Beter ouder. Zorg voor de kwetsbare oudere. (Catharina-reeks, nr. 4)
In dit boek gaat het over zorg voor de oudere mens. Het gaat over kwetsbaarheid, over professionele zorg en mantelzorg, over zinbeleving en ethische vraagstukken. Een hogere leeftijd roept ook de vraag op naar de kwaliteit van het langer leven. Betekent ouder ook beter ouder? Vanuit diverse invalshoeken willen de auteurs inzichten aanreiken omtrent knelpunten in de ouderenzorg.
Het eerste deel, Achtergronden, biedt een sociologische verkenning van het begrip kwetsbaarheid. Vervolgens schetsen huisartsen een aantal uitdagingen ten aanzien van de zorg voor kwetsbare ouderen. Geriaters beschrijven de ontwikkeling van hun medisch specialisme. Alzheimer Nederland en de Vlaamse Alzheimer Liga gaan in op de complexe rol van mantelzorg bij dementerende ouderen en de initiatieven van deze organisaties om daarbij ondersteuning te bieden.
Kwetsbare ouderen staan ook letterlijk centraal in dit boek. Het tweede deel bevat Portretten in woord en beeld van kwetsbare ouderen en/in hun context. In elk portret komt een eigen thematiek naar voor: versnippering van zorg, accepteren en loslaten, het al dan niet voltooid zijn van het leven.
Het derde deel bestaat uit Beschouwingen. Spiritualiteit van zorg voor de kwetsbare
oudere krijgt concrete vertaling in het beleid van woonzorgcentra. Vanuit het
ethisch vraagstuk rondom doorbehandeling bij kwetsbare oudere patiënten, wordt
narratieve geneeskunde besproken als inspiratie om anders te leren omgaan met
de grenzen aan de maakbaarheid van het leven. Tenslotte wordt ingegaan op het
beleven van ouderdom als gelukkig, waardig en zinvol, waarbij onder meer verbondenheid
met anderen een bepalende factor is, net als het vermogen om als oudere
regie te houden.
Koen Jordens(geestelijk verzorger), Judith Wilmer (klinisch geriater), Frank van
de Poel (geestelijk verzorger) en Eric van de Laar (klinisch ethicus) werken in het
Catharina Ziekenhuis Eindhoven en vormen de redactie van deze publicatie.
Dit boek is het vierde deel in de Catharina-reeks (Levensbeschouwing en ethiek in de gezondheidszorg):
Beter ouder. Zorg voor de kwetsbare oudere. (Catharina-reeks, nr. 4)
In dit boek gaat het over zorg voor de oudere mens. Het gaat over kwetsbaarheid, over professionele zorg en mantelzorg, over zinbeleving en ethische vraagstukken. Een hogere leeftijd roept ook de vraag op naar de kwaliteit van het langer leven. Betekent ouder ook beter ouder? Vanuit diverse invalshoeken willen de auteurs inzichten aanreiken omtrent knelpunten in de ouderenzorg.
Het eerste deel, Achtergronden, biedt een sociologische verkenning van het begrip kwetsbaarheid. Vervolgens schetsen huisartsen een aantal uitdagingen ten aanzien van de zorg voor kwetsbare ouderen. Geriaters beschrijven de ontwikkeling van hun medisch specialisme. Alzheimer Nederland en de Vlaamse Alzheimer Liga gaan in op de complexe rol van mantelzorg bij dementerende ouderen en de initiatieven van deze organisaties om daarbij ondersteuning te bieden.
Kwetsbare ouderen staan ook letterlijk centraal in dit boek. Het tweede deel bevat Portretten in woord en beeld van kwetsbare ouderen en/in hun context. In elk portret komt een eigen thematiek naar voor: versnippering van zorg, accepteren en loslaten, het al dan niet voltooid zijn van het leven.
Het derde deel bestaat uit Beschouwingen. Spiritualiteit van zorg voor de kwetsbare
oudere krijgt concrete vertaling in het beleid van woonzorgcentra. Vanuit het
ethisch vraagstuk rondom doorbehandeling bij kwetsbare oudere patiënten, wordt
narratieve geneeskunde besproken als inspiratie om anders te leren omgaan met
de grenzen aan de maakbaarheid van het leven. Tenslotte wordt ingegaan op het
beleven van ouderdom als gelukkig, waardig en zinvol, waarbij onder meer verbondenheid
met anderen een bepalende factor is, net als het vermogen om als oudere
regie te houden.
Koen Jordens(geestelijk verzorger), Judith Wilmer (klinisch geriater), Frank van
de Poel (geestelijk verzorger) en Eric van de Laar (klinisch ethicus) werken in het
Catharina Ziekenhuis Eindhoven en vormen de redactie van deze publicatie.
Dit boek is het vierde deel in de Catharina-reeks (Levensbeschouwing en ethiek in de gezondheidszorg):
Project S. Relationele en seksuele vorming voor minderjarige anderstaligen.
Methodieken werden uitgedacht, uitgeprobeerd, herzien of herkaderd naar de doelgroepen toe. De boodschap wordt kracht bijgezet door veel visueel materiaal, talige ondersteuning en de didactische opbouw van het geheel. Het boek bevat ook een overzichtslijst van bruikbare materialen en randmethodieken. Via een weblink kan de gebruiker op de hoogte blijven van de verdere ontwikkeling van het Project. www.dl.garant-uitgevers.eu
Lieve Lenaerts studeerde rechtsgeleerdheid aan de KU Leuven en godsdienstwetenschappen aan het bisdom in Antwerpen. Ze doceert aan het HIVSET – Hoger Instituut voor Verpleegkunde Sint Elisabeth in Turnhout en richtte er DoorElkaar op, een expertisecentrum diversiteit, dat onder meer dit project uitwerkte voor de Onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers.
Eva Joos volgde een lerarenopleiding en combineerde daarna een baan bij de Europese Commissie in Brussel met een masterstudie opleidings- en onderwijswetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Ze is lerares godsdienstleer in de OKAN-afdeling van het HIVSET en ze is verbonden aan het HIVSETVormingscentrum.
Project S. Relationele en seksuele vorming voor minderjarige anderstaligen.
Methodieken werden uitgedacht, uitgeprobeerd, herzien of herkaderd naar de doelgroepen toe. De boodschap wordt kracht bijgezet door veel visueel materiaal, talige ondersteuning en de didactische opbouw van het geheel. Het boek bevat ook een overzichtslijst van bruikbare materialen en randmethodieken. Via een weblink kan de gebruiker op de hoogte blijven van de verdere ontwikkeling van het Project. www.dl.garant-uitgevers.eu
Lieve Lenaerts studeerde rechtsgeleerdheid aan de KU Leuven en godsdienstwetenschappen aan het bisdom in Antwerpen. Ze doceert aan het HIVSET – Hoger Instituut voor Verpleegkunde Sint Elisabeth in Turnhout en richtte er DoorElkaar op, een expertisecentrum diversiteit, dat onder meer dit project uitwerkte voor de Onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers.
Eva Joos volgde een lerarenopleiding en combineerde daarna een baan bij de Europese Commissie in Brussel met een masterstudie opleidings- en onderwijswetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Ze is lerares godsdienstleer in de OKAN-afdeling van het HIVSET en ze is verbonden aan het HIVSETVormingscentrum.
Karl Abraham. Freuds rots in de branding.
Karl Abraham (1877-1925) was de eerste psychoanalyticus in Duitsland, waar hij de psychoanalyse tot grote bloei heeft gebracht. Zijn klinisch-theoretische bijdragen werden al snel klassiekers die veel invloed hebben gehad op de psychoanalytische theorievorming. Hij was de eerste die een psychoanalytische theorie over depressie ontwierp, enkele jaren voordat ‘Trauer und Melancholie’ van Freud zou verschijnen.
Abraham was na Freud de belangrijkste analyticus van de psychoanalytische beweging, voorzitter van de IPA – International Psychoanalytic Association, voorzitter van de Berlijnse psychoanalytische vereniging en lid van het geheime comité. Hij is betrokken geweest bij een aantal grote conflicten die zich in de beginjaren van de psychoanalyse hebben afgespeeld, waarbij postuum de schuld nogal eens naar hem is geschoven. Zo kon het gebeuren dat Abraham, tijdens zijn leven zo gewaardeerd, na zijn dood regelmatig werd verguisd.
"Bentinck van Schoonheten heeft de Nedelandstalige lezer met deze uitgave een grote dienst bewezen"
De Leeswolf, jrg. 19, nr. 8, blz. 548-549)
"zij is er glansrijk in geslaagd om hem uit de schaduw te halen en hem te laten zien als originele en inspirerende analyticus"
Tijdschrift voor Psychoanalyse, jrg. 20, nr. 2, blz. 150
Anna Bentinck van Schoonheten is psychoanalytica in Amsterdam.
Karl Abraham. Freuds rots in de branding.
Karl Abraham (1877-1925) was de eerste psychoanalyticus in Duitsland, waar hij de psychoanalyse tot grote bloei heeft gebracht. Zijn klinisch-theoretische bijdragen werden al snel klassiekers die veel invloed hebben gehad op de psychoanalytische theorievorming. Hij was de eerste die een psychoanalytische theorie over depressie ontwierp, enkele jaren voordat ‘Trauer und Melancholie’ van Freud zou verschijnen.
Abraham was na Freud de belangrijkste analyticus van de psychoanalytische beweging, voorzitter van de IPA – International Psychoanalytic Association, voorzitter van de Berlijnse psychoanalytische vereniging en lid van het geheime comité. Hij is betrokken geweest bij een aantal grote conflicten die zich in de beginjaren van de psychoanalyse hebben afgespeeld, waarbij postuum de schuld nogal eens naar hem is geschoven. Zo kon het gebeuren dat Abraham, tijdens zijn leven zo gewaardeerd, na zijn dood regelmatig werd verguisd.
"Bentinck van Schoonheten heeft de Nedelandstalige lezer met deze uitgave een grote dienst bewezen"
De Leeswolf, jrg. 19, nr. 8, blz. 548-549)
"zij is er glansrijk in geslaagd om hem uit de schaduw te halen en hem te laten zien als originele en inspirerende analyticus"
Tijdschrift voor Psychoanalyse, jrg. 20, nr. 2, blz. 150
Anna Bentinck van Schoonheten is psychoanalytica in Amsterdam.
Van neuron tot afasie (Neurowetenschappen in taal en spraak – Boek 2)
De driedelige reeks Neurowetenschappen in taal en spraak biedt een geïntegreerd overzicht van neurolinguïstisch en neurofysiologisch onderzoek bij neurologische taal- en spraakproblemen.
Dit tweede boek, Van neuron tot afasie, vormt een bovenbouw op het eerste boek, Neuroanatomie en neurofysiologie, en bestaat uit twee delen.
Het eerste deel zoomt in op de neurofysiologische en klinische organisatie van auditieve, visuele, semantische en grammaticale verwerking in het logopedisch onderzoek en het tweede deel richt zich op bijzondere taalstoornissen.
De doelstelling
van de auteurs is fundamenteel wettenschappelijk onderzoek integreren
in principes van logopedische diagnostiek en behandeling.
Boek 1 - Neuroanatomie en neurofysiologie
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Miet De Letter is master in de Logopedische en Audiologische wetenschappen en doctor in de Sociale Gezondheidswetenschappen. Ze is verbonden aan de Universiteit Gent en het UZ Gent.
Patrick Santens, neuroloog, is verbonden aan het Departement Neurologie van het UZ Gent en is hoogleraar aan de Universiteit Gent.
Van neuron tot afasie (Neurowetenschappen in taal en spraak – Boek 2)
De driedelige reeks Neurowetenschappen in taal en spraak biedt een geïntegreerd overzicht van neurolinguïstisch en neurofysiologisch onderzoek bij neurologische taal- en spraakproblemen.
Dit tweede boek, Van neuron tot afasie, vormt een bovenbouw op het eerste boek, Neuroanatomie en neurofysiologie, en bestaat uit twee delen.
Het eerste deel zoomt in op de neurofysiologische en klinische organisatie van auditieve, visuele, semantische en grammaticale verwerking in het logopedisch onderzoek en het tweede deel richt zich op bijzondere taalstoornissen.
De doelstelling
van de auteurs is fundamenteel wettenschappelijk onderzoek integreren
in principes van logopedische diagnostiek en behandeling.
Boek 1 - Neuroanatomie en neurofysiologie
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Miet De Letter is master in de Logopedische en Audiologische wetenschappen en doctor in de Sociale Gezondheidswetenschappen. Ze is verbonden aan de Universiteit Gent en het UZ Gent.
Patrick Santens, neuroloog, is verbonden aan het Departement Neurologie van het UZ Gent en is hoogleraar aan de Universiteit Gent.
Leren niet verleren. Voor wie ouderen wil ondersteunen bij leren.
Levenslang leren kan ondersteund worden zowel door spontaan leren als door gerichte educatie. Hierbinnen staan doelen als ‘empowerment stimuleren’ en ‘participatie bevorderen’ centraal. Maar hoe zet je dit alles om in praktijk?
Els Messelis is maatschappelijk werkster en gerontologe, met expertise in psychosociale en educatieve gerontologie. Ze is als opleidingscoördinator en lector Seniorenconsulentenvorming verbonden aan de Hogere Leergangen voor Fiscale en Sociale Wetenschappen van de Hogeschool-Universiteit Brussel.
Arlette Van Assel is maatschappelijk werkster en sociaal pedagoge. Ze heeft jarenlang gewerkt in de Geestelijke Gezondheidszorg, als preventiefunctionaris, als coördinator van projecten rond ouder-worden en als afdelingsmanager. Ze was actief betrokken bij het opzetten van geheugentrainingen in Vlaanderen en in Oost-Europa.
Powerpointpresentatie: Conferentie Leren niet verleren- dinsdag 18 december 2012
Overzicht van onze conferenties: www.hetboekenpodium.eu
Leren niet verleren. Voor wie ouderen wil ondersteunen bij leren.
Levenslang leren kan ondersteund worden zowel door spontaan leren als door gerichte educatie. Hierbinnen staan doelen als ‘empowerment stimuleren’ en ‘participatie bevorderen’ centraal. Maar hoe zet je dit alles om in praktijk?
Els Messelis is maatschappelijk werkster en gerontologe, met expertise in psychosociale en educatieve gerontologie. Ze is als opleidingscoördinator en lector Seniorenconsulentenvorming verbonden aan de Hogere Leergangen voor Fiscale en Sociale Wetenschappen van de Hogeschool-Universiteit Brussel.
Arlette Van Assel is maatschappelijk werkster en sociaal pedagoge. Ze heeft jarenlang gewerkt in de Geestelijke Gezondheidszorg, als preventiefunctionaris, als coördinator van projecten rond ouder-worden en als afdelingsmanager. Ze was actief betrokken bij het opzetten van geheugentrainingen in Vlaanderen en in Oost-Europa.
Powerpointpresentatie: Conferentie Leren niet verleren- dinsdag 18 december 2012
Overzicht van onze conferenties: www.hetboekenpodium.eu
De bedrieger bedrogen (Reeks Psychoanalyse en Cultuur, nr. 3)
Dromen doen we altijd, overal en allemaal. We dromen overdag, we dromen ’s nachts en in zekere zin ligt de droom zelfs als een verzonken continent achter en onder ons wakend leven. Gewoonlijk weten we wel dat we dromen maar dikwijls weten we niet wat we dromen. Of we willen het niet geweten hebben.
Volgens sommigen is een ietwat provocatieve definitie van normaliteit iemand die denkt dat dromen helemaal geen betekenis hebben. Alleszins doet de droom veel vervagen van wat in de werkelijkheid (?) onderscheiden wordt. Zo bijvoorbeeld het verschil tussen ziek en gezond. We dromen immers allemaal neurotische, psychotische en/of perverse dromen. Dromen zetten zodoende het verschil tussen normaal en abnormaal op losse schroeven.
En hoeveel misdaden hebben we in onze dromen al niet gepleegd? Is het wel terecht dat we op vrije voet zijn? Horen we niet veeleer thuis in de gevangenis? En zijn onze dromen niet stuk voor stuk kunstwerken waaruit blijkt dat er een ongekende goddelijke Schepper huist in het diepst van onze gedachten? Kunnen vele culturele creaties omgekeerd dan ook niet als een droom gelezen en geïnterpreteerd worden?
In dit boek worden dromen in psychoanalyse en cultuur onder de loep gehouden door een brede schare van Vlaamse en Nederlandse contribuanten uit de klinische, culturele en/of filosofische wereld. Resultaat is een waaier van perspectieven waarvan gehoopt wordt dat ze de dromen van lezers helpen te meubileren en het bekijken en beluisteren van artefacten helpen verbreden en verdiepen.
Met bijdragen van Marc De Kesel, Marc Hebbrecht, Sjef Houppermans, Mileen Janssens, Joannes Késenne, Mark Kinet, Corine Kisling, Tinka Prast, Leo Ruelens, Walter Schönau, Rico Sneller, Trees Traversier, Ludi Van Bouwel, Paul Verhuyck, Marc Verminck en Peter Verstraten.
Sjef Houppermans is universitair hoofddocent Moderne letterkunde aan de Universiteit Leiden, redacteur van het Tijdschrift voor Psychoanalyse en voorzitter van de Stichting Psychoanalyse en Cultuur.
Marc De Kesel doceert aan de Arteveldhogeschool in Gent en is senioronderzoeker aan de Radbouduniversiteit in Nijmegen. Hij is bestuurslid van de Stichting.
Mark Kinet is psychiater, psychotherapeut en psychoanalyticus. Hij is verbonden aan de Sint-Jozefkliniek in Pittem en voert een zelfstandige psychoanalytische praktijk in Gent.
"Alle bijdragen zijn zeer de moeite waard gelezen te worden en zet de lezer aan het denken"MGv (jrg. 68, nr. 4, blz. 190)
Reeks: Psychoanalyse en Cultuur
Nr. 1: Spreken, zwijgen, ... schrijven. Psychoanalyse en taal
P. Verstraten, M. De Kesel & S. Houppermans (Red.)
Nr. 2: Het nieuwe onbehagen in de cultuur
M. Kinet, M. De Kesel & S. Houppermans (Red.)
Nr. 3: De bedrieger bedrogen
S. Houppermans, M. Kinet & M. De Kesel(Red.)
Nr. 4: For your pleasure? Psychoanalyse over esthetisch genot.
Mark Kinet, Marc De Kesel & Sjef Houppermans (Red.)
Voor de publicaties sinds 1990 zie www.stichtingpsychoanalyseencultuur.eu
De bedrieger bedrogen (Reeks Psychoanalyse en Cultuur, nr. 3)
Dromen doen we altijd, overal en allemaal. We dromen overdag, we dromen ’s nachts en in zekere zin ligt de droom zelfs als een verzonken continent achter en onder ons wakend leven. Gewoonlijk weten we wel dat we dromen maar dikwijls weten we niet wat we dromen. Of we willen het niet geweten hebben.
Volgens sommigen is een ietwat provocatieve definitie van normaliteit iemand die denkt dat dromen helemaal geen betekenis hebben. Alleszins doet de droom veel vervagen van wat in de werkelijkheid (?) onderscheiden wordt. Zo bijvoorbeeld het verschil tussen ziek en gezond. We dromen immers allemaal neurotische, psychotische en/of perverse dromen. Dromen zetten zodoende het verschil tussen normaal en abnormaal op losse schroeven.
En hoeveel misdaden hebben we in onze dromen al niet gepleegd? Is het wel terecht dat we op vrije voet zijn? Horen we niet veeleer thuis in de gevangenis? En zijn onze dromen niet stuk voor stuk kunstwerken waaruit blijkt dat er een ongekende goddelijke Schepper huist in het diepst van onze gedachten? Kunnen vele culturele creaties omgekeerd dan ook niet als een droom gelezen en geïnterpreteerd worden?
In dit boek worden dromen in psychoanalyse en cultuur onder de loep gehouden door een brede schare van Vlaamse en Nederlandse contribuanten uit de klinische, culturele en/of filosofische wereld. Resultaat is een waaier van perspectieven waarvan gehoopt wordt dat ze de dromen van lezers helpen te meubileren en het bekijken en beluisteren van artefacten helpen verbreden en verdiepen.
Met bijdragen van Marc De Kesel, Marc Hebbrecht, Sjef Houppermans, Mileen Janssens, Joannes Késenne, Mark Kinet, Corine Kisling, Tinka Prast, Leo Ruelens, Walter Schönau, Rico Sneller, Trees Traversier, Ludi Van Bouwel, Paul Verhuyck, Marc Verminck en Peter Verstraten.
Sjef Houppermans is universitair hoofddocent Moderne letterkunde aan de Universiteit Leiden, redacteur van het Tijdschrift voor Psychoanalyse en voorzitter van de Stichting Psychoanalyse en Cultuur.
Marc De Kesel doceert aan de Arteveldhogeschool in Gent en is senioronderzoeker aan de Radbouduniversiteit in Nijmegen. Hij is bestuurslid van de Stichting.
Mark Kinet is psychiater, psychotherapeut en psychoanalyticus. Hij is verbonden aan de Sint-Jozefkliniek in Pittem en voert een zelfstandige psychoanalytische praktijk in Gent.
"Alle bijdragen zijn zeer de moeite waard gelezen te worden en zet de lezer aan het denken"MGv (jrg. 68, nr. 4, blz. 190)
Reeks: Psychoanalyse en Cultuur
Nr. 1: Spreken, zwijgen, ... schrijven. Psychoanalyse en taal
P. Verstraten, M. De Kesel & S. Houppermans (Red.)
Nr. 2: Het nieuwe onbehagen in de cultuur
M. Kinet, M. De Kesel & S. Houppermans (Red.)
Nr. 3: De bedrieger bedrogen
S. Houppermans, M. Kinet & M. De Kesel(Red.)
Nr. 4: For your pleasure? Psychoanalyse over esthetisch genot.
Mark Kinet, Marc De Kesel & Sjef Houppermans (Red.)
Voor de publicaties sinds 1990 zie www.stichtingpsychoanalyseencultuur.eu
Kinderrechtenboek
De leerlingen van de Gentse Freinetschool Het Prisma zijn samen met hun begeleiders de auteurs van dit kijk- en leesboek over kinderrechten. Rechten die hen leren wat ze mogen en kunnen doen, maar ook plichten die hen vertellen hoe ze zich tot de anderen moeten gedragen.
Centraal staan kinderrechten die door de leerlingen via eigen illustraties worden verbeeld en in eigen interpretaties – opgetekend door hun begeleiders – worden verwoord.
Het boek is een uitstekend werkmiddel voor iedereen die te maken heeft met de opvoeding van kinderen, zowel thuis als op school. Het is tegelijk een aanzet om te filosoferen over kinderrechten.
Kinderrechtenboek
De leerlingen van de Gentse Freinetschool Het Prisma zijn samen met hun begeleiders de auteurs van dit kijk- en leesboek over kinderrechten. Rechten die hen leren wat ze mogen en kunnen doen, maar ook plichten die hen vertellen hoe ze zich tot de anderen moeten gedragen.
Centraal staan kinderrechten die door de leerlingen via eigen illustraties worden verbeeld en in eigen interpretaties – opgetekend door hun begeleiders – worden verwoord.
Het boek is een uitstekend werkmiddel voor iedereen die te maken heeft met de opvoeding van kinderen, zowel thuis als op school. Het is tegelijk een aanzet om te filosoferen over kinderrechten.
Latijnse grammatica. Derde, opnieuw herziene uitgave: 2012
Deze Latijnse grammatica is een vernieuwend naslagwerk met uitdrukkelijke aandacht voor de wetenschappelijke ontwikkelingen die gedurende meer dan een halve eeuw in de algemene en de Latijnse taalkunde hebben plaatsgevonden.
Dit werk onderscheidt zich door zijn coherente visie op de zin en zijn delen, gebaseerd op de syntaxis en de semantiek, eerder dan op de morfologie. Daarbij heeft het gezegde een centrale plaats gekregen en zijn de grammaticale termen nauwkeurig gedefinieerd.
Dit boek is niet gebaseerd op één bepaald wetenschappelijk model, maar heeft de traditionele kennis geïntegreerd in vernieuwde inzichten in taal. De duidelijke structurering van de taalverschijnselen zorgt ook voor een grotere didactische eenvoud en helderheid.
Dirk Panhuis studeerde klassieke filologie (Rijksuniversiteit Gent, 1963) en promoveerde in de taalkunde (University of Michigan, Ann Arbor, U.S.A., 1981). Hij was assistent en academisch secretaris van het Institut Supérieur Pédagogique in Kananga (D.R. Congo), en was verbonden aan het Departement Taalkunde van de University of Michigan in Ann Arbor. Hij doceerde klassieke talen aan Koninklijke Athenea in en rond Leuven en Diest tot zijn pensioen.
Latijnse grammatica. Derde, opnieuw herziene uitgave: 2012
Deze Latijnse grammatica is een vernieuwend naslagwerk met uitdrukkelijke aandacht voor de wetenschappelijke ontwikkelingen die gedurende meer dan een halve eeuw in de algemene en de Latijnse taalkunde hebben plaatsgevonden.
Dit werk onderscheidt zich door zijn coherente visie op de zin en zijn delen, gebaseerd op de syntaxis en de semantiek, eerder dan op de morfologie. Daarbij heeft het gezegde een centrale plaats gekregen en zijn de grammaticale termen nauwkeurig gedefinieerd.
Dit boek is niet gebaseerd op één bepaald wetenschappelijk model, maar heeft de traditionele kennis geïntegreerd in vernieuwde inzichten in taal. De duidelijke structurering van de taalverschijnselen zorgt ook voor een grotere didactische eenvoud en helderheid.
Dirk Panhuis studeerde klassieke filologie (Rijksuniversiteit Gent, 1963) en promoveerde in de taalkunde (University of Michigan, Ann Arbor, U.S.A., 1981). Hij was assistent en academisch secretaris van het Institut Supérieur Pédagogique in Kananga (D.R. Congo), en was verbonden aan het Departement Taalkunde van de University of Michigan in Ann Arbor. Hij doceerde klassieke talen aan Koninklijke Athenea in en rond Leuven en Diest tot zijn pensioen.
Taalontwikkelingsstoornissen: fenomenen, onderzoek en behandeling. (Thomas More Logopedie)
Taalontwikkelingsstoornissen zijn zeer heterogeen, zowel in de verschijningsvormen als wat betreft de ernst en de oorzaken. Bij de specifieke taalontwikkelingsstoornissen is op het eerste zicht voldaan aan alle voorwaarden om tot een normale taalontwikkeling te komen, maar komt het taalverwervingsproces toch niet of onvoldoende op gang. Niet-specifieke taalstoornissen daarentegen zijn het gevolg van of hangen samen met problemen op andere gebieden, zoals gehoorstoornissen, autisme of verstandelijke beperkingen. Er zijn ook kinderen die door factoren als ziekte, meertalige opvoedingssituatie of verwaarlozing een verhoogd risico lopen op de ontwikkeling van taalproblemen. Verder komt in dit boek de diagnostiek van taalontwikkelingstoornissen ruim aan bod. Zowel multidisciplinaire diagnostiek als specifiek taalonderzoek worden gedetailleerd beschreven. Het laatste deel van het boek handelt over de indirecte en directe behandeling van taalontwikkelingsstoornissen. Hierbij wordt ook aandacht besteed aan therapie-effectmetingen.
Deze uitgave is een initiatief van de Opleiding Logopedie en Audiologie van Thomas
More Antwerpen. Het boek richt zich in de eerste plaats tot logopedisten en tot wie
daarvoor in opleiding is, maar ook artsen, pedagogen en psychologen, leerlingenbegeleiders,
zorgcoördinatoren of ouders vinden er nuttige informatie in.
Eric Manders, doctor in de Logopedie en Audiologie, is deeltijds docent aan de Opleiding Logopedie en Audiologie van Thomas More Antwerpen en aan de Afdeling Logopedische en Audiologische Wetenschappen van de KU Leuven.
Chris De Bal, bachelor in de Logopedie, is praktijklector aan dezelfde opleiding in Antwerpen en is verbonden aan Het GielsBos, een voorziening voor mensen met ernstig en diep verstandelijke beperkingen in Gierle.
Ellen Van Den Heuvel, master in de Logopedische en Audiologische wetenschappen, is eveneens verbonden aan de opleiding in Antwerpen. Aan de KU Leuven verricht ze een doctoraatsonderzoek omtrent pragmatische taalprofielen bij kinderen met microdeletiesyndromen.
Taalontwikkelingsstoornissen: fenomenen, onderzoek en behandeling. (Thomas More Logopedie)
Taalontwikkelingsstoornissen zijn zeer heterogeen, zowel in de verschijningsvormen als wat betreft de ernst en de oorzaken. Bij de specifieke taalontwikkelingsstoornissen is op het eerste zicht voldaan aan alle voorwaarden om tot een normale taalontwikkeling te komen, maar komt het taalverwervingsproces toch niet of onvoldoende op gang. Niet-specifieke taalstoornissen daarentegen zijn het gevolg van of hangen samen met problemen op andere gebieden, zoals gehoorstoornissen, autisme of verstandelijke beperkingen. Er zijn ook kinderen die door factoren als ziekte, meertalige opvoedingssituatie of verwaarlozing een verhoogd risico lopen op de ontwikkeling van taalproblemen. Verder komt in dit boek de diagnostiek van taalontwikkelingstoornissen ruim aan bod. Zowel multidisciplinaire diagnostiek als specifiek taalonderzoek worden gedetailleerd beschreven. Het laatste deel van het boek handelt over de indirecte en directe behandeling van taalontwikkelingsstoornissen. Hierbij wordt ook aandacht besteed aan therapie-effectmetingen.
Deze uitgave is een initiatief van de Opleiding Logopedie en Audiologie van Thomas
More Antwerpen. Het boek richt zich in de eerste plaats tot logopedisten en tot wie
daarvoor in opleiding is, maar ook artsen, pedagogen en psychologen, leerlingenbegeleiders,
zorgcoördinatoren of ouders vinden er nuttige informatie in.
Eric Manders, doctor in de Logopedie en Audiologie, is deeltijds docent aan de Opleiding Logopedie en Audiologie van Thomas More Antwerpen en aan de Afdeling Logopedische en Audiologische Wetenschappen van de KU Leuven.
Chris De Bal, bachelor in de Logopedie, is praktijklector aan dezelfde opleiding in Antwerpen en is verbonden aan Het GielsBos, een voorziening voor mensen met ernstig en diep verstandelijke beperkingen in Gierle.
Ellen Van Den Heuvel, master in de Logopedische en Audiologische wetenschappen, is eveneens verbonden aan de opleiding in Antwerpen. Aan de KU Leuven verricht ze een doctoraatsonderzoek omtrent pragmatische taalprofielen bij kinderen met microdeletiesyndromen.
Dementie, het blikveld verruimd – Introductie in Persoonsgerichte zorg en Dementia Care Mapping (DCM)
Dementia Care Mapping brengt individueel gedrag en emoties van personen met dementie op een gestructureerde manier in kaart. Deze observatie geeft een beeld van het welbevinden van mensen. DCM is tevens een aangewezen instrument om de geboden relationele zorg objectief te analyseren en te verbeteren.
Theorie en praktijkvoorbeelden wisselen elkaar in dit boek af. Er worden tips aangereikt om op een respectvolle manier om te gaan met mensen waarvan nog te vaak wordt gedacht dat ze niet meer openstaan voor diepgaande interacties. Persoonsgerichte zorg en Dementia Care Mapping bieden nieuwe perspectieven om het welbevinden van mensen met dementie doorheen het hele ziekteproces te optimaliseren.
Hilde Vermeiren (°1956) werkt als coördinator van de vzw Anahata-Kennis en ervaringscentrum dementie. Zij is de drijvende kracht achter de verspreiding van DCM in België. Als trainer DCM is ze verbonden aan de Internationale Implementatiegroep DCM van de Universiteit van Bradford.
De verschillende hoofdstukken van het boek zijn vlot geschreven en onderbouwd met een combinatie van theoretische inzichten en tal van praktijkvoorbeelden. Het boek is daarom zeer geschikt als leidraad voor zowel iedereen die op een persoonsgerichte manier wenst om te gaan met ouderen met dementie. Daarnaast is het een aanrader voor zorgteams die de methode van DCM willen toepassen.
Psychiatrie & verpleging, jrg. 89, nr. 2, blz. 81
Dementie, het blikveld verruimd – Introductie in Persoonsgerichte zorg en Dementia Care Mapping (DCM)
Dementia Care Mapping brengt individueel gedrag en emoties van personen met dementie op een gestructureerde manier in kaart. Deze observatie geeft een beeld van het welbevinden van mensen. DCM is tevens een aangewezen instrument om de geboden relationele zorg objectief te analyseren en te verbeteren.
Theorie en praktijkvoorbeelden wisselen elkaar in dit boek af. Er worden tips aangereikt om op een respectvolle manier om te gaan met mensen waarvan nog te vaak wordt gedacht dat ze niet meer openstaan voor diepgaande interacties. Persoonsgerichte zorg en Dementia Care Mapping bieden nieuwe perspectieven om het welbevinden van mensen met dementie doorheen het hele ziekteproces te optimaliseren.
Hilde Vermeiren (°1956) werkt als coördinator van de vzw Anahata-Kennis en ervaringscentrum dementie. Zij is de drijvende kracht achter de verspreiding van DCM in België. Als trainer DCM is ze verbonden aan de Internationale Implementatiegroep DCM van de Universiteit van Bradford.
De verschillende hoofdstukken van het boek zijn vlot geschreven en onderbouwd met een combinatie van theoretische inzichten en tal van praktijkvoorbeelden. Het boek is daarom zeer geschikt als leidraad voor zowel iedereen die op een persoonsgerichte manier wenst om te gaan met ouderen met dementie. Daarnaast is het een aanrader voor zorgteams die de methode van DCM willen toepassen.
Psychiatrie & verpleging, jrg. 89, nr. 2, blz. 81
In de schaduw van het kunstwerk: Art-based learning in de praktijk
Aan de hand van drie triptieken laat de auteur zien hoe kunstwerken werken als een “sprekend object”.
Deze studie is bedoeld voor studenten en docenten theologie, filosofie en antropologie, theater- en filmwetenschap, literatuurwetenschap en (kunst)geschiedenis. De hier ontwikkelde methodiek is ook uitermate geschikt voor Artistic Research aan kunstacademies, theateracademies, conservatoria, film- en dansacademies.
Jeroen Lutters (1959) is Lector Didactiek en Inhoud van de Kunstvakken aan de Hogeschool Windesheim en Rector van het Bernard Lievegoed Liberal Arts College in Driebergen.
Eerder verschenen van zijn hand: Het verloren paradijs van de adolescent (Indigo 1999) Adolescentie in Fictie: Caravaggio’s verbeelding van de adolescent (Agiel 2006) en De poëtische taal van de adolescent: over de schoonheid van het anders-zijn (Garant 2009).
In de schaduw van het kunstwerk: Art-based learning in de praktijk
Aan de hand van drie triptieken laat de auteur zien hoe kunstwerken werken als een “sprekend object”.
Deze studie is bedoeld voor studenten en docenten theologie, filosofie en antropologie, theater- en filmwetenschap, literatuurwetenschap en (kunst)geschiedenis. De hier ontwikkelde methodiek is ook uitermate geschikt voor Artistic Research aan kunstacademies, theateracademies, conservatoria, film- en dansacademies.
Jeroen Lutters (1959) is Lector Didactiek en Inhoud van de Kunstvakken aan de Hogeschool Windesheim en Rector van het Bernard Lievegoed Liberal Arts College in Driebergen.
Eerder verschenen van zijn hand: Het verloren paradijs van de adolescent (Indigo 1999) Adolescentie in Fictie: Caravaggio’s verbeelding van de adolescent (Agiel 2006) en De poëtische taal van de adolescent: over de schoonheid van het anders-zijn (Garant 2009).
Hoogbegaafde kinderen, op school en thuis. Een gids voor ouders en leerkrachten
Om hun talenten maximaal te kunnen ontplooien, moeten hoogbegaafde kinderen vroegtijdig onderkend worden. Dan kunnen ze een begeleiding en stimulering op maat krijgen. De typische ontwikkelingsproblemen van hoogbegaafde kinderen en adolescenten komen uitvoerig aan de orde, net als de diverse versnellings- en verrijkingsmaatregelen die op school kunnen worden toegepast.
De basis van iedere opvoeding wordt in het gezin gelegd tijdens de vroege kinderjaren. Hoogbegaafde kinderen ontwikkelen zich anders. Daarom is het belangrijk dat ouders zeer vroeg een goed inzicht verwerven in dit ontwikkelingsproces.
Dit boek rekent af met enkele hardnekkige vooroordelen over hoogbegaafdheid. Zoals: deze kinderen zullen er wel vanzelf komen; je houdt dit potje best gedekt, zo niet krijg je onhandelbare en arrogante jongeren; deze kinderen zijn in alles goed en halen steeds de beste resultaten.
Hoe verkeerd deze laatste opvatting wel is, wordt uitdrukkelijk behandeld in de hoofdstukken over onderpresteren. Nogal wat hoogbegaafde leerlingen worden onderpresteerders bij gebrek aan begrip en steun vanuit de omgeving. Dit proces is niet alleen dramatisch ter wille van de verminderde prestaties, maar vooral wegens het verwoestende effect op de persoonlijkheid van het kind.
Carl D’HONDT, orthopedagoog, is voorzitter van BEKINA–Begaafde Kinderen en Adolescenten.
Hilde VAN ROSSEN, psychologe, doceert aan de Katholieke Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen.
Hoogbegaafde kinderen, op school en thuis. Een gids voor ouders en leerkrachten
Om hun talenten maximaal te kunnen ontplooien, moeten hoogbegaafde kinderen vroegtijdig onderkend worden. Dan kunnen ze een begeleiding en stimulering op maat krijgen. De typische ontwikkelingsproblemen van hoogbegaafde kinderen en adolescenten komen uitvoerig aan de orde, net als de diverse versnellings- en verrijkingsmaatregelen die op school kunnen worden toegepast.
De basis van iedere opvoeding wordt in het gezin gelegd tijdens de vroege kinderjaren. Hoogbegaafde kinderen ontwikkelen zich anders. Daarom is het belangrijk dat ouders zeer vroeg een goed inzicht verwerven in dit ontwikkelingsproces.
Dit boek rekent af met enkele hardnekkige vooroordelen over hoogbegaafdheid. Zoals: deze kinderen zullen er wel vanzelf komen; je houdt dit potje best gedekt, zo niet krijg je onhandelbare en arrogante jongeren; deze kinderen zijn in alles goed en halen steeds de beste resultaten.
Hoe verkeerd deze laatste opvatting wel is, wordt uitdrukkelijk behandeld in de hoofdstukken over onderpresteren. Nogal wat hoogbegaafde leerlingen worden onderpresteerders bij gebrek aan begrip en steun vanuit de omgeving. Dit proces is niet alleen dramatisch ter wille van de verminderde prestaties, maar vooral wegens het verwoestende effect op de persoonlijkheid van het kind.
Carl D’HONDT, orthopedagoog, is voorzitter van BEKINA–Begaafde Kinderen en Adolescenten.
Hilde VAN ROSSEN, psychologe, doceert aan de Katholieke Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen.

