Gedisciplineerde vrijheid: een geschiedenis van het handels- en economisch recht
De financiële en economische crises van de laatste jaren hebben de spanning tussen innovatie en ondernemen aan de ene kant en rechtsregels aan de andere opnieuw op de voorgrond geplaatst. Vaak wordt de markt opgevat als een min of meer autonoom veld binnen de samenleving. Vandaag bestaat nog de algemeen verspreide overtuiging dat in de markt een eigen dynamiek heerst die door overheidsoptreden kan worden verstoord. Door de Westerse geschiedenis heen zijn samenlevingen echter in hun geheel fundamenteel economisch geweest. Bovendien hebben in alle perioden van het verleden gezagdragers – en ook corporaties en private instellingen die door hen werden erkend – regels over commerciële transacties en situaties naar voren geschoven. Deze regels dienden niet alleen om fraude te voorkomen en te sanctioneren, maar ook ter ondersteuning. De rijke traditie van het Westerse handels-, faillissements- en vennootschapsrecht, van de Romeinse tijd tot vandaag, biedt hiervan tal van voorbeelden.
In dit boek worden deze thema''s onderzocht vanuit een historisch-rechtsvergelijkend perspectief. Hierbij wordt vastgesteld dat historische tradities weerbarstig zijn en dat ze het geldende recht blijven beïnvloeden.
Dave De ruysscher is jurist en historicus. Sinds 2010 is hij als docent verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel. Daarnaast is hij postdoctoraal onderzoeker FWO-Vlaanderen. Hij schreef diverse artikelen, bijdragen en monografieën over de geschiedenis van handelsrecht, van de zestiende eeuw tot en met de hedendaagse periode. Enkele van zijn publicaties werden bekroond (Prijs Tijdschrift voor Privaatrecht 2012, Prix Charles Duvivier 2012 vanwege de Académie royale de Belgique).
Gedisciplineerde vrijheid: een geschiedenis van het handels- en economisch recht
De financiële en economische crises van de laatste jaren hebben de spanning tussen innovatie en ondernemen aan de ene kant en rechtsregels aan de andere opnieuw op de voorgrond geplaatst. Vaak wordt de markt opgevat als een min of meer autonoom veld binnen de samenleving. Vandaag bestaat nog de algemeen verspreide overtuiging dat in de markt een eigen dynamiek heerst die door overheidsoptreden kan worden verstoord. Door de Westerse geschiedenis heen zijn samenlevingen echter in hun geheel fundamenteel economisch geweest. Bovendien hebben in alle perioden van het verleden gezagdragers – en ook corporaties en private instellingen die door hen werden erkend – regels over commerciële transacties en situaties naar voren geschoven. Deze regels dienden niet alleen om fraude te voorkomen en te sanctioneren, maar ook ter ondersteuning. De rijke traditie van het Westerse handels-, faillissements- en vennootschapsrecht, van de Romeinse tijd tot vandaag, biedt hiervan tal van voorbeelden.
In dit boek worden deze thema''s onderzocht vanuit een historisch-rechtsvergelijkend perspectief. Hierbij wordt vastgesteld dat historische tradities weerbarstig zijn en dat ze het geldende recht blijven beïnvloeden.
Dave De ruysscher is jurist en historicus. Sinds 2010 is hij als docent verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel. Daarnaast is hij postdoctoraal onderzoeker FWO-Vlaanderen. Hij schreef diverse artikelen, bijdragen en monografieën over de geschiedenis van handelsrecht, van de zestiende eeuw tot en met de hedendaagse periode. Enkele van zijn publicaties werden bekroond (Prijs Tijdschrift voor Privaatrecht 2012, Prix Charles Duvivier 2012 vanwege de Académie royale de Belgique).
Over lijken. De dood en daarna, vanuit juridisch-medisch perspectief
In dit boek is het lijk onder een juridische loep gelegd. Geïnspireerd door wetenschappers, politici en journalisten zijn de auteurs op zoek gegaan naar de rechten van het lijk en de plichten van hen die geconfronteerd worden met het lijk.
Dit boek is geschreven voor officieren van justitie, politieagenten
(forensische opsporing), forensisch artsen
en beleidsmakers. Aan de hand van praktische vraagstukken
zijn de auteurs op zoek gegaan naar de juridische
onderbouwing voor beslissingen en handelingen
met betrekking tot het lijk.
Wilma Duijst is forensisch arts bij GGD IJsselland en
rechter-plaatsvervanger bij de sector strafrecht van
de Rechtbank Gelderland (locatie Arnhem). Zij is
betrokken bij de opleiding voor officieren van justitie,
diverse artsenopleidingen en de opleiding forensisch
verpleegkundigen.
Tatjana Naujocks is uitvoerend forensisch arts in de regio Noord-Nederland. Daarnaast houdt zij zich bezig met verschillende aspecten van de kwaliteitsverbetering van de forensische geneeskunde: als coördinator, docent, opleider, lid/voorzitter van de vakgroep FG en het FMG en als auteur.
Over lijken. De dood en daarna, vanuit juridisch-medisch perspectief
In dit boek is het lijk onder een juridische loep gelegd. Geïnspireerd door wetenschappers, politici en journalisten zijn de auteurs op zoek gegaan naar de rechten van het lijk en de plichten van hen die geconfronteerd worden met het lijk.
Dit boek is geschreven voor officieren van justitie, politieagenten
(forensische opsporing), forensisch artsen
en beleidsmakers. Aan de hand van praktische vraagstukken
zijn de auteurs op zoek gegaan naar de juridische
onderbouwing voor beslissingen en handelingen
met betrekking tot het lijk.
Wilma Duijst is forensisch arts bij GGD IJsselland en
rechter-plaatsvervanger bij de sector strafrecht van
de Rechtbank Gelderland (locatie Arnhem). Zij is
betrokken bij de opleiding voor officieren van justitie,
diverse artsenopleidingen en de opleiding forensisch
verpleegkundigen.
Tatjana Naujocks is uitvoerend forensisch arts in de regio Noord-Nederland. Daarnaast houdt zij zich bezig met verschillende aspecten van de kwaliteitsverbetering van de forensische geneeskunde: als coördinator, docent, opleider, lid/voorzitter van de vakgroep FG en het FMG en als auteur.

Uitgaansvergunningen en penitentiair verlof: de deur op een kier/ Permissions de sortie et congé pénitentiaire: la porte entrouverte
Hun belang staat in schril contrast met de weinige aandacht die ze krijgen. Zowel in termen van beleidsaandacht als qua onderzoek bleven de uitgaansvergunning en het penitentiair verlof tot hiertoe een donkere vlek in de strafuitvoering.
Dit boek brengt daar verandering in. In dit verzamelwerk belichten professionals en onderzoekers deze modaliteiten sinds de invoering van de externe rechtspositieregeling van 2006. De bijdragen in dit boek verduidelijken hoe diverse actoren en organisaties betrokken zijn bij de voorbereiding op en/of besluitvorming over uitgaansvergunningen en penitentiair verlof en welke overwegingen spelen bij het beslissen over beide modaliteiten. Daarnaast identificeren de bijdragen in dit boek ook meerdere hete hangijzers over uitgaansvergunningen en penitentiair verlof.
Les permissions de sortie et les congés pénitentiaires constituent pour les personnes condamnées à une peine privative de liberté une première occasion de quitter la prison, parfois après de nombreuses années passées en détention. Ces sorties temporaires leur permettent de renforcer ou renouer des liens avec leurs proches ainsi que de concrétiser certaines démarches en vue de leur réinsertion. Il s’agit d’une première étape, souvent cruciale, vers la libération.
Leur importance contraste avec le peu d’attention qui leur est accordé. Aussi bien au niveau politique que scientifique, les permissions de sortie et les congés pénitentiaires demeurent dans l’ombre du régime d’exécution des peines.
Ce livre entend y remédier. Des chercheurs et praticiens nous éclairent sur ces
modalités depuis l’entrée en vigueur de la loi sur le statut juridique externe de 2006.
Les contributions expliquent comment et en quoi divers acteurs et instances sont impliqués
dans la préparation et/ou la procédure d’octroi de ces sorties temporaires, ainsi
que ce qui entre en considération lors de la prise de décision concernant ces deux modalités.
Les contributions soulignent aussi les nombreux enjeux liés aux permissions
de sortie et aux congés pénitentiaires.
Benjamin Mine est chercheur à l’Institut National de
Criminalistique et de Criminologie.
Luc Robert is onderzoeker aan het Nationaal Instituut
voor Criminalistiek en Criminologie.

Uitgaansvergunningen en penitentiair verlof: de deur op een kier/ Permissions de sortie et congé pénitentiaire: la porte entrouverte
Hun belang staat in schril contrast met de weinige aandacht die ze krijgen. Zowel in termen van beleidsaandacht als qua onderzoek bleven de uitgaansvergunning en het penitentiair verlof tot hiertoe een donkere vlek in de strafuitvoering.
Dit boek brengt daar verandering in. In dit verzamelwerk belichten professionals en onderzoekers deze modaliteiten sinds de invoering van de externe rechtspositieregeling van 2006. De bijdragen in dit boek verduidelijken hoe diverse actoren en organisaties betrokken zijn bij de voorbereiding op en/of besluitvorming over uitgaansvergunningen en penitentiair verlof en welke overwegingen spelen bij het beslissen over beide modaliteiten. Daarnaast identificeren de bijdragen in dit boek ook meerdere hete hangijzers over uitgaansvergunningen en penitentiair verlof.
Les permissions de sortie et les congés pénitentiaires constituent pour les personnes condamnées à une peine privative de liberté une première occasion de quitter la prison, parfois après de nombreuses années passées en détention. Ces sorties temporaires leur permettent de renforcer ou renouer des liens avec leurs proches ainsi que de concrétiser certaines démarches en vue de leur réinsertion. Il s’agit d’une première étape, souvent cruciale, vers la libération.
Leur importance contraste avec le peu d’attention qui leur est accordé. Aussi bien au niveau politique que scientifique, les permissions de sortie et les congés pénitentiaires demeurent dans l’ombre du régime d’exécution des peines.
Ce livre entend y remédier. Des chercheurs et praticiens nous éclairent sur ces
modalités depuis l’entrée en vigueur de la loi sur le statut juridique externe de 2006.
Les contributions expliquent comment et en quoi divers acteurs et instances sont impliqués
dans la préparation et/ou la procédure d’octroi de ces sorties temporaires, ainsi
que ce qui entre en considération lors de la prise de décision concernant ces deux modalités.
Les contributions soulignent aussi les nombreux enjeux liés aux permissions
de sortie et aux congés pénitentiaires.
Benjamin Mine est chercheur à l’Institut National de
Criminalistique et de Criminologie.
Luc Robert is onderzoeker aan het Nationaal Instituut
voor Criminalistiek en Criminologie.
De machines van Justitie: vijftien jaar elektronisch toezicht in België (IRCP-reeks, nr. 47)
Maar tot op welke hoogte lost het elektronisch toezicht de hoge verwachtingen in? Het Rekenhof en het Europese antifoltercomité stelden vast dat de druk op de Belgische gevangenissen niet verdween met het elektronisch toezicht. Integendeel: terwijl het aantal enkelbanden steeg, nam ook de gevangenispopulatie in versneld tempo toe. Bovendien lijken kwaliteitsvolle selectie en begeleiding het steeds meer te moeten afleggen tegen de macht van het getal: wordt de samenleving daar werkelijk beter van? Bovenal roept de snelheid waarmee tezelfdertijd op zoveel verschillende fronten - regelgeving, uitvoeringspraktijk en technologie - aan het elektronisch toezicht wordt gesleuteld vragen op bij direct betrokkenen en de buitenwereld. Zijn de dagen van het ooit zo geroemde ‘Belgische model’, gestoeld op een evenwichtige mix van technologie en professionele begeleiding, definitief geteld?
De machines van Justitie: vijftien jaar elektronisch toezicht in België (IRCP-reeks, nr. 47)
Maar tot op welke hoogte lost het elektronisch toezicht de hoge verwachtingen in? Het Rekenhof en het Europese antifoltercomité stelden vast dat de druk op de Belgische gevangenissen niet verdween met het elektronisch toezicht. Integendeel: terwijl het aantal enkelbanden steeg, nam ook de gevangenispopulatie in versneld tempo toe. Bovendien lijken kwaliteitsvolle selectie en begeleiding het steeds meer te moeten afleggen tegen de macht van het getal: wordt de samenleving daar werkelijk beter van? Bovenal roept de snelheid waarmee tezelfdertijd op zoveel verschillende fronten - regelgeving, uitvoeringspraktijk en technologie - aan het elektronisch toezicht wordt gesleuteld vragen op bij direct betrokkenen en de buitenwereld. Zijn de dagen van het ooit zo geroemde ‘Belgische model’, gestoeld op een evenwichtige mix van technologie en professionele begeleiding, definitief geteld?

Vruchtgebruik (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 20)
Het werken met zakelijke rechten is fiscaal vaak interessant. Het vruchtgebruik is een zakelijk recht dat zeer nauw verwant is met de onroerende verhuur als persoonlijk recht. Vruchtgebruikconstructies worden echter traditioneel kritisch bekeken door de fiscus. Vaak vergeet men ook de btw-gevolgen verbonden aan het opzetten van een vruchtgebruikconstructie.
Dit boek analyseert het vruchtgebruik als zakelijk recht op het vlak van de btw, de registratierechten en de inkomstenbelastingen. Ook de civielrechtelijke aspecten worden in een apart deel besproken.
De bespreking concentreert zich telkens op de drie grote fasen: de waardering van het vruchtgebruik, het gebruik van het bedrijfsmiddel tijdens de duur van het vruchtgebruik en de gevolgen bij het einde van het vruchtgebruik.
Alternatieven voor het werken met vruchtgebruik worden – waar mogelijk – met hun
verschillen en gevolgen besproken. Ook de praktische formaliteiten komen steeds
aan bod.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als
eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is fiscaal auteur, docent
btw en gastprofessor aan de geassocieerde faculteit Handelswetenschappen en
Bestuurskunde van de Universiteit Gent waar hij de ‘Grondige studie btw’ doceert.
Guy Poppe is advocaat met een bijzondere interesse voor zowel de fiscaliteit als het
vennootschapsrecht. Hij heeft een brede achtergrond als Licentiaat in de Rechten,
Licentiaat in de Toegepaste Economische Wetenschappen en Licentiaat in de Handels- en
Financiële Wetenschappen. Guy Poppe publiceert in diverse nieuwsbrieven (o.m.
Accountancy & Fiscaliteit), werkt mee aan fiscale databanken en geeft geregeld
opleidingen over fiscale en vennootschapsrechtelijke onderwerpen.
Meer info over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

Vruchtgebruik (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 20)
Het werken met zakelijke rechten is fiscaal vaak interessant. Het vruchtgebruik is een zakelijk recht dat zeer nauw verwant is met de onroerende verhuur als persoonlijk recht. Vruchtgebruikconstructies worden echter traditioneel kritisch bekeken door de fiscus. Vaak vergeet men ook de btw-gevolgen verbonden aan het opzetten van een vruchtgebruikconstructie.
Dit boek analyseert het vruchtgebruik als zakelijk recht op het vlak van de btw, de registratierechten en de inkomstenbelastingen. Ook de civielrechtelijke aspecten worden in een apart deel besproken.
De bespreking concentreert zich telkens op de drie grote fasen: de waardering van het vruchtgebruik, het gebruik van het bedrijfsmiddel tijdens de duur van het vruchtgebruik en de gevolgen bij het einde van het vruchtgebruik.
Alternatieven voor het werken met vruchtgebruik worden – waar mogelijk – met hun
verschillen en gevolgen besproken. Ook de praktische formaliteiten komen steeds
aan bod.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als
eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is fiscaal auteur, docent
btw en gastprofessor aan de geassocieerde faculteit Handelswetenschappen en
Bestuurskunde van de Universiteit Gent waar hij de ‘Grondige studie btw’ doceert.
Guy Poppe is advocaat met een bijzondere interesse voor zowel de fiscaliteit als het
vennootschapsrecht. Hij heeft een brede achtergrond als Licentiaat in de Rechten,
Licentiaat in de Toegepaste Economische Wetenschappen en Licentiaat in de Handels- en
Financiële Wetenschappen. Guy Poppe publiceert in diverse nieuwsbrieven (o.m.
Accountancy & Fiscaliteit), werkt mee aan fiscale databanken en geeft geregeld
opleidingen over fiscale en vennootschapsrechtelijke onderwerpen.
Meer info over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
Justitie, binnenlandse zaken en veiligheid: Europese en internationale institutionele en beleidsontwikkeling
Instellingen en organisaties worden besproken naargelang hun geografische reikwijdte. Zo komen achtereenvolgens de volgende samenwerkingsniveaus aan bod:
- Benelux
- Schengen
- Europese Unie (EU)
- Raad van Europa
- Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (Navo)
- Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE)
- Groep van Acht (G8)
- Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) en
- Verenigde Naties (VN).
Prof. dr. Gert Vermeulen doceert onder meer strafrecht aan de opleidingen rechten en criminologie van de Universiteit Gent. Hij is directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en voert internationaal relevant wetenschappelijk onderzoek op het brede terrein van het strafrechtelijk beleid.
Justitie, binnenlandse zaken en veiligheid: Europese en internationale institutionele en beleidsontwikkeling
Instellingen en organisaties worden besproken naargelang hun geografische reikwijdte. Zo komen achtereenvolgens de volgende samenwerkingsniveaus aan bod:
- Benelux
- Schengen
- Europese Unie (EU)
- Raad van Europa
- Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (Navo)
- Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE)
- Groep van Acht (G8)
- Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) en
- Verenigde Naties (VN).
Prof. dr. Gert Vermeulen doceert onder meer strafrecht aan de opleidingen rechten en criminologie van de Universiteit Gent. Hij is directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en voert internationaal relevant wetenschappelijk onderzoek op het brede terrein van het strafrechtelijk beleid.
De uitleg van het testament (Erfenisvakdag Cahiers, nr. 2)
Uit een groot aantal uitspraken in de afgelopen jaren van rechtbanken en gerechtshoven lijkt naar voren te komen dat er veel mogelijk is als het gaat om de vaststelling van de wil van de erflater.
Door een testament uit te leggen – het achterhalen van de bedoelingen die de erflater heeft gehad met zijn testament – kan kennelijk vaak tot een resultaat worden gekomen dat bij een grammaticale interpretatie van het testament niet zou kunnen worden bereikt. Daarnaast hebben recentelijk ook de redelijkheid en billijkheid hun opwachting gemaakt op dit terrein.
Met bijdragen van Wilbert Kolkman, Aniel Autar, Menno van Gaalen, Fred Schonewille, Nora van Oostrom, Tea Mellema, Hans Stubbé en Annette van Riemsdijk.
De Erfenisvakdag is een initiatief van de Stichting Nalatenschapsmediation, die ijvert voor de toepassing van mediation bij de afwikkeling van nalatenschappen, alsmede in preventieve zin.
Naar aanleiding van elke
Erfenisvakdag verschijnt een thematisch cahier met een bundeling van de
uitgewerkte voordrachten.
De uitleg van het testament (Erfenisvakdag Cahiers, nr. 2)
Uit een groot aantal uitspraken in de afgelopen jaren van rechtbanken en gerechtshoven lijkt naar voren te komen dat er veel mogelijk is als het gaat om de vaststelling van de wil van de erflater.
Door een testament uit te leggen – het achterhalen van de bedoelingen die de erflater heeft gehad met zijn testament – kan kennelijk vaak tot een resultaat worden gekomen dat bij een grammaticale interpretatie van het testament niet zou kunnen worden bereikt. Daarnaast hebben recentelijk ook de redelijkheid en billijkheid hun opwachting gemaakt op dit terrein.
Met bijdragen van Wilbert Kolkman, Aniel Autar, Menno van Gaalen, Fred Schonewille, Nora van Oostrom, Tea Mellema, Hans Stubbé en Annette van Riemsdijk.
De Erfenisvakdag is een initiatief van de Stichting Nalatenschapsmediation, die ijvert voor de toepassing van mediation bij de afwikkeling van nalatenschappen, alsmede in preventieve zin.
Naar aanleiding van elke
Erfenisvakdag verschijnt een thematisch cahier met een bundeling van de
uitgewerkte voordrachten.

Vernieuwing in de opsporing (CPS 2013 – 3, nr. 28)
De afgelopen vijftien jaar werden gekenmerkt door nieuwe ontwikkelingen in het politiële opsporingsbeleid. Deze zijn deels te wijten aan nieuwe criminaliteitsvormen en deels aan organisatorische wijzigingen in het politiebestel. De vraag naar de aard en de inhoud van overtuigend bewijs werd alsmaar scherper.
Dit Cahier gaat over problemen en aandachtspunten in de beschikbare opsporingsbevoegdheden, in de professionele capaciteit door de intrede van nieuwe beroepsgroepen (recherchekundigen, criminaliteitsanalisten, forensisch specialisten), in de kwaliteitszorg en in de sturing en verantwoording van de opsporing. De opsporingsfunctie is voorwerp van veel discussie en kritiek.
In dit Cahier wordt op al deze ontwikkelingen ingegaan en worden de
onderliggende overwegingen daarbij bestudeerd. Tevens wordt de vraag gesteld wat
er van die vernieuwingen in de praktijk terechtkwam en welke effecten (bedoelde en
onbedoelde) zij met zich meebrachten.

Vernieuwing in de opsporing (CPS 2013 – 3, nr. 28)
De afgelopen vijftien jaar werden gekenmerkt door nieuwe ontwikkelingen in het politiële opsporingsbeleid. Deze zijn deels te wijten aan nieuwe criminaliteitsvormen en deels aan organisatorische wijzigingen in het politiebestel. De vraag naar de aard en de inhoud van overtuigend bewijs werd alsmaar scherper.
Dit Cahier gaat over problemen en aandachtspunten in de beschikbare opsporingsbevoegdheden, in de professionele capaciteit door de intrede van nieuwe beroepsgroepen (recherchekundigen, criminaliteitsanalisten, forensisch specialisten), in de kwaliteitszorg en in de sturing en verantwoording van de opsporing. De opsporingsfunctie is voorwerp van veel discussie en kritiek.
In dit Cahier wordt op al deze ontwikkelingen ingegaan en worden de
onderliggende overwegingen daarbij bestudeerd. Tevens wordt de vraag gesteld wat
er van die vernieuwingen in de praktijk terechtkwam en welke effecten (bedoelde en
onbedoelde) zij met zich meebrachten.
Buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht en (aansprakelijkheids)verzekeringsrecht – 6de herziene en vermeerderde uitgave (Reeks Jurisprudentiebundels)
De Jurisprudentiebundel Buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht en (aansprakelijkheids) verzekeringenrecht verzamelt een hele reeks principearresten van voornamelijk het Hof van Cassatie. Daarnaast werden ook uitspraken van feitenrechters opgenomen ter vervollediging of ter illustratie van bepaalde aansprakelijkheidsproblemen. Ook werden enkele buitenlandse arresten geselecteerd, bij gebrek aan Belgisch materiaal. Bepaalde arresten werden (ook) uitgezocht met de bedoeling een evolutie in het aansprakelijkheidsrecht aan te geven, ofwel om tegengestelde standpunten met elkaar te confronteren.
In deze zesde uitgave is ervoor geopteerd om deze jurisprudentiebundel aan te vullen met rechtspraak over (aansprakelijkheids)verzekeringen. Hiermee wordt de band tussen het buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht en het verzekeringsrecht benadrukt.
Tevens zijn achteraan de relevante wetteksten en praktische informatie (indicatieve
tabel) opgenomen. Voor juristen met interesse voor het aansprakelijkheidsrecht
is deze verzameling basisrechtspraak een handig werkinstrument.
Prof. dr. Thierry Vansweevelt is gewoon hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en
advocaat in het kantoor Dewallens & partners. Eerder verscheen van zijn
hand bij Maklu onder meer De civielrechtelijke aansprakelijkheid van de geneesheer
en het ziekenhuis, dat werd bekroond met de Fernand Collin-prijs.
Voor zijn gehele oeuvre ontving hij de Prijs Onderzoeksraad UA.
Buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht en (aansprakelijkheids)verzekeringsrecht – 6de herziene en vermeerderde uitgave (Reeks Jurisprudentiebundels)
De Jurisprudentiebundel Buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht en (aansprakelijkheids) verzekeringenrecht verzamelt een hele reeks principearresten van voornamelijk het Hof van Cassatie. Daarnaast werden ook uitspraken van feitenrechters opgenomen ter vervollediging of ter illustratie van bepaalde aansprakelijkheidsproblemen. Ook werden enkele buitenlandse arresten geselecteerd, bij gebrek aan Belgisch materiaal. Bepaalde arresten werden (ook) uitgezocht met de bedoeling een evolutie in het aansprakelijkheidsrecht aan te geven, ofwel om tegengestelde standpunten met elkaar te confronteren.
In deze zesde uitgave is ervoor geopteerd om deze jurisprudentiebundel aan te vullen met rechtspraak over (aansprakelijkheids)verzekeringen. Hiermee wordt de band tussen het buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht en het verzekeringsrecht benadrukt.
Tevens zijn achteraan de relevante wetteksten en praktische informatie (indicatieve
tabel) opgenomen. Voor juristen met interesse voor het aansprakelijkheidsrecht
is deze verzameling basisrechtspraak een handig werkinstrument.
Prof. dr. Thierry Vansweevelt is gewoon hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en
advocaat in het kantoor Dewallens & partners. Eerder verscheen van zijn
hand bij Maklu onder meer De civielrechtelijke aansprakelijkheid van de geneesheer
en het ziekenhuis, dat werd bekroond met de Fernand Collin-prijs.
Voor zijn gehele oeuvre ontving hij de Prijs Onderzoeksraad UA.
Het nieuw samengesteld gezin: recht en geschiedenis / Blended families: law and history.
Het nieuw samengesteld gezin is een actueel, maar ook een historisch verschijnsel. In de loop van de geschiedenis werden tal van regels uitgevaardigd die zich tot doel stelden de verhoudingen binnen deze gezinnen te regelen. Ouders die weduwe of weduwnaar werden, gingen nieuwe huwelijken aan, vaak met partners die zelf kinderen hadden uit een eerder huwelijk. Tussen de belangen van alle betrokkenen diende een evenwicht te worden gevonden, voornamelijk met betrekking tot de nalatenschap van de eerst overleden ouder. In navolging van opeenvolgende maatschappelijke ontwikkelingen is het hedendaagse recht op dat punt in evolutie: wegens de hoge echtscheidingscijfers zijn er steeds meer nieuw samengestelde gezinnen, en bovendien in uiteenlopende vormen. Dit boek confronteert de ontwikkelingen in het positief recht met het oude recht. Hierbij schetsen rechtshistorici de context waarin de desbetreffende regels ontstonden, in verscheidene regio’s van continentaal West-Europa. Specialisten erfrecht en huwelijksvermogensrecht lichten het hedendaags geldende recht in België en Nederland toe, en belichten pijnpunten en mogelijk toekomstige ontwikkelingen.
Dit boek bundelt de verslagteksten van het op 23 november 2012 georganiseerde colloquium rond het thema ‘Zakelijke rechten en erven in het nieuw samengesteld gezin, in heden en verleden’, waarop lezingen in drie talen werden gebracht. Deze studiedag ging uit van het Wetenschappelijk Comité Rechtsgeschiedenis van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Schone Kunsten (KVAB) en werd mee mogelijk gemaakt dankzij de vakgroep Interdisciplinaire studies van het recht (JURI-DILS) en de vakgroep Privaat- en economisch recht (PREC) van de Faculteit Recht en Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel (VUB). Dit colloquium herdacht de honderdste geboortedag van rechtshistoricus John Gilissen (1912), die aan de Vrije Universiteit Brussel politieke, institutionele en rechtsgeschiedenis doceerde. Zijn – nog steeds – gezaghebbende publicaties over tal van thema’s inzake historisch personen- en familierecht vormden een inspiratie voor het gekozen thema.
GPRC - Guaranteed Peer Reviewed Content
Prof. dr. Dave De ruysscher is lid van de vakgroep Interdisciplinaire studies van het recht (JURI-DILS) aan de Faculteit Recht en Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel.
Prof. dr. Elisabeth Alofs is lid van de vakgroep Privaat- en Economisch recht aan de Faculteit Recht en Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel.
Het nieuw samengesteld gezin: recht en geschiedenis / Blended families: law and history.
Het nieuw samengesteld gezin is een actueel, maar ook een historisch verschijnsel. In de loop van de geschiedenis werden tal van regels uitgevaardigd die zich tot doel stelden de verhoudingen binnen deze gezinnen te regelen. Ouders die weduwe of weduwnaar werden, gingen nieuwe huwelijken aan, vaak met partners die zelf kinderen hadden uit een eerder huwelijk. Tussen de belangen van alle betrokkenen diende een evenwicht te worden gevonden, voornamelijk met betrekking tot de nalatenschap van de eerst overleden ouder. In navolging van opeenvolgende maatschappelijke ontwikkelingen is het hedendaagse recht op dat punt in evolutie: wegens de hoge echtscheidingscijfers zijn er steeds meer nieuw samengestelde gezinnen, en bovendien in uiteenlopende vormen. Dit boek confronteert de ontwikkelingen in het positief recht met het oude recht. Hierbij schetsen rechtshistorici de context waarin de desbetreffende regels ontstonden, in verscheidene regio’s van continentaal West-Europa. Specialisten erfrecht en huwelijksvermogensrecht lichten het hedendaags geldende recht in België en Nederland toe, en belichten pijnpunten en mogelijk toekomstige ontwikkelingen.
Dit boek bundelt de verslagteksten van het op 23 november 2012 georganiseerde colloquium rond het thema ‘Zakelijke rechten en erven in het nieuw samengesteld gezin, in heden en verleden’, waarop lezingen in drie talen werden gebracht. Deze studiedag ging uit van het Wetenschappelijk Comité Rechtsgeschiedenis van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Schone Kunsten (KVAB) en werd mee mogelijk gemaakt dankzij de vakgroep Interdisciplinaire studies van het recht (JURI-DILS) en de vakgroep Privaat- en economisch recht (PREC) van de Faculteit Recht en Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel (VUB). Dit colloquium herdacht de honderdste geboortedag van rechtshistoricus John Gilissen (1912), die aan de Vrije Universiteit Brussel politieke, institutionele en rechtsgeschiedenis doceerde. Zijn – nog steeds – gezaghebbende publicaties over tal van thema’s inzake historisch personen- en familierecht vormden een inspiratie voor het gekozen thema.
GPRC - Guaranteed Peer Reviewed Content
Prof. dr. Dave De ruysscher is lid van de vakgroep Interdisciplinaire studies van het recht (JURI-DILS) aan de Faculteit Recht en Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel.
Prof. dr. Elisabeth Alofs is lid van de vakgroep Privaat- en Economisch recht aan de Faculteit Recht en Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel.

75 jaar Criminologie aan de Universiteit Gent
De geschiedenis van de criminologie aan de Universiteit Gent begon officieel in 1938. In dat jaar werd het voorstel van decaan Nico Gunzburg en professor Jules Simon tot oprichting van een School voor Criminologie bekrachtigd bij Koninklijk Besluit. Nu, 75 jaar later, is de tijd rijp om een eerste keer terug te blikken.
In dit boek wordt onder andere het
leven en werk van enkele prominente figuren uit de
Gentse criminologische school (Nico Gunzburg, Paul
Ghysbrecht en Willy Calewaert) besproken, reflecteren
enkele binnenlandse en buitenlandse academici over
de criminologiebeoefening in Gent en worden mogelijke
scenario’s over de toekomst van onze discipline aan de
Gentse Universiteit tegen het licht gehouden.

75 jaar Criminologie aan de Universiteit Gent
De geschiedenis van de criminologie aan de Universiteit Gent begon officieel in 1938. In dat jaar werd het voorstel van decaan Nico Gunzburg en professor Jules Simon tot oprichting van een School voor Criminologie bekrachtigd bij Koninklijk Besluit. Nu, 75 jaar later, is de tijd rijp om een eerste keer terug te blikken.
In dit boek wordt onder andere het
leven en werk van enkele prominente figuren uit de
Gentse criminologische school (Nico Gunzburg, Paul
Ghysbrecht en Willy Calewaert) besproken, reflecteren
enkele binnenlandse en buitenlandse academici over
de criminologiebeoefening in Gent en worden mogelijke
scenario’s over de toekomst van onze discipline aan de
Gentse Universiteit tegen het licht gehouden.
Crime, violence, justice and social order. Monitoring contemporary security issues (GERN Research Paper Series, nr 1)
This book contains a selection of papers, which were presented and discussed at the first GERN Summer School for PhD students held in September 2012 at Ghent University, Belgium.
This collection of essays is the result of an intensive reflection and engagement between the authors and the editors. The essays in the book coalesce around four overarching themes: the use and meaning of violence; policing the informal economy and tackling social disorder; methodological issues in research on crime; and contemporary penal institutions. It is a rich compilation of new work by emerging European scholars in the field of ‘Crime, Violence, Justice and Social Order’.
With the inauguration of this new Research Paper Series, GERN intends to monitor and disseminate cutting-edge studies into European security issues, reflecting the result of doctoral research in the framework of the GERN. This series provides an excellent platform from which to survey key emergent topics in the field.
With
this new series the editors and authors are contributing to a better understanding
of contemporary questions, presenting recent research results and scientific
reflection, by devising new approaches and by re-evaluating the heritage of social
sciences in this domain. It implies a new openness with regard to other disciplines
and to the normative questions arising from the commission of crime and the formal
reaction to it by actors in the criminal justice system and beyond.
Crime, violence, justice and social order. Monitoring contemporary security issues (GERN Research Paper Series, nr 1)
This book contains a selection of papers, which were presented and discussed at the first GERN Summer School for PhD students held in September 2012 at Ghent University, Belgium.
This collection of essays is the result of an intensive reflection and engagement between the authors and the editors. The essays in the book coalesce around four overarching themes: the use and meaning of violence; policing the informal economy and tackling social disorder; methodological issues in research on crime; and contemporary penal institutions. It is a rich compilation of new work by emerging European scholars in the field of ‘Crime, Violence, Justice and Social Order’.
With the inauguration of this new Research Paper Series, GERN intends to monitor and disseminate cutting-edge studies into European security issues, reflecting the result of doctoral research in the framework of the GERN. This series provides an excellent platform from which to survey key emergent topics in the field.
With
this new series the editors and authors are contributing to a better understanding
of contemporary questions, presenting recent research results and scientific
reflection, by devising new approaches and by re-evaluating the heritage of social
sciences in this domain. It implies a new openness with regard to other disciplines
and to the normative questions arising from the commission of crime and the formal
reaction to it by actors in the criminal justice system and beyond.

