Opgroeien in Rotterdam. Tegendraads onderzoek in een grote stad
€ 27,70
Opgroeien in Rotterdam is een spannende aangelegenheid, het doen van tegendraads
onderzoek ernaar evenzeer. Dat is de rode draad door deze bundel. Het is eerder gezegd
en geschreven: Rotterdam is een in meerdere opzichten bijzondere stad. Een stad
die niet alleen vergrijst maar ook vergroent en een stad die vaak bovenaan de verkeerde
lijstjes staat. Praktijkgericht onderzoek zoals we dat in Rotterdam opvatten, wil de kansen
die er zijn benutten, de bedreigingen ombuigen tot mogelijkheden en vooral daar
interveniëren waar positieve krachten kunnen worden gemobiliseerd.
In deze benadering wordt onderzoek, zoals lector en hoogleraar Ton Notten – voor wie deze bundel ter gelegenheid van zijn afscheid is opgesteld - zo beeldend verwoordt, niet verricht vanuit een balcony attitude maar vanuit een betrokkenheid op de praktijk van opvoeding, vorming, onderwijs en welzijn om zo bij te dragen aan de verbetering daarvan. Veel instellingen en organisaties in Rotterdam hebben de afgelopen jaren gebruik gemaakt van de expertise die praktijkonderzoekers van de kenniskring Opgroeien in de Stad, nu kenniscentrum Talentontwikkeling, van de Hogeschool Rotterdam in huis hebben. Deze bundel laat zien hoe veelzijdig deze expertise is en hoe deze is ingezet om onderzoek te verrichten.
De bundel is ingedeeld in vier delen. Deel I is gewijd aan het ‘decor’ van wat er in de drie delen daarna volgt. Wat zich in wijken afspeelt en in sectoren als het welzijnswerk en het onderwijs krijgt reliëf en diepte door het te plaatsen tegen de achtergrond van bredere ontwikkelingen. Deel II staat in het teken van onderzoek op wijkniveau. Deel III heeft als object het welzijnswerk in brede zin. In deel IV staat het onderwijs centraal, waaronder de masteropleiding Pedagogiek van de Hogeschool Rotterdam.
Joop Berding is onderzoeksleider bij het Kenniscentrum Talentontwikkeling en hogeschooldocent bij onder andere de masteropleiding Pedagogiek van de Hogeschool Rotterdam.
Toby Witte is lector Maatschappelijke Zorg bij het Kenniscentrum Talent ontwikkeling van de Hogeschool Rotterdam.
In deze benadering wordt onderzoek, zoals lector en hoogleraar Ton Notten – voor wie deze bundel ter gelegenheid van zijn afscheid is opgesteld - zo beeldend verwoordt, niet verricht vanuit een balcony attitude maar vanuit een betrokkenheid op de praktijk van opvoeding, vorming, onderwijs en welzijn om zo bij te dragen aan de verbetering daarvan. Veel instellingen en organisaties in Rotterdam hebben de afgelopen jaren gebruik gemaakt van de expertise die praktijkonderzoekers van de kenniskring Opgroeien in de Stad, nu kenniscentrum Talentontwikkeling, van de Hogeschool Rotterdam in huis hebben. Deze bundel laat zien hoe veelzijdig deze expertise is en hoe deze is ingezet om onderzoek te verrichten.
De bundel is ingedeeld in vier delen. Deel I is gewijd aan het ‘decor’ van wat er in de drie delen daarna volgt. Wat zich in wijken afspeelt en in sectoren als het welzijnswerk en het onderwijs krijgt reliëf en diepte door het te plaatsen tegen de achtergrond van bredere ontwikkelingen. Deel II staat in het teken van onderzoek op wijkniveau. Deel III heeft als object het welzijnswerk in brede zin. In deel IV staat het onderwijs centraal, waaronder de masteropleiding Pedagogiek van de Hogeschool Rotterdam.
Joop Berding is onderzoeksleider bij het Kenniscentrum Talentontwikkeling en hogeschooldocent bij onder andere de masteropleiding Pedagogiek van de Hogeschool Rotterdam.
Toby Witte is lector Maatschappelijke Zorg bij het Kenniscentrum Talent ontwikkeling van de Hogeschool Rotterdam.
Opgroeien in Rotterdam. Tegendraads onderzoek in een grote stad
€ 27,70
Opgroeien in Rotterdam is een spannende aangelegenheid, het doen van tegendraads
onderzoek ernaar evenzeer. Dat is de rode draad door deze bundel. Het is eerder gezegd
en geschreven: Rotterdam is een in meerdere opzichten bijzondere stad. Een stad
die niet alleen vergrijst maar ook vergroent en een stad die vaak bovenaan de verkeerde
lijstjes staat. Praktijkgericht onderzoek zoals we dat in Rotterdam opvatten, wil de kansen
die er zijn benutten, de bedreigingen ombuigen tot mogelijkheden en vooral daar
interveniëren waar positieve krachten kunnen worden gemobiliseerd.
In deze benadering wordt onderzoek, zoals lector en hoogleraar Ton Notten – voor wie deze bundel ter gelegenheid van zijn afscheid is opgesteld - zo beeldend verwoordt, niet verricht vanuit een balcony attitude maar vanuit een betrokkenheid op de praktijk van opvoeding, vorming, onderwijs en welzijn om zo bij te dragen aan de verbetering daarvan. Veel instellingen en organisaties in Rotterdam hebben de afgelopen jaren gebruik gemaakt van de expertise die praktijkonderzoekers van de kenniskring Opgroeien in de Stad, nu kenniscentrum Talentontwikkeling, van de Hogeschool Rotterdam in huis hebben. Deze bundel laat zien hoe veelzijdig deze expertise is en hoe deze is ingezet om onderzoek te verrichten.
De bundel is ingedeeld in vier delen. Deel I is gewijd aan het ‘decor’ van wat er in de drie delen daarna volgt. Wat zich in wijken afspeelt en in sectoren als het welzijnswerk en het onderwijs krijgt reliëf en diepte door het te plaatsen tegen de achtergrond van bredere ontwikkelingen. Deel II staat in het teken van onderzoek op wijkniveau. Deel III heeft als object het welzijnswerk in brede zin. In deel IV staat het onderwijs centraal, waaronder de masteropleiding Pedagogiek van de Hogeschool Rotterdam.
Joop Berding is onderzoeksleider bij het Kenniscentrum Talentontwikkeling en hogeschooldocent bij onder andere de masteropleiding Pedagogiek van de Hogeschool Rotterdam.
Toby Witte is lector Maatschappelijke Zorg bij het Kenniscentrum Talent ontwikkeling van de Hogeschool Rotterdam.
In deze benadering wordt onderzoek, zoals lector en hoogleraar Ton Notten – voor wie deze bundel ter gelegenheid van zijn afscheid is opgesteld - zo beeldend verwoordt, niet verricht vanuit een balcony attitude maar vanuit een betrokkenheid op de praktijk van opvoeding, vorming, onderwijs en welzijn om zo bij te dragen aan de verbetering daarvan. Veel instellingen en organisaties in Rotterdam hebben de afgelopen jaren gebruik gemaakt van de expertise die praktijkonderzoekers van de kenniskring Opgroeien in de Stad, nu kenniscentrum Talentontwikkeling, van de Hogeschool Rotterdam in huis hebben. Deze bundel laat zien hoe veelzijdig deze expertise is en hoe deze is ingezet om onderzoek te verrichten.
De bundel is ingedeeld in vier delen. Deel I is gewijd aan het ‘decor’ van wat er in de drie delen daarna volgt. Wat zich in wijken afspeelt en in sectoren als het welzijnswerk en het onderwijs krijgt reliëf en diepte door het te plaatsen tegen de achtergrond van bredere ontwikkelingen. Deel II staat in het teken van onderzoek op wijkniveau. Deel III heeft als object het welzijnswerk in brede zin. In deel IV staat het onderwijs centraal, waaronder de masteropleiding Pedagogiek van de Hogeschool Rotterdam.
Joop Berding is onderzoeksleider bij het Kenniscentrum Talentontwikkeling en hogeschooldocent bij onder andere de masteropleiding Pedagogiek van de Hogeschool Rotterdam.
Toby Witte is lector Maatschappelijke Zorg bij het Kenniscentrum Talent ontwikkeling van de Hogeschool Rotterdam.
Hart van de verzorgingsstad. Club- en buurthuiswerk in Rotterdam, 1920-2010
€ 19,90
Het club- en buurthuiswerk heeft in de vorige eeuw een niet geringe rol
gespeeld bij de opvang, de begeleiding en bij de ontspanning van jeugd
en gezin in diverse wijken en buurten van de wereldhavenstad.
De Katholieke Stichting voor Jeugd en Gezin (KSGJ) was destijds in Rotterdam de grootste en een invloedrijke instelling voor gezins- en jeugdwerk waar sociaal-cultureel werkers, buurtopbouwwerkers, maatschappelijk werkers, crêche- en peuterzaalwerkers in en rond de clubhuizen met de bewoners in de weer waren. De KSGJ heeft in de loop van de jaren bijgedragen aan de uitvoering, ontwikkeling en professionalisering van het welzijnswerk.
Tot het midden van de jaren tachtig, toen alle Rotterdamse club- en buurthuizen onder dwang van de landelijke en vooral gemeentelijke welzijnspolitiek en bezuinigingen moesten fuseren en ten slotte opgingen in de deelgemeenten. Reorganisatie volgde op reorganisatie, met alle gevolgen voor het uitvoerend werk.
De lotgevallen van de KSGJ wijken niet in belangrijke mate af van wat andere gezins- en jeugdwerkinstellingen doormaakten. Dit boek zet tegen de maatschappelijke achtergrond (verzuiling, ontzuiling, ontkerkelijking en de verzorgingsstaat) en vooral de sociale ontwikkeling van Rotterdam (de expanderende moderne maar onbehaaglijk wordende haven- en leefstad) de betekenis van het club- en buurthuiswerk in Rotterdam historisch uiteen.
Veel problemen en ontwikkelingen waar professionals op het terrein van zorg en welzijn nu in Rotterdam tegen aanlopen hebben hun wortels in het verleden. Wie zinvol wil meedenken en meepraten over het hedendaagse welzijn en het welzijnsbeleid kan niet zonder kennis en inzicht in het (recente) verleden.
Toby Witte (historicus/politicoloog) is hoofddocent en hoofd van het Expertisecentrum Prakijkgericht Onderzoek gelieerd aan het kenniscentrum Opgroeien in de Stad/Urban Talent van het Instituut Sociale Opleidingen, Hogeschool Rotterdam en tevens lid van de Rekenkamer Spijkenisse.
De Katholieke Stichting voor Jeugd en Gezin (KSGJ) was destijds in Rotterdam de grootste en een invloedrijke instelling voor gezins- en jeugdwerk waar sociaal-cultureel werkers, buurtopbouwwerkers, maatschappelijk werkers, crêche- en peuterzaalwerkers in en rond de clubhuizen met de bewoners in de weer waren. De KSGJ heeft in de loop van de jaren bijgedragen aan de uitvoering, ontwikkeling en professionalisering van het welzijnswerk.
Tot het midden van de jaren tachtig, toen alle Rotterdamse club- en buurthuizen onder dwang van de landelijke en vooral gemeentelijke welzijnspolitiek en bezuinigingen moesten fuseren en ten slotte opgingen in de deelgemeenten. Reorganisatie volgde op reorganisatie, met alle gevolgen voor het uitvoerend werk.
De lotgevallen van de KSGJ wijken niet in belangrijke mate af van wat andere gezins- en jeugdwerkinstellingen doormaakten. Dit boek zet tegen de maatschappelijke achtergrond (verzuiling, ontzuiling, ontkerkelijking en de verzorgingsstaat) en vooral de sociale ontwikkeling van Rotterdam (de expanderende moderne maar onbehaaglijk wordende haven- en leefstad) de betekenis van het club- en buurthuiswerk in Rotterdam historisch uiteen.
Veel problemen en ontwikkelingen waar professionals op het terrein van zorg en welzijn nu in Rotterdam tegen aanlopen hebben hun wortels in het verleden. Wie zinvol wil meedenken en meepraten over het hedendaagse welzijn en het welzijnsbeleid kan niet zonder kennis en inzicht in het (recente) verleden.
Toby Witte (historicus/politicoloog) is hoofddocent en hoofd van het Expertisecentrum Prakijkgericht Onderzoek gelieerd aan het kenniscentrum Opgroeien in de Stad/Urban Talent van het Instituut Sociale Opleidingen, Hogeschool Rotterdam en tevens lid van de Rekenkamer Spijkenisse.
Hart van de verzorgingsstad. Club- en buurthuiswerk in Rotterdam, 1920-2010
€ 19,90
Het club- en buurthuiswerk heeft in de vorige eeuw een niet geringe rol
gespeeld bij de opvang, de begeleiding en bij de ontspanning van jeugd
en gezin in diverse wijken en buurten van de wereldhavenstad.
De Katholieke Stichting voor Jeugd en Gezin (KSGJ) was destijds in Rotterdam de grootste en een invloedrijke instelling voor gezins- en jeugdwerk waar sociaal-cultureel werkers, buurtopbouwwerkers, maatschappelijk werkers, crêche- en peuterzaalwerkers in en rond de clubhuizen met de bewoners in de weer waren. De KSGJ heeft in de loop van de jaren bijgedragen aan de uitvoering, ontwikkeling en professionalisering van het welzijnswerk.
Tot het midden van de jaren tachtig, toen alle Rotterdamse club- en buurthuizen onder dwang van de landelijke en vooral gemeentelijke welzijnspolitiek en bezuinigingen moesten fuseren en ten slotte opgingen in de deelgemeenten. Reorganisatie volgde op reorganisatie, met alle gevolgen voor het uitvoerend werk.
De lotgevallen van de KSGJ wijken niet in belangrijke mate af van wat andere gezins- en jeugdwerkinstellingen doormaakten. Dit boek zet tegen de maatschappelijke achtergrond (verzuiling, ontzuiling, ontkerkelijking en de verzorgingsstaat) en vooral de sociale ontwikkeling van Rotterdam (de expanderende moderne maar onbehaaglijk wordende haven- en leefstad) de betekenis van het club- en buurthuiswerk in Rotterdam historisch uiteen.
Veel problemen en ontwikkelingen waar professionals op het terrein van zorg en welzijn nu in Rotterdam tegen aanlopen hebben hun wortels in het verleden. Wie zinvol wil meedenken en meepraten over het hedendaagse welzijn en het welzijnsbeleid kan niet zonder kennis en inzicht in het (recente) verleden.
Toby Witte (historicus/politicoloog) is hoofddocent en hoofd van het Expertisecentrum Prakijkgericht Onderzoek gelieerd aan het kenniscentrum Opgroeien in de Stad/Urban Talent van het Instituut Sociale Opleidingen, Hogeschool Rotterdam en tevens lid van de Rekenkamer Spijkenisse.
De Katholieke Stichting voor Jeugd en Gezin (KSGJ) was destijds in Rotterdam de grootste en een invloedrijke instelling voor gezins- en jeugdwerk waar sociaal-cultureel werkers, buurtopbouwwerkers, maatschappelijk werkers, crêche- en peuterzaalwerkers in en rond de clubhuizen met de bewoners in de weer waren. De KSGJ heeft in de loop van de jaren bijgedragen aan de uitvoering, ontwikkeling en professionalisering van het welzijnswerk.
Tot het midden van de jaren tachtig, toen alle Rotterdamse club- en buurthuizen onder dwang van de landelijke en vooral gemeentelijke welzijnspolitiek en bezuinigingen moesten fuseren en ten slotte opgingen in de deelgemeenten. Reorganisatie volgde op reorganisatie, met alle gevolgen voor het uitvoerend werk.
De lotgevallen van de KSGJ wijken niet in belangrijke mate af van wat andere gezins- en jeugdwerkinstellingen doormaakten. Dit boek zet tegen de maatschappelijke achtergrond (verzuiling, ontzuiling, ontkerkelijking en de verzorgingsstaat) en vooral de sociale ontwikkeling van Rotterdam (de expanderende moderne maar onbehaaglijk wordende haven- en leefstad) de betekenis van het club- en buurthuiswerk in Rotterdam historisch uiteen.
Veel problemen en ontwikkelingen waar professionals op het terrein van zorg en welzijn nu in Rotterdam tegen aanlopen hebben hun wortels in het verleden. Wie zinvol wil meedenken en meepraten over het hedendaagse welzijn en het welzijnsbeleid kan niet zonder kennis en inzicht in het (recente) verleden.
Toby Witte (historicus/politicoloog) is hoofddocent en hoofd van het Expertisecentrum Prakijkgericht Onderzoek gelieerd aan het kenniscentrum Opgroeien in de Stad/Urban Talent van het Instituut Sociale Opleidingen, Hogeschool Rotterdam en tevens lid van de Rekenkamer Spijkenisse.
