Psychologie van de kunst. Een abecedarium / met voorwoord van Paul Verhaeghe en Arnon Grunberg
Een abecedarium is een gedicht waarvan elke regel of strofe begint met de opeenvolgende letters van het alfabet. De auteur koos opzettelijk deze fragmentarische vorm voor beschouwingen over de psychologie van de kunst. Zijn bedoeling is bestaande kaders open te breken en het denken in beweging te brengen of te houden. In het binnenwerk van de tekst blijven immers gaten en kieren uitgespaard waarlangs iets kan binnenglippen, inkruipen, flitsen of donderen. Dit zou moeten toelaten dat de geest van en voor de kunst wordt geopend en niet gesloten.
Met kunstwerken van Philip Aguirre Y Otegui, Michael Borremans, Jean-Marie Bytebier, Sidi Larbi Cherkaoui, Greet Desal, Johan Tahon, Koen Theys, Luc Tuymans, Philippe Vandenberg, Bruno Van den Bossche, Rinus Van de Velde, Jan Van Oost, Lieve Van Stappen.
Mark Kinet is psychiater. Hij is coördinator van de reeks Psychoanalytisch Actueel en bestuurslid van de Belgisch-Nederlandse Stichting Psychoanalyse en Cultuur. Hij is auteur van o.a. Freud & co in de psychiatrie, De wetenschap van de liefde en de kunst van de computeranalyse en Psychopathologie van het hedendaags leven.
Psychologie van de kunst. Een abecedarium / met voorwoord van Paul Verhaeghe en Arnon Grunberg
Een abecedarium is een gedicht waarvan elke regel of strofe begint met de opeenvolgende letters van het alfabet. De auteur koos opzettelijk deze fragmentarische vorm voor beschouwingen over de psychologie van de kunst. Zijn bedoeling is bestaande kaders open te breken en het denken in beweging te brengen of te houden. In het binnenwerk van de tekst blijven immers gaten en kieren uitgespaard waarlangs iets kan binnenglippen, inkruipen, flitsen of donderen. Dit zou moeten toelaten dat de geest van en voor de kunst wordt geopend en niet gesloten.
Met kunstwerken van Philip Aguirre Y Otegui, Michael Borremans, Jean-Marie Bytebier, Sidi Larbi Cherkaoui, Greet Desal, Johan Tahon, Koen Theys, Luc Tuymans, Philippe Vandenberg, Bruno Van den Bossche, Rinus Van de Velde, Jan Van Oost, Lieve Van Stappen.
Mark Kinet is psychiater. Hij is coördinator van de reeks Psychoanalytisch Actueel en bestuurslid van de Belgisch-Nederlandse Stichting Psychoanalyse en Cultuur. Hij is auteur van o.a. Freud & co in de psychiatrie, De wetenschap van de liefde en de kunst van de computeranalyse en Psychopathologie van het hedendaags leven.
Zoek kennis van de wieg tot het graf
Er is geen religie die de laatste decennia zo in het licht staat als de islam. Gevreesd en gehaat door sommigen, begeerd door anderen. Zij blijft fascineren en is voortdurend onderwerp van gesprek.
Dit boek geeft een uitgebreid overzicht van belangrijke thema’s en discussies die spelen rond het islamitisch godsdienstonderwijs.
Wat zijn de doelstellingen van islamitische geloofsopvoeding en van islamitisch godsdienstonderwijs, in het bijzonder in de Nederlandse en Belgische context? Hoe kunnen deze doelstellingen het beste worden gerealiseerd? Wat betekent dit voor de huidige en volgende generatie moslims en voor de westerse samenleving waarin zij wonen?
De auteurs analyseren onder meer diverse ‘knopen’ in het beleid, ten aanzien van godsdienstonderwijs op school, de belangen van betrokken partijen, de implicaties van afzonderlijke islamitische scholen …
Kortom, deze uitgave is van belang voor iedereen die met godsdienstonderricht, levensbeschouwing, onderwijs en opvoeding van moslimjongeren te maken heeft.
"Dit boek is met recht een ''goede gids'' genoemd voor iedereen, moslim en niet-moslim, die te maken heeft met, of geïnteresseerd is in islamitisch godsdienstonderwijs in het bijzonder of religieus onderwijs in het algemeen."
Al Nisa - Islamitisch maandblad voor vrouwen (jrg. 32, nr. 12, blz. 30)
Dr. Arslan Karagül is in Ünye (Turkije) geboren. Hij woont sinds 1983 in Amsterdam. Na het Imam-Hatip Lyceum en de Theologische opleiding aan de Universiteit van Samsun wordt hij als mufti in dienst gesteld in Tasova-Turkije. In deze hoedanigheid voltooit hij de verdere training van Diyanet voor mufti’s en predikanten in Istanbul-Haseki. Na zijn masteropleiding aan de Universiteit van Amsterdam promoveert hij op islamitisch godsdienstonderwijs aan deze universiteit. Hij is nu docent Islamitische Geestelijke Verzorging en Pedagogiek aan het Centrum voor Islamitische Theologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Dr. Stella van de Wetering is in Nijmegen geboren. Zij studeerde Arabische taal en letterkunde, richting Islam aan de Universiteit van Amsterdam. Zij is gepromoveerd aan de Universiteit Utrecht op Onderwijs in de Eigen Taal en Cultuur aan Marokkaanse Kinderen in Nederland. Het OETC als resultante van een maatschappelijk krachtenspel. Vanuit het Centrum voor Interreligieus Leren bij de Vakgroep Sociaal-wetenschappenlijke vakken van de Faculteit der Godgeleerdheid te Utrecht verrichtte zij onderzoek naar de levensbeschouwelijke beleving van basisschoolleerlingen en de manier waarop scholen omgaan met morele en levensbeschouwelijke vorming van deze leerlingen. Nu is zij docent Arabisch en Islamitische Pedagogiek en Didactiek bij de tweedegraads lerarenopleiding Islam-Godsdienst van de Hogeschool Inholland in Amsterdam en is zij docent Arabisch aan het Centrum voor Islamitische Theologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Zoek kennis van de wieg tot het graf
Er is geen religie die de laatste decennia zo in het licht staat als de islam. Gevreesd en gehaat door sommigen, begeerd door anderen. Zij blijft fascineren en is voortdurend onderwerp van gesprek.
Dit boek geeft een uitgebreid overzicht van belangrijke thema’s en discussies die spelen rond het islamitisch godsdienstonderwijs.
Wat zijn de doelstellingen van islamitische geloofsopvoeding en van islamitisch godsdienstonderwijs, in het bijzonder in de Nederlandse en Belgische context? Hoe kunnen deze doelstellingen het beste worden gerealiseerd? Wat betekent dit voor de huidige en volgende generatie moslims en voor de westerse samenleving waarin zij wonen?
De auteurs analyseren onder meer diverse ‘knopen’ in het beleid, ten aanzien van godsdienstonderwijs op school, de belangen van betrokken partijen, de implicaties van afzonderlijke islamitische scholen …
Kortom, deze uitgave is van belang voor iedereen die met godsdienstonderricht, levensbeschouwing, onderwijs en opvoeding van moslimjongeren te maken heeft.
"Dit boek is met recht een ''goede gids'' genoemd voor iedereen, moslim en niet-moslim, die te maken heeft met, of geïnteresseerd is in islamitisch godsdienstonderwijs in het bijzonder of religieus onderwijs in het algemeen."
Al Nisa - Islamitisch maandblad voor vrouwen (jrg. 32, nr. 12, blz. 30)
Dr. Arslan Karagül is in Ünye (Turkije) geboren. Hij woont sinds 1983 in Amsterdam. Na het Imam-Hatip Lyceum en de Theologische opleiding aan de Universiteit van Samsun wordt hij als mufti in dienst gesteld in Tasova-Turkije. In deze hoedanigheid voltooit hij de verdere training van Diyanet voor mufti’s en predikanten in Istanbul-Haseki. Na zijn masteropleiding aan de Universiteit van Amsterdam promoveert hij op islamitisch godsdienstonderwijs aan deze universiteit. Hij is nu docent Islamitische Geestelijke Verzorging en Pedagogiek aan het Centrum voor Islamitische Theologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Dr. Stella van de Wetering is in Nijmegen geboren. Zij studeerde Arabische taal en letterkunde, richting Islam aan de Universiteit van Amsterdam. Zij is gepromoveerd aan de Universiteit Utrecht op Onderwijs in de Eigen Taal en Cultuur aan Marokkaanse Kinderen in Nederland. Het OETC als resultante van een maatschappelijk krachtenspel. Vanuit het Centrum voor Interreligieus Leren bij de Vakgroep Sociaal-wetenschappenlijke vakken van de Faculteit der Godgeleerdheid te Utrecht verrichtte zij onderzoek naar de levensbeschouwelijke beleving van basisschoolleerlingen en de manier waarop scholen omgaan met morele en levensbeschouwelijke vorming van deze leerlingen. Nu is zij docent Arabisch en Islamitische Pedagogiek en Didactiek bij de tweedegraads lerarenopleiding Islam-Godsdienst van de Hogeschool Inholland in Amsterdam en is zij docent Arabisch aan het Centrum voor Islamitische Theologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Goedgevoel verhalen van kleine Victor (NL versie)
De ‘Goedgevoel verhalen van kleine Victor’ is een voorlees- en kijkboek voor kinderen van 4 tot 8 jaar en voor iedereen die houdt van fantasie.
In de verhalen ontdekt Victor verschillende leuke en minder leuke gevoelens. Hij benoemt de gevoelens met de kleuren groen en rood. Je zult snel ontdekken dat het bolletje op zijn oranje muts soms groen en soms rood kleurt. Victor gaat altijd op zoek naar positieve oplossingen en alternatieven. Alle verhalen eindigen met een fijn ‘groen’ gevoel.
Dit voorleesboek is geïnspireerd op de schoolvoorstelling ‘Victor en zijn Goedgevoel Machine’ van School Zonder Pesten. Het boek kan een mooie meerwaarde bieden bij dit project, maar kinderen kunnen ook los daarvan genieten van de verhalen. Ook thuis of bij oma en opa verdient dit boek zeker een plaatsje.
Laat je onderdompelen in de wereld van Victor en geniet samen
met de kinderen van zijn verhalen en gedichten.
Goedgevoel verhalen van kleine Victor (NL versie)
De ‘Goedgevoel verhalen van kleine Victor’ is een voorlees- en kijkboek voor kinderen van 4 tot 8 jaar en voor iedereen die houdt van fantasie.
In de verhalen ontdekt Victor verschillende leuke en minder leuke gevoelens. Hij benoemt de gevoelens met de kleuren groen en rood. Je zult snel ontdekken dat het bolletje op zijn oranje muts soms groen en soms rood kleurt. Victor gaat altijd op zoek naar positieve oplossingen en alternatieven. Alle verhalen eindigen met een fijn ‘groen’ gevoel.
Dit voorleesboek is geïnspireerd op de schoolvoorstelling ‘Victor en zijn Goedgevoel Machine’ van School Zonder Pesten. Het boek kan een mooie meerwaarde bieden bij dit project, maar kinderen kunnen ook los daarvan genieten van de verhalen. Ook thuis of bij oma en opa verdient dit boek zeker een plaatsje.
Laat je onderdompelen in de wereld van Victor en geniet samen
met de kinderen van zijn verhalen en gedichten.
Zelfverwonding bij jongeren. Een gids voor ouders, leerkrachten, leerlingenbegeleiders ouders en vrienden
Uit recent Europees onderzoek blijkt dat het aantal jongeren dat zichzelf verwondt, toeneemt. Ook scholen en andere organisaties hebben bijgevolg meer en meer te maken met het fenomeen. Voor leerkrachten en leerlingenbegeleiders is het niet gemakkelijk om hiermee om te gaan. Ouders en vrienden weten zich meestal ook geen raad en voelen zich onmachtig wanneer ze geconfronteerd worden met een jongere die zichzelf verwondt.
De eerste opvang en blijvende steun door direct betrokkenen blijkt van groot belang te zijn in het hulpverleningsproces. Als zij beschikken over de juiste informatie en praktische handvatten hebben, die gebaseerd zijn op een oplossingsgericht model, kunnen ouders, school en vrienden van onschatbare waarde zijn voor deze jongeren. Zo hebben zij onder meer behoefte aan ondersteuning om te kunnen reageren op de zogenaamde ‘krasepidemies’. Een school kan rond dit thema een efficiënte, preventieve taak vervullen.
Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Nadine Callens, maatschappelijk assistente, is verbonden aan het VCLB – Vrij Centrum voor Leerlingbegeleiding in Oostende en aan de Provinciale Vormingscel WestVlaanderen. Als zelfstandig nascholer, gevestigd in De Haan, geeft ze ook trainingen in oplossingsgerichte gespreksvoering en voordrachten rond diverse psychosociale thema’s.
Zelfverwonding bij jongeren. Een gids voor ouders, leerkrachten, leerlingenbegeleiders ouders en vrienden
Uit recent Europees onderzoek blijkt dat het aantal jongeren dat zichzelf verwondt, toeneemt. Ook scholen en andere organisaties hebben bijgevolg meer en meer te maken met het fenomeen. Voor leerkrachten en leerlingenbegeleiders is het niet gemakkelijk om hiermee om te gaan. Ouders en vrienden weten zich meestal ook geen raad en voelen zich onmachtig wanneer ze geconfronteerd worden met een jongere die zichzelf verwondt.
De eerste opvang en blijvende steun door direct betrokkenen blijkt van groot belang te zijn in het hulpverleningsproces. Als zij beschikken over de juiste informatie en praktische handvatten hebben, die gebaseerd zijn op een oplossingsgericht model, kunnen ouders, school en vrienden van onschatbare waarde zijn voor deze jongeren. Zo hebben zij onder meer behoefte aan ondersteuning om te kunnen reageren op de zogenaamde ‘krasepidemies’. Een school kan rond dit thema een efficiënte, preventieve taak vervullen.
Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Nadine Callens, maatschappelijk assistente, is verbonden aan het VCLB – Vrij Centrum voor Leerlingbegeleiding in Oostende en aan de Provinciale Vormingscel WestVlaanderen. Als zelfstandig nascholer, gevestigd in De Haan, geeft ze ook trainingen in oplossingsgerichte gespreksvoering en voordrachten rond diverse psychosociale thema’s.
Landschapsontwerp in Vlaanderen. Landschap als narratief en integrerend medium in de ruimtelijke ontwerppraktijk
Vlaanderen kent een grote diversiteit aan landschappen met een extreme overlapping tussen platteland en stad en de ermee gepaard gaande multifunctionaliteit. Deze regio vormt daarom bij uitstek een boeiend laboratorium voor onderzoek, opleiding en praktijk in landschapsontwerp. Toch is landschapsontwerp hier opvallend minder geprofessionaliseerd of verankerd dan in vele andere Europese landen. De invloed ervan op het ruimtelijk beleid is klein en ook in een internationale context lijkt het Vlaamse landschapsontwerp zich maar moeizaam te kunnen positioneren.
Dit boek schetst eerst in hoofdlijnen hoe de professionalisering en institutionalisering van het landschapsontwerp zich in Vlaanderen historisch heeft verdergezet. Daarna toont het aan dat verschillende interpretaties van landschap het hedendaagse ruimtelijk ontwerp van publieke ruimten bevruchten en hoe landschap hier als een narratief medium gebruik van maakt. Het verduidelijkt dat landschap - in overeenstemming met de holistische benadering in de Europese Landschapsconventie - een kneedbaar, multidimensionaal en integrerend concept is dat door ontwerpers wordt geïnterpreteerd vanuit de eigen perceptie en in functie van specifieke instrumenten of acties. Deze bevindingen leiden tot reflecties over de identiteit en de rol van landschapsontwerp in Vlaanderen en in internationale context.
Het manuscript biedt binnen de literatuur rond ruimtelijk ontwerp in Vlaanderen belangrijke
en vernieuwende inzichten. Door de multidisciplinaire benadering zal het
landschapsarchitecten, architecten, ruimtelijk planners en stedenbouwkundigen aanspreken,
maar ook aanverwante disciplines, zoals geografen, historici of biologen. Door
zijn focus op het werkveld, de ontwerppraktijk en beleidsrepercussies bevat het insteken
voor zowel praktiserende ontwerpers, onderzoekers, lesgevers als beleidsmedewerkers.
Bovendien is het basislectuur rond landschapsontwerp voor studenten van
diverse ontwerpopleidingen, zoals landschapsarchitectuur, architectuur, stedenbouw
en ruimtelijke planning.
Sylvie Van Damme is licentiate in de Geografie (1993), licentiate in de Stedenbouw
en Ruimtelijke Ordening (1995), geaggregeerde in de Geografie (1995) en doctor in
de Stedenbouw en de Ruimtelijke Planning (2013). Ze is verbonden aan de Vakgroep
Architectonisch Ontwerp van de School of Arts van Hogeschool Gent. Ze geeft er les
en is actief in onderzoek en dienstverlening. Ze is ook voorzitter van de Gemeentelijke
Commissie voor Ruimtelijke Ordening van Sint-Lievens-Houtem, lid van de redactieraad
van Ruimte, het tijdschrift van de Vlaamse Vereniging voor Ruimte en Planning en van
diverse netwerken.
Landschapsontwerp in Vlaanderen. Landschap als narratief en integrerend medium in de ruimtelijke ontwerppraktijk
Vlaanderen kent een grote diversiteit aan landschappen met een extreme overlapping tussen platteland en stad en de ermee gepaard gaande multifunctionaliteit. Deze regio vormt daarom bij uitstek een boeiend laboratorium voor onderzoek, opleiding en praktijk in landschapsontwerp. Toch is landschapsontwerp hier opvallend minder geprofessionaliseerd of verankerd dan in vele andere Europese landen. De invloed ervan op het ruimtelijk beleid is klein en ook in een internationale context lijkt het Vlaamse landschapsontwerp zich maar moeizaam te kunnen positioneren.
Dit boek schetst eerst in hoofdlijnen hoe de professionalisering en institutionalisering van het landschapsontwerp zich in Vlaanderen historisch heeft verdergezet. Daarna toont het aan dat verschillende interpretaties van landschap het hedendaagse ruimtelijk ontwerp van publieke ruimten bevruchten en hoe landschap hier als een narratief medium gebruik van maakt. Het verduidelijkt dat landschap - in overeenstemming met de holistische benadering in de Europese Landschapsconventie - een kneedbaar, multidimensionaal en integrerend concept is dat door ontwerpers wordt geïnterpreteerd vanuit de eigen perceptie en in functie van specifieke instrumenten of acties. Deze bevindingen leiden tot reflecties over de identiteit en de rol van landschapsontwerp in Vlaanderen en in internationale context.
Het manuscript biedt binnen de literatuur rond ruimtelijk ontwerp in Vlaanderen belangrijke
en vernieuwende inzichten. Door de multidisciplinaire benadering zal het
landschapsarchitecten, architecten, ruimtelijk planners en stedenbouwkundigen aanspreken,
maar ook aanverwante disciplines, zoals geografen, historici of biologen. Door
zijn focus op het werkveld, de ontwerppraktijk en beleidsrepercussies bevat het insteken
voor zowel praktiserende ontwerpers, onderzoekers, lesgevers als beleidsmedewerkers.
Bovendien is het basislectuur rond landschapsontwerp voor studenten van
diverse ontwerpopleidingen, zoals landschapsarchitectuur, architectuur, stedenbouw
en ruimtelijke planning.
Sylvie Van Damme is licentiate in de Geografie (1993), licentiate in de Stedenbouw
en Ruimtelijke Ordening (1995), geaggregeerde in de Geografie (1995) en doctor in
de Stedenbouw en de Ruimtelijke Planning (2013). Ze is verbonden aan de Vakgroep
Architectonisch Ontwerp van de School of Arts van Hogeschool Gent. Ze geeft er les
en is actief in onderzoek en dienstverlening. Ze is ook voorzitter van de Gemeentelijke
Commissie voor Ruimtelijke Ordening van Sint-Lievens-Houtem, lid van de redactieraad
van Ruimte, het tijdschrift van de Vlaamse Vereniging voor Ruimte en Planning en van
diverse netwerken.
Emosan – Emotie en neurocommunicatie
Waarom kan meer informatie leiden tot minder communicatie? Waarom is gebrek aan ‘echte’ communicatie de meest gehoorde klacht bij organisaties en in het bedrijfsleven? Waarom ontstaan er zo veel communicatiestoringen en emotionele conflicten? Welke opportuniteiten kunnen verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke hersenen bieden? Wat gebeurt er in onze hersenen als we communiceren? Wat is het echte belang van emoties in interpersoonlijke relaties en in onze intermenselijke communicatie?
Emosan is een baanbrekend en grensverleggend boek dat vanuit recent wetenschappelijk onderzoek rond de werking van de hersenen en het belang van emoties en gevoel, nieuwe en vaak spectaculaire inzichten biedt en de effectiviteit verhoogt van onze dagelijkse communicatie, zowel in onze persoonlijke relaties als in onze communicatie binnen een bedrijfs- of organisatieomgeving. Emosan bevat het woord ‘emotie’, terwijl ‘san’ in het Japans ‘respect’ betekent. Emosan staat dus voor respect voor onze eigen emoties en die van onze gesprekspartners. Neurocommunicatie wordt in dit boek gedefinieerd als het aanpassen van onze manier van communiceren aan wat er onbewust gebeurt in de hersenen van onze gesprekspartner op het moment dat we met hem of haar communiceren.
Emosan. Emotie en neurocommunicatie biedt vanuit het emosan-referentiekader een praktische tool om op basis van ons gevoel snel de emoties van onze gesprekspartner te herkennen en ons op een emotioneel-effectieve manier aan te passen, zodat communicatiestoringen en emotionele conflicten tot een minimum herleid worden en beide gesprekspartners er een goed gevoel aan overhouden.
Christian Henrard is civiel (burgerlijk) ingenieur en MBA (KU Leuven). Al meer dan 25 jaar is hij actief als management consultant. Hij startte zijn carrière in marketing en sales bij Unilever en BP Nutrition. Een van de deelnemers aan zijn Emosan-workshops omschreef hem als: “Een hersenresearcher die toevallig ook management consultant is.”
Emosan – Emotie en neurocommunicatie
Waarom kan meer informatie leiden tot minder communicatie? Waarom is gebrek aan ‘echte’ communicatie de meest gehoorde klacht bij organisaties en in het bedrijfsleven? Waarom ontstaan er zo veel communicatiestoringen en emotionele conflicten? Welke opportuniteiten kunnen verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke hersenen bieden? Wat gebeurt er in onze hersenen als we communiceren? Wat is het echte belang van emoties in interpersoonlijke relaties en in onze intermenselijke communicatie?
Emosan is een baanbrekend en grensverleggend boek dat vanuit recent wetenschappelijk onderzoek rond de werking van de hersenen en het belang van emoties en gevoel, nieuwe en vaak spectaculaire inzichten biedt en de effectiviteit verhoogt van onze dagelijkse communicatie, zowel in onze persoonlijke relaties als in onze communicatie binnen een bedrijfs- of organisatieomgeving. Emosan bevat het woord ‘emotie’, terwijl ‘san’ in het Japans ‘respect’ betekent. Emosan staat dus voor respect voor onze eigen emoties en die van onze gesprekspartners. Neurocommunicatie wordt in dit boek gedefinieerd als het aanpassen van onze manier van communiceren aan wat er onbewust gebeurt in de hersenen van onze gesprekspartner op het moment dat we met hem of haar communiceren.
Emosan. Emotie en neurocommunicatie biedt vanuit het emosan-referentiekader een praktische tool om op basis van ons gevoel snel de emoties van onze gesprekspartner te herkennen en ons op een emotioneel-effectieve manier aan te passen, zodat communicatiestoringen en emotionele conflicten tot een minimum herleid worden en beide gesprekspartners er een goed gevoel aan overhouden.
Christian Henrard is civiel (burgerlijk) ingenieur en MBA (KU Leuven). Al meer dan 25 jaar is hij actief als management consultant. Hij startte zijn carrière in marketing en sales bij Unilever en BP Nutrition. Een van de deelnemers aan zijn Emosan-workshops omschreef hem als: “Een hersenresearcher die toevallig ook management consultant is.”
Waarheid, durven… trauma. Seksueel grensoverschrijdend gedrag tussen kinderen en jongeren (Cahiers Seksuele Psychologie & Seksuologie, nr. 7)
In de media, in scholen en bij vertrouwenscentra kindermishandeling komen er de
laatste tijd meer en meer situaties aan het licht van seksueel grensoverschrijdend
gedrag door kinderen en jongeren op andere kinderen.
Dergelijke gebeurtenissen lokken heftige reacties uit bij ouders, opvoeders en de
omgeving zoals onder meer uit de media blijkt.
Achter deze onthutsende feiten gaan steeds verschillende verhalen schuil : het
verhaal van de betekenis voor jongeren en hun ontwikkeling, het verhaal van de
impact op ouders en het verhaal van het tumult op de school. Dit boek besteedt
ruim aandacht aan de effecten van het seksueel grensoverschrijdend gedrag op
alle betrokken partijen.
Deze verschillende verhalen getuigen allemaal van verwarrende emoties en complexe
dynamieken. Er spelen soortgelijke parallelle processen bij kinderen, ouders
en scholen. Juist deze gemeenschappelijke processen bieden de mogelijkheid om
op zoek te gaan naar herkenning en verbinding.
Gegroeid vanuit de praktijk en de ervaringen van het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling
gaat het boek verder in op hulp én kansen op herstel voor kinderen,
ouders en hun omgeving.
Stef Anthoni is Algemeen Directeur van het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling in Antwerpen. Inge Vanderstraete is medisch directeur op het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling Antwerpen. Els Swolfs is coördinator op het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling Turnhout.
Cahiers Seksuele Psychologie & Seksuologie
Waarheid, durven… trauma. Seksueel grensoverschrijdend gedrag tussen kinderen en jongeren (Cahiers Seksuele Psychologie & Seksuologie, nr. 7)
In de media, in scholen en bij vertrouwenscentra kindermishandeling komen er de
laatste tijd meer en meer situaties aan het licht van seksueel grensoverschrijdend
gedrag door kinderen en jongeren op andere kinderen.
Dergelijke gebeurtenissen lokken heftige reacties uit bij ouders, opvoeders en de
omgeving zoals onder meer uit de media blijkt.
Achter deze onthutsende feiten gaan steeds verschillende verhalen schuil : het
verhaal van de betekenis voor jongeren en hun ontwikkeling, het verhaal van de
impact op ouders en het verhaal van het tumult op de school. Dit boek besteedt
ruim aandacht aan de effecten van het seksueel grensoverschrijdend gedrag op
alle betrokken partijen.
Deze verschillende verhalen getuigen allemaal van verwarrende emoties en complexe
dynamieken. Er spelen soortgelijke parallelle processen bij kinderen, ouders
en scholen. Juist deze gemeenschappelijke processen bieden de mogelijkheid om
op zoek te gaan naar herkenning en verbinding.
Gegroeid vanuit de praktijk en de ervaringen van het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling
gaat het boek verder in op hulp én kansen op herstel voor kinderen,
ouders en hun omgeving.
Stef Anthoni is Algemeen Directeur van het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling in Antwerpen. Inge Vanderstraete is medisch directeur op het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling Antwerpen. Els Swolfs is coördinator op het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling Turnhout.
Cahiers Seksuele Psychologie & Seksuologie
Aan de slag met je klas – Een oplossingsgerichte kijk op leraar zijn: tips, praktijkvoorbeelden en reflectiemomenten
Hoe slaag jij als leraar erin om het beste uit je leerlingen naar boven te halen? Welke troeven zet je in om je leerlingen in beweging te brengen? Wil je als leraar te weten komen wat jouw unieke kwaliteiten zijn? Hoe ga je om met een veranderend mensbeeld en maatschappelijke invloeden? Hoe blijf je als leraar en als mens overeind in de klas?
Dit boek laat leraren reflecteren over deze en andere vragen. Met de concrete tips, suggesties en bruikbare tools kan elke leraar onmiddellijk aan de slag. De oplossingsgerichte kijk op onderwijs biedt vele, brede groeikansen aan leraren.
Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Liesbet Moortgat studeerde orthopedagogiek aan de Universiteit Gent en volgde een lerarenopleiding. Daarnaast is ze opgeleid in “Oplossingsgerichte cognitieve en systeemtherapie” aan het Korzybski-instituut in Brugge. Ze heeft ondertussen meer dan vijftien jaar onderwijservaring als leraar, praktijk- en stagebegeleider. Momenteel werkt ze als leerbegeleider in een secundaire school, waar ze leerlingen, leraren en ouders coacht bij wie het leerproces van jongeren centraal staat. Daarnaast heeft ze in Deinze een eigen praktijk, waarin ze individuen, gezinnen en teams coacht bij veranderingsprocessen (www.liesbetmoortgat.be).
Aan de slag met je klas – Een oplossingsgerichte kijk op leraar zijn: tips, praktijkvoorbeelden en reflectiemomenten
Hoe slaag jij als leraar erin om het beste uit je leerlingen naar boven te halen? Welke troeven zet je in om je leerlingen in beweging te brengen? Wil je als leraar te weten komen wat jouw unieke kwaliteiten zijn? Hoe ga je om met een veranderend mensbeeld en maatschappelijke invloeden? Hoe blijf je als leraar en als mens overeind in de klas?
Dit boek laat leraren reflecteren over deze en andere vragen. Met de concrete tips, suggesties en bruikbare tools kan elke leraar onmiddellijk aan de slag. De oplossingsgerichte kijk op onderwijs biedt vele, brede groeikansen aan leraren.
Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Liesbet Moortgat studeerde orthopedagogiek aan de Universiteit Gent en volgde een lerarenopleiding. Daarnaast is ze opgeleid in “Oplossingsgerichte cognitieve en systeemtherapie” aan het Korzybski-instituut in Brugge. Ze heeft ondertussen meer dan vijftien jaar onderwijservaring als leraar, praktijk- en stagebegeleider. Momenteel werkt ze als leerbegeleider in een secundaire school, waar ze leerlingen, leraren en ouders coacht bij wie het leerproces van jongeren centraal staat. Daarnaast heeft ze in Deinze een eigen praktijk, waarin ze individuen, gezinnen en teams coacht bij veranderingsprocessen (www.liesbetmoortgat.be).
Grammatica van de Nederlandse zin (Achtste, gewijzigde druk: 2013)
Dit boek behandelt de grammaticale structuur van de Nederlandse zin. Dat gebeurt aan de hand van de ontleding in zinsdelen, die stuk voor stuk een bespreking krijgen. Niet alleen de onderlinge relaties tussen de zinsdelen maar ook de inwendige structuur of binnenbouw van de constituenten krijgt aandacht. De opbouw van de zin wordt zo inzichtelijk mogelijk gemaakt vanuit een valentietheoretisch uitgangspunt, met aandacht voor de rol van referentie en predicatie.
Bij de behandeling van de woordvolgorde wordt de syntactische benadering aangevuld met overwegingen van semantische en pragmatische aard. Behalve van de enkelvoudige zin en van de zinsconstituenten biedt het boek ook een overzicht van de samengestelde zin, met speciale aandacht voor de types bijzinnen.
Met het oog op de didactische bruikbaarheid wordt systematisch aandacht
besteed aan technieken die kunnen helpen bij de analyse van concrete zinnen.
Het boek is in de eerste plaats als studieboek bedoeld in de bachelorjaren
van taal- en vertaalopleidingen.
Willy Vandeweghe is erehoogleraar Nederlands van het Departement Vertaalkunde
van de Hogeschool Gent. Hij is momenteel vast secretaris bij de
Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL).
De medewerkers
Magda Devos is ereprofessor Nederlandse Taalkunde van de Universiteit
Gent, en Fons De Meersman is erehoogleraar Nederlands aan het Departement
Vertaalkunde van de Hogeschool Gent.
Grammatica van de Nederlandse zin (Achtste, gewijzigde druk: 2013)
Dit boek behandelt de grammaticale structuur van de Nederlandse zin. Dat gebeurt aan de hand van de ontleding in zinsdelen, die stuk voor stuk een bespreking krijgen. Niet alleen de onderlinge relaties tussen de zinsdelen maar ook de inwendige structuur of binnenbouw van de constituenten krijgt aandacht. De opbouw van de zin wordt zo inzichtelijk mogelijk gemaakt vanuit een valentietheoretisch uitgangspunt, met aandacht voor de rol van referentie en predicatie.
Bij de behandeling van de woordvolgorde wordt de syntactische benadering aangevuld met overwegingen van semantische en pragmatische aard. Behalve van de enkelvoudige zin en van de zinsconstituenten biedt het boek ook een overzicht van de samengestelde zin, met speciale aandacht voor de types bijzinnen.
Met het oog op de didactische bruikbaarheid wordt systematisch aandacht
besteed aan technieken die kunnen helpen bij de analyse van concrete zinnen.
Het boek is in de eerste plaats als studieboek bedoeld in de bachelorjaren
van taal- en vertaalopleidingen.
Willy Vandeweghe is erehoogleraar Nederlands van het Departement Vertaalkunde
van de Hogeschool Gent. Hij is momenteel vast secretaris bij de
Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL).
De medewerkers
Magda Devos is ereprofessor Nederlandse Taalkunde van de Universiteit
Gent, en Fons De Meersman is erehoogleraar Nederlands aan het Departement
Vertaalkunde van de Hogeschool Gent.
De andere Hadewijch
Het is opmerkelijk dat vele vrouwen zich in de dertiende eeuw mystiek ontplooiden, en dit deden in een periode waarin de door mannen gedomineerde kerk zich in toenemende mate autoritair opstelde tegenover afwijkende meningen, die zij bestempelde als ketterijen. In dit religieuze spanningsveld leefde en schreef Hadewijch.
Welke plaats heeft zij ingenomen in de historische context van haar tijd? Was de vita apostolica voor haar de weg van Christus en zijn apostelen of de voorgeschreven weg, de weg die door de kerk van Rome toegeschreven werd aan Christus en zijn apostelen? Het conventionele beeld van Hadewijch in de huidige literatuur wordt overwegend bepaald door de twaalfde-eeuwse opvattingen over de bruidsmystiek van Bernardus van Clairvaux. Er wordt een onbekende maar vrome begijn verondersteld die literair hoogstaande en smachtende werken schreef, maar wel binnen een kerkelijke orthodoxe omkadering.
Het andere beeld van de magistra Hadewijch, dat in deze studie op basis van een uitgebreid historisch onderzoek voor het voetlicht wordt gebracht, past naadloos binnen de intellectuele en religieuze ontwikkelingen van haar tijd, de dertiende eeuw. Het geeft een vernieuwend inzicht in deze geëmancipeerde en geletterde middeleeuwse vrouw en de eigenzinnige gezichtspunten in haar geloof en liefde tot God, haar onstuitbare minne. Haar spirituele leidraad was de zoektocht naar volmaaktheid en de weg naar het hemelse Jeruzalem, geopenbaard door Johannes en verder uitgelegd door de apocalyptische mysticus Joachim van Fiore, en door haar in haar geschriften verklaard.
Maar wie was Hadewijch eigenlijk? Hoe heeft zij haar kennis opgedaan? Waar heeft zij geleefd? In dit boek wordt een gedeelte van de sluier opgelicht.
Rudi Malfliet is professor emeritus Natuurkunde aan de Universiteit Groningen en historicus. Hij is auteur van een historische studie over Van den vos Reynaerde.
De andere Hadewijch
Het is opmerkelijk dat vele vrouwen zich in de dertiende eeuw mystiek ontplooiden, en dit deden in een periode waarin de door mannen gedomineerde kerk zich in toenemende mate autoritair opstelde tegenover afwijkende meningen, die zij bestempelde als ketterijen. In dit religieuze spanningsveld leefde en schreef Hadewijch.
Welke plaats heeft zij ingenomen in de historische context van haar tijd? Was de vita apostolica voor haar de weg van Christus en zijn apostelen of de voorgeschreven weg, de weg die door de kerk van Rome toegeschreven werd aan Christus en zijn apostelen? Het conventionele beeld van Hadewijch in de huidige literatuur wordt overwegend bepaald door de twaalfde-eeuwse opvattingen over de bruidsmystiek van Bernardus van Clairvaux. Er wordt een onbekende maar vrome begijn verondersteld die literair hoogstaande en smachtende werken schreef, maar wel binnen een kerkelijke orthodoxe omkadering.
Het andere beeld van de magistra Hadewijch, dat in deze studie op basis van een uitgebreid historisch onderzoek voor het voetlicht wordt gebracht, past naadloos binnen de intellectuele en religieuze ontwikkelingen van haar tijd, de dertiende eeuw. Het geeft een vernieuwend inzicht in deze geëmancipeerde en geletterde middeleeuwse vrouw en de eigenzinnige gezichtspunten in haar geloof en liefde tot God, haar onstuitbare minne. Haar spirituele leidraad was de zoektocht naar volmaaktheid en de weg naar het hemelse Jeruzalem, geopenbaard door Johannes en verder uitgelegd door de apocalyptische mysticus Joachim van Fiore, en door haar in haar geschriften verklaard.
Maar wie was Hadewijch eigenlijk? Hoe heeft zij haar kennis opgedaan? Waar heeft zij geleefd? In dit boek wordt een gedeelte van de sluier opgelicht.
Rudi Malfliet is professor emeritus Natuurkunde aan de Universiteit Groningen en historicus. Hij is auteur van een historische studie over Van den vos Reynaerde.
De burger is moe. Symptoom, syndroom en cultuurfenomeen
In pakweg vijftig jaar evolueerde onze maatschappij naar een interactieve samenleving, waar zowat alles binnen het bereik ligt. De creatieve postmoderne burger leeft hectisch en spendeert en ontwikkelt intussen flexibele strategieën om te functioneren én te onthaasten. In onze contreien heeft de burger het niet slecht en zou hij dus gelukkig moeten zijn. En toch is de burger niet altijd tevreden en vooral moe.
Moe zijn is een veelgehoorde klacht. Moe zijn hoort bij ziekte, maar ook bij het affectieve leven en is soms een metafoor. Bovendien lijkt het of het vermoeidheidsentiment los staat van alle evolutie. In dit boek volgen we enkele lotgevallen van chronische vermoeidheid. Chronische vermoeidheid scheerde hoge toppen ten tijde van Freud’s theorie omtrent de moderne nervositeit en is vandaag nog steeds razend actueel. Dit boek zet diverse verklaringen van vermoeidheid op een rijtje. Het bespreekt diverse oorzakelijke theorieën en de effecten ervan op het maatschappelijke debat. Ten slotte gaat het in op de invloed van het geldende sociale discours en haar actoren op de presentatie en de benadering van affectieve klachten.
Jan Vandenbergen is arts en psycholoog. Hij studeerde psychoanalytische psychotherapie bij Paul Verhaeghe en Filip Geerardyn (UGent) en werkt als sociaal verzekeringsgeneeskundige. Vanuit het medische en sociaalpsychologische perspectief bestudeert hij de effecten van de westerse cultuur op het psychische welzijn.
De burger is moe. Symptoom, syndroom en cultuurfenomeen
In pakweg vijftig jaar evolueerde onze maatschappij naar een interactieve samenleving, waar zowat alles binnen het bereik ligt. De creatieve postmoderne burger leeft hectisch en spendeert en ontwikkelt intussen flexibele strategieën om te functioneren én te onthaasten. In onze contreien heeft de burger het niet slecht en zou hij dus gelukkig moeten zijn. En toch is de burger niet altijd tevreden en vooral moe.
Moe zijn is een veelgehoorde klacht. Moe zijn hoort bij ziekte, maar ook bij het affectieve leven en is soms een metafoor. Bovendien lijkt het of het vermoeidheidsentiment los staat van alle evolutie. In dit boek volgen we enkele lotgevallen van chronische vermoeidheid. Chronische vermoeidheid scheerde hoge toppen ten tijde van Freud’s theorie omtrent de moderne nervositeit en is vandaag nog steeds razend actueel. Dit boek zet diverse verklaringen van vermoeidheid op een rijtje. Het bespreekt diverse oorzakelijke theorieën en de effecten ervan op het maatschappelijke debat. Ten slotte gaat het in op de invloed van het geldende sociale discours en haar actoren op de presentatie en de benadering van affectieve klachten.
Jan Vandenbergen is arts en psycholoog. Hij studeerde psychoanalytische psychotherapie bij Paul Verhaeghe en Filip Geerardyn (UGent) en werkt als sociaal verzekeringsgeneeskundige. Vanuit het medische en sociaalpsychologische perspectief bestudeert hij de effecten van de westerse cultuur op het psychische welzijn.
Obesity and pregnancy. An epidemiological and intervention study from a psychosocial perspective.
Maternal obesity and excessive gestational weight gain are both important health care issues contributing to increased perinatal complications in the short, medium and long term for both the mother and her infant.
The epidemiological and psychological characteristics of maternal obesity and related socio-demographic and obstetrical correlates, provide evidence for a tailored weight management strategy for obese women before, during and after a pregnancy.
In this doctoral thesis, we identify socio-demographic, obstetrical and psychological characteristics of maternal obesity, we find evidence for beneficial outcomes of a lifestyle intervention programme in obese pregnant women, and we find support for longer term perinatal complications with postpartum weight retention between the first and second pregnancy.
Further development and implementation of preconception
programmes based on a bio-psycho-social model that explicitly recognizes the
individual needs and interacting lifestyle factors in obese women of reproductive
age in order to prevent pre-pregnancy obesity, excessive gestational weight gain and
postpartum weight retention is a challenge for the near future.
Annick Bogaerts obtained her bachelor degree in Midwifery in 1989 at the
‘Provinciaal Instituut voor Verpleegkunde’ Hasselt. In 1989 she started working as
a midwife at the maternity and delivery ward of Salvator Ziekenhuis, Hasselt. In
1996, she completed her master degree ‘Licentiaat Medisch-Sociale Wetenschappen’
and started to combine working as a midwife in the hospital with teaching at KHLim,
Catholic University College in midwifery education. In 1999, she completed
a ‘postgraduaat neonatologie’. In 2002, she left clinical practice to continue working
as a lecturer in midwifery education. In 2007, she started a PWO (Projectmatig
Wetenschappelijk Onderzoek) – project about Obesity and Pregnancy at KHLim
and PHL, Limburg University College, dpt Healthcare Research, under the supervision
of Ingrid Witters. In 2010, she started her PhD project under the supervision of
Roland Devlieger (KU Leuven/UZ Leuven) and Bea Van den Bergh (Universiteit van
Tilburg).
Obesity and pregnancy. An epidemiological and intervention study from a psychosocial perspective.
Maternal obesity and excessive gestational weight gain are both important health care issues contributing to increased perinatal complications in the short, medium and long term for both the mother and her infant.
The epidemiological and psychological characteristics of maternal obesity and related socio-demographic and obstetrical correlates, provide evidence for a tailored weight management strategy for obese women before, during and after a pregnancy.
In this doctoral thesis, we identify socio-demographic, obstetrical and psychological characteristics of maternal obesity, we find evidence for beneficial outcomes of a lifestyle intervention programme in obese pregnant women, and we find support for longer term perinatal complications with postpartum weight retention between the first and second pregnancy.
Further development and implementation of preconception
programmes based on a bio-psycho-social model that explicitly recognizes the
individual needs and interacting lifestyle factors in obese women of reproductive
age in order to prevent pre-pregnancy obesity, excessive gestational weight gain and
postpartum weight retention is a challenge for the near future.
Annick Bogaerts obtained her bachelor degree in Midwifery in 1989 at the
‘Provinciaal Instituut voor Verpleegkunde’ Hasselt. In 1989 she started working as
a midwife at the maternity and delivery ward of Salvator Ziekenhuis, Hasselt. In
1996, she completed her master degree ‘Licentiaat Medisch-Sociale Wetenschappen’
and started to combine working as a midwife in the hospital with teaching at KHLim,
Catholic University College in midwifery education. In 1999, she completed
a ‘postgraduaat neonatologie’. In 2002, she left clinical practice to continue working
as a lecturer in midwifery education. In 2007, she started a PWO (Projectmatig
Wetenschappelijk Onderzoek) – project about Obesity and Pregnancy at KHLim
and PHL, Limburg University College, dpt Healthcare Research, under the supervision
of Ingrid Witters. In 2010, she started her PhD project under the supervision of
Roland Devlieger (KU Leuven/UZ Leuven) and Bea Van den Bergh (Universiteit van
Tilburg).


