Kom op, verhaal! De verhalenmethode (De Veerman Bibliotheek, nr. 1)
€ 29,00
`Kom op, verhaal!'' is een methode om met kleuters, leerlingen van de lagere school of in familieverband verhalen te maken. In de versie voor de kleuters wordt er een verhaal gemaakt samen met de leerkracht of begeleider. Dat kan klassikaal of in kleine groepjes. In de lagere school werkt het als een gezelschapspel en kunnen leerlingen er in kleine groepjes zelfstandig mee aan de slag.
`Kom op, verhaal!'' is een unieke methode die aan de klassieke stelopdrachten vooraf gaat. Bovendien is het een bijzonder flexibele methode. De sterkte ervan is dat ze gemakkelijk aan thema''s of projecten kan worden aangepast. Het is een aanvulling op de bestaande methodes en handboeken en ontwikkelt bij kinderen creativiteit, (ontluikende) geletterdheid en sociale vaardigheden.
`Kom op, verhaal!'' leert kinderen verhalen verzinnen. Dat doen ze niet in het wilde weg. Stuurkaarten vertellen hen iets over de structuur van het verhaal en stimuleren hen om verder te den-ken. Verhaalkaarten helpen hen op weg, maar ook niet meer dan dat. Hun fantasie en hun gevoel voor literaire kwaliteit doen de rest. De methode bevat 10 verhalen voor de kleuters en zes verhalen voor de lagere school als startmateriaal. Daarna heeft u genoeg inspiratie om zelf verhaalkaarten te maken.
`Kom op, verhaal!'' is er dus voor de begeleider die creativiteit belangrijk vindt.
De Veerman is een kunsteducatieve organisatie met een brede kijk op de kunsten en educatie. Zij wil kinderen, jongeren en volwassenen op een actieve manier kennis laten maken met de kunsten. De Veerman is actief in het onderwijs, in het culturele veld en schuwt multiculturele groepen niet.
"De Veerman-bibliotheek" is een reeks publicaties over kunst-educatie in diverse contexten en achtergronden. De Veerman wil hiermee haar werk, onderzoek en expertise met anderen delen.
`Kom op, verhaal!'' is een unieke methode die aan de klassieke stelopdrachten vooraf gaat. Bovendien is het een bijzonder flexibele methode. De sterkte ervan is dat ze gemakkelijk aan thema''s of projecten kan worden aangepast. Het is een aanvulling op de bestaande methodes en handboeken en ontwikkelt bij kinderen creativiteit, (ontluikende) geletterdheid en sociale vaardigheden.
`Kom op, verhaal!'' leert kinderen verhalen verzinnen. Dat doen ze niet in het wilde weg. Stuurkaarten vertellen hen iets over de structuur van het verhaal en stimuleren hen om verder te den-ken. Verhaalkaarten helpen hen op weg, maar ook niet meer dan dat. Hun fantasie en hun gevoel voor literaire kwaliteit doen de rest. De methode bevat 10 verhalen voor de kleuters en zes verhalen voor de lagere school als startmateriaal. Daarna heeft u genoeg inspiratie om zelf verhaalkaarten te maken.
`Kom op, verhaal!'' is er dus voor de begeleider die creativiteit belangrijk vindt.
De Veerman is een kunsteducatieve organisatie met een brede kijk op de kunsten en educatie. Zij wil kinderen, jongeren en volwassenen op een actieve manier kennis laten maken met de kunsten. De Veerman is actief in het onderwijs, in het culturele veld en schuwt multiculturele groepen niet.
"De Veerman-bibliotheek" is een reeks publicaties over kunst-educatie in diverse contexten en achtergronden. De Veerman wil hiermee haar werk, onderzoek en expertise met anderen delen.
Kom op, verhaal! De verhalenmethode (De Veerman Bibliotheek, nr. 1)
€ 29,00
`Kom op, verhaal!'' is een methode om met kleuters, leerlingen van de lagere school of in familieverband verhalen te maken. In de versie voor de kleuters wordt er een verhaal gemaakt samen met de leerkracht of begeleider. Dat kan klassikaal of in kleine groepjes. In de lagere school werkt het als een gezelschapspel en kunnen leerlingen er in kleine groepjes zelfstandig mee aan de slag.
`Kom op, verhaal!'' is een unieke methode die aan de klassieke stelopdrachten vooraf gaat. Bovendien is het een bijzonder flexibele methode. De sterkte ervan is dat ze gemakkelijk aan thema''s of projecten kan worden aangepast. Het is een aanvulling op de bestaande methodes en handboeken en ontwikkelt bij kinderen creativiteit, (ontluikende) geletterdheid en sociale vaardigheden.
`Kom op, verhaal!'' leert kinderen verhalen verzinnen. Dat doen ze niet in het wilde weg. Stuurkaarten vertellen hen iets over de structuur van het verhaal en stimuleren hen om verder te den-ken. Verhaalkaarten helpen hen op weg, maar ook niet meer dan dat. Hun fantasie en hun gevoel voor literaire kwaliteit doen de rest. De methode bevat 10 verhalen voor de kleuters en zes verhalen voor de lagere school als startmateriaal. Daarna heeft u genoeg inspiratie om zelf verhaalkaarten te maken.
`Kom op, verhaal!'' is er dus voor de begeleider die creativiteit belangrijk vindt.
De Veerman is een kunsteducatieve organisatie met een brede kijk op de kunsten en educatie. Zij wil kinderen, jongeren en volwassenen op een actieve manier kennis laten maken met de kunsten. De Veerman is actief in het onderwijs, in het culturele veld en schuwt multiculturele groepen niet.
"De Veerman-bibliotheek" is een reeks publicaties over kunst-educatie in diverse contexten en achtergronden. De Veerman wil hiermee haar werk, onderzoek en expertise met anderen delen.
`Kom op, verhaal!'' is een unieke methode die aan de klassieke stelopdrachten vooraf gaat. Bovendien is het een bijzonder flexibele methode. De sterkte ervan is dat ze gemakkelijk aan thema''s of projecten kan worden aangepast. Het is een aanvulling op de bestaande methodes en handboeken en ontwikkelt bij kinderen creativiteit, (ontluikende) geletterdheid en sociale vaardigheden.
`Kom op, verhaal!'' leert kinderen verhalen verzinnen. Dat doen ze niet in het wilde weg. Stuurkaarten vertellen hen iets over de structuur van het verhaal en stimuleren hen om verder te den-ken. Verhaalkaarten helpen hen op weg, maar ook niet meer dan dat. Hun fantasie en hun gevoel voor literaire kwaliteit doen de rest. De methode bevat 10 verhalen voor de kleuters en zes verhalen voor de lagere school als startmateriaal. Daarna heeft u genoeg inspiratie om zelf verhaalkaarten te maken.
`Kom op, verhaal!'' is er dus voor de begeleider die creativiteit belangrijk vindt.
De Veerman is een kunsteducatieve organisatie met een brede kijk op de kunsten en educatie. Zij wil kinderen, jongeren en volwassenen op een actieve manier kennis laten maken met de kunsten. De Veerman is actief in het onderwijs, in het culturele veld en schuwt multiculturele groepen niet.
"De Veerman-bibliotheek" is een reeks publicaties over kunst-educatie in diverse contexten en achtergronden. De Veerman wil hiermee haar werk, onderzoek en expertise met anderen delen.
Denken over opvoeden. Inleiding in de pedagogiek
€ 20,60
Steeds weer denken mensen na over de opvoeding van kinderen. Het motief om over opvoeding
na te denken is niet een vrijblijvende verwondering. Opvoeden is een handelen dat verantwoord
moet worden. De praktijk van opvoeden is heel complex. Er bestaan dan ook pedagogische theorieën,
die elkaar vaak zelfs tegenspreken. Maar nadenken over opvoeding is niet zoeken naar de
enige ware pedagogische theorie, de bedoeling is wel de waarheid in elke theorie op het spoor te
komen. Op deze wijze kan de rijkdom van pedagogische ervaringen volledig tot haar recht komen.
De verschillende theorieën over opvoeding moeten dan ook in het gesprek worden betrokken.
Ook dat is geen vrijblijvende bezigheid. De auteur kiest positie en spreekt waarderingen uit.
Het eerste deel analyseert de verschillende veronderstellingen, concepten, vragen en ambities van
de diverse pedagogische theorieën. Het tweede deel vergelijkt en evalueert de verschillende opvattingen
over verantwoord gebruik van macht in de opvoeding. Het derde deel staat stil bij gezin
en onderwijs als pedagogische instituties. Elk hoofdstuk bevat twee luiken: een systematische behandeling
van het thema en beschouwingen die dieper ingaan op bepaalde deelproblematieken.
Het boek is vooral bedoeld als studieboek algemene pedagogiek of opvoedkunde in het hoger
onderwijs en voor zelfstudie.
Hans Van Crombrugge is docent en stafmedewerker aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen in Brussel.nd
Hans Van Crombrugge is docent en stafmedewerker aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen in Brussel.nd
Denken over opvoeden. Inleiding in de pedagogiek
€ 20,60
Steeds weer denken mensen na over de opvoeding van kinderen. Het motief om over opvoeding
na te denken is niet een vrijblijvende verwondering. Opvoeden is een handelen dat verantwoord
moet worden. De praktijk van opvoeden is heel complex. Er bestaan dan ook pedagogische theorieën,
die elkaar vaak zelfs tegenspreken. Maar nadenken over opvoeding is niet zoeken naar de
enige ware pedagogische theorie, de bedoeling is wel de waarheid in elke theorie op het spoor te
komen. Op deze wijze kan de rijkdom van pedagogische ervaringen volledig tot haar recht komen.
De verschillende theorieën over opvoeding moeten dan ook in het gesprek worden betrokken.
Ook dat is geen vrijblijvende bezigheid. De auteur kiest positie en spreekt waarderingen uit.
Het eerste deel analyseert de verschillende veronderstellingen, concepten, vragen en ambities van
de diverse pedagogische theorieën. Het tweede deel vergelijkt en evalueert de verschillende opvattingen
over verantwoord gebruik van macht in de opvoeding. Het derde deel staat stil bij gezin
en onderwijs als pedagogische instituties. Elk hoofdstuk bevat twee luiken: een systematische behandeling
van het thema en beschouwingen die dieper ingaan op bepaalde deelproblematieken.
Het boek is vooral bedoeld als studieboek algemene pedagogiek of opvoedkunde in het hoger
onderwijs en voor zelfstudie.
Hans Van Crombrugge is docent en stafmedewerker aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen in Brussel.nd
Hans Van Crombrugge is docent en stafmedewerker aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen in Brussel.nd
Navigeren in de sociale wereld (Fontys-OSO-Reeks, nr. 20)
€ 35,90
De diagnostiek van stoornissen in het autismespectrum krijgt steeds meer vorm. Maar wat kun je betekenen voor kinderen en volwassenen met een autismespectrumstoornissen als de diagnose is gesteld? Voor hen zijn de omringende sociale wereld en hun eigen emoties vaak ondoorgrondelijk. Velen voelen zich als van een andere planeet.
Een normale tot randnormale begaafdheid biedt aanknopingspunten om beter te leren functioneren in het alledaagse leven. In dit boek expliciteert de auteur op een cognitieve manier wat voor neurotypische mensen vanzelfsprekend is: gezichtsuitdrukkingen bij emoties, beurtwisselingen in gesprekken, hulp vragen en hulp aanbieden, met wie je wel privé-gevoelens deelt en met wie niet. Vanuit deze kennis leren kinderen en volwassenen stapje voor stapje, door reflectie en experimenteren, om zich meer op hun gemak te voelen in die vreemde wereld van de ‘gewone mensen’.
Het boek biedt een zorgvuldig opgebouwd leerplan met concrete oefeningen en aanwijzingen, zowel voor kinderen en volwassenen met autismespectrumstoornissen als voor hun ouders en begeleiders.
Jeanette L. McAfee was pediater in onder meer het Children’s Hospital in Oakland. Ze wijdt zich nu geheel aan de begeleiding van een dochter met Aspergersyndroom en specialiseert zich in autismespectrumstoornissen.
Een normale tot randnormale begaafdheid biedt aanknopingspunten om beter te leren functioneren in het alledaagse leven. In dit boek expliciteert de auteur op een cognitieve manier wat voor neurotypische mensen vanzelfsprekend is: gezichtsuitdrukkingen bij emoties, beurtwisselingen in gesprekken, hulp vragen en hulp aanbieden, met wie je wel privé-gevoelens deelt en met wie niet. Vanuit deze kennis leren kinderen en volwassenen stapje voor stapje, door reflectie en experimenteren, om zich meer op hun gemak te voelen in die vreemde wereld van de ‘gewone mensen’.
Het boek biedt een zorgvuldig opgebouwd leerplan met concrete oefeningen en aanwijzingen, zowel voor kinderen en volwassenen met autismespectrumstoornissen als voor hun ouders en begeleiders.
Jeanette L. McAfee was pediater in onder meer het Children’s Hospital in Oakland. Ze wijdt zich nu geheel aan de begeleiding van een dochter met Aspergersyndroom en specialiseert zich in autismespectrumstoornissen.
Navigeren in de sociale wereld (Fontys-OSO-Reeks, nr. 20)
€ 35,90
De diagnostiek van stoornissen in het autismespectrum krijgt steeds meer vorm. Maar wat kun je betekenen voor kinderen en volwassenen met een autismespectrumstoornissen als de diagnose is gesteld? Voor hen zijn de omringende sociale wereld en hun eigen emoties vaak ondoorgrondelijk. Velen voelen zich als van een andere planeet.
Een normale tot randnormale begaafdheid biedt aanknopingspunten om beter te leren functioneren in het alledaagse leven. In dit boek expliciteert de auteur op een cognitieve manier wat voor neurotypische mensen vanzelfsprekend is: gezichtsuitdrukkingen bij emoties, beurtwisselingen in gesprekken, hulp vragen en hulp aanbieden, met wie je wel privé-gevoelens deelt en met wie niet. Vanuit deze kennis leren kinderen en volwassenen stapje voor stapje, door reflectie en experimenteren, om zich meer op hun gemak te voelen in die vreemde wereld van de ‘gewone mensen’.
Het boek biedt een zorgvuldig opgebouwd leerplan met concrete oefeningen en aanwijzingen, zowel voor kinderen en volwassenen met autismespectrumstoornissen als voor hun ouders en begeleiders.
Jeanette L. McAfee was pediater in onder meer het Children’s Hospital in Oakland. Ze wijdt zich nu geheel aan de begeleiding van een dochter met Aspergersyndroom en specialiseert zich in autismespectrumstoornissen.
Een normale tot randnormale begaafdheid biedt aanknopingspunten om beter te leren functioneren in het alledaagse leven. In dit boek expliciteert de auteur op een cognitieve manier wat voor neurotypische mensen vanzelfsprekend is: gezichtsuitdrukkingen bij emoties, beurtwisselingen in gesprekken, hulp vragen en hulp aanbieden, met wie je wel privé-gevoelens deelt en met wie niet. Vanuit deze kennis leren kinderen en volwassenen stapje voor stapje, door reflectie en experimenteren, om zich meer op hun gemak te voelen in die vreemde wereld van de ‘gewone mensen’.
Het boek biedt een zorgvuldig opgebouwd leerplan met concrete oefeningen en aanwijzingen, zowel voor kinderen en volwassenen met autismespectrumstoornissen als voor hun ouders en begeleiders.
Jeanette L. McAfee was pediater in onder meer het Children’s Hospital in Oakland. Ze wijdt zich nu geheel aan de begeleiding van een dochter met Aspergersyndroom en specialiseert zich in autismespectrumstoornissen.
Behavioral finance. Motivatiepsychologie van de belegger
€ 34,90
Behavioral finance is de opwindende, nieuwe richting binnen de financiële economie. Inzichten uit de (cognitieve) psychologie verklaren het gedrag van beleggers. Deze ontwikkeling staat tegenover de hedendaagse financiële theorie die beleggers nog altijd voorstelt als hyperrationele wezens. Ze maken nooit fouten, zeker geen systematische, en ze lossen bovendien een probleem op door alle mogelijkheden te bekijken. Twee psychologen, Amos Tversky en Dany Kahneman, Nobelprijswinnaar economie, hebben onweerlegbaar aangetoond dat dit beeld volkomen verkeerd is.
Mensen maken wel degelijk fouten. Vaak zijn die fouten zo frappant dat moeilijk te geloven is dat ze door mensen van vlees en bloed zijn gemaakt. Opvallend is dat diezelfde mensen hun fouten nadien soms wel inzien, als de probleemstelling anders geformuleerd en ingekaderd wordt. Maar dat helpt niet altijd. Bij een gelijkaardig probleem dat ondoorzichtig is ingekaderd, trappen ze opnieuw in dezelfde val. Soms zijn de correcte antwoorden zo contra-intuïtief dat mensen moeite hebben om te geloven dat hun antwoord niet correct is. Vooral bij problemen met voorwaardelijke kansen is dit fenomeen sterk aanwezig.
Economisten kunnen met deze resultaten twee dingen doen. Ofwel doen ze alsof er niets aan de hand is met het beeld van de hyperrationele mensen ofwel proberen ze deze resultaten in te passen. Dit laatste is de bijzondere uitdaging van de behavioral finance.
Thierry Debels studeerde toegepaste economische wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen (UFSIA). Hij was adviseur bij ING België en wetenschappelijk medewerker bij de Money & Finance Research Group van de Vrije Universiteit Brussel. Hij is nu financieel adviseur en publicist. Vorig jaar verscheen van hem bij Garant: De belegger ont(k)leed.
Mensen maken wel degelijk fouten. Vaak zijn die fouten zo frappant dat moeilijk te geloven is dat ze door mensen van vlees en bloed zijn gemaakt. Opvallend is dat diezelfde mensen hun fouten nadien soms wel inzien, als de probleemstelling anders geformuleerd en ingekaderd wordt. Maar dat helpt niet altijd. Bij een gelijkaardig probleem dat ondoorzichtig is ingekaderd, trappen ze opnieuw in dezelfde val. Soms zijn de correcte antwoorden zo contra-intuïtief dat mensen moeite hebben om te geloven dat hun antwoord niet correct is. Vooral bij problemen met voorwaardelijke kansen is dit fenomeen sterk aanwezig.
Economisten kunnen met deze resultaten twee dingen doen. Ofwel doen ze alsof er niets aan de hand is met het beeld van de hyperrationele mensen ofwel proberen ze deze resultaten in te passen. Dit laatste is de bijzondere uitdaging van de behavioral finance.
Thierry Debels studeerde toegepaste economische wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen (UFSIA). Hij was adviseur bij ING België en wetenschappelijk medewerker bij de Money & Finance Research Group van de Vrije Universiteit Brussel. Hij is nu financieel adviseur en publicist. Vorig jaar verscheen van hem bij Garant: De belegger ont(k)leed.
Behavioral finance. Motivatiepsychologie van de belegger
€ 34,90
Behavioral finance is de opwindende, nieuwe richting binnen de financiële economie. Inzichten uit de (cognitieve) psychologie verklaren het gedrag van beleggers. Deze ontwikkeling staat tegenover de hedendaagse financiële theorie die beleggers nog altijd voorstelt als hyperrationele wezens. Ze maken nooit fouten, zeker geen systematische, en ze lossen bovendien een probleem op door alle mogelijkheden te bekijken. Twee psychologen, Amos Tversky en Dany Kahneman, Nobelprijswinnaar economie, hebben onweerlegbaar aangetoond dat dit beeld volkomen verkeerd is.
Mensen maken wel degelijk fouten. Vaak zijn die fouten zo frappant dat moeilijk te geloven is dat ze door mensen van vlees en bloed zijn gemaakt. Opvallend is dat diezelfde mensen hun fouten nadien soms wel inzien, als de probleemstelling anders geformuleerd en ingekaderd wordt. Maar dat helpt niet altijd. Bij een gelijkaardig probleem dat ondoorzichtig is ingekaderd, trappen ze opnieuw in dezelfde val. Soms zijn de correcte antwoorden zo contra-intuïtief dat mensen moeite hebben om te geloven dat hun antwoord niet correct is. Vooral bij problemen met voorwaardelijke kansen is dit fenomeen sterk aanwezig.
Economisten kunnen met deze resultaten twee dingen doen. Ofwel doen ze alsof er niets aan de hand is met het beeld van de hyperrationele mensen ofwel proberen ze deze resultaten in te passen. Dit laatste is de bijzondere uitdaging van de behavioral finance.
Thierry Debels studeerde toegepaste economische wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen (UFSIA). Hij was adviseur bij ING België en wetenschappelijk medewerker bij de Money & Finance Research Group van de Vrije Universiteit Brussel. Hij is nu financieel adviseur en publicist. Vorig jaar verscheen van hem bij Garant: De belegger ont(k)leed.
Mensen maken wel degelijk fouten. Vaak zijn die fouten zo frappant dat moeilijk te geloven is dat ze door mensen van vlees en bloed zijn gemaakt. Opvallend is dat diezelfde mensen hun fouten nadien soms wel inzien, als de probleemstelling anders geformuleerd en ingekaderd wordt. Maar dat helpt niet altijd. Bij een gelijkaardig probleem dat ondoorzichtig is ingekaderd, trappen ze opnieuw in dezelfde val. Soms zijn de correcte antwoorden zo contra-intuïtief dat mensen moeite hebben om te geloven dat hun antwoord niet correct is. Vooral bij problemen met voorwaardelijke kansen is dit fenomeen sterk aanwezig.
Economisten kunnen met deze resultaten twee dingen doen. Ofwel doen ze alsof er niets aan de hand is met het beeld van de hyperrationele mensen ofwel proberen ze deze resultaten in te passen. Dit laatste is de bijzondere uitdaging van de behavioral finance.
Thierry Debels studeerde toegepaste economische wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen (UFSIA). Hij was adviseur bij ING België en wetenschappelijk medewerker bij de Money & Finance Research Group van de Vrije Universiteit Brussel. Hij is nu financieel adviseur en publicist. Vorig jaar verscheen van hem bij Garant: De belegger ont(k)leed.
Protocol dyslexie hoger onderwijs (met dvd/cd-rom)
€ 49,50
Ook in het hoger onderwijs zitten heel wat studenten met dyslexie. Dit HO-protocol biedt inhoudelijke en procedurele handreikingen om maatwerkgerichte begeleiding en bij HO-instellingen passend beleid te ontwikkelen om de begeleiding van dyslectische studenten te optimaliseren. Dit biedt universiteiten, hogescholen en andere instellingen op hoger-onderwijsniveau de mogelijkheid om een eigen beleidsprotocol dyslexie op te stellen en te implementeren. De ontwikkelaars van dit protocol hebben dankbaar gebruik gemaakt van de praktijkgerichte suggesties van studenten en docenten.
Dit Protocol sluit aan bij eerder in opdracht van het Ministerie OCW ontwikkelde Protocollen Leesproblemen en Dyslexie voor het basisonderwijs en een Protocol Dyslexie voor het voortgezet onderwijs.
Het protocol is in eerste instantie geschreven voor studenten, docenten en studieloopbaanbegeleiders van HO-instellingen. Daarnaast is het bedoeld voor beleidsmakers op instellingsniveau, zoals onderwijscoördinatoren, en voor tweedelijnsbegeleiders, zoals studentendecanen en studentenpsychologen, voor bestuurders, inspectieleden en iedereen die met hoger onderwijs is begaan.
Bij het boek is een dvd, met 8 filmpjes, en een cd-rom, met documenten en powerpoints, ontwikkeld, die instellingen kunnen gebruiken bij de implementatie van dyslexiebegeleiding en dyslexiebeleid.
Ria Kleijnen en Marchien Loerts zijn verbonden aan het Opleidingscentrum voor Speciale Onderwijszorg van de Fontys-Hogescholen in Tilburg. Daarnaast is Ria Kleijnen ook werkzaam bij het Landelijk Expertisecentrum Nederlands in Nijmegen.
Dit Protocol sluit aan bij eerder in opdracht van het Ministerie OCW ontwikkelde Protocollen Leesproblemen en Dyslexie voor het basisonderwijs en een Protocol Dyslexie voor het voortgezet onderwijs.
Het protocol is in eerste instantie geschreven voor studenten, docenten en studieloopbaanbegeleiders van HO-instellingen. Daarnaast is het bedoeld voor beleidsmakers op instellingsniveau, zoals onderwijscoördinatoren, en voor tweedelijnsbegeleiders, zoals studentendecanen en studentenpsychologen, voor bestuurders, inspectieleden en iedereen die met hoger onderwijs is begaan.
Bij het boek is een dvd, met 8 filmpjes, en een cd-rom, met documenten en powerpoints, ontwikkeld, die instellingen kunnen gebruiken bij de implementatie van dyslexiebegeleiding en dyslexiebeleid.
Ria Kleijnen en Marchien Loerts zijn verbonden aan het Opleidingscentrum voor Speciale Onderwijszorg van de Fontys-Hogescholen in Tilburg. Daarnaast is Ria Kleijnen ook werkzaam bij het Landelijk Expertisecentrum Nederlands in Nijmegen.
Protocol dyslexie hoger onderwijs (met dvd/cd-rom)
€ 49,50
Ook in het hoger onderwijs zitten heel wat studenten met dyslexie. Dit HO-protocol biedt inhoudelijke en procedurele handreikingen om maatwerkgerichte begeleiding en bij HO-instellingen passend beleid te ontwikkelen om de begeleiding van dyslectische studenten te optimaliseren. Dit biedt universiteiten, hogescholen en andere instellingen op hoger-onderwijsniveau de mogelijkheid om een eigen beleidsprotocol dyslexie op te stellen en te implementeren. De ontwikkelaars van dit protocol hebben dankbaar gebruik gemaakt van de praktijkgerichte suggesties van studenten en docenten.
Dit Protocol sluit aan bij eerder in opdracht van het Ministerie OCW ontwikkelde Protocollen Leesproblemen en Dyslexie voor het basisonderwijs en een Protocol Dyslexie voor het voortgezet onderwijs.
Het protocol is in eerste instantie geschreven voor studenten, docenten en studieloopbaanbegeleiders van HO-instellingen. Daarnaast is het bedoeld voor beleidsmakers op instellingsniveau, zoals onderwijscoördinatoren, en voor tweedelijnsbegeleiders, zoals studentendecanen en studentenpsychologen, voor bestuurders, inspectieleden en iedereen die met hoger onderwijs is begaan.
Bij het boek is een dvd, met 8 filmpjes, en een cd-rom, met documenten en powerpoints, ontwikkeld, die instellingen kunnen gebruiken bij de implementatie van dyslexiebegeleiding en dyslexiebeleid.
Ria Kleijnen en Marchien Loerts zijn verbonden aan het Opleidingscentrum voor Speciale Onderwijszorg van de Fontys-Hogescholen in Tilburg. Daarnaast is Ria Kleijnen ook werkzaam bij het Landelijk Expertisecentrum Nederlands in Nijmegen.
Dit Protocol sluit aan bij eerder in opdracht van het Ministerie OCW ontwikkelde Protocollen Leesproblemen en Dyslexie voor het basisonderwijs en een Protocol Dyslexie voor het voortgezet onderwijs.
Het protocol is in eerste instantie geschreven voor studenten, docenten en studieloopbaanbegeleiders van HO-instellingen. Daarnaast is het bedoeld voor beleidsmakers op instellingsniveau, zoals onderwijscoördinatoren, en voor tweedelijnsbegeleiders, zoals studentendecanen en studentenpsychologen, voor bestuurders, inspectieleden en iedereen die met hoger onderwijs is begaan.
Bij het boek is een dvd, met 8 filmpjes, en een cd-rom, met documenten en powerpoints, ontwikkeld, die instellingen kunnen gebruiken bij de implementatie van dyslexiebegeleiding en dyslexiebeleid.
Ria Kleijnen en Marchien Loerts zijn verbonden aan het Opleidingscentrum voor Speciale Onderwijszorg van de Fontys-Hogescholen in Tilburg. Daarnaast is Ria Kleijnen ook werkzaam bij het Landelijk Expertisecentrum Nederlands in Nijmegen.
Het kleine ontmoeten. Over het sociale karakter van de stad
€ 29,00
Dit boek richt de spotlights op het kleine ontmoeten, het voorbijflitsende, de stad in zakformaat en de neveneffecten. De lezer wordt ondergedompeld in het alledaagse leven van stedelingen, de wereld van het winkelen en het leven op de tram. De microkosmos van het stadsleven met al zijn minuscule details krijgt voorrang op de grote beschouwingen over onze huidige samenleving. De ongrijpbare elementen halen het van de voorspelbare zaken in het menselijk gedrag.
In plaats van de diepgaande en duurzame relaties worden de kortstondige en vluchtige contacten tussen onbekende mensen bestudeerd. Het gaat hier over het kletsen met een onbekende over zijn hond, een praatje maken met een kassierster, even zuchten met andere wachtenden aan de halte als de tram op zich laat wachten... Dit kluwen van kortdurende relaties is niet zo banaal als we vaak denken. Dit chaotisch geheel van relaties is een permanent kabbelende stroom door de stad en vormt het sociale karakter ervan. De wetenschappelijke analyse van dit kleine ontmoeten is bovendien inspirerend voor een andere kijk op gemeenschap, conflicten, interventies en de publieke ruimte in de stad.
Ruth Soenen is onderzoeker aan het Onderzoekscentrum voor Interculturalisme, Migratie en Minderheden (IMMRC), Departement Sociale en Culturele Antropologie van de Katholieke Universiteit Leuven. Via etnografisch onderzoek exploreert zij alledaagse relaties in de stedelijke omgeving. Ze verrichtte onderzoek in volkswijken, scholen en collectieve ruimtes (winkels en openbaar vervoer) in de stad in het kader van het denken over diversiteit, leren, gemeenschap en publieke ruimte.
In plaats van de diepgaande en duurzame relaties worden de kortstondige en vluchtige contacten tussen onbekende mensen bestudeerd. Het gaat hier over het kletsen met een onbekende over zijn hond, een praatje maken met een kassierster, even zuchten met andere wachtenden aan de halte als de tram op zich laat wachten... Dit kluwen van kortdurende relaties is niet zo banaal als we vaak denken. Dit chaotisch geheel van relaties is een permanent kabbelende stroom door de stad en vormt het sociale karakter ervan. De wetenschappelijke analyse van dit kleine ontmoeten is bovendien inspirerend voor een andere kijk op gemeenschap, conflicten, interventies en de publieke ruimte in de stad.
Ruth Soenen is onderzoeker aan het Onderzoekscentrum voor Interculturalisme, Migratie en Minderheden (IMMRC), Departement Sociale en Culturele Antropologie van de Katholieke Universiteit Leuven. Via etnografisch onderzoek exploreert zij alledaagse relaties in de stedelijke omgeving. Ze verrichtte onderzoek in volkswijken, scholen en collectieve ruimtes (winkels en openbaar vervoer) in de stad in het kader van het denken over diversiteit, leren, gemeenschap en publieke ruimte.
Het kleine ontmoeten. Over het sociale karakter van de stad
€ 29,00
Dit boek richt de spotlights op het kleine ontmoeten, het voorbijflitsende, de stad in zakformaat en de neveneffecten. De lezer wordt ondergedompeld in het alledaagse leven van stedelingen, de wereld van het winkelen en het leven op de tram. De microkosmos van het stadsleven met al zijn minuscule details krijgt voorrang op de grote beschouwingen over onze huidige samenleving. De ongrijpbare elementen halen het van de voorspelbare zaken in het menselijk gedrag.
In plaats van de diepgaande en duurzame relaties worden de kortstondige en vluchtige contacten tussen onbekende mensen bestudeerd. Het gaat hier over het kletsen met een onbekende over zijn hond, een praatje maken met een kassierster, even zuchten met andere wachtenden aan de halte als de tram op zich laat wachten... Dit kluwen van kortdurende relaties is niet zo banaal als we vaak denken. Dit chaotisch geheel van relaties is een permanent kabbelende stroom door de stad en vormt het sociale karakter ervan. De wetenschappelijke analyse van dit kleine ontmoeten is bovendien inspirerend voor een andere kijk op gemeenschap, conflicten, interventies en de publieke ruimte in de stad.
Ruth Soenen is onderzoeker aan het Onderzoekscentrum voor Interculturalisme, Migratie en Minderheden (IMMRC), Departement Sociale en Culturele Antropologie van de Katholieke Universiteit Leuven. Via etnografisch onderzoek exploreert zij alledaagse relaties in de stedelijke omgeving. Ze verrichtte onderzoek in volkswijken, scholen en collectieve ruimtes (winkels en openbaar vervoer) in de stad in het kader van het denken over diversiteit, leren, gemeenschap en publieke ruimte.
In plaats van de diepgaande en duurzame relaties worden de kortstondige en vluchtige contacten tussen onbekende mensen bestudeerd. Het gaat hier over het kletsen met een onbekende over zijn hond, een praatje maken met een kassierster, even zuchten met andere wachtenden aan de halte als de tram op zich laat wachten... Dit kluwen van kortdurende relaties is niet zo banaal als we vaak denken. Dit chaotisch geheel van relaties is een permanent kabbelende stroom door de stad en vormt het sociale karakter ervan. De wetenschappelijke analyse van dit kleine ontmoeten is bovendien inspirerend voor een andere kijk op gemeenschap, conflicten, interventies en de publieke ruimte in de stad.
Ruth Soenen is onderzoeker aan het Onderzoekscentrum voor Interculturalisme, Migratie en Minderheden (IMMRC), Departement Sociale en Culturele Antropologie van de Katholieke Universiteit Leuven. Via etnografisch onderzoek exploreert zij alledaagse relaties in de stedelijke omgeving. Ze verrichtte onderzoek in volkswijken, scholen en collectieve ruimtes (winkels en openbaar vervoer) in de stad in het kader van het denken over diversiteit, leren, gemeenschap en publieke ruimte.
Het morele brein. Een geschiedenis over de plaats van de moraal in onze hersenen
€ 36,00
Vanaf het einde van de achttiende eeuw speculeren medische wetenschappers over het bestaan van een `moreel orgaan'' of een `ethisch centrum'' in het brein. Aangemoedigd door medische ontdekkingen, opmerkelijke klinische casussen of mentale aandoeningen en nieuwe technologieën hadden zelfs vooraanstaande neurowetenschappers, waaronder Paul Flechsig, Arthur Van Gehuchten en Oskar Vogt, de ambitie om moraliteit in het menselijk brein te lokaliseren. In hun publicaties leest men allerlei ernstige voorstellen. Niettemin was die hele onderneming ook onderwerp van spot. Critici vonden dit een frenologische droom die tot mislukken was gedoemd. Zij noemden die pogingen belachelijk, grotesk of tijdverlies. Het ganse project getuigde van wetenschappelijke onbekwaamheid.
Vandaag is het onderzoek naar het morele brein terug. Op dit ogenblik brengen specialisten wereldwijd met behulp van nieuwe beeldtechnieken hersenprocessen in kaart die ze verantwoordelijk achten voor het opwekken van morele gevoelens, het verwerven van sociale kennis of het totstandkomen van antisociaal gedrag. Momenteel weet niemand welke richting dit onderzoek uitgaat. Volgt er opnieuw een ontgoocheling of volgt er een echte doorbraak waardoor menselijke moraliteit in de toekomst een medisch manipuleerbaar verschijnsel wordt?
Dit boek brengt de geschiedenis van de zoektocht naar de plaats van de moraal tussen 1800 en 1930. Deze studie vertelt over hoe het oude geweten een moreel zintuig werd en plaatst de vaak verrassende lokalisaties van onze moraal in hun historische context. Dit boek handelt over de soms nauwe grens tussen wetenschap en sciencefiction in een project dat lang vergeten onderzoekers deed en eigentijdse nog steeds doet dromen.
Jan Verplaetse, moraalfilosoof en doctor-assistent bij de vakgroep Grondslagen en Geschiedenis van het Recht (Universiteit Gent). Hij leidt er de onderzoeksgroep The Moral Brain.
Vandaag is het onderzoek naar het morele brein terug. Op dit ogenblik brengen specialisten wereldwijd met behulp van nieuwe beeldtechnieken hersenprocessen in kaart die ze verantwoordelijk achten voor het opwekken van morele gevoelens, het verwerven van sociale kennis of het totstandkomen van antisociaal gedrag. Momenteel weet niemand welke richting dit onderzoek uitgaat. Volgt er opnieuw een ontgoocheling of volgt er een echte doorbraak waardoor menselijke moraliteit in de toekomst een medisch manipuleerbaar verschijnsel wordt?
Dit boek brengt de geschiedenis van de zoektocht naar de plaats van de moraal tussen 1800 en 1930. Deze studie vertelt over hoe het oude geweten een moreel zintuig werd en plaatst de vaak verrassende lokalisaties van onze moraal in hun historische context. Dit boek handelt over de soms nauwe grens tussen wetenschap en sciencefiction in een project dat lang vergeten onderzoekers deed en eigentijdse nog steeds doet dromen.
Jan Verplaetse, moraalfilosoof en doctor-assistent bij de vakgroep Grondslagen en Geschiedenis van het Recht (Universiteit Gent). Hij leidt er de onderzoeksgroep The Moral Brain.
Het morele brein. Een geschiedenis over de plaats van de moraal in onze hersenen
€ 36,00
Vanaf het einde van de achttiende eeuw speculeren medische wetenschappers over het bestaan van een `moreel orgaan'' of een `ethisch centrum'' in het brein. Aangemoedigd door medische ontdekkingen, opmerkelijke klinische casussen of mentale aandoeningen en nieuwe technologieën hadden zelfs vooraanstaande neurowetenschappers, waaronder Paul Flechsig, Arthur Van Gehuchten en Oskar Vogt, de ambitie om moraliteit in het menselijk brein te lokaliseren. In hun publicaties leest men allerlei ernstige voorstellen. Niettemin was die hele onderneming ook onderwerp van spot. Critici vonden dit een frenologische droom die tot mislukken was gedoemd. Zij noemden die pogingen belachelijk, grotesk of tijdverlies. Het ganse project getuigde van wetenschappelijke onbekwaamheid.
Vandaag is het onderzoek naar het morele brein terug. Op dit ogenblik brengen specialisten wereldwijd met behulp van nieuwe beeldtechnieken hersenprocessen in kaart die ze verantwoordelijk achten voor het opwekken van morele gevoelens, het verwerven van sociale kennis of het totstandkomen van antisociaal gedrag. Momenteel weet niemand welke richting dit onderzoek uitgaat. Volgt er opnieuw een ontgoocheling of volgt er een echte doorbraak waardoor menselijke moraliteit in de toekomst een medisch manipuleerbaar verschijnsel wordt?
Dit boek brengt de geschiedenis van de zoektocht naar de plaats van de moraal tussen 1800 en 1930. Deze studie vertelt over hoe het oude geweten een moreel zintuig werd en plaatst de vaak verrassende lokalisaties van onze moraal in hun historische context. Dit boek handelt over de soms nauwe grens tussen wetenschap en sciencefiction in een project dat lang vergeten onderzoekers deed en eigentijdse nog steeds doet dromen.
Jan Verplaetse, moraalfilosoof en doctor-assistent bij de vakgroep Grondslagen en Geschiedenis van het Recht (Universiteit Gent). Hij leidt er de onderzoeksgroep The Moral Brain.
Vandaag is het onderzoek naar het morele brein terug. Op dit ogenblik brengen specialisten wereldwijd met behulp van nieuwe beeldtechnieken hersenprocessen in kaart die ze verantwoordelijk achten voor het opwekken van morele gevoelens, het verwerven van sociale kennis of het totstandkomen van antisociaal gedrag. Momenteel weet niemand welke richting dit onderzoek uitgaat. Volgt er opnieuw een ontgoocheling of volgt er een echte doorbraak waardoor menselijke moraliteit in de toekomst een medisch manipuleerbaar verschijnsel wordt?
Dit boek brengt de geschiedenis van de zoektocht naar de plaats van de moraal tussen 1800 en 1930. Deze studie vertelt over hoe het oude geweten een moreel zintuig werd en plaatst de vaak verrassende lokalisaties van onze moraal in hun historische context. Dit boek handelt over de soms nauwe grens tussen wetenschap en sciencefiction in een project dat lang vergeten onderzoekers deed en eigentijdse nog steeds doet dromen.
Jan Verplaetse, moraalfilosoof en doctor-assistent bij de vakgroep Grondslagen en Geschiedenis van het Recht (Universiteit Gent). Hij leidt er de onderzoeksgroep The Moral Brain.
Integrale jeugdhulp. Een uitdaging voor de bijzondere jeugdzorg
€ 21,00
De centrale vraag van dit boek luidt: Hoe kan het hulpverleningsaanbod binnen voorzieningen voor bijzondere jeugdzorg zich versterken om maximaal tegemoet te komen aan de hulpvraag vanuit problematische opvoedingssituaties? Na een toelichting bij het wetgevende kader ontwikkelt de auteur een pedagogische visie van waaruit de doelgroep in de bijzondere jeugdzorg kan worden benaderd. Het is een theoretische reflectie die het orthopedagogisch handelen legitimeert. Vraaggericht werken staat hierbij centraal en de noodzaak om de problematische opvoedingssituatie als één geïntegreerd geheel te beschouwen. Deze visie wordt geconcretiseerd tot een orthopedagogisch verantwoord handelingsmodel.
Om op een methodisch verantwoorde manier dichter bij de hulpvraag van de jeugdigen en hun netwerk te komen, is een aangepast aanbod van voorzieningen nodig. Waaraan moeten deze voorzieningen voldoen om geïntegreerde en vraaggestuurde hulp mogelijk te maken? Zonder een aangepaste organisatie komt het hulpaanbod niet alleen niet tot zijn recht, maar wordt de kloof tussen vraag en aanbod nog groter. Het kernbegrip is de POS - Problematische 0pvoedingssituatie.
Het onderscheid met MOF Misdrijf Omschreven Feiten moet niet op de spits worden gedreven. Het gaat immers vooral over de problematische context waarin het kind groot wordt. Komt het aspect problematische opvoedingssituatie te veel op de achtergrond en worden de misdrijven heel expliciet, dan rijst de vraag of het domein van de orthopedagogische hulpverlening niet wordt verlaten. Integrale jeugdhulp heeft een dynamiek die een stimulans is om de concrete opvoedingspraktijk te optimaliseren.
Rudy Dobhelaere, orthopedagoog en gedragstherapeut, is directeur van Binnenstad, een begeleidingscentrum voor bijzondere jeugdzorg in Brugge. Hij is ook gastdocent aan de Vormingsleergang voor Sociaal en Pedagogisch Werk in Gent.
Om op een methodisch verantwoorde manier dichter bij de hulpvraag van de jeugdigen en hun netwerk te komen, is een aangepast aanbod van voorzieningen nodig. Waaraan moeten deze voorzieningen voldoen om geïntegreerde en vraaggestuurde hulp mogelijk te maken? Zonder een aangepaste organisatie komt het hulpaanbod niet alleen niet tot zijn recht, maar wordt de kloof tussen vraag en aanbod nog groter. Het kernbegrip is de POS - Problematische 0pvoedingssituatie.
Het onderscheid met MOF Misdrijf Omschreven Feiten moet niet op de spits worden gedreven. Het gaat immers vooral over de problematische context waarin het kind groot wordt. Komt het aspect problematische opvoedingssituatie te veel op de achtergrond en worden de misdrijven heel expliciet, dan rijst de vraag of het domein van de orthopedagogische hulpverlening niet wordt verlaten. Integrale jeugdhulp heeft een dynamiek die een stimulans is om de concrete opvoedingspraktijk te optimaliseren.
Rudy Dobhelaere, orthopedagoog en gedragstherapeut, is directeur van Binnenstad, een begeleidingscentrum voor bijzondere jeugdzorg in Brugge. Hij is ook gastdocent aan de Vormingsleergang voor Sociaal en Pedagogisch Werk in Gent.
Integrale jeugdhulp. Een uitdaging voor de bijzondere jeugdzorg
€ 21,00
De centrale vraag van dit boek luidt: Hoe kan het hulpverleningsaanbod binnen voorzieningen voor bijzondere jeugdzorg zich versterken om maximaal tegemoet te komen aan de hulpvraag vanuit problematische opvoedingssituaties? Na een toelichting bij het wetgevende kader ontwikkelt de auteur een pedagogische visie van waaruit de doelgroep in de bijzondere jeugdzorg kan worden benaderd. Het is een theoretische reflectie die het orthopedagogisch handelen legitimeert. Vraaggericht werken staat hierbij centraal en de noodzaak om de problematische opvoedingssituatie als één geïntegreerd geheel te beschouwen. Deze visie wordt geconcretiseerd tot een orthopedagogisch verantwoord handelingsmodel.
Om op een methodisch verantwoorde manier dichter bij de hulpvraag van de jeugdigen en hun netwerk te komen, is een aangepast aanbod van voorzieningen nodig. Waaraan moeten deze voorzieningen voldoen om geïntegreerde en vraaggestuurde hulp mogelijk te maken? Zonder een aangepaste organisatie komt het hulpaanbod niet alleen niet tot zijn recht, maar wordt de kloof tussen vraag en aanbod nog groter. Het kernbegrip is de POS - Problematische 0pvoedingssituatie.
Het onderscheid met MOF Misdrijf Omschreven Feiten moet niet op de spits worden gedreven. Het gaat immers vooral over de problematische context waarin het kind groot wordt. Komt het aspect problematische opvoedingssituatie te veel op de achtergrond en worden de misdrijven heel expliciet, dan rijst de vraag of het domein van de orthopedagogische hulpverlening niet wordt verlaten. Integrale jeugdhulp heeft een dynamiek die een stimulans is om de concrete opvoedingspraktijk te optimaliseren.
Rudy Dobhelaere, orthopedagoog en gedragstherapeut, is directeur van Binnenstad, een begeleidingscentrum voor bijzondere jeugdzorg in Brugge. Hij is ook gastdocent aan de Vormingsleergang voor Sociaal en Pedagogisch Werk in Gent.
Om op een methodisch verantwoorde manier dichter bij de hulpvraag van de jeugdigen en hun netwerk te komen, is een aangepast aanbod van voorzieningen nodig. Waaraan moeten deze voorzieningen voldoen om geïntegreerde en vraaggestuurde hulp mogelijk te maken? Zonder een aangepaste organisatie komt het hulpaanbod niet alleen niet tot zijn recht, maar wordt de kloof tussen vraag en aanbod nog groter. Het kernbegrip is de POS - Problematische 0pvoedingssituatie.
Het onderscheid met MOF Misdrijf Omschreven Feiten moet niet op de spits worden gedreven. Het gaat immers vooral over de problematische context waarin het kind groot wordt. Komt het aspect problematische opvoedingssituatie te veel op de achtergrond en worden de misdrijven heel expliciet, dan rijst de vraag of het domein van de orthopedagogische hulpverlening niet wordt verlaten. Integrale jeugdhulp heeft een dynamiek die een stimulans is om de concrete opvoedingspraktijk te optimaliseren.
Rudy Dobhelaere, orthopedagoog en gedragstherapeut, is directeur van Binnenstad, een begeleidingscentrum voor bijzondere jeugdzorg in Brugge. Hij is ook gastdocent aan de Vormingsleergang voor Sociaal en Pedagogisch Werk in Gent.
Afasie (z)onder woorden. Diagnostische en therapeutische ontwikkelingen
€ 31,00
Jaarlijks worden in België en Nederland samen meer dan 20.000 personen getroffen
door afasie als gevolg van een beroerte. Afasie houdt doorgaans niet alleen ernstige
communicatieve beperkingen in, ook de consequenties van deze aandoening op sociaal,
relationeel en affectief vlak zijn vaak zeer ingrijpend.
De sterke toename van het absoluut aantal gevallen van afasie door de vergrijzing van de bevolking heeft er de afgelopen jaren mee toe bijgedragen dat het wetenschappelijke onderzoek naar de behandeling van afasiesyndromen wereldwijd sterk is toegenomen.
Dit boek stelt een actuele stand van zaken voor het Nederlandse taalgebied beschikbaar. 14 bijdragen van vooraanstaande Belgische en Nederlandse auteurs bespreken deskundig de recentste ontwikkelingen op het vlak van afasiediagnostiek en afasietherapie. Naast bijdragen over de genese en historische evolutie van afasiologische en taaltherapeutische stromingen, biedt het boek een kritisch overzicht van recente ontwikkelingen binnen de afasiediagnostiek en de afasietherapie.
Het belang van methodologisch verantwoord onderzoek naar de doeltreffendheid van de afasietherapie, de noodzaak tot multidisciplinaire samenwerking in diagnostiek en behandeling en praktische informatie over nieuwe behandelingsvormen worden in het boek uitvoerig toegelicht. Niet alleen voor studenten in de neurologische spraaken taalstoornissen maar ook voor professionele therapieverstrekkers, diagnostici en neurowetenschappers brengt het boek de meest relevante ontwikkelingen binnen de afasiologie onder woorden.
Erik Robert is diensthoofd logopedie & afasiologie in het AZ Maria Middelares in Gent. Hij is binnen de dienst neurochirurgie van het AZ Sint Lucas in Gent verantwoordelijke voor het project ‘awake neurochirurgie’. Ook is hij coördinator van de postgraduaatsopleiding Neurologische Taal- en Spraakstoornissen van de Artevelde Hogeschool Gent.
Prof. dr. Peter Mariën is klinisch neurolinguïst binnen de dienst neurologie van ZNA AZ Middelheim in Antwerpen. Hij doceert neurolinguïstiek en psycholinguïstiek aan de faculteit Letteren en Wijsbegeerte van de Vrije Universiteit Brussel en de faculteit Geneeskunde van de Universiteit Gent.
De sterke toename van het absoluut aantal gevallen van afasie door de vergrijzing van de bevolking heeft er de afgelopen jaren mee toe bijgedragen dat het wetenschappelijke onderzoek naar de behandeling van afasiesyndromen wereldwijd sterk is toegenomen.
Dit boek stelt een actuele stand van zaken voor het Nederlandse taalgebied beschikbaar. 14 bijdragen van vooraanstaande Belgische en Nederlandse auteurs bespreken deskundig de recentste ontwikkelingen op het vlak van afasiediagnostiek en afasietherapie. Naast bijdragen over de genese en historische evolutie van afasiologische en taaltherapeutische stromingen, biedt het boek een kritisch overzicht van recente ontwikkelingen binnen de afasiediagnostiek en de afasietherapie.
Het belang van methodologisch verantwoord onderzoek naar de doeltreffendheid van de afasietherapie, de noodzaak tot multidisciplinaire samenwerking in diagnostiek en behandeling en praktische informatie over nieuwe behandelingsvormen worden in het boek uitvoerig toegelicht. Niet alleen voor studenten in de neurologische spraaken taalstoornissen maar ook voor professionele therapieverstrekkers, diagnostici en neurowetenschappers brengt het boek de meest relevante ontwikkelingen binnen de afasiologie onder woorden.
Erik Robert is diensthoofd logopedie & afasiologie in het AZ Maria Middelares in Gent. Hij is binnen de dienst neurochirurgie van het AZ Sint Lucas in Gent verantwoordelijke voor het project ‘awake neurochirurgie’. Ook is hij coördinator van de postgraduaatsopleiding Neurologische Taal- en Spraakstoornissen van de Artevelde Hogeschool Gent.
Prof. dr. Peter Mariën is klinisch neurolinguïst binnen de dienst neurologie van ZNA AZ Middelheim in Antwerpen. Hij doceert neurolinguïstiek en psycholinguïstiek aan de faculteit Letteren en Wijsbegeerte van de Vrije Universiteit Brussel en de faculteit Geneeskunde van de Universiteit Gent.
Afasie (z)onder woorden. Diagnostische en therapeutische ontwikkelingen
€ 31,00
Jaarlijks worden in België en Nederland samen meer dan 20.000 personen getroffen
door afasie als gevolg van een beroerte. Afasie houdt doorgaans niet alleen ernstige
communicatieve beperkingen in, ook de consequenties van deze aandoening op sociaal,
relationeel en affectief vlak zijn vaak zeer ingrijpend.
De sterke toename van het absoluut aantal gevallen van afasie door de vergrijzing van de bevolking heeft er de afgelopen jaren mee toe bijgedragen dat het wetenschappelijke onderzoek naar de behandeling van afasiesyndromen wereldwijd sterk is toegenomen.
Dit boek stelt een actuele stand van zaken voor het Nederlandse taalgebied beschikbaar. 14 bijdragen van vooraanstaande Belgische en Nederlandse auteurs bespreken deskundig de recentste ontwikkelingen op het vlak van afasiediagnostiek en afasietherapie. Naast bijdragen over de genese en historische evolutie van afasiologische en taaltherapeutische stromingen, biedt het boek een kritisch overzicht van recente ontwikkelingen binnen de afasiediagnostiek en de afasietherapie.
Het belang van methodologisch verantwoord onderzoek naar de doeltreffendheid van de afasietherapie, de noodzaak tot multidisciplinaire samenwerking in diagnostiek en behandeling en praktische informatie over nieuwe behandelingsvormen worden in het boek uitvoerig toegelicht. Niet alleen voor studenten in de neurologische spraaken taalstoornissen maar ook voor professionele therapieverstrekkers, diagnostici en neurowetenschappers brengt het boek de meest relevante ontwikkelingen binnen de afasiologie onder woorden.
Erik Robert is diensthoofd logopedie & afasiologie in het AZ Maria Middelares in Gent. Hij is binnen de dienst neurochirurgie van het AZ Sint Lucas in Gent verantwoordelijke voor het project ‘awake neurochirurgie’. Ook is hij coördinator van de postgraduaatsopleiding Neurologische Taal- en Spraakstoornissen van de Artevelde Hogeschool Gent.
Prof. dr. Peter Mariën is klinisch neurolinguïst binnen de dienst neurologie van ZNA AZ Middelheim in Antwerpen. Hij doceert neurolinguïstiek en psycholinguïstiek aan de faculteit Letteren en Wijsbegeerte van de Vrije Universiteit Brussel en de faculteit Geneeskunde van de Universiteit Gent.
De sterke toename van het absoluut aantal gevallen van afasie door de vergrijzing van de bevolking heeft er de afgelopen jaren mee toe bijgedragen dat het wetenschappelijke onderzoek naar de behandeling van afasiesyndromen wereldwijd sterk is toegenomen.
Dit boek stelt een actuele stand van zaken voor het Nederlandse taalgebied beschikbaar. 14 bijdragen van vooraanstaande Belgische en Nederlandse auteurs bespreken deskundig de recentste ontwikkelingen op het vlak van afasiediagnostiek en afasietherapie. Naast bijdragen over de genese en historische evolutie van afasiologische en taaltherapeutische stromingen, biedt het boek een kritisch overzicht van recente ontwikkelingen binnen de afasiediagnostiek en de afasietherapie.
Het belang van methodologisch verantwoord onderzoek naar de doeltreffendheid van de afasietherapie, de noodzaak tot multidisciplinaire samenwerking in diagnostiek en behandeling en praktische informatie over nieuwe behandelingsvormen worden in het boek uitvoerig toegelicht. Niet alleen voor studenten in de neurologische spraaken taalstoornissen maar ook voor professionele therapieverstrekkers, diagnostici en neurowetenschappers brengt het boek de meest relevante ontwikkelingen binnen de afasiologie onder woorden.
Erik Robert is diensthoofd logopedie & afasiologie in het AZ Maria Middelares in Gent. Hij is binnen de dienst neurochirurgie van het AZ Sint Lucas in Gent verantwoordelijke voor het project ‘awake neurochirurgie’. Ook is hij coördinator van de postgraduaatsopleiding Neurologische Taal- en Spraakstoornissen van de Artevelde Hogeschool Gent.
Prof. dr. Peter Mariën is klinisch neurolinguïst binnen de dienst neurologie van ZNA AZ Middelheim in Antwerpen. Hij doceert neurolinguïstiek en psycholinguïstiek aan de faculteit Letteren en Wijsbegeerte van de Vrije Universiteit Brussel en de faculteit Geneeskunde van de Universiteit Gent.
Ervaringsgericht onderwijs. Van oriëntatie tot implementatie (Reeks Fontys Educatief, nr. 1)
€ 17,40
Moeten basisschoolkinderen alle hoofdsteden kennen?
Misschien niet, misschien moeten ze vooral weten waar ze dit kunnen vinden.
Moeten kinderen feiten en jaartallen uit het hoofd kennen?
Misschien niet, maar het zou toch vreemd zijn als kinderen van twaalf jaar geen idee hebben waar en wanneer de tweede wereldoorlog zich afspeelde.
Onderwijs is niet simpelweg de overdracht van kennis, maar ook niet géén overdracht van kennis. Goed onderwijs begeeft zich in een spanningsveld van weten en (nog) niet weten, van overdragen en overlaten, van initiatief nemen en autonomie verlenen.
Ervaringsgericht onderwijs kreeg als eerste onderwijs-concept greep op deze processen. Het richt zich op een hoog welbevinden en een hoge betrokkenheid van alle actoren die actief zijn in deze onderwijsprocessen. Dit boek gaat over hoe ervaringsgericht onderwijs in elkaar zit, welk pedagogisch concept het verrekent en wat de plaats is van alle actoren binnen het onderwijsproces.
Marcel van Herpen is projectleider van het Expertisecentrum voor ErvaringsGericht Onderwijs in Nederland. Hij richtte de basisschool `Uilenspiegel' in Boekel -de eerste school voor ErvaringsGericht Onderwijs in Nederland-mee op, waar hij nog steeds werkzaam is. Hij werkt samen met het Centrum voor ErvaringsGericht Onderwijs van Ferre Laevers in Leuven en is mede-oprichter van het NIVOZ van Luc Stevens in Driebergen.
Misschien niet, misschien moeten ze vooral weten waar ze dit kunnen vinden.
Moeten kinderen feiten en jaartallen uit het hoofd kennen?
Misschien niet, maar het zou toch vreemd zijn als kinderen van twaalf jaar geen idee hebben waar en wanneer de tweede wereldoorlog zich afspeelde.
Onderwijs is niet simpelweg de overdracht van kennis, maar ook niet géén overdracht van kennis. Goed onderwijs begeeft zich in een spanningsveld van weten en (nog) niet weten, van overdragen en overlaten, van initiatief nemen en autonomie verlenen.
Ervaringsgericht onderwijs kreeg als eerste onderwijs-concept greep op deze processen. Het richt zich op een hoog welbevinden en een hoge betrokkenheid van alle actoren die actief zijn in deze onderwijsprocessen. Dit boek gaat over hoe ervaringsgericht onderwijs in elkaar zit, welk pedagogisch concept het verrekent en wat de plaats is van alle actoren binnen het onderwijsproces.
Marcel van Herpen is projectleider van het Expertisecentrum voor ErvaringsGericht Onderwijs in Nederland. Hij richtte de basisschool `Uilenspiegel' in Boekel -de eerste school voor ErvaringsGericht Onderwijs in Nederland-mee op, waar hij nog steeds werkzaam is. Hij werkt samen met het Centrum voor ErvaringsGericht Onderwijs van Ferre Laevers in Leuven en is mede-oprichter van het NIVOZ van Luc Stevens in Driebergen.
Ervaringsgericht onderwijs. Van oriëntatie tot implementatie (Reeks Fontys Educatief, nr. 1)
€ 17,40
Moeten basisschoolkinderen alle hoofdsteden kennen?
Misschien niet, misschien moeten ze vooral weten waar ze dit kunnen vinden.
Moeten kinderen feiten en jaartallen uit het hoofd kennen?
Misschien niet, maar het zou toch vreemd zijn als kinderen van twaalf jaar geen idee hebben waar en wanneer de tweede wereldoorlog zich afspeelde.
Onderwijs is niet simpelweg de overdracht van kennis, maar ook niet géén overdracht van kennis. Goed onderwijs begeeft zich in een spanningsveld van weten en (nog) niet weten, van overdragen en overlaten, van initiatief nemen en autonomie verlenen.
Ervaringsgericht onderwijs kreeg als eerste onderwijs-concept greep op deze processen. Het richt zich op een hoog welbevinden en een hoge betrokkenheid van alle actoren die actief zijn in deze onderwijsprocessen. Dit boek gaat over hoe ervaringsgericht onderwijs in elkaar zit, welk pedagogisch concept het verrekent en wat de plaats is van alle actoren binnen het onderwijsproces.
Marcel van Herpen is projectleider van het Expertisecentrum voor ErvaringsGericht Onderwijs in Nederland. Hij richtte de basisschool `Uilenspiegel' in Boekel -de eerste school voor ErvaringsGericht Onderwijs in Nederland-mee op, waar hij nog steeds werkzaam is. Hij werkt samen met het Centrum voor ErvaringsGericht Onderwijs van Ferre Laevers in Leuven en is mede-oprichter van het NIVOZ van Luc Stevens in Driebergen.
Misschien niet, misschien moeten ze vooral weten waar ze dit kunnen vinden.
Moeten kinderen feiten en jaartallen uit het hoofd kennen?
Misschien niet, maar het zou toch vreemd zijn als kinderen van twaalf jaar geen idee hebben waar en wanneer de tweede wereldoorlog zich afspeelde.
Onderwijs is niet simpelweg de overdracht van kennis, maar ook niet géén overdracht van kennis. Goed onderwijs begeeft zich in een spanningsveld van weten en (nog) niet weten, van overdragen en overlaten, van initiatief nemen en autonomie verlenen.
Ervaringsgericht onderwijs kreeg als eerste onderwijs-concept greep op deze processen. Het richt zich op een hoog welbevinden en een hoge betrokkenheid van alle actoren die actief zijn in deze onderwijsprocessen. Dit boek gaat over hoe ervaringsgericht onderwijs in elkaar zit, welk pedagogisch concept het verrekent en wat de plaats is van alle actoren binnen het onderwijsproces.
Marcel van Herpen is projectleider van het Expertisecentrum voor ErvaringsGericht Onderwijs in Nederland. Hij richtte de basisschool `Uilenspiegel' in Boekel -de eerste school voor ErvaringsGericht Onderwijs in Nederland-mee op, waar hij nog steeds werkzaam is. Hij werkt samen met het Centrum voor ErvaringsGericht Onderwijs van Ferre Laevers in Leuven en is mede-oprichter van het NIVOZ van Luc Stevens in Driebergen.
Internationale economische organisaties
€ 28,40
De studie van internationale organisaties kan vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines gebeuren. Elk van deze disciplines belicht dan specifieke karakteristieken of elementen van internationale organisaties. Het probleem van een dergelijke benadering is dat bepaalde elementen uit het oog worden verloren, omdat de communicatie tussen de disciplines veelal beperkt is.
In dit boek wordt een poging ondernomen ten dele aan dit probleem te verhelpen. Een economist en een politicoloog hebben elk vanuit hun invalshoek en in onderlinge communicatie verschillende internationale organisaties vanuit hun institutionele, hun economische en hun politieke dimensies benaderd. Op die manier hopen zij dat een vollediger en kleurrijker beeld van deze organisaties wordt bekomen dan was mogelijk geweest indien zij apart en los van elkaar vanuit de economische of de politieke wetenschap waren geanalyseerd.
Ludo Cuyvers is gewoon hoogleraar aan de Faculteit Toegepaste Economische Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen, waar hij tevens voorzitter is van de Vakgroep Internationale Economie, Internationaal Management en Diplomatie.
Bart Kerremans is hoogleraar Politicologie aan de Faculteit Sociale Wetenschappen van de KU Leuven.
In dit boek wordt een poging ondernomen ten dele aan dit probleem te verhelpen. Een economist en een politicoloog hebben elk vanuit hun invalshoek en in onderlinge communicatie verschillende internationale organisaties vanuit hun institutionele, hun economische en hun politieke dimensies benaderd. Op die manier hopen zij dat een vollediger en kleurrijker beeld van deze organisaties wordt bekomen dan was mogelijk geweest indien zij apart en los van elkaar vanuit de economische of de politieke wetenschap waren geanalyseerd.
Ludo Cuyvers is gewoon hoogleraar aan de Faculteit Toegepaste Economische Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen, waar hij tevens voorzitter is van de Vakgroep Internationale Economie, Internationaal Management en Diplomatie.
Bart Kerremans is hoogleraar Politicologie aan de Faculteit Sociale Wetenschappen van de KU Leuven.
Internationale economische organisaties
€ 28,40
De studie van internationale organisaties kan vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines gebeuren. Elk van deze disciplines belicht dan specifieke karakteristieken of elementen van internationale organisaties. Het probleem van een dergelijke benadering is dat bepaalde elementen uit het oog worden verloren, omdat de communicatie tussen de disciplines veelal beperkt is.
In dit boek wordt een poging ondernomen ten dele aan dit probleem te verhelpen. Een economist en een politicoloog hebben elk vanuit hun invalshoek en in onderlinge communicatie verschillende internationale organisaties vanuit hun institutionele, hun economische en hun politieke dimensies benaderd. Op die manier hopen zij dat een vollediger en kleurrijker beeld van deze organisaties wordt bekomen dan was mogelijk geweest indien zij apart en los van elkaar vanuit de economische of de politieke wetenschap waren geanalyseerd.
Ludo Cuyvers is gewoon hoogleraar aan de Faculteit Toegepaste Economische Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen, waar hij tevens voorzitter is van de Vakgroep Internationale Economie, Internationaal Management en Diplomatie.
Bart Kerremans is hoogleraar Politicologie aan de Faculteit Sociale Wetenschappen van de KU Leuven.
In dit boek wordt een poging ondernomen ten dele aan dit probleem te verhelpen. Een economist en een politicoloog hebben elk vanuit hun invalshoek en in onderlinge communicatie verschillende internationale organisaties vanuit hun institutionele, hun economische en hun politieke dimensies benaderd. Op die manier hopen zij dat een vollediger en kleurrijker beeld van deze organisaties wordt bekomen dan was mogelijk geweest indien zij apart en los van elkaar vanuit de economische of de politieke wetenschap waren geanalyseerd.
Ludo Cuyvers is gewoon hoogleraar aan de Faculteit Toegepaste Economische Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen, waar hij tevens voorzitter is van de Vakgroep Internationale Economie, Internationaal Management en Diplomatie.
Bart Kerremans is hoogleraar Politicologie aan de Faculteit Sociale Wetenschappen van de KU Leuven.
Positief opvoeden. Inclusief de ontwikkeling van baby tot adolescent
€ 13,90
Positief opvoeden biedt zowel ouders, leerkrachten als opvoeders een ideaal concept. Het boek is opgevat als een combinatie van praktische opvoedingstips met een overzicht van de ontwikkelingsfase van baby tot en met adolescent.
Kinderen maken het meest kans om uit te groeien tot gelukkige, weerbare en sociale volwassenen indien de omgeving hun vertrouwen schenkt en binnen een welbepaald kader investeert in hun mogelijkheden. Dit boek is dus een positief verhaal, zonder naïf te zijn.
Het ontwikkelingsoverzicht gidst de lezer langs het fascinerende traject dat een kind aflegt om te evolueren van baby tot jongvolwassene. Elke leeftijdsfase gaat gepaard met uitdagingen en groeikansen. Aan het eind van elke fase geeft de auteur waardevolle tips mee.
Joost Devolder werkt sinds 1982 als pschychopedagogisch begeleider in de West-Vlaamse Pleeggezinnendienst Roeselare. Deze organisatie zoekt en begeleidt gezinnen die tijdelijk andere ouders helpen bij de opvoeding van hun kinderen..
Dit werk maakt deel uit van een aanpak waarvoor de auteur in 2004 van zijn organisatie de eerste Oswaldprijs ontving uit de handen van de Belgische prinses Mathilde.
Kinderen maken het meest kans om uit te groeien tot gelukkige, weerbare en sociale volwassenen indien de omgeving hun vertrouwen schenkt en binnen een welbepaald kader investeert in hun mogelijkheden. Dit boek is dus een positief verhaal, zonder naïf te zijn.
Het ontwikkelingsoverzicht gidst de lezer langs het fascinerende traject dat een kind aflegt om te evolueren van baby tot jongvolwassene. Elke leeftijdsfase gaat gepaard met uitdagingen en groeikansen. Aan het eind van elke fase geeft de auteur waardevolle tips mee.
Joost Devolder werkt sinds 1982 als pschychopedagogisch begeleider in de West-Vlaamse Pleeggezinnendienst Roeselare. Deze organisatie zoekt en begeleidt gezinnen die tijdelijk andere ouders helpen bij de opvoeding van hun kinderen..
Dit werk maakt deel uit van een aanpak waarvoor de auteur in 2004 van zijn organisatie de eerste Oswaldprijs ontving uit de handen van de Belgische prinses Mathilde.
Positief opvoeden. Inclusief de ontwikkeling van baby tot adolescent
€ 13,90
Positief opvoeden biedt zowel ouders, leerkrachten als opvoeders een ideaal concept. Het boek is opgevat als een combinatie van praktische opvoedingstips met een overzicht van de ontwikkelingsfase van baby tot en met adolescent.
Kinderen maken het meest kans om uit te groeien tot gelukkige, weerbare en sociale volwassenen indien de omgeving hun vertrouwen schenkt en binnen een welbepaald kader investeert in hun mogelijkheden. Dit boek is dus een positief verhaal, zonder naïf te zijn.
Het ontwikkelingsoverzicht gidst de lezer langs het fascinerende traject dat een kind aflegt om te evolueren van baby tot jongvolwassene. Elke leeftijdsfase gaat gepaard met uitdagingen en groeikansen. Aan het eind van elke fase geeft de auteur waardevolle tips mee.
Joost Devolder werkt sinds 1982 als pschychopedagogisch begeleider in de West-Vlaamse Pleeggezinnendienst Roeselare. Deze organisatie zoekt en begeleidt gezinnen die tijdelijk andere ouders helpen bij de opvoeding van hun kinderen..
Dit werk maakt deel uit van een aanpak waarvoor de auteur in 2004 van zijn organisatie de eerste Oswaldprijs ontving uit de handen van de Belgische prinses Mathilde.
Kinderen maken het meest kans om uit te groeien tot gelukkige, weerbare en sociale volwassenen indien de omgeving hun vertrouwen schenkt en binnen een welbepaald kader investeert in hun mogelijkheden. Dit boek is dus een positief verhaal, zonder naïf te zijn.
Het ontwikkelingsoverzicht gidst de lezer langs het fascinerende traject dat een kind aflegt om te evolueren van baby tot jongvolwassene. Elke leeftijdsfase gaat gepaard met uitdagingen en groeikansen. Aan het eind van elke fase geeft de auteur waardevolle tips mee.
Joost Devolder werkt sinds 1982 als pschychopedagogisch begeleider in de West-Vlaamse Pleeggezinnendienst Roeselare. Deze organisatie zoekt en begeleidt gezinnen die tijdelijk andere ouders helpen bij de opvoeding van hun kinderen..
Dit werk maakt deel uit van een aanpak waarvoor de auteur in 2004 van zijn organisatie de eerste Oswaldprijs ontving uit de handen van de Belgische prinses Mathilde.


