Filter
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De ronde stad. Communicatie in de Stad van Axen

 17,80
Hoe komt het toch dat je met sommige mensen altijd in dezelfde discussies belandt? Waarom heb je het gevoel dat bepaalde mensen je steeds aanvallen en jij voortdurend in de verdediging schiet? Heb je ook de afspraak met jezelf gemaakt om je niks aan te trekken van nare opmerkingen, maar blijkt de praktijk toch lastiger dan de theorie? En wat moet je met die vriend of vriendin die altijd maar voor je klaarstaat, tot vervelens toe?

Over deze en talrijke andere lastige situaties tussen mensen gaat De Ronde Stad van Lilan Coenen en Maartje ter Horst van Delden, psycholoog, trainer en coach. Sinds 2006 werken zij samen en zij maken daarbij veel gebruik van de methodiek van de Stad van Axen. In dit boek nemen ze je mee op een tocht door de oude stad, met haar pleinen, straten en wijken. Je ontdekt dat de pleinkant rustig en vredig kan zijn terwijl de walkant de donkere randen van de Stad laat zien. Je leert de wijken en de bijbehorende axendieren kennen, waarbij elk axendier zijn eigen kracht bezit.

In dit boek leer je de gedragsmodellen van de stad kennen. Verschillende communicatiestijlen worden uitgewerkt. Elke stijl, elk axendier communiceert op zijn eigen manier. Je leert ook om het plein over te steken naar een andere wijk en naar een andere communicatiestijl. Hierdoor breng je zelf verandering in de siutatie en klim je uit de vicieuze cirkel. Je kunt kiezen voor een effectieve omgangswijze en sturing geven aan de communicatie door meer de eigenschappen van de verschillende stadswijken te gebruiken, ook al zijn die misschien heel anders dan je gewend bent.

De Ronde Stad vertelt je de theorie, ondersteund door praktijkvoorbeelden. Het tweede gedeelte is het echte werkboek waarmee je als begeleider of leidinggevende direct aan de slag kunt.

Lilian Coenen is zelfstandig pyscholoog, trainer en coach in Soest.
Maartje ter horst van Delden is zelfstandig communicatietrainer en -coach in Amersfoort.

"Het boek is toegankelijk geschreven met mooie, speelse illustraties. Dankzij het narratieve karakter en de vele metaforen pakt het boek mij van begin tot eind."
Tijdschrift voor vaktherapie (jrg. 9, nr. 1, blz. 36)

Geen voorraad
Quick View

De ronde stad. Communicatie in de Stad van Axen

 17,80
Hoe komt het toch dat je met sommige mensen altijd in dezelfde discussies belandt? Waarom heb je het gevoel dat bepaalde mensen je steeds aanvallen en jij voortdurend in de verdediging schiet? Heb je ook de afspraak met jezelf gemaakt om je niks aan te trekken van nare opmerkingen, maar blijkt de praktijk toch lastiger dan de theorie? En wat moet je met die vriend of vriendin die altijd maar voor je klaarstaat, tot vervelens toe?

Over deze en talrijke andere lastige situaties tussen mensen gaat De Ronde Stad van Lilan Coenen en Maartje ter Horst van Delden, psycholoog, trainer en coach. Sinds 2006 werken zij samen en zij maken daarbij veel gebruik van de methodiek van de Stad van Axen. In dit boek nemen ze je mee op een tocht door de oude stad, met haar pleinen, straten en wijken. Je ontdekt dat de pleinkant rustig en vredig kan zijn terwijl de walkant de donkere randen van de Stad laat zien. Je leert de wijken en de bijbehorende axendieren kennen, waarbij elk axendier zijn eigen kracht bezit.

In dit boek leer je de gedragsmodellen van de stad kennen. Verschillende communicatiestijlen worden uitgewerkt. Elke stijl, elk axendier communiceert op zijn eigen manier. Je leert ook om het plein over te steken naar een andere wijk en naar een andere communicatiestijl. Hierdoor breng je zelf verandering in de siutatie en klim je uit de vicieuze cirkel. Je kunt kiezen voor een effectieve omgangswijze en sturing geven aan de communicatie door meer de eigenschappen van de verschillende stadswijken te gebruiken, ook al zijn die misschien heel anders dan je gewend bent.

De Ronde Stad vertelt je de theorie, ondersteund door praktijkvoorbeelden. Het tweede gedeelte is het echte werkboek waarmee je als begeleider of leidinggevende direct aan de slag kunt.

Lilian Coenen is zelfstandig pyscholoog, trainer en coach in Soest.
Maartje ter horst van Delden is zelfstandig communicatietrainer en -coach in Amersfoort.

"Het boek is toegankelijk geschreven met mooie, speelse illustraties. Dankzij het narratieve karakter en de vele metaforen pakt het boek mij van begin tot eind."
Tijdschrift voor vaktherapie (jrg. 9, nr. 1, blz. 36)

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Plannen voor mensen. Handboek sociaal-ruimtelijke planning

 21,60

Sinds het begin van het nieuwe millennium is stadsontwikkeling steeds vaker synoniem voor stedenbouw. Daarmee stijgen de verwachtingen van stedenbouw. Van de grote bouwwerven in onze steden wordt nu ook steevast een belangrijke maatschappelijke meerwaarde geëist. Deze publicatie gaat in op de praktische en procedurele uitdagingen die hiermee gepaard gaan.

Als eerste Nederlandstalige handboek voor ‘sociaal-ruimtelijke planning’ wil dit boek architecten en stedenbouwkundigen wapenen voor de nieuwe sociale opdracht die ze krijgen. Tegelijk richt dit boek zich tot professionals actief in de ‘sociale sector’: opbouwwerkers, buurtwerkers, jeugdwerkers, buurtregisseurs, integrale veiligheidscoördinatoren... De auteurs gaan er vanuit dat de stedenbouw van de toekomst nog sterker interdisciplinair zal worden. Willen stedenbouwkundige projecten een maatschappelijke meerwaarde realiseren, dan zal de samenwerking met sociale professionals moeten worden versterkt. Met dit boek willen de auteurs beide groepen helpen om samen te werken, om zo meer te halen uit stedenbouwkundige projecten: stenen, maar voor mensen.

De tekst biedt een overzicht van de meest actuele wetenschappelijke kennis over de interactie tussen bebouwde omgeving en sociale praktijken en processen als ontmoeten, veiligheid, sociale cohesie. Op basis van een langlopende samenwerking met de cel sociale planning van de Stad Antwerpen werd bovendien een methodiek ontwikkeld voor sociaal-ruimtelijke planning. Aan de hand van concrete praktijkvoorbeelden wordt uitgelegd hoe op verschillende momenten van het ruimtelijk planningsproces de samenwerking tussen sociale en stedenbouwkundige professionals kan worden verbeterd en hoe de kennis van sociale professionals gevaloriseerd kan worden in betere, meer sociale stedenbouwkundige projecten.

Inhoudsopgave



Maarten Loopmans is doctor in de Sociale Geografie en docent aan de afdeling Geografie van de Katholieke Universiteit Leuven. Hij doceert tevens bij de master Architectuur aan dezelfde universiteit en bij STeR*, Afdeling Stedenbouw en Ruimtelijke Planning van de Erasmus Hogeschool Brussel. Hij doet onderzoek naar stadsontwikkeling, stadsvernieuwing, stedelijk beleid en de impact van de bebouwde ruimte op sociale processen.

Els Leclercq is afgestudeerd als architect-stedenbouwkundige aan de TU Delft. Momenteel doctoreert ze bij onderzoeksgroep Cosmopolis aan de Vrije Universiteit Brussel en vakgroep Ontwerp en Politiek aan de TU Delft. Hiernaast werkt ze als freelance stedenbouwkundige op projecten die variëren van grootschalige herwaardering- en onderzoeksprojecten tot aan inrichting van het publieke domein.

Caroline Newton is architect-stedenbouwkundige en politicologe en behaalde haar doctoraat in de sociale geografie aan de K.U. Leuven. Ze is verbonden aan de Hogeschool W&K, departement Sint-Lucas, doceert er binnen de opleidingen architectuur en stedenbouw en doet onderzoek op het raakvlak tussen architectuur, stedenbouw en politiek, zowel in het Westen als in het Zuiden.

Quick View

Plannen voor mensen. Handboek sociaal-ruimtelijke planning

 21,60

Sinds het begin van het nieuwe millennium is stadsontwikkeling steeds vaker synoniem voor stedenbouw. Daarmee stijgen de verwachtingen van stedenbouw. Van de grote bouwwerven in onze steden wordt nu ook steevast een belangrijke maatschappelijke meerwaarde geëist. Deze publicatie gaat in op de praktische en procedurele uitdagingen die hiermee gepaard gaan.

Als eerste Nederlandstalige handboek voor ‘sociaal-ruimtelijke planning’ wil dit boek architecten en stedenbouwkundigen wapenen voor de nieuwe sociale opdracht die ze krijgen. Tegelijk richt dit boek zich tot professionals actief in de ‘sociale sector’: opbouwwerkers, buurtwerkers, jeugdwerkers, buurtregisseurs, integrale veiligheidscoördinatoren... De auteurs gaan er vanuit dat de stedenbouw van de toekomst nog sterker interdisciplinair zal worden. Willen stedenbouwkundige projecten een maatschappelijke meerwaarde realiseren, dan zal de samenwerking met sociale professionals moeten worden versterkt. Met dit boek willen de auteurs beide groepen helpen om samen te werken, om zo meer te halen uit stedenbouwkundige projecten: stenen, maar voor mensen.

De tekst biedt een overzicht van de meest actuele wetenschappelijke kennis over de interactie tussen bebouwde omgeving en sociale praktijken en processen als ontmoeten, veiligheid, sociale cohesie. Op basis van een langlopende samenwerking met de cel sociale planning van de Stad Antwerpen werd bovendien een methodiek ontwikkeld voor sociaal-ruimtelijke planning. Aan de hand van concrete praktijkvoorbeelden wordt uitgelegd hoe op verschillende momenten van het ruimtelijk planningsproces de samenwerking tussen sociale en stedenbouwkundige professionals kan worden verbeterd en hoe de kennis van sociale professionals gevaloriseerd kan worden in betere, meer sociale stedenbouwkundige projecten.

Inhoudsopgave



Maarten Loopmans is doctor in de Sociale Geografie en docent aan de afdeling Geografie van de Katholieke Universiteit Leuven. Hij doceert tevens bij de master Architectuur aan dezelfde universiteit en bij STeR*, Afdeling Stedenbouw en Ruimtelijke Planning van de Erasmus Hogeschool Brussel. Hij doet onderzoek naar stadsontwikkeling, stadsvernieuwing, stedelijk beleid en de impact van de bebouwde ruimte op sociale processen.

Els Leclercq is afgestudeerd als architect-stedenbouwkundige aan de TU Delft. Momenteel doctoreert ze bij onderzoeksgroep Cosmopolis aan de Vrije Universiteit Brussel en vakgroep Ontwerp en Politiek aan de TU Delft. Hiernaast werkt ze als freelance stedenbouwkundige op projecten die variëren van grootschalige herwaardering- en onderzoeksprojecten tot aan inrichting van het publieke domein.

Caroline Newton is architect-stedenbouwkundige en politicologe en behaalde haar doctoraat in de sociale geografie aan de K.U. Leuven. Ze is verbonden aan de Hogeschool W&K, departement Sint-Lucas, doceert er binnen de opleidingen architectuur en stedenbouw en doet onderzoek op het raakvlak tussen architectuur, stedenbouw en politiek, zowel in het Westen als in het Zuiden.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Ruimte, regio en mobiliteit. Aspecten van ruimtelijke nabijheid en duurzaam verplaatsingsgedrag in Vlaanderen

 31,00
Dit boek wil een bijdrage leveren tot het inzicht in de wisselwerking tussen personenmobiliteit en ruimtelijke ordening, rekening houdend met de maatschappelijke context van klimaatdoelstellingen en de dreiging van ‘peak-oil’. Dit gebeurt door het ontwikkelen van een aantal kwantitatieve onderzoeksmethodes, die ingebed zijn in een literatuurstudie en toegepast worden op het specifiek geval van de regio Vlaanderen.

Het onderzoek richt zich op het verkennen van de duurzaamheid van de ruimtelijke structuur in relatie tot verplaatsingsgedrag, met specifieke aandacht voor de dagelijks afgelegde afstanden. Duurzaamheid wordt gedefinieerd als robuustheid, niet enkel ten aanzien van een groeiende mobiliteit, maar ook ten aanzien van een mogelijke toekomstige krimp van de mobiliteit. Een dergelijk krimpscenario zou het gevolg kunnen zijn van het ‘peak-oil’-fenomeen (dreigende olieschaarste), of van een doortastend klimaatbeleid. Verder bepaalt de ruimtelijke structuur op zichzelf ook de mogelijkheden om verplaatsingspatronen in een meer duurzame richting te sturen.

Vanuit dit standpunt onderzoekt de verhandeling in welke mate de wederzijdse ruimtelijke nabijheid tussen potentiële bestemmingen bepalend is voor de dagelijkse afstanden die in Vlaanderen worden afgelegd, en hoe ruimtelijke ordening een rol kan spelen in het streven naar een goede bereikbaarheid op basis van een minimale hoeveelheid verkeer.

Kobe Boussauw is doctor in de Wetenschappen: Geografie en is verbonden aan de vakgroep Geografie van de Universiteit Gent. Hij behaalde eerder de diploma’s van burgerlijk ingenieur-architect en ruimtelijk planner. Hij werkte als consultant in een studiebureau, als ambtenaar voor de Vlaamse overheid, en als adviseur voor het programma van UN-Habitat in Kosovo. Het voorliggende onderzoek werd gefinancierd door het Steunpunt Ruimte en Wonen (2007-2011).

Quick View

Ruimte, regio en mobiliteit. Aspecten van ruimtelijke nabijheid en duurzaam verplaatsingsgedrag in Vlaanderen

 31,00
Dit boek wil een bijdrage leveren tot het inzicht in de wisselwerking tussen personenmobiliteit en ruimtelijke ordening, rekening houdend met de maatschappelijke context van klimaatdoelstellingen en de dreiging van ‘peak-oil’. Dit gebeurt door het ontwikkelen van een aantal kwantitatieve onderzoeksmethodes, die ingebed zijn in een literatuurstudie en toegepast worden op het specifiek geval van de regio Vlaanderen.

Het onderzoek richt zich op het verkennen van de duurzaamheid van de ruimtelijke structuur in relatie tot verplaatsingsgedrag, met specifieke aandacht voor de dagelijks afgelegde afstanden. Duurzaamheid wordt gedefinieerd als robuustheid, niet enkel ten aanzien van een groeiende mobiliteit, maar ook ten aanzien van een mogelijke toekomstige krimp van de mobiliteit. Een dergelijk krimpscenario zou het gevolg kunnen zijn van het ‘peak-oil’-fenomeen (dreigende olieschaarste), of van een doortastend klimaatbeleid. Verder bepaalt de ruimtelijke structuur op zichzelf ook de mogelijkheden om verplaatsingspatronen in een meer duurzame richting te sturen.

Vanuit dit standpunt onderzoekt de verhandeling in welke mate de wederzijdse ruimtelijke nabijheid tussen potentiële bestemmingen bepalend is voor de dagelijkse afstanden die in Vlaanderen worden afgelegd, en hoe ruimtelijke ordening een rol kan spelen in het streven naar een goede bereikbaarheid op basis van een minimale hoeveelheid verkeer.

Kobe Boussauw is doctor in de Wetenschappen: Geografie en is verbonden aan de vakgroep Geografie van de Universiteit Gent. Hij behaalde eerder de diploma’s van burgerlijk ingenieur-architect en ruimtelijk planner. Hij werkte als consultant in een studiebureau, als ambtenaar voor de Vlaamse overheid, en als adviseur voor het programma van UN-Habitat in Kosovo. Het voorliggende onderzoek werd gefinancierd door het Steunpunt Ruimte en Wonen (2007-2011).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

With a different glance. Dynamic assessment of functioning of children oriented at development & inclusive learning

 34,00
Despite international developments towards inclusion, many children are excluded and deprived of adequate education, because of an impairment and or functional difficulties: there is not enough support, teachers lack knowledge how to include different children, and assessment reports are rarely suitable for inclusive teaching.

Current functional assessment is too much deficiency oriented and tends to ''blame'' the child. If schools have to become ''inclusive schools for all'', as is laid down in the UN Convention on the Rights of People with disabilities, then the assessment & coaching system needs a thorough reform.

This book wants to propose some alternatives: next to finding out about a child''s functional difficulties, assessment methods also need to look at a child''s learning potential, responsiveness to teaching, and learning context (teachers, parents). The objective of assessment should be to adequately plan and monitor a challenging educational intervention, allowing the child to be maximally included.

Models of ''good practice'' have been collected within the context of the European Comenius DAFFODIL project.

The book wants to make school psychologists and other assessors of special needs, aware of the need and possibility to look at children with a different glance: in a more inclusion-oriented and development-oriented way.


Jo Lebeer is associate professor of disability studies at the University of Antwerp, Belgium. Adelinda Candeias and Luísa Grácio are professors of educational psychology at the University of Evora, Portugal.

Quick View

With a different glance. Dynamic assessment of functioning of children oriented at development & inclusive learning

 34,00
Despite international developments towards inclusion, many children are excluded and deprived of adequate education, because of an impairment and or functional difficulties: there is not enough support, teachers lack knowledge how to include different children, and assessment reports are rarely suitable for inclusive teaching.

Current functional assessment is too much deficiency oriented and tends to ''blame'' the child. If schools have to become ''inclusive schools for all'', as is laid down in the UN Convention on the Rights of People with disabilities, then the assessment & coaching system needs a thorough reform.

This book wants to propose some alternatives: next to finding out about a child''s functional difficulties, assessment methods also need to look at a child''s learning potential, responsiveness to teaching, and learning context (teachers, parents). The objective of assessment should be to adequately plan and monitor a challenging educational intervention, allowing the child to be maximally included.

Models of ''good practice'' have been collected within the context of the European Comenius DAFFODIL project.

The book wants to make school psychologists and other assessors of special needs, aware of the need and possibility to look at children with a different glance: in a more inclusion-oriented and development-oriented way.


Jo Lebeer is associate professor of disability studies at the University of Antwerp, Belgium. Adelinda Candeias and Luísa Grácio are professors of educational psychology at the University of Evora, Portugal.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Ik wil mama én papa, allebei. Over echtscheiding, verwerking, loyaliteit en hulpverlening

 29,90
Heel wat kinderen lijden onder de echtscheiding van hun ouders. Alle kinderen moeten de echtscheiding van hun ouders verwerken.

Tegelijkertijd geraken kinderen overhoop met hun loyaliteitsgevoelens en geraken sommigen zelfs in een loyaliteitsconflict. Loyaliteit en loyaliteitsconflict zijn belangrijke begrippen om het leven van echtscheidingskinderen te begrijpen.

De wetgeving rond gezags- en verblijfsco-ouderschap kan een hulpmiddel zijn om een nieuwe vorm van samenleven met respect voor de loyaliteitsgevoelens van de kinderen te vinden.

Indien het de ouders niet lukt om constructief met elkaar om te gaan en rekening te houden met de loyaliteitsgevoelens van hun kinderen, staan er allerlei hulpverleners klaar om ouders en kinderen te helpen de conflicten op te lossen en de pijn te verzachten. Ook onderwijsgevenden hebben hier een rol te vervullen.

Ieder hoofdstuk wordt geïllustreerd met een voorbeeld uit de klinische praktijk.

Dit boek is bedoeld voor ouders en familieleden van echtscheidingskinderen, onderwijsgevenden, psychosociale hulpverleners en juristen. Ook heel wat echtscheidingskinderen zullen geïnteresseerd zijn.

Ludo Driesen is klinisch kinder- en jeugdpsycholoog en gedragstherapeut. Hij werkt in het Centrum Geestelijke Gezondheidszorg / Limburgs Instituut voor Therapie en integrale Personenzorg (CGG/litp) Campus Noord-Limburg in Overpelt, België.

"Een absolute aanrader."
Caleidoscoop (jrg. 54, nr. 12, blz. 1076-1077)

"(...) een aanrader voor mensen die met kinderen werken. De vele uitgeschreven casussen maken dit werk heel leesbaar, zodat het ook door ouders en oudere echtscheidingskinderen kan gelezen worden"
Tijdschrift voor Welzijnswerk(jrg. 37, nr. 331, blz. 45-46)

Quick View

Ik wil mama én papa, allebei. Over echtscheiding, verwerking, loyaliteit en hulpverlening

 29,90
Heel wat kinderen lijden onder de echtscheiding van hun ouders. Alle kinderen moeten de echtscheiding van hun ouders verwerken.

Tegelijkertijd geraken kinderen overhoop met hun loyaliteitsgevoelens en geraken sommigen zelfs in een loyaliteitsconflict. Loyaliteit en loyaliteitsconflict zijn belangrijke begrippen om het leven van echtscheidingskinderen te begrijpen.

De wetgeving rond gezags- en verblijfsco-ouderschap kan een hulpmiddel zijn om een nieuwe vorm van samenleven met respect voor de loyaliteitsgevoelens van de kinderen te vinden.

Indien het de ouders niet lukt om constructief met elkaar om te gaan en rekening te houden met de loyaliteitsgevoelens van hun kinderen, staan er allerlei hulpverleners klaar om ouders en kinderen te helpen de conflicten op te lossen en de pijn te verzachten. Ook onderwijsgevenden hebben hier een rol te vervullen.

Ieder hoofdstuk wordt geïllustreerd met een voorbeeld uit de klinische praktijk.

Dit boek is bedoeld voor ouders en familieleden van echtscheidingskinderen, onderwijsgevenden, psychosociale hulpverleners en juristen. Ook heel wat echtscheidingskinderen zullen geïnteresseerd zijn.

Ludo Driesen is klinisch kinder- en jeugdpsycholoog en gedragstherapeut. Hij werkt in het Centrum Geestelijke Gezondheidszorg / Limburgs Instituut voor Therapie en integrale Personenzorg (CGG/litp) Campus Noord-Limburg in Overpelt, België.

"Een absolute aanrader."
Caleidoscoop (jrg. 54, nr. 12, blz. 1076-1077)

"(...) een aanrader voor mensen die met kinderen werken. De vele uitgeschreven casussen maken dit werk heel leesbaar, zodat het ook door ouders en oudere echtscheidingskinderen kan gelezen worden"
Tijdschrift voor Welzijnswerk(jrg. 37, nr. 331, blz. 45-46)

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De verbindende kwaliteit van beeldende therapie. Effecten van beeldende therapie in de behandeling van persoonlijkheidsstoornissen. Introductie van een beeldende therapievragenlijst

 50,40
Mensen met persoonlijkheidsproblematiek worstelen vaak met tal van problemen. Zij hebben meestal last van wisselende stemmingen en zijn een speelbal van hun emoties. Impulsen hebben regelmatig de overhand ten opzichte van hun gedachten waardoor allerlei (zelf-) destructief gedrag voor problemen zorgt. Het zelfbeeld is vaak instabiel, diffuus, onderhevig aan bovengenoemde stemmingen en is dus ook ‘ontregeld’.

Beeldende therapie wordt regelmatig gegeven aan cliënten met persoonlijkheidsproblematiek met als doel om door middel van beeldend werk(en) veranderings-, ontwikkelings-, regulatie- en/of acceptatieprocessen op gang te brengen. De kracht van het beeldende medium is gelegen in het feit dat het gaat om de ervaring, de handeling en/of om het scheppende karakter. Het beeldend werken kan zo diverse functies vervullen.

Dit boek beschrijft de bevindingen van een gericht, kwalitatief en kwantitatief onderzoek naar de effecten van beeldende therapie. Beschreven wordt dat gevonden en vastgesteld is dat beeldende therapie zich kenmerkt door een verbindende kwaliteit. Beeldende therapie verbindt de meer cognitieve processen, van gedachten en van woorden, aan de diepere, non-verbale gevoels- of ervaringslagen, waar met praten soms te snel aan wordt voorbij voorbijgegaan.

Cliënten komen op een uitgebreide en invoelbare wijze aan het woord over hun ervaringen met beeldende therapie door treffende citaten en samenvattende teksten. Door de foto’s van hun beeldend werk geven de cliënten de lezers van dit boek letterlijk en figuurlijk een beeld van wat hen bezighield.

Deze beelden maken inzichtelijk wat de kracht is van het beeldend werken en hoe dit je kan raken, als cliënt of als lezer van dit boek. Ook in die zin is het beeldend werk emotieverbindend!

Onderzoek is belangrijk omdat het onderbouwde inzichten oplevert, niet alleen over de werking en de kracht van beeldende therapie maar ook ten behoeve van de verdere ontwikkeling van het vak. De nu gepresenteerde onderzoeksresultaten sluiten dan ook aan bij de huidige ontwikkelingen in het werkveld om werk te maken van het `evidence based’ en `practice based’ onderbouwen van therapeutische interventies en therapeutisch aanbod.

Dit boek bevat naast het bovenstaande ook een specifiek beeldend therapeutische vragenlijst, de BTV-PS b/c, die in dit onderzoek werd ontwikkeld om de effecten van de therapie te onderzoeken. Deze vragenlijst is te gebruiken om de resultaten van en de waardering voor de beeldende therapie te monitoren.


Suzanne Haeyen, MATh, is beeldend therapeut en voorzitter van de leerkring Vaktherapie bij GGNet, bij `Scelta, expertisecentrum voor persoonlijkheidsproblematiek’ in Apeldoorn en Nijmegen. Ze is ook coördinator Inhoud en hoofddocent bij de Deeltijdopleiding Creatieve Therapie van Hogeschool Arnhem Nijmegen. Zij heeft diverse publicaties op haar naam staan over beeldende therapie bij persoonlijkheidsstoornissen.

"Voor het vakgebied is dit boek van essentieel belang, vanwege de unieke vragenlijst die ervaringen en reflecties van cliënten voor, gedurende en na de behandeling in kaart brengt."
Tijdschrift voor vaktherapie (jrg. 9, nr. 1, blz. 40)

Quick View

De verbindende kwaliteit van beeldende therapie. Effecten van beeldende therapie in de behandeling van persoonlijkheidsstoornissen. Introductie van een beeldende therapievragenlijst

 50,40
Mensen met persoonlijkheidsproblematiek worstelen vaak met tal van problemen. Zij hebben meestal last van wisselende stemmingen en zijn een speelbal van hun emoties. Impulsen hebben regelmatig de overhand ten opzichte van hun gedachten waardoor allerlei (zelf-) destructief gedrag voor problemen zorgt. Het zelfbeeld is vaak instabiel, diffuus, onderhevig aan bovengenoemde stemmingen en is dus ook ‘ontregeld’.

Beeldende therapie wordt regelmatig gegeven aan cliënten met persoonlijkheidsproblematiek met als doel om door middel van beeldend werk(en) veranderings-, ontwikkelings-, regulatie- en/of acceptatieprocessen op gang te brengen. De kracht van het beeldende medium is gelegen in het feit dat het gaat om de ervaring, de handeling en/of om het scheppende karakter. Het beeldend werken kan zo diverse functies vervullen.

Dit boek beschrijft de bevindingen van een gericht, kwalitatief en kwantitatief onderzoek naar de effecten van beeldende therapie. Beschreven wordt dat gevonden en vastgesteld is dat beeldende therapie zich kenmerkt door een verbindende kwaliteit. Beeldende therapie verbindt de meer cognitieve processen, van gedachten en van woorden, aan de diepere, non-verbale gevoels- of ervaringslagen, waar met praten soms te snel aan wordt voorbij voorbijgegaan.

Cliënten komen op een uitgebreide en invoelbare wijze aan het woord over hun ervaringen met beeldende therapie door treffende citaten en samenvattende teksten. Door de foto’s van hun beeldend werk geven de cliënten de lezers van dit boek letterlijk en figuurlijk een beeld van wat hen bezighield.

Deze beelden maken inzichtelijk wat de kracht is van het beeldend werken en hoe dit je kan raken, als cliënt of als lezer van dit boek. Ook in die zin is het beeldend werk emotieverbindend!

Onderzoek is belangrijk omdat het onderbouwde inzichten oplevert, niet alleen over de werking en de kracht van beeldende therapie maar ook ten behoeve van de verdere ontwikkeling van het vak. De nu gepresenteerde onderzoeksresultaten sluiten dan ook aan bij de huidige ontwikkelingen in het werkveld om werk te maken van het `evidence based’ en `practice based’ onderbouwen van therapeutische interventies en therapeutisch aanbod.

Dit boek bevat naast het bovenstaande ook een specifiek beeldend therapeutische vragenlijst, de BTV-PS b/c, die in dit onderzoek werd ontwikkeld om de effecten van de therapie te onderzoeken. Deze vragenlijst is te gebruiken om de resultaten van en de waardering voor de beeldende therapie te monitoren.


Suzanne Haeyen, MATh, is beeldend therapeut en voorzitter van de leerkring Vaktherapie bij GGNet, bij `Scelta, expertisecentrum voor persoonlijkheidsproblematiek’ in Apeldoorn en Nijmegen. Ze is ook coördinator Inhoud en hoofddocent bij de Deeltijdopleiding Creatieve Therapie van Hogeschool Arnhem Nijmegen. Zij heeft diverse publicaties op haar naam staan over beeldende therapie bij persoonlijkheidsstoornissen.

"Voor het vakgebied is dit boek van essentieel belang, vanwege de unieke vragenlijst die ervaringen en reflecties van cliënten voor, gedurende en na de behandeling in kaart brengt."
Tijdschrift voor vaktherapie (jrg. 9, nr. 1, blz. 40)

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Spraakmakend spraakvermaak. Groepsbehandeling bij dysartrie

 28,80
Logopedisten raken steeds meer doordrongen van het belang van het bestendigen van het geleerde op stoornisniveau in praktijksituaties. De therapie is succesvol wanneer het geleerde in het dagelijks leven kan worden toegepast. De ICF – International Classification of Functioning, Disability and Health, beschreven door de WereldGezondheidsOrganisatie, maakt het belang van het trainen op drie verschillende niveaus inzichtelijk, namelijk functie-, activiteiten- en participatieniveau.

Individuele behandeling is veelal gericht op functieniveau, terwijl de groepsbehandeling zich meer focust op activiteiten- en participatieniveau. Deze twee laatstgenoemde niveaus vallen in het geval van groepsbehandeling bij dysartrie grotendeels samen.

Deze publicatie biedt het nodige oefenmateriaal aan logopedisten die op functioneel niveau aan de communicatie met hun dysartriecliënten willen werken. Het boek heeft in eerste instantie het verbeteren van de communicatie van cliënten met dysartrie tot doel. Daarnaast is het ook bruikbaar binnen afasiegroepen en NT2-trainingen waar  op activiteiten- en participatieniveau wordt getraind. De diversiteit aan functionele gespreksonderwerpen maakt dit mogelijk.

Het eerste deel bestaat uit achtergronden en een handleiding. Hier komen de doelen binnen de groepsbehandeling, de rol van de logopedist, de organisatie en de observatie en evaluatie van de bijeenkomsten aan bod.

Het tweede deel bevat een veertigtal thema’s, wat diverse mogelijkheden biedt voor het uitvoeren van een groepsbehandeling.

Quick View

Spraakmakend spraakvermaak. Groepsbehandeling bij dysartrie

 28,80
Logopedisten raken steeds meer doordrongen van het belang van het bestendigen van het geleerde op stoornisniveau in praktijksituaties. De therapie is succesvol wanneer het geleerde in het dagelijks leven kan worden toegepast. De ICF – International Classification of Functioning, Disability and Health, beschreven door de WereldGezondheidsOrganisatie, maakt het belang van het trainen op drie verschillende niveaus inzichtelijk, namelijk functie-, activiteiten- en participatieniveau.

Individuele behandeling is veelal gericht op functieniveau, terwijl de groepsbehandeling zich meer focust op activiteiten- en participatieniveau. Deze twee laatstgenoemde niveaus vallen in het geval van groepsbehandeling bij dysartrie grotendeels samen.

Deze publicatie biedt het nodige oefenmateriaal aan logopedisten die op functioneel niveau aan de communicatie met hun dysartriecliënten willen werken. Het boek heeft in eerste instantie het verbeteren van de communicatie van cliënten met dysartrie tot doel. Daarnaast is het ook bruikbaar binnen afasiegroepen en NT2-trainingen waar  op activiteiten- en participatieniveau wordt getraind. De diversiteit aan functionele gespreksonderwerpen maakt dit mogelijk.

Het eerste deel bestaat uit achtergronden en een handleiding. Hier komen de doelen binnen de groepsbehandeling, de rol van de logopedist, de organisatie en de observatie en evaluatie van de bijeenkomsten aan bod.

Het tweede deel bevat een veertigtal thema’s, wat diverse mogelijkheden biedt voor het uitvoeren van een groepsbehandeling.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Vijftig onderwijstips

 24,70

Dit boek met onderwijstips is in de eerste plaats bedoeld voor lesgevers uit het hoger onderwijs. Tal van thema’s waarmee een lesgever geconfronteerd wordt, komen aan bod, zoals het activerend lesgeven, klasmanagement, het geven van opdrachten, organiseren van groepswerk, opstellen van examens. Naast de tips zelf, zijn er ook verwijzingen naar verdiepend of verbredend materiaal.



Het Expertisecentrum Hoger Onderwijs (ECHO, www.ua.ac.be/echo) maakt deel uit van het Instituut voor Onderwijs- en Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Het ECHO staat in voor de professionalisering van het onderwijzend personeel van de Universiteit Antwerpen en breder van de Associatie Universiteit Hogescholen Antwerpen. Daarnaast voert het centrum (toegepast) onderwijskundig onderzoek uit op het terrein van lesgeven in het hoger onderwijs.

Quick View

Vijftig onderwijstips

 24,70

Dit boek met onderwijstips is in de eerste plaats bedoeld voor lesgevers uit het hoger onderwijs. Tal van thema’s waarmee een lesgever geconfronteerd wordt, komen aan bod, zoals het activerend lesgeven, klasmanagement, het geven van opdrachten, organiseren van groepswerk, opstellen van examens. Naast de tips zelf, zijn er ook verwijzingen naar verdiepend of verbredend materiaal.



Het Expertisecentrum Hoger Onderwijs (ECHO, www.ua.ac.be/echo) maakt deel uit van het Instituut voor Onderwijs- en Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Het ECHO staat in voor de professionalisering van het onderwijzend personeel van de Universiteit Antwerpen en breder van de Associatie Universiteit Hogescholen Antwerpen. Daarnaast voert het centrum (toegepast) onderwijskundig onderzoek uit op het terrein van lesgeven in het hoger onderwijs.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Op de wijze van de chef (Reeks Keuken en Tafel: nr 1)

 22,00

In een tijd waarin de boekenwinkels uitpuilen van kookboeken in alle vormen en gewichten en waarin de media een zeer groot stuk van hun zendtijd inruimen voor kookrubrieken, ontbreekt vaak de achtergrond van onze culinaire cultuur. Ondanks het feit dat die boeiend en verhelderend is voor de bewuste (hobby)kok en zijn tafelgenoten. Bovendien kruidt een verhaal de spijzen.

Hoog tijd dus om diverse bekende en minderbekende facetten van onze keuken onder de schijnwerper te plaatsen, om kennis te maken met de democratie in onze keuken en een licht op te steken bij de belangrijkste schrijvende klassekoks. Zo worden onder meer klassieke culinaire deugden als zuinigheid, conservatisme en snelheid in eer hersteld. Het helpt ook om de regels van de tafeletiquette opnieuw te hanteren, de Russische service te leren kennen en ons feestgedrag te analyseren. Als toemaatje komen ook twee eeuwenoude smaakmakers aan de orde: bier en kaas.



Eddie Niesten publiceerde diverse boeken over België en zijn geschiedenis. Hierbij ook meerdere uitgaven met betrekking tot gastronomie en culinaire ontwikkelingen. Daarover geeft hij heel wat lezingen en verzorgt hij bijdragen in de media.
Hij is oprichter en bezieler van het cultureel-culinaire initiatief Keukenhistories & Tafelpraat.

Zie ook Keuken en tafel 2: Tweemaal oorlog, driemaal honger

Quick View

Op de wijze van de chef (Reeks Keuken en Tafel: nr 1)

 22,00

In een tijd waarin de boekenwinkels uitpuilen van kookboeken in alle vormen en gewichten en waarin de media een zeer groot stuk van hun zendtijd inruimen voor kookrubrieken, ontbreekt vaak de achtergrond van onze culinaire cultuur. Ondanks het feit dat die boeiend en verhelderend is voor de bewuste (hobby)kok en zijn tafelgenoten. Bovendien kruidt een verhaal de spijzen.

Hoog tijd dus om diverse bekende en minderbekende facetten van onze keuken onder de schijnwerper te plaatsen, om kennis te maken met de democratie in onze keuken en een licht op te steken bij de belangrijkste schrijvende klassekoks. Zo worden onder meer klassieke culinaire deugden als zuinigheid, conservatisme en snelheid in eer hersteld. Het helpt ook om de regels van de tafeletiquette opnieuw te hanteren, de Russische service te leren kennen en ons feestgedrag te analyseren. Als toemaatje komen ook twee eeuwenoude smaakmakers aan de orde: bier en kaas.



Eddie Niesten publiceerde diverse boeken over België en zijn geschiedenis. Hierbij ook meerdere uitgaven met betrekking tot gastronomie en culinaire ontwikkelingen. Daarover geeft hij heel wat lezingen en verzorgt hij bijdragen in de media.
Hij is oprichter en bezieler van het cultureel-culinaire initiatief Keukenhistories & Tafelpraat.

Zie ook Keuken en tafel 2: Tweemaal oorlog, driemaal honger

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Citymarketing in Amsterdam. Een organisatieantropologische studie van het publiek-private samenwerkingsverband op citymarketinggebied in Amsterdam

 29,00
Hedendaagse stedelijke beleidsprocessen komen niet alleen meer tot stand door wethouders en ambtenaren. Beleidsbepaling en -uitvoering krijgen in steeds grotere mate te maken met inmenging van derden: het bedrijfsleven, het sociale middenveld en soms ook de lokale bevolking. Citymarketing is zo’n beleidsveld waar zich dit voordoet.

Citymarketing is een complex proces dat pas recentelijk is opgekomen en dat zowel in de praktijk als in de (academische) literatuur nog een onontgonnen terrein is. Het wordt hier omschreven als ‘een complex beleidsproces bestaande uit verschillende, met elkaar samenhangende activiteiten gericht op het behouden en aantrekken van specifieke doelgroepen waarbij verscheidene stakeholders met uiteenlopende belangen betrokken zijn.’

Citymarketing is ontstaan als reactie op de toenemende onderlinge concurrentie tussen steden. Ook Amsterdam ziet zich geconfronteerd met een stijgende concurrentie en een onder druk staande concurrentiepositie en startte daarom in 2003 met citymarketing.

Dit proefschrift verhaalt over hoe de samenwerking tussen publieke en private partijen in Amsterdam op citymarketinggebied tot stand komt en zich ontwikkelt. Het blikt terug op het verloop van het Amsterdamse citymarketingproces en schetst een vaak ontluisterend beeld: ruzies en trage besluitvorming kenmerkten de samenwerking op citymarketinggebied de afgelopen acht jaar.

Angelique Lombarts heeft haar eigen bedrijf AloAconsultancy. Daarnaast is zij lector city marketing en leisure management aan de hogeschool Inholland. Zij onderzoekt en adviseert gemeenten over de aantrekkelijkheid van hun stad.

Quick View

Citymarketing in Amsterdam. Een organisatieantropologische studie van het publiek-private samenwerkingsverband op citymarketinggebied in Amsterdam

 29,00
Hedendaagse stedelijke beleidsprocessen komen niet alleen meer tot stand door wethouders en ambtenaren. Beleidsbepaling en -uitvoering krijgen in steeds grotere mate te maken met inmenging van derden: het bedrijfsleven, het sociale middenveld en soms ook de lokale bevolking. Citymarketing is zo’n beleidsveld waar zich dit voordoet.

Citymarketing is een complex proces dat pas recentelijk is opgekomen en dat zowel in de praktijk als in de (academische) literatuur nog een onontgonnen terrein is. Het wordt hier omschreven als ‘een complex beleidsproces bestaande uit verschillende, met elkaar samenhangende activiteiten gericht op het behouden en aantrekken van specifieke doelgroepen waarbij verscheidene stakeholders met uiteenlopende belangen betrokken zijn.’

Citymarketing is ontstaan als reactie op de toenemende onderlinge concurrentie tussen steden. Ook Amsterdam ziet zich geconfronteerd met een stijgende concurrentie en een onder druk staande concurrentiepositie en startte daarom in 2003 met citymarketing.

Dit proefschrift verhaalt over hoe de samenwerking tussen publieke en private partijen in Amsterdam op citymarketinggebied tot stand komt en zich ontwikkelt. Het blikt terug op het verloop van het Amsterdamse citymarketingproces en schetst een vaak ontluisterend beeld: ruzies en trage besluitvorming kenmerkten de samenwerking op citymarketinggebied de afgelopen acht jaar.

Angelique Lombarts heeft haar eigen bedrijf AloAconsultancy. Daarnaast is zij lector city marketing en leisure management aan de hogeschool Inholland. Zij onderzoekt en adviseert gemeenten over de aantrekkelijkheid van hun stad.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Zelfevaluatie in basisscholen. Praktijkboek

 19,90
Zelfevaluatie vormt voor schoolteams de voedingsbodem en de aanzet tot kwaliteitszorg en kwaliteitsverbetering van de schoolwerking. De overheid vraagt dat scholen aantonen hoe zij hun kwaliteit bewaken en er in teamverband aan werken. In de praktijk blijkt deze opdracht voor basisscholen niet zo gemakkelijk en evolueert de kwaliteitszorg in een aantal scholen zeer geleidelijk.

Dit praktijkboek wil de zelfevaluatie van schoolteams vergemakkelijken, ondersteunen en bevorderen door het aanreiken van eenvoudige onderzoeksinstrumenten. Met de zelfreflectie op de verzamelde gegevens stelt het schoolteam haar kwaliteit centraal. Doorheen de 44 onderzoeksinstrumenten krijgen leraren een heleboel pedagogisch-didactische tips en suggesties.

De onderzoeksinstrumenten reiken schoolleiders en schoolbesturen onderwijskundige elementen aan voor functioneringsgesprekken en lerarenevaluaties.

Walter Andries is onderwijsinspecteur. Dit praktijkboek is ontstaan uit zijn meer dan 40 jarenlange onderwijservaring. De auteur was achtereenvolgens onderwijzer, taakleraar, directeur en medewerker van de Vlaamse Onderwijsraad. Sinds 1997 werkt hij als onderwijsinspecteur van de Vlaamse Gemeenschap.

Quick View

Zelfevaluatie in basisscholen. Praktijkboek

 19,90
Zelfevaluatie vormt voor schoolteams de voedingsbodem en de aanzet tot kwaliteitszorg en kwaliteitsverbetering van de schoolwerking. De overheid vraagt dat scholen aantonen hoe zij hun kwaliteit bewaken en er in teamverband aan werken. In de praktijk blijkt deze opdracht voor basisscholen niet zo gemakkelijk en evolueert de kwaliteitszorg in een aantal scholen zeer geleidelijk.

Dit praktijkboek wil de zelfevaluatie van schoolteams vergemakkelijken, ondersteunen en bevorderen door het aanreiken van eenvoudige onderzoeksinstrumenten. Met de zelfreflectie op de verzamelde gegevens stelt het schoolteam haar kwaliteit centraal. Doorheen de 44 onderzoeksinstrumenten krijgen leraren een heleboel pedagogisch-didactische tips en suggesties.

De onderzoeksinstrumenten reiken schoolleiders en schoolbesturen onderwijskundige elementen aan voor functioneringsgesprekken en lerarenevaluaties.

Walter Andries is onderwijsinspecteur. Dit praktijkboek is ontstaan uit zijn meer dan 40 jarenlange onderwijservaring. De auteur was achtereenvolgens onderwijzer, taakleraar, directeur en medewerker van de Vlaamse Onderwijsraad. Sinds 1997 werkt hij als onderwijsinspecteur van de Vlaamse Gemeenschap.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Auteursintentie. Een beknopte geschiedenis (Reeks Colleges Literatuur, nr. 1)

 21,60
Discussies over de intentie van een literaire tekst en de bedoelingen van de auteur horen in de afgelopen decennia internationaal tot de meest gevoerde in de literatuurwetenschap – en tot de meest polariserende.

Dit boek behandelt in de eerste plaats de conceptuele vraag met betrekking tot het leesgedrag: Welke rol spelen concepten van auteursintentie en intentie bij de interpretatie van teksten? De auteur reconstrueert de voor het hedendaagse debat relevante concepten en normen met betrekking tot de (auteurs)intentie bij de interpretatie van literaire teksten. Vanuit dat historische perspectief gaat de aandacht vooral naar die momenten waarop een conceptuele verschuiving plaats heeft. Op die manier worden de historische wortels en de normativiteit van de vandaag concurrerende concepten blootgelegd.

GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content



Ralf Grüttemeier is hoogleraar Nederlandse letterkunde aan de Carl von Ossietzky Universität Oldenburg, Duitsland.


"Auteursintentie. Een beknopte geschiedenis biedt een nuttige en uitdagende inleiding in het denken over intentionaliteit en auteursintenties in de literatuurstudie. Grüttemeier laat zien welke posities men kan innemen op dit gebied, zonder zich uitdrukkelijk uit te spreken vóór of tegen een van deze posities."
Mark Van Zoggel, Vrije Universiteit Brussel / Huygens ING Den Haag, Spiegel der Letteren 54(2) 267-279

Quick View

Auteursintentie. Een beknopte geschiedenis (Reeks Colleges Literatuur, nr. 1)

 21,60
Discussies over de intentie van een literaire tekst en de bedoelingen van de auteur horen in de afgelopen decennia internationaal tot de meest gevoerde in de literatuurwetenschap – en tot de meest polariserende.

Dit boek behandelt in de eerste plaats de conceptuele vraag met betrekking tot het leesgedrag: Welke rol spelen concepten van auteursintentie en intentie bij de interpretatie van teksten? De auteur reconstrueert de voor het hedendaagse debat relevante concepten en normen met betrekking tot de (auteurs)intentie bij de interpretatie van literaire teksten. Vanuit dat historische perspectief gaat de aandacht vooral naar die momenten waarop een conceptuele verschuiving plaats heeft. Op die manier worden de historische wortels en de normativiteit van de vandaag concurrerende concepten blootgelegd.

GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content



Ralf Grüttemeier is hoogleraar Nederlandse letterkunde aan de Carl von Ossietzky Universität Oldenburg, Duitsland.


"Auteursintentie. Een beknopte geschiedenis biedt een nuttige en uitdagende inleiding in het denken over intentionaliteit en auteursintenties in de literatuurstudie. Grüttemeier laat zien welke posities men kan innemen op dit gebied, zonder zich uitdrukkelijk uit te spreken vóór of tegen een van deze posities."
Mark Van Zoggel, Vrije Universiteit Brussel / Huygens ING Den Haag, Spiegel der Letteren 54(2) 267-279

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    1
    Uw winkelwagen
    Zelfevaluatie in basisscholen. Praktijkboek
    Zelfevaluatie in basisscholen. Praktijkboek
    Aantal: 1
    Prijs: 19,90
     19,90
    ×