Insiders of outsiders? De voor- en nadelen van interne en externe mediation
Eén voordeel van interne mediation is dat het een verdere institutionalisering, en daarmee normalisering en bredere acceptatie, van mediation als geprefereerde manier van conflictoplossing vormt. Ook kan een interne mediator toegankelijker zijn of overkomen, en hoeft het kostenaspect voor een partij minder zwaar te wegen.
Aan de andere kant kleven er ook nadelen aan interne mediation. Men kan bijvoorbeeld betwisten of een interne mediator niet op gespannen voet staat met de principes van de klassieke mediation die een volledige onafhankelijkheid van de mediator eisen. Is die interne mediator wel voldoende onafhankelijk van de betreffende organisatie of wordt deze misschien toch al gauw ervaren als een verlengstuk daarvan? Maar misschien is een organisatie wellicht ook eerder geneigd een voorstel van de interne mediator te aanvaarden, terwijl dat van een externe mediator gemakkelijker ter zijde kan worden geschoven.
Naast het bovengenoemde centrale thema worden in dit boek hoofdstukken gewijd aan andere actuele ontwikkelingen op het terrein van mediation, zoals met betrekking tot de mediationwet, de plaats van zingeving bij mediation, strafrechtmediation in het licht van kinderrechten en de activiteiten van het College voor de Rechten van de Mens.
Insiders of outsiders? De voor- en nadelen van interne en externe mediation
Eén voordeel van interne mediation is dat het een verdere institutionalisering, en daarmee normalisering en bredere acceptatie, van mediation als geprefereerde manier van conflictoplossing vormt. Ook kan een interne mediator toegankelijker zijn of overkomen, en hoeft het kostenaspect voor een partij minder zwaar te wegen.
Aan de andere kant kleven er ook nadelen aan interne mediation. Men kan bijvoorbeeld betwisten of een interne mediator niet op gespannen voet staat met de principes van de klassieke mediation die een volledige onafhankelijkheid van de mediator eisen. Is die interne mediator wel voldoende onafhankelijk van de betreffende organisatie of wordt deze misschien toch al gauw ervaren als een verlengstuk daarvan? Maar misschien is een organisatie wellicht ook eerder geneigd een voorstel van de interne mediator te aanvaarden, terwijl dat van een externe mediator gemakkelijker ter zijde kan worden geschoven.
Naast het bovengenoemde centrale thema worden in dit boek hoofdstukken gewijd aan andere actuele ontwikkelingen op het terrein van mediation, zoals met betrekking tot de mediationwet, de plaats van zingeving bij mediation, strafrechtmediation in het licht van kinderrechten en de activiteiten van het College voor de Rechten van de Mens.

Macht en mediation
De rol van macht bij mediation is een gevoelig en controversieel onderwerp. Aan de ene kant heeft mediation te maken met conflicten waarbij macht en machtsverschillen bijna inherent een rol spelen, aan de andere kant heerst er de pretentie dat de mediator op geen enkele manier macht of zelfs maar enige vorm van beïnvloeding hanteert bij de uitoefening van zijn of haar vak, omdat dit niet bij de puur onafhankelijke rol zou passen. Vaak ligt alles in de praktijk iets subtieler, en speelt macht bewust of onbewust, direct of indirect, een wezenlijke rol bij mediation. Sommige waarnemers menen zelfs dat de mediator de ‘mythe’ van neutraliteit en onpartijdigheid moet loslaten en zich bewust moet richten op de verschillen in macht tussen de conflictpartijen.
In dit boek gaan diverse auteurs op deze problematiek in, en wordt deze vanuit zowel een meer theoretische invalshoek als vanuit de mediationpraktijk belicht. Hoe zorgt de mediator voor een zeker evenwicht tussen de partijen, zonder ‘partij’ te kiezen? Hoe zorgt deze dat de underdog in de machtsrelatie ook aan zijn -of vaker nog haar- trekken komt? En hoe machtig is mediation zelf geworden, nu deze in vele geschillen een eerste verplicht station is geworden bij de juridische procedure en volgens sommigen ook complexer en moeilijker te begrijpen? En wat betekent de ‘regisserende’ rol van de mediator in het hele mediation-proces in termen van macht en invloed, en hoe ziet of ervaart een conflictpartij dat? Omgekeerd kan bij mediation soms ook sprake zijn van onmacht, bijvoorbeeld wanneer de mediation vastloopt of onvoldoende soelaas kan bieden, of de mediator de partijen niet weet te ‘bereiken’. Ook in zo’n geval moet de mediator in staat zijn het proces in termen van macht en machtsverschillen te duiden en bij te sturen.
Naast het centrale thema ‘macht en mediation’ wordt in dit boek een hoofdstuk gewijd aan de actuele ontwikkelingen op het terrein van de Nederlandse mediationwetgeving, i.c. het ontwerp van de Wet bevordering mediation.
Werkten mee aan deze publicatie: Katalien Bollen, Arno Diederen, Quirine Eijkman, Barney Jordaan, Georg Frerks, Ton Jongbloed, Marion Uitslag, Tobia Westra.

Macht en mediation
De rol van macht bij mediation is een gevoelig en controversieel onderwerp. Aan de ene kant heeft mediation te maken met conflicten waarbij macht en machtsverschillen bijna inherent een rol spelen, aan de andere kant heerst er de pretentie dat de mediator op geen enkele manier macht of zelfs maar enige vorm van beïnvloeding hanteert bij de uitoefening van zijn of haar vak, omdat dit niet bij de puur onafhankelijke rol zou passen. Vaak ligt alles in de praktijk iets subtieler, en speelt macht bewust of onbewust, direct of indirect, een wezenlijke rol bij mediation. Sommige waarnemers menen zelfs dat de mediator de ‘mythe’ van neutraliteit en onpartijdigheid moet loslaten en zich bewust moet richten op de verschillen in macht tussen de conflictpartijen.
In dit boek gaan diverse auteurs op deze problematiek in, en wordt deze vanuit zowel een meer theoretische invalshoek als vanuit de mediationpraktijk belicht. Hoe zorgt de mediator voor een zeker evenwicht tussen de partijen, zonder ‘partij’ te kiezen? Hoe zorgt deze dat de underdog in de machtsrelatie ook aan zijn -of vaker nog haar- trekken komt? En hoe machtig is mediation zelf geworden, nu deze in vele geschillen een eerste verplicht station is geworden bij de juridische procedure en volgens sommigen ook complexer en moeilijker te begrijpen? En wat betekent de ‘regisserende’ rol van de mediator in het hele mediation-proces in termen van macht en invloed, en hoe ziet of ervaart een conflictpartij dat? Omgekeerd kan bij mediation soms ook sprake zijn van onmacht, bijvoorbeeld wanneer de mediation vastloopt of onvoldoende soelaas kan bieden, of de mediator de partijen niet weet te ‘bereiken’. Ook in zo’n geval moet de mediator in staat zijn het proces in termen van macht en machtsverschillen te duiden en bij te sturen.
Naast het centrale thema ‘macht en mediation’ wordt in dit boek een hoofdstuk gewijd aan de actuele ontwikkelingen op het terrein van de Nederlandse mediationwetgeving, i.c. het ontwerp van de Wet bevordering mediation.
Werkten mee aan deze publicatie: Katalien Bollen, Arno Diederen, Quirine Eijkman, Barney Jordaan, Georg Frerks, Ton Jongbloed, Marion Uitslag, Tobia Westra.