Toch is het een goede keus geweest. Ervaringen van ouders van kinderen met ernstige meervoudige beperkingen
Het ''uit huis gaan'' van een kind is voor ouders vaak een ingrijpend gebeuren, maar het is meestal een logische stap in ieders leven. Voor ouders van een kind met een ernstige meervoudige beperking is dit echter een ingewikkeld proces dat vele vragen oproept.
Voor dit boek werden zeven ouderparen, van wie het kind met een ernstige meervoudige beperking net het huis is uit gegaan, uitgebreid geïnterviewd over dit proces van thuis naar uit huis.
De verhalen geven een concreet beeld van hun ervaringen, vanaf de periode dat ze wisten dat er ‘iets’ met hun kind aan de hand was tot aan het moment van de verhuizing. Het hele scala aan zorgen voor een kind met een ernstige meervoudige beperking komt aan bod, en ook de mooie en de minder leuke momenten.
Ouders vinden verschillende dingen belangrijk in de zorg voor hun kind en in de samenwerking met professionals. Verwachtingen zijn verschillend, ervaringen persoonlijk. Duidelijk is dat deze ouders gewoon willen wat alle ouders willen: dat hun kind gelukkig wordt.
Carla Vlaskamp is hoogleraar orthopedagogiek, met bijzondere aandacht voor kinderen met ernstige meervoudige beperkingen, aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Jorien Luijkx is docent en promovenda aan de Rijksuniversiteit Groningen.
"De ervaringen van de gezinnen zijn ontroerend mooi weergegeven."
Zin in Zorg (jrg. 14, nr. 4, blz. 16)
Toch is het een goede keus geweest. Ervaringen van ouders van kinderen met ernstige meervoudige beperkingen
Het ''uit huis gaan'' van een kind is voor ouders vaak een ingrijpend gebeuren, maar het is meestal een logische stap in ieders leven. Voor ouders van een kind met een ernstige meervoudige beperking is dit echter een ingewikkeld proces dat vele vragen oproept.
Voor dit boek werden zeven ouderparen, van wie het kind met een ernstige meervoudige beperking net het huis is uit gegaan, uitgebreid geïnterviewd over dit proces van thuis naar uit huis.
De verhalen geven een concreet beeld van hun ervaringen, vanaf de periode dat ze wisten dat er ‘iets’ met hun kind aan de hand was tot aan het moment van de verhuizing. Het hele scala aan zorgen voor een kind met een ernstige meervoudige beperking komt aan bod, en ook de mooie en de minder leuke momenten.
Ouders vinden verschillende dingen belangrijk in de zorg voor hun kind en in de samenwerking met professionals. Verwachtingen zijn verschillend, ervaringen persoonlijk. Duidelijk is dat deze ouders gewoon willen wat alle ouders willen: dat hun kind gelukkig wordt.
Carla Vlaskamp is hoogleraar orthopedagogiek, met bijzondere aandacht voor kinderen met ernstige meervoudige beperkingen, aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Jorien Luijkx is docent en promovenda aan de Rijksuniversiteit Groningen.
"De ervaringen van de gezinnen zijn ontroerend mooi weergegeven."
Zin in Zorg (jrg. 14, nr. 4, blz. 16)
Minimaal Maxitaal – Een boek vol talige tips bij routines in de onthaalklas en eerste kleuterklas
Minimaal Maxitaal – Een boek vol talige tips bij routines in de onthaalklas en eerste kleuterklas
Kinderen met specifieke onderwijsbehoeften. Ontwikkelingsgericht werken.
Leerkrachten willen met hun leerlingen vooropgestelde ontwikkelingsdoelstellingen bereiken. Het is niet altijd duidelijk wat de beste weg daarnaartoe is. Zeker niet voor leerlingen met beperkingen, zowel in buitengewoon/speciaal onderwijs als in het gewoon/regulier onderwijs.
Deze publicatie geeft een beeld van hoe doelgericht kan
worden gewerkt met deze leerlingen. Het hoofddoel is de
kinderen te stimuleren in hun ontwikkeling. Daarom moet
eerst worden bepaald wat belangrijk voor ze is. Het uitgangspunt
is de beeldvorming van het kind. Hierbij spelen
de verwachtingen van kinderen, ouders en maatschappij hun
rol. Het hoofddoel moet worden bewaakt door gericht te
werken. Dat kan door subdoelen te bepalen en te kaderen
in het cyclisch en dynamisch proces van handelingsplanning.
Daarop volgt de concrete uitwerking op school-, groeps- en
kindniveau. Een uitgebreid deel van het boek is besteed aan
een volledig uitgewerkt voorstel om ontwikkelingsdoelen te
implementeren binnen een handelingsplanning.
Marc Van Gils was onderwijzer en directeur van een
school voor buitengewoon/speciaal onderwijs in Wuustwezel,
stafmedewerker bij Vlaams Verbond van het Katholiek
Buitengewoon Onderwijs in Brussel. Nu geeft hij gastlessen
aan diverse bachelor-nabacheloropleidingen in Antwerpen.
Kinderen met specifieke onderwijsbehoeften. Ontwikkelingsgericht werken.
Leerkrachten willen met hun leerlingen vooropgestelde ontwikkelingsdoelstellingen bereiken. Het is niet altijd duidelijk wat de beste weg daarnaartoe is. Zeker niet voor leerlingen met beperkingen, zowel in buitengewoon/speciaal onderwijs als in het gewoon/regulier onderwijs.
Deze publicatie geeft een beeld van hoe doelgericht kan
worden gewerkt met deze leerlingen. Het hoofddoel is de
kinderen te stimuleren in hun ontwikkeling. Daarom moet
eerst worden bepaald wat belangrijk voor ze is. Het uitgangspunt
is de beeldvorming van het kind. Hierbij spelen
de verwachtingen van kinderen, ouders en maatschappij hun
rol. Het hoofddoel moet worden bewaakt door gericht te
werken. Dat kan door subdoelen te bepalen en te kaderen
in het cyclisch en dynamisch proces van handelingsplanning.
Daarop volgt de concrete uitwerking op school-, groeps- en
kindniveau. Een uitgebreid deel van het boek is besteed aan
een volledig uitgewerkt voorstel om ontwikkelingsdoelen te
implementeren binnen een handelingsplanning.
Marc Van Gils was onderwijzer en directeur van een
school voor buitengewoon/speciaal onderwijs in Wuustwezel,
stafmedewerker bij Vlaams Verbond van het Katholiek
Buitengewoon Onderwijs in Brussel. Nu geeft hij gastlessen
aan diverse bachelor-nabacheloropleidingen in Antwerpen.
Goed ouderschap. Een andere kijk op opvoeden
Er zijn al tal van sociologische, historische en culturele analyses gemaakt van hoe het komt dat ouders in postindustriële, westerse samenlevingen een vaak overweldigende reeks van adviezen te verwerken krijgen over hoe hun kinderen op te voeden.
Tegelijk bestaan er ook verschillende filosofische analyses van de juridische, morele en politieke kwesties omtrent vraagstukken rond voortplanting, de rechten van kinderen en de plichten van ouders, alsook een aantal filosofische beschouwingen over de verschuivingen in opvattingen over het kind en de ouder-kindrelaties.
Deze publicatie heeft oog voor deze literatuur, maar is toch beduidend anders. De auteurs bieden een filosofisch georiënterende lezing van de alledaagse ervaringen van ouder-zijn en van de bijhorende overwegingen, oordelen en dilemma’s. In de exploratie van de ethische en conceptuele vragen die verbonden zijn aan de ouder- kindrelatie, laten ze de onherleidbare filosofische rijkdom van deze relatie zien.
Daarmee leveren ze een belangrijk tegengewicht voor de al te empirische en grotendeels psychologische focus van een groot deel van de hedendaagse literatuur over opvoeden. Ze gebruiken daarbij voorbeelden en beschrijvingen vanuit een eerstepersoonsperspectief en tonen zo een aantal beperkingen aan van de wijze waarop vandaag doorgaans over ‘ouderschap’ gedacht en gesproken wordt.
Tegelijk openen ze zo een ruimte om
over opvoeding en ouder-kindrelatie op een andere manier na te
denken dan in de termen die vandaag dominant zijn.
Judith Suissa is docent wijsgerige pedagogiek aan het Institute
of Education, University of London.
Stefan Ramaekers is verbonden
aan het Laboratorium voor Educatie en Samenleving van de
KU Leuven en doceert er onder meer over wijsgerige pedagogiek
en interpretatieve benaderingen van het pedagogisch onderzoek.
Goed ouderschap. Een andere kijk op opvoeden
Er zijn al tal van sociologische, historische en culturele analyses gemaakt van hoe het komt dat ouders in postindustriële, westerse samenlevingen een vaak overweldigende reeks van adviezen te verwerken krijgen over hoe hun kinderen op te voeden.
Tegelijk bestaan er ook verschillende filosofische analyses van de juridische, morele en politieke kwesties omtrent vraagstukken rond voortplanting, de rechten van kinderen en de plichten van ouders, alsook een aantal filosofische beschouwingen over de verschuivingen in opvattingen over het kind en de ouder-kindrelaties.
Deze publicatie heeft oog voor deze literatuur, maar is toch beduidend anders. De auteurs bieden een filosofisch georiënterende lezing van de alledaagse ervaringen van ouder-zijn en van de bijhorende overwegingen, oordelen en dilemma’s. In de exploratie van de ethische en conceptuele vragen die verbonden zijn aan de ouder- kindrelatie, laten ze de onherleidbare filosofische rijkdom van deze relatie zien.
Daarmee leveren ze een belangrijk tegengewicht voor de al te empirische en grotendeels psychologische focus van een groot deel van de hedendaagse literatuur over opvoeden. Ze gebruiken daarbij voorbeelden en beschrijvingen vanuit een eerstepersoonsperspectief en tonen zo een aantal beperkingen aan van de wijze waarop vandaag doorgaans over ‘ouderschap’ gedacht en gesproken wordt.
Tegelijk openen ze zo een ruimte om
over opvoeding en ouder-kindrelatie op een andere manier na te
denken dan in de termen die vandaag dominant zijn.
Judith Suissa is docent wijsgerige pedagogiek aan het Institute
of Education, University of London.
Stefan Ramaekers is verbonden
aan het Laboratorium voor Educatie en Samenleving van de
KU Leuven en doceert er onder meer over wijsgerige pedagogiek
en interpretatieve benaderingen van het pedagogisch onderzoek.
Handboek spraakapraxie bij volwassenen
Eerst wordt het concept spraakapraxie gedefinieerd en worden de voornaamste symptomen geïllustreerd. Dan komen de diagnostische criteria, de beschikbare diagnostische instrumenten en de differentiële diagnostiek met andere neurogene communicatiestoornissen aan bod. De integrale stimulatiemethode en de principes van motorisch leren vormen de fundamenten van het behandelingsconcept, dat concreet vorm krijgt in verschillende therapiemethodes, zoals de Sound Production Treatment, Melodic Intonation Therapy en Speech-Music Therapy for Aphasia. Aan de hand van het ICF-model en een getuigenis wordt tenslotte de psychosociale impact van de stoornis behandeld.
Het handboek bevat meer dan 40 verwerkingsopdrachten en 50 kaders met klinisch bruikbaar materiaal.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Frank Paemeleire is verbonden aan de Logopedische Dienst van het Algemeen Ziekenhuis Maria-Middelares in Gent en hij is lector aan de opleiding Professionele Bachelor in de Logopedie en de Audiologie van de Arteveldehogeschool in Gent.
"(...) een compleet overzicht van de huidige stand van zaken met betrekking tot alle aspecten van spraakapraxie bij volwassenen, met een duidelijke visie van de auteur. Een must voor iedereen die werkt met mensen met deze verworven aandoening!"
Logopedie (NL), jrg. 85, nr. 3, blz. 30
"We haalden er veel nieuwe inzichten en tips uit en ons inziens hoort het thuis op elke boekenplank van collega's die personen met neurogene stoornissen behandelen alsook diegenen die collega in wording zijn."
Logopedie - VVL, mei-juni 2013, blz. 70-71
Handboek spraakapraxie bij volwassenen
Eerst wordt het concept spraakapraxie gedefinieerd en worden de voornaamste symptomen geïllustreerd. Dan komen de diagnostische criteria, de beschikbare diagnostische instrumenten en de differentiële diagnostiek met andere neurogene communicatiestoornissen aan bod. De integrale stimulatiemethode en de principes van motorisch leren vormen de fundamenten van het behandelingsconcept, dat concreet vorm krijgt in verschillende therapiemethodes, zoals de Sound Production Treatment, Melodic Intonation Therapy en Speech-Music Therapy for Aphasia. Aan de hand van het ICF-model en een getuigenis wordt tenslotte de psychosociale impact van de stoornis behandeld.
Het handboek bevat meer dan 40 verwerkingsopdrachten en 50 kaders met klinisch bruikbaar materiaal.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Frank Paemeleire is verbonden aan de Logopedische Dienst van het Algemeen Ziekenhuis Maria-Middelares in Gent en hij is lector aan de opleiding Professionele Bachelor in de Logopedie en de Audiologie van de Arteveldehogeschool in Gent.
"(...) een compleet overzicht van de huidige stand van zaken met betrekking tot alle aspecten van spraakapraxie bij volwassenen, met een duidelijke visie van de auteur. Een must voor iedereen die werkt met mensen met deze verworven aandoening!"
Logopedie (NL), jrg. 85, nr. 3, blz. 30
"We haalden er veel nieuwe inzichten en tips uit en ons inziens hoort het thuis op elke boekenplank van collega's die personen met neurogene stoornissen behandelen alsook diegenen die collega in wording zijn."
Logopedie - VVL, mei-juni 2013, blz. 70-71
Wiens verhaal telt? Naar een narratieve en dialogische loopbaanbegeleiding
Veel mensen ervaren een tekort aan richting en identiteit. Zij snakken naar informatie over hoe ze hun (levens)loopbaan het beste kunnen vormgeven. Maar ze weten vervolgens niet wat te doen met deze informatie omdat ze geen verhaal hebben over hun eigen leven dat verleden, heden en toekomst op een zinvolle wijze met elkaar verbindt.
Tegelijkertijd wordt allerwege van hen verwacht dat ze een dergelijk verhaal wel paraat hebben. Zelfsturing is het parool, zowel in het onderwijs (‘eigen verantwoordelijkheid’), op de arbeidsmarkt (‘employability’) als in de samenleving (‘burgerschap’).
Het verhaal dat zelfsturing mogelijk maakt, ontstaat echter niet vanzelf. Het wordt gaandeweg geschreven in een dialoog die zich niet alleen afspeelt tussen maar ook binnen mensen.
In deze bundel gaan 22 auteurs vanuit diverse gezichtspunten in op vragen als:
Behalve kritische analyses van de bestaande praktijk bieden de auteurs ook methodische handreikingen voor het voeren van goede (loopbaan)dialogen. Het boek geeft de laatste stand van zaken wat betreft de theorie over, het onderzoek naar en de praktijk van moderne loopbaanbegeleiding.
Frans Meijers is lector Pedagogiek van de Beroepsvorming aan de Haagse Hogeschool en directeur van Meijers Onderzoek & Advies.
Wiens verhaal telt? Naar een narratieve en dialogische loopbaanbegeleiding
Veel mensen ervaren een tekort aan richting en identiteit. Zij snakken naar informatie over hoe ze hun (levens)loopbaan het beste kunnen vormgeven. Maar ze weten vervolgens niet wat te doen met deze informatie omdat ze geen verhaal hebben over hun eigen leven dat verleden, heden en toekomst op een zinvolle wijze met elkaar verbindt.
Tegelijkertijd wordt allerwege van hen verwacht dat ze een dergelijk verhaal wel paraat hebben. Zelfsturing is het parool, zowel in het onderwijs (‘eigen verantwoordelijkheid’), op de arbeidsmarkt (‘employability’) als in de samenleving (‘burgerschap’).
Het verhaal dat zelfsturing mogelijk maakt, ontstaat echter niet vanzelf. Het wordt gaandeweg geschreven in een dialoog die zich niet alleen afspeelt tussen maar ook binnen mensen.
In deze bundel gaan 22 auteurs vanuit diverse gezichtspunten in op vragen als:
Behalve kritische analyses van de bestaande praktijk bieden de auteurs ook methodische handreikingen voor het voeren van goede (loopbaan)dialogen. Het boek geeft de laatste stand van zaken wat betreft de theorie over, het onderzoek naar en de praktijk van moderne loopbaanbegeleiding.
Frans Meijers is lector Pedagogiek van de Beroepsvorming aan de Haagse Hogeschool en directeur van Meijers Onderzoek & Advies.
Werkboek voor afasie
Het boek biedt een ruime waaier aan oefeningen met verschillende moeilijkheidsgraad en voor uiteenlopende problemen. De logopedist kan deze taaltaken aanbieden in de individuele therapie, als groepsopdracht of als huistaak.
Het opstellen van dergelijk uitgebreid en uitgebalanceerd materiaal vergt veel tijd en ervaring. Deze derde, geactualiseerde Nederlandse editie van het ‘Workbook for Aphasia’ (met weblink) steunt tegelijk op de competentie van afasiespecialiste Susan Howell-Brubaker en op het werk van een groep ervaren logopedisten die de Engelse editie vertaalden en volledig aanpasten aan het taalgebruik in Vlaanderen en Nederland, aan specifieke talige situaties en leefgewoonten.
Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Susan Howell-Brubaker is Assistent Directeur aan het Speech and Language Pathology Department van het William Beaumont Hospital, Royal Oak, Michigan. Gedurende meer dan dertig jaar specialiseerde ze zich in het werken met volwassenen met communicatiestoornissen als gevolg van neurologische dysfuncties of hersentraumata. De vertalers specialiseerden zich eveneens in het diagnosticeren en behandelen van volwassenen met communicatiestoornissen als gevolg van neurologische dysfuncties of hersentraumata. Het zijn lic. Luce Plasschaert, prof. dr. Eric Manders lic. Renée Reynders, prof. dr. John Van Borsel en drs. Mia Verschaeve.
Werkboek voor afasie
Het boek biedt een ruime waaier aan oefeningen met verschillende moeilijkheidsgraad en voor uiteenlopende problemen. De logopedist kan deze taaltaken aanbieden in de individuele therapie, als groepsopdracht of als huistaak.
Het opstellen van dergelijk uitgebreid en uitgebalanceerd materiaal vergt veel tijd en ervaring. Deze derde, geactualiseerde Nederlandse editie van het ‘Workbook for Aphasia’ (met weblink) steunt tegelijk op de competentie van afasiespecialiste Susan Howell-Brubaker en op het werk van een groep ervaren logopedisten die de Engelse editie vertaalden en volledig aanpasten aan het taalgebruik in Vlaanderen en Nederland, aan specifieke talige situaties en leefgewoonten.
Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Susan Howell-Brubaker is Assistent Directeur aan het Speech and Language Pathology Department van het William Beaumont Hospital, Royal Oak, Michigan. Gedurende meer dan dertig jaar specialiseerde ze zich in het werken met volwassenen met communicatiestoornissen als gevolg van neurologische dysfuncties of hersentraumata. De vertalers specialiseerden zich eveneens in het diagnosticeren en behandelen van volwassenen met communicatiestoornissen als gevolg van neurologische dysfuncties of hersentraumata. Het zijn lic. Luce Plasschaert, prof. dr. Eric Manders lic. Renée Reynders, prof. dr. John Van Borsel en drs. Mia Verschaeve.
Muziektherapie in de revalidatie. Handboek voor de klinische praktijk.
Met behulp van deze kennis zullen muziektherapeuten steeds beter in staat zijn de resultaten van hun muziektherapeutische interventies bij kinderen en volwassenen met wetenschappelijke onderzoeksresultaten te onderbouwen. De ontwikkeling van speciaal ontworpen elektronische muziekinstrumenten en het gebruik van de computer met randapparatuur en software heeft de laatste jaren een hoge vlucht genomen. Ook zijn de mogelijkheden van aanpassingen aan muziekinstrumenten nog verder uitgebreid.
"een aanrader voor elke muziektherapeut"
Tijdschrift voor vaktherapie, jrg. 9,nr. 4, blz. 49
Madeleen de Bruijn (red.) ontwikkelde de toepassing van
muziektherapie in de revalidatie van kinderen en volwassenen
in Nederland vanuit haar praktijk bij Revalidatie Friesland in
Beetsterzwaag. Ze heeft over dit onderwerp veel publicaties op
haar naam staan en heeft regelmatig voordrachten gehouden
in binnen- en buitenland. Momenteel is ze betrokken bij een
onderzoek naar de effecten van de door haar mee ontwikkelde en inmiddels al veel
toegepaste methode Speech-Music Therapy for Aphasia, in samenwerking met de
Rijksuniversiteit Groningen en het Leids Universitair Medische Centrum.
Muziektherapie in de revalidatie. Handboek voor de klinische praktijk.
Met behulp van deze kennis zullen muziektherapeuten steeds beter in staat zijn de resultaten van hun muziektherapeutische interventies bij kinderen en volwassenen met wetenschappelijke onderzoeksresultaten te onderbouwen. De ontwikkeling van speciaal ontworpen elektronische muziekinstrumenten en het gebruik van de computer met randapparatuur en software heeft de laatste jaren een hoge vlucht genomen. Ook zijn de mogelijkheden van aanpassingen aan muziekinstrumenten nog verder uitgebreid.
"een aanrader voor elke muziektherapeut"
Tijdschrift voor vaktherapie, jrg. 9,nr. 4, blz. 49
Madeleen de Bruijn (red.) ontwikkelde de toepassing van
muziektherapie in de revalidatie van kinderen en volwassenen
in Nederland vanuit haar praktijk bij Revalidatie Friesland in
Beetsterzwaag. Ze heeft over dit onderwerp veel publicaties op
haar naam staan en heeft regelmatig voordrachten gehouden
in binnen- en buitenland. Momenteel is ze betrokken bij een
onderzoek naar de effecten van de door haar mee ontwikkelde en inmiddels al veel
toegepaste methode Speech-Music Therapy for Aphasia, in samenwerking met de
Rijksuniversiteit Groningen en het Leids Universitair Medische Centrum.
Psycho-educatie bij dyslexie
Het doel van de psycho-educatie is de motivatie, de inzet en de actieve medewerking van het kind te verhogen, wat leidt tot betere resultaten van de behandeling.
Het kind moet een stevige basis verwerven om gedurende zijn hele leven adequaat met zijn dyslexie om te gaan.
Deze werkmap is geconcipieerd voor beginnende lezers die ervaren dat het leren lezen moeizaam verloopt en voor wie leerkrachten en andere begeleiders aandringen op bijkomende hulp.
Nadja Brocatus, logopediste-stottertherapeute, is verbonden aan het Centrum voor Ambulante Revalidatie in Oostakker. Naast stotteren behandelt zij complexe leerstoornissen en ADHD. Ze doceert ook aan de Afstudeerrichting Logopedie van de Arteveldehogeschool in Gent.
Kathleen Vermeersch, logopediste, is verbonden aan hetzelfde Centrum. Ze is gespecialiseerd in de behandeling van complexe leerstoornissen en dyslexie. Daarnaast werkt ze in een groepsprivépraktijk in Nazareth.
"Zowel de onderbouw als de werkbladen zijn heel degelijk uitgewerkt. De zorgverlener kan meteen aan de slag."
Logopedie (jrg. 25, nr. 6, blz. 66)
Psycho-educatie bij dyslexie
Het doel van de psycho-educatie is de motivatie, de inzet en de actieve medewerking van het kind te verhogen, wat leidt tot betere resultaten van de behandeling.
Het kind moet een stevige basis verwerven om gedurende zijn hele leven adequaat met zijn dyslexie om te gaan.
Deze werkmap is geconcipieerd voor beginnende lezers die ervaren dat het leren lezen moeizaam verloopt en voor wie leerkrachten en andere begeleiders aandringen op bijkomende hulp.
Nadja Brocatus, logopediste-stottertherapeute, is verbonden aan het Centrum voor Ambulante Revalidatie in Oostakker. Naast stotteren behandelt zij complexe leerstoornissen en ADHD. Ze doceert ook aan de Afstudeerrichting Logopedie van de Arteveldehogeschool in Gent.
Kathleen Vermeersch, logopediste, is verbonden aan hetzelfde Centrum. Ze is gespecialiseerd in de behandeling van complexe leerstoornissen en dyslexie. Daarnaast werkt ze in een groepsprivépraktijk in Nazareth.
"Zowel de onderbouw als de werkbladen zijn heel degelijk uitgewerkt. De zorgverlener kan meteen aan de slag."
Logopedie (jrg. 25, nr. 6, blz. 66)
Psychiatrie in de klas
Passend en opbrengstgericht onderwijs bij leerlingen met psychiatrische problematiek.
Uiteraard gun je iedere leerling een passend aanbod en vanzelfsprekend wil je als leerkracht alles uit een leerling halen hetgeen binnen zijn of haar mogelijkheden ligt.
Alleen is dat beleidsmatig sneller bepaald dan in de praktijk uitgevoerd. Leerkrachten zijn over het algemeen niet terdege getraind in het maken en uitvoeren van opbrengstgerichte handelingsplannen voor leerlingen met psychiatrische problematiek. Daarnaast hebben ze niet bepaald zeeën van tijd. Er blijkt een grote behoefte aan een leidraad bij het maken en in praktijk brengen van deze handelingsplannen.
Dit boek werkt als een kompas bij de aanpak van leerlingen met gedragsproblematiek / gedragsstoornissen, AD(H)D, autisme spectrum stoornissen / PDD (NOS), hechtingsproblemen / stoornissen, ouder kind relatie problemen, borderline in ontwikkeling, angststoornissen en depressies. Het boek beschrijft een specifieke methodiek en bevat:
Alle doelen staan in relatie tot het ontwikkelingsperspectief en zijn smart beschreven. De aanpak is bewezen effectief, goed uitvoerbaar en oplossingsgericht, gebruik makend van de gezonde ontwikkeling van de leerling. Qua tijdsinvestering maak je een dergelijk professioneel plan, na enige oefening, binnen 45 minuten!
Giel Vaessen werkt als zorgcoördinator en trainer op de Rec IV school de Buitenhof te Heerlen. Voorheen werkte hij als behandelcoördinator en systeemtherapeut in de kinder- en jeugdpsychiatrie. Daarnaast schreef hij diverse praktijkgerichte boeken en geeft hij cursussen aan ouderverenigingen, leraren en hulpverleners in de jeugdzorg.
Zie www.wervelkind.nl.
Psychiatrie in de klas
Passend en opbrengstgericht onderwijs bij leerlingen met psychiatrische problematiek.
Uiteraard gun je iedere leerling een passend aanbod en vanzelfsprekend wil je als leerkracht alles uit een leerling halen hetgeen binnen zijn of haar mogelijkheden ligt.
Alleen is dat beleidsmatig sneller bepaald dan in de praktijk uitgevoerd. Leerkrachten zijn over het algemeen niet terdege getraind in het maken en uitvoeren van opbrengstgerichte handelingsplannen voor leerlingen met psychiatrische problematiek. Daarnaast hebben ze niet bepaald zeeën van tijd. Er blijkt een grote behoefte aan een leidraad bij het maken en in praktijk brengen van deze handelingsplannen.
Dit boek werkt als een kompas bij de aanpak van leerlingen met gedragsproblematiek / gedragsstoornissen, AD(H)D, autisme spectrum stoornissen / PDD (NOS), hechtingsproblemen / stoornissen, ouder kind relatie problemen, borderline in ontwikkeling, angststoornissen en depressies. Het boek beschrijft een specifieke methodiek en bevat:
Alle doelen staan in relatie tot het ontwikkelingsperspectief en zijn smart beschreven. De aanpak is bewezen effectief, goed uitvoerbaar en oplossingsgericht, gebruik makend van de gezonde ontwikkeling van de leerling. Qua tijdsinvestering maak je een dergelijk professioneel plan, na enige oefening, binnen 45 minuten!
Giel Vaessen werkt als zorgcoördinator en trainer op de Rec IV school de Buitenhof te Heerlen. Voorheen werkte hij als behandelcoördinator en systeemtherapeut in de kinder- en jeugdpsychiatrie. Daarnaast schreef hij diverse praktijkgerichte boeken en geeft hij cursussen aan ouderverenigingen, leraren en hulpverleners in de jeugdzorg.
Zie www.wervelkind.nl.
Denken over duiden. Inleiding in de hermeneutiek
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Hans van Stralen studeerde theologie, filosofie, Nederlands en literatuurwetenschap.In 1990 promoveerde hij in de letterkunde op modernistische literatuur, in 2009 publiceerde hij zijn dissertatie in de theologie over bekeringen. In 1996 en 2005 verschenen zijn studies over het existentialisme Beschreven keuzes en Choices and Conflicts. Hij is als literatuurwetenschapper verbonden aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Utrecht.
"een uiterst leesbare inleiding in de hermeneutiek"
Leesmenu Cultuur zomer 2012 - www.cultuurpagina.be
Denken over duiden. Inleiding in de hermeneutiek
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Hans van Stralen studeerde theologie, filosofie, Nederlands en literatuurwetenschap.In 1990 promoveerde hij in de letterkunde op modernistische literatuur, in 2009 publiceerde hij zijn dissertatie in de theologie over bekeringen. In 1996 en 2005 verschenen zijn studies over het existentialisme Beschreven keuzes en Choices and Conflicts. Hij is als literatuurwetenschapper verbonden aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Utrecht.
"een uiterst leesbare inleiding in de hermeneutiek"
Leesmenu Cultuur zomer 2012 - www.cultuurpagina.be
Orthopedagogiek. Ontwikkelingen, theorieën en modellen (KOP-Serie, nr. 32)
Het geheel gereviseerde boek staat een handelingsgerichte orthopedagogiek voor. Het gaat om kennis die de professional (als ‘scientist-practitioner’) nodig heeft in de hulpverlening bij problemen die zich in de opvoeding voordoen, waarbij vooral – al is dat niet per definitie het geval – sprake is van ernstige ontwikkelingsproblemen. De aard van de herziening en de uitbreiding van de verschillende thema’s waren aanleiding om niet langer van een ‘inleiding’ te spreken, hoezeer het boek ook als zodanig bruikbaar blijft.
Wied Ruijssenaars studeerde orthopedagogiek in Nijmegen, met een bijzondere aandacht voor leerproblemen. Na zijn promotie in 1984 op een onderzoek naar leertests vervulde hij van 1987-1993 een leeropdracht aan de KULeuven en van 1993 tot 2003 was hij hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit Leiden. Sinds 2004 is hij hoogleraar Orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen, gericht op personen met beperkingen.
Peter van den Bergh is werkzaam bij de Afdeling Orthopedagogiek van de Universiteit Leiden, met name op het gebied van de jeugd- en pleegzorg. Hij is gepromoveerd op de opnamebesluitvorming van kinderen in residentiële voorzieningen. Tevens heeft hij een eigen psychologische/pedagogische praktijk. Hij is BIG-geregistreerd (GZ-psycholoog) en beëdigd als getuige-deskundige voor de rechtbank. Hij heeft diverse bestuursfuncties bekleed binnen en buiten de universiteit.
Annemieke van Drenth is docent en onderzoeker bij de Afdeling Orthopedagogiek van de Universiteit Leiden. Zij is in 1991 gepromoveerd op een proefschrift over de geschiedenis van de zorg voor meisjes in fabrieken in Nederland. De afgelopen jaren heeft haar onderzoek zich toegespitst op de geschiedenis van de orthopedagogiek. Tevens levert zij bijgedragen aan de ontwikkeling in het domein van ‘history of disability’.
Orthopedagogiek. Ontwikkelingen, theorieën en modellen (KOP-Serie, nr. 32)
Het geheel gereviseerde boek staat een handelingsgerichte orthopedagogiek voor. Het gaat om kennis die de professional (als ‘scientist-practitioner’) nodig heeft in de hulpverlening bij problemen die zich in de opvoeding voordoen, waarbij vooral – al is dat niet per definitie het geval – sprake is van ernstige ontwikkelingsproblemen. De aard van de herziening en de uitbreiding van de verschillende thema’s waren aanleiding om niet langer van een ‘inleiding’ te spreken, hoezeer het boek ook als zodanig bruikbaar blijft.
Wied Ruijssenaars studeerde orthopedagogiek in Nijmegen, met een bijzondere aandacht voor leerproblemen. Na zijn promotie in 1984 op een onderzoek naar leertests vervulde hij van 1987-1993 een leeropdracht aan de KULeuven en van 1993 tot 2003 was hij hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit Leiden. Sinds 2004 is hij hoogleraar Orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen, gericht op personen met beperkingen.
Peter van den Bergh is werkzaam bij de Afdeling Orthopedagogiek van de Universiteit Leiden, met name op het gebied van de jeugd- en pleegzorg. Hij is gepromoveerd op de opnamebesluitvorming van kinderen in residentiële voorzieningen. Tevens heeft hij een eigen psychologische/pedagogische praktijk. Hij is BIG-geregistreerd (GZ-psycholoog) en beëdigd als getuige-deskundige voor de rechtbank. Hij heeft diverse bestuursfuncties bekleed binnen en buiten de universiteit.
Annemieke van Drenth is docent en onderzoeker bij de Afdeling Orthopedagogiek van de Universiteit Leiden. Zij is in 1991 gepromoveerd op een proefschrift over de geschiedenis van de zorg voor meisjes in fabrieken in Nederland. De afgelopen jaren heeft haar onderzoek zich toegespitst op de geschiedenis van de orthopedagogiek. Tevens levert zij bijgedragen aan de ontwikkeling in het domein van ‘history of disability’.
