Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Iedereen is anders. Kwaliteitscriteria van inclusief onderwijs

 19,00
Wat is goed onderwijs? Leraren, politici, beleidsmakers en ouders hebben ieder hun eigen mening over de criteria die de kwaliteit van een school bepalen. Voor het eerst is nu ook de groep om wie het gaat om hun mening gevraagd. Tienduizend leerlingen van 4 tot 18 jaar uit alle vormen van onderwijs hebben zich in open interviews uitgesproken over inclusief onderwijs. Bureau WESP heeft daar kwaliteitscriteria uit gedestilleerd, die scholen als meetlat kunnen benutten naast bestaande toetsingsinstrumenten.

Ze bieden nieuwe en verrassende invalshoeken. Waar ouders en professionals bovenal hechten aan een school waar leerlingen met een handicap of beperking ‘welkom’ zijn en ‘erbij’ mogen horen, maken leerlingen helemaal geen onderscheid in groepen. Ze hechten minder aan veiligheid, faciliteiten en voorzieningen, maar des te meer aan schoolcultuur en diversiteit van onderwijs.

Wie met de criteria aan de slag gaat, is op weg naar een antwoord op passend onderwijs pur sang en op actuele knelpunten als demotivatie, uitval, onderpresteren en onvoldoende aansluiting op vervolgonderwijs.

‘Dit boek is verplichte kost voor iedereen die bezig is met passend onderwijs, inclusief onderwijs of die met een nieuwe blik naar de kwaliteit van onderwijs wil kijken’ (CG-raad).

Quick View

Iedereen is anders. Kwaliteitscriteria van inclusief onderwijs

 19,00
Wat is goed onderwijs? Leraren, politici, beleidsmakers en ouders hebben ieder hun eigen mening over de criteria die de kwaliteit van een school bepalen. Voor het eerst is nu ook de groep om wie het gaat om hun mening gevraagd. Tienduizend leerlingen van 4 tot 18 jaar uit alle vormen van onderwijs hebben zich in open interviews uitgesproken over inclusief onderwijs. Bureau WESP heeft daar kwaliteitscriteria uit gedestilleerd, die scholen als meetlat kunnen benutten naast bestaande toetsingsinstrumenten.

Ze bieden nieuwe en verrassende invalshoeken. Waar ouders en professionals bovenal hechten aan een school waar leerlingen met een handicap of beperking ‘welkom’ zijn en ‘erbij’ mogen horen, maken leerlingen helemaal geen onderscheid in groepen. Ze hechten minder aan veiligheid, faciliteiten en voorzieningen, maar des te meer aan schoolcultuur en diversiteit van onderwijs.

Wie met de criteria aan de slag gaat, is op weg naar een antwoord op passend onderwijs pur sang en op actuele knelpunten als demotivatie, uitval, onderpresteren en onvoldoende aansluiting op vervolgonderwijs.

‘Dit boek is verplichte kost voor iedereen die bezig is met passend onderwijs, inclusief onderwijs of die met een nieuwe blik naar de kwaliteit van onderwijs wil kijken’ (CG-raad).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

The Powerful Garden. Emerging views on the garden complex

 39,00

Although domestic gardens cover a significant area, they are one of the least known land use categories.
Hidden behind the façade of urban and residential development, they are currently a footnote in housing policy and not explicit included in spatial planning, socio-economic and environmental policies. Households consider domestic gardens mainly as little paradises, safe family havens and places of direct contact with nature. However, hundreds of thousands of gardens make a big thing. The collectivity of domestic gardens – the ‘garden complex’ – can play a strategic role in various challenges of our society like public health, environment, biodiversity, food security and climate change.

This book presents a collection of emerging views on the garden complex in order to put the garden on the different agendas of research and policy. It collects the current state of knowledge on gardens from different experts in various disciplines, mainly in a Flemish context.

The authors write about:
  • the background of the present-day Flemish garden
  • their spatial distribution and connection
  • the impact of gardens on the environment
  • biodiversity in gardens
  • the role of gardens in the livability of neighborhoods
Together with other green themes like greenways, community gardens and urban agriculture, domestic gardens are part of an important rural-urban interface. It is time for more systematic research on gardens, and planners and managers should give more attention to the green faces of development in their strategies towards enhanced sustainability.



Valerie Dewaelheyns and Kirsten Bomans are researcher at the Katholieke Universiteit Leuven in the department of Earth and Environmental Sciences.
Hubert Gulinck is professor at the Katholieke Universiteit Leuven and teaches courses in Landscape Analysis, Rural Land Use, and Land Use and Land Cover Monitoring.

Quick View

The Powerful Garden. Emerging views on the garden complex

 39,00

Although domestic gardens cover a significant area, they are one of the least known land use categories.
Hidden behind the façade of urban and residential development, they are currently a footnote in housing policy and not explicit included in spatial planning, socio-economic and environmental policies. Households consider domestic gardens mainly as little paradises, safe family havens and places of direct contact with nature. However, hundreds of thousands of gardens make a big thing. The collectivity of domestic gardens – the ‘garden complex’ – can play a strategic role in various challenges of our society like public health, environment, biodiversity, food security and climate change.

This book presents a collection of emerging views on the garden complex in order to put the garden on the different agendas of research and policy. It collects the current state of knowledge on gardens from different experts in various disciplines, mainly in a Flemish context.

The authors write about:
  • the background of the present-day Flemish garden
  • their spatial distribution and connection
  • the impact of gardens on the environment
  • biodiversity in gardens
  • the role of gardens in the livability of neighborhoods
Together with other green themes like greenways, community gardens and urban agriculture, domestic gardens are part of an important rural-urban interface. It is time for more systematic research on gardens, and planners and managers should give more attention to the green faces of development in their strategies towards enhanced sustainability.



Valerie Dewaelheyns and Kirsten Bomans are researcher at the Katholieke Universiteit Leuven in the department of Earth and Environmental Sciences.
Hubert Gulinck is professor at the Katholieke Universiteit Leuven and teaches courses in Landscape Analysis, Rural Land Use, and Land Use and Land Cover Monitoring.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Tussen afkomst en toekomst. Casestudies naar de schoolloopbanen van leerlingen van 10-21 jaar

 21,60
Waarom zijn sommige leerlingen succesvol terwijl anderen struikelen in de hordeloop van het onderwijs? Wat is het geheim van een succesvolle schoolloopbaan? Is dat alleen talent of is dat een mythe van mensen die ‘het gemaakt’ hebben?

We volgen leerlingen van 10 tot 21 jaar in hun schoolcarrière. Zij vertellen zelf hoe hun schoolloopbaan is verlopen en wat hun dromen voor de toekomst zijn. Daarbij komen ook hun ouders en leraren aan het woord. Het resultaat is een reeks levensechte ‘portretten’ van leerlingen.

De persoonlijke verhalen van de direct betrokkenen worden vergeleken met scores van deze leerlingen op een reeks objectieve toetsen. Hoe presteerden zij op de leeftijd van tien en twaalf jaar? En hoe is het daarna verder gegaan? Hebben de leerlingen hun ambities gerealiseerd en zijn de voorspellingen van hun leraren uitgekomen? Wat was de rol van hun ouders? Waren vrienden en medeleerlingen een stimulans of een bedreiging voor hun succes op school? Was de uitslag van de Citotoets een valide maat voor de latere loopbaan of was het een self-fulfilling prophecy?

Dit boek geeft concrete antwoorden op deze vragen aan de hand van vijf zorgvuldig gekozen casussen. Deze beschrijvingen worden geplaatst tegen de achtergrond van het Nederlandse schoolstelsel. Bij de analyse wordt een onderwijspedagogisch perspectief als uitgangspunt gekozen.

Dit boek is geschreven voor allen die leerlingen begeleiden bij hun schoolkeuze en schoolloopbaan: leraren, leerlingbegeleiders, lerarenopleiders en ouders. Wellicht kunnen ook leerlingen en studenten hun voordeel doen met de ervaringen van hun leeftijdsgenoten in de sorteermachine die onderwijs heet.

Dit boek beschrijft een studie van een soort die zeldzaam is, maar waarvan men zou wensen dat er meer waren.
Nathan Deen, Emeritus hoogleraar Theorie en Praktijk van Leerlingbegeleiding, Universiteit Utrecht

Prof. dr. Jan Terwel is emeritus hoogleraar Onderwijspedagogiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Drs. Rosa Rodrigues is docent onderwijskunde/pedagogiek en promovenda aan de pabo van de Hogeschool Rotterdam. Drs. Danielle van de Koot-Dees is promovenda aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU). Zij verricht onderzoek naar de rol van religie in de thuissituatie.

Quick View

Tussen afkomst en toekomst. Casestudies naar de schoolloopbanen van leerlingen van 10-21 jaar

 21,60
Waarom zijn sommige leerlingen succesvol terwijl anderen struikelen in de hordeloop van het onderwijs? Wat is het geheim van een succesvolle schoolloopbaan? Is dat alleen talent of is dat een mythe van mensen die ‘het gemaakt’ hebben?

We volgen leerlingen van 10 tot 21 jaar in hun schoolcarrière. Zij vertellen zelf hoe hun schoolloopbaan is verlopen en wat hun dromen voor de toekomst zijn. Daarbij komen ook hun ouders en leraren aan het woord. Het resultaat is een reeks levensechte ‘portretten’ van leerlingen.

De persoonlijke verhalen van de direct betrokkenen worden vergeleken met scores van deze leerlingen op een reeks objectieve toetsen. Hoe presteerden zij op de leeftijd van tien en twaalf jaar? En hoe is het daarna verder gegaan? Hebben de leerlingen hun ambities gerealiseerd en zijn de voorspellingen van hun leraren uitgekomen? Wat was de rol van hun ouders? Waren vrienden en medeleerlingen een stimulans of een bedreiging voor hun succes op school? Was de uitslag van de Citotoets een valide maat voor de latere loopbaan of was het een self-fulfilling prophecy?

Dit boek geeft concrete antwoorden op deze vragen aan de hand van vijf zorgvuldig gekozen casussen. Deze beschrijvingen worden geplaatst tegen de achtergrond van het Nederlandse schoolstelsel. Bij de analyse wordt een onderwijspedagogisch perspectief als uitgangspunt gekozen.

Dit boek is geschreven voor allen die leerlingen begeleiden bij hun schoolkeuze en schoolloopbaan: leraren, leerlingbegeleiders, lerarenopleiders en ouders. Wellicht kunnen ook leerlingen en studenten hun voordeel doen met de ervaringen van hun leeftijdsgenoten in de sorteermachine die onderwijs heet.

Dit boek beschrijft een studie van een soort die zeldzaam is, maar waarvan men zou wensen dat er meer waren.
Nathan Deen, Emeritus hoogleraar Theorie en Praktijk van Leerlingbegeleiding, Universiteit Utrecht

Prof. dr. Jan Terwel is emeritus hoogleraar Onderwijspedagogiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Drs. Rosa Rodrigues is docent onderwijskunde/pedagogiek en promovenda aan de pabo van de Hogeschool Rotterdam. Drs. Danielle van de Koot-Dees is promovenda aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU). Zij verricht onderzoek naar de rol van religie in de thuissituatie.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Later kan ik nog altijd worden wat ik wil. Statusbeleving, eigenwaarde en toekomstbeeld van leerlingen in het voortgezet onderwijs

 23,90
Later kan ik altijd nog worden wat ik wil is de beschrijving van een onderzoek naar het statusgevoel bij jongeren. In totaal namen 177 leerlingen uit Rotterdam Zuid deel aan het onderzoek. Onderzocht werd of jongeren tussen 15 en 17 jaar zich bewust zijn van de sociale statushiërarchie en of hun relatieve positie in het onderwijs daarbij een rol speelt. De vraag was met name hoe vmbo-leerlingen omgaan met de relatief lage status van hun opleiding.
Uit het onderzoek blijkt dat de eigen positie een rol speelt bij de waarneming van de hiërarchie, de positie die zij zichzelf toekennen en hun toekomstverwachting.

Lenie van den Bulk sociologe, is unitmanager Onderzoek en Ontwikkeling bij de CEDGroep. Voorheen werkte zij in het sociaal-cultureel jongerenwerk.

Quick View

Later kan ik nog altijd worden wat ik wil. Statusbeleving, eigenwaarde en toekomstbeeld van leerlingen in het voortgezet onderwijs

 23,90
Later kan ik altijd nog worden wat ik wil is de beschrijving van een onderzoek naar het statusgevoel bij jongeren. In totaal namen 177 leerlingen uit Rotterdam Zuid deel aan het onderzoek. Onderzocht werd of jongeren tussen 15 en 17 jaar zich bewust zijn van de sociale statushiërarchie en of hun relatieve positie in het onderwijs daarbij een rol speelt. De vraag was met name hoe vmbo-leerlingen omgaan met de relatief lage status van hun opleiding.
Uit het onderzoek blijkt dat de eigen positie een rol speelt bij de waarneming van de hiërarchie, de positie die zij zichzelf toekennen en hun toekomstverwachting.

Lenie van den Bulk sociologe, is unitmanager Onderzoek en Ontwikkeling bij de CEDGroep. Voorheen werkte zij in het sociaal-cultureel jongerenwerk.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Genen wat willen we ermee? 21 wetenschappers over de consequenties van genomics

 22,00
Even voelden we ons almachtig, toen in 2000 het hele menselijk genoom was ontrafeld. Genetica werd uitgebreid tot ‘genomics’. Niet alleen konden we allerlei eigenschappen aan onze genen gaan toeschrijven; we zouden ook mooie eigenschappen kunnen gaan maken en ziektes juist uitschakelen.

Erfelijkheidsonderzoek kun je nu voor een paar honderd euro laten doen - de vraag is wat je aan de gegevens hebt. Ondertussen weten we wel veel meer van erfelijke verbanden van aandoeningen, maar met die kennis kunnen we ze nog steeds niet zomaar genezen.

Het ‘genomics’-onderzoek is zó fundamenteel, de verwachtingen waren zó hooggespannen, dat er ethici bij werden gehaald om na te denken over de mogelijk verstrekkende gevolgen van dit onderzoek. Maar de ethici draaien het liever om en vragen: welk wetenschappelijk onderzoek hebben we nodig voor de grote problemen waar we nog steeds mee zitten?

In dit boek spreken 21 wetenschappers zich uit over onderwerpen die met genomics samenhangen. Over hoe ingewikkeld het (menselijk) leven in elkaar zit; over de zin en onzin om heel lang en gezond te willen leven; over het belang en het gevaar van hoog-technologisch onderzoek voor ons aller welzijn; over de algemene toegankelijkheid en toepasbaarheid van wetenschappelijke kennis; etc.

De geïnterviewden waarschuwen voor te hoge verwachtingen; voor te ingrijpende maatregelen rond het gebruik van genomics; voor het stellen van verkeerde prioriteiten; en ze stellen voor om daar meer, en opener, met elkaar over te praten.

Quick View

Genen wat willen we ermee? 21 wetenschappers over de consequenties van genomics

 22,00
Even voelden we ons almachtig, toen in 2000 het hele menselijk genoom was ontrafeld. Genetica werd uitgebreid tot ‘genomics’. Niet alleen konden we allerlei eigenschappen aan onze genen gaan toeschrijven; we zouden ook mooie eigenschappen kunnen gaan maken en ziektes juist uitschakelen.

Erfelijkheidsonderzoek kun je nu voor een paar honderd euro laten doen - de vraag is wat je aan de gegevens hebt. Ondertussen weten we wel veel meer van erfelijke verbanden van aandoeningen, maar met die kennis kunnen we ze nog steeds niet zomaar genezen.

Het ‘genomics’-onderzoek is zó fundamenteel, de verwachtingen waren zó hooggespannen, dat er ethici bij werden gehaald om na te denken over de mogelijk verstrekkende gevolgen van dit onderzoek. Maar de ethici draaien het liever om en vragen: welk wetenschappelijk onderzoek hebben we nodig voor de grote problemen waar we nog steeds mee zitten?

In dit boek spreken 21 wetenschappers zich uit over onderwerpen die met genomics samenhangen. Over hoe ingewikkeld het (menselijk) leven in elkaar zit; over de zin en onzin om heel lang en gezond te willen leven; over het belang en het gevaar van hoog-technologisch onderzoek voor ons aller welzijn; over de algemene toegankelijkheid en toepasbaarheid van wetenschappelijke kennis; etc.

De geïnterviewden waarschuwen voor te hoge verwachtingen; voor te ingrijpende maatregelen rond het gebruik van genomics; voor het stellen van verkeerde prioriteiten; en ze stellen voor om daar meer, en opener, met elkaar over te praten.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Op woordenjacht. Creatief en effectief werken aan woordenschatuitbreiding.

 30,80
WOORDEN DOEN ERTOE! Dat geldt voor alle leerlingen gedurende hun hele schoolloopbaan. Een goede woordkennis komt niet alle leerlingen even snel of gemakkelijk aanwaaien. Daarom willen veel leerkrachten en taalcoördinatoren in Nederland en Vlaanderen werk maken van goed woordenschatonderwijs.


Dit boek laat zien hoe je kansen kunt grijpen en kansen kunt creëren voor alle kinderen in alle groepen. Dit kan in de taalles, in kringgesprekken, tijdens de geschiedenisles, eigenlijk de hele schooldag door.


Op Woordenjacht is een bronnenboek dat jou wil inspireren een impuls te geven aan goed woordenschatonderwijs. Het boek geeft informatie over het werken met woordenschatroutines, grafische modellen en coöperatieve werkvormen. Een groot aantal praktische en inspirerende praktijkvoorbeelden wordt kort en krachtig uitgewerkt. Daarnaast is er aandacht voor de theoretische achtergronden van woordenschatonderwijs en is het boek te gebruiken als handleiding voor de implementatie op schoolniveau.

Quick View

Op woordenjacht. Creatief en effectief werken aan woordenschatuitbreiding.

 30,80
WOORDEN DOEN ERTOE! Dat geldt voor alle leerlingen gedurende hun hele schoolloopbaan. Een goede woordkennis komt niet alle leerlingen even snel of gemakkelijk aanwaaien. Daarom willen veel leerkrachten en taalcoördinatoren in Nederland en Vlaanderen werk maken van goed woordenschatonderwijs.


Dit boek laat zien hoe je kansen kunt grijpen en kansen kunt creëren voor alle kinderen in alle groepen. Dit kan in de taalles, in kringgesprekken, tijdens de geschiedenisles, eigenlijk de hele schooldag door.


Op Woordenjacht is een bronnenboek dat jou wil inspireren een impuls te geven aan goed woordenschatonderwijs. Het boek geeft informatie over het werken met woordenschatroutines, grafische modellen en coöperatieve werkvormen. Een groot aantal praktische en inspirerende praktijkvoorbeelden wordt kort en krachtig uitgewerkt. Daarnaast is er aandacht voor de theoretische achtergronden van woordenschatonderwijs en is het boek te gebruiken als handleiding voor de implementatie op schoolniveau.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Adam en Eva. Het begin van de psychologie

 21,90
Deze publicatie gaat in op de wetenschappelijke psychologie, met haar theorieën over en experimenten bij zowel mensen als dieren. Meer bepaald biedt ze een kennismaking met de moderne gedragsanalyse of gedragspsychologie. Het verhaal van Adam en Eva wordt hierbij gehanteerd als kader. Uitspraken en gebeurtenissen in dat verhaal worden aangegrepen om de betreffende thema’s te belichten vanuit de gedragsanalyse. Op deze manier maakt de lezer kennis met boeiende psychologische experimenten en theorieën.

Het boek biedt een rijk palet aan onderwerpen en toont de breedte van het terrein waarop de gedragsanalyse actief is. Dit terrein gaat van arbeid en inspanning, creativiteit en impulsiviteit over schaamte, frustratie, abstract denken, moreel handelen en nieuwsgierigheid naar zelfbewustzijn, racisme en mystiek.

Francis De Groot, psycholoog en gedragstherapeut, is adjunct-directeur Patiëntenzorg in het Psychiatrisch Centrum Broeders Alexianen in Boechout.

"Op die manier maakt de lezer kennis met boeiende psychologische experimenten en theorieën. Het boek biedt een rijk palet aan onderwerpen en toont de breedte van het terrein waarop de gedragsanalyse actief is."
Psychiatrie & Verpleging | jrg. 88, nr. 3

"Het is een meerwaarde dat er ook Nederlandstalige auteurs zijn - meestal zijn dit Britten of Noord-Amerikanen- die deze materie bestuderen, vatten en het kunnen verwoorden in mensentaal. Een aanrader."
Gedragstherapie | jrg. 45, dec 2012, 401-403

Quick View

Adam en Eva. Het begin van de psychologie

 21,90
Deze publicatie gaat in op de wetenschappelijke psychologie, met haar theorieën over en experimenten bij zowel mensen als dieren. Meer bepaald biedt ze een kennismaking met de moderne gedragsanalyse of gedragspsychologie. Het verhaal van Adam en Eva wordt hierbij gehanteerd als kader. Uitspraken en gebeurtenissen in dat verhaal worden aangegrepen om de betreffende thema’s te belichten vanuit de gedragsanalyse. Op deze manier maakt de lezer kennis met boeiende psychologische experimenten en theorieën.

Het boek biedt een rijk palet aan onderwerpen en toont de breedte van het terrein waarop de gedragsanalyse actief is. Dit terrein gaat van arbeid en inspanning, creativiteit en impulsiviteit over schaamte, frustratie, abstract denken, moreel handelen en nieuwsgierigheid naar zelfbewustzijn, racisme en mystiek.

Francis De Groot, psycholoog en gedragstherapeut, is adjunct-directeur Patiëntenzorg in het Psychiatrisch Centrum Broeders Alexianen in Boechout.

"Op die manier maakt de lezer kennis met boeiende psychologische experimenten en theorieën. Het boek biedt een rijk palet aan onderwerpen en toont de breedte van het terrein waarop de gedragsanalyse actief is."
Psychiatrie & Verpleging | jrg. 88, nr. 3

"Het is een meerwaarde dat er ook Nederlandstalige auteurs zijn - meestal zijn dit Britten of Noord-Amerikanen- die deze materie bestuderen, vatten en het kunnen verwoorden in mensentaal. Een aanrader."
Gedragstherapie | jrg. 45, dec 2012, 401-403

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930 (Academisch Literair, nr. 4)

 33,90
Frederik van Eeden las Darwin bij zijn ontbijt. Daarna schreef hij verder aan zijn dichtwerk Het lied van schijn en wezen waarin de evolutieleer in verschillende gedaanten opduikt. Literaire teksten refereren regelmatig aan wetenschappelijk gedachtegoed. Leonieke Vermeer laat in Geestelijke lenigheid zien wat er gebeurt met begrippen als evolutie, energie, entropie en de vierde dimensie wanneer deze hun wetenschappelijke context verlaten en in een roman, gedicht of filosofische beschouwing terechtkomen.

De focus ligt hierbij op het werk van twee auteurs die ook op wetenschappelijk gebied actief waren: Frederik van Eeden (1860-1932) en Felix Ortt (1866-1959). De auteurs gaven een draai aan wetenschappelijke kennis, waarbij ze deze poogden te verbinden met hun utopische denkbeelden. Hun zoektocht naar een nieuwe, betere wereld is kenmerkend voor de cultuurkritische, maar ook optimistische toon van het Nederlandse fin de siècle. De rol die Van Eeden en Ortt hierbij vervulden, was die van een nieuw maatschappelijk type: de moderne intellectueel die tegelijkertijd onafhankelijk én geëngageerd was.

Geestelijke lenigheid beantwoordt aan de toenemende belangstelling voor de kennisuitwisseling tussen literatuur, wetenschap en cultuur. Aan de hand van het werk van Ortt en Van Eeden zien we het nomadische karakter van kennis en de mentale acrobatiek die vereist is om kennis in nieuwe kaders in te passen.

GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content



Leonieke Vermeer is cultuurhistoricus. Ze promoveerde aan de Rijksuniversiteit Groningen op een proefschrift over de relatie tussen literatuur en wetenschap rond 1900. Daarna werkte ze als conservator voor het Nationaal Historisch Museum. Ze publiceerde verschillende artikelen over de literatuur en cultuur van het fin de siècle.

Reeks Academisch Literair

  1. Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot
    K. Rymenants
  2. Gedeelde kennis. Literatuur en wetenschap in Nederland van Darwin tot Einstein (1860-1920)
    M. Kemperink
  3. De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller
    L. Bernaerts
  4. Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930
    L. Vermeer
  5. Het discours van de kritiek
    P. Verstraeten
  6. Celan auseinandergeschrieben
    C. De Strycker
  7. Lezer, er zijn ook Belgen
    F. Van Renssen
  8. Overleven in verhalen: van ooggetuigen naar 'jonge wilden'. Joodse schrijvers over de Shoah
    E. Ibsch

Quick View

Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930 (Academisch Literair, nr. 4)

 33,90
Frederik van Eeden las Darwin bij zijn ontbijt. Daarna schreef hij verder aan zijn dichtwerk Het lied van schijn en wezen waarin de evolutieleer in verschillende gedaanten opduikt. Literaire teksten refereren regelmatig aan wetenschappelijk gedachtegoed. Leonieke Vermeer laat in Geestelijke lenigheid zien wat er gebeurt met begrippen als evolutie, energie, entropie en de vierde dimensie wanneer deze hun wetenschappelijke context verlaten en in een roman, gedicht of filosofische beschouwing terechtkomen.

De focus ligt hierbij op het werk van twee auteurs die ook op wetenschappelijk gebied actief waren: Frederik van Eeden (1860-1932) en Felix Ortt (1866-1959). De auteurs gaven een draai aan wetenschappelijke kennis, waarbij ze deze poogden te verbinden met hun utopische denkbeelden. Hun zoektocht naar een nieuwe, betere wereld is kenmerkend voor de cultuurkritische, maar ook optimistische toon van het Nederlandse fin de siècle. De rol die Van Eeden en Ortt hierbij vervulden, was die van een nieuw maatschappelijk type: de moderne intellectueel die tegelijkertijd onafhankelijk én geëngageerd was.

Geestelijke lenigheid beantwoordt aan de toenemende belangstelling voor de kennisuitwisseling tussen literatuur, wetenschap en cultuur. Aan de hand van het werk van Ortt en Van Eeden zien we het nomadische karakter van kennis en de mentale acrobatiek die vereist is om kennis in nieuwe kaders in te passen.

GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content



Leonieke Vermeer is cultuurhistoricus. Ze promoveerde aan de Rijksuniversiteit Groningen op een proefschrift over de relatie tussen literatuur en wetenschap rond 1900. Daarna werkte ze als conservator voor het Nationaal Historisch Museum. Ze publiceerde verschillende artikelen over de literatuur en cultuur van het fin de siècle.

Reeks Academisch Literair

  1. Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot
    K. Rymenants
  2. Gedeelde kennis. Literatuur en wetenschap in Nederland van Darwin tot Einstein (1860-1920)
    M. Kemperink
  3. De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller
    L. Bernaerts
  4. Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930
    L. Vermeer
  5. Het discours van de kritiek
    P. Verstraeten
  6. Celan auseinandergeschrieben
    C. De Strycker
  7. Lezer, er zijn ook Belgen
    F. Van Renssen
  8. Overleven in verhalen: van ooggetuigen naar 'jonge wilden'. Joodse schrijvers over de Shoah
    E. Ibsch

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Orthopedagogische probleemvelden en voorzieningen in Nederland (KOP-serie, nr. 31)

 37,10
Dit boek geeft een inkijk in de problemen waarmee bepaalde kinderen en jongeren te maken krijgen en laat tevens zien wat de samenleving aan orthopedagogische hulp daar tegenover stelt. Daarbij is gebruik gemaakt van recente wetenschappelijke inzichten en actuele ontwikkelingen in de praktijk. Anders dan de gebruikelijke inleidingen in de orthopedagogiek gaat dit boek uit van de praktijkvelden en de concrete problemen waarmee orthopedagogen en psychologen worden geconfronteerd.

In het eerste deel ligt de nadruk op de problematiek die zich onder kinderen en jongeren kan voordoen. De probleemvelden die in dit deel nader worden bekeken, hebben betrekking op jeugdigen met zodanige problemen en beperkingen dat zij in hun functioneren op school, thuis en in hun vrije tijd dreigen te mislukken.

In het tweede deel ligt het accent op de voorzieningen die in het leven zijn geroepen om jeugdigen met uiteenlopende problemen zo goed mogelijk op te vangen en te behandelen. Dat gebeurt zowel in het onderwijs als in de jeugdzorg. De verschillende hoofdstukken maken echter ook duidelijk dat niet voor elk afzonderlijk probleem een pasklaar antwoord klaarligt. Niet alle interventies en maatregelen zijn even effectief. Praktijk, beleid, onderzoek en wetenschap hebben hier nog een lang weg af te leggen.

Het derde deel gaat in op enkele actuele thema’s. Er wordt bekeken hoe wetenschap en praktijk zich tot elkaar verhouden, hoe sterk pedagogische problemen verbonden zijn aan psychiatrische problemen, en wat de zin en onzin is van ‘evidence-based interventies’.

Jan van der Ploeg is emeritus hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit Leiden.

Evert Scholte is bijzonder hoogleraar Orthopedagogiek op het gebied van speciaal onderwijs en jeugdzorg aan de Universiteit Leiden.

Quick View

Orthopedagogische probleemvelden en voorzieningen in Nederland (KOP-serie, nr. 31)

 37,10
Dit boek geeft een inkijk in de problemen waarmee bepaalde kinderen en jongeren te maken krijgen en laat tevens zien wat de samenleving aan orthopedagogische hulp daar tegenover stelt. Daarbij is gebruik gemaakt van recente wetenschappelijke inzichten en actuele ontwikkelingen in de praktijk. Anders dan de gebruikelijke inleidingen in de orthopedagogiek gaat dit boek uit van de praktijkvelden en de concrete problemen waarmee orthopedagogen en psychologen worden geconfronteerd.

In het eerste deel ligt de nadruk op de problematiek die zich onder kinderen en jongeren kan voordoen. De probleemvelden die in dit deel nader worden bekeken, hebben betrekking op jeugdigen met zodanige problemen en beperkingen dat zij in hun functioneren op school, thuis en in hun vrije tijd dreigen te mislukken.

In het tweede deel ligt het accent op de voorzieningen die in het leven zijn geroepen om jeugdigen met uiteenlopende problemen zo goed mogelijk op te vangen en te behandelen. Dat gebeurt zowel in het onderwijs als in de jeugdzorg. De verschillende hoofdstukken maken echter ook duidelijk dat niet voor elk afzonderlijk probleem een pasklaar antwoord klaarligt. Niet alle interventies en maatregelen zijn even effectief. Praktijk, beleid, onderzoek en wetenschap hebben hier nog een lang weg af te leggen.

Het derde deel gaat in op enkele actuele thema’s. Er wordt bekeken hoe wetenschap en praktijk zich tot elkaar verhouden, hoe sterk pedagogische problemen verbonden zijn aan psychiatrische problemen, en wat de zin en onzin is van ‘evidence-based interventies’.

Jan van der Ploeg is emeritus hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit Leiden.

Evert Scholte is bijzonder hoogleraar Orthopedagogiek op het gebied van speciaal onderwijs en jeugdzorg aan de Universiteit Leiden.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Een afslag voor Hamed. Intervisie-methodiek voor de brede professional in de bemiddeling van werklozen met meervoudige problematiek (Reeks Fontys Actief, nr. 2)

 19,90
Vele sociale interventies aan de onderkant van de arbeidsmarkt mislukken. Dit leidt tot een permanente uitval van mensen uit de vangnetten van onze verzorgingsstaat.
Hoe kan aan bemiddelaars van langdurig werklozen de mogelijkheid geboden worden om zich te ontwikkelen tot brede professionals? Professionals die de ‘Hameds van onze maatschappij’ perspectief bieden?
Met deze publicatie wil Fontys Actief inzicht geven in deze weerbarstige materie. De invalshoek hierbij is een beschrijving van de wijze waarop Fontys Actief in intervisiebijeenkomsten professionals leert intuïtief toegepaste patronen van werken om te zetten in bewuste patroonherkenning.

Fontys Actief werkt aan kennisontwikkeling en beroepsinnovatie vanuit de praktijk van arbeidsbemiddeling en maatschappelijke reïntegratie. Hierbij richt Fontys Actief zich speciaal op mensen die extra begeleiding en bemiddeling nodig hebben, mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. In de praktijk en vanuit de praktijk worden nieuwe kennis en competenties ontwikkeld. Deze worden vervolgens samen met de opdrachtgevers ingezet om een effectieve uitvoeringspraktijk te realiseren.

Quick View

Een afslag voor Hamed. Intervisie-methodiek voor de brede professional in de bemiddeling van werklozen met meervoudige problematiek (Reeks Fontys Actief, nr. 2)

 19,90
Vele sociale interventies aan de onderkant van de arbeidsmarkt mislukken. Dit leidt tot een permanente uitval van mensen uit de vangnetten van onze verzorgingsstaat.
Hoe kan aan bemiddelaars van langdurig werklozen de mogelijkheid geboden worden om zich te ontwikkelen tot brede professionals? Professionals die de ‘Hameds van onze maatschappij’ perspectief bieden?
Met deze publicatie wil Fontys Actief inzicht geven in deze weerbarstige materie. De invalshoek hierbij is een beschrijving van de wijze waarop Fontys Actief in intervisiebijeenkomsten professionals leert intuïtief toegepaste patronen van werken om te zetten in bewuste patroonherkenning.

Fontys Actief werkt aan kennisontwikkeling en beroepsinnovatie vanuit de praktijk van arbeidsbemiddeling en maatschappelijke reïntegratie. Hierbij richt Fontys Actief zich speciaal op mensen die extra begeleiding en bemiddeling nodig hebben, mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. In de praktijk en vanuit de praktijk worden nieuwe kennis en competenties ontwikkeld. Deze worden vervolgens samen met de opdrachtgevers ingezet om een effectieve uitvoeringspraktijk te realiseren.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Cultuurcentra op zoek naar een divers publiek

 14,90
Het publiek in culturele instellingen vormt geen representatieve afbeelding van de bevolking. De achtergrond van de bezoekers van culturele evenementen verschilt vaak sterk van diegenen die we daar zelden of nooit aantreffen. Cultuurcentra stellen vast dat ze vaak volle zalen trekken, maar telkens met hetzelfde publiek. Dat is een belangrijke, maar geen nieuwe vaststelling.

Dit boek behandelt de kwestie hoe cultuurcentra een gezonde mix in het publiek kunnen bereiken en legt bij de zoektocht naar het antwoord de klemtoon niet langer op de vraag naar cultuur, maar op het aanbod eraan. De analyses in dit boek geven aan dat wanneer cultuurcentra in doelgroepen durven denken en hun aanbod op de specifieke wensen van deze groepen afstemmen, ze nuttige sleutels in handen hebben om een breed spectrum aan cultuurconsumenten te bereiken. In plaats van het publiek te trainen om alle participatiedrempels vlot te kunnen overwinnen, kan men ook overwegen de bestaande drempels te verlagen zodat het publiek deze eveneens kan nemen.

De bevindingen in dit boek geven niet alleen stof tot nadenken en discussie, maar wijzen ook denkpistes aan om een meer evenwichtige samenstelling van het publiek te bereiken. Daarom is dit boek geschikt voor cultuurwerkers, maar ook voor iedereen die begaan is met de cultuursector en het maatschappelijk debat rond cultuurparticipatie.



Ignace Glorieux is gewoon hoogleraar sociologie en voorzitter van de vakgroep Sociologie van de Vrije Universiteit Brussel en van TOR (Tempus Omnia Revelat), de onderzoeksgroep voor de studie van tijd, cultuur en samenleving. Julie Badisco en Theun Pieter van Tienoven werken bij TOR, respectievelijk aan een onderzoek naar cultuurparticipatie en amateurkunsten in Vlaanderen en aan een project over cultuurparticipatie en regelmaat in de tijdsbesteding van de Vlaamse bevolking.

Quick View

Cultuurcentra op zoek naar een divers publiek

 14,90
Het publiek in culturele instellingen vormt geen representatieve afbeelding van de bevolking. De achtergrond van de bezoekers van culturele evenementen verschilt vaak sterk van diegenen die we daar zelden of nooit aantreffen. Cultuurcentra stellen vast dat ze vaak volle zalen trekken, maar telkens met hetzelfde publiek. Dat is een belangrijke, maar geen nieuwe vaststelling.

Dit boek behandelt de kwestie hoe cultuurcentra een gezonde mix in het publiek kunnen bereiken en legt bij de zoektocht naar het antwoord de klemtoon niet langer op de vraag naar cultuur, maar op het aanbod eraan. De analyses in dit boek geven aan dat wanneer cultuurcentra in doelgroepen durven denken en hun aanbod op de specifieke wensen van deze groepen afstemmen, ze nuttige sleutels in handen hebben om een breed spectrum aan cultuurconsumenten te bereiken. In plaats van het publiek te trainen om alle participatiedrempels vlot te kunnen overwinnen, kan men ook overwegen de bestaande drempels te verlagen zodat het publiek deze eveneens kan nemen.

De bevindingen in dit boek geven niet alleen stof tot nadenken en discussie, maar wijzen ook denkpistes aan om een meer evenwichtige samenstelling van het publiek te bereiken. Daarom is dit boek geschikt voor cultuurwerkers, maar ook voor iedereen die begaan is met de cultuursector en het maatschappelijk debat rond cultuurparticipatie.



Ignace Glorieux is gewoon hoogleraar sociologie en voorzitter van de vakgroep Sociologie van de Vrije Universiteit Brussel en van TOR (Tempus Omnia Revelat), de onderzoeksgroep voor de studie van tijd, cultuur en samenleving. Julie Badisco en Theun Pieter van Tienoven werken bij TOR, respectievelijk aan een onderzoek naar cultuurparticipatie en amateurkunsten in Vlaanderen en aan een project over cultuurparticipatie en regelmaat in de tijdsbesteding van de Vlaamse bevolking.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Grensoverschrijdend gedrag van pubers (O&A-Reeks, nr. 4)

 25,50
De puberteit is een moeilijke en heftige leeftijd die men kan beschrijven als een periode van grote innerlijke onrust en een fase van ingrijpende veranderingen in lichaamsfuncties en gedrag. Dit boek behandelt aspecten van de ontwikkeling en mogelijke problemen in de levensfase van de puber. Na een algemene inleiding gaan diverse auteurs in op onderwerpen als: jongeren en seks, seksualiteit tegen de multi- culturele achtergrond, verslaving, comorbiditeit, overgewicht, de rol van internet,... De woorden puberteit en adolescentie hebben beide betrekking op opgroeiende jongeren, maar situeren zich op verschillende domeinen. De eerste puberteit speelt zich al af in de kleuterperiode en valt buiten de inhoud van dit boek. Grensoverschrijdend gedrag van pubers focust op jongeren die op zoek zijn naar psychologische maturiteit en sociale autonomie.

Mariet Clerkx werkt als psychiater bij Altrecht GGZ, afdeling Wier. Tevens is zij verbonden als consulent psychiater aan Bartimeushage, aan Amerpoort/Sherpa, en doet zij geregeld consulten voor CCE Utrecht.
Roel de Groot werkte als docent aan de Rijksuniversiteit Groningen. In het voortgezet onderwijs adviseert hij over leerproblemen (vmbo). Recent schreef hij o.a. Spelenderwijs wijzer worden (Garant, 2010).
Frits Prins studeerde orthopedagogiek in Utrecht en Groningen. Hij was werkzaam in een kinderrevalidatiecentrum en in het speciaal onderwijs. Momenteel is hij bestuursvoorzitter van het Orthopedagogisch Centrum: de Ambelt.

Quick View

Grensoverschrijdend gedrag van pubers (O&A-Reeks, nr. 4)

 25,50
De puberteit is een moeilijke en heftige leeftijd die men kan beschrijven als een periode van grote innerlijke onrust en een fase van ingrijpende veranderingen in lichaamsfuncties en gedrag. Dit boek behandelt aspecten van de ontwikkeling en mogelijke problemen in de levensfase van de puber. Na een algemene inleiding gaan diverse auteurs in op onderwerpen als: jongeren en seks, seksualiteit tegen de multi- culturele achtergrond, verslaving, comorbiditeit, overgewicht, de rol van internet,... De woorden puberteit en adolescentie hebben beide betrekking op opgroeiende jongeren, maar situeren zich op verschillende domeinen. De eerste puberteit speelt zich al af in de kleuterperiode en valt buiten de inhoud van dit boek. Grensoverschrijdend gedrag van pubers focust op jongeren die op zoek zijn naar psychologische maturiteit en sociale autonomie.

Mariet Clerkx werkt als psychiater bij Altrecht GGZ, afdeling Wier. Tevens is zij verbonden als consulent psychiater aan Bartimeushage, aan Amerpoort/Sherpa, en doet zij geregeld consulten voor CCE Utrecht.
Roel de Groot werkte als docent aan de Rijksuniversiteit Groningen. In het voortgezet onderwijs adviseert hij over leerproblemen (vmbo). Recent schreef hij o.a. Spelenderwijs wijzer worden (Garant, 2010).
Frits Prins studeerde orthopedagogiek in Utrecht en Groningen. Hij was werkzaam in een kinderrevalidatiecentrum en in het speciaal onderwijs. Momenteel is hij bestuursvoorzitter van het Orthopedagogisch Centrum: de Ambelt.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    3
    Uw winkelwagen
    Plaatshouder
     22,00
    Adam en Eva. Het begin van de psychologie
    Adam en Eva. Het begin van de psychologie
    Aantal: 1
    Prijs: 21,90
     21,90
    ×