De politie en haar opdracht: de kerntakendiscussie voorbij
€ 42,00
In een snel veranderende wereld blijft de vraag wat de opgaven van de politie zijn, van
groot belang. De kaders waaraan de politie haar legitimiteit ontleende, zoals gezag, recht,
staat en de eenheid van de natie, hebben veel van hun vanzelfsprekendheid verloren. Dat
betekent dat een nieuwe invulling moet worden gegeven aan de waarden die bij politiewerk
in het geding zijn: rechtsstatelijkheid, bescherming van burgers, het aangeven van de
grens tussen het goede en het kwade, eerlijkheid, betrokkenheid. Het zijn deze morele en
symbolische elementen die het vertrekpunt moeten vormen voor de beantwoording van
de vraag waar de politie voor staat.
Dat kan alleen als wij voorbij de kerntakendiscussie gaan. Die discussie wordt grotendeels bepaald door het opstellen van lijstjes met taken, waarvan een deel kan worden weggestreept of uitbesteed. De vraag wat bijvoorbeeld het verschil is tussen publieke politie en private veiligheidszorg zal dan nooit goed te beantwoorden zijn. Om die reden loont het meer om bredere visies op de maatschappelijke opdracht van de politie te formuleren waarin de genoemde waarden tot uiting komen. Het gaat om een fundamentele en complexe problematiek, mede omdat morele en politieke opvattingen een belangrijke rol spelen. Voor minder gaat het echter niet, willen we het negatieve en misleidende kader van de kerntakendiscussie te boven komen.
In dit boek reflecteert een aantal deskundige auteurs over de opdracht van de politie. Zij doen dat in sterk uiteenlopende bijdragen, zowel qua thematiek, benaderingswijze, als stellingname. Hierdoor brengt deze uitgave de discussie over deze fundamentele problematiek verder en maakt haar los uit het bedrijfsmatige en instrumentele kader dat het denken hierover in het afgelopen decennium te veel heeft bepaald en belast.
Dat kan alleen als wij voorbij de kerntakendiscussie gaan. Die discussie wordt grotendeels bepaald door het opstellen van lijstjes met taken, waarvan een deel kan worden weggestreept of uitbesteed. De vraag wat bijvoorbeeld het verschil is tussen publieke politie en private veiligheidszorg zal dan nooit goed te beantwoorden zijn. Om die reden loont het meer om bredere visies op de maatschappelijke opdracht van de politie te formuleren waarin de genoemde waarden tot uiting komen. Het gaat om een fundamentele en complexe problematiek, mede omdat morele en politieke opvattingen een belangrijke rol spelen. Voor minder gaat het echter niet, willen we het negatieve en misleidende kader van de kerntakendiscussie te boven komen.
In dit boek reflecteert een aantal deskundige auteurs over de opdracht van de politie. Zij doen dat in sterk uiteenlopende bijdragen, zowel qua thematiek, benaderingswijze, als stellingname. Hierdoor brengt deze uitgave de discussie over deze fundamentele problematiek verder en maakt haar los uit het bedrijfsmatige en instrumentele kader dat het denken hierover in het afgelopen decennium te veel heeft bepaald en belast.
De politie en haar opdracht: de kerntakendiscussie voorbij
€ 42,00
In een snel veranderende wereld blijft de vraag wat de opgaven van de politie zijn, van
groot belang. De kaders waaraan de politie haar legitimiteit ontleende, zoals gezag, recht,
staat en de eenheid van de natie, hebben veel van hun vanzelfsprekendheid verloren. Dat
betekent dat een nieuwe invulling moet worden gegeven aan de waarden die bij politiewerk
in het geding zijn: rechtsstatelijkheid, bescherming van burgers, het aangeven van de
grens tussen het goede en het kwade, eerlijkheid, betrokkenheid. Het zijn deze morele en
symbolische elementen die het vertrekpunt moeten vormen voor de beantwoording van
de vraag waar de politie voor staat.
Dat kan alleen als wij voorbij de kerntakendiscussie gaan. Die discussie wordt grotendeels bepaald door het opstellen van lijstjes met taken, waarvan een deel kan worden weggestreept of uitbesteed. De vraag wat bijvoorbeeld het verschil is tussen publieke politie en private veiligheidszorg zal dan nooit goed te beantwoorden zijn. Om die reden loont het meer om bredere visies op de maatschappelijke opdracht van de politie te formuleren waarin de genoemde waarden tot uiting komen. Het gaat om een fundamentele en complexe problematiek, mede omdat morele en politieke opvattingen een belangrijke rol spelen. Voor minder gaat het echter niet, willen we het negatieve en misleidende kader van de kerntakendiscussie te boven komen.
In dit boek reflecteert een aantal deskundige auteurs over de opdracht van de politie. Zij doen dat in sterk uiteenlopende bijdragen, zowel qua thematiek, benaderingswijze, als stellingname. Hierdoor brengt deze uitgave de discussie over deze fundamentele problematiek verder en maakt haar los uit het bedrijfsmatige en instrumentele kader dat het denken hierover in het afgelopen decennium te veel heeft bepaald en belast.
Dat kan alleen als wij voorbij de kerntakendiscussie gaan. Die discussie wordt grotendeels bepaald door het opstellen van lijstjes met taken, waarvan een deel kan worden weggestreept of uitbesteed. De vraag wat bijvoorbeeld het verschil is tussen publieke politie en private veiligheidszorg zal dan nooit goed te beantwoorden zijn. Om die reden loont het meer om bredere visies op de maatschappelijke opdracht van de politie te formuleren waarin de genoemde waarden tot uiting komen. Het gaat om een fundamentele en complexe problematiek, mede omdat morele en politieke opvattingen een belangrijke rol spelen. Voor minder gaat het echter niet, willen we het negatieve en misleidende kader van de kerntakendiscussie te boven komen.
In dit boek reflecteert een aantal deskundige auteurs over de opdracht van de politie. Zij doen dat in sterk uiteenlopende bijdragen, zowel qua thematiek, benaderingswijze, als stellingname. Hierdoor brengt deze uitgave de discussie over deze fundamentele problematiek verder en maakt haar los uit het bedrijfsmatige en instrumentele kader dat het denken hierover in het afgelopen decennium te veel heeft bepaald en belast.

EU cross-border gathering and use of evidence in criminal matters (IRCP-reeks, nr. 37)
€ 56,00
The European Council set out the 2007 specific program on ‘Criminal Justice’ as part of
the General Program on Fundamental Rights and Justice. The concrete objectives of the
program include the promotion of the principle of mutual recognition and mutual trust,
eliminating obstacles created by disparities between member states judicial systems and
improving knowledge of member states legal and judicial systems in criminal matters
and the exchange and dissemination of good practice.
As part of this program, the European Commission awarded a contract to the Institute of International Research on Criminal Policy to conduct the study this book comprises the results of.
The initial aim of the study was to obtain up to date information on the national laws of the EU member states on the gathering and handling of evidence and to analyse that information in the light of recent developments in legislation governing cross-border transmission of evidence, in particular the 2008 European Evidence Warrant. In addition, it was the intention of the European Commission to initiate preparatory work on a legal instrument that would expand the scope of application of the European Evidence Warrant in order to further replace the existing regime of mutual legal assistance within the EU by a mechanism based on the mutual recognition principle. As a result, the study was broadened as to also assess whether or not a mutual recognition-based EU mutual legal assistance regime is desirable and feasible.
Whereas the Green Paper on obtaining evidence in criminal matters (issued in 2009 by the European Commission) raises general questions on the matter, this book provides an in-depth and full-scale overview of the current situation relating to cross-border gathering, obtaining and admissibility of evidence in criminal matters between the EU member states, as well as clear-cut future legal and policy options.
This book is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities throughout the EU and from a broader international context. It will be particularly appealing also to the research community and anyone involved in or taking an interest in criminal policy initiatives in the EU.
As part of this program, the European Commission awarded a contract to the Institute of International Research on Criminal Policy to conduct the study this book comprises the results of.
The initial aim of the study was to obtain up to date information on the national laws of the EU member states on the gathering and handling of evidence and to analyse that information in the light of recent developments in legislation governing cross-border transmission of evidence, in particular the 2008 European Evidence Warrant. In addition, it was the intention of the European Commission to initiate preparatory work on a legal instrument that would expand the scope of application of the European Evidence Warrant in order to further replace the existing regime of mutual legal assistance within the EU by a mechanism based on the mutual recognition principle. As a result, the study was broadened as to also assess whether or not a mutual recognition-based EU mutual legal assistance regime is desirable and feasible.
Whereas the Green Paper on obtaining evidence in criminal matters (issued in 2009 by the European Commission) raises general questions on the matter, this book provides an in-depth and full-scale overview of the current situation relating to cross-border gathering, obtaining and admissibility of evidence in criminal matters between the EU member states, as well as clear-cut future legal and policy options.
This book is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities throughout the EU and from a broader international context. It will be particularly appealing also to the research community and anyone involved in or taking an interest in criminal policy initiatives in the EU.

EU cross-border gathering and use of evidence in criminal matters (IRCP-reeks, nr. 37)
€ 56,00
The European Council set out the 2007 specific program on ‘Criminal Justice’ as part of
the General Program on Fundamental Rights and Justice. The concrete objectives of the
program include the promotion of the principle of mutual recognition and mutual trust,
eliminating obstacles created by disparities between member states judicial systems and
improving knowledge of member states legal and judicial systems in criminal matters
and the exchange and dissemination of good practice.
As part of this program, the European Commission awarded a contract to the Institute of International Research on Criminal Policy to conduct the study this book comprises the results of.
The initial aim of the study was to obtain up to date information on the national laws of the EU member states on the gathering and handling of evidence and to analyse that information in the light of recent developments in legislation governing cross-border transmission of evidence, in particular the 2008 European Evidence Warrant. In addition, it was the intention of the European Commission to initiate preparatory work on a legal instrument that would expand the scope of application of the European Evidence Warrant in order to further replace the existing regime of mutual legal assistance within the EU by a mechanism based on the mutual recognition principle. As a result, the study was broadened as to also assess whether or not a mutual recognition-based EU mutual legal assistance regime is desirable and feasible.
Whereas the Green Paper on obtaining evidence in criminal matters (issued in 2009 by the European Commission) raises general questions on the matter, this book provides an in-depth and full-scale overview of the current situation relating to cross-border gathering, obtaining and admissibility of evidence in criminal matters between the EU member states, as well as clear-cut future legal and policy options.
This book is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities throughout the EU and from a broader international context. It will be particularly appealing also to the research community and anyone involved in or taking an interest in criminal policy initiatives in the EU.
As part of this program, the European Commission awarded a contract to the Institute of International Research on Criminal Policy to conduct the study this book comprises the results of.
The initial aim of the study was to obtain up to date information on the national laws of the EU member states on the gathering and handling of evidence and to analyse that information in the light of recent developments in legislation governing cross-border transmission of evidence, in particular the 2008 European Evidence Warrant. In addition, it was the intention of the European Commission to initiate preparatory work on a legal instrument that would expand the scope of application of the European Evidence Warrant in order to further replace the existing regime of mutual legal assistance within the EU by a mechanism based on the mutual recognition principle. As a result, the study was broadened as to also assess whether or not a mutual recognition-based EU mutual legal assistance regime is desirable and feasible.
Whereas the Green Paper on obtaining evidence in criminal matters (issued in 2009 by the European Commission) raises general questions on the matter, this book provides an in-depth and full-scale overview of the current situation relating to cross-border gathering, obtaining and admissibility of evidence in criminal matters between the EU member states, as well as clear-cut future legal and policy options.
This book is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities throughout the EU and from a broader international context. It will be particularly appealing also to the research community and anyone involved in or taking an interest in criminal policy initiatives in the EU.
Geen voorraad

Recht in beweging. 17de VRG-Alumnidag 2010 (Reeks VRG Alumni Leuven)
€ 45,00
Uit het voorwoord door Roger Blanpain, de voorzitter, en Robbie tas, de secretaris.
"Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht is immers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "in goede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijke explosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappij enerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.
"Recht in beweging" is dan ook het uithangbord van onze jaarlijkse Alumnidagen. Nu de zestiende op rij.
Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 5 maart 2010 door niet minder dan 600 juristen beluisterd en besproken werden.
Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nog meer dan dat.
"Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht is immers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "in goede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijke explosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappij enerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.
"Recht in beweging" is dan ook het uithangbord van onze jaarlijkse Alumnidagen. Nu de zestiende op rij.
Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 5 maart 2010 door niet minder dan 600 juristen beluisterd en besproken werden.
Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nog meer dan dat.
Geen voorraad

Recht in beweging. 17de VRG-Alumnidag 2010 (Reeks VRG Alumni Leuven)
€ 45,00
Uit het voorwoord door Roger Blanpain, de voorzitter, en Robbie tas, de secretaris.
"Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht is immers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "in goede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijke explosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappij enerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.
"Recht in beweging" is dan ook het uithangbord van onze jaarlijkse Alumnidagen. Nu de zestiende op rij.
Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 5 maart 2010 door niet minder dan 600 juristen beluisterd en besproken werden.
Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nog meer dan dat.
"Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht is immers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "in goede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijke explosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappij enerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.
"Recht in beweging" is dan ook het uithangbord van onze jaarlijkse Alumnidagen. Nu de zestiende op rij.
Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 5 maart 2010 door niet minder dan 600 juristen beluisterd en besproken werden.
Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nog meer dan dat.

IFRS et la crise financière / IFRS en de financiële crisis (ICCI 2010 – 1)
€ 56,00
La crise financière impose-t-elle la remise en cause du modèle actuel d’information financière ?
Le rôle prétendu des normes comptables n’est-il pas une excuse bienvenue pour détourner
l’attention de questions plus fondamentales, par exemple en matière de corporate governance ?
L’interaction entre la crise et les évaluations en juste valeur doit-elle s’analyser de la même manière
dans les secteurs financier et non financier ? Cette publication dans la série ICC I fait le point sur
ces questions.
Stelt de financiële crisis het huidige financiële verslaggevingsmodel opnieuw aan de orde? Is de vermeende rol van de standaarden voor jaarrekeningen geen welkome uitvlucht om de aandacht af te leiden van meer essentiële kwesties zoals op het vlak van deugdelijk bestuur? Moet de interactie tussen de crisis en de waarderingen tegen reële waarde op dezelfde wijze worden geanalyseerd in de financiële en niet-financiële sector? D eze uitgave in de ICC I-reeks maakt de balans op van deze problematiek.
Stelt de financiële crisis het huidige financiële verslaggevingsmodel opnieuw aan de orde? Is de vermeende rol van de standaarden voor jaarrekeningen geen welkome uitvlucht om de aandacht af te leiden van meer essentiële kwesties zoals op het vlak van deugdelijk bestuur? Moet de interactie tussen de crisis en de waarderingen tegen reële waarde op dezelfde wijze worden geanalyseerd in de financiële en niet-financiële sector? D eze uitgave in de ICC I-reeks maakt de balans op van deze problematiek.

IFRS et la crise financière / IFRS en de financiële crisis (ICCI 2010 – 1)
€ 56,00
La crise financière impose-t-elle la remise en cause du modèle actuel d’information financière ?
Le rôle prétendu des normes comptables n’est-il pas une excuse bienvenue pour détourner
l’attention de questions plus fondamentales, par exemple en matière de corporate governance ?
L’interaction entre la crise et les évaluations en juste valeur doit-elle s’analyser de la même manière
dans les secteurs financier et non financier ? Cette publication dans la série ICC I fait le point sur
ces questions.
Stelt de financiële crisis het huidige financiële verslaggevingsmodel opnieuw aan de orde? Is de vermeende rol van de standaarden voor jaarrekeningen geen welkome uitvlucht om de aandacht af te leiden van meer essentiële kwesties zoals op het vlak van deugdelijk bestuur? Moet de interactie tussen de crisis en de waarderingen tegen reële waarde op dezelfde wijze worden geanalyseerd in de financiële en niet-financiële sector? D eze uitgave in de ICC I-reeks maakt de balans op van deze problematiek.
Stelt de financiële crisis het huidige financiële verslaggevingsmodel opnieuw aan de orde? Is de vermeende rol van de standaarden voor jaarrekeningen geen welkome uitvlucht om de aandacht af te leiden van meer essentiële kwesties zoals op het vlak van deugdelijk bestuur? Moet de interactie tussen de crisis en de waarderingen tegen reële waarde op dezelfde wijze worden geanalyseerd in de financiële en niet-financiële sector? D eze uitgave in de ICC I-reeks maakt de balans op van deze problematiek.

Etienne De Greeff (1898-1961). Psychiater, criminoloog en romanschrijver. Leven, werk en huidige betekenis
€ 57,00
Wie was Etienne De Greeff en wat is de huidige betekenis van zijn
werk? Dit zijn twee vragen waarop dit boek een antwoord geeft.
Etienne De Greeff (1898-1961) was een Belgische psychiater, criminoloog en romanschrijver met een boeiend en bij wijlen tragisch levensverhaal. Hij was een bijzonder intelligente en minzame persoon, die geen blad voor de mond nam om zijn originele opvattingen te verwoorden. Het historisch decor bestaat uit: de twee wereldoorlogen, het interbellum, de kloosterpsychiatrie, verschijningen te Beauraing, de Katholieke Universiteit van Leuven en het Belgisch gevangeniswezen tijdens de eerste helft van de vorige eeuw.
Etienne De Greeff heeft een indrukwekkend, origineel en visionair oeuvre nagelaten. Zijn mensbeeld en zijn werk als psychiater, grondlegger van de klinische criminologie en romanschrijver worden eerst gesitueerd binnen de eigen tijdscontext. Daarna volgt een kritische bespreking van de betekenis van zijn werk voor de huidige psychiatrie, criminologie en romanliteratuur. Verschillende opvattingen blijken brandend actueel te zijn.
Met talrijke afbeeldingen en samenvatting - résumé - summary
Joris Casselman is psychiater, psycholoog, seksuoloog, criminoloog en emeritus hoogleraar aan de K.U.Leuven. Hij doceerde aan de faculteiten Geneeskunde en Rechtsgeleerdheid en verwierf een bijzondere deskundigheid in verband met alcohol- en andere drugproblemen en de gerechtelijke geestelijke gezondheidszorg
Etienne De Greeff (1898-1961) was een Belgische psychiater, criminoloog en romanschrijver met een boeiend en bij wijlen tragisch levensverhaal. Hij was een bijzonder intelligente en minzame persoon, die geen blad voor de mond nam om zijn originele opvattingen te verwoorden. Het historisch decor bestaat uit: de twee wereldoorlogen, het interbellum, de kloosterpsychiatrie, verschijningen te Beauraing, de Katholieke Universiteit van Leuven en het Belgisch gevangeniswezen tijdens de eerste helft van de vorige eeuw.
Etienne De Greeff heeft een indrukwekkend, origineel en visionair oeuvre nagelaten. Zijn mensbeeld en zijn werk als psychiater, grondlegger van de klinische criminologie en romanschrijver worden eerst gesitueerd binnen de eigen tijdscontext. Daarna volgt een kritische bespreking van de betekenis van zijn werk voor de huidige psychiatrie, criminologie en romanliteratuur. Verschillende opvattingen blijken brandend actueel te zijn.
Met talrijke afbeeldingen en samenvatting - résumé - summary
Joris Casselman is psychiater, psycholoog, seksuoloog, criminoloog en emeritus hoogleraar aan de K.U.Leuven. Hij doceerde aan de faculteiten Geneeskunde en Rechtsgeleerdheid en verwierf een bijzondere deskundigheid in verband met alcohol- en andere drugproblemen en de gerechtelijke geestelijke gezondheidszorg

Etienne De Greeff (1898-1961). Psychiater, criminoloog en romanschrijver. Leven, werk en huidige betekenis
€ 57,00
Wie was Etienne De Greeff en wat is de huidige betekenis van zijn
werk? Dit zijn twee vragen waarop dit boek een antwoord geeft.
Etienne De Greeff (1898-1961) was een Belgische psychiater, criminoloog en romanschrijver met een boeiend en bij wijlen tragisch levensverhaal. Hij was een bijzonder intelligente en minzame persoon, die geen blad voor de mond nam om zijn originele opvattingen te verwoorden. Het historisch decor bestaat uit: de twee wereldoorlogen, het interbellum, de kloosterpsychiatrie, verschijningen te Beauraing, de Katholieke Universiteit van Leuven en het Belgisch gevangeniswezen tijdens de eerste helft van de vorige eeuw.
Etienne De Greeff heeft een indrukwekkend, origineel en visionair oeuvre nagelaten. Zijn mensbeeld en zijn werk als psychiater, grondlegger van de klinische criminologie en romanschrijver worden eerst gesitueerd binnen de eigen tijdscontext. Daarna volgt een kritische bespreking van de betekenis van zijn werk voor de huidige psychiatrie, criminologie en romanliteratuur. Verschillende opvattingen blijken brandend actueel te zijn.
Met talrijke afbeeldingen en samenvatting - résumé - summary
Joris Casselman is psychiater, psycholoog, seksuoloog, criminoloog en emeritus hoogleraar aan de K.U.Leuven. Hij doceerde aan de faculteiten Geneeskunde en Rechtsgeleerdheid en verwierf een bijzondere deskundigheid in verband met alcohol- en andere drugproblemen en de gerechtelijke geestelijke gezondheidszorg
Etienne De Greeff (1898-1961) was een Belgische psychiater, criminoloog en romanschrijver met een boeiend en bij wijlen tragisch levensverhaal. Hij was een bijzonder intelligente en minzame persoon, die geen blad voor de mond nam om zijn originele opvattingen te verwoorden. Het historisch decor bestaat uit: de twee wereldoorlogen, het interbellum, de kloosterpsychiatrie, verschijningen te Beauraing, de Katholieke Universiteit van Leuven en het Belgisch gevangeniswezen tijdens de eerste helft van de vorige eeuw.
Etienne De Greeff heeft een indrukwekkend, origineel en visionair oeuvre nagelaten. Zijn mensbeeld en zijn werk als psychiater, grondlegger van de klinische criminologie en romanschrijver worden eerst gesitueerd binnen de eigen tijdscontext. Daarna volgt een kritische bespreking van de betekenis van zijn werk voor de huidige psychiatrie, criminologie en romanliteratuur. Verschillende opvattingen blijken brandend actueel te zijn.
Met talrijke afbeeldingen en samenvatting - résumé - summary
Joris Casselman is psychiater, psycholoog, seksuoloog, criminoloog en emeritus hoogleraar aan de K.U.Leuven. Hij doceerde aan de faculteiten Geneeskunde en Rechtsgeleerdheid en verwierf een bijzondere deskundigheid in verband met alcohol- en andere drugproblemen en de gerechtelijke geestelijke gezondheidszorg

Taalgebruik in het bedrijfsleven
€ 35,00
In deze uitgave wordt een overzicht gegeven van
de wetgeving die in België het taalgebruik in het
bedrijfsleven regelt, inclusief haar toepassing.
In het eerste deel worden de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 behandeld, die van toepassing zijn op geheel het land, dus op Vlaanderen, de gemeenten met speciale regeling inbegrepen, Brussel-Hoofdstad en Wallonië. In het tweede deel wordt het decreet van 19 juli 1973 besproken “tot regeling van het gebruik van de talen voor de sociale betrekkingen tussen werkgevers en werknemers, alsmede van de door de wet en de verordeningen voorgeschreven akten en bescheiden van de ondernemingen”. Dit decreet is van toepassing op geheel het Nederlandse taalgebied, behalve de gemeenten met speciale regeling. Ten slotte wordt ingegaan op de specifieke regelingen voor het Franse taalgebied, uitgezonderd de gemeenten met speciale taalregeling, zoals bepaald door het decreet van 30 juni 1982.
In het eerste deel worden de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 behandeld, die van toepassing zijn op geheel het land, dus op Vlaanderen, de gemeenten met speciale regeling inbegrepen, Brussel-Hoofdstad en Wallonië. In het tweede deel wordt het decreet van 19 juli 1973 besproken “tot regeling van het gebruik van de talen voor de sociale betrekkingen tussen werkgevers en werknemers, alsmede van de door de wet en de verordeningen voorgeschreven akten en bescheiden van de ondernemingen”. Dit decreet is van toepassing op geheel het Nederlandse taalgebied, behalve de gemeenten met speciale regeling. Ten slotte wordt ingegaan op de specifieke regelingen voor het Franse taalgebied, uitgezonderd de gemeenten met speciale taalregeling, zoals bepaald door het decreet van 30 juni 1982.

Taalgebruik in het bedrijfsleven
€ 35,00
In deze uitgave wordt een overzicht gegeven van
de wetgeving die in België het taalgebruik in het
bedrijfsleven regelt, inclusief haar toepassing.
In het eerste deel worden de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 behandeld, die van toepassing zijn op geheel het land, dus op Vlaanderen, de gemeenten met speciale regeling inbegrepen, Brussel-Hoofdstad en Wallonië. In het tweede deel wordt het decreet van 19 juli 1973 besproken “tot regeling van het gebruik van de talen voor de sociale betrekkingen tussen werkgevers en werknemers, alsmede van de door de wet en de verordeningen voorgeschreven akten en bescheiden van de ondernemingen”. Dit decreet is van toepassing op geheel het Nederlandse taalgebied, behalve de gemeenten met speciale regeling. Ten slotte wordt ingegaan op de specifieke regelingen voor het Franse taalgebied, uitgezonderd de gemeenten met speciale taalregeling, zoals bepaald door het decreet van 30 juni 1982.
In het eerste deel worden de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 behandeld, die van toepassing zijn op geheel het land, dus op Vlaanderen, de gemeenten met speciale regeling inbegrepen, Brussel-Hoofdstad en Wallonië. In het tweede deel wordt het decreet van 19 juli 1973 besproken “tot regeling van het gebruik van de talen voor de sociale betrekkingen tussen werkgevers en werknemers, alsmede van de door de wet en de verordeningen voorgeschreven akten en bescheiden van de ondernemingen”. Dit decreet is van toepassing op geheel het Nederlandse taalgebied, behalve de gemeenten met speciale regeling. Ten slotte wordt ingegaan op de specifieke regelingen voor het Franse taalgebied, uitgezonderd de gemeenten met speciale taalregeling, zoals bepaald door het decreet van 30 juni 1982.
Evidence based policing (CPS 2010 – 4 nr. 17)
€ 53,00
Afgelopen jaren is de tendens waarneembaar dat het politie- en justitiedomein meer
aandacht krijgt voor ‘evidence based’ beleid. Programma’s en beleidsmaatregelen moeten
eerst ‘bewezen werkzaam’ zijn vooraleer ze verdere financiering kennen en de aandacht
voor evaluatie groeit. Enerzijds speelt de rationalisering van de schaarse middelen daarin
een grote rol en anderzijds het leggen van prioriteiten in allerhande politiële en justitiële
beleidsplannen. Dit Cahier geeft een inzicht in wat ‘evidence based policing’ juist inhoudt,
en wat de uitdagingen, de voordelen, de kritieken en de valkuilen zijn. De voorwaarden
waaraan experimenteel criminologisch onderzoek moet voldoen worden geschetst. In
tweede instantie wordt, o.m. aan de hand van cases, ingegaan op het nut van ‘evidence’
voor praktijk en beleid en wordt kennis aangereikt over het vinden van een praktische
‘vertaling’ naar het werkveld. Dit Cahier bundelt zowel bijdragen uit beleid en praktijk als
uit het academische milieu. De auteurs zijn afkomstig uit drie landen waarin de mate van
implementatie van evidence based policing verschilt. Dit geeft de nodige schakeringen in
het ‘evidence based’ debat.
Dit Cahier vormt een belangrijk naslagwerk voor politie, justitie en andere veiligheidsactoren. Weten ‘wat werkt’ en ‘wat niet werkt’ is immers van groot belang voor het vormgeven van veiligheidsbeleid.
Dit Cahier vormt een belangrijk naslagwerk voor politie, justitie en andere veiligheidsactoren. Weten ‘wat werkt’ en ‘wat niet werkt’ is immers van groot belang voor het vormgeven van veiligheidsbeleid.
Evidence based policing (CPS 2010 – 4 nr. 17)
€ 53,00
Afgelopen jaren is de tendens waarneembaar dat het politie- en justitiedomein meer
aandacht krijgt voor ‘evidence based’ beleid. Programma’s en beleidsmaatregelen moeten
eerst ‘bewezen werkzaam’ zijn vooraleer ze verdere financiering kennen en de aandacht
voor evaluatie groeit. Enerzijds speelt de rationalisering van de schaarse middelen daarin
een grote rol en anderzijds het leggen van prioriteiten in allerhande politiële en justitiële
beleidsplannen. Dit Cahier geeft een inzicht in wat ‘evidence based policing’ juist inhoudt,
en wat de uitdagingen, de voordelen, de kritieken en de valkuilen zijn. De voorwaarden
waaraan experimenteel criminologisch onderzoek moet voldoen worden geschetst. In
tweede instantie wordt, o.m. aan de hand van cases, ingegaan op het nut van ‘evidence’
voor praktijk en beleid en wordt kennis aangereikt over het vinden van een praktische
‘vertaling’ naar het werkveld. Dit Cahier bundelt zowel bijdragen uit beleid en praktijk als
uit het academische milieu. De auteurs zijn afkomstig uit drie landen waarin de mate van
implementatie van evidence based policing verschilt. Dit geeft de nodige schakeringen in
het ‘evidence based’ debat.
Dit Cahier vormt een belangrijk naslagwerk voor politie, justitie en andere veiligheidsactoren. Weten ‘wat werkt’ en ‘wat niet werkt’ is immers van groot belang voor het vormgeven van veiligheidsbeleid.
Dit Cahier vormt een belangrijk naslagwerk voor politie, justitie en andere veiligheidsactoren. Weten ‘wat werkt’ en ‘wat niet werkt’ is immers van groot belang voor het vormgeven van veiligheidsbeleid.

Policing multiple communities (CPS 2010 – 2, nr. 15)
€ 36,00
Uit recent Belgisch en Nederlands onderzoek over politiewerk in multiculturele buurten blijkt
dat de territoriale politieorganisatie vaak haaks staat op de aard van de gemeenschappen
die voorwerp uitmaken van het politieoptreden. Markante vaststelling is dat op buurtniveau
verschillende groepen tezelfdertijd aanwezig zijn en het territorium van de buurt daarbij
niet altijd samenvalt met de grenzen van de groepen die zich op die territoria bewegen.
Dagelijks ervaren straatagenten de conceptuele vaagheid van een notie als ‘gemeenschap’.
Zij worden op buurtniveau veeleer geconfronteerd met een wel bijzonder gefragmenteerd
maatschappelijk lappendeken van origines, gedragspatronen, voorkeuren, statussen,
culturen en leeftijden. Zij ervaren kortom multiple (buurt)gemeenschappen. Vanuit deze
vaststellingen stellen we ons in dit Cahier de vraag welke empirische onderzoeken er
bestaan over de verhouding tussen die zogenaamde gemeenschappen en territoria. De vraag
stelt zich welke vormen die gemeenschappen aannemen en hoe die zich verhouden tot de
territoria die gehanteerd worden vanuit een perspectief van orde- of wetshandhaving.

Policing multiple communities (CPS 2010 – 2, nr. 15)
€ 36,00
Uit recent Belgisch en Nederlands onderzoek over politiewerk in multiculturele buurten blijkt
dat de territoriale politieorganisatie vaak haaks staat op de aard van de gemeenschappen
die voorwerp uitmaken van het politieoptreden. Markante vaststelling is dat op buurtniveau
verschillende groepen tezelfdertijd aanwezig zijn en het territorium van de buurt daarbij
niet altijd samenvalt met de grenzen van de groepen die zich op die territoria bewegen.
Dagelijks ervaren straatagenten de conceptuele vaagheid van een notie als ‘gemeenschap’.
Zij worden op buurtniveau veeleer geconfronteerd met een wel bijzonder gefragmenteerd
maatschappelijk lappendeken van origines, gedragspatronen, voorkeuren, statussen,
culturen en leeftijden. Zij ervaren kortom multiple (buurt)gemeenschappen. Vanuit deze
vaststellingen stellen we ons in dit Cahier de vraag welke empirische onderzoeken er
bestaan over de verhouding tussen die zogenaamde gemeenschappen en territoria. De vraag
stelt zich welke vormen die gemeenschappen aannemen en hoe die zich verhouden tot de
territoria die gehanteerd worden vanuit een perspectief van orde- of wetshandhaving.

Politieleiderschap (CPS 2010 – 1, nr. 14)
€ 36,00
Politieleiders zijn zowel managers van een onderneming als hoofd van een publieke organisatie die niet los kan worden gezien van de democratische context waarin de politie functioneert. Politieleiders staan tussen de organisatie en de omgeving in, op een kruispunt van belangen. Cahier 14 geeft aandacht aan politieleiderschap in het algemeen en de korpschef is het bijzonder. De resultaten van een wetenschappelijk onderzoek naar het profiel en de evaluatie van de korpschefs van de Belgische lokale politie, krijgt in dit Cahier een plaats. De bijdragen gaan over rekrutering, selectie, ontwikkeling en evaluatie van politieleiders en hogere publieke leidinggevenden. Ook wordt een toekomstvisie voor politieleiderschap geschetst.

Politieleiderschap (CPS 2010 – 1, nr. 14)
€ 36,00
Politieleiders zijn zowel managers van een onderneming als hoofd van een publieke organisatie die niet los kan worden gezien van de democratische context waarin de politie functioneert. Politieleiders staan tussen de organisatie en de omgeving in, op een kruispunt van belangen. Cahier 14 geeft aandacht aan politieleiderschap in het algemeen en de korpschef is het bijzonder. De resultaten van een wetenschappelijk onderzoek naar het profiel en de evaluatie van de korpschefs van de Belgische lokale politie, krijgt in dit Cahier een plaats. De bijdragen gaan over rekrutering, selectie, ontwikkeling en evaluatie van politieleiders en hogere publieke leidinggevenden. Ook wordt een toekomstvisie voor politieleiderschap geschetst.

De eigenlijke vrijstelling inzake btw (Reeks Beroepsvereniging voor boekhoudkundige beroepen, nr. 8)
€ 32,50
De vrijgestelde btw-belastingplichtigen bedoeld in artikel 44 W.btw hebben in de regel
geen recht op aftrek. Men noemt ze vrijgestelde btw-belastingplichtigen zonder recht
op aftrek. Het gaat om de eigenlijke vrijstellingen.
Desalniettemin verrichten vrijgestelde btw-belastingplichtigen soms bijkomstig handelingen die wel met btw dienen te worden belast. Ze worden hierdoor gemengde btw-belastingplichtigen waardoor ze beperkt recht op aftrek van de voorbelasting krijgen.
Binnen het VAT-package krijgen deze vrijgestelde btw-belastingplichtigen bovendien vanaf 1/1/2010 te maken met nieuwe btw-verplichtingen in het kader van de intracommunautaire diensten die ze als ontvanger van de dienst ontvangen.
Er wordt in het bijzonder ingegaan op de nieuwe btw-verplichtingen voor advocaten. Deze verplichtingen gelden trouwens ook voor de andere vrijgestelde btw-belastingplichtigen zoals bijvoorbeeld notarissen en artsen.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent BTW en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet, van het Tijdschrift voor Verkoop Vastgoed en van het Tijdschrift Huur. Hij is tevens verbonden als docent aan de Hogeschool Gent waar hij de grondige studie BTW verzorgt binnen de richting accountancy en fiscaliteit van de master handelswetenschappen en bestuurskunde.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
Desalniettemin verrichten vrijgestelde btw-belastingplichtigen soms bijkomstig handelingen die wel met btw dienen te worden belast. Ze worden hierdoor gemengde btw-belastingplichtigen waardoor ze beperkt recht op aftrek van de voorbelasting krijgen.
Binnen het VAT-package krijgen deze vrijgestelde btw-belastingplichtigen bovendien vanaf 1/1/2010 te maken met nieuwe btw-verplichtingen in het kader van de intracommunautaire diensten die ze als ontvanger van de dienst ontvangen.
Er wordt in het bijzonder ingegaan op de nieuwe btw-verplichtingen voor advocaten. Deze verplichtingen gelden trouwens ook voor de andere vrijgestelde btw-belastingplichtigen zoals bijvoorbeeld notarissen en artsen.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent BTW en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet, van het Tijdschrift voor Verkoop Vastgoed en van het Tijdschrift Huur. Hij is tevens verbonden als docent aan de Hogeschool Gent waar hij de grondige studie BTW verzorgt binnen de richting accountancy en fiscaliteit van de master handelswetenschappen en bestuurskunde.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

De eigenlijke vrijstelling inzake btw (Reeks Beroepsvereniging voor boekhoudkundige beroepen, nr. 8)
€ 32,50
De vrijgestelde btw-belastingplichtigen bedoeld in artikel 44 W.btw hebben in de regel
geen recht op aftrek. Men noemt ze vrijgestelde btw-belastingplichtigen zonder recht
op aftrek. Het gaat om de eigenlijke vrijstellingen.
Desalniettemin verrichten vrijgestelde btw-belastingplichtigen soms bijkomstig handelingen die wel met btw dienen te worden belast. Ze worden hierdoor gemengde btw-belastingplichtigen waardoor ze beperkt recht op aftrek van de voorbelasting krijgen.
Binnen het VAT-package krijgen deze vrijgestelde btw-belastingplichtigen bovendien vanaf 1/1/2010 te maken met nieuwe btw-verplichtingen in het kader van de intracommunautaire diensten die ze als ontvanger van de dienst ontvangen.
Er wordt in het bijzonder ingegaan op de nieuwe btw-verplichtingen voor advocaten. Deze verplichtingen gelden trouwens ook voor de andere vrijgestelde btw-belastingplichtigen zoals bijvoorbeeld notarissen en artsen.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent BTW en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet, van het Tijdschrift voor Verkoop Vastgoed en van het Tijdschrift Huur. Hij is tevens verbonden als docent aan de Hogeschool Gent waar hij de grondige studie BTW verzorgt binnen de richting accountancy en fiscaliteit van de master handelswetenschappen en bestuurskunde.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
Desalniettemin verrichten vrijgestelde btw-belastingplichtigen soms bijkomstig handelingen die wel met btw dienen te worden belast. Ze worden hierdoor gemengde btw-belastingplichtigen waardoor ze beperkt recht op aftrek van de voorbelasting krijgen.
Binnen het VAT-package krijgen deze vrijgestelde btw-belastingplichtigen bovendien vanaf 1/1/2010 te maken met nieuwe btw-verplichtingen in het kader van de intracommunautaire diensten die ze als ontvanger van de dienst ontvangen.
Er wordt in het bijzonder ingegaan op de nieuwe btw-verplichtingen voor advocaten. Deze verplichtingen gelden trouwens ook voor de andere vrijgestelde btw-belastingplichtigen zoals bijvoorbeeld notarissen en artsen.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent BTW en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet, van het Tijdschrift voor Verkoop Vastgoed en van het Tijdschrift Huur. Hij is tevens verbonden als docent aan de Hogeschool Gent waar hij de grondige studie BTW verzorgt binnen de richting accountancy en fiscaliteit van de master handelswetenschappen en bestuurskunde.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
The cross-over: An interdisciplinary approach to the study of victims of crime (Reeks Intervict)
€ 52,00
The source disciplines of victimology are social and clinical psychology on the one hand and criminology and law on the other. Research concerning victims in the criminal justice system suffers from the fact that the law-related and psychology-related disciplines are barely on speaking terms with each other. Attempting to overcome this victimological divide is a common theme of the nine articles in The Cross-over.
The subject matter is diverse. A number of the articles discuss restorative justice procedures like victim-offender mediation. But the collection also includes an analysis of different interest groups representing victims, the controversies in implementing victim impact statements and even an article focusing on victims'' reactions to terrorist attacks by Al Qaeda. The book offers a fresh and insightful view of victims of crime and their interaction with the criminal justice procedure.
Antony Pemberton studied Political Science at Nijmegen University. He subsequently worked as a researcher and as a senior staff member of Dutch Victim Support.In 2007 he became a senior-researcher and project-manager at the International Victimology Institute (INTERVICT) of Tilburg University, where he has been involved in research into victims of terrorism, The EU Framework Decision on Victims of Crime, victims' needs and risk management in domestic violence. The Cross-over is his Ph D-thesis.
The subject matter is diverse. A number of the articles discuss restorative justice procedures like victim-offender mediation. But the collection also includes an analysis of different interest groups representing victims, the controversies in implementing victim impact statements and even an article focusing on victims'' reactions to terrorist attacks by Al Qaeda. The book offers a fresh and insightful view of victims of crime and their interaction with the criminal justice procedure.
Antony Pemberton studied Political Science at Nijmegen University. He subsequently worked as a researcher and as a senior staff member of Dutch Victim Support.In 2007 he became a senior-researcher and project-manager at the International Victimology Institute (INTERVICT) of Tilburg University, where he has been involved in research into victims of terrorism, The EU Framework Decision on Victims of Crime, victims' needs and risk management in domestic violence. The Cross-over is his Ph D-thesis.
The cross-over: An interdisciplinary approach to the study of victims of crime (Reeks Intervict)
€ 52,00
The source disciplines of victimology are social and clinical psychology on the one hand and criminology and law on the other. Research concerning victims in the criminal justice system suffers from the fact that the law-related and psychology-related disciplines are barely on speaking terms with each other. Attempting to overcome this victimological divide is a common theme of the nine articles in The Cross-over.
The subject matter is diverse. A number of the articles discuss restorative justice procedures like victim-offender mediation. But the collection also includes an analysis of different interest groups representing victims, the controversies in implementing victim impact statements and even an article focusing on victims'' reactions to terrorist attacks by Al Qaeda. The book offers a fresh and insightful view of victims of crime and their interaction with the criminal justice procedure.
Antony Pemberton studied Political Science at Nijmegen University. He subsequently worked as a researcher and as a senior staff member of Dutch Victim Support.In 2007 he became a senior-researcher and project-manager at the International Victimology Institute (INTERVICT) of Tilburg University, where he has been involved in research into victims of terrorism, The EU Framework Decision on Victims of Crime, victims' needs and risk management in domestic violence. The Cross-over is his Ph D-thesis.
The subject matter is diverse. A number of the articles discuss restorative justice procedures like victim-offender mediation. But the collection also includes an analysis of different interest groups representing victims, the controversies in implementing victim impact statements and even an article focusing on victims'' reactions to terrorist attacks by Al Qaeda. The book offers a fresh and insightful view of victims of crime and their interaction with the criminal justice procedure.
Antony Pemberton studied Political Science at Nijmegen University. He subsequently worked as a researcher and as a senior staff member of Dutch Victim Support.In 2007 he became a senior-researcher and project-manager at the International Victimology Institute (INTERVICT) of Tilburg University, where he has been involved in research into victims of terrorism, The EU Framework Decision on Victims of Crime, victims' needs and risk management in domestic violence. The Cross-over is his Ph D-thesis.
EU and International Crime Control. Topical Issues ((GofS) – Governance of Security Research Paper Series, Vol. 4)
€ 66,00
In nowadays’ globalised society an international exchange of
ideas and views is indispensable within the field of social sciences,
including criminology and criminal justice studies.
The Research Group Governance of Security wants to foster contemporary international discourses on issues of crime and crime control. Therefore, GofS started a Research Paper Series, combining theoretical and empirical articles on issues reflecting the research activities of GofS. This research group is collaboration between Ghent University and Ghent University College in Belgium. GofS is concentrating its research around the study of administrative and judicial policy that has been developed with respect to new issues of crime and insecurity.
Volume 4 focuses on topical issues in EU and International Crime Control. The first five articles deal with intrinsic EU criminal policy aspects, including in its transatlantic cooperation with the US. The remaining three articles deal with anti money laundering control, counter-strategies of criminal organisations and police torture.
The Research Group Governance of Security wants to foster contemporary international discourses on issues of crime and crime control. Therefore, GofS started a Research Paper Series, combining theoretical and empirical articles on issues reflecting the research activities of GofS. This research group is collaboration between Ghent University and Ghent University College in Belgium. GofS is concentrating its research around the study of administrative and judicial policy that has been developed with respect to new issues of crime and insecurity.
Volume 4 focuses on topical issues in EU and International Crime Control. The first five articles deal with intrinsic EU criminal policy aspects, including in its transatlantic cooperation with the US. The remaining three articles deal with anti money laundering control, counter-strategies of criminal organisations and police torture.
EU and International Crime Control. Topical Issues ((GofS) – Governance of Security Research Paper Series, Vol. 4)
€ 66,00
In nowadays’ globalised society an international exchange of
ideas and views is indispensable within the field of social sciences,
including criminology and criminal justice studies.
The Research Group Governance of Security wants to foster contemporary international discourses on issues of crime and crime control. Therefore, GofS started a Research Paper Series, combining theoretical and empirical articles on issues reflecting the research activities of GofS. This research group is collaboration between Ghent University and Ghent University College in Belgium. GofS is concentrating its research around the study of administrative and judicial policy that has been developed with respect to new issues of crime and insecurity.
Volume 4 focuses on topical issues in EU and International Crime Control. The first five articles deal with intrinsic EU criminal policy aspects, including in its transatlantic cooperation with the US. The remaining three articles deal with anti money laundering control, counter-strategies of criminal organisations and police torture.
The Research Group Governance of Security wants to foster contemporary international discourses on issues of crime and crime control. Therefore, GofS started a Research Paper Series, combining theoretical and empirical articles on issues reflecting the research activities of GofS. This research group is collaboration between Ghent University and Ghent University College in Belgium. GofS is concentrating its research around the study of administrative and judicial policy that has been developed with respect to new issues of crime and insecurity.
Volume 4 focuses on topical issues in EU and International Crime Control. The first five articles deal with intrinsic EU criminal policy aspects, including in its transatlantic cooperation with the US. The remaining three articles deal with anti money laundering control, counter-strategies of criminal organisations and police torture.
![[On]gewenste immigratie? Gezinshereniging in België tot 1980](https://www.maklugarant.eu/wp-content/uploads/2026/01/9789044131154_ongewenste_immigratie_-front-186x284.jpg)