eerste deel geeft de auteur de hoofdlijnen weer van Lacans visie op het verlangen. Het tweede deel behandelt de omslag van de tragische leegloop van betekenissen naar het leven als komedie. In het derde deel wordt naar voren geschoven wat voor Lacan het hoofdthema van Claudels oeuvre is: de vernedering van het vaderlijke gezag en de teloorgang van een bepaald type autoriteit. De vraag die dan volgt, is hoe de positie van de analyticus samenhangt met de vernedering van gezag. Moet de analyticus tegemoetkomen aan de roep naar meer vaderlijk gezag of moet hij zijn volstrekte neutraliteit behouden? Het vierde deel gaat ten slotte ook in op de vraag of het bijzondere genot van de analyticus heilzaam kan zijn voor de analysant en op welke manier het dan zou kunnen worden aangewend in de therapie.
Paul Moyaert is gewoon hoogleraar filosofie aan de K.U.Leuven.
In het eerste deel geeft de auteur de hoofdlijnen weer van Lacans visie op het verlangen. Het tweede deel behandelt de omslag van de tragische leegloop van betekenissen naar het leven als komedie. In het derde deel wordt naar voren geschoven wat voor Lacan het hoofdthema van Claudels oeuvre is: de vernedering van het vaderlijke gezag en de teloorgang van een bepaald type autoriteit. De vraag die dan volgt, is hoe de positie van de analyticus samenhangt met de vernedering van gezag. Moet de analyticus tegemoetkomen aan de roep naar meer vaderlijk gezag of moet hij zijn volstrekte neutraliteit behouden? Het vierde deel gaat ten slotte ook in op de vraag of het bijzondere genot van de analyticus heilzaam kan zijn voor de analysant en op welke manier het dan zou kunnen worden aangewend in de therapie.
Paul Moyaert is gewoon hoogleraar filosofie aan de K.U.Leuven.
Het ongewone genot van de blinde analyticus. Lacan leest Claudel
€ 18,00
In de receptie van het werk van Jacques Lacan speelt diens
aandacht voor het werk van Paul Claudel een relatief kleine
rol. Dit boek gaat aan de hand van zijn lectuur van Claudel
dieper in op Lacans opvattingen over de rol van de psychoanalyticus
in de therapie.
In het eerste deel geeft de auteur de hoofdlijnen weer van Lacans visie op het verlangen. Het tweede deel behandelt de omslag van de tragische leegloop van betekenissen naar het leven als komedie. In het derde deel wordt naar voren geschoven wat voor Lacan het hoofdthema van Claudels oeuvre is: de vernedering van het vaderlijke gezag en de teloorgang van een bepaald type autoriteit. De vraag die dan volgt, is hoe de positie van de analyticus samenhangt met de vernedering van gezag. Moet de analyticus tegemoetkomen aan de roep naar meer vaderlijk gezag of moet hij zijn volstrekte neutraliteit behouden? Het vierde deel gaat ten slotte ook in op de vraag of het bijzondere genot van de analyticus heilzaam kan zijn voor de analysant en op welke manier het dan zou kunnen worden aangewend in de therapie.
Paul Moyaert is gewoon hoogleraar filosofie aan de K.U.Leuven.
In het eerste deel geeft de auteur de hoofdlijnen weer van Lacans visie op het verlangen. Het tweede deel behandelt de omslag van de tragische leegloop van betekenissen naar het leven als komedie. In het derde deel wordt naar voren geschoven wat voor Lacan het hoofdthema van Claudels oeuvre is: de vernedering van het vaderlijke gezag en de teloorgang van een bepaald type autoriteit. De vraag die dan volgt, is hoe de positie van de analyticus samenhangt met de vernedering van gezag. Moet de analyticus tegemoetkomen aan de roep naar meer vaderlijk gezag of moet hij zijn volstrekte neutraliteit behouden? Het vierde deel gaat ten slotte ook in op de vraag of het bijzondere genot van de analyticus heilzaam kan zijn voor de analysant en op welke manier het dan zou kunnen worden aangewend in de therapie.
Paul Moyaert is gewoon hoogleraar filosofie aan de K.U.Leuven.
Lokale overlegplatforms: doen ze er toe?
€ 39,80
Vlaanderen werkt reeds geruime tijd aan gelijke kansen in het onderwijs. De diverse initiatieven op overheidsniveau,
zoals het Decreet voor Gelijke Onderwijskansen (GOK) van 2002, willen de achterstand en
uitsluiting van GOK-leerlingen bestrijden, alsook aan alle leerlingen optimale leer- en ontwikkelingskansen
bieden. Als gevolg van het decreet werden Lokale OverlegPlatforms (LOP’s) opgericht die mee moeten
zorgen voor een optimalisering van de onderwijskansen van alle leerlingen uit een bepaalde regio.
In deze publicatie wordt onderzocht hoe en in welke mate de lokale overlegplatforms een geschikt instrument zijn voor het uitbouwen van een gelijke onderwijskansenbeleid en of zij effectief bijdragen aan de realisatie van meer gelijke onderwijskansen. Inhoudelijk bestaat het werk uit vier delen. Het vangt aan met een beschrijving van de onderzoeksopzet en het analysemodel waarmee het functioneren van de lokale overlegplatforms wordt bestudeerd. De resultaten worden eerst via kwantitafieve en vervolgens via kwalitatieve methodieken beschreven. Tot slot worden verschillende duidelijke aanbevelingen geformuleerd ten aanzien van het beleid in functie van het optimaliseren van de huidige werking van de lokale overlegplatforms. Het boek is bestemd voor iedereen die betrokken is bij de ontwikkeling, implementering en verbetering van gelijke onderwijskansen in Vlaanderen.
Peter Van Petegem is als gewoon hoogleraar onderwijskunde verbonden aan het Instituut voor Onderwijsen Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij leidt er de onderzoeksgroep EduBROn (www.edubron.be). Marie-Anne Godderis en Joke De Bruyne waren als wetenschappelijk onderzoeker betrokken bij dit onderzoek.
In deze publicatie wordt onderzocht hoe en in welke mate de lokale overlegplatforms een geschikt instrument zijn voor het uitbouwen van een gelijke onderwijskansenbeleid en of zij effectief bijdragen aan de realisatie van meer gelijke onderwijskansen. Inhoudelijk bestaat het werk uit vier delen. Het vangt aan met een beschrijving van de onderzoeksopzet en het analysemodel waarmee het functioneren van de lokale overlegplatforms wordt bestudeerd. De resultaten worden eerst via kwantitafieve en vervolgens via kwalitatieve methodieken beschreven. Tot slot worden verschillende duidelijke aanbevelingen geformuleerd ten aanzien van het beleid in functie van het optimaliseren van de huidige werking van de lokale overlegplatforms. Het boek is bestemd voor iedereen die betrokken is bij de ontwikkeling, implementering en verbetering van gelijke onderwijskansen in Vlaanderen.
Peter Van Petegem is als gewoon hoogleraar onderwijskunde verbonden aan het Instituut voor Onderwijsen Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij leidt er de onderzoeksgroep EduBROn (www.edubron.be). Marie-Anne Godderis en Joke De Bruyne waren als wetenschappelijk onderzoeker betrokken bij dit onderzoek.
Lokale overlegplatforms: doen ze er toe?
€ 39,80
Vlaanderen werkt reeds geruime tijd aan gelijke kansen in het onderwijs. De diverse initiatieven op overheidsniveau,
zoals het Decreet voor Gelijke Onderwijskansen (GOK) van 2002, willen de achterstand en
uitsluiting van GOK-leerlingen bestrijden, alsook aan alle leerlingen optimale leer- en ontwikkelingskansen
bieden. Als gevolg van het decreet werden Lokale OverlegPlatforms (LOP’s) opgericht die mee moeten
zorgen voor een optimalisering van de onderwijskansen van alle leerlingen uit een bepaalde regio.
In deze publicatie wordt onderzocht hoe en in welke mate de lokale overlegplatforms een geschikt instrument zijn voor het uitbouwen van een gelijke onderwijskansenbeleid en of zij effectief bijdragen aan de realisatie van meer gelijke onderwijskansen. Inhoudelijk bestaat het werk uit vier delen. Het vangt aan met een beschrijving van de onderzoeksopzet en het analysemodel waarmee het functioneren van de lokale overlegplatforms wordt bestudeerd. De resultaten worden eerst via kwantitafieve en vervolgens via kwalitatieve methodieken beschreven. Tot slot worden verschillende duidelijke aanbevelingen geformuleerd ten aanzien van het beleid in functie van het optimaliseren van de huidige werking van de lokale overlegplatforms. Het boek is bestemd voor iedereen die betrokken is bij de ontwikkeling, implementering en verbetering van gelijke onderwijskansen in Vlaanderen.
Peter Van Petegem is als gewoon hoogleraar onderwijskunde verbonden aan het Instituut voor Onderwijsen Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij leidt er de onderzoeksgroep EduBROn (www.edubron.be). Marie-Anne Godderis en Joke De Bruyne waren als wetenschappelijk onderzoeker betrokken bij dit onderzoek.
In deze publicatie wordt onderzocht hoe en in welke mate de lokale overlegplatforms een geschikt instrument zijn voor het uitbouwen van een gelijke onderwijskansenbeleid en of zij effectief bijdragen aan de realisatie van meer gelijke onderwijskansen. Inhoudelijk bestaat het werk uit vier delen. Het vangt aan met een beschrijving van de onderzoeksopzet en het analysemodel waarmee het functioneren van de lokale overlegplatforms wordt bestudeerd. De resultaten worden eerst via kwantitafieve en vervolgens via kwalitatieve methodieken beschreven. Tot slot worden verschillende duidelijke aanbevelingen geformuleerd ten aanzien van het beleid in functie van het optimaliseren van de huidige werking van de lokale overlegplatforms. Het boek is bestemd voor iedereen die betrokken is bij de ontwikkeling, implementering en verbetering van gelijke onderwijskansen in Vlaanderen.
Peter Van Petegem is als gewoon hoogleraar onderwijskunde verbonden aan het Instituut voor Onderwijsen Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij leidt er de onderzoeksgroep EduBROn (www.edubron.be). Marie-Anne Godderis en Joke De Bruyne waren als wetenschappelijk onderzoeker betrokken bij dit onderzoek.
Vroegsignalering voor schoolbesturen. Een handleiding
€ 14,00
Elk zelfbewust schoolbestuur heeft de kwaliteit van het onderwijs
hoog in het vaandel. De schoolbesturen laten zich
daarom regelmatig informeren over de stand van zaken op
hun scholen. Niemand, ook de school zelf niet, wil overvallen
worden door een inspectieoordeel ‘zwak’ of ‘zeer zwak’. In
deze publicatie besteedt de PO-Raad aandacht aan het tijdig
signaleren van risico’s in de ontwikkeling van een school.
De brochure richt zich op het primair onderwijs: voor de hele sector is het van belang dat het schoolbestuur zich laat informeren over de stand van zaken op de scholen. De uitwerking van de brochure laat echter vooral voorbeelden voor het regulier basisonderwijs zien. Voor een deel geldt dit ook voor het speciaal basisonderwijs en het speciaal onderwijs. Bij deze groep scholen zijn echter ook andere aspecten relevant.
Deze publicatie is in twee delen opgebouwd. In het eerste deel wordt een antwoord gegeven op de vraag welke informatie een schoolbestuur nodig heeft om tijdig te kunnen signaleren. Het tweede deel besteedt aandacht aan voorbeelden uit het veld en geeft informatie over instrumenten voor vroegsignalering die beschikbaar zijn.
De PO-Raad, gevestigd in Utrecht, is de Nederlandse sectororganisatie voor het primair onderwijs. De vereniging behartigt de gemeenschappelijke belangen van de schoolbesturen in het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs.
De brochure richt zich op het primair onderwijs: voor de hele sector is het van belang dat het schoolbestuur zich laat informeren over de stand van zaken op de scholen. De uitwerking van de brochure laat echter vooral voorbeelden voor het regulier basisonderwijs zien. Voor een deel geldt dit ook voor het speciaal basisonderwijs en het speciaal onderwijs. Bij deze groep scholen zijn echter ook andere aspecten relevant.
Deze publicatie is in twee delen opgebouwd. In het eerste deel wordt een antwoord gegeven op de vraag welke informatie een schoolbestuur nodig heeft om tijdig te kunnen signaleren. Het tweede deel besteedt aandacht aan voorbeelden uit het veld en geeft informatie over instrumenten voor vroegsignalering die beschikbaar zijn.
De PO-Raad, gevestigd in Utrecht, is de Nederlandse sectororganisatie voor het primair onderwijs. De vereniging behartigt de gemeenschappelijke belangen van de schoolbesturen in het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs.
Vroegsignalering voor schoolbesturen. Een handleiding
€ 14,00
Elk zelfbewust schoolbestuur heeft de kwaliteit van het onderwijs
hoog in het vaandel. De schoolbesturen laten zich
daarom regelmatig informeren over de stand van zaken op
hun scholen. Niemand, ook de school zelf niet, wil overvallen
worden door een inspectieoordeel ‘zwak’ of ‘zeer zwak’. In
deze publicatie besteedt de PO-Raad aandacht aan het tijdig
signaleren van risico’s in de ontwikkeling van een school.
De brochure richt zich op het primair onderwijs: voor de hele sector is het van belang dat het schoolbestuur zich laat informeren over de stand van zaken op de scholen. De uitwerking van de brochure laat echter vooral voorbeelden voor het regulier basisonderwijs zien. Voor een deel geldt dit ook voor het speciaal basisonderwijs en het speciaal onderwijs. Bij deze groep scholen zijn echter ook andere aspecten relevant.
Deze publicatie is in twee delen opgebouwd. In het eerste deel wordt een antwoord gegeven op de vraag welke informatie een schoolbestuur nodig heeft om tijdig te kunnen signaleren. Het tweede deel besteedt aandacht aan voorbeelden uit het veld en geeft informatie over instrumenten voor vroegsignalering die beschikbaar zijn.
De PO-Raad, gevestigd in Utrecht, is de Nederlandse sectororganisatie voor het primair onderwijs. De vereniging behartigt de gemeenschappelijke belangen van de schoolbesturen in het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs.
De brochure richt zich op het primair onderwijs: voor de hele sector is het van belang dat het schoolbestuur zich laat informeren over de stand van zaken op de scholen. De uitwerking van de brochure laat echter vooral voorbeelden voor het regulier basisonderwijs zien. Voor een deel geldt dit ook voor het speciaal basisonderwijs en het speciaal onderwijs. Bij deze groep scholen zijn echter ook andere aspecten relevant.
Deze publicatie is in twee delen opgebouwd. In het eerste deel wordt een antwoord gegeven op de vraag welke informatie een schoolbestuur nodig heeft om tijdig te kunnen signaleren. Het tweede deel besteedt aandacht aan voorbeelden uit het veld en geeft informatie over instrumenten voor vroegsignalering die beschikbaar zijn.
De PO-Raad, gevestigd in Utrecht, is de Nederlandse sectororganisatie voor het primair onderwijs. De vereniging behartigt de gemeenschappelijke belangen van de schoolbesturen in het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs.
Een nieuwe beweging. Psychomotorische therapie bij kinderen en jongeren
€ 13,90
Psychomotorische therapie is gericht op psychische, psychosociale
en/of psychosomatische problemen. Ze richt zich bij de
behandeling tot de gehele persoonlijkheid en wil de persoonlijkheid
in harmonie brengen met zichzelf en de omgeving.
In bijdragen van telkens slechts enkele bladzijden zetten 36 psychomotorische therapeuten hun ervaringen uiteen. Zo geeft het boek een weids overzicht van het werkveld van de psychomotorische therapeut bij de behandeling van kinderen en jongeren. De getuigenissen tonen aan dat er heel wat kwaliteit en ideeën in de praktijk aanwezig zijn. Duidelijk is ook dat psychomotorische therapie niet een statisch gegeven is, maar voortdurend evolueert. Bestaande technieken en methodieken worden geïncorporeerd in de therapie en nieuwe horizonten worden verkend.
Mede door de aanvulling met referenties, post- en e-mailadressen is deze publicatie zowel aangewezen voor wie in de sector werkt of wil werken, als voor wie hulp zoekt bij een psychomotorische therapiebegeleiding.
De redacteuren en auteurs zijn psychomotorisch therapeut. Johan Simons doceert aan de KULeuven en is verbonden aan het U.Z. Gasthuisberg in Leuven. Lieve Rutten werkt op de Afdeling De Kade van het UPC KULeuven, Campus Kortenberg. Valère Vanderheyden en Barbare Verscheure zijn verbonden aan het UPC KULeuven, Afdeling Kinder- en jeugdpsychiatrie van Gasthuisberg.
In bijdragen van telkens slechts enkele bladzijden zetten 36 psychomotorische therapeuten hun ervaringen uiteen. Zo geeft het boek een weids overzicht van het werkveld van de psychomotorische therapeut bij de behandeling van kinderen en jongeren. De getuigenissen tonen aan dat er heel wat kwaliteit en ideeën in de praktijk aanwezig zijn. Duidelijk is ook dat psychomotorische therapie niet een statisch gegeven is, maar voortdurend evolueert. Bestaande technieken en methodieken worden geïncorporeerd in de therapie en nieuwe horizonten worden verkend.
Mede door de aanvulling met referenties, post- en e-mailadressen is deze publicatie zowel aangewezen voor wie in de sector werkt of wil werken, als voor wie hulp zoekt bij een psychomotorische therapiebegeleiding.
De redacteuren en auteurs zijn psychomotorisch therapeut. Johan Simons doceert aan de KULeuven en is verbonden aan het U.Z. Gasthuisberg in Leuven. Lieve Rutten werkt op de Afdeling De Kade van het UPC KULeuven, Campus Kortenberg. Valère Vanderheyden en Barbare Verscheure zijn verbonden aan het UPC KULeuven, Afdeling Kinder- en jeugdpsychiatrie van Gasthuisberg.
Een nieuwe beweging. Psychomotorische therapie bij kinderen en jongeren
€ 13,90
Psychomotorische therapie is gericht op psychische, psychosociale
en/of psychosomatische problemen. Ze richt zich bij de
behandeling tot de gehele persoonlijkheid en wil de persoonlijkheid
in harmonie brengen met zichzelf en de omgeving.
In bijdragen van telkens slechts enkele bladzijden zetten 36 psychomotorische therapeuten hun ervaringen uiteen. Zo geeft het boek een weids overzicht van het werkveld van de psychomotorische therapeut bij de behandeling van kinderen en jongeren. De getuigenissen tonen aan dat er heel wat kwaliteit en ideeën in de praktijk aanwezig zijn. Duidelijk is ook dat psychomotorische therapie niet een statisch gegeven is, maar voortdurend evolueert. Bestaande technieken en methodieken worden geïncorporeerd in de therapie en nieuwe horizonten worden verkend.
Mede door de aanvulling met referenties, post- en e-mailadressen is deze publicatie zowel aangewezen voor wie in de sector werkt of wil werken, als voor wie hulp zoekt bij een psychomotorische therapiebegeleiding.
De redacteuren en auteurs zijn psychomotorisch therapeut. Johan Simons doceert aan de KULeuven en is verbonden aan het U.Z. Gasthuisberg in Leuven. Lieve Rutten werkt op de Afdeling De Kade van het UPC KULeuven, Campus Kortenberg. Valère Vanderheyden en Barbare Verscheure zijn verbonden aan het UPC KULeuven, Afdeling Kinder- en jeugdpsychiatrie van Gasthuisberg.
In bijdragen van telkens slechts enkele bladzijden zetten 36 psychomotorische therapeuten hun ervaringen uiteen. Zo geeft het boek een weids overzicht van het werkveld van de psychomotorische therapeut bij de behandeling van kinderen en jongeren. De getuigenissen tonen aan dat er heel wat kwaliteit en ideeën in de praktijk aanwezig zijn. Duidelijk is ook dat psychomotorische therapie niet een statisch gegeven is, maar voortdurend evolueert. Bestaande technieken en methodieken worden geïncorporeerd in de therapie en nieuwe horizonten worden verkend.
Mede door de aanvulling met referenties, post- en e-mailadressen is deze publicatie zowel aangewezen voor wie in de sector werkt of wil werken, als voor wie hulp zoekt bij een psychomotorische therapiebegeleiding.
De redacteuren en auteurs zijn psychomotorisch therapeut. Johan Simons doceert aan de KULeuven en is verbonden aan het U.Z. Gasthuisberg in Leuven. Lieve Rutten werkt op de Afdeling De Kade van het UPC KULeuven, Campus Kortenberg. Valère Vanderheyden en Barbare Verscheure zijn verbonden aan het UPC KULeuven, Afdeling Kinder- en jeugdpsychiatrie van Gasthuisberg.
Een vangnet van zorg. Aandacht voor alle leerlingen in het VO en MBO
€ 14,90
Wie aandacht wil geven aan elke leerling op school en in de klas moet als
leerkracht ook heel veel weten van die leerling. Een bekwame leerkracht
laat een leerling ontdekken wat hij of zij al weet. Dat geldt zeker voor
leerlingen in het voortgezet onderwijs en in het middelbaar beroepsonderwijs.
Daar gaat dit Cahier over. Het past in de onderwijswerkelijkheid met
Passend Onderwijs in het vooruitzicht. Het gaat over teamgerichte
samenwerking, over goed klassenmanagement, over de waardering van
gedragsproblemen, over hoe in een oplossingsgericht gesprek de leerling
zich bewust wordt van de eigen krachten, over hoe je je een beeld vormt
van de sfeer in je klas. Zaken waar je niet om heen kunt als je elke leerling
optimaal kansen wilt bieden.
Dit Cahier biedt ook concrete handreikingen. Zo is voor veel leerlingen juist de natuur, het buiten-zijn de toegesneden leerschool. Dat kan door met de natuur aan de slag te gaan, maar ook door juist in die uitdagende omgeving van het buiten-zijn jezelf beter te leren kennen en je ‘durf’ te vergroten of te leren inschatten. Voortdurend op zoek naar jezelf.
Veel leerkrachten kiezen na hun bacheloropleiding ervoor om ook het masterdiploma te behalen. Door middel van praktijkonderzoek gaan zij op zoek naar verbetering van hun onderwijskracht. Dan leren zij de leerlingen beter kennen en dan leren ze bijna te voorspellen wat die leerling van hen vraagt. Zo’n leerkracht weet waarom die leerling dat van hem of haar vraagt. Zo’n leerkracht doet recht aan de persoon van de leerling. En dan krijgt onderwijs die waarde die goed onderwijs verdient: ervoor zorgen dat elke leerling zich naar eigen vermogen kan ontwikkelen. Een bruikbare last die de moeite waard is om mee op pad gestuurd te worden in het leven.
Dit Cahier biedt ook concrete handreikingen. Zo is voor veel leerlingen juist de natuur, het buiten-zijn de toegesneden leerschool. Dat kan door met de natuur aan de slag te gaan, maar ook door juist in die uitdagende omgeving van het buiten-zijn jezelf beter te leren kennen en je ‘durf’ te vergroten of te leren inschatten. Voortdurend op zoek naar jezelf.
Veel leerkrachten kiezen na hun bacheloropleiding ervoor om ook het masterdiploma te behalen. Door middel van praktijkonderzoek gaan zij op zoek naar verbetering van hun onderwijskracht. Dan leren zij de leerlingen beter kennen en dan leren ze bijna te voorspellen wat die leerling van hen vraagt. Zo’n leerkracht weet waarom die leerling dat van hem of haar vraagt. Zo’n leerkracht doet recht aan de persoon van de leerling. En dan krijgt onderwijs die waarde die goed onderwijs verdient: ervoor zorgen dat elke leerling zich naar eigen vermogen kan ontwikkelen. Een bruikbare last die de moeite waard is om mee op pad gestuurd te worden in het leven.
Een vangnet van zorg. Aandacht voor alle leerlingen in het VO en MBO
€ 14,90
Wie aandacht wil geven aan elke leerling op school en in de klas moet als
leerkracht ook heel veel weten van die leerling. Een bekwame leerkracht
laat een leerling ontdekken wat hij of zij al weet. Dat geldt zeker voor
leerlingen in het voortgezet onderwijs en in het middelbaar beroepsonderwijs.
Daar gaat dit Cahier over. Het past in de onderwijswerkelijkheid met
Passend Onderwijs in het vooruitzicht. Het gaat over teamgerichte
samenwerking, over goed klassenmanagement, over de waardering van
gedragsproblemen, over hoe in een oplossingsgericht gesprek de leerling
zich bewust wordt van de eigen krachten, over hoe je je een beeld vormt
van de sfeer in je klas. Zaken waar je niet om heen kunt als je elke leerling
optimaal kansen wilt bieden.
Dit Cahier biedt ook concrete handreikingen. Zo is voor veel leerlingen juist de natuur, het buiten-zijn de toegesneden leerschool. Dat kan door met de natuur aan de slag te gaan, maar ook door juist in die uitdagende omgeving van het buiten-zijn jezelf beter te leren kennen en je ‘durf’ te vergroten of te leren inschatten. Voortdurend op zoek naar jezelf.
Veel leerkrachten kiezen na hun bacheloropleiding ervoor om ook het masterdiploma te behalen. Door middel van praktijkonderzoek gaan zij op zoek naar verbetering van hun onderwijskracht. Dan leren zij de leerlingen beter kennen en dan leren ze bijna te voorspellen wat die leerling van hen vraagt. Zo’n leerkracht weet waarom die leerling dat van hem of haar vraagt. Zo’n leerkracht doet recht aan de persoon van de leerling. En dan krijgt onderwijs die waarde die goed onderwijs verdient: ervoor zorgen dat elke leerling zich naar eigen vermogen kan ontwikkelen. Een bruikbare last die de moeite waard is om mee op pad gestuurd te worden in het leven.
Dit Cahier biedt ook concrete handreikingen. Zo is voor veel leerlingen juist de natuur, het buiten-zijn de toegesneden leerschool. Dat kan door met de natuur aan de slag te gaan, maar ook door juist in die uitdagende omgeving van het buiten-zijn jezelf beter te leren kennen en je ‘durf’ te vergroten of te leren inschatten. Voortdurend op zoek naar jezelf.
Veel leerkrachten kiezen na hun bacheloropleiding ervoor om ook het masterdiploma te behalen. Door middel van praktijkonderzoek gaan zij op zoek naar verbetering van hun onderwijskracht. Dan leren zij de leerlingen beter kennen en dan leren ze bijna te voorspellen wat die leerling van hen vraagt. Zo’n leerkracht weet waarom die leerling dat van hem of haar vraagt. Zo’n leerkracht doet recht aan de persoon van de leerling. En dan krijgt onderwijs die waarde die goed onderwijs verdient: ervoor zorgen dat elke leerling zich naar eigen vermogen kan ontwikkelen. Een bruikbare last die de moeite waard is om mee op pad gestuurd te worden in het leven.
Geen voorraad

Kinderen met ernstige problemen – Standaarden voor de praktijk in het onderwijs – 6de uitgebreide druk
€ 20,50
In heel wat onderwijsvormen hebben leerkrachten te maken met kinderen die psychische en/of somatische problemen hebben. Het is niet altijd eenvoudig om te weten hoe met deze kinderen het beste wordt omgegaan, hoe ze het meeste kunnen worden ondersteund en geholpen.
Praktische informatie is dan ook meer dan welkom. Dit boek bevat standaarden voor het werken in de onderwijspraktijk. Ze zijn een verzameling van handreikingen voor het werken in de praktijk met kinderen die ernstige problemen ondervinden. Ze zijn ook uit de praktijk ontstaan. Voor dezelfde problematiek is meestal eenzelfde basisrichtlijn voor het handelen in de klas te geven. Maar daarbij moeten per leerling aanpassingen gemaakt worden.
Elk probleemgebied wordt op gelijke wijze beschreven. Eerst is er een casus, zodat de verschijningsvorm duidelijk is. Daarna volgt essentiële informatie, telkens in zeven rubrieken: beschrijving van de stoornis, verzamelen van gegevens, oorzaak en herkenning, didactische commentaren, pedagogische opmerkingen, training en therapie, tips voor thuis. Dan wordt de eigenlijke standaard gepresenteerd, in drie luiken: algemeen, didactisch, pedagogisch.
Het resultaat van dit alles moet zijn dat de leerkracht beter kan omgaan met kinderen met een bepaalde stoornis. Zeker de leerkracht in het speciale/buitengewone onderwijs zal veel hebben aan dit boek. Maar ongetwijfeld zijn deze standaarden ook in hoge mate dienstbaar aan leerkrachten in het reguliere onderwijs met speciale onderwijszorg.
Drs. Marleen Haxe is als Gz-psycholoog verbonden aan de Ambelt-Herfte te Zwolle. Daarvoor was ze werkzaam in het ZMOK-onderwijs. Kitty Nijboer is groepsleerkracht in het vso (voortgezet secundair onderwijs) op de Ambelt-Herfte. Drs. Harrie Velderman heeft in het basisonderwijs gewerkt en later als groepsleerkracht en als onderwijskundige op de Ambelt-Herfte. Nu is hij als docent verbonden aan het Seminarium voor Orthopedagogiek in Utrecht.
Praktische informatie is dan ook meer dan welkom. Dit boek bevat standaarden voor het werken in de onderwijspraktijk. Ze zijn een verzameling van handreikingen voor het werken in de praktijk met kinderen die ernstige problemen ondervinden. Ze zijn ook uit de praktijk ontstaan. Voor dezelfde problematiek is meestal eenzelfde basisrichtlijn voor het handelen in de klas te geven. Maar daarbij moeten per leerling aanpassingen gemaakt worden.
Elk probleemgebied wordt op gelijke wijze beschreven. Eerst is er een casus, zodat de verschijningsvorm duidelijk is. Daarna volgt essentiële informatie, telkens in zeven rubrieken: beschrijving van de stoornis, verzamelen van gegevens, oorzaak en herkenning, didactische commentaren, pedagogische opmerkingen, training en therapie, tips voor thuis. Dan wordt de eigenlijke standaard gepresenteerd, in drie luiken: algemeen, didactisch, pedagogisch.
Het resultaat van dit alles moet zijn dat de leerkracht beter kan omgaan met kinderen met een bepaalde stoornis. Zeker de leerkracht in het speciale/buitengewone onderwijs zal veel hebben aan dit boek. Maar ongetwijfeld zijn deze standaarden ook in hoge mate dienstbaar aan leerkrachten in het reguliere onderwijs met speciale onderwijszorg.
Drs. Marleen Haxe is als Gz-psycholoog verbonden aan de Ambelt-Herfte te Zwolle. Daarvoor was ze werkzaam in het ZMOK-onderwijs. Kitty Nijboer is groepsleerkracht in het vso (voortgezet secundair onderwijs) op de Ambelt-Herfte. Drs. Harrie Velderman heeft in het basisonderwijs gewerkt en later als groepsleerkracht en als onderwijskundige op de Ambelt-Herfte. Nu is hij als docent verbonden aan het Seminarium voor Orthopedagogiek in Utrecht.
Geen voorraad

Kinderen met ernstige problemen – Standaarden voor de praktijk in het onderwijs – 6de uitgebreide druk
€ 20,50
In heel wat onderwijsvormen hebben leerkrachten te maken met kinderen die psychische en/of somatische problemen hebben. Het is niet altijd eenvoudig om te weten hoe met deze kinderen het beste wordt omgegaan, hoe ze het meeste kunnen worden ondersteund en geholpen.
Praktische informatie is dan ook meer dan welkom. Dit boek bevat standaarden voor het werken in de onderwijspraktijk. Ze zijn een verzameling van handreikingen voor het werken in de praktijk met kinderen die ernstige problemen ondervinden. Ze zijn ook uit de praktijk ontstaan. Voor dezelfde problematiek is meestal eenzelfde basisrichtlijn voor het handelen in de klas te geven. Maar daarbij moeten per leerling aanpassingen gemaakt worden.
Elk probleemgebied wordt op gelijke wijze beschreven. Eerst is er een casus, zodat de verschijningsvorm duidelijk is. Daarna volgt essentiële informatie, telkens in zeven rubrieken: beschrijving van de stoornis, verzamelen van gegevens, oorzaak en herkenning, didactische commentaren, pedagogische opmerkingen, training en therapie, tips voor thuis. Dan wordt de eigenlijke standaard gepresenteerd, in drie luiken: algemeen, didactisch, pedagogisch.
Het resultaat van dit alles moet zijn dat de leerkracht beter kan omgaan met kinderen met een bepaalde stoornis. Zeker de leerkracht in het speciale/buitengewone onderwijs zal veel hebben aan dit boek. Maar ongetwijfeld zijn deze standaarden ook in hoge mate dienstbaar aan leerkrachten in het reguliere onderwijs met speciale onderwijszorg.
Drs. Marleen Haxe is als Gz-psycholoog verbonden aan de Ambelt-Herfte te Zwolle. Daarvoor was ze werkzaam in het ZMOK-onderwijs. Kitty Nijboer is groepsleerkracht in het vso (voortgezet secundair onderwijs) op de Ambelt-Herfte. Drs. Harrie Velderman heeft in het basisonderwijs gewerkt en later als groepsleerkracht en als onderwijskundige op de Ambelt-Herfte. Nu is hij als docent verbonden aan het Seminarium voor Orthopedagogiek in Utrecht.
Praktische informatie is dan ook meer dan welkom. Dit boek bevat standaarden voor het werken in de onderwijspraktijk. Ze zijn een verzameling van handreikingen voor het werken in de praktijk met kinderen die ernstige problemen ondervinden. Ze zijn ook uit de praktijk ontstaan. Voor dezelfde problematiek is meestal eenzelfde basisrichtlijn voor het handelen in de klas te geven. Maar daarbij moeten per leerling aanpassingen gemaakt worden.
Elk probleemgebied wordt op gelijke wijze beschreven. Eerst is er een casus, zodat de verschijningsvorm duidelijk is. Daarna volgt essentiële informatie, telkens in zeven rubrieken: beschrijving van de stoornis, verzamelen van gegevens, oorzaak en herkenning, didactische commentaren, pedagogische opmerkingen, training en therapie, tips voor thuis. Dan wordt de eigenlijke standaard gepresenteerd, in drie luiken: algemeen, didactisch, pedagogisch.
Het resultaat van dit alles moet zijn dat de leerkracht beter kan omgaan met kinderen met een bepaalde stoornis. Zeker de leerkracht in het speciale/buitengewone onderwijs zal veel hebben aan dit boek. Maar ongetwijfeld zijn deze standaarden ook in hoge mate dienstbaar aan leerkrachten in het reguliere onderwijs met speciale onderwijszorg.
Drs. Marleen Haxe is als Gz-psycholoog verbonden aan de Ambelt-Herfte te Zwolle. Daarvoor was ze werkzaam in het ZMOK-onderwijs. Kitty Nijboer is groepsleerkracht in het vso (voortgezet secundair onderwijs) op de Ambelt-Herfte. Drs. Harrie Velderman heeft in het basisonderwijs gewerkt en later als groepsleerkracht en als onderwijskundige op de Ambelt-Herfte. Nu is hij als docent verbonden aan het Seminarium voor Orthopedagogiek in Utrecht.
Duurzaam ondernemen. Maatschappelijk verantwoord handelen
€ 20,90
De combinatie van vruchtbaar ondernemen en het werken aan duurzaamheid
en maatschappelijke verantwoordelijkheid lijkt niet altijd voor de hand te liggen.
Optimaal winst nastreven vergt immers een zekere rechtlijnigheid die geen of weinig
oog heeft voor wat zich buiten dat doel bevindt. Binnen de maatschappelijke
en ecologische realiteit is een dergelijke blindheid voor ethiek uit den boze. Van
ondernemers en zakenmensen in de profit- en non-profit-sector wordt steeds
meer verwacht dat zij een goede balans tussen beide factoren vinden. Ze moeten
daarbij aandacht besteden aan integriteit, corporate social responsibility, spiritueel
leiderschap, stakeholderdialoog, ethisch leiderschap, sociale contracten enz. Een
dergelijke bedrijfsethiek is goed voor het imago van het bedrijf, maar een goed
imago is ook snel verspeeld. De vraag is daarom: hoe vat men zoiets precies aan
en hoe zorgt men ervoor dat er geen fouten gemaakt worden.
Dit boek, dat een grondige herwerking is van Zakenethiek, biedt een praktische handleiding om die balans tussen ondernemen en ethisch handelen op een werkbare manier in de eigen organisatie binnen te brengen. Het reikt de nodige inzichten, een framework en een werkmethode aan om ethische problemen in het dagelijkse beroeps- en bedrijfsleven snel, efficiënt en adequaat aan te pakken. Het boek is bestemd voor bedrijfsleiders en werknemers, in alle sectoren en alle soorten organisaties.
Herman Siebens is directeur van het Koninklijk Technisch Atheneum Wemmel en vice-president van AEHT - Association Européenne des écoles d’Hôtellerie et de Tourisme.
Dit boek, dat een grondige herwerking is van Zakenethiek, biedt een praktische handleiding om die balans tussen ondernemen en ethisch handelen op een werkbare manier in de eigen organisatie binnen te brengen. Het reikt de nodige inzichten, een framework en een werkmethode aan om ethische problemen in het dagelijkse beroeps- en bedrijfsleven snel, efficiënt en adequaat aan te pakken. Het boek is bestemd voor bedrijfsleiders en werknemers, in alle sectoren en alle soorten organisaties.
Herman Siebens is directeur van het Koninklijk Technisch Atheneum Wemmel en vice-president van AEHT - Association Européenne des écoles d’Hôtellerie et de Tourisme.
Duurzaam ondernemen. Maatschappelijk verantwoord handelen
€ 20,90
De combinatie van vruchtbaar ondernemen en het werken aan duurzaamheid
en maatschappelijke verantwoordelijkheid lijkt niet altijd voor de hand te liggen.
Optimaal winst nastreven vergt immers een zekere rechtlijnigheid die geen of weinig
oog heeft voor wat zich buiten dat doel bevindt. Binnen de maatschappelijke
en ecologische realiteit is een dergelijke blindheid voor ethiek uit den boze. Van
ondernemers en zakenmensen in de profit- en non-profit-sector wordt steeds
meer verwacht dat zij een goede balans tussen beide factoren vinden. Ze moeten
daarbij aandacht besteden aan integriteit, corporate social responsibility, spiritueel
leiderschap, stakeholderdialoog, ethisch leiderschap, sociale contracten enz. Een
dergelijke bedrijfsethiek is goed voor het imago van het bedrijf, maar een goed
imago is ook snel verspeeld. De vraag is daarom: hoe vat men zoiets precies aan
en hoe zorgt men ervoor dat er geen fouten gemaakt worden.
Dit boek, dat een grondige herwerking is van Zakenethiek, biedt een praktische handleiding om die balans tussen ondernemen en ethisch handelen op een werkbare manier in de eigen organisatie binnen te brengen. Het reikt de nodige inzichten, een framework en een werkmethode aan om ethische problemen in het dagelijkse beroeps- en bedrijfsleven snel, efficiënt en adequaat aan te pakken. Het boek is bestemd voor bedrijfsleiders en werknemers, in alle sectoren en alle soorten organisaties.
Herman Siebens is directeur van het Koninklijk Technisch Atheneum Wemmel en vice-president van AEHT - Association Européenne des écoles d’Hôtellerie et de Tourisme.
Dit boek, dat een grondige herwerking is van Zakenethiek, biedt een praktische handleiding om die balans tussen ondernemen en ethisch handelen op een werkbare manier in de eigen organisatie binnen te brengen. Het reikt de nodige inzichten, een framework en een werkmethode aan om ethische problemen in het dagelijkse beroeps- en bedrijfsleven snel, efficiënt en adequaat aan te pakken. Het boek is bestemd voor bedrijfsleiders en werknemers, in alle sectoren en alle soorten organisaties.
Herman Siebens is directeur van het Koninklijk Technisch Atheneum Wemmel en vice-president van AEHT - Association Européenne des écoles d’Hôtellerie et de Tourisme.
Verstandelijke beperking en dementie. Effectieve interventies
€ 23,70
De vergrijzing is een algemeen maatschappelijk fenomeen. Het doet zich ook voor bij mensen
met een verstandelijke beperking, van wie de levensverwachting in de voorbije eeuw aanzienlijk
is gestegen. Dit brengt echter een belangrijke toename van het aantal personen met dementie
met zich mee, in het bijzonder bij mensen met downsyndroom, bij wie dementie zich beduidend
vroeger in de levensloop manifesteert. Om die mensen een goede oude dag te bezorgen,
is een zorgverlening nodig die hun levenskwaliteit optimaal kan garanderen, van de sociale
relaties tot de juiste huisvesting, van de wekelijkse kapbeurt tot de juiste dagelijkse medicatie.
Dit boek pleit voor een begeleiding van mensen met een verstandelijke beperking en dementie die méér inhoudt dan een goede medische opvang. De auteur geeft inzicht in de wijze waarop de gepaste zorg verstrekt kan worden, met telkens aandacht voor zowel de basisgegevens als voor de meer gespecialiseerde onderwerpen. Zij licht ook toe dat de situatie van mensen met een verstandelijke beperking en dementie niet als een ‘geval apart’ mag worden gezien, maar inclusief tot de maatschappij behoort. Dit is een toetssteen, een criterium waaraan de mate van zorgverbreding voor zowel ouderen- als gehandicaptenzorg gemeten kan worden. Deze publicatie is bestemd voor professionele hulpverleners, maar evenzeer voor de mantelzorger en mensen die zonder vooropleiding met deze problematiek geconfronteerd worden. Ze is ook een leidraad voor familieleden.
Diana Kerr is verbonden aan de University of Edinburgh. Ze doet er onderzoek en geeft vorming over dementie en verstandelijke beperking. Dit boek is de Nederlandstalige versie van Understanding Learning Disability and Dementia. Developing Effective Interventions. Het werd vertaald op initiatief van het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen, SEN – Steunpunt Expertisenetwerken en Downsyndroom Vlaanderen.
Dit boek pleit voor een begeleiding van mensen met een verstandelijke beperking en dementie die méér inhoudt dan een goede medische opvang. De auteur geeft inzicht in de wijze waarop de gepaste zorg verstrekt kan worden, met telkens aandacht voor zowel de basisgegevens als voor de meer gespecialiseerde onderwerpen. Zij licht ook toe dat de situatie van mensen met een verstandelijke beperking en dementie niet als een ‘geval apart’ mag worden gezien, maar inclusief tot de maatschappij behoort. Dit is een toetssteen, een criterium waaraan de mate van zorgverbreding voor zowel ouderen- als gehandicaptenzorg gemeten kan worden. Deze publicatie is bestemd voor professionele hulpverleners, maar evenzeer voor de mantelzorger en mensen die zonder vooropleiding met deze problematiek geconfronteerd worden. Ze is ook een leidraad voor familieleden.
Diana Kerr is verbonden aan de University of Edinburgh. Ze doet er onderzoek en geeft vorming over dementie en verstandelijke beperking. Dit boek is de Nederlandstalige versie van Understanding Learning Disability and Dementia. Developing Effective Interventions. Het werd vertaald op initiatief van het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen, SEN – Steunpunt Expertisenetwerken en Downsyndroom Vlaanderen.
Verstandelijke beperking en dementie. Effectieve interventies
€ 23,70
De vergrijzing is een algemeen maatschappelijk fenomeen. Het doet zich ook voor bij mensen
met een verstandelijke beperking, van wie de levensverwachting in de voorbije eeuw aanzienlijk
is gestegen. Dit brengt echter een belangrijke toename van het aantal personen met dementie
met zich mee, in het bijzonder bij mensen met downsyndroom, bij wie dementie zich beduidend
vroeger in de levensloop manifesteert. Om die mensen een goede oude dag te bezorgen,
is een zorgverlening nodig die hun levenskwaliteit optimaal kan garanderen, van de sociale
relaties tot de juiste huisvesting, van de wekelijkse kapbeurt tot de juiste dagelijkse medicatie.
Dit boek pleit voor een begeleiding van mensen met een verstandelijke beperking en dementie die méér inhoudt dan een goede medische opvang. De auteur geeft inzicht in de wijze waarop de gepaste zorg verstrekt kan worden, met telkens aandacht voor zowel de basisgegevens als voor de meer gespecialiseerde onderwerpen. Zij licht ook toe dat de situatie van mensen met een verstandelijke beperking en dementie niet als een ‘geval apart’ mag worden gezien, maar inclusief tot de maatschappij behoort. Dit is een toetssteen, een criterium waaraan de mate van zorgverbreding voor zowel ouderen- als gehandicaptenzorg gemeten kan worden. Deze publicatie is bestemd voor professionele hulpverleners, maar evenzeer voor de mantelzorger en mensen die zonder vooropleiding met deze problematiek geconfronteerd worden. Ze is ook een leidraad voor familieleden.
Diana Kerr is verbonden aan de University of Edinburgh. Ze doet er onderzoek en geeft vorming over dementie en verstandelijke beperking. Dit boek is de Nederlandstalige versie van Understanding Learning Disability and Dementia. Developing Effective Interventions. Het werd vertaald op initiatief van het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen, SEN – Steunpunt Expertisenetwerken en Downsyndroom Vlaanderen.
Dit boek pleit voor een begeleiding van mensen met een verstandelijke beperking en dementie die méér inhoudt dan een goede medische opvang. De auteur geeft inzicht in de wijze waarop de gepaste zorg verstrekt kan worden, met telkens aandacht voor zowel de basisgegevens als voor de meer gespecialiseerde onderwerpen. Zij licht ook toe dat de situatie van mensen met een verstandelijke beperking en dementie niet als een ‘geval apart’ mag worden gezien, maar inclusief tot de maatschappij behoort. Dit is een toetssteen, een criterium waaraan de mate van zorgverbreding voor zowel ouderen- als gehandicaptenzorg gemeten kan worden. Deze publicatie is bestemd voor professionele hulpverleners, maar evenzeer voor de mantelzorger en mensen die zonder vooropleiding met deze problematiek geconfronteerd worden. Ze is ook een leidraad voor familieleden.
Diana Kerr is verbonden aan de University of Edinburgh. Ze doet er onderzoek en geeft vorming over dementie en verstandelijke beperking. Dit boek is de Nederlandstalige versie van Understanding Learning Disability and Dementia. Developing Effective Interventions. Het werd vertaald op initiatief van het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen, SEN – Steunpunt Expertisenetwerken en Downsyndroom Vlaanderen.

