Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Begrensde vrijheid in het IPR (IPR Thema Reeks, nr. 3)

 29,90

Dit boek bevat bijdragen over partijautonomie en haar begrenzingen in het internationaal privaatrecht.

De auteurs bespreken deze beperkingen voor verschillende rechtsgebieden. Zo wordt aandacht besteed aan de vraag of een rechtskeuze en een forumkeuze in het IPR-personen- en familierecht door cultureel-maatschappelijke waarden worden beperkt. Bestaat er partijautonomie in het internationaal alimentatierecht?

Verder wordt besproken of de Crisisinterventiewet de rechtskeuze van partijen bij een overeenkomst beperkt en of de keuzevrijheid van contractspartijen voor het Gemeenschappelijk Europees Kooprecht wordt beperkt.

Wat betreft het IPR-vennootschapsrecht staan de belemmeringen van de mobiliteit van vennootschappen door het Europese recht en de Wet Flex-BV centraal.

In het kader van het internationale procesrecht wordt besproken of partijen – in afwijking van een forumkeuze – een procedure kunnen beginnen voor de rechter van een andere lidstaat van de Europese Unie.

Met bijdragen van Th.M. De Boer, E.N. Frohn, F. Ibili, G. van Solinge, M. Zilinsky, A.J. Berends, J.W. Rutgers, J.F. Vlek en P. Vlas.

Met een abonnement op de reeks krijgt u elke nieuwe bij Maklu verschenen uitgave automatisch toegestuurd met een korting van 15% op de normale verkoopprijs.

Overzicht IPR Thema Reeks

Quick View

Begrensde vrijheid in het IPR (IPR Thema Reeks, nr. 3)

 29,90

Dit boek bevat bijdragen over partijautonomie en haar begrenzingen in het internationaal privaatrecht.

De auteurs bespreken deze beperkingen voor verschillende rechtsgebieden. Zo wordt aandacht besteed aan de vraag of een rechtskeuze en een forumkeuze in het IPR-personen- en familierecht door cultureel-maatschappelijke waarden worden beperkt. Bestaat er partijautonomie in het internationaal alimentatierecht?

Verder wordt besproken of de Crisisinterventiewet de rechtskeuze van partijen bij een overeenkomst beperkt en of de keuzevrijheid van contractspartijen voor het Gemeenschappelijk Europees Kooprecht wordt beperkt.

Wat betreft het IPR-vennootschapsrecht staan de belemmeringen van de mobiliteit van vennootschappen door het Europese recht en de Wet Flex-BV centraal.

In het kader van het internationale procesrecht wordt besproken of partijen – in afwijking van een forumkeuze – een procedure kunnen beginnen voor de rechter van een andere lidstaat van de Europese Unie.

Met bijdragen van Th.M. De Boer, E.N. Frohn, F. Ibili, G. van Solinge, M. Zilinsky, A.J. Berends, J.W. Rutgers, J.F. Vlek en P. Vlas.

Met een abonnement op de reeks krijgt u elke nieuwe bij Maklu verschenen uitgave automatisch toegestuurd met een korting van 15% op de normale verkoopprijs.

Overzicht IPR Thema Reeks

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Discretionaire ruimte bij de Belgische lokale politie. Een explorerend, kwalitatief onderzoek naar uitvoeringswerk in de frontlijn (Reeks Politiestudies, nr. 8)

 45,00
Het centrale thema van deze uitgave is de discretionaire ruimte van lokale poli- tieambtenaren in België. Er werd onderzoek gedaan naar appreciatieruimte op niveau van politiemensen in de frontlijn, waarbij het vraagstuk rond ‘police discre- tion’ enerzijds theoretisch wordt gekaderd en anderzijds empirisch wordt uiteengezet aan de hand van feitelijke observaties en casusonderzoek.

De vraag wordt gesteld in welke mate politiemensen in de frontlijn een zekere keuzevrijheid hebben bij het uitvoeren van hun dagelijkse opdrachten. Anders gesteld: tot op welke hoogte heeft het beleid (m.n. de aansturing) greep op wat er zich op het terrein afspeelt (m.n. de uitvoering)?

Het onderzoek gaat na hoe de beleidsmatige sturing binnen de drie belangrijkste basisfunctionaliteiten (wijkwerking, interventiewerking en lokale recherche) eruitziet en hoe deze doorwerkt in besluitvormingsprocessen op de werkvloer.

Een eerste, verkennend luik op basis van observaties in twee grootstedelijke politiekorpsen werpt licht op de verschillende elementen die interfereren met keuzemomenten in de frontlijn. Aan de hand van fijnmazige beschrijvingen, afkomstig van maandenlang veldwerk, illustreert de auteur op welke manier situationele, organisatorische maar ook persoonsgebonden elementen een beslissende invloed kunnen uitoefenen bij keuzes die zich op het niveau van de ‘streetcop’ stellen.

In een tweede deel gaat de auteur na of de appreciatieruimte ook bestaat binnen de praktijk van gerechtelijke vrijheidsberovingen, meer bepaald of de toepassing van een verstrekkende dwangmaatregel binnen eenzelfde korpsdivisie kan uitmonden in een diversiteit aan uitkomsten. Onderzoek naar uitvoeringswerk binnen de politie is in België tot dusver erg schaars. Met deze studie wordt een groot deel van het onzichtbare straatwerk zichtbaar gemaakt en wordt de doorwerking van gehanteerde logica’s op de werkvloer duidelijk.

Deze publicatie betekent een concrete meerwaarde voor iedereen die, zowel vanuit een theoretische als vanuit een pragmatische interesse, betrokken is bij beleidssturing en -uitvoering binnen de Belgische politie. Voor de lezer die dagelijks in de politiepraktijk staat, staan er tal van herkenbare situaties in beschreven waarbij morele dilemma’s de onverkorte implementatie van de letter van de wet bemoeilijken. Daarnaast biedt dit boek ook een schat aan informatie voor leidinggevenden binnen de politie, beleidsmakers, criminologen, magistraten en academici die werkzaam zijn binnen het brede domein van politie en justitie en interesse tonen in het sturingsvraagstuk met betrekking tot politioneel uitvoeringwerk.

Fien Gilleir maakte tot en met 2012 deel uit van het onderzoeksteam Governing and Policing Security (GaPS), waarbinnen zij gedurende zes jaar onderzoek verrichtte naar bestuurlijke veiligheidsvraagstukken. Na het behalen van haar proefschrift ging ze aan de slag als docente en onderzoeker binnen het expertisecentrum Krachtgericht Sociaal Werk op de Karel de Grote-Hogeschool Antwerpen.

Quick View

Discretionaire ruimte bij de Belgische lokale politie. Een explorerend, kwalitatief onderzoek naar uitvoeringswerk in de frontlijn (Reeks Politiestudies, nr. 8)

 45,00
Het centrale thema van deze uitgave is de discretionaire ruimte van lokale poli- tieambtenaren in België. Er werd onderzoek gedaan naar appreciatieruimte op niveau van politiemensen in de frontlijn, waarbij het vraagstuk rond ‘police discre- tion’ enerzijds theoretisch wordt gekaderd en anderzijds empirisch wordt uiteengezet aan de hand van feitelijke observaties en casusonderzoek.

De vraag wordt gesteld in welke mate politiemensen in de frontlijn een zekere keuzevrijheid hebben bij het uitvoeren van hun dagelijkse opdrachten. Anders gesteld: tot op welke hoogte heeft het beleid (m.n. de aansturing) greep op wat er zich op het terrein afspeelt (m.n. de uitvoering)?

Het onderzoek gaat na hoe de beleidsmatige sturing binnen de drie belangrijkste basisfunctionaliteiten (wijkwerking, interventiewerking en lokale recherche) eruitziet en hoe deze doorwerkt in besluitvormingsprocessen op de werkvloer.

Een eerste, verkennend luik op basis van observaties in twee grootstedelijke politiekorpsen werpt licht op de verschillende elementen die interfereren met keuzemomenten in de frontlijn. Aan de hand van fijnmazige beschrijvingen, afkomstig van maandenlang veldwerk, illustreert de auteur op welke manier situationele, organisatorische maar ook persoonsgebonden elementen een beslissende invloed kunnen uitoefenen bij keuzes die zich op het niveau van de ‘streetcop’ stellen.

In een tweede deel gaat de auteur na of de appreciatieruimte ook bestaat binnen de praktijk van gerechtelijke vrijheidsberovingen, meer bepaald of de toepassing van een verstrekkende dwangmaatregel binnen eenzelfde korpsdivisie kan uitmonden in een diversiteit aan uitkomsten. Onderzoek naar uitvoeringswerk binnen de politie is in België tot dusver erg schaars. Met deze studie wordt een groot deel van het onzichtbare straatwerk zichtbaar gemaakt en wordt de doorwerking van gehanteerde logica’s op de werkvloer duidelijk.

Deze publicatie betekent een concrete meerwaarde voor iedereen die, zowel vanuit een theoretische als vanuit een pragmatische interesse, betrokken is bij beleidssturing en -uitvoering binnen de Belgische politie. Voor de lezer die dagelijks in de politiepraktijk staat, staan er tal van herkenbare situaties in beschreven waarbij morele dilemma’s de onverkorte implementatie van de letter van de wet bemoeilijken. Daarnaast biedt dit boek ook een schat aan informatie voor leidinggevenden binnen de politie, beleidsmakers, criminologen, magistraten en academici die werkzaam zijn binnen het brede domein van politie en justitie en interesse tonen in het sturingsvraagstuk met betrekking tot politioneel uitvoeringwerk.

Fien Gilleir maakte tot en met 2012 deel uit van het onderzoeksteam Governing and Policing Security (GaPS), waarbinnen zij gedurende zes jaar onderzoek verrichtte naar bestuurlijke veiligheidsvraagstukken. Na het behalen van haar proefschrift ging ze aan de slag als docente en onderzoeker binnen het expertisecentrum Krachtgericht Sociaal Werk op de Karel de Grote-Hogeschool Antwerpen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De wijk achter de botsing. Een onderzoek naar wijken in Nederland en België met ernstige ordeverstoringen (Reeks Politiestudies, nr. 7)

 45,00

De afgelopen tien jaar hebben zich in veel Europese steden met enige regelmaat ernstige sociale ordeverstoringen en botsingen voorgedaan. Veel van deze botsingen hangen, direct of indirect, samen met maatschappelijke achterstand en problematische interetnische verhoudingen.

Het is dan ook geen toeval dat deze ordeverstoringen en botsingen zich vooral voordoen in stedelijke wijken en buurten met een cumulatie van economische en sociale achterstandsproblemen en een multi-etnische samenstelling van de bevolking. Veel van deze ordeverstoringen zijn daarnaast gerelateerd aan jeugdproblemen die zich in deze stedelijke wijken voordoen, zoals overlast, criminaliteit, maatschappelijke uitsluiting, verveling, gebrekkige integratie, een moeizame relatie met dominante instituties en beperkte perspectieven. Andere botsingen en rellen vinden een aanleiding in interetnische conflicten, maar vinden hun voedingsbodem in wijken met sociale achterstandsproblemen om te escaleren.

De wijk is dus een plaats waar conflicten zowel genereren als escaleren. De politie krijgt op verschillende manieren met deze ordeverstoringen te maken. In sommige gevallen heeft zij tot taak de orde in de betreffende wijken en buurten te herstellen, te helpen om conflicten te de-escaleren of de achterliggende problemen van de spanningen (zoals jeugdoverlast, criminaliteit of drugshandel) aan te pakken. In andere gevallen wordt de politie, direct of na verloop van tijd, zelf partij in het conflict, soms omdat bepaalde groepen zich tegen de politie als vertegenwoordiger van overheid en gezag verzetten.

In dit boek wordt verslag gedaan van een onderzoek naar ernstige ordeverstoringen in België en Nederland. De conflicten in de bestudeerde wijken situeren zich op een continuüm van botsingen, kleine ordeverstoringen en rellen. Centraal in dit onderzoek staat de vraag welke omstandigheden en factoren in de betreffende wijken en buurten bijdragen aan deze spanningen en ordeverstoringen. Op welke wijze dragen de verhoudingen in de wijk bij aan het ontstaan van spanningen, botsingen en ordeverstoringen? Bovendien komt in dit onderzoek het politieoptreden aan bod met de vraag hoe de politie omgaat met deze ordeverstoringen en de daaraan ten grondslag liggende wijkgebonden omstandigheden en achtergronden.

Het onderzoek ‘Wijk achter de botsing’ werd uitgevoerd door een team van onderzoekers uit Nederland en België. Het onderzoek in de twee Nederlandse wijken werd verricht door medewerkers van het Criminologisch Instituut van de Radboud Universiteit te Nijmegen. Het Belgische deel van het onderzoek werd uitgevoerd door de onderzoeksgroep ‘Governing & Policing Security’ (GaPS), in samenwerking met de onderzoeksgroep ‘Sociale Veiligheidsanalyse’ (SVA), beide verbonden van de Universiteit Gent.

Placeholder Image
Quick View

De wijk achter de botsing. Een onderzoek naar wijken in Nederland en België met ernstige ordeverstoringen (Reeks Politiestudies, nr. 7)

 45,00

De afgelopen tien jaar hebben zich in veel Europese steden met enige regelmaat ernstige sociale ordeverstoringen en botsingen voorgedaan. Veel van deze botsingen hangen, direct of indirect, samen met maatschappelijke achterstand en problematische interetnische verhoudingen.

Het is dan ook geen toeval dat deze ordeverstoringen en botsingen zich vooral voordoen in stedelijke wijken en buurten met een cumulatie van economische en sociale achterstandsproblemen en een multi-etnische samenstelling van de bevolking. Veel van deze ordeverstoringen zijn daarnaast gerelateerd aan jeugdproblemen die zich in deze stedelijke wijken voordoen, zoals overlast, criminaliteit, maatschappelijke uitsluiting, verveling, gebrekkige integratie, een moeizame relatie met dominante instituties en beperkte perspectieven. Andere botsingen en rellen vinden een aanleiding in interetnische conflicten, maar vinden hun voedingsbodem in wijken met sociale achterstandsproblemen om te escaleren.

De wijk is dus een plaats waar conflicten zowel genereren als escaleren. De politie krijgt op verschillende manieren met deze ordeverstoringen te maken. In sommige gevallen heeft zij tot taak de orde in de betreffende wijken en buurten te herstellen, te helpen om conflicten te de-escaleren of de achterliggende problemen van de spanningen (zoals jeugdoverlast, criminaliteit of drugshandel) aan te pakken. In andere gevallen wordt de politie, direct of na verloop van tijd, zelf partij in het conflict, soms omdat bepaalde groepen zich tegen de politie als vertegenwoordiger van overheid en gezag verzetten.

In dit boek wordt verslag gedaan van een onderzoek naar ernstige ordeverstoringen in België en Nederland. De conflicten in de bestudeerde wijken situeren zich op een continuüm van botsingen, kleine ordeverstoringen en rellen. Centraal in dit onderzoek staat de vraag welke omstandigheden en factoren in de betreffende wijken en buurten bijdragen aan deze spanningen en ordeverstoringen. Op welke wijze dragen de verhoudingen in de wijk bij aan het ontstaan van spanningen, botsingen en ordeverstoringen? Bovendien komt in dit onderzoek het politieoptreden aan bod met de vraag hoe de politie omgaat met deze ordeverstoringen en de daaraan ten grondslag liggende wijkgebonden omstandigheden en achtergronden.

Het onderzoek ‘Wijk achter de botsing’ werd uitgevoerd door een team van onderzoekers uit Nederland en België. Het onderzoek in de twee Nederlandse wijken werd verricht door medewerkers van het Criminologisch Instituut van de Radboud Universiteit te Nijmegen. Het Belgische deel van het onderzoek werd uitgevoerd door de onderzoeksgroep ‘Governing & Policing Security’ (GaPS), in samenwerking met de onderzoeksgroep ‘Sociale Veiligheidsanalyse’ (SVA), beide verbonden van de Universiteit Gent.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Functiehuizen. De architectuur, inrichting en bewoning vanuit HRM-, organisatiekundig en juridisch perspectiefFunctiehuizen. De architectuur, inrichting en bewoning vanuit HRM-, organisatiekundig en juridisch perspectief
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Functiehuizen. De architectuur, inrichting en bewoning vanuit HRM-, organisatiekundig en juridisch perspectief

 30,00

Een functiehuis, ook wel functiegebouw genoemd, is een verzameling functies die in onderling verband staan en gerangschikt zijn naar inhoud en zwaarte. De laatste jaren maken steeds meer organisaties gebruik van dit instrument. Dit boek maakt de architectuur, inrichting en bewoning van functiehuizen inzichtelijk. Het gaat in op de constructie van functiehuizen en functies, de relatie met HRM- en beloningsbeleid, de juridische aspecten bij de realisatie en implementatie en de rol en afstemming van medezeggenschap.

Deze publicatie is vooral bestemd voor HRM’ers, juristen en leden van ondernemingsraden, maar ook managers kunnen er bij de besluitvorming rond functiehuizen of het werken binnen de context van een functiehuis hun voordeel mee doen. Het boek werd praktisch gehouden, zonder voorbij te gaan aan de kennis die nodig is om de achterliggende concepten goed te kunnen begrijpen en verbanden te kunnen leggen.

Drs. Wouter van der Loon MMC is werkzaam als zelfstandig organisatieadviseur en richt zich vooral op HRM-vraagstukken.
Drs. Paul van der Heijden is Coördinator Juridische Zaken bij de Nationale Politie, Eenheid Zeeland-West-Brabant.
René Paulssen is werkzaam als Senior Organisatie- en Formatieadviseur bij de Nationale Politie.
Dr. mr. Steven Jellinghaus is advocaat gespecialiseerd in arbeidsvraagstukken, bij Advocatenkantoor De Voort.
Drs. Bob Vermaak is als adviseur/trainer van ondernemingsraden werkzaam bij het CAOP.

Functiehuizen. De architectuur, inrichting en bewoning vanuit HRM-, organisatiekundig en juridisch perspectiefFunctiehuizen. De architectuur, inrichting en bewoning vanuit HRM-, organisatiekundig en juridisch perspectief
Quick View

Functiehuizen. De architectuur, inrichting en bewoning vanuit HRM-, organisatiekundig en juridisch perspectief

 30,00

Een functiehuis, ook wel functiegebouw genoemd, is een verzameling functies die in onderling verband staan en gerangschikt zijn naar inhoud en zwaarte. De laatste jaren maken steeds meer organisaties gebruik van dit instrument. Dit boek maakt de architectuur, inrichting en bewoning van functiehuizen inzichtelijk. Het gaat in op de constructie van functiehuizen en functies, de relatie met HRM- en beloningsbeleid, de juridische aspecten bij de realisatie en implementatie en de rol en afstemming van medezeggenschap.

Deze publicatie is vooral bestemd voor HRM’ers, juristen en leden van ondernemingsraden, maar ook managers kunnen er bij de besluitvorming rond functiehuizen of het werken binnen de context van een functiehuis hun voordeel mee doen. Het boek werd praktisch gehouden, zonder voorbij te gaan aan de kennis die nodig is om de achterliggende concepten goed te kunnen begrijpen en verbanden te kunnen leggen.

Drs. Wouter van der Loon MMC is werkzaam als zelfstandig organisatieadviseur en richt zich vooral op HRM-vraagstukken.
Drs. Paul van der Heijden is Coördinator Juridische Zaken bij de Nationale Politie, Eenheid Zeeland-West-Brabant.
René Paulssen is werkzaam als Senior Organisatie- en Formatieadviseur bij de Nationale Politie.
Dr. mr. Steven Jellinghaus is advocaat gespecialiseerd in arbeidsvraagstukken, bij Advocatenkantoor De Voort.
Drs. Bob Vermaak is als adviseur/trainer van ondernemingsraden werkzaam bij het CAOP.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Wat denkt politie over personen met een psychiatrische stoornis? (CPS-scriptieprijs 2013)

 34,00

In 2010 werden in Vlaanderen 52.730 personen ambulant behandeld voor hun psychische problemen. Deze mensen lopen vijf keer meer de kans om een geweldsdelict te plegen, en minstens zeven keer meer kans om het slachtoffer te worden van een misdrijf dan personen zonder psychiatrische pathologie. Zo’n zeven procent van de contacten van de politie is bovendien met mensen die lijden aan een psychiatrische stoornis. Niet in het minst na de zaak Jonathan Jacobs, dringt zich daarom de vraag op: hoe staan politieambtenaren tegenover mensen met een psychiatrische stoornis ?

Veerle Van Gampelaere (criminologie, Universiteit Gent) onderzocht deze vraag bij 151 Gentse politieambtenaren. Het resultaat van dat onderzoek werd onlangs in de Mechelse Dossinkazerne bekroond met de jaarlijkse prijs van het Centrum voor Politiestudies.

Placeholder Image
Quick View

Wat denkt politie over personen met een psychiatrische stoornis? (CPS-scriptieprijs 2013)

 34,00

In 2010 werden in Vlaanderen 52.730 personen ambulant behandeld voor hun psychische problemen. Deze mensen lopen vijf keer meer de kans om een geweldsdelict te plegen, en minstens zeven keer meer kans om het slachtoffer te worden van een misdrijf dan personen zonder psychiatrische pathologie. Zo’n zeven procent van de contacten van de politie is bovendien met mensen die lijden aan een psychiatrische stoornis. Niet in het minst na de zaak Jonathan Jacobs, dringt zich daarom de vraag op: hoe staan politieambtenaren tegenover mensen met een psychiatrische stoornis ?

Veerle Van Gampelaere (criminologie, Universiteit Gent) onderzocht deze vraag bij 151 Gentse politieambtenaren. Het resultaat van dat onderzoek werd onlangs in de Mechelse Dossinkazerne bekroond met de jaarlijkse prijs van het Centrum voor Politiestudies.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Integrale veiligheid in de haven van Antwerpen (Reeks Cahiers Integrale Veiligheid, nr. 3)

 49,50

De haven van Antwerpen is een van de grootste logistieke toegangspoorten tot het Europese vasteland en draagt enorm bij tot de economische en sociale welvaart van België.Veiligheid en beveiliging zijn dan ook belangrijke prioriteiten in het havengebied.

Dit boek presenteert de resultaten van een diepgaand onderzoek naar de manier waarop de veiligheidszorg in de Antwerpse haven wordt georganiseerd. Het geeft een grondig overzicht van de rol en de bevoegdheden van de verschillende betrokken actoren, identificeert zowel goede praktijken als knelpunten in hun (samen) werking en stelt een aantal ‘out of the box’ verbeterpistes voor. Een integrale en geïntegreerde aanpak van veiligheidsfenomenen staat daarbij centraal.



Marc Cools is hoofddocent criminologie aan de Universiteit Gent en de Vrije Universiteit Brussel.
Genserik Reniers is burgerlijk scheikundig ingenieur en doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen. Hij is docent aan de Universiteit Antwerpen en de Hogeschool-Universiteit Brussel (HUB).
Marleen Easton is hoofddocent aan de geassocieerde faculteit Handelswetenschappen en Bestuurskunde van de Hogeschool Gent.
Evelien Van den Herrewegen is sociologe en doctor in de criminologische wetenschappen. Zij is verbonden aan de vakgroep strafrecht en criminologie van de Universiteit Gent.
Arne De Boeck is criminoloog en behaalde het bijkomend diploma van master of quantitative analysis in the social sciences. Hij is verbonden aan de vakgroep strafrecht en criminologie van de Universiteit Gent.

Placeholder Image
Quick View

Integrale veiligheid in de haven van Antwerpen (Reeks Cahiers Integrale Veiligheid, nr. 3)

 49,50

De haven van Antwerpen is een van de grootste logistieke toegangspoorten tot het Europese vasteland en draagt enorm bij tot de economische en sociale welvaart van België.Veiligheid en beveiliging zijn dan ook belangrijke prioriteiten in het havengebied.

Dit boek presenteert de resultaten van een diepgaand onderzoek naar de manier waarop de veiligheidszorg in de Antwerpse haven wordt georganiseerd. Het geeft een grondig overzicht van de rol en de bevoegdheden van de verschillende betrokken actoren, identificeert zowel goede praktijken als knelpunten in hun (samen) werking en stelt een aantal ‘out of the box’ verbeterpistes voor. Een integrale en geïntegreerde aanpak van veiligheidsfenomenen staat daarbij centraal.



Marc Cools is hoofddocent criminologie aan de Universiteit Gent en de Vrije Universiteit Brussel.
Genserik Reniers is burgerlijk scheikundig ingenieur en doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen. Hij is docent aan de Universiteit Antwerpen en de Hogeschool-Universiteit Brussel (HUB).
Marleen Easton is hoofddocent aan de geassocieerde faculteit Handelswetenschappen en Bestuurskunde van de Hogeschool Gent.
Evelien Van den Herrewegen is sociologe en doctor in de criminologische wetenschappen. Zij is verbonden aan de vakgroep strafrecht en criminologie van de Universiteit Gent.
Arne De Boeck is criminoloog en behaalde het bijkomend diploma van master of quantitative analysis in the social sciences. Hij is verbonden aan de vakgroep strafrecht en criminologie van de Universiteit Gent.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Onvoorziene omstandigheden, verstoring en herstel van contractueel evenwicht

 40,10
In de huidige globale economie zijn de gevolgen van onvoorziene omstandigheden dikwijls groter van omvang dan vroeger. De dagelijkse pers bericht over tal van onvoorziene omstandigheden waardoor de verwachtingen van contractspartijen gefrustreerd kunnen raken. De hierbij betrokken belangen zijn vaak immens. Een gascontract dat de jaarlijkse prijs van het gas afhankelijk stelt van de beslissing van een minister van economische zaken, die op zeker moment de markt privatiseert en geen gasprijs meer vaststelt, moet zonder meer aangepast kunnen worden wegens onvoorziene omstandigheden en dat gebeurt dan ook.

In deze tijd van economisch zwaar weer rust op rechters en arbiters grotere druk om een contract door wijziging of ontbinding op grond van onvoorziene omstandigheden te corrigeren.

De mogelijkheid dat een onvoorziene omstandigheid de uitvoering van de overeenkomst verstoort en dat een wijziging zich opdringt, is reëel. Flexibiliteit, samenwerking en aanpassing behoren tot de essentie van de overeenkomst. Een dergelijke visie gedijt goed in een steeds meer aan redelijkheid en billijkheid onderworpen contractenrecht.

Toch geldt economisch zwaar weer in het algemeen niet als een onvoorziene omstandigheid die correctie van het contract rechtvaardigt. De realiteit gebiedt te zeggen dat de wijziging of ontbinding van overeenkomsten wegens onvoorziene omstandigheden uitzondering blijft en ongewijzigde instandhouding de regel. Dat is maar goed ook. Het adagium pacta sunt servanda refereert niet alleen aan de partijautonomie en de verbindende kracht, maar ook aan de notie van solidariteit en aan het vertrouwensbeginsel. Men laat zijn contractspartner niet vallen, ook niet als het moeilijk wordt. Omgekeerd mag men in redelijkheid vertrouwen op het gegeven woord. Maar er zijn grenzen.

Het zijn deze grenzen die in deze bundel, geschreven naar aanleiding van de traditionele stafuitwisseling van Leidse en Gentse privatisten die laatst in Leiden plaatsvond, worden opgezocht.

Prof. mr. H.J. Snijders is hoogleraar burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht aan de Universiteit Leiden. Hij is raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof te Arnhem en in de Rechtbank te Den Haag, en vertegenwoordiger van Nederland in de United Nations Commission on International Trade Law (Working Group II on Arbitration and Conciliation).
Dr. P.C.J. De Tavernier is universitair docent aan de Universiteit Leiden, afdeling Burgerlijk- en Burgerlijk Procesrecht (departement Civiel Recht). Zijn publicaties situeren zich voornamelijk in het domein van het aansprakelijkheidsrecht.

Quick View

Onvoorziene omstandigheden, verstoring en herstel van contractueel evenwicht

 40,10
In de huidige globale economie zijn de gevolgen van onvoorziene omstandigheden dikwijls groter van omvang dan vroeger. De dagelijkse pers bericht over tal van onvoorziene omstandigheden waardoor de verwachtingen van contractspartijen gefrustreerd kunnen raken. De hierbij betrokken belangen zijn vaak immens. Een gascontract dat de jaarlijkse prijs van het gas afhankelijk stelt van de beslissing van een minister van economische zaken, die op zeker moment de markt privatiseert en geen gasprijs meer vaststelt, moet zonder meer aangepast kunnen worden wegens onvoorziene omstandigheden en dat gebeurt dan ook.

In deze tijd van economisch zwaar weer rust op rechters en arbiters grotere druk om een contract door wijziging of ontbinding op grond van onvoorziene omstandigheden te corrigeren.

De mogelijkheid dat een onvoorziene omstandigheid de uitvoering van de overeenkomst verstoort en dat een wijziging zich opdringt, is reëel. Flexibiliteit, samenwerking en aanpassing behoren tot de essentie van de overeenkomst. Een dergelijke visie gedijt goed in een steeds meer aan redelijkheid en billijkheid onderworpen contractenrecht.

Toch geldt economisch zwaar weer in het algemeen niet als een onvoorziene omstandigheid die correctie van het contract rechtvaardigt. De realiteit gebiedt te zeggen dat de wijziging of ontbinding van overeenkomsten wegens onvoorziene omstandigheden uitzondering blijft en ongewijzigde instandhouding de regel. Dat is maar goed ook. Het adagium pacta sunt servanda refereert niet alleen aan de partijautonomie en de verbindende kracht, maar ook aan de notie van solidariteit en aan het vertrouwensbeginsel. Men laat zijn contractspartner niet vallen, ook niet als het moeilijk wordt. Omgekeerd mag men in redelijkheid vertrouwen op het gegeven woord. Maar er zijn grenzen.

Het zijn deze grenzen die in deze bundel, geschreven naar aanleiding van de traditionele stafuitwisseling van Leidse en Gentse privatisten die laatst in Leiden plaatsvond, worden opgezocht.

Prof. mr. H.J. Snijders is hoogleraar burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht aan de Universiteit Leiden. Hij is raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof te Arnhem en in de Rechtbank te Den Haag, en vertegenwoordiger van Nederland in de United Nations Commission on International Trade Law (Working Group II on Arbitration and Conciliation).
Dr. P.C.J. De Tavernier is universitair docent aan de Universiteit Leiden, afdeling Burgerlijk- en Burgerlijk Procesrecht (departement Civiel Recht). Zijn publicaties situeren zich voornamelijk in het domein van het aansprakelijkheidsrecht.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Mensenrechten en politie (CPS 2013 – 2, nr. 27)

 36,00
De relatie tussen mensenrechten en politie wordt steeds belangrijker en actueler. De nadruk wordt in toenemende mate gelegd op de eerbied voor individuele rechten en vrijheden, die we onder meer terugvinden in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en in de Grondwet. De politie wordt geacht mensenrechten en fundamentele vrijheden in acht te nemen en wordt daarenboven verzocht die te doen naleven.

De politie heeft hierdoor een ambivalente rol. Enerzijds moet zij optreden als facilitator en beschermer van mensenrechten, ook ten aanzien van minderheden en zwakkere groepen in de samenleving. Anderzijds zal zij soms intrusief handelingen moeten stellen vanuit haar gelegitimeerde machtspositie die (uitzonderlijk) deze rechten en vrijheden beperken.

Deze grens is allerminst eenvoudig te trekken en de vraag dringt zich op in welke mate de politie in onze samenleving hiermee om kan gaan. Dit Cahier behandelt beide aspecten.

Quick View

Mensenrechten en politie (CPS 2013 – 2, nr. 27)

 36,00
De relatie tussen mensenrechten en politie wordt steeds belangrijker en actueler. De nadruk wordt in toenemende mate gelegd op de eerbied voor individuele rechten en vrijheden, die we onder meer terugvinden in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en in de Grondwet. De politie wordt geacht mensenrechten en fundamentele vrijheden in acht te nemen en wordt daarenboven verzocht die te doen naleven.

De politie heeft hierdoor een ambivalente rol. Enerzijds moet zij optreden als facilitator en beschermer van mensenrechten, ook ten aanzien van minderheden en zwakkere groepen in de samenleving. Anderzijds zal zij soms intrusief handelingen moeten stellen vanuit haar gelegitimeerde machtspositie die (uitzonderlijk) deze rechten en vrijheden beperken.

Deze grens is allerminst eenvoudig te trekken en de vraag dringt zich op in welke mate de politie in onze samenleving hiermee om kan gaan. Dit Cahier behandelt beide aspecten.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Choosing for juries. Application and development of juries in old and new jury trial countries

 69,50

Why do governments try to limit the application of jury trials, both in countries where jury trials are native and in countries that have more recently instituted them?

This is a critical question today as government authorities are trying to limit the role of juries, especially when it comes to complex fraud cases, national security and terrorism cases, and cases where juries seem to have a propensity for high acquittal rates. Therefore, understanding how governments are promoting and constraining jury trials is important.

This book analyzes the reasons that motivate governments to introduce jury trial practices and the factors that condition the role these types of trials play in the administration of criminal justice systems as a whole. The research derives its finding from the comparative analysis of criminal justice systems of the United Kingdom, the Russian Federation and the Republic of Azerbaijan. It also assesses prospects of the application of jury trials in the Republic of Azerbaijan based on analysis of the criminal justice systems of countries where these practices already exist.

GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content



Nazim Ziyadov is doctor of law (Ghent University, Belgium). He is currently Head of Legal Department at Azerbaijan Investment Company (AIC) in Baku, Azerbaijan.

Quick View

Choosing for juries. Application and development of juries in old and new jury trial countries

 69,50

Why do governments try to limit the application of jury trials, both in countries where jury trials are native and in countries that have more recently instituted them?

This is a critical question today as government authorities are trying to limit the role of juries, especially when it comes to complex fraud cases, national security and terrorism cases, and cases where juries seem to have a propensity for high acquittal rates. Therefore, understanding how governments are promoting and constraining jury trials is important.

This book analyzes the reasons that motivate governments to introduce jury trial practices and the factors that condition the role these types of trials play in the administration of criminal justice systems as a whole. The research derives its finding from the comparative analysis of criminal justice systems of the United Kingdom, the Russian Federation and the Republic of Azerbaijan. It also assesses prospects of the application of jury trials in the Republic of Azerbaijan based on analysis of the criminal justice systems of countries where these practices already exist.

GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content



Nazim Ziyadov is doctor of law (Ghent University, Belgium). He is currently Head of Legal Department at Azerbaijan Investment Company (AIC) in Baku, Azerbaijan.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Cameratoezicht in de openbare ruimte. Ook wie weg is, is gezien? (Reeks Politiestudies, nr. 6)

 39,20

Deze publicatie brengt verslag uit van het onderzoek ‘Cameratoezicht in de openbare ruimte, een kwantitatieve analyse’, uitgevoerd door het Expertisecentrum Maatschappelijke Veiligheid in opdracht van de FOD Binnenlandse Zaken.

Op basis van 7 casestudies in België wordt de effectiviteit van cameratoezicht in beeld gebracht. Daarnaast wordt aandacht geschonken aan de invloed van cameratoezicht op de veiligheidsbeleving van burgers.

Het boek schetst in eerste instantie de algemene context en licht de methodologie van het onderzoek toe. Ten tweede wordt dieper ingegaan op de impact die cameratoezicht in openbare ruimtes heeft op het veiligheidsbeleid. Vervolgens worden de effecten van cameratoezicht op bepaalde specifieke criminaliteitsvormen (zoals overlast, geweld, diefstal en fraude) belicht. Ten slotte worden een reeks aanbevelingen geformuleerd die kunnen helpen bij de keuze om cameratoezicht al dan niet te implementeren binnen de openbare ruimte.

Jill Mortelé is master in de sociologie en junior onderzoekster in het Expertisecentrum Maatschappelijke Veiligheid, Katho Hogeschool Kortrijk (Vives), Departement Ipsoc.
Hans Vermeersch is doctor in de sociologie en als senior onderzoeker en docent verbonden aan respectievelijk het Expertisecentrum Maatschappelijke Veiligheid en de opleiding Bachelor Maatschappelijke Veiligheid, Katho Hogeschool Kortrijk (Vives), Departement Ipsoc. Daarnaast is hij vrijwillig wetenschappelijk medewerker binnen de UGent, faculteit Sociologie.
Evelien De Pauw is master in de criminologie en coördinator van het Expertisecentrum Maatschappelijke Veiligheid, Katho Hogeschool Kortrijk (Vives), departement Ipsoc. Tevens is zij docent binnen de opleiding Bachelor Maatschappelijke Veiligheid. Verder maakt zij deel uit van de Raad van Bestuur van het CPS, de stuurgroep van de VVC en de redactie van Cahiers Integrale Veiligheid (Maklu) en is zij correspondent van de Cahiers Politiestudies (Maklu).
Wim Hardyns is doctor in de criminologie, docent binnen de vakgroep Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel en gastdocent binnen de Master in de Veiligheidswetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Verder werkt hij als postdoctoraal onderzoeker binnen de vakgroepen Strafrecht-Criminologie en Huisartsgeneeskunde-Eerstelijnsgezondheidszorg van de Universiteit Gent.
Famke Deprins is master in de criminologie en verbonden als onderzoekster en docent aan respectievelijk het Expertisecentrum Maatschappelijke Veiligheid en de opleiding Bachelor Maatschappelijke Veiligheid, Katho Hogeschool Kortrijk (Vives), Departement Ipsoc.

In de pers:
Camera's schrikken vooral overlastplegers af (Bron: Gazet van Antwerpen)

Placeholder Image
Quick View

Cameratoezicht in de openbare ruimte. Ook wie weg is, is gezien? (Reeks Politiestudies, nr. 6)

 39,20

Deze publicatie brengt verslag uit van het onderzoek ‘Cameratoezicht in de openbare ruimte, een kwantitatieve analyse’, uitgevoerd door het Expertisecentrum Maatschappelijke Veiligheid in opdracht van de FOD Binnenlandse Zaken.

Op basis van 7 casestudies in België wordt de effectiviteit van cameratoezicht in beeld gebracht. Daarnaast wordt aandacht geschonken aan de invloed van cameratoezicht op de veiligheidsbeleving van burgers.

Het boek schetst in eerste instantie de algemene context en licht de methodologie van het onderzoek toe. Ten tweede wordt dieper ingegaan op de impact die cameratoezicht in openbare ruimtes heeft op het veiligheidsbeleid. Vervolgens worden de effecten van cameratoezicht op bepaalde specifieke criminaliteitsvormen (zoals overlast, geweld, diefstal en fraude) belicht. Ten slotte worden een reeks aanbevelingen geformuleerd die kunnen helpen bij de keuze om cameratoezicht al dan niet te implementeren binnen de openbare ruimte.

Jill Mortelé is master in de sociologie en junior onderzoekster in het Expertisecentrum Maatschappelijke Veiligheid, Katho Hogeschool Kortrijk (Vives), Departement Ipsoc.
Hans Vermeersch is doctor in de sociologie en als senior onderzoeker en docent verbonden aan respectievelijk het Expertisecentrum Maatschappelijke Veiligheid en de opleiding Bachelor Maatschappelijke Veiligheid, Katho Hogeschool Kortrijk (Vives), Departement Ipsoc. Daarnaast is hij vrijwillig wetenschappelijk medewerker binnen de UGent, faculteit Sociologie.
Evelien De Pauw is master in de criminologie en coördinator van het Expertisecentrum Maatschappelijke Veiligheid, Katho Hogeschool Kortrijk (Vives), departement Ipsoc. Tevens is zij docent binnen de opleiding Bachelor Maatschappelijke Veiligheid. Verder maakt zij deel uit van de Raad van Bestuur van het CPS, de stuurgroep van de VVC en de redactie van Cahiers Integrale Veiligheid (Maklu) en is zij correspondent van de Cahiers Politiestudies (Maklu).
Wim Hardyns is doctor in de criminologie, docent binnen de vakgroep Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel en gastdocent binnen de Master in de Veiligheidswetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Verder werkt hij als postdoctoraal onderzoeker binnen de vakgroepen Strafrecht-Criminologie en Huisartsgeneeskunde-Eerstelijnsgezondheidszorg van de Universiteit Gent.
Famke Deprins is master in de criminologie en verbonden als onderzoekster en docent aan respectievelijk het Expertisecentrum Maatschappelijke Veiligheid en de opleiding Bachelor Maatschappelijke Veiligheid, Katho Hogeschool Kortrijk (Vives), Departement Ipsoc.

In de pers:
Camera's schrikken vooral overlastplegers af (Bron: Gazet van Antwerpen)

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Rechtspreken en lekenparticipatie. Noodzaak of traditie?

 47,00
Hebben burgers-rechters een plaats in het hof van assisen? Zijn professionele magistraten even feilbaar als niet-geschoolde lekenrechters? Is lekenparticipatie in rechtspraak een vorm van democratische controle? Voor- en tegenstanders van jury’s in strafzaken steunen hun standpunten op uiteenlopende argumenten.

Het fenomeen van lekenrechters is echter ruimer dan juryrechtspraak. In de arbeidsrechtbanken, -hoven en rechtbanken van koophandel zetelen, naast een voorzitter-magistraat, rechters uit het bedrijfsleven of vertegenwoordigende organisaties. Is hun deelname aan rechtspraak louter symbolisch of is ze noodzakelijk voor de kwaliteit van de rechtspraak? Zijn de lekenrechters in die rechtbanken en hoven brugfiguren tussen de wereld van het recht en de wereld van de werkvloer en de onderneming?

In dit boek staan rechtshistorici, strafrechtsspecialisten en rechtssociologen uitgebreid stil bij al deze vragen.

Guaranteed Peer Reviewed Content

Prof. dr. Dave De ruysscher is lid van de vakgroep Interdisciplinaire studies van het recht (JURI-DILS) aan de Faculteit Recht en Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel. Daarnaast is hij deeltijds postdoctoraal onderzoeker bij het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek Vlaanderen aan de Universiteit Antwerpen.

Placeholder Image
Quick View

Rechtspreken en lekenparticipatie. Noodzaak of traditie?

 47,00
Hebben burgers-rechters een plaats in het hof van assisen? Zijn professionele magistraten even feilbaar als niet-geschoolde lekenrechters? Is lekenparticipatie in rechtspraak een vorm van democratische controle? Voor- en tegenstanders van jury’s in strafzaken steunen hun standpunten op uiteenlopende argumenten.

Het fenomeen van lekenrechters is echter ruimer dan juryrechtspraak. In de arbeidsrechtbanken, -hoven en rechtbanken van koophandel zetelen, naast een voorzitter-magistraat, rechters uit het bedrijfsleven of vertegenwoordigende organisaties. Is hun deelname aan rechtspraak louter symbolisch of is ze noodzakelijk voor de kwaliteit van de rechtspraak? Zijn de lekenrechters in die rechtbanken en hoven brugfiguren tussen de wereld van het recht en de wereld van de werkvloer en de onderneming?

In dit boek staan rechtshistorici, strafrechtsspecialisten en rechtssociologen uitgebreid stil bij al deze vragen.

Guaranteed Peer Reviewed Content

Prof. dr. Dave De ruysscher is lid van de vakgroep Interdisciplinaire studies van het recht (JURI-DILS) aan de Faculteit Recht en Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel. Daarnaast is hij deeltijds postdoctoraal onderzoeker bij het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek Vlaanderen aan de Universiteit Antwerpen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Het verband tussen audithonoraria en auditkwaliteit (Reeks ICCI 2013-1)

 29,00

NEDERLANDS

De hoofddoelstelling van deze studie is te onderzoeken of er een verband bestaat tussen de audithonoraria en de auditkwaliteit op de Belgische auditmarkt. De studie wordt opgevat in twee delen.

In het eerste deel wordt via een literatuurstudie vooreerst ‘auditkwaliteit’ gedefinieerd en worden de meest gebruikte maatstaven voor auditkwaliteit, met name resultaatmanagement en de auditverklaring, bepaald.
Vervolgens worden de empirische studies die (internationaal) het verband behandelen tussen audithonoraria (zowel in ‘absolute’ als ‘abnormale’ termen) en auditkwaliteit besproken.
Uiteindelijk wordt voor de Belgische auditmarkt over de periode 2008-2010 de evolutie van de prijszetting bestudeerd en nagegaan via een audit fee-model in welke mate er sprake is van abnormale audithonoraria of onder- en overprijzing.

In het tweede deel wordt nagegaan of er daadwerkelijk een verband bestaat tussen de audithonoraria en de auditkwaliteit op de Belgische auditmarkt. De resultaten bieden voorzichtig te interpreteren empirisch bewijs dat er, ceteris paribus, een verband bestaat tussen het niveau van de audithonoraria en de auditkwaliteit.

Johan Vande Lanotte, Vice-eerste minister en Minister van Economie, Consumenten en Noordzee over dit boek: “Het is de eerste keer dat hierover een empirische studie wordt gemaakt in ons land. Zowel de gebruikers van de diensten van bedrijfsrevisoren als de aanbieders ervan kunnen heel wat nuttige informatie halen uit deze studie.”

Inhoudstafel
Woord vooraf


Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks



FRANCAIS

L’objectif principal de cette étude est de déterminer s’il existe un lien entre les honoraires d’audit et la qualité d’audit sur le marché belge de l’audit. L’étude se compose de deux parties.

Dans la première partie, par le biais d’une étude de littérature, la ‘qualité d’audit’ est définie et ensuite les critères de mesure les plus courants pour la qualité d’audit sont déterminés, notamment la gestion du résultat et l’opinion d’audit.
Ensuite, les études empiriques qui traitent (au niveau international) du lien entre les honoraires d’audit (tant ‘absolus’ qu’ ‘anormaux’) et la qualité d’audit sont abordées.
Enfin, l’évolution de la fixation des prix sur le marché belge de l’audit pour la période 2008- 2010 est étudiée et à l’aide d’un modèle d’honoraires d’audit il est analysé dans quelle mesure il existe des honoraires d’audit anormaux ou une sous-évaluation et surévaluation des prix.

Dans la deuxième partie, il est examiné s’il existe véritablement un lien entre les honoraires d’audit et la qualité d’audit sur le marché belge de l’audit. Les résultats offrent des preuves empiriques dont l’interprétation requiert une grande prudence et selon lesquelles il existe, ceteris paribus, un lien entre le niveau des honoraires d’audit et la qualité d’audit.

Table des matières
Avant-propos

Plus d''information sur la série ICCI (abonnement = 15% de réduction sur le prix normal).




Prof. dr. Diane Breesch, prof. dr. Joël Branson en drs. Jan De Muylder zijn verbonden aan de faculteit Economische, Sociale en Politieke Wetenschappen & Solvay Business School van de Vrije Universiteit Brussel, Vakgroep Business resp. Accountancy, Auditing en Corporate finance.

Dr. Kris Hardies is verbonden aan het departement Accounting and Financing van de Universiteit Antwerpen.

De Stichting ‘Informatiecentrum voor het Bedrijfsrevisoraat’ of ‘ICCI’ is opgericht door het Instituut van Bedrijfsrevisoren en heeft tot doel objectieve en wetenschappelijke informatie te verstrekken over vraagstukken die het bedrijfsrevisoraat aanbelangen.

Placeholder Image
Quick View

Het verband tussen audithonoraria en auditkwaliteit (Reeks ICCI 2013-1)

 29,00

NEDERLANDS

De hoofddoelstelling van deze studie is te onderzoeken of er een verband bestaat tussen de audithonoraria en de auditkwaliteit op de Belgische auditmarkt. De studie wordt opgevat in twee delen.

In het eerste deel wordt via een literatuurstudie vooreerst ‘auditkwaliteit’ gedefinieerd en worden de meest gebruikte maatstaven voor auditkwaliteit, met name resultaatmanagement en de auditverklaring, bepaald.
Vervolgens worden de empirische studies die (internationaal) het verband behandelen tussen audithonoraria (zowel in ‘absolute’ als ‘abnormale’ termen) en auditkwaliteit besproken.
Uiteindelijk wordt voor de Belgische auditmarkt over de periode 2008-2010 de evolutie van de prijszetting bestudeerd en nagegaan via een audit fee-model in welke mate er sprake is van abnormale audithonoraria of onder- en overprijzing.

In het tweede deel wordt nagegaan of er daadwerkelijk een verband bestaat tussen de audithonoraria en de auditkwaliteit op de Belgische auditmarkt. De resultaten bieden voorzichtig te interpreteren empirisch bewijs dat er, ceteris paribus, een verband bestaat tussen het niveau van de audithonoraria en de auditkwaliteit.

Johan Vande Lanotte, Vice-eerste minister en Minister van Economie, Consumenten en Noordzee over dit boek: “Het is de eerste keer dat hierover een empirische studie wordt gemaakt in ons land. Zowel de gebruikers van de diensten van bedrijfsrevisoren als de aanbieders ervan kunnen heel wat nuttige informatie halen uit deze studie.”

Inhoudstafel
Woord vooraf


Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks



FRANCAIS

L’objectif principal de cette étude est de déterminer s’il existe un lien entre les honoraires d’audit et la qualité d’audit sur le marché belge de l’audit. L’étude se compose de deux parties.

Dans la première partie, par le biais d’une étude de littérature, la ‘qualité d’audit’ est définie et ensuite les critères de mesure les plus courants pour la qualité d’audit sont déterminés, notamment la gestion du résultat et l’opinion d’audit.
Ensuite, les études empiriques qui traitent (au niveau international) du lien entre les honoraires d’audit (tant ‘absolus’ qu’ ‘anormaux’) et la qualité d’audit sont abordées.
Enfin, l’évolution de la fixation des prix sur le marché belge de l’audit pour la période 2008- 2010 est étudiée et à l’aide d’un modèle d’honoraires d’audit il est analysé dans quelle mesure il existe des honoraires d’audit anormaux ou une sous-évaluation et surévaluation des prix.

Dans la deuxième partie, il est examiné s’il existe véritablement un lien entre les honoraires d’audit et la qualité d’audit sur le marché belge de l’audit. Les résultats offrent des preuves empiriques dont l’interprétation requiert une grande prudence et selon lesquelles il existe, ceteris paribus, un lien entre le niveau des honoraires d’audit et la qualité d’audit.

Table des matières
Avant-propos

Plus d''information sur la série ICCI (abonnement = 15% de réduction sur le prix normal).




Prof. dr. Diane Breesch, prof. dr. Joël Branson en drs. Jan De Muylder zijn verbonden aan de faculteit Economische, Sociale en Politieke Wetenschappen & Solvay Business School van de Vrije Universiteit Brussel, Vakgroep Business resp. Accountancy, Auditing en Corporate finance.

Dr. Kris Hardies is verbonden aan het departement Accounting and Financing van de Universiteit Antwerpen.

De Stichting ‘Informatiecentrum voor het Bedrijfsrevisoraat’ of ‘ICCI’ is opgericht door het Instituut van Bedrijfsrevisoren en heeft tot doel objectieve en wetenschappelijke informatie te verstrekken over vraagstukken die het bedrijfsrevisoraat aanbelangen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    2
    Uw winkelwagen
    ×