Het Stuivenbergziekenhuis (1879-2022). Een erfgoedicoon in Antwerpen
In ‘het Stuivenberg’ werd in 1902 ook de eerste Beroepsschool voor Ziekenverpleging in België opgericht. Zij zou later uitgroeien tot het prestigieuze Hoger Instituut voor Verpleegkunde (HIV).
In de meer dan 140-jarige geschiedenis van het Stuivenberg zin honderdduizenden patiënten behandeld, geopereerd, of verzorgd geworden door opeenvolgende teams van artsen en verpleegkundigen, alsmede dienst- en administratieve personeelsleden. Zij zorgden voor een geneeskundige zorg, die alsmaar performanter werd door de vele ontdekkingen, uitvindingen en technologische ontwikkelingen, die zich in die periode hebben voorgedaan. Ziekten als tuberculose, kinderverlamming, beroerten, nierziekten en vele andere, doch evenzeer operaties aan buikorganen, bloedvaten of beenderen worden uitgebreid besproken.
Niet het minst worden geneesheren als Albin Lambote, Fritz Sano en Ludo van Bogaert gehuldigd; zij waren wereldwijd voortrekkers in de orthopedie, de psychiatrie en de neurologie. Doch evenzeer hebben tientallen, ja honderden artsen en verpleegkundigen meegeholpen aan de faam die het Stuivenberg genoot bij de Antwerpse bevolking. Van hen, en van de door hen verstrekte medische zorgen in vrijwel alle domeinen van de zorg, wordt in dit boek verslag uitgebracht.
Met het aanstaande vertrek van de patiënten van het acute ziekenhuis Stuivenberg naar de site van het Cadix-hospitaal, wordt aan al deze ‘stuivenbergers’ dit boek in dierbare herinnering opgedragen.
Het Stuivenbergziekenhuis (1879-2022). Een erfgoedicoon in Antwerpen
In ‘het Stuivenberg’ werd in 1902 ook de eerste Beroepsschool voor Ziekenverpleging in België opgericht. Zij zou later uitgroeien tot het prestigieuze Hoger Instituut voor Verpleegkunde (HIV).
In de meer dan 140-jarige geschiedenis van het Stuivenberg zin honderdduizenden patiënten behandeld, geopereerd, of verzorgd geworden door opeenvolgende teams van artsen en verpleegkundigen, alsmede dienst- en administratieve personeelsleden. Zij zorgden voor een geneeskundige zorg, die alsmaar performanter werd door de vele ontdekkingen, uitvindingen en technologische ontwikkelingen, die zich in die periode hebben voorgedaan. Ziekten als tuberculose, kinderverlamming, beroerten, nierziekten en vele andere, doch evenzeer operaties aan buikorganen, bloedvaten of beenderen worden uitgebreid besproken.
Niet het minst worden geneesheren als Albin Lambote, Fritz Sano en Ludo van Bogaert gehuldigd; zij waren wereldwijd voortrekkers in de orthopedie, de psychiatrie en de neurologie. Doch evenzeer hebben tientallen, ja honderden artsen en verpleegkundigen meegeholpen aan de faam die het Stuivenberg genoot bij de Antwerpse bevolking. Van hen, en van de door hen verstrekte medische zorgen in vrijwel alle domeinen van de zorg, wordt in dit boek verslag uitgebracht.
Met het aanstaande vertrek van de patiënten van het acute ziekenhuis Stuivenberg naar de site van het Cadix-hospitaal, wordt aan al deze ‘stuivenbergers’ dit boek in dierbare herinnering opgedragen.
De eerste professoren van de Gentse faculteit (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 13)
Het tijdvak waarin deze vier hoogleraren hun onderwijs verstrekten was bijzonder: de lessen werden in het Latijn gegeven, in die tijd de universitaire lingua franca, die niet alleen studenten van andere contreien diende aan te trekken, doch ook de ‘taal van de geleerden’ was, die door de nieuwe rector dan ook als uiterst belangrijk werd aanzien. Daarnaast werd deze periode gekenmerkt door grote wijzigingen in het medisch denken, dat van een filosofisch-rationeel patroon met romantisch-vitalistische trekjes progressief overging in een experimenteel denkkader. Hoe de eerste Gentse professoren daarmee omgingen komt in dit boek tot uiting. Daarenboven leefden deze vier medische roergangers in een tijd van politieke onrust en omwentelingen. Hun biografieën worden dan ook gekaderd in de overgang van het Ancien Régime naar de Nieuwste Tijd.
Bijzonder aan dit Cahier zijn de Nederlandse vertalingen van een reeks Latijnse teksten, die enerzijds door deze hoogleraren, anderzijds door één van de eerste studenten, te weten Jozef-Lieven Boddaert, werden geschreven. Het boek wordt daardoor niet alleen een boeiend verhaal van onze medische voorouders, doch ook een tot op heden onuitgegeven bron van informatie over het geneeskundig denken van de vroege negentiende eeuw.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
De auteurs behoren allen tot de medische alumni van de Gentse universiteit en hebben reeds verscheidene publicaties op medisch-historisch gebied verwezenlijkt.
De eerste professoren van de Gentse faculteit (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 13)
Het tijdvak waarin deze vier hoogleraren hun onderwijs verstrekten was bijzonder: de lessen werden in het Latijn gegeven, in die tijd de universitaire lingua franca, die niet alleen studenten van andere contreien diende aan te trekken, doch ook de ‘taal van de geleerden’ was, die door de nieuwe rector dan ook als uiterst belangrijk werd aanzien. Daarnaast werd deze periode gekenmerkt door grote wijzigingen in het medisch denken, dat van een filosofisch-rationeel patroon met romantisch-vitalistische trekjes progressief overging in een experimenteel denkkader. Hoe de eerste Gentse professoren daarmee omgingen komt in dit boek tot uiting. Daarenboven leefden deze vier medische roergangers in een tijd van politieke onrust en omwentelingen. Hun biografieën worden dan ook gekaderd in de overgang van het Ancien Régime naar de Nieuwste Tijd.
Bijzonder aan dit Cahier zijn de Nederlandse vertalingen van een reeks Latijnse teksten, die enerzijds door deze hoogleraren, anderzijds door één van de eerste studenten, te weten Jozef-Lieven Boddaert, werden geschreven. Het boek wordt daardoor niet alleen een boeiend verhaal van onze medische voorouders, doch ook een tot op heden onuitgegeven bron van informatie over het geneeskundig denken van de vroege negentiende eeuw.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
De auteurs behoren allen tot de medische alumni van de Gentse universiteit en hebben reeds verscheidene publicaties op medisch-historisch gebied verwezenlijkt.
Tijdgenoten uit de leefwereld van Andreas Vesalius (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 11)
Vele Europese wetenschappers hebben sedertdien verder onderzoek verricht met betrekking tot het leven en werk van onze befaamde landgenoot, die terecht als Vader der Anatomie wordt geduid.
Deze interesse leidde tot vele nieuwe initiatieven, waaronder dit nieuwe Vesaliusboek. Het leeuwendeel is van de hand van de befaamde Vlaamse Vesalius-kenners Maurits Biesbrouck, Omer Steeno en Theo Goddeeris, samen door Theo Dirix bestempeld als ‘Cerberus’ van Vesalius. Werkten naast dit viertal ook mee aan deze bundel: Robrecht Van Hee, Francis Van Glabbeek en Jacqueline Vons, die allen internationaal zeer gewaardeerd worden. Zij zijn er samen in geslaagd om hier wederom, net als in 2014, een fraaie bundeling van onuitgegeven en boeiend nieuw materiaal over Vesalius bij mekaar te brengen. De bijdragen beschrijven het medische denken van Vesalius en zijn tijdgenoten. De artikelen werden chronologisch samengesteld, zodat de leefwereld van Andries van Wesel vanaf zijn opleiding tot aan zijn dood ten volle tot uitdrukking kon worden gebracht.
Robrecht Van Hee studeerde geneeskunde aan de Universiteit van Gent. Hierna bekwaamde hij zich tot chirurg in Breda en Nijmegen, waar hij promoveerde tot doctor in de Geneeskunde. Als hoogleraar Chirurgie en Medische geschiedenis aan de Universiteit van Antwerpen, was hij vooral werkzaam in de Transplantatie- en Endocriene heelkunde. Daarnaast wijdde hij zich aan medisch-historisch onderzoek, in het bijzonder van de Lage Landen in de 16de eeuw. Hij is auteur van meer dan 400 publicaties en redacteur van meerdere tijdschriften.
Dr. Maurits Biesbrouck, geboren in 1946 te Roeselare, was als geneesheer diensthoofd klinischebiologie in het Stedelijk Ziekenhuis van die stad en adjunct-hoofdgeneesheer-directeur van de Dienst voor het Bloed. Hij heeft een levenslange belangstelling voor Vesalius en publiceerde recent een Nederlandse vertaling van het eerste boek van de Fabrica 1543 en een jaarlijks bijgewerkte Vesaliusbibliografie.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
Robrecht Van Hee studeerde geneeskunde aan de Universiteit van Gent. Hierna bekwaamde hij zich tot chirurg in Breda en Nijmegen, waar hij promoveerde tot doctor in de Geneeskunde. Als hoogleraar Chirurgie en Medische geschiedenis aan de Universiteit van Antwerpen, was hij vooral werkzaam in de Transplantatie- en Endocriene heelkunde. Daarnaast wijdde hij zich aan medisch-historisch onderzoek, in het bijzonder van de Lage Landen in de 16de eeuw. Hij is auteur van meer dan 400 publicaties en redacteur van meerdere tijdschriften.
Dr. Maurits Biesbrouck, geboren in 1946 te Roeselare, was als geneesheer diensthoofd klinischebiologie in het Stedelijk Ziekenhuis van die stad en adjunct-hoofdgeneesheer-directeur van de Dienst voor het Bloed. Hij heeft een levenslange belangstelling voor Vesalius en publiceerde recent een Nederlandse vertaling van het eerste boek van de Fabrica 1543 en een jaarlijks bijgewerkte Vesaliusbibliografie.
Tijdgenoten uit de leefwereld van Andreas Vesalius (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 11)
Vele Europese wetenschappers hebben sedertdien verder onderzoek verricht met betrekking tot het leven en werk van onze befaamde landgenoot, die terecht als Vader der Anatomie wordt geduid.
Deze interesse leidde tot vele nieuwe initiatieven, waaronder dit nieuwe Vesaliusboek. Het leeuwendeel is van de hand van de befaamde Vlaamse Vesalius-kenners Maurits Biesbrouck, Omer Steeno en Theo Goddeeris, samen door Theo Dirix bestempeld als ‘Cerberus’ van Vesalius. Werkten naast dit viertal ook mee aan deze bundel: Robrecht Van Hee, Francis Van Glabbeek en Jacqueline Vons, die allen internationaal zeer gewaardeerd worden. Zij zijn er samen in geslaagd om hier wederom, net als in 2014, een fraaie bundeling van onuitgegeven en boeiend nieuw materiaal over Vesalius bij mekaar te brengen. De bijdragen beschrijven het medische denken van Vesalius en zijn tijdgenoten. De artikelen werden chronologisch samengesteld, zodat de leefwereld van Andries van Wesel vanaf zijn opleiding tot aan zijn dood ten volle tot uitdrukking kon worden gebracht.
Robrecht Van Hee studeerde geneeskunde aan de Universiteit van Gent. Hierna bekwaamde hij zich tot chirurg in Breda en Nijmegen, waar hij promoveerde tot doctor in de Geneeskunde. Als hoogleraar Chirurgie en Medische geschiedenis aan de Universiteit van Antwerpen, was hij vooral werkzaam in de Transplantatie- en Endocriene heelkunde. Daarnaast wijdde hij zich aan medisch-historisch onderzoek, in het bijzonder van de Lage Landen in de 16de eeuw. Hij is auteur van meer dan 400 publicaties en redacteur van meerdere tijdschriften.
Dr. Maurits Biesbrouck, geboren in 1946 te Roeselare, was als geneesheer diensthoofd klinischebiologie in het Stedelijk Ziekenhuis van die stad en adjunct-hoofdgeneesheer-directeur van de Dienst voor het Bloed. Hij heeft een levenslange belangstelling voor Vesalius en publiceerde recent een Nederlandse vertaling van het eerste boek van de Fabrica 1543 en een jaarlijks bijgewerkte Vesaliusbibliografie.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
Robrecht Van Hee studeerde geneeskunde aan de Universiteit van Gent. Hierna bekwaamde hij zich tot chirurg in Breda en Nijmegen, waar hij promoveerde tot doctor in de Geneeskunde. Als hoogleraar Chirurgie en Medische geschiedenis aan de Universiteit van Antwerpen, was hij vooral werkzaam in de Transplantatie- en Endocriene heelkunde. Daarnaast wijdde hij zich aan medisch-historisch onderzoek, in het bijzonder van de Lage Landen in de 16de eeuw. Hij is auteur van meer dan 400 publicaties en redacteur van meerdere tijdschriften.
Dr. Maurits Biesbrouck, geboren in 1946 te Roeselare, was als geneesheer diensthoofd klinischebiologie in het Stedelijk Ziekenhuis van die stad en adjunct-hoofdgeneesheer-directeur van de Dienst voor het Bloed. Hij heeft een levenslange belangstelling voor Vesalius en publiceerde recent een Nederlandse vertaling van het eerste boek van de Fabrica 1543 en een jaarlijks bijgewerkte Vesaliusbibliografie.
Art of Vesalius
This book is dedicated to the 500th anniversary
of the birth of Andreas Vesalius (1514-1564).
Vesalius’ experts and adepts focus on his life and
work, the new insights he gave on the anatomy
of the human body and the influence he had on
the medical profession throughout the centuries.
Special attention is given to the iconography in
Vesalius’ “Fabrica” and “Epitome”, which, as a
new medium of expression, has incited doctors
and artists alike to copy the magnificent
renaissance drawings.
The renewed interest in Vesalius’ texts and drawings
is illustrated in this publication.
Robrecht Van Hee studied medicine at Gent
University. He became a surgeon in Breda and
Nijmegen, where he obtained a PhD in medicine.
He taught at Antwerp University and specialised
in transplantation and endocrine surgery.
He also taught medical history, in this field he
speciliased in the medical history of the Low
Countries in the 16th century.
He is the author of over 400 publications and
member of the editorial board of Journal of
Medical Biography and Studium.
Art of Vesalius
This book is dedicated to the 500th anniversary
of the birth of Andreas Vesalius (1514-1564).
Vesalius’ experts and adepts focus on his life and
work, the new insights he gave on the anatomy
of the human body and the influence he had on
the medical profession throughout the centuries.
Special attention is given to the iconography in
Vesalius’ “Fabrica” and “Epitome”, which, as a
new medium of expression, has incited doctors
and artists alike to copy the magnificent
renaissance drawings.
The renewed interest in Vesalius’ texts and drawings
is illustrated in this publication.
Robrecht Van Hee studied medicine at Gent
University. He became a surgeon in Breda and
Nijmegen, where he obtained a PhD in medicine.
He taught at Antwerp University and specialised
in transplantation and endocrine surgery.
He also taught medical history, in this field he
speciliased in the medical history of the Low
Countries in the 16th century.
He is the author of over 400 publications and
member of the editorial board of Journal of
Medical Biography and Studium.
Kunst van Vesalius (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 4)
Dit cahier staat in het teken van de 500ste verjaardag van de geboorte van
Andreas Vesalius (1514-1564).
Vesalius-experten en -adepten gaan in op zijn leven en werken, op zijn
vernieuwende inzichten in de anatomie van het menselijk lichaam, zijn
invloed door de eeuwen heen op het medisch denken tot op heden toe.
Bijzondere nadruk ligt op de iconografie in Vesalius’ Fabrica en Epitome,
die als nieuw expressiemedium zowel artsen als kunstenaars heeft bekoord
en heeft aangezet tot het kopiëren en navolgen van de schitterende
renaissancetekeningen.
De hedendaagse hernieuwde interesse voor Vesalius’ teksten en afbeeldingen
komt in dit cahier dan ook duidelijk uit de verf.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
Robrecht Van Hee studeerde geneeskunde aan de Universiteit te Gent. Hierna bekwaamde hij zich tot chirurg in Breda en Nijmegen, waar hij promoveerde tot doctor in de geneeskunde. Als hoogleraar chirurgie en medische geschiedenis aan de Universiteit Antwerpen was hij vooral werkzaam in de transplantatie- en endocriene heelkunde. Daarnaast wijdde hij zich aan medisch-historisch onderzoek, in het bijzonder van de Lage Landen in de 16de eeuw. Hij presenteerde de figuur van Vesalius tijdens de verkiezing van ‘De Grootste Belg’ in 2004. Hij is auteur van meer dan 400 publicaties en redacteur van onder meer Geschiedenis der Geneeskunde, Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, Journal of Medical Biography en Studium.
Kunst van Vesalius (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 4)
Dit cahier staat in het teken van de 500ste verjaardag van de geboorte van
Andreas Vesalius (1514-1564).
Vesalius-experten en -adepten gaan in op zijn leven en werken, op zijn
vernieuwende inzichten in de anatomie van het menselijk lichaam, zijn
invloed door de eeuwen heen op het medisch denken tot op heden toe.
Bijzondere nadruk ligt op de iconografie in Vesalius’ Fabrica en Epitome,
die als nieuw expressiemedium zowel artsen als kunstenaars heeft bekoord
en heeft aangezet tot het kopiëren en navolgen van de schitterende
renaissancetekeningen.
De hedendaagse hernieuwde interesse voor Vesalius’ teksten en afbeeldingen
komt in dit cahier dan ook duidelijk uit de verf.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
Robrecht Van Hee studeerde geneeskunde aan de Universiteit te Gent. Hierna bekwaamde hij zich tot chirurg in Breda en Nijmegen, waar hij promoveerde tot doctor in de geneeskunde. Als hoogleraar chirurgie en medische geschiedenis aan de Universiteit Antwerpen was hij vooral werkzaam in de transplantatie- en endocriene heelkunde. Daarnaast wijdde hij zich aan medisch-historisch onderzoek, in het bijzonder van de Lage Landen in de 16de eeuw. Hij presenteerde de figuur van Vesalius tijdens de verkiezing van ‘De Grootste Belg’ in 2004. Hij is auteur van meer dan 400 publicaties en redacteur van onder meer Geschiedenis der Geneeskunde, Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, Journal of Medical Biography en Studium.
Heel-meesters (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 2)
Dit deel uit de reeks Cahiers Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg is gewijd aan grote figuren en belangwekkende ontwikkelingen uit de geneeskundige zorg. Het overspant de vijf eeuwen van de medische geschiedenis.
Het cahier bundelt bijdragen over grote medici, onder anderen Andreas Vesalius, Jan Palfijn, Guillaume Dupuytren, Aladar Petz, Aron Izak Kropveld, Antoine Louis, Nicolas-Philippe Ledru en John Gibbon. Maar het handelt evenzeer over aandoeneingen bij Italiaanse hertogen en pausen, over de bezenuving van de baarmoeder of over de ziekte van Addison bij John F. Kennedy.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
Bob Van Hee studeerde geneeskunde van 1960 tot 1967 aan de Universiteit Gent en werd chirurg in Breda en Nijmegen.
Daarna was hij hoofddocent Chirurgie en Geschiedenis der Geneeskunde aan de Universiteit Antwerpen.
Hij is redacteur van Geschiedenis der Geneeskunde, journal of Medical Biography en Studium.
Cornelis van Tilburg, classicus, is verbonden aan de Universiteit Leiden.
Hij publiceerde onder meer over verkeer in het Romeinse Rijk.
Hij is eindredacteur van Cahiers Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg.
Heel-meesters (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 2)
Dit deel uit de reeks Cahiers Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg is gewijd aan grote figuren en belangwekkende ontwikkelingen uit de geneeskundige zorg. Het overspant de vijf eeuwen van de medische geschiedenis.
Het cahier bundelt bijdragen over grote medici, onder anderen Andreas Vesalius, Jan Palfijn, Guillaume Dupuytren, Aladar Petz, Aron Izak Kropveld, Antoine Louis, Nicolas-Philippe Ledru en John Gibbon. Maar het handelt evenzeer over aandoeneingen bij Italiaanse hertogen en pausen, over de bezenuving van de baarmoeder of over de ziekte van Addison bij John F. Kennedy.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
Bob Van Hee studeerde geneeskunde van 1960 tot 1967 aan de Universiteit Gent en werd chirurg in Breda en Nijmegen.
Daarna was hij hoofddocent Chirurgie en Geschiedenis der Geneeskunde aan de Universiteit Antwerpen.
Hij is redacteur van Geschiedenis der Geneeskunde, journal of Medical Biography en Studium.
Cornelis van Tilburg, classicus, is verbonden aan de Universiteit Leiden.
Hij publiceerde onder meer over verkeer in het Romeinse Rijk.
Hij is eindredacteur van Cahiers Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg.

