Beginselen van behoorlijk bestuur (Nederlands Recht)
De praktijk heeft derhalve behoefte aan een (handzaam) overzicht van de belangrijkste beginselen en hun betekenis voor het bestuur(proces)recht. Dit boek komt op een unieke manier aan deze behoefte tegemoet. Na een algemene inleiding geeft het boek een overzicht van de belangrijkste beginselen van behoorlijk bestuur in het Nederlandse bestuursrecht. Daarbij is vooral aandacht besteed aan de (talrijke) jurisprudentie.
Hugo Pennarts is advocaat te Rotterdam en als docent verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij verzorgt regelmatig cursussen en publicaties op het terrein van het bestuursrecht. Hij is onder meer lid van de Algemene bezwaarcommissie Erasmus Universiteit en voorzitter van de bezwaaradviescommissie gemeente Dirksland.
Beginselen van behoorlijk bestuur (Nederlands Recht)
De praktijk heeft derhalve behoefte aan een (handzaam) overzicht van de belangrijkste beginselen en hun betekenis voor het bestuur(proces)recht. Dit boek komt op een unieke manier aan deze behoefte tegemoet. Na een algemene inleiding geeft het boek een overzicht van de belangrijkste beginselen van behoorlijk bestuur in het Nederlandse bestuursrecht. Daarbij is vooral aandacht besteed aan de (talrijke) jurisprudentie.
Hugo Pennarts is advocaat te Rotterdam en als docent verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij verzorgt regelmatig cursussen en publicaties op het terrein van het bestuursrecht. Hij is onder meer lid van de Algemene bezwaarcommissie Erasmus Universiteit en voorzitter van de bezwaaradviescommissie gemeente Dirksland.

Een brug tussen justitie en drughulpverlening. Een evaluatie van het proefzorgproject (Reeks Dienst voor het Strafrechtelijk beleid, nr. 29)
De doelstelling van Proefzorg bestaat erin het parket, reeds op het echelon van opsporing en vervolging, voldoende armslag te geven om de delinquent – die bekent feiten te hebben gepleegd en bij wie een verslavingsverschijnsel of ziekte aan de grondslag van de feiten ligt – vlot, efficiënt en adequaat naar de hulpverlening te kunnen sluizen.
In België bestaan er op alle echelons van de strafrechtsbedeling verschillende modaliteiten waarbij middelengebruikers naar de hulpverlening kunnen doorverwezen worden.
Niettemin bestaat er op het niveau van de opsporing en de vervolging een leemte om middelengebruikers door te verwijzen. Proefzorg tracht deze lacune in te vullen.
Samen met de start van Proefzorg werd een wetenschappelijke evaluatie opgezet en uitgevoerd in een samenwerkingsverband tussen de Dienst voor het Strafrechtelijk beleid en het ‘Institute for international Research on Criminal Policy’ (IRCP) van de Universiteit Gent.
Deze evaluatie werd uitgevoerd in 2005-2007 en bevat twee complementaire luiken: een kwantitatieve gegevensverwerking en een kwalitatieve analyse. Deze twee luiken werden samengebracht tot een globale evaluatie, zodat een zo neutraal, evenwichtig én volledig mogelijk beeld kan gevormd worden over de effectiviteit van het project.

Een brug tussen justitie en drughulpverlening. Een evaluatie van het proefzorgproject (Reeks Dienst voor het Strafrechtelijk beleid, nr. 29)
De doelstelling van Proefzorg bestaat erin het parket, reeds op het echelon van opsporing en vervolging, voldoende armslag te geven om de delinquent – die bekent feiten te hebben gepleegd en bij wie een verslavingsverschijnsel of ziekte aan de grondslag van de feiten ligt – vlot, efficiënt en adequaat naar de hulpverlening te kunnen sluizen.
In België bestaan er op alle echelons van de strafrechtsbedeling verschillende modaliteiten waarbij middelengebruikers naar de hulpverlening kunnen doorverwezen worden.
Niettemin bestaat er op het niveau van de opsporing en de vervolging een leemte om middelengebruikers door te verwijzen. Proefzorg tracht deze lacune in te vullen.
Samen met de start van Proefzorg werd een wetenschappelijke evaluatie opgezet en uitgevoerd in een samenwerkingsverband tussen de Dienst voor het Strafrechtelijk beleid en het ‘Institute for international Research on Criminal Policy’ (IRCP) van de Universiteit Gent.
Deze evaluatie werd uitgevoerd in 2005-2007 en bevat twee complementaire luiken: een kwantitatieve gegevensverwerking en een kwalitatieve analyse. Deze twee luiken werden samengebracht tot een globale evaluatie, zodat een zo neutraal, evenwichtig én volledig mogelijk beeld kan gevormd worden over de effectiviteit van het project.

Who Rules the Coast?
Central to the book is the question in which way these policy processes worked out and in particular, what role participation played in this. In order to answer this question, the researchers analysed documents and the related scientific literature.
Additionally they conducted a series of in-depth interviews with representatives of different spheres of society: state (politicians and public servants), civil society and market. In the description of the policy processes attention is given to the roles of various agents and coalitions (networks), the distribution of power, the current rules as well as the policy discourses used.
This book provides inspiration for scientists, those involved in making policy as well as all of those who make their living from the sea or use it during their leisure time.

Who Rules the Coast?
Central to the book is the question in which way these policy processes worked out and in particular, what role participation played in this. In order to answer this question, the researchers analysed documents and the related scientific literature.
Additionally they conducted a series of in-depth interviews with representatives of different spheres of society: state (politicians and public servants), civil society and market. In the description of the policy processes attention is given to the roles of various agents and coalitions (networks), the distribution of power, the current rules as well as the policy discourses used.
This book provides inspiration for scientists, those involved in making policy as well as all of those who make their living from the sea or use it during their leisure time.
Inzicht in het ambtenarenrecht – 2de herziene uitgave (Nederlands Recht)
Deze situeren zich voornamelijk op het vlak van het functioneren, ontslag, reorganisatie en sociale zekerheid.
Het is een praktijkboek waarin de lezer op een vlotte wijze terugvindt wat er wel en niet kan, welke procedures er gelden en waar de valkuilen liggen.
Naast de juridische praktijk komt ook de personeelspraktijk in deze uitgave ruim aan bod, met voldoende praktische tips.
Sinds de eerste uitgave van dit boek is de wet- en regelgeving veranderd, zijn er nieuwe ontwikkelingen geweest in de rechtspraak maar zijn er ook wijzigingen geweest in de wijze van toetsing door de rechter. Gezien het actuele belang, krijgt ook het onderwerp integriteit in deze editie speciale aandacht.
Deze uitgave is bij uitstek geschikt voor P&O en juristen ambtenarenrecht. Het vormt ook een toegankelijk gids voor elke ambtenaar bij de rijks- of decentrale overheid.
mr. Th.A. Velo is werkzaam geweest als personeelsconsulent, hoofd personeelszaken bij de politie, hoofd van de afdeling 'rechtspositie en arbeidsvoorwaarden' bij de universiteit Utrecht en als interim manager P&O.
Thans is hij advocaat bij Velo Advocaten, gespecialiseerd in het ambtenarenrecht, arbeidsrecht en bestuursrecht. Hij is voorzitter van verschillende bezwarenadviescommissies en een klachtencommissie van een ziekenhuis.
Theo Velo publiceert regelmatig op dit domein en is als docent verbonden aan de PAO Universiteit Utrecht, de opleiding sociaal recht (OSR) en Hogeschool InHolland.
Inzicht in het ambtenarenrecht – 2de herziene uitgave (Nederlands Recht)
Deze situeren zich voornamelijk op het vlak van het functioneren, ontslag, reorganisatie en sociale zekerheid.
Het is een praktijkboek waarin de lezer op een vlotte wijze terugvindt wat er wel en niet kan, welke procedures er gelden en waar de valkuilen liggen.
Naast de juridische praktijk komt ook de personeelspraktijk in deze uitgave ruim aan bod, met voldoende praktische tips.
Sinds de eerste uitgave van dit boek is de wet- en regelgeving veranderd, zijn er nieuwe ontwikkelingen geweest in de rechtspraak maar zijn er ook wijzigingen geweest in de wijze van toetsing door de rechter. Gezien het actuele belang, krijgt ook het onderwerp integriteit in deze editie speciale aandacht.
Deze uitgave is bij uitstek geschikt voor P&O en juristen ambtenarenrecht. Het vormt ook een toegankelijk gids voor elke ambtenaar bij de rijks- of decentrale overheid.
mr. Th.A. Velo is werkzaam geweest als personeelsconsulent, hoofd personeelszaken bij de politie, hoofd van de afdeling 'rechtspositie en arbeidsvoorwaarden' bij de universiteit Utrecht en als interim manager P&O.
Thans is hij advocaat bij Velo Advocaten, gespecialiseerd in het ambtenarenrecht, arbeidsrecht en bestuursrecht. Hij is voorzitter van verschillende bezwarenadviescommissies en een klachtencommissie van een ziekenhuis.
Theo Velo publiceert regelmatig op dit domein en is als docent verbonden aan de PAO Universiteit Utrecht, de opleiding sociaal recht (OSR) en Hogeschool InHolland.

Recht in beweging. 15de VRG-Alumnidag 2008 (Reeks VRG Alumni Leuven)
Met bijdragen van:
C. Bevernage, M. Boes, S. Bonne, P. Breyne, S. Callens, C. Coomans, H. Cousy, C. Deborsu, E. Dirix, J. Dumortier, M. Eyskens, J. Goethals, F. Hendrickx, D. Heremans, T. Heremans, P. Lemmens, F. Leroy, P. Naeyaert, H. Nys, V. Sagaert, I. Samoy, D. Stevens, J. Stuyck, P. Valcke, T. Vandeputte, F. Verbruggen, M. Vidal, L. Weyts & J. Wouters.

Recht in beweging. 15de VRG-Alumnidag 2008 (Reeks VRG Alumni Leuven)
Met bijdragen van:
C. Bevernage, M. Boes, S. Bonne, P. Breyne, S. Callens, C. Coomans, H. Cousy, C. Deborsu, E. Dirix, J. Dumortier, M. Eyskens, J. Goethals, F. Hendrickx, D. Heremans, T. Heremans, P. Lemmens, F. Leroy, P. Naeyaert, H. Nys, V. Sagaert, I. Samoy, D. Stevens, J. Stuyck, P. Valcke, T. Vandeputte, F. Verbruggen, M. Vidal, L. Weyts & J. Wouters.

Naar een parketbeleidsplan voor de parketten van eerste aanleg (Reeks Dienst Strafrechtelijk Beleid, nr. 27)
Het uitgangspunt van dit onderzoek vormt dan ook de vraagstelling of er binnen de parketten kan gewerkt worden met een eenvormig parketbeleidsplan en wat de meningen van een aantal belanghebbende bevoorrechte getuigen daarover zijn.
Dit werk betekent een meerwaarde voor alle actoren binnen het strafrechtelijke beleid die in het ketendenken professioneel werkzaam zijn binnen een beleidscyclus. Ook diegenen die nog niet werken binnen de strategische beleidscyclus zullen in dit onderzoek nuttige handvaten en tips kunnen vinden in het streven naar een werking binnen de beleidscyclus.
De auteurs zijn allen criminoloog.

Naar een parketbeleidsplan voor de parketten van eerste aanleg (Reeks Dienst Strafrechtelijk Beleid, nr. 27)
Het uitgangspunt van dit onderzoek vormt dan ook de vraagstelling of er binnen de parketten kan gewerkt worden met een eenvormig parketbeleidsplan en wat de meningen van een aantal belanghebbende bevoorrechte getuigen daarover zijn.
Dit werk betekent een meerwaarde voor alle actoren binnen het strafrechtelijke beleid die in het ketendenken professioneel werkzaam zijn binnen een beleidscyclus. Ook diegenen die nog niet werken binnen de strategische beleidscyclus zullen in dit onderzoek nuttige handvaten en tips kunnen vinden in het streven naar een werking binnen de beleidscyclus.
De auteurs zijn allen criminoloog.

Politionele jeugdzorg (Reeks Politie Praktijk Boeken)
Het boek geeft een praktische toelichting bij de relevante wetgeving inzake kinderen, jeugd en gezin en bevat handige richtlijnen voor het politioneel optreden. Ook bij de bespreking van de meest relevante strafwetsartikelen m.b.t. minderjarigen worden telkens aandachtspunten bij het politioneel onderzoek aangereikt.
Wim D’haese is van opleiding maatschappelijk werker, criminoloog en seksuoloog. Hij is commissaris bij de lokale politie Leuven, waar hij de leiding heeft over de jeugd- en sociale dienst en een aantal gezins- en jeugdgerelateerde projecten. Hij is lesgever aan het trainings- en opleidingscentrum P.I.V.O te Asse, de Federale school en de bestuursschool OVO te Berchem. Tevens is hij reeds jaren actief als vrijwillig wetenschappelijk medewerker aan het Leuvens Instituut voor Criminologie en publiceert regelmatig wetenschappelijke artikels. Hij is een veel gevraagd spreker op congressen en workshops.

Politionele jeugdzorg (Reeks Politie Praktijk Boeken)
Het boek geeft een praktische toelichting bij de relevante wetgeving inzake kinderen, jeugd en gezin en bevat handige richtlijnen voor het politioneel optreden. Ook bij de bespreking van de meest relevante strafwetsartikelen m.b.t. minderjarigen worden telkens aandachtspunten bij het politioneel onderzoek aangereikt.
Wim D’haese is van opleiding maatschappelijk werker, criminoloog en seksuoloog. Hij is commissaris bij de lokale politie Leuven, waar hij de leiding heeft over de jeugd- en sociale dienst en een aantal gezins- en jeugdgerelateerde projecten. Hij is lesgever aan het trainings- en opleidingscentrum P.I.V.O te Asse, de Federale school en de bestuursschool OVO te Berchem. Tevens is hij reeds jaren actief als vrijwillig wetenschappelijk medewerker aan het Leuvens Instituut voor Criminologie en publiceert regelmatig wetenschappelijke artikels. Hij is een veel gevraagd spreker op congressen en workshops.
Privacy en strafrecht. Nieuwe en grensoverschrijdende verkenningen
Vooreerst passeren de privacy van gedetineerden alsook van minderjarigen (bvb. in jeugdinstellingen) de revue. Vervolgens wordt gefocust op de strafrechtelijke aanwending van gegevens betreffende asielzoekers en migranten, respectievelijk van medische gegevens. Daarna volgen drie basisstukken over achtereenvolgens het bewijs in strafzaken en privacy, politieregisters en privacy, en pers (inzonderheid gerechtsjournalistiek) en privacy. Drie daaropvolgende hoofdstukken haken uitdrukkelijk aan bij tot op heden onderbelichte uitdagingen ingevolge of versterkt door de ontwikkeling van nieuwe technologie. Komen in dit verband aan bod: biometrische en elektronische identificatoren, passagiersgegevensdoorgifte EU-VS, en cybercriminaliteit. Tenslotte volgt een trio van hoofdstukken gewijd aan private recherche en privacy, privacy in de werksfeer, en cameragebruik en (private) recherche. Een afzonderlijke analyse van de nieuwe camerawet van 21 maart 2007 rondt het geheel af.
Het globale resultaat is een coherente en boeiende synthese geworden van grondig onderzoek van regelgeving, rechtsleer, rechtspraak, beleid en praktijk in binnen- en buitenland enerzijds en kritische reflectie, duiding en stellingname anderzijds.
Dit boek zal eenieder interesseren die het boeiende raakvlak tussen strafrecht en privacy verder op kritische wijze wil verkennen.
Privacy en strafrecht. Nieuwe en grensoverschrijdende verkenningen
Vooreerst passeren de privacy van gedetineerden alsook van minderjarigen (bvb. in jeugdinstellingen) de revue. Vervolgens wordt gefocust op de strafrechtelijke aanwending van gegevens betreffende asielzoekers en migranten, respectievelijk van medische gegevens. Daarna volgen drie basisstukken over achtereenvolgens het bewijs in strafzaken en privacy, politieregisters en privacy, en pers (inzonderheid gerechtsjournalistiek) en privacy. Drie daaropvolgende hoofdstukken haken uitdrukkelijk aan bij tot op heden onderbelichte uitdagingen ingevolge of versterkt door de ontwikkeling van nieuwe technologie. Komen in dit verband aan bod: biometrische en elektronische identificatoren, passagiersgegevensdoorgifte EU-VS, en cybercriminaliteit. Tenslotte volgt een trio van hoofdstukken gewijd aan private recherche en privacy, privacy in de werksfeer, en cameragebruik en (private) recherche. Een afzonderlijke analyse van de nieuwe camerawet van 21 maart 2007 rondt het geheel af.
Het globale resultaat is een coherente en boeiende synthese geworden van grondig onderzoek van regelgeving, rechtsleer, rechtspraak, beleid en praktijk in binnen- en buitenland enerzijds en kritische reflectie, duiding en stellingname anderzijds.
Dit boek zal eenieder interesseren die het boeiende raakvlak tussen strafrecht en privacy verder op kritische wijze wil verkennen.
Herstelrecht en procedurele waarborgen
Wereldwijd ontwikkelen zich herstelgerichte reacties op strafbaar gedrag. De uitbreidende praktijk en de kritische evaluatie ervan, alsook de tot standkoming van nationale en internationale regelgeving rond herstelgerichte praktijken stellen in toenemende mate de vraag aan de orde of deze informele praktijken met voldoende en adequate procedurele waarborgen worden omringd. Omdat ze vaak binnen of in de schaduw van het strafproces plaats vinden, is de bekommernis dubbel. Wordt aan klassieke strafrechtelijke waarborgen, zoals het vermoeden van onschuld, rechtsbijstand en proportionaliteit, voldoende belang gehecht in herstelrechtelijke processen? En is men in staat om binnen de strafrechtelijke context de fundamentele werkingsprincipes van herstelgerichte processen te vrijwaren, zoals de vrijwilligheid van deelname, de neutraliteit van de bemiddelaar en de vertrouwelijkheid van de dialoog?
In dit boek worden beide bekommernissen onderzocht vanuit de herstelrechtelijke literatuur en een empirisch onderzoek naar de praktijk van herstelbemiddeling voor meerderjarige verdachten in Vlaanderen. Het onderzoek tracht een brug te slaan tussen een juridische, een herstelrechtelijke en een praktijkgerichte benadering van de problematiek van de procedurele waarborgen in herstelgerichte processen.
"Een van de allerbeste proefschriften die ik de afgelopen jaren onder ogen heb gekregen"
(Prof. mr. Marc Groenhuysen)
Katrien Lauwaert studeerde rechten en criminologie aan de K.U. Leuven. Zij is sinds begin 2008 werkzaam als docent aan de Universiteit van Luik. Dit boek is het resultaat van haar promotieonderzoek, uitgevoerd aan de Universiteit van Maastricht, waar zij cum laude promoveerde.
Herstelrecht en procedurele waarborgen
Wereldwijd ontwikkelen zich herstelgerichte reacties op strafbaar gedrag. De uitbreidende praktijk en de kritische evaluatie ervan, alsook de tot standkoming van nationale en internationale regelgeving rond herstelgerichte praktijken stellen in toenemende mate de vraag aan de orde of deze informele praktijken met voldoende en adequate procedurele waarborgen worden omringd. Omdat ze vaak binnen of in de schaduw van het strafproces plaats vinden, is de bekommernis dubbel. Wordt aan klassieke strafrechtelijke waarborgen, zoals het vermoeden van onschuld, rechtsbijstand en proportionaliteit, voldoende belang gehecht in herstelrechtelijke processen? En is men in staat om binnen de strafrechtelijke context de fundamentele werkingsprincipes van herstelgerichte processen te vrijwaren, zoals de vrijwilligheid van deelname, de neutraliteit van de bemiddelaar en de vertrouwelijkheid van de dialoog?
In dit boek worden beide bekommernissen onderzocht vanuit de herstelrechtelijke literatuur en een empirisch onderzoek naar de praktijk van herstelbemiddeling voor meerderjarige verdachten in Vlaanderen. Het onderzoek tracht een brug te slaan tussen een juridische, een herstelrechtelijke en een praktijkgerichte benadering van de problematiek van de procedurele waarborgen in herstelgerichte processen.
"Een van de allerbeste proefschriften die ik de afgelopen jaren onder ogen heb gekregen"
(Prof. mr. Marc Groenhuysen)
Katrien Lauwaert studeerde rechten en criminologie aan de K.U. Leuven. Zij is sinds begin 2008 werkzaam als docent aan de Universiteit van Luik. Dit boek is het resultaat van haar promotieonderzoek, uitgevoerd aan de Universiteit van Maastricht, waar zij cum laude promoveerde.
The Reception and Transmission of Civil Procedural Law in the Global Society. Legislative and Legal Educational Assistance to Other Countries in Procedural Law
Japan has recently tried to contribute by way of legislative and legal educational assistance to other Asian countries (Vietnam, Cambodia, etc.) in civil and procedural law. The civil procedural laws of different countries should be expected to harmonize with each other in the Global Society.
This book is the outcome of the Congress of the IAPL at the Ritsumeikan University in Kyoto, Japan. In this book, various outstanding authors are treating a contemporary legal problem in their own civil procedural system.
Prof. Dr. Dr. h.c. Marcel Storme is of the President International Association for Procedural Law (IAPL) and professor emeritus procedural law at Ghent University, Belgium.
Prof. Dr. Masahisa Deguchi is vice of the IAPL and professor civil procedural law at the Law Faculty of Ritsumeikan University, Kyoto, Japan.
The Reception and Transmission of Civil Procedural Law in the Global Society. Legislative and Legal Educational Assistance to Other Countries in Procedural Law
Japan has recently tried to contribute by way of legislative and legal educational assistance to other Asian countries (Vietnam, Cambodia, etc.) in civil and procedural law. The civil procedural laws of different countries should be expected to harmonize with each other in the Global Society.
This book is the outcome of the Congress of the IAPL at the Ritsumeikan University in Kyoto, Japan. In this book, various outstanding authors are treating a contemporary legal problem in their own civil procedural system.
Prof. Dr. Dr. h.c. Marcel Storme is of the President International Association for Procedural Law (IAPL) and professor emeritus procedural law at Ghent University, Belgium.
Prof. Dr. Masahisa Deguchi is vice of the IAPL and professor civil procedural law at the Law Faculty of Ritsumeikan University, Kyoto, Japan.
Interim measures in international commercial arbitration (AIA – Association for International Arbitration Series)
Interim measures in international commercial arbitration (AIA – Association for International Arbitration Series)

Arbitrage: Boetiekrecht? (Reeks Openingsredes Vlaamse conferentie der Balie van Gent)
Dirk De Meulemeester (Antwerpen, 1970) is advocaat-vennoot bij De Meulemeester & Partners en verbonden aan de Balie te Gent (www.lexlitis.eu). Hij is arbiter bij het Cepina en het ICC. De auteur is licentiaat in de rechten (Universiteit Gent, 1993) en studeerde English Legal Methods aan de Universiteit van Cambridge. Eerder schreef hij o.m. Het Kosten- en Tarievenboek (1996); Het ontslag om dringende reden – Grondvoorwaarden en vormvereisten (1997); Het ontslag om dringende reden – Gevallenstudie (1997); De arbitrage voor de Geschillencommissie Reizen (1998); Reizen zonder stress (2005) Van Aandelenoptie tot Zwijgrecht (2006).

Arbitrage: Boetiekrecht? (Reeks Openingsredes Vlaamse conferentie der Balie van Gent)
Dirk De Meulemeester (Antwerpen, 1970) is advocaat-vennoot bij De Meulemeester & Partners en verbonden aan de Balie te Gent (www.lexlitis.eu). Hij is arbiter bij het Cepina en het ICC. De auteur is licentiaat in de rechten (Universiteit Gent, 1993) en studeerde English Legal Methods aan de Universiteit van Cambridge. Eerder schreef hij o.m. Het Kosten- en Tarievenboek (1996); Het ontslag om dringende reden – Grondvoorwaarden en vormvereisten (1997); Het ontslag om dringende reden – Gevallenstudie (1997); De arbitrage voor de Geschillencommissie Reizen (1998); Reizen zonder stress (2005) Van Aandelenoptie tot Zwijgrecht (2006).



